SAND-data Westerbork (G030p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02980) vertaling: het heugt Jan nog wal dat
opm.: 'min of meer verouderd'
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02980) vertaling: Marie en Piet zeet mekaar veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02980) vertaling: Tunnies wast hum
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02980) vertaling: Tunnies wast hum
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02980) vertaling: Tunnies wast zuk
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02980) vertaling: Tunnies wast zuk
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02980) vertaling: De tummerman hef gien spiekers bij hum
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02980) vertaling: Fons zag een slang naost hum
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02980) vertaling: Erik leut mij veur hum warken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02980) vertaling: Johanna leut zuk metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02980) vertaling: Tunnies bekeek zukzòlf ies good in de spegel
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02980) vertaling: Jan hef in twee minuten een glas bier opdrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02980) vertaling: Dizze schoenen loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02980) vertaling: Eduard kent humzölf good
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02980) vertaling: Ward hef heurd dat der foto's van humzolf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02980) vertaling: Die èerpels schelt niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02980) vertaling: dit glas brek as het op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02980) vertaling: Dokter, leef ik wal gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02980) vertaling: al jaoren leeft hij van de arvenis van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02980) vertaling: Dizze week leeft zij op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02980) vertaling: Leeft het nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02980) vertaling: hoelang leef ie met mekaar non al van de arvenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02980) vertaling: In Bretagne leeft ze benaam (of veurnamelijk) van de visserij
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02980) vertaling: Nao de middag gao ik slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02980) vertaling: Zul ik dat wal doon kunnen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02980) vertaling: Hij leut zien hoes ofbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02980) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02980) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02980) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02980) komt voor: n
000 (x03opm) (inf. 02980) opm. inf.: zin a is eigenlijk weinig voorkomend, de rest kan helemaal niet
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02980) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02980) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02980) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02980) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02980) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02980) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02980) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02980) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02980) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02980) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02980) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02980) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02980) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02980) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02980) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02980) vertaling: Jan hef gien einkel book mèer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02980) vertaling: Jan hef gien book mèer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02980) vertaling: Boken hef Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02980) vertaling: Jan hef niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02980) vertaling: der mag gienien proten over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02980) vertaling: der mag gienien over dit probleem proten
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02980) vertaling: Gienien zeg dat e komp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02980) vertaling: Zit hier ok moezen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02980) vertaling: ik geef niks an een aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02980) vertaling: Gieniene wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02980) vertaling: Wij wussen niet dat hij in (of bij) hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02980) vertaling: ik wus het ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02980) vertaling: Hij mag met gienien over dit probleem proten (?)
opm.: 'over de volgorde van de laatste zin heb ik twiefels'
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02980) vertaling: Jan wet dat hij veur dree uur de wagen maakt mot hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02980) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02980) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02980) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02980) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02980) vertaling: Marie heur auto is stukken
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02980) vertaling: Marie heur auto is stukken
opm.: 'alsvoren'
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02980) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02980) vertaling: Piet zien auto is kapot
opm.: 'alsvoren'
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02980) opm.: 'dit is geen zin volgens mij'
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02980) vertaling: die kèrel zien auto is stukken
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02980) vertaling: die auto is niet van mij maor van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02980) vertaling: de kraant van gisteren lig under de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02980) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breurtien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02980) vertaling: Die jongens heur fietsen bint steulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02980) vertaling: die zussen heur mo is bij heur te gasten
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02980) vertaling: Die auto is van Wilm
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02980) vertaling: Dat is mien fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02980) vertaling: Hij mag met gieniene over dit probleem proten
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02980) vertaling: Ik wil gieniene kwetzen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02980) vertaling: 't Is jammer dat wij niet kommen mugt
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02980) vertaling: dat doe ik niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02980) vertaling: ik heb niet warkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02980) vertaling: Hij haar hef nog maor net verteld of Marchien begunde te rèren
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02980) vertaling: Haal die bestelling nou maor op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02980) vertaling: Hij warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02980) vertaling: ie mugt hier niet kommen, dat wil ik niet lien
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02980) vertaling: Jan höld oes tegen doe ons Marie bellen wolden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02980) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02980) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02980) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02980) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: hier te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02980) fragment: om te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02980) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02980) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02980) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02980) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: rijden (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: rijden (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: rijden (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: rijden (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: rijden (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02980) fragment: rijden (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02980) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02980) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02980) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02980) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02980) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02980) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02980) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02980) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02980) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02980) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02980) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02980) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02980) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02980) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02980) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02980) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02980) fragment: maar (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02980) fragment: maar (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02980) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02980) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02980) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02980) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02980) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: als (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: als (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02980) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02980) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02980) fragment: als dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02980) fragment: als dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02980) fragment: als (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02980) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02980) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02980) fragment: als (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02980) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02980) vertaling: Ik weet dat ie met mekaar op gieniene kwaod bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02980) vertaling: dat zij nargens groots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02980) vertaling: Els deinkt dat het niet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02980) vertaling: ik weet dat ik te laat bin en ie niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02980) vertaling: ie weet toch dat ie warken mot en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02980) vertaling: doe wezze toch datstoe warken mot en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02980) vertaling: doe wezze toch datstoe warken mot en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02980) vertaling: ie weet toch dat ie warken mot en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02980) vertaling: Iederiene deinkt dat wij hen hoes gaot en dat zij blieven mugt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02980) vertaling: Het is jammer dat hij komp en dat zij weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02980) vertaling: Ik deinke dat Lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02980) vertaling: Ik deink dat Pieter en Liesje trouwen gaot
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02980) vertaling: hij slap en dat döte
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02980) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02980) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02980) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02980) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02980) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02980) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02980) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02980) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02980) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02980) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02980) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02980) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02980) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02980) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02980) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02980) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02980) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02980) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02980) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02980) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02980) fragment: wel zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02980) fragment: wel zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02980) fragment: die zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02980) fragment: die zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02980) fragment: woorop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02980) fragment: woor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02980) fragment: woor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02980) fragment: woorop (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02980) fragment: woor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02980) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02980) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02980) fragment: woor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02980) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02980) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: die as (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: die as (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: die as (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: wel as (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: wel as (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02980) fragment: wel as (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: woor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: woor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: woor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: woor as (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: woor as (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02980) fragment: woor as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: woorop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02980) fragment: woorop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: wel as (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: wel as (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02980) fragment: wel as (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02980) vertaling: wel denk ie dat ik in de stad tröffen heb(be)
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02980) vertaling: hoe deink ie dat ze het oplöst hebt?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02980) vertaling: hoe deink ie dat ze het oplöst hebt
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02980) vertaling: Magda wet niet dat wij bellen wilt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02980) vertaling: wet der iene wel (as) wij ropen hebt
opm.: wie + als
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02980) vertaling: wel deink ie dat ik in de stad tröffen heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02980) vertaling: wel deink ie dat ik in de stad tröffen heb
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02980) vertaling: hij hef zien handen wast
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02980) vertaling: hij hef zien hemd wast
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02980) vertaling: hijhef een hood op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02980) vertaling: hij hef een vlek op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02980) vertaling: hij hef hum het bien breuken
opm.: reflexief: hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02980) vertaling: hij hef zien bien breuken
opm.: reflexief: hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02980) vertaling: hij hef zien bien breuken
opm.: reflexief: hem
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02980) vertaling: hij hef hum het bien breuken
opm.: reflexief: hem
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02980) vertaling: hij hef hum / zuk zèer daon
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02980) vertaling: Marie trök de deken naor heur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02980) vertaling: Luuks wet dat der foto's van humzölf te koop bint / zint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02980) vertaling: Ie weet toch wal dat wij doe deur dat bos hen lopen bint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02980) vertaling: het heugt mij nog dat de auto van Marie
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02980) vertaling: Zij weet nog (wal) dat hij as een zwien zat te eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02980) vertaling: Het heugt oes nog dat al Jan zien boken steulen waren, maor hij wet het niet meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02980) vertaling: weej nog wal daw Jan op de markt zien hebt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02980) vertaling: Hij hef hum een ongeluk warkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02980) vertaling: Hij vuulde dat e deur het ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul e dat daon hebben kund
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: kan hij dat wal daon hebben?
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul e dat daon hebben kund
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: kan hij dat wal daon hebben?
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul e dat daon hebben kund
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: kan hij dat wal daon hebben?
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul e dat daon hebben kund
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul hij wal in staot wèest hebben um dat te doen?
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul e dat daon hebben kund
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul hij wal in staot wèest hebben um dat te doen?
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul e dat daon hebben kund
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul hij wal in staot wèest hebben um dat te doen?
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: kan hij dat wal daon hebben?
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul hij wal in staot wèest hebben um dat te doen?
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: kan hij dat wal daon hebben?
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul hij wal in staot wèest hebben um dat te doen?
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: kan hij dat wal daon hebben?
opm.: 'zul hij dat daon kund hebben en zul e dat daon hebben kund kunnen bij nader inzien beide wel maar het komt niet veel voor, geloof ik'
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02980) vertaling: zul hij wal in staot wèest hebben um dat te doen?
opm.: 'zijn' vervoegd met 'hebben'
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02980) fragment: kund (1)
opm. inf.: de antwoorden worden niet voor 100% gegarandeerd. Er is ook stellig verschil in de practijk
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02980) fragment: kund (1)
opm. inf.: de antwoorden worden niet voor 100% gegarandeerd. Er is ook stellig verschil in de practijk
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02980) fragment: daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02980) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02980) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02980) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02980) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02980) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02980) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02980) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02980) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02980) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02980) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02980) vertaling: wij moet hen de schuur en voren de koenen
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02980) vertaling: wij moet hen de schuur en voren de koenen
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02980) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02980) vertaling: ik deink dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02980) vertaling: ik deink dat e weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02980) vertaling: ik deink: hij is weg
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02980) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02980) vertaling: ik weet: "hij is weg"
komt voor: j
opm.: indirecte rede
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02980) vertaling: ik weet: "hij is weg"
komt voor: j
opm.: indirecte rede
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02980) vertaling: de politie zul bij hum kommen en nemen hum met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02980) vertaling: de politie zul bij hum kommen en nemen hum met
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02980) vertaling: Marie heur koenen bint allemaol verdrunken enz.
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02980) vertaling: kees maken weet ik niks van
opm.: 'populair'
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02980) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02980) vertaling: Ik heb de eerste sommen alle dreeë maakt. Welle heb ie maakt
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02980) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02980) vertaling: zukkende zul ik niet opeten duren
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02980) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02980) vertaling: Ik weet dat Jan hen de mark wèest hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02980) vertaling: Ik weet dat Jan hen de mark wèest hef
komt voor: j
000 (y06opm) (inf. 02980) opm. inf.: ik ben er wel eens mee aan; de moeilijkheid is dat u uitgaat van een beperkt dialectbegrip. De Arentse streektaal wijkt nogal eens af van uw gegeven, maar dat is dan niet ons dialect maar onze streektaal. Ik hoop dat u mij begrijpt. Een streektaal is wat
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02980) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02980) vertaling: ik heb hiel wat lopen daon
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02980) vertaling: ik heb hiel wat lopen daon
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02980) vertaling: ik worre nou meu dat ik hol der maor met op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02980) vertaling: ik worre nou meu dat ik hol der maor met op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02980) vertaling: hij dee zuk veur as kwame net oet zien bedde
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02980) vertaling: hij dee zuk veur as kwame net oet zien bedde
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02980) vertaling: De varver is hier wèest te schilderen
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02980) vertaling: gaoj hen hoes deink
komt voor: j
opm.: 'in het oosten van Drenthe zegt men dit'
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02980) vertaling: gaoj hen hoes deink
komt voor: j
opm.: 'in het oosten van Drenthe zegt men dit'
000 (y07opm) (inf. 02980) opm. inf.: Op de Hondsrug (van Gieten tot Emmen) zegt men "jao deink" voor "o ja?" of "zozo"
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02980) vertaling: in die tied leefde ik slim roeg
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02980) vertaling: Al eer leefde hij as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02980) opm.: 'geen vertaling'
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02980) vertaling: Gieniene mag het zieien, dat ik vind dat ie het ok niet mugt
opm.: 'dat' i.p.v. 'dus'
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02980) vertaling: Het gebeurde doe aj weggungen
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02980) vertaling: ik weet woor of ie geboren bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02980) vertaling: non aj klaor bint mug ie gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev. nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02980) vertaling: Deurdat Marie overleden was, hef heur Anna niet mèer helpen kund
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02980) vertaling: ik weet dat e hen zwömmen is
opm.: 'ofschoon ik vier maal ja omcirkeld heb, geef ik hier de echt Drentse vorm, maar ik vrees dat dat hard aan het verdwijnen is.'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02980) vertaling: d: ik weet dat hij gaon zwömmen is
opm.: 'ofschoon ik vier maal ja omcirkeld heb, geef ik hier de echt Drentse vorm, maar ik vrees dat dat hard aan het verdwijnen is.'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02980) vertaling: d: ik weet dat hij gaon zwömmen is
opm.: 'ofschoon ik vier maal ja omcirkeld heb, geef ik hier de echt Drentse vorm, maar ik vrees dat dat hard aan het verdwijnen is.'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02980) vertaling: ik weet dat e hen zwömmen is
opm.: 'ofschoon ik vier maal ja omcirkeld heb, geef ik hier de echt Drentse vorm, maar ik vrees dat dat hard aan het verdwijnen is.'
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02980) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02980) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02980) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02980) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02980) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02980) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02980) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02980) vertaling: wel dat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02980) vertaling: wel dat
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02980) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02980) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02980) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02980) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02980) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02980) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02980) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02980) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02980) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02980) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02980) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 02980) opm. inf.: onze kleindochter uit Amsterdam (20 jr) zegt: "het is hem zijn schuld"
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel as (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel as (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel as (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: wel as (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: wel as (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: wel as (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die ik (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: van wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: van wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die ik (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die ik (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: van wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: die ik (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: van wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02980) fragment: wel (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02980) fragment: waor met (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02980) fragment: met wel (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02980) fragment: met wel (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02980) fragment: waor met (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02980) fragment: wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02980) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02980) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02980) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02980) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02980) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02980) fragment: wel as (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02980) fragment: wel as (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02980) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: wat as (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02980) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02980) fragment: die ? (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02980) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02980) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02980) fragment: die ? (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02980) fragment: wel heur (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02980) vertaling: Piet deinkt dat Jan en Marie op elkenien kwaod bint
betekenis: geen negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02980) vertaling: Piet deinkt dat Jan en Marie op elkenien kwaod bint
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02980) vertaling: Wim deinkt dat we nooit hielemaol gien pries geeft
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02980) vertaling: Wim deinkt dat we nooit hielemaol gien pries geeft
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02980) vertaling: het is waor dat ze niet met Margje proten mugt
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02980) vertaling: het is waor dat ze niet met Margje proten mugt
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02980) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02980) vertaling: gieniene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02980) vertaling: nooit (een keer)
opm.: 'de toevoeging bevat meer klem'
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02980) vertaling: onmeugelijk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02980) vertaling: het roogien en de vèerze
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02980) vertaling: het roogien en de vèerze
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02980) vertaling: die as van meitied kalfd hebt
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02980) vertaling: die as van meitied kalfd hebt
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02980) vertaling: vertel hum niet dat ik hen boeten wèest heb(be)
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02980) vertaling: niet vertellen daj een kadogien veur hum kaoft hebbe heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02980) vertaling: wus ie niet dat hij / e vallen is
opm.: '"weet ie niet" kan theoretisch ook wel maar ik kan mij niet veurstellen dat men de vraag zo inkleedt, maar misschien hangt dit toch af van de situatie. Ik kan het mij in het Nederlands ook niet goed voorstellen.'
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02980) vertaling: Wendy perbeerde um gieniene zèer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02980) vertaling: het liekt (wal) dat ze niks eten mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02980) vertaling: het liekt (wal) dat ze niks eten mag
opm.: 'hetzelfde'
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02980) vertaling: ze perbeert de hiele dag al um mekaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02980) vertaling: het liekt wal een mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: 't Is misschien beter um 't nog even an te zien
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: 't Is misschien beter um 't nog even an te zien
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: ... nog even te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: ... nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02980) vertaling: wij hebt hum gelukkig daolijk vunden
000 (z05opm) (inf. 02980) opm. inf.: oude mensen gebruikten voor proberen ook wel het woord "bezeuken". Kan dat iets met het Duitse "versuchen" te maken hebben?
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02980) vertaling: As de hoender een valke zeet zint ze bang (ouderwets)
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02980) vertaling: As de hoender een valke zeet zint ze bang (ouderwets)
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02980) vertaling: As de kippen een valk ziet bint ze bang (tegenwoordige)
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02980) vertaling: As de kippen een valk ziet bint ze bang (tegenwoordige)
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02980) vertaling: as wij de èerpel niet verkopen kunt, zit wij in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02980) vertaling: as ie (met mekaar) hum met neemt, wor ik hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02980) vertaling: hij wus het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02980) vertaling: op dit feest zult ze vaak dansen
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02980) vertaling: non verkoopt ze allien nog maor brood in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02980) vertaling: As hij op de fiets komp, zal e wal laat wezen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02980) vertaling: Aj 't an tied hebt, kom dan ies een keer an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02980) vertaling: As ik riek bin, gao ik een dure auto kopen
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02980) vertaling: ... koop ik een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02980) vertaling: ... koop ik een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02980) vertaling: As ik riek bin, gao ik een dure auto kopen
000 (z06opm) (inf. 02980) opm. inf.: het is vaak moeilijk om het meest voorkomende te vinden
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02980) vertaling: ik weet dat ie het daon hebt
komt voor: j
opm.: dav 'doe is netjes, onderdanig, tegen vrouwen, ie is vrijer, ruwer'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02980) vertaling: ik weet datsdoe het daon hez
komt voor: j
opm.: dav 'doe is netjes, onderdanig, tegen vrouwen, ie is vrijer, ruwer'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02980) vertaling: ik weet datsdoe het daon hez
komt voor: j
opm.: dav 'doe is netjes, onderdanig, tegen vrouwen, ie is vrijer, ruwer'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02980) vertaling: ik weet dat ie het daon hebt
komt voor: j
opm.: dav 'doe is netjes, onderdanig, tegen vrouwen, ie is vrijer, ruwer'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02980) vertaling: ik weet datsdoe het daon hez
komt voor: j
opm.: dav 'doe is netjes, onderdanig, tegen vrouwen, ie is vrijer, ruwer'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02980) vertaling: ik weet dat ie het daon hebt
komt voor: j
opm.: dav 'doe is netjes, onderdanig, tegen vrouwen, ie is vrijer, ruwer'
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02980) vertaling: misschien krieg ik het wal
komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02980) vertaling: misschien krieg ik het wal
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02980) vertaling: duur ie der op houwen? drukken
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02980) vertaling: duur ie der op houwen? drukken
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02980) vertaling: duur ie hum te neugen (ouderwets)
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02980) vertaling: duur ie hum te neugen (ouderwets)
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02980) vertaling: duur ie ze te neugen (neugen is ouderwets)
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02980) vertaling: duur ie ze te neugen (neugen is ouderwets)
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02980) vertaling: hef Pol hier wèest?
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02980) vertaling: hef Pol hier wèest?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02980) vertaling: hoe hef Pol dat veur mekaar kregen
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02980) vertaling: hoe hef Pol dat veur mekaar kregen
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02980) vertaling: heb ie mij die breef stuurd
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02980) vertaling: heb ie mij die breef stuurd
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02980) vertaling: ik heb het hum geven
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02980) vertaling: zij leeft dizze week op water en brood
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02980) vertaling: zij leeft dizze week op water en brood
komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt een leedkien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt een leedkien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt een leedkien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt um een leedkien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt um een leedkien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt um een leedkien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie (datstoe) perbeerd hebt een leedkien te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie (datstoe) perbeerd hebt een leedkien te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie (datstoe) perbeerd hebt een leedkien te zingen.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02980) vertaling: Marie hef zèegd dat ie perbeerd hebt heur een book te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02980) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02980) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02980) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02980) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02980) vertaling: die leu van de stad, die hebt hier een boel (bult) hoezen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02980) vertaling: an die neie vaort, daor ziej gien mèens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02980) vertaling: Gistern hef (is?) Jan hier wèest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02980) vertaling: Die dag dat Jan beld hef, doe was ik niet in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02980) vertaling: Jef, die zul ik nooit vraogen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02980) vertaling: Marchien, die zul zuks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02980) vertaling: Bert, die drinkt wal ies (een glas?) te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02980) vertaling: Martha, die zul ik wal ies vraogen willen um ies bij oes te kommen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02980) vertaling: Dat hoes, dat zul ik nooit kopen
opm.: 'willen past hier niet bij'
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02980) vertaling: dat hoes dat steet daor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02980) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02980) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02980) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02980) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02980) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02980) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02980) vertaling: Hef Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02980) vertaling: pasterop
473 (z11b) En pas op! (inf. 02980) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 02980) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 02980) vertaling: pasterop
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02980) vertaling: het was net / krek good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02980) vertaling: Marjo hef non mèer koenen as dat ze vroeger haden
opm.: 'als dat'
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02980) vertaling: As Susanne kommen kund haar, dan haar ze dat daon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02980) vertaling: Zij is de beste die (as) ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02980) vertaling: veur daj wat votgooit moej even bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02980) vertaling: Hier is alles wat (as) ik kregen hebbe
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02980) vertaling: asof ie wat van voetballen weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02980) vertaling: Leeg deel dat book
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02980) vertaling: aj beslist niet wachten kunt kom dan maor
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
000 (z11opm) (inf. 02980) opm. inf.: Drenten hebben geen woord voor gierig (waorschijnlijk niet omdat ze dat allemaal zijn)
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02980) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter ropen kund haar
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02980) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter ropen kund haar
opm.: 'zie a'
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02980) vertaling: Hij zeei dat ik het doen moeten ha(ar)
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02980) vertaling: Hij zee(i) dat ik het daon hebben mus
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02980) vertaling: Hij is de vörrige week opereerd deur dokter Mertens
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02980) vertaling: Hij wordt mörgen opereerd deur dokter Mertens
000 (z12opm) (inf. 02980) opm. inf.: Dokter Mertens komt naar voren als de nadruk op hem valt. Als hij het doet en niet iemand anders
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02980) vertaling: Ik deink daj veul votgooien mussen
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02980) vertaling: Het is dom um zukke dure dingen vot te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02980) vertaling: Het is dom um zukke dure dingen vot te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02980) vertaling: Hij is doende alle kapotte spullen vot te gooien
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02980) vertaling: ik vind daj vaker lezen mussen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02980) vertaling: het is dom um in het donker te lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02980) vertaling: hij zit de hiele dag te lezen
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02980) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02980) vertaling: zo'n ding heb ik nog nooit zien
komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02980) vertaling: zo'n ding heb ik nog nooit zien
komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02980) vertaling: zo'n vrouw kuj maor beter niet tegen spreken
komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02980) vertaling: zo'n vrouw kuj maor beter niet tegen spreken
komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02980) vertaling: zo'n meins hef aaltied wat te klagen
komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02980) vertaling: zo'n meins hef aaltied wat te klagen
komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02980) vertaling: ie bint ok een rare
komt voor: n
opm.: 'In het Fries: jo binne in raren ien'
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02980) vertaling: ie bint ok een rare
komt voor: n
opm.: 'In het Fries: jo binne in raren ien'
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02980) vertaling: Robert hef ien grune appel votgeven en nou hef e nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02980) vertaling: er waren een koppel (een boel, een bult) meinsen op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02980) vertaling: war der veul volk op het feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02980) vertaling: wat veur boken hej kaoft?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02980) vertaling: wat veur boken hej kaoft?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02980) vertaling: wat veur boken hej kaoft?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02980) vertaling: wat veur boken hej kaoft?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02980) vertaling: hij vindt bij Marie
opm.: vindt?
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02980) vertaling: Hij woont bij Wilm
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02980) vertaling: Loop even hen de bakker, Wilm
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02980) vertaling: Wel hej zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02980) vertaling: Wel hef je zien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02980) vertaling: as ik dat wet haar dan haar ik het niet daon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: het zul beter wezen um nog even te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: het zul beter wezen um nog even te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: ie kunt beter nog even wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02980) vertaling: ie kunt beter nog even wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02980) vertaling: Gelukkig haar Jan de dokter beld en die was deral hiel gaauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02980) vertaling: Loop nou toch deur vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02980) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 5
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02980) komt voor: n
gebr.: 1
000 (z17opm) (inf. 02980) opm. inf.: datstoe is eigenlijk "dat doe" en is in geval van vertrouwelijkheid, familie e.d.

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Westerbork

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Westerbork