SAND-data Sellingen (G015p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02906) vertaling: J herinnert zuk dat verhoal wel.
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02906) vertaling: M en P zain mekoar veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02906) vertaling: T wast (of wasket) zuk.
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02906) vertaling: De t. hèt gain spiekers bie zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02906) vertaling: F. zag 'n slaange noast zuk
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02906) vertaling: E luit mie veur zuk waarken
opm.: 'r: praktisch geluidloos' reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02906) vertaling: J luit zuk mitdrieven (mitdriemn) op de golvm
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02906) vertaling: T. bekeek zukzulf es/us/ais goud in de spaigel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02906) vertaling: J het in twai minuten 'n biertje ('n glas bier) opdronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02906) vertaling: Dizze schoun(e)n loopm makkelk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02906) vertaling: E ken zukzulf goud.
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02906) vertaling: W. hèt heurd dat er foto's van hom in de etaloage stoan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02906) vertaling: Dei eerappels schillen nait makkelk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02906) vertaling: Dit glas brèkt as t op de grond vaalt.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02906) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02906) vertaling: Al joarn leefde van de aarvenis van zien voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02906) vertaling: Dizze weke leeft ze op wotter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02906) vertaling: Leeft-nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02906) vertaling: Hou laank leemn ie nou al van dei aarvenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02906) vertaling: In Bretanje leemn ze veuraal van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02906) vertaling: Noa t eetn goa k sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02906) vertaling: Zol ik dat wel doun kenn
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02906) vertaling: Hai löt zien hoes ofbreekn
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02906) vertaling: nieuw Grn: Ik wait dat J. haard waarkn mot kennen
komt voor: n
opm.: 'de o in mot uitspreken als hok van het leesplankje'
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02906) vertaling: nieuw Grn: Ik wait dat J. haard waarkn mot kennen
komt voor: n
opm.: 'de o in mot uitspreken als hok van het leesplankje'
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat J. haard waa(r)ken kennen mot
komt voor: n
opm.: 'de o in mot uitspreken als hok van het leesplankje'
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat J. haard waa(r)ken kennen mot
komt voor: n
opm.: 'de o in mot uitspreken als hok van het leesplankje'
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat J. haard waa(r)ken kennen mot
komt voor: n
opm.: 'de o in mot uitspreken als hok van het leesplankje'
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02906) vertaling: nieuw Grn: Ik wait dat J. haard waarkn mot kennen
komt voor: n
opm.: 'de o in mot uitspreken als hok van het leesplankje'
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02906) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02906) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02906) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
opm.: 'nieuw gronnigs'
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
opm.: 'nieuw gronnigs'
000 (x03opm) (inf. 02906) opm. inf.: Invloed van de diverse dialectcursussen die her en der in de prov. worden gegeven
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02906) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02906) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02906) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02906) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02906) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02906) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02906) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02906) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02906) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02906) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02906) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02906) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02906) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02906) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02906) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02906) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02906) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02906) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02906) vertaling: J hèt gain ain bouk meer
opm.: 'klemtoon op ain'
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02906) vertaling: J hèt gain bouk meer
opm.: 'klemtoon op hèt'
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02906) vertaling: Bouken hèt Jan nait
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02906) vertaling: J. hèt nait veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02906) vertaling: Der mag gainend (gain mens) over dit probleem proat(e)n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02906) vertaling: Der mag gainend (gain mens) over dit probleem proat(e)n
opm.: 'zie e'
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02906) vertaling: Gain aine zègt dat e komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02906) vertaling: Zitten hier aargns woar moez(e)n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02906) vertaling: Ik geef niks aan n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02906) vertaling: Gain aine (gain mens) wil waarkn
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02906) vertaling: Wie wuzzen nait date in hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02906) vertaling: Ik wus 't ook nait
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02906) vertaling: Hai mag mit gain aine (gain mens) over dit probleem proat(e)n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02906) vertaling: Jan wait dat e de woagen veur drei uur moakt hebben mot
opm.: 'mot uitspreken als hok'
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02906) gebr.: 1,2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02906) gebr.: 1,2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02906) gebr.: 1,2
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02906) gebr.: 1,2
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02906) gebr.: 1,2
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02906) vertaling: Meries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02906) vertaling: Marie heur auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02906) vertaling: Piet zien auto is kepot
opm.: 'Piets auto klinkt niet goed'
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02906) vertaling: P. zien auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02906) opm.: vraag doorgestreept
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02906) vertaling: Dei man zien auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02906) vertaling: Dei auto is nait van mie, mor van hom
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02906) vertaling: De kraante van guster ligt onder de T.V. (televisie)
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02906) vertaling: Jan is K en K heur bruiertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02906) vertaling: Dei jongens heur fietsn bin stooln
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02906) vertaling: Dei susters heur mouder (moetje; moeke, mamme) is der op vesite
opm.: locatief/expletief er
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02906) vertaling: Dei auto is Willm zienent (de)
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02906) vertaling: Dei fietse is mienent (de)
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02906) vertaling: Hai mag mit gain mens over dit probleem proaten
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02906) vertaling: Ik wil gain aine kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02906) vertaling: 't Is jammer dat wie nait koomn meugen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02906) vertaling: Dat goa k nait doun
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02906) vertaling: Dat dou k nait
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02906) vertaling: Dat dou k nait
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02906) vertaling: Dat goa k nait doun
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02906) vertaling: 'k Heb nait waarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02906) vertaling: Hai haart nog mor nèt vertèld of M begon te schraivm
opm.: 'hoelen kan ook, maar dan denkt een Gron. aan een sirene of een vos of wolf'
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02906) vertaling: Goa dei bestelln nou mor ophoalen.
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02906) vertaling: Hai waa(r)kt nait
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02906) vertaling: Ik verbai die om hier te koomn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02906) vertaling: J. verhinderde / huil tegen da(t) we Marie bell(d)n
opm.: 'd in belldn is niet te horen'
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: veur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: 't in- ('de mais van het land' is doorgestreept) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: 't in- ('de mais van het land' is doorgestreept) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: veur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: veur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: 't in- ('de mais van het land' is doorgestreept) (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: veur (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02906) fragment: 't in- ('de mais van het land' is doorgestreept) (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02906) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02906) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02906) fragment: veur 't (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02906) fragment: veur 't (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02906) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02906) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02906) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02906) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02906) fragment: as (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02906) fragment: te (1)
opm.: 'in hoes te wezen' i.p.v. 'thuis ... zijn'
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02906) fragment: te (1)
opm.: 'in hoes te wezen' i.p.v. 'thuis ... zijn'
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02906) fragment: (2)
opm.: 'in hoes te wezen' i.p.v. 'thuis ... zijn'
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02906) fragment: (2)
opm.: 'in hoes te wezen' i.p.v. 'thuis ... zijn'
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02906) fragment: as dat (1)
opm.: voegwoord na 'als'
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02906) fragment: as (1)
opm.: 'bin' of 'binnen' i.p.v. 'zijn'
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02906) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02906) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02906) fragment: as (1)
opm.: 'net zo old' i.p.v. 'even oud'
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: wat te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: wat te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: aal mor te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: aal mor te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: aal mor te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02906) fragment: wat te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02906) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02906) fragment: ? Do wie aankwamm regende 't (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02906) fragment: dat J zee dat e mitgoan wol (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02906) fragment: (1)
opm.: 'net of' i.p.v. 'of'
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02906) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat ie op gain mens kwoad bin (binnen)
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat zai naargns grootsk op is.
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02906) vertaling: E. denkt dat 't nait makkelk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat ik te loat binen doe nait
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02906) vertaling: Doe waist toch das(t=d)oe waarkn most en ik nait
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02906) vertaling: Ieder (elk en aine) denkt dat wie noar hoes goan en dat zai nog blievm meugen.
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02906) vertaling: 't Is jammer dat hai komt en (dat) zai weggaait.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02906) vertaling: Ik denk dat Lisa zaik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02906) vertaling: Ik denk dat P en Lieske trauwn goan
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02906) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02906) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02906) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02906) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02906) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02906) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02906) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02906) komt voor: j
opm.: 'jô, dat dudde
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02906) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02906) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02906) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02906) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02906) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02906) komt voor: j
opm.: nee hai slöpt niet
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02906) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02906) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02906) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02906) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02906) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02906) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02906) fragment: woar de [moeder] van (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02906) fragment: woar de [moeder] van (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02906) fragment: dei zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02906) fragment: dei zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02906) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02906) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02906) fragment: dei (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02906) fragment: dei (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02906) fragment: - (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02906) komt voor: j
fragment: dei (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02906) komt voor: j
fragment: dei (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02906) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02906) fragment: dei (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02906) fragment: doar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02906) fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02906) fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02906) fragment: doar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02906) fragment: do (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02906) fragment: do (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02906) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02906) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02906) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02906) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02906) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02906) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02906) fragment: dei (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02906) fragment: dei (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02906) vertaling: Wat denkst wèl ik in de stad tegen koomn bin
opm.: geen subjectpronomen
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02906) vertaling: Wat denk(e)n ie hou ze 't oplöst hebben
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02906) vertaling: Hou denkst dat ze 't oplöst hebben
opm.: geen subjectpronomen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02906) vertaling: M wait nait wel wie opbelln willen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02906) vertaling: Wait er aine wel of da(t) we roupen hebben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02906) vertaling: Wel denkst dat ik in d stad tegen koomn bin
opm.: geen subjectpronomen
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02906) vertaling: Wel denkst dat ik in d stad tegen koomn bin
opm.: 'zie f'
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02906) vertaling: Hai hèt zien hannen wossen (wasket)
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02906) vertaling: Hai hèt zien hemd wasket (wossen)
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02906) vertaling: Hai hèt n houd op ('t kop)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02906) vertaling: Hai hèt n vlekke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02906) vertaling: Hai hèt zien bain brookn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02906) vertaling: Zai hèt zuk zeer doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02906) vertaling: M trok d deken noar zuk tou
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02906) vertaling: L wait dat er foto's van homzulf te koop bin.
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02906) vertaling: Doe herinnerst die toch wel, da we do deur dat bos hên loopn bin
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02906) vertaling: Ik herinner mie dat de auto van M kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02906) vertaling: Zai herinnert zuk, date as n swien zat te vreten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02906) vertaling: Wie herinnern ons wel dat ále bouken van Jan stooln warren, mor zai herinnern 't zuk nait
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02906) vertaling: Herinnern ie joe nog, da we J op 't maart zain hebben
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02906) vertaling: Hai hèt zuk n ongeluk waa(r)kt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02906) vertaling: Hai vuilde zuk deur 't ies zakkn
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02906) vertaling: j: zol e dat doun kènd hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02906) vertaling: a: zol e dat doan hebbn kènd
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02906) vertaling: a: zol e dat doan hebbn kènd
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02906) vertaling: j: zol e dat doun kènd hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02906) fragment: kènd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02906) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02906) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02906) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02906) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02906) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02906) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02906) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02906) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02906) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3,4
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02906) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02906) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02906) vertaling: Wie moutn noar 't schure en vouern de koijen
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02906) vertaling: Wie moutn noar 't schure en vouern de koijen
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02906) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02906) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02906) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02906) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02906) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02906) vertaling: ... en hom mitneemn
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02906) vertaling: M aal heur koijen bin verdronken bie d overstroomn
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02906) vertaling: M aal heur koijen bin verdronken bie d overstroomn
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02906) vertaling: Keze moaken doar wait ik niks van
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02906) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02906) vertaling: Ik heb al de drie eerste somm moakt. Welken hest doe moakt
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02906) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02906) vertaling: Zuksen duur ik nait op eetn
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02906) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat Jan noar t maa(r)t west hèt
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat Jan noar t maa(r)t west hèt
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02906) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02906) vertaling: Ik heb hail wat loopn doan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02906) vertaling: Ik heb hail wat loopn doan
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02906) vertaling: Ik wor nou mui, dat ik hol der mor mit op
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02906) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02906) vertaling: De schilder is hier west te schildern
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02906) vertaling: De schilder is hier west te schildern
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02906) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02906) vertaling: In dei tied leefd ik ter op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02906) vertaling: Vrouger leefd hai as n baist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02906) vertaling: Doar leefden wie as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02906) vertaling: Gain mens mag 't zain, dus ik vin dastoe 't ook nait zain magst
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02906) vertaling: 't Gebeurde do stoe weggingst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02906) vertaling: Ik wait woar st geboorn bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02906) vertaling: Noust kloar bist, magst goan
opm.: geen subjectpronomen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02906) vertaling: Deurdat M. oet tied koomn was, hèt heur man A. nait meer helpen kend
opm.: wat is 'oet'?
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat e zwemmn goan is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02906) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02906) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02906) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02906) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02906) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02906) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02906) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02906) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02906) vertaling: Wel dat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02906) vertaling: Wel dat
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02906) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02906) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02906) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02906) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02906) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02906) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02906) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02906) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02906) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02906) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02906) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02906) fragment: dei (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02906) fragment: dei (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02906) fragment: woarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02906) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02906) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02906) fragment: woarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02906) fragment: dei (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02906) fragment: dei (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02906) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02906) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02906) fragment: woar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02906) fragment: dei (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02906) fragment: woar ik (1)
opm.: 'ik' in voorgedrukte zin doorgestreept
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02906) fragment: woar ik (1)
opm.: 'ik' in voorgedrukte zin doorgestreept
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02906) fragment: (2)
opm.: 'ik' in voorgedrukte zin doorgestreept
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02906) fragment: (2)
opm.: 'ik' in voorgedrukte zin doorgestreept
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02906) fragment: dei (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02906) fragment: dei (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02906) fragment: dei (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02906) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02906) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02906) fragment: dei (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02906) fragment: dei (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02906) fragment: wel (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02906) fragment: dei heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02906) fragment: dei heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02906) fragment: van wel de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02906) fragment: van wel de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02906) vertaling: Piet denkt dat J en M op gain aine kwoad bin
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02906) vertaling: Piet denkt dat J en M op gain aine kwoad bin
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02906) vertaling: W. denkt dat wie nooit gainen(td) n pries geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02906) vertaling: W. denkt dat wie nooit gainen(td) n pries geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02906) vertaling: 't Is woar dat ze nait mit Merie proaten meugen
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02906) vertaling: 't Is woar dat ze nait mit Merie proaten meugen
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02906) vertaling: naargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02906) vertaling: Gain aine of gain mens
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02906) vertaling: As Poaske en Pinkster op ain dag vaaln
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02906) vertaling: vaierkante blokjes dei in t ronde liggen
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02906) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02906) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02906) vertaling: vaierkante blokjes dei in t ronde liggen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02906) vertaling: Gain aine
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02906) vertaling: Hai hèt nait molken
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02906) vertaling: Hai hèt nait molken
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02906) vertaling: Gain aine
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02906) vertaling: Zeg hom nait ...
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02906) vertaling: Zeg nait tegen hom da'k op (noa) boeten west bin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02906) vertaling: Zeg nait tegen hom da'k op (noa) boeten west bin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02906) vertaling: Zeg hom nait ...
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02906) vertaling: Nait vertèlln dast n kedo veur hom kocht hest, heur
opm.: voegwoordvervoeging 2.ev.; geen subjectpronomen
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02906) vertaling: Waist nait dat e vaaln is?
opm.: geen subjectpronomen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02906) vertaling: W. pebaierde om gain mens zeer te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02906) vertaling: 't Schient dat ze niks eetn mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02906) vertaling: Zai schient niks eetn te meugn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02906) vertaling: Zai pebaiern al de haile dag om mekoar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02906) vertaling: 't Belooft weer n mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02906) vertaling: 't Is misschien beter om nog eevm te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02906) vertaling: Wie haddn / harrn 't geluk om hom direkt weer te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02906) vertaling: As de houner n vaalke zain, bin ze baange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02906) vertaling: As we de eerappels nait verkoopn kennen, zit v/we in de probleemn
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02906) vertaling: As ie hom nait mitneemn wor k woad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02906) vertaling: Hai wust
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02906) vertaling: Op dit feest wo(r)dt veul danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02906) vertaling: Nou wort er allen(n)og mor brood verkocht in dei winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02906) vertaling: As e op fietse komt, zel e wel loat weezn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02906) vertaling: Ast (t)ied hest, kom den es n keer langs
opm.: 't' als subjectpronomen
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02906) vertaling: As ik ziek bin, koop ik n dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02906) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02906) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02906) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02906) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02906) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02906) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02906) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02906) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02906) vertaling: Ik heb hom 't geevn
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02906) vertaling: Ik heb hom 't geevn
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02906) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02906) vertaling: M. hèt zègd dastoe pebaaierd hest n laidje te zingen
opm.: 'das(td)oe: praktisch niet hoorbaar of het een t of d is.'
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02906) vertaling: Merie hèt zègd das(td)oe n laidje perbaierd hest te zingen
opm.: 'das(td)oe: praktisch niet hoorbaar of het een t of d is.'
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02906) vertaling: M. hèt zègd dastoe pebaaierd hest n laidje te zingen
opm.: 'das(td)oe: praktisch niet hoorbaar of het een t of d is.'
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02906) vertaling: Merie hèt zègd das(td)oe n laidje perbaierd hest te zingen
opm.: 'das(td)oe: praktisch niet hoorbaar of het een t of d is.'
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02906) vertaling: Merie hèt zègd das(td)oe pebaierd hest heur n bouk te geevm
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02906) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02906) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02906) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 2
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02906) vertaling: Dei van de stad, dei hebbm hier veul hoezen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02906) vertaling: Aan dei neie voart, doar zai je gain mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02906) vertaling: Soms nog: Guster hèt Jan hier west
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02906) vertaling: Guster is Jan hier west
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02906) vertaling: Guster is Jan hier west
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02906) vertaling: Soms nog: Guster hèt Jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02906) vertaling: De dag dat Jan bèlde, was ik nait in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02906) vertaling: J, dei zol ik nooit nuig(e)n
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02906) vertaling: M, dei zol zowat nooit doun
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02906) vertaling: B, dei drinkt wel es n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02906) vertaling: M, dei zo k wel eens hier bie mie (in hoes) nuigen willen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02906) vertaling: Dat hoes (dat) zok nooit koopm willn
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02906) vertaling: Dat hoes, dat staait er (doar) al vieftig joar
000 (z09opm) (inf. 02906) opm. inf.: De uitspraak van en houdt het midden tussen een n en m
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 2
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 2
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02906) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02906) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02906) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02906) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02906) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02906) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02906) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02906) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02906) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02906) vertaling: Hèt G bèld
473 (z11b) En pas op! (inf. 02906) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02906) vertaling: 't Was mor nèt goud genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02906) vertaling: M. het nou meer koijen as ze vrouger har
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02906) vertaling: As S koom kent har, den har ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02906) vertaling: Zai is de beste dokter, dei(k)ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02906) vertaling: Veur st wat weggooist, most eevm bellen
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02906) vertaling: Hier is alles wa k regen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02906) vertaling: J is te gierig (grobsk) om wat aan de kinner te geevm
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02906) vertaling: As of stoe wat van voetballn waist
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02906) vertaling: Dat bouk, lèg hèn
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02906) vertaling: Ast echt nait wachtn kenst, kom den mor.
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev. 'As't echt nait wachtn kenst betekent in 't Gron. dat je geen tijd hebt (en dan maar niet moet/hoefde (te) komen'
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat J de dokter roupen kend har
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02906) vertaling: Ik wait dat J de dokter roupen hebben kon
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02906) vertaling: Hai zee dat ik dat doun motten har
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02906) vertaling: Hai zee dat ik 't doan hebben mos
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02906) vertaling: Hai is veurige weke deur dokter M. opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02906) vertaling: Hai wo(r)dt mörn deur dokter M. opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02906) vertaling: Ik denk dast veul weggooien mouten zolst
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02906) vertaling: 't Is dom om zukse dure dingen weg te gooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02906) vertaling: Hai is a(a)le kepotte spulln aan 't weg(g)ooien
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02906) vertaling: Ik vin dast voaker de kraante zost motten leezn
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02906) vertaling: 't Is dom om in 't donker de kraante te leezn
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02906) vertaling: Hai is de haile dag de kraante aan 't leezn
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02906) fragment: deur (1)
000 (z14opm) (inf. 02906) opm. inf.: Tussenvoegsel niet bekend
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02906) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02906) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02906) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02906) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02906) vertaling: R hèt ain gruine appel weggeevm en nou hèt e nog twei roden
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02906) vertaling: Der warrn veul (n beult; n baarg) mensen op t feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02906) vertaling: Warrn der n baarg mensen op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02906) vertaling: Wat veur boukn hest kocht
opm.: (ii) is hetzelfde als (i) 'vroeger ook wel 'koft''
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02906) vertaling: Hai woont bie Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02906) vertaling: Hai woont bie Wilm
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02906) vertaling: Loop eevm noa de bakker, W.
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02906) vertaling: Wèl hest zain?
opm.: geen subjectpronomen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02906) vertaling: Wel hèt (td) zain
opm.: pronomenincorporatie?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02906) vertaling: Ha(r i)k dat waiten, den hakt nait doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02906) vertaling: 't Zol beter wezen om nog eevm te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02906) vertaling: Gelukkig hèt J (de) dokter beld en dei was d'er al hail gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02906) vertaling: Loop nou toch deur, vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02906) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02906) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02906) komt voor: j
gebr.: 3
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02906) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02906) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02906) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Sellingen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Sellingen