SAND-data Eerste Exloermond (G013a)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03558) vertaling: Jan erinnert zich dat verhoal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03558) vertaling: Marie enPieter zaag'n mekoar veur de kèrke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03558) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03558) vertaling: De timmerman het gain spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03558) vertaling: Fons zag 'n slange noast zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03558) vertaling: Erik lait mie veur zich/hom waak'n
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03558) vertaling: Johanna luit zich mitdriev'n op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03558) vertaling: Toon bekeek zichzulf/homzulf es goud in spaigel
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03558) vertaling: Jan het in twai minuut'n 'n pilsie dronk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03558) vertaling: Dizze schoun loop'n mak'lijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03558) vertaling: Eduard kin zichzulf goud
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03558) vertaling: Ward het heurt datter foto's van homzulf in etalage stoan
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03558) vertaling: Dai eerappels schil'n nait mak'lijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03558) vertaling: Dit glas brekt az'e op (d') grond voalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03558) vertaling: Dokter , leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03558) vertaling: Al joar'n leef'de van dáafenis van zien pa/voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03558) vertaling: Dizze week leef ze op woater en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03558) vertaling: Leeft' nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03558) vertaling: Houlaank leev'je nou al van dai aafenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03558) vertaling: In Bretagne leev'n ze veural van visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03558) vertaling: Noa 't eet'n goa'k sloap'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03558) vertaling: Zol'k dat wel kin'n doun?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03558) vertaling: Hij luit zien (h)uus oafbreek'n.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03558) vertaling: Ik wait dat Jan haard waak'n mot kin'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03558) vertaling: Ik wait dat Jan haard waak'n mot kin'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03558) vertaling: Ik wait dat Jan haard waak'n mot kin'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
000 (x03opm) (inf. 03558) opm. inf.: het is moeilijk om de juiste werkwoordvolgorde aan te geven. De werkw-volgorde in het Nederlands speelt hier parten (zie ook vragenlijst deel 2, blz 7 en 10)
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03558) vertaling: Jan (h)et gainain bouk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03558) vertaling: 'en' n.v.t
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03558) vertaling: Bouk'n het Jan nait
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03558) vertaling: nvt 'en'
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03558) vertaling: nvt
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03558) vertaling: nvt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03558) vertaling: nvt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03558) vertaling: Zit'n hier naargn's gain moez'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03558) vertaling: nvt
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03558) vertaling: nvt
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03558) vertaling: nvt
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03558) vertaling: nvt
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03558) vertaling: nvt
000 (x05opm) (inf. 03558) opm. inf.: nergens = naargn's of naams (h)
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03558) vertaling: Jan wait datte veur drai uur de woag'n moakt mot hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 2
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 2
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03558) vertaling: Maries auto is stukkent/kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03558) vertaling: D'auto van Marie is stukkent
opm.: prenominale genitief possessief pronomen: n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03558) vertaling: Piet zien auto is stukkent
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03558) vertaling: Piet zien auto is stukkent
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03558) vertaling: D'auto van dai man is stukkent
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03558) vertaling: Dai man zien auto is stukkent
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03558) vertaling: Dai auto is nait van mie mor van hom
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03558) vertaling: De kraande van gustern ligt onder televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03558) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breuertje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03558) vertaling: Dai jongens heur fietsen binnen stool'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03558) vertaling: ?
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03558) vertaling: Dai auto is Wim zien(en)t
opm.: predicatief gebruikte possessieve genitief pronomen
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03558) vertaling: Dai fiets is mient
opm.: predicatief gebruik possessieve genitief '-t'
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03558) vertaling: Hai mag mit gainaine proaten over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03558) vertaling: Ik wil gainaine pien doun of zeer doun
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03558) vertaling: nvt
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03558) vertaling: nvt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03558) vertaling: nvt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03558) vertaling: nvt
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03558) vertaling: nvt
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03558) vertaling: nvt
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03558) vertaling: nvt
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03558) vertaling: nvt
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03558) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03558) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03558) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03558) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03558) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03558) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03558) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03558) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03558) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03558) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03558) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03558) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03558) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03558) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03558) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03558) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03558) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03558) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03558) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03558) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03558) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03558) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03558) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03558) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03558) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03558) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03558) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03558) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03558) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03558) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03558) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03558) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03558) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03558) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03558) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03558) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03558) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03558) vertaling: Ik wait dat joe op gainaine kwoad binn'n
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03558) vertaling: Ik wait dat zij naagn's/naams tros op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03558) vertaling: Els denkt dattet nait mak'lijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03558) vertaling: Ik wait dat ik te loat bin en doe nait
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03558) vertaling: Doe waist toch dastoe most waak'n en ik nait
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03558) vertaling: Elkenaine denkt dat wie noar (h)uus goan en dat zij nog mag'n bliev'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03558) vertaling: 't Is jammer dat ij komt en dat zij votgait
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03558) vertaling: Ik denk dat Lisa zaik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03558) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje goan trouw'n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03558) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03558) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03558) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03558) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03558) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03558) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03558) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03558) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03558) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03558) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03558) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03558) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03558) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03558) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03558) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03558) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03558) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03558) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03558) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03558) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03558) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03558) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03558) fragment: welk zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03558) fragment: welk zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03558) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03558) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03558) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03558) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03558) fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03558) komt voor: j
fragment: welk (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03558) komt voor: j
fragment: welk (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03558) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03558) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03558) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03558) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03558) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03558) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03558) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03558) komt voor: n
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03558) komt voor: n
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03558) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03558) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03558) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03558) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03558) vertaling: Wat denkst doe wel 'k in stad teegnkom'n bin?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03558) vertaling: Wat denk'n joe hou ze 't oplöst hem'n?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03558) vertaling: Hou denkst dat ze't oplöst hem'n?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03558) vertaling: Magda wait nait wel (dat) wie bel'n wil'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03558) vertaling: Wait aine wel (dat) wie roup'n hem'n
opm.: ingebedde WH + 'dat'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03558) vertaling: wel denkst doe wel ik instad teegnkom'n bin? ben
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03558) vertaling: wel denkst doe dei ik in stad teeg'nkom'n bin?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03558) vertaling: Hai het zien (h)and'n was'n (wos'n)
opm.: possessief pronomen optioneel
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03558) vertaling: Hai het d'(h)and'n was'n (wos'n)
opm.: possessief pronomen optioneel
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03558) vertaling: Hai het d'(h)and'n was'n (wos'n)
opm.: possessief pronomen optioneel
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03558) vertaling: Hai het zien (h)and'n was'n (wos'n)
opm.: possessief pronomen optioneel
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03558) vertaling: Hij het zien (h)emd was'n (wos'n)
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03558) vertaling: Hij het 'n (h)out op kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03558) vertaling: Hij het 'n vlekke in 't (h)emd/zien (h)emd
opm.: possessief pronomen optioneel
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03558) vertaling: Hij het 't bain brook'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03558) vertaling: Zij het zich zeer doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03558) vertaling: Marie trok deek'n noar heur tou
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03558) vertaling: Luc wait datter foto's van homzulf te koop bin'n
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03558) vertaling: Doe (h)erinnerstie toch wel dat wie toun deur 't bos loop'n bin'n?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03558) vertaling: 'k (h)erinner mie dat d'auto van Marie stukkent was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03558) vertaling: Zij erinnert zich dadde as 'n zwien zat te eet'n
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03558) vertaling: Wie erinneren ons wel dat Jan zien bouk'n allemoal stool'n waar'n, moar zij erinnern 't zich nait
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03558) vertaling: Erinneren joe joe nog dat wie Jan op d'maarkt zain heb'n?
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03558) vertaling: Hij et zich n'ongeluk waarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03558) vertaling: Hij vuilde dadde deur 't ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03558) vertaling: Zolle dat doan kint heb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03558) vertaling: Zolle dat doan kint heb'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03558) vertaling: Zolle dat doan heb'n kint
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03558) vertaling: Zolle dat doan heb'n kint
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03558) fragment: kint (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03558) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03558) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03558) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03558) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03558) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03558) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03558) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03558) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03558) vertaling: Marie al heur koi'n bin'n verdronk'n bie d'overstroming
komt voor: n
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03558) vertaling: Marie al heur koi'n bin'n verdronk'n bie d'overstroming
komt voor: n
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03558) vertaling: Keeze moak'n waik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03558) vertaling: Keeze moak'n waik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03558) vertaling: Jan ben'k met noar d'maarkt west
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03558) vertaling: Jan ben'k met noar d'maarkt west
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03558) vertaling: 'k Heb al d'eerste drai som'n moakt. Welke hestoe moakt?
opm.: welke zonder de
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03558) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03558) vertaling: Zuksen/zukken zol'le nait duur'n/duuv'n opeet'n
komt voor: j
opm.: zonder de (dav)
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03558) vertaling: Zuksen/zukken zol'le nait duur'n/duuv'n opeet'n
komt voor: j
opm.: zonder de (dav)
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03558) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03558) vertaling: 'k Wait dat Jan noar d'maarkt west het
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03558) vertaling: 'k Wait dat Jan noar d'maarkt west het
komt voor: j
000 (y06opm) (inf. 03558) opm. inf.: h is een twijfelgeval, l is niet duidelijk
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03558) vertaling: lopens kwam 'k hom teeg'n
komt voor: j
opm.: twijfelgeval adverbiaal gebruikt tegenwoordig deelwoord
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03558) vertaling: lopens kwam 'k hom teeg'n
komt voor: j
opm.: twijfelgeval adverbiaal gebruikt tegenwoordig deelwoord
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03558) vertaling: 'k heb huil wat loop'n (doan)
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03558) vertaling: 'k heb huil wat loop'n (doan)
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03558) vertaling: Ik word nou mui, dat ik (h)ol d'er mor met op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03558) vertaling: Ik word nou mui, dat ik (h)ol d'er mor met op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03558) vertaling: Hij dee zich veur dat e net uut bèrre kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03558) vertaling: Hij dee zich veur dat e net uut bèrre kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03558) vertaling: De schilder is (h)ier west te schildern
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03558) vertaling: De schilder is (h)ier west te schildern
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03558) vertaling: Gaist noar huus dinkst?
komt voor: j
opm.: niet helemaal zeker: deze verbogen vorm van denken komt ook wel eens in deze lijst in een gewone zin voor zonder subjectpronomen, dat er dus misschien gewoon aan geclitict is.
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03558) vertaling: Gaist noar huus dinkst?
komt voor: j
opm.: niet helemaal zeker: deze verbogen vorm van denken komt ook wel eens in deze lijst in een gewone zin voor zonder subjectpronomen, dat er dus misschien gewoon aan geclitict is.
000 (y07opm) (inf. 03558) opm. inf.: dit zijn m.i. typisch Groningse uitdrukkingen
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03558) vertaling: In dai tied leefde 'k dr' op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03558) vertaling: Vrouger leefde as 'n beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03558) vertaling: Doar leevden / leefden wie as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03558) vertaling: Gainaine mag 't zain, dus doe ook nait
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03558) vertaling: 't Gebeurde dou stoe / toun stoe votgingst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03558) vertaling: Ik wait woar (of) stoe geboor'n bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03558) vertaling: Nou'st kloar bist, magst votgoan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03558) vertaling: Deurdat Marie overleed'n was, het heur man Anna nait meer help'n kint
000 (y08opm) (inf. 03558) opm. inf.: leefde en leevde kan allebei (a,b,c)
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03558) vertaling: 'k wait dadde zwem'n goan is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 3
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03558) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03558) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03558) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03558) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03558) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03558) vertaling: Met zuk weer kist nait veul doun
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03558) vertaling: Met zuk weer kist nait veul doun
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03558) vertaling: As 't kermis is kom'n mins'n noar boet'n
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03558) vertaling: As 't kermis is kom'n mins'n noar boet'n
komt voor: j
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03558) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03558) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03558) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03558) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03558) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03558) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03558) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03558) vertaling: Met hom aan 't waark mos zij d'haile dag tuusbliev'n
komt voor: j
opm.: aan-het-infinitief als predicaat in absolute 'met'
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03558) vertaling: Met hom aan 't waark mos zij d'haile dag tuusbliev'n
komt voor: j
opm.: aan-het-infinitief als predicaat in absolute 'met'
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03558) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: wie (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: wie (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03558) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: dat ze hem (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03558) fragment: dat ze hem (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03558) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03558) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03558) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03558) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03558) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03558) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03558) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03558) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03558) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03558) fragment: Die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03558) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03558) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03558) fragment: Die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03558) fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03558) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gainaine (nait) kwoad bin'n
betekenis: negative concord
opm.: "komt niet voor in ons dialect": blijkbaar heeft resp. de zin woord-voor-woord vertaald, komt immers niet voor. Daarom eerste twee trefwoorden niet ingevuld
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03558) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gainaine (nait) kwoad bin'n
betekenis: negative concord
opm.: "komt niet voor in ons dialect": blijkbaar heeft resp. de zin woord-voor-woord vertaald, komt immers niet voor. Daarom eerste twee trefwoorden niet ingevuld
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03558) vertaling: Wim denkt dat we nooit gainaine ain pries geev'n
betekenis: negative concord
opm.: "komt niet voor in ons dialect": blijkbaar heeft resp. de zin woord-voor-woord vertaald, komt immers niet voor. Daarom eerste twee trefwoorden niet ingevuld
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03558) vertaling: Wim denkt dat we nooit gainaine ain pries geev'n
betekenis: negative concord
opm.: "komt niet voor in ons dialect": blijkbaar heeft resp. de zin woord-voor-woord vertaald, komt immers niet voor. Daarom eerste twee trefwoorden niet ingevuld
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03558) vertaling: 't Is woar dat ze mag'n nait met Marie proaten
betekenis: negatie > modaal
opm.: "komt niet voor in ons dialect": blijkbaar heeft resp. de zin woord-voor-woord vertaald, komt immers niet voor. Daarom eerste drie trefwoorden niet ingevuld
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03558) vertaling: 't Is woar dat ze mag'n nait met Marie proaten
betekenis: negatie > modaal
opm.: "komt niet voor in ons dialect": blijkbaar heeft resp. de zin woord-voor-woord vertaald, komt immers niet voor. Daarom eerste drie trefwoorden niet ingevuld
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03558) vertaling: nergens (dialect: naams)
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03558) vertaling: niemand (dialect: gainaine)
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03558) vertaling: nooit (dialect: nooit)
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03558) vertaling: niets (dialect: niks)
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03558) vertaling: niet één (dialect: gainaine)
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03558) vertaling: Zeg hom nait dat ik boet'n west bin!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03558) vertaling: Nait vertel'n dast een cadeau veur hom kocht hest, (h)or!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03558) vertaling: Waistoe nait dat e val'n is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03558) vertaling: Wendy probaarde om gainaine pien te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03558) vertaling: 't Schient dat ze niks mag eet'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03558) vertaling: Sie schient niks te mag'n eet'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03558) vertaling: Sie probaar'n al d'haile dag om mekoar te bel'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03558) vertaling: 't Belooft weer 'n mooie dag te word'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03558) vertaling: 't Is misschien beter om nog eev'n te wacht'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03558) vertaling: Wie had'n 't geluk om hom direct trugge te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03558) vertaling: As de kip'n een valke zin, bin'n ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03558) vertaling: As wie d'eerappels nait kin'n verkoop'n, zit'n wie in de probleem'n
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03558) vertaling: As joe hom nait metneem'n wor(d)ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03558) vertaling: Hai wost
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03558) vertaling: Op dit feest worter veul danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03558) vertaling: Nou worter allinig nog moar brood (stoede) verkocht in dai winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03558) vertaling: As hij op fietse komt, zalle wel loat weez'n
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03558) vertaling: Ast tied hest kom den es'n keer langes
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03558) vertaling: As 'k riek ben, koop 'k 'n duur auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03558) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03558) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03558) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03558) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03558) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03558) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03558) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03558) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03558) vertaling: 'k Heb hom 't geev'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03558) vertaling: maar beter is: 'k heb 't hom geev'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03558) vertaling: maar beter is: 'k heb 't hom geev'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03558) vertaling: 'k Heb hom 't geev'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03558) vertaling: 'k Heb hom 't geev'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03558) vertaling: maar beter is: 'k heb 't hom geev'n
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03558) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03558) vertaling: Marie het zegt dastoe 'n laidje prebaart hest te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03558) vertaling: Marie het zegt dastoe 'n laidje prebaart hest te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03558) vertaling: Marie het zegt dastoe prebaart hest, n versie te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03558) vertaling: Marie het zegt dastoe prebaart hest, n versie te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03558) vertaling: Marie het zegt dastoe prebaard hest heur 'n bouk te geev'n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03558) vertaling: Dai van 't stad (dai) heb'n hier veul huz'n baut
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03558) vertaling: Aan dai neie vaort (? beter: dat daip) doar zust gain mins meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03558) vertaling: Guster(n) is Jan (h)ier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03558) vertaling: De dag dat Jan bèlde was'k nait tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03558) vertaling: Jef (dai) zo'k nooit uutneudig'n
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03558) vertaling: Marie (dai) zol zowat nooit doun
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03558) vertaling: Bert (dai) drinkt wel es 'n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03558) vertaling: Martha (dai) zol'k wel es bie mie tuus wil'n uutneudig'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03558) vertaling: Dat huus (dat) zol'k nooit wil'n koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03558) vertaling: Dat huus (dat) stait doar al vieftig joar)
000 (z09opm) (inf. 03558) opm. inf.: De herhaling van die of dat is allen van toepassing als die of dat de nadruk heeft, dus meer bij een spontane uitroep: Marie? Dái zol zowat nóóit doun!
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03558) komt voor: j
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03558) vertaling: Het Gunther belt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03558) vertaling: Kiekuut!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03558) vertaling: 't Was mor net goud genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03558) vertaling: Marjo het nou meer koi'n den ze vrouger hat
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03558) vertaling: As Suzanne hat kin'n kom'm den hat ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03558) vertaling: Zij is de beste dokter dai'k kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03558) vertaling: Veurst wat wegsmitst/weggooist, most eev'n bel'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03558) vertaling: (H)ier is alles wak'kreeg'n (h)eb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03558) vertaling: Jan is te giereg om wat aan zien kinder te geev'n
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03558) vertaling: Asof stoe wat van voetball'n waist!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03558) vertaling: x0?
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03558) vertaling: Ast echt nait kist wacht'n, den kom mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03558) vertaling: 'k Wait dat Jan de dokter hat kin'n roup'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03558) vertaling: 'k Wait dat Jan dokter roup'n kon heb'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03558) vertaling: Hij zee dat ik 't hat mout'n doun
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03558) vertaling: Hij zee dat ik 't doan mos heb'n
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03558) vertaling: Hij is vleden weeke deur dokter M opereert
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03558) vertaling: Hij wordt mörg'n deur dokter M. opereert
000 (z12opm) (inf. 03558) opm. inf.: De klank van de o in morgen (f) is fonetisch niet weer te geven. Het betreft hier een zeurderig uitgesproken u (eh), maar niet helemaal een u.
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03558) vertaling: Ik denk dast veul sost mot'n votgooi'n
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03558) vertaling: Ik denk dast veul sost mot'n votgooi'n
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03558) vertaling: 'tIs dom om zukke dure ding'n votte gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03558) vertaling: 'tIs dom om zukke dure ding'n votte gooi'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03558) vertaling: Hij is alle kapodde spul'n aan 't votgooi'n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03558) vertaling: Hij is alle kapodde spul'n aan 't votgooi'n
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03558) vertaling: Ik vint dastoe voaker kraande zost mot'n leez'n
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03558) vertaling: Ik vint dastoe voaker kraande zost mot'n leez'n
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03558) vertaling: 'tIs dom om in 't donker kraande te leez'n
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03558) vertaling: 'tIs dom om in 't donker kraande te leez'n
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03558) vertaling: Hai is d'haile dag kraande aan 't leez'n
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03558) vertaling: Hai is d'haile dag kraande aan 't leez'n
positie: 1
opm.: ingevuld met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03558) fragment: door (1)
opm.: "zij heeft hem dat probleem laten oplossen: is beter"
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03558) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03558) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03558) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03558) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03558) vertaling: R. het ain gruine appel weggeev'n en nou het'e'r nog twai rooi'n
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03558) vertaling: D'er waar'n veul mins'n op'tfeest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03558) vertaling: Waar'n d'er veul mins'n op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03558) vertaling: Wat veur bouk'n (h)estoe kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03558) vertaling: Wat veur bouk'n (h)estoe kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03558) vertaling: Wat (h)estoe veur boek'n kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03558) vertaling: Wat (h)estoe veur boek'n kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03558) vertaling: Hij woont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03558) vertaling: Hij woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03558) vertaling: Loop eev'n noar bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03558) vertaling: Wel (h)est zain?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03558) vertaling: Wel (h)et die zain?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03558) vertaling: As'k dat wait'n hat, hat'k 't nait doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03558) vertaling: 't Zol beter weez'n om nog eev'n te wacht'n
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03558) vertaling: Gelukkig had Jan dokter belt en dai was d'r al hail gaauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03558) vertaling: Loop nou toch deur, verveeln'de jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03558) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03558) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Eerste Exloermond

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Eerste Exloermond