SAND-data Hengelo (F206p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02991) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02991) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02991) vertaling: Dat verhaal wet Jan zich wel te herinneren
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02991) vertaling: Dat verhaal wet Jan zich wel te herinneren
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02991) vertaling: Marie en Piet ziet mekare veur de kerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02991) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02991) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bi'j zich
opm.: "zo'n timmerman toch!" reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02991) vertaling: Fons zag 'n slange naos zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02991) vertaling: Erik liet mien veur zich werken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02991) vertaling: Johanna liet zich met drieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02991) vertaling: Toon bekeek zichzelf 's goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02991) vertaling: Jan hef in twee minuten 'n biertjen edronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02991) vertaling: Dizze schoene loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02991) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02991) vertaling: Ward hef eheurd dat t'r foto's van 'mzelf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02991) vertaling: Die earpels schelt niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02991) vertaling: Dit glas brekt as 't op de grond völt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02991) vertaling: Dokter, leef 'k wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02991) vertaling: Al jaoren leaft e van de erfenisse van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02991) vertaling: Dizze wekke leaft z'op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02991) vertaling: Leaft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02991) vertaling: Hoelange leaft i'jluu now al van de erfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02991) vertaling: In Bretagne leaft ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02991) vertaling: Nao 't etten gao 'k slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02991) vertaling: Zol 'k dat wel können doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02991) vertaling: Hie liet zien huus afbrekken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02991) vertaling: Ik wet dat Jan hard mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02991) vertaling: Ik wet dat Jan hard mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02991) vertaling: Ik wet dat Jan hard mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02991) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02991) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02991) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02991) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02991) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02991) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02991) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02991) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02991) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02991) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 4
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02991) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02991) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02991) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02991) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02991) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02991) vertaling: Jan hef gien een boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02991) vertaling: Buuke hef Jan d'r giene
opm.: 'er' aanwezig
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02991) vertaling: Zitten hier nergens gien moeze?
opm.: "Men is verwonderd dat daar geen muizen voorkomen"
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02991) opm.: "komt niet voor"
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: e: Jan wet dat e veur drie uur de wagen emaakt mot hemmen f: Jan wet dat e veur drie uur de wagen emaakt hemmen mot
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: a: Jan wet dat e veur drie uur de wagen mot hemmen emaakt
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: a: Jan wet dat e veur drie uur de wagen mot hemmen emaakt
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: a: Jan wet dat e veur drie uur de wagen mot hemmen emaakt
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: b: Jan wet dat e veur drie uur de wagen mot emaakt hemmen
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: b: Jan wet dat e veur drie uur de wagen mot emaakt hemmen
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: b: Jan wet dat e veur drie uur de wagen mot emaakt hemmen
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: e: Jan wet dat e veur drie uur de wagen emaakt mot hemmen f: Jan wet dat e veur drie uur de wagen emaakt hemmen mot
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02991) vertaling: e: Jan wet dat e veur drie uur de wagen emaakt mot hemmen f: Jan wet dat e veur drie uur de wagen emaakt hemmen mot
opm.: volgorde V-cluster: even gebruikelijk: 1-2-3, 1-3-2, 3-1-2. 3-2-1 kan blijkens 'f' ook.
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02991) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02991) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02991) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02991) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02991) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02991) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02991) vertaling: Die mans auto is kapot
opm.: "maar zullen we bij voorkeur niet zeggen"
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02991) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02991) vertaling: Die auto is niet van mien maor van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02991) vertaling: De krante van gisteren lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02991) vertaling: Jan is Karolien en Kristien eur breurken
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02991) vertaling: Die jongens eur fietsen bunt estaolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02991) vertaling: Die zussen eur moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02991) vertaling: Dat is Wims auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02991) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02991) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02991) vertaling: Dat is Wims auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02991) vertaling: Die fietse is van mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02991) vertaling: Da's mien fietse
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02991) vertaling: Da's mien fietse
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02991) vertaling: Die fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02991) vertaling: Hij mag met gien mense aover dit probleem praoten
opm.: "komt niet voor"
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02991) vertaling: 'k Wil gien mense kwetsen
opm.: "komt niet voor"
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02991) vertaling: 't Is jammer dat wij niet meugt kommen
opm.: "komt niet voor"
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02991) vertaling: Dat gao 'k niet doen
opm.: "komt niet voor"
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02991) vertaling: Dat gao 'k niet doen
opm.: "komt niet voor"
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02991) vertaling: Nog maar net had e 't verteld of Marie begon te huulen/grienen/lippen
opm.: "komt niet voor"
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02991) vertaling: Gao die bestelling now maor ophalen
opm.: "komt niet voor"
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02991) vertaling: Hie werkt niet
opm.: "komt niet voor"
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02991) vertaling: 'k Verbied ou um hier te kommen
opm.: "komt niet voor"
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02991) vertaling: Jan verhinderen da 'w Marie belden
opm.: "komt niet voor"
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02991) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02991) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02991) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02991) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02991) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02991) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02991) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02991) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02991) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02991) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02991) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02991) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02991) fragment: Als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02991) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02991) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02991) fragment: dan hun (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02991) fragment: dan hun (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02991) fragment: als hun (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02991) fragment: als hun (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02991) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02991) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02991) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02991) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02991) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02991) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02991) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02991) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02991) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02991) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02991) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02991) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02991) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02991) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02991) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02991) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02991) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02991) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02991) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02991) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02991) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02991) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02991) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02991) vertaling: Ik wet dat i'jluu op gien mense kwaod bunt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02991) vertaling: Ik wette dat zie niks trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02991) vertaling: Ik wette dat zie niks trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02991) vertaling: Ik wette dat zie nergens trots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02991) vertaling: Ik wette dat zie nergens trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02991) vertaling: Els denkt dat 't niet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02991) vertaling: Ik wette dat ik te late bun en i'j niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02991) vertaling: I'j wet toch dat i'j mot werken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02991) vertaling: Iederene denkt dat wi'j naor huus gaot en dat zie nog meugt blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02991) vertaling: 't Is jammer dat hie kump en dat zie weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02991) vertaling: 'k Denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02991) vertaling: 'k Denk dat Pieter en Liesje gaot trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02991) vertaling: hie dut 't
opm.: 'hie dut 't' verkozen boven 'hie dut'
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02991) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02991) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02991) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02991) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02991) vertaling: Nee, dat doet hij niet
opm.: 'doen' + 'wel' alleen bij nadruk op 'wel'
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02991) vertaling: Nee, dat doet hij niet
opm.: 'doen' + 'wel' alleen bij nadruk op 'wel'
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02991) vertaling: Ja, dat doet hij wel
opm.: 'doen' + 'wel' alleen bij nadruk op 'wel'
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02991) vertaling: Ja, dat doet hij wel
opm.: 'doen' + 'wel' alleen bij nadruk op 'wel'
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02991) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02991) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02991) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02991) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02991) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02991) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02991) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02991) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02991) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02991) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02991) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02991) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02991) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02991) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02991) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02991) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02991) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02991) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02991) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: welke (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: welke (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: welke (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: welke (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02991) fragment: waar (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02991) fragment: omdat dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02991) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02991) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02991) fragment: 2: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02991) fragment: 2: welke (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02991) fragment: waarin (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02991) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02991) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02991) fragment: waarin (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02991) fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02991) fragment: toen (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02991) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02991) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02991) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02991) fragment: degene die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02991) vertaling: Wat denk i'j wie 'k in de stad ontmoet hebbe?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02991) vertaling: Wat denkt i'jluu hoe ze 't hebt op elost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02991) vertaling: Hoe denk i'j dat ze 't hebt op elost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02991) vertaling: Magda wet niet wie dat wi'j wilt bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02991) vertaling: Wet iemand wie wi'j eroepen hebt?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02991) vertaling: Wie denk i'j wie 'k in de stad ontmoet heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02991) vertaling: Wie denk i'j da 'k in de stad ontmoet heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef zien hande ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef zien hande ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef de hande ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef de hande ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef 't hemp ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef zien hemp ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef zien hemp ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02991) vertaling: Hie hef 't hemp ewassen
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n hoed op 't heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n hoed op 't heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n hoed op
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n hoed op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n vlekke in/op 't hemp
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n vlekke op zien hemp
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n vlekke op zien hemp
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02991) vertaling: Hie hef 'n vlekke in/op 't hemp
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02991) vertaling: Hie hef zien been ebrokken
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02991) vertaling: Hie hef 't been ebrokken
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02991) vertaling: Hie hef 't been ebrokken
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02991) vertaling: Hie hef zien been ebrokken
opm.: possessief pronomen optioneel: bepaald lidwoord ook mogelijk
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie heb zich bezeerd
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie heb zich bezeerd
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie heb zich bezeerd
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02991) vertaling: Zie hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02991) vertaling: Marie trok de dekken naor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02991) vertaling: Luc wet dat 'r foto's van 'm te koop bunt
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02991) vertaling: Luc wet dat 'r foto's van 'm zelf te koop bunt
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02991) vertaling: Luc wet dat 'r foto's van 'm zelf te koop bunt
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02991) vertaling: Luc wet dat 'r foto's van 'm te koop bunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02991) vertaling: I'j herinnert ow toch wel da'w toen deur dat bos hen bunt elopen?
opm.: 'heen' is optioneel reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02991) vertaling: I'j herinnert ow toch wel da'w toen deur dat bos bunt elopen?
opm.: 'heen' is optioneel reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02991) vertaling: I'j herinnert ow toch wel da'w toen deur dat bos bunt elopen?
opm.: 'heen' is optioneel reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02991) vertaling: I'j herinnert ow toch wel da'w toen deur dat bos hen bunt elopen?
opm.: 'heen' is optioneel reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02991) vertaling: Ik herinner mien dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02991) vertaling: Zie herinnert zich dat e as 'n varken zat te etten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02991) vertaling: Wi'j herinnert ons wel dat al Jan zien buuke estaolen waren, maor zie herinnert 't zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02991) vertaling: Herinnert i'jluu ow nog da'w Jan op de markt ezien hebt?
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02991) vertaling: Hie hef zich 'n ongeluk ewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02991) vertaling: Hie vuulen zich deur 't ies zakken
opm.: Voorkeur voor zonder infinitiefcomplement, en zonder zich zie 2e antwoordveld ('zakken' is niet de infinitief maar verl t vorm, zie elders in lijst) reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02991) vertaling: Hie vuulen zich deur 't ies zakken
opm.: Voorkeur voor zonder infinitiefcomplement, en zonder zich zie 2e antwoordveld ('zakken' is niet de infinitief maar verl t vorm, zie elders in lijst) reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02991) vertaling: Hie vuulen dat e deur 't ies zakken
opm.: Voorkeur voor zonder infinitiefcomplement, en zonder zich zie 2e antwoordveld ('zakken' is niet de infinitief maar verl t vorm, zie elders in lijst) reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02991) vertaling: Hie vuulen dat e deur 't ies zakken
opm.: Voorkeur voor zonder infinitiefcomplement, en zonder zich zie 2e antwoordveld ('zakken' is niet de infinitief maar verl t vorm, zie elders in lijst) reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon ekönd hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon ekönd hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon ekönd hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon ekönd hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon ekönd hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat edaon können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02991) vertaling: Zol hie dat hebben können doen?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02991) fragment: ekönd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02991) fragment: edaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 4
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 4
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02991) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02991) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02991) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02991) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02991) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02991) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02991) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02991) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02991) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02991) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02991) vertaling: Wi'j mot naor de schure om de koene te voeren
komt voor: j
opm.: voorkeur voor om-infinitief boven IPI
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02991) vertaling: Wi'j mot naor de schure en voeren de koene
komt voor: j
opm.: voorkeur voor om-infinitief boven IPI
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02991) vertaling: Wi'j mot naor de schure en voeren de koene
komt voor: j
opm.: voorkeur voor om-infinitief boven IPI
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02991) vertaling: Wi'j mot naor de schure om de koene te voeren
komt voor: j
opm.: voorkeur voor om-infinitief boven IPI
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02991) vertaling: Wi'j mot naor de schure en voeren de koene
komt voor: j
opm.: voorkeur voor om-infinitief boven IPI
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02991) vertaling: Wi'j mot naor de schure om de koene te voeren
komt voor: j
opm.: voorkeur voor om-infinitief boven IPI
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02991) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02991) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02991) vertaling: Ik denke hie is weg
komt voor: j
opm.: "zullen we niet gauw zeggen, maar kan wel"
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02991) vertaling: Ik denke hie is weg
komt voor: j
opm.: "zullen we niet gauw zeggen, maar kan wel"
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02991) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02991) vertaling: Ik wette hie is weg
komt voor: j
opm.: "onder bepaalde omstandigheden kan het"
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02991) vertaling: Ik wette hie is weg
komt voor: j
opm.: "onder bepaalde omstandigheden kan het"
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02991) vertaling: De politie zol bi'j 'm kommen en nemmen 'm met
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02991) vertaling: De politie zol bi'j 'm kommen en nemmen 'm met
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02991) vertaling: Marie al eur koene bunt verdronken bi'j de aoverstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02991) vertaling: Marie al eur koene bunt verdronken bi'j de aoverstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02991) vertaling: Keaze maken wet ik niks van
komt voor: j
opm.: Voorkeur voor D-R-woord boven zonder D-R-woord
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02991) vertaling: Keaze maken daor wet ik niks van
komt voor: j
opm.: Voorkeur voor D-R-woord boven zonder D-R-woord
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02991) vertaling: Keaze maken wet ik niks van
komt voor: j
opm.: Voorkeur voor D-R-woord boven zonder D-R-woord
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02991) vertaling: Keaze maken daor wet ik niks van
komt voor: j
opm.: Voorkeur voor D-R-woord boven zonder D-R-woord
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02991) vertaling: Keaze maken daor wet ik niks van
komt voor: j
opm.: Voorkeur voor D-R-woord boven zonder D-R-woord
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02991) vertaling: Keaze maken wet ik niks van
komt voor: j
opm.: Voorkeur voor D-R-woord boven zonder D-R-woord
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02991) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02991) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02991) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02991) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02991) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02991) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02991) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02991) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02991) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02991) vertaling: Hij deed zich veur dat hie net uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: "kan wel maar ligt niet lekker in de mond"
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02991) vertaling: Hij deed zich veur dat hie net uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: "kan wel maar ligt niet lekker in de mond"
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02991) vertaling: De schilder is hier ewes te schilderen
komt voor: j
opm.: "kan wel, maar ligt niet lekker in de mond"
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02991) vertaling: De schilder is hier ewes te schilderen
komt voor: j
opm.: "kan wel, maar ligt niet lekker in de mond"
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02991) komt voor: n
000 (y07opm) (inf. 02991) opm. inf.: ik heb d en e genoemd dat ze voorkomen en dat doen ze ook wel eens, maar bij voorkeur niet; ze liggen niet lekker in de mond
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02991) vertaling: In die tied leaven ik d'r op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02991) vertaling: Vrogger leaven hie as 'n bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02991) vertaling: Daor leafden wi'j as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02991) vertaling: Gien mense mag 't zien, dus ik vind da'j 't ok niet meugt zien
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + pronomina 2.ev.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02991) vertaling: 't Gebeuren toen i'j weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02991) vertaling: Ik wet waor i'j geboren bunt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02991) vertaling: No'j klaor bunt meu'j gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02991) vertaling: Deurdat Marie aoverleden was, hef eur man Anna niet meer können helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02991) vertaling: a: Ik wette dat hie is gaon zwemmen
opm.: volgorde V-cluster: 2-3-1, 1-2-3 beide even gebruikelijk
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02991) vertaling: a: Ik wette dat hie is gaon zwemmen
opm.: volgorde V-cluster: 2-3-1, 1-2-3 beide even gebruikelijk
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02991) vertaling: d: Ik wette dat hie gaon zwemmen is
opm.: volgorde V-cluster: 2-3-1, 1-2-3 beide even gebruikelijk
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02991) vertaling: d: Ik wette dat hie gaon zwemmen is
opm.: volgorde V-cluster: 2-3-1, 1-2-3 beide even gebruikelijk
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02991) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02991) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02991) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02991) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02991) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02991) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02991) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02991) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02991) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02991) vertaling: Met zulk weer köj niet völle doen
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02991) vertaling: Met zulk weer köj niet völle doen
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02991) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02991) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02991) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02991) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02991) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02991) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02991) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02991) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02991) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02991) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02991) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02991) fragment: dat die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02991) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02991) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02991) fragment: welke (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02991) fragment: welke (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02991) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02991) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02991) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02991) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02991) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02991) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02991) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02991) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02991) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02991) fragment: Wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02991) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02991) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02991) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02991) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02991) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op iedereene kwaod bunt
betekenis: geen negative concord
opm.: "letterlijke vertaling van a.: Piet denkt dat d'r gien mense is waor Jan en Marie niet kwaod op bunt."
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02991) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op iedereene kwaod bunt
betekenis: geen negative concord
opm.: "letterlijke vertaling van a.: Piet denkt dat d'r gien mense is waor Jan en Marie niet kwaod op bunt."
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02991) vertaling: Wim denkt dat wi'j gien mense ooit 'n pries geeft
betekenis: negative concord
opm.: "Wij zölt nooit zeggen: Wim denkt dat wi'j nooit gien mense 'n pries geeft."
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02991) vertaling: Wim denkt dat wi'j gien mense ooit 'n pries geeft
betekenis: negative concord
opm.: "Wij zölt nooit zeggen: Wim denkt dat wi'j nooit gien mense 'n pries geeft."
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02991) vertaling: 't Is waor dat ze niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02991) vertaling: 't Is waor dat ze niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02991) vertaling: Nergens (gruuit 't geld an de beume)
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02991) vertaling: Gien mense (hef de auto met enommen)
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02991) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02991) vertaling: Niet eerder as wanneer de mensen mekare verstaot
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02991) vertaling: Niet eerder as wanneer de mensen mekare verstaot
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02991) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02991) opm.: "kump niet veur" "komt niet voor"
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02991) vertaling: Gien eene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02991) vertaling: Zeg 'm niet da'k naor buuten bun ewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02991) vertaling: Niet vertellen da'j 'n cadeau veur 'm hebt ekoch, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02991) vertaling: Wet i'j niet dat hie evallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02991) vertaling: Wendy proberen um gien piene te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02991) vertaling: 't Schient dat ze niks mag etten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02991) vertaling: Ze schient niks te meugen etten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02991) vertaling: Ze probeert al de hele dag um mekare op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02991) vertaling: 't Belooft weer 'n mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02991) vertaling: 't Is misschien better um nog effen te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02991) vertaling: Wi'j hadden 't geluk um 'm meteene weer te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02991) vertaling: Wi'j hadden 't geluk um 'm meteene weer te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02991) vertaling: Wi'j hadden 't geluk da'w 'm direkt weer vonden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02991) vertaling: Wi'j hadden 't geluk da'w 'm direkt weer vonden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02991) vertaling: As de kippen (hoender) 'n valke ziet, bunte ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02991) vertaling: A'w de earperls niet könt verkopen zitte wi'j in de problemen
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02991) vertaling: As i'jluu 'm niet met nemt word ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02991) vertaling: Hie wist 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02991) vertaling: Op dit fees wordt 'r völle edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02991) vertaling: Now wordt 'r alleene nog maor brood verkoch in doe winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02991) vertaling: As hie met de fietse kump, zal e wel late weazen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02991) vertaling: A'j tied hebt, kom dan 's 'n keer langs/an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02991) vertaling: A'k rieke bunne, koop ik 'n dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02991) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02991) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02991) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02991) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02991) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02991) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02991) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02991) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02991) vertaling: Ik heb 'm 't gegeven
komt voor: j
opm.: "'t kan wel in ons dialect maar bij voorkeur niet"
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02991) vertaling: Ik heb 'm 't gegeven
komt voor: j
opm.: "'t kan wel in ons dialect maar bij voorkeur niet"
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02991) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eprobeerd hebt 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: a: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: g: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd 'n liedje te zingen
opm.: a en c allebei even goed
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j 'n liedje hebt proberen te zingen
opm.: Volgorde V-cluster: 3-2-1-4, 2-3-1-4
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eur hebt eprobeerd 'n boek te geven
opm.: Voorkeur voor tweede vertaling boven derde constructie
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j eur hebt eprobeerd 'n boek te geven
opm.: Voorkeur voor tweede vertaling boven derde constructie
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd eur 'n boek te geven
opm.: Voorkeur voor tweede vertaling boven derde constructie
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02991) vertaling: Marie hef ezeg dat i'j hebt eprobeerd eur 'n boek te geven
opm.: Voorkeur voor tweede vertaling boven derde constructie
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02991) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02991) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02991) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02991) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02991) vertaling: Die van de stad, die hebt hier völle huuze ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02991) vertaling: An dat ni'je kanaal, daor zie'j gien mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02991) vertaling: Gisteren is Jan hier ewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02991) vertaling: De dag dat Jan bellen, was ik niet in huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02991) vertaling: Jef, die zol ik nooit uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02991) vertaling: Marie, die zol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02991) vertaling: Bert, die drinkt wel 's 'n glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02991) vertaling: Martha, die zol ik wel 's bi'j mien thuus willen uutneudigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02991) vertaling: Dat huus, dat zol ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02991) vertaling: Dat huus, dat steet daor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02991) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02991) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02991) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02991) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 2
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02991) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02991) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02991) vertaling: Hef Gunther ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02991) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02991) vertaling: 't Was maar net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02991) vertaling: Marjo hef now meer koene dan ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02991) vertaling: As Susanne had können kommen dan had ze dat edaan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02991) vertaling: Zie is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02991) vertaling: Veur i'j iets weggooit, mo'j effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02991) vertaling: Hier is alles wa'k ekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02991) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02991) vertaling: Asof i'j iets van voetballen wet!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02991) vertaling: Dat boek leg neer!
opm.: "deze vertaling kan wel, maar ik zou liever zeggen: Leg dat boek neer!"
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02991) vertaling: A'j ech niet könt wachten, dan kom maar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02991) vertaling: Ik wet dat Jan de dokter had können roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02991) vertaling: Ik wette dat Jan de dokter kon eroepen hemmen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02991) vertaling: Hie zei dat ik 't had motten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02991) vertaling: Hie zei dat ik 't mos edaon hemmen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02991) vertaling: Hie is de veurige wekke deur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02991) vertaling: Hie wordt mörgen deur dokter Mertens opereerd
000 (z12opm) (inf. 02991) opm. inf.: e en f: waarom voor 'opereerd' geen e komt is mij een raadsel.
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02991) vertaling: Ik denke da'j völle weg zollen motten gooien
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02991) vertaling: Ik denke da'j völle weg zollen motten gooien
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02991) vertaling: 't is dom om zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02991) vertaling: 't is dom om zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02991) vertaling: Hie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02991) vertaling: Hie is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02991) vertaling: Ik vind da'j vaker zollen motten krante leazen
positie: 1,2,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02991) vertaling: Ik vind da'j vaker zollen motten krante leazen
positie: 1,2,3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02991) vertaling: 't is dom om in 't donker krante te leazen
positie: 1,2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02991) vertaling: 't is dom om in 't donker krante te leazen
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02991) vertaling: hie is de hele dag an 't krante leazen
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02991) vertaling: hie is de hele dag an 't krante leazen
positie: 1,2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02991) fragment: door (1)
opm.: kan ook zonder "door"
000 (z14opm) (inf. 02991) opm. inf.: a kan ook zonder "door"
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02991) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02991) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02991) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02991) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02991) vertaling: Robert hef één gruune appel weg egeven, en now hef e d'r nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02991) vertaling: D'r waren völle mensen op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02991) vertaling: Waren d'r völle mensen op 't fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02991) vertaling: Wat veur buuke he'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02991) vertaling: Wat heb i'j veur buuke ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02991) vertaling: Wat veur buuke he'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02991) vertaling: Wat heb i'j veur buuke ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02991) vertaling: Hie woont bi'j Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02991) vertaling: Hie woont bi'j Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02991) vertaling: Loop effen naor de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02991) vertaling: Wie heb i'j ezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02991) vertaling: Wie hef ow ezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02991) vertaling: Had ik dat ewetten dan had ik 't niet edaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02991) vertaling: 't Zol better weazen um nog effen te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02991) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was t'r al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02991) vertaling: Loop now toch deur, vervelende jongens!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02991) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02991) komt voor: j
gebr.: 3
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02991) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02991) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02991) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02991) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Hengelo

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Hengelo