SAND-data Hall (F177p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03034) vertaling: Jan kan zich dat verhaal wel herinneren
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03034) vertaling: Marie en Piet ziet mekare wel veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03034) vertaling: Toon is zich an ut wassen
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03034) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03034) vertaling: Fons zag een slange neus zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03034) vertaling: Erik liet mien ut wark doen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03034) vertaling: Johanna liet zich op de golven metdrieven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03034) vertaling: Toon bekik zichzelf is goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03034) vertaling: In twee minuten hef Jan een biertje gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03034) vertaling: Ut gemakkelijkste loop deze schoenen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03034) vertaling: Eduard kent zichzelf ut beste
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03034) vertaling: Der stoat foto's van um in de etalage hef Ward geheurd
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03034) vertaling: Ut is niet makkelijk die eerpels te schellen
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03034) vertaling: Asse op de grond valt, brik dat glas
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03034) vertaling: Leef ik wel gezond dokter?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03034) vertaling: Hie leef al joaren van de arfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03034) vertaling: Ze leef deze week op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03034) vertaling: Lêef ut nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03034) vertaling: Van die arfenis, hoelange leef iele doar al van?
opm.: linksdislocatie
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03034) vertaling: In Bretagne leef ze veurnamelijk van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03034) vertaling: Ik goa sloapen nâ ut êten
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03034) vertaling: Zok dat wel kÛnnen doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03034) vertaling: Hie liet zien huus afbrêken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan heel hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan heel hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan heel hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03034) vertaling: Ik wete wel dat Jan heel hard kan warken
komt voor: n
gebr.: 2,4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 2
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03034) vertaling: Jan hef gien één boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03034) vertaling: Jan hef helemoale gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03034) vertaling: Jan hef gien boeken
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03034) vertaling: Jan hef gien geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03034) vertaling: Gien mense mag proaten over deze kwestie
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03034) vertaling: Niemand mot ôver deze kwestie proaten
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03034) vertaling: Gien mense zeg, datte kump
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann. pronomina
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03034) vertaling: Zollen hier argens muuzen zitten?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03034) vertaling: An een ander geef ik niks
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03034) vertaling: Niemand wil wat doen
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03034) vertaling: Wiele wisten niet datte thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03034) vertaling: Ik zelf wis het ok niet
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling: = zelf ook dubbeling?
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03034) vertaling: Hie mag der met niemand ôver proaten
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03034) vertaling: Jan weet datte veur drie uur de wagen kloar mot hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03034) vertaling: De auto van Marie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03034) vertaling: Marie heur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03034) vertaling: De auto van Piet is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03034) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03034) vertaling: De auto van die man is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03034) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03034) vertaling: Die auto is van um, maar niet van mien
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03034) vertaling: Onder de TV lag gisteren de krante
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03034) vertaling: Jan is ut breurken van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03034) vertaling: De fietsen van die jongens bint gestoalen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03034) vertaling: De moeder van die zussen bint op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03034) vertaling: Dat is Wim zien auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03034) vertaling: Dat is mien fietse
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03034) vertaling: Hie mag met niemand spreken over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03034) vertaling: Ik wille gien mense kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03034) vertaling: Ut is jammer dat wie niet meug kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03034) vertaling: Dat doe ik niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03034) vertaling: Ik heb hele_moale niet gewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03034) vertaling: Hie had ut nog maar net verteld, of Marie begon al te huulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03034) vertaling: Wil ie die bestelling efkes ophalen?
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03034) vertaling: Warken dutte niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03034) vertaling: Ik wil oe hier niet hebben
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03034) vertaling: Jan wol niet hebben dat wiele Marie belden
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03034) fragment: goat (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03034) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03034) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03034) fragment: goat (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03034) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03034) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03034) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03034) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03034) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: Ai met (je en met doorgestreept) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: Ai met (je en met doorgestreept) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: Ai met (je en met doorgestreept) (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03034) fragment: Ai met (je en met doorgestreept) (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: mar, dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: mar, dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: mar, dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zult (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: mar, dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03034) fragment: zullen (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: as een poal boven water (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: as een poal boven water (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: as een poal boven water (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: zo (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: zo (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03034) fragment: zo (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03034) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03034) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03034) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03034) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03034) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03034) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03034) fragment: dan wiele (wij doorgestreept) (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03034) fragment: dan wiele (wij doorgestreept) (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03034) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03034) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03034) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03034) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03034) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03034) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03034) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03034) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03034) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03034) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03034) fragment: weer te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03034) fragment: weer te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03034) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03034) fragment: net of (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03034) fragment: hie (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03034) fragment: hie (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03034) fragment: net of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03034) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03034) vertaling: Ik wete dat iele op gien mense kwoad bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03034) vertaling: Ze verbeeld zich niks, dat weet ik
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03034) vertaling: Els denk der vul te gemakklijk ôver
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03034) vertaling: Ie bint niet te late, mar ik/ikke wel
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03034) vertaling: Ie mot warken mar ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03034) vertaling: Ze denkt allemoale dat wiele nô huus goan en dat ziele nog meug blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03034) vertaling: Datte kump as zie weggeet is jammer
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 3.ev.mann. / vr.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03034) vertaling: Lisa is ziek, denk ik
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03034) vertaling: Ik denke wel dat Pieter en Liesje goan trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03034) vertaling: Hie dut wel
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03034) vertaling: Hie dut wel
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03034) vertaling: hie dut niet
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03034) vertaling: hie dut niet
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03034) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03034) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03034) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03034) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03034) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03034) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03034) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03034) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03034) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03034) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03034) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03034) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03034) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03034) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03034) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03034) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03034) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03034) vertaling: De lampe is uut ge goan
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03034) vertaling: De lampe is uut ge goan
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03034) vertaling: Geet Marie iedere oavend dansen?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03034) vertaling: Geet Marie iedere oavend dansen?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03034) vertaling: Snie het brood is effen
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03034) vertaling: Snie het brood is effen
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03034) komt voor: n
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: - ziele (ze doorgestreept) (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: - ziele (ze doorgestreept) (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: ziele (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar zie (ze doorgetreept) (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar zie (ze doorgetreept) (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar zie (ze doorgetreept) (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar hun (ze doorgestreept) (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar hun (ze doorgestreept) (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: woar hun (ze doorgestreept) (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: ziele (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03034) fragment: ziele (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03034) fragment: dat was (was aan eind doorgestreept) (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03034) fragment: die zul ie (je doorgestreept) (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03034) fragment: woar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03034) fragment: toen (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: dak (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: dak (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03034) fragment: dak (ik doorgestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: echt (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: echt (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: echt (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: echt (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: bassend (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: bassend (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: bassend (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: bassend (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: byzunder (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: byzunder (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: byzunder (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03034) komt voor: n
fragment: byzunder (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: heffe te vell (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: heffe te vell (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: laat um asse te veulle (moet mij doorgestreept, 'mien' erboven (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: laat um asse te veulle (moet mij doorgestreept, 'mien' erboven (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: laat um asse te veulle (moet mij doorgestreept, 'mien' erboven (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: asse te vulle (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: asse te vulle (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: asse te vulle (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03034) fragment: heffe te vell (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03034) vertaling: Wie denk ie dat ik tegenkwam in de stad?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03034) vertaling: Hoe zollen ze dat opgelost hebben, wat dach iele
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03034) vertaling: Hoe zollen ze dat opgelost hebben
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03034) vertaling: Magda weet niet, dat wie eur willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03034) vertaling: Weet iemand van oele wie wie riepen
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03034) vertaling: Wie dach ie dat ik in de stad tegem kwam
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03034) vertaling: Hie hef zien handen gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03034) vertaling: Hie hef zien hemp uutgewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03034) vertaling: Hie hef een hoed op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03034) vertaling: Op zien hemp zit een vlekke
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03034) vertaling: Zien been heffe gebrôken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03034) vertaling: Hef zie zich zeer e-doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03034) vertaling: Marie trok de dêkens nô zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03034) vertaling: Dat der foto van umzelf te koop bint, weet Luc wel
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03034) vertaling: Dat wiele deur dat bs gelopen bint, weet ie dat nog?
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03034) vertaling: De auto van Marie was kapot, dat kan ik mien nog herinneren
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03034) vertaling: Ik wete nog datte as een varken zat te êten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03034) vertaling: Wie denk der nog wel an dat Jan zien boeken gestoalen bint
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03034) vertaling: Kuj oe nog indenken dat wie Jan op de mark tegenkwamen
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03034) vertaling: Hie hef zich een ongeluk gewark
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03034) vertaling: Hie vuulden datte deur ut ies zakten
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03034) vertaling: Zolle dat e-doan kûnnen hebben
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03034) fragment: (bij doen zet informant wel partic. van kunnen neer: gekund) (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03034) fragment: kûnnen doen (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03034) fragment: kûnnen doen (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03034) fragment: (bij doen zet informant wel partic. van kunnen neer: gekund) (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03034) fragment: gekund hebben (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03034) vertaling: Wiele mot nô de schure um de koeien te voeren
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03034) vertaling: Wiele mot nô de schure um de koeien te voeren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03034) vertaling: Ze kwammen daar an luijeren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03034) vertaling: Ze kwammen daar an luijeren
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03034) vertaling: Ik denke datte weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03034) vertaling: Ik denke datte weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03034) vertaling: Ik geleuf datte weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03034) vertaling: Ik geleuf datte weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03034) vertaling: Hie is weg dat weet ik zeker
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03034) vertaling: Hie is weg dat weet ik zeker
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03034) vertaling: Ik wete hie is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03034) vertaling: Ik wete hie is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03034) vertaling: De politie zol bie um komen, om um op te halen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03034) vertaling: De politie zol bie um komen, om um op te halen
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03034) vertaling: Alle koejen van Marie bent verdronken bie de overstrooming
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03034) vertaling: Alle koejen van Marie bent verdronken bie de overstrooming
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03034) vertaling: Van kaas maken weet ik niks van
komt voor: n
opm.: prepositie dubbel
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03034) vertaling: Van kaas maken weet ik niks van
komt voor: n
opm.: prepositie dubbel
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03034) vertaling: Ik binne met Jan nô de mark e_wes
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03034) vertaling: Ik binne met Jan nô de mark e_wes
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03034) vertaling: De eerste drie sommen hek al kloar, welke heb ie e-maak
komt voor: n
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03034) vertaling: De eerste drie sommen hek al kloar, welke heb ie e-maak
komt voor: n
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03034) komt voor: n
opm.: "begrijp ik niet!"
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03034) vertaling: Ik zol zokke niet dûven op-êten
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03034) vertaling: Ik zol zokke niet dûven op-êten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03034) vertaling: Ik zol ze niet dûven op-êten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03034) vertaling: Ik zol ze niet dûven op-êten
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03034) vertaling: Jan is nô de markt e-wes, dat weet ik
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03034) vertaling: Jan is nô de markt e-wes, dat weet ik
komt voor: n
000 (y06opm) (inf. 03034) opm. inf.: Vraag L begrijp ik niet
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03034) vertaling: Hie kwam mien lopens tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03034) vertaling: Hie kwam mien lopens tegen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03034) vertaling: Ik heb der heel wat af e-lopen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03034) vertaling: Ik heb der heel wat af e-lopen
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03034) vertaling: Ik holle op, ik word muu
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03034) vertaling: Ik holle op, ik word muu
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03034) vertaling: Hie deed zich veur, offe net uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03034) vertaling: Hie deed zich veur, offe net uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03034) vertaling: De schilder kwam hier um te schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03034) vertaling: De schilder kwam hier um te schilderen
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03034) vertaling: Denk ie daj nô huus goat
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03034) vertaling: Denk ie daj nô huus goat
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03034) vertaling: Ik leefde der mar op lus in die tied
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03034) vertaling: Hie lêefden vrogger as een bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03034) vertaling: Wielêefden as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03034) vertaling: Niemand loat ik ut zien, dus oe ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03034) vertaling: Toen ie weggingen gebeurden ut
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03034) vertaling: Ik wete woa of ie - geboren bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03034) vertaling: Ai kloar bint meuj goan
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03034) vertaling: Is Anna haar man??
opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03034) vertaling: Hie is goan zwemmen dat wette ik
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03034) vertaling: Ik wete datte is goan zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03034) vertaling: Ik wete datte is goan zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03034) vertaling: Hie is goan zwemmen dat wette ik
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03034) gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03034) vertaling: Waaj nog koffie Jan
komt voor: j
opm.: dav
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03034) vertaling: Waaj nog koffie Jan
komt voor: j
opm.: dav
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03034) vertaling: gaat dansen (achter ja ze)
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03034) vertaling: ? (achter jaat)
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03034) vertaling: ? (achter jaat)
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03034) vertaling: gaat dansen (achter ja ze)
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03034) vertaling: heb e-gêten (achter Ja ze)
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03034) vertaling: Ja ze heb al e-gêten
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03034) vertaling: heb e-gêten (achter Ja ze)
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03034) vertaling: Ja ze heb al e-gêten
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03034) vertaling: Ja ze heb al e-gêten
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03034) vertaling: heb e-gêten (achter Ja ze)
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03034) vertaling: Doar zol iemand langs komen, wies dat dan?
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03034) vertaling: Met zuk weer kuj niet vûlle doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03034) vertaling: Met zuk weer kuj niet vûlle doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03034) vertaling: Met de karmse komt de mensen buuten
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03034) vertaling: Met de karmse komt de mensen buuten
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03034) vertaling: Hie hef mien bedonderd, ik hoef um nooit meer te zien
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03034) vertaling: Hie hef mien bedonderd, ik hoef um nooit meer te zien
komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03034) vertaling: Ik wil um niet meer zien, umdatte mien bedonderd hef
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03034) vertaling: Ik wil um niet meer zien, umdatte mien bedonderd hef
komt voor: j
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03034) vertaling: Ik goa met um nô ut voetbal kieken
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03034) vertaling: Ik goa met um nô ut voetbal kieken
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03034) vertaling: Hie is dood
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03034) vertaling: Isse wel dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03034) vertaling: Isse wel dood
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03034) vertaling: Zie is ziek
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03034) vertaling: Zie is ziek
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03034) vertaling: Is zie ziek
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03034) vertaling: Is zie ziek
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03034) vertaling: Zie mos de hele dag in huus blieven umdatte warken mos
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03034) vertaling: Zie mos de hele dag in huus blieven umdatte warken mos
komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03034) vertaling: Ze konden de stad niet uut umdat ut sneeuwen
komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03034) vertaling: Ze konden de stad niet uut umdat ut sneeuwen
komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: datte (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: ut (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: datte (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: ut (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: datte (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: ut (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: ut (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: datte (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03034) fragment: die (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03034) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: waarmee (mee in tekst doorgestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: waarmee (mee in tekst doorgestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: waarmee (mee in tekst doorgestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03034) fragment: woar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: die (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: die (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: waor ik X (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03034) fragment: waor ik X (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die wol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die wol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die wol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die zol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die zol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die zol (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03034) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03034) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03034) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03034) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03034) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03034) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03034) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03034) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03034) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03034) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: die eur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: die eur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: die eur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: die haar (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: die haar (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03034) fragment: die haar (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03034) vertaling: Marie en Jan bunt op niemand kwoad, denkt Piet
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03034) vertaling: Marie en Jan bunt op niemand kwoad, denkt Piet
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03034) vertaling: Ze geeft nooit iemand een pries, denkt Wim
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03034) vertaling: Ze geeft nooit iemand een pries, denkt Wim
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03034) vertaling: Ut is woar, ze meug niet met Marie proaten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03034) vertaling: Ut is woar, ze meug niet met Marie proaten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03034) vertaling: naans
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03034) vertaling: Dat weet ikke niet
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03034) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03034) vertaling: Ie bint niet wies
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03034) vertaling: Dat geet oe niet an
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03034) vertaling: Ie mot niet zeggen dat ik nô buuten bin e-wes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03034) vertaling: Dak een cadeau veur um e-koch heb, moj niet zeggen
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03034) vertaling: Hie is e-vallen_ wis ie dat niet?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03034) vertaling: Wendy wol iemand zeer doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03034) vertaling: Ik geleuf dat ze niets mag êten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03034) vertaling: Ze mag niets êten geleuf ik
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03034) vertaling: De hele dag probeerd ze al mekare op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03034) vertaling: Ik geleuf dat ut een mooie dag wud
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03034) vertaling: Ik zal nog maar effen wachten, dat liek mien bêter
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03034) vertaling: Ut was een geluk dat wie um zo gauw terug vonden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03034) vertaling: As de kippen een valk ziet, bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03034) vertaling: As wie met de eerpels blief zitten is een ramp
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03034) vertaling: As iele um niet met nemt, word ik hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03034) vertaling: Hie wis ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03034) vertaling: Der wurd vulle gedanst op dit feest
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03034) vertaling: In de winkel wud der allenig brood verkocht
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03034) vertaling: As hie met de fietse kump, zalle wel te late zin
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03034) vertaling: Kom is een keer langs, aj tied heb
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03034) vertaling: Ik koop een dure auto, ak rieke bin
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03034) komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03034) vertaling: Misschien krieg ik ut wel
komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03034) vertaling: Misschien krieg ik ut wel
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03034) vertaling: Dûrf ie mien te duwen
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03034) vertaling: Dûrf ie mien te duwen
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03034) vertaling: Dûrf ie um uut te nodigen (te vrogen)
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03034) vertaling: Dûrf ie um uut te nodigen (te vrogen)
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03034) vertaling: Durf ie ze uut te nodigen (te vroagen)
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03034) vertaling: Durf ie ze uut te nodigen (te vroagen)
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03034) vertaling: Is Pol hier e-wes
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03034) vertaling: Is Pol hier e-wes
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03034) vertaling: Hoe lostten Pol dat op
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03034) vertaling: Hoe lostten Pol dat op
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03034) vertaling: Heb ie mien die brief e-stuurd
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03034) vertaling: Heb ie mien die brief e-stuurd
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03034) vertaling: Ja die heb ik um gegeven
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03034) vertaling: Ja die heb ik um gegeven
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03034) vertaling: Disse wêke lêef ze op water en brood
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03034) vertaling: Disse wêke lêef ze op water en brood
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03034) vertaling: Ie heb een liedje proberen te zingen dat zei Marie
opm.: geen bijzinsvolgorde dus volgorde V-cluster niet ingevulf
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03034) vertaling: Ze heb geprobeerd een liedjen te zingen, zei Marie
opm.: geen bijzinsvolgorde dus volgorde V-cluster niet ingevulf
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03034) vertaling: Ze heb geprobeerd een liedjen te zingen, zei Marie
opm.: geen bijzinsvolgorde dus volgorde V-cluster niet ingevulf
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03034) vertaling: Ie heb een liedje proberen te zingen dat zei Marie
opm.: geen bijzinsvolgorde dus volgorde V-cluster niet ingevulf
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03034) vertaling: Ie heb Marie een boek willen geven, zei ze
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03034) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03034) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03034) vertaling: Die stadsen heb hier vûlle huuzen e-bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03034) vertaling: Ie ziet gien mense meer an ut nieuwe kanaal
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03034) vertaling: Jan is gisteren hier gewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03034) vertaling: Toen Jan belden, was ik niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03034) vertaling: Ik zol Jef nooit vroagen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03034) vertaling: Marie die zol zo iets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03034) vertaling: Bert die drink wel is een glas te vulle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03034) vertaling: Ik zol die Martha wel is bie mien thuus willen vragen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03034) vertaling: Ik zol dat huis nooit willen weg doen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03034) vertaling: Al vieftig joar steet dat huus der al
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 3
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 3
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 3
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03034) vertaling: Hef Gunther e-beld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03034) vertaling: Oppassen
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03034) vertaling: Hie vond ut maar net goed
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03034) vertaling: Marjo hef noe vulle meer koeien as vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03034) vertaling: Ze was wel gekomen as Susanne hadde kunt
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03034) vertaling: Ut is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03034) vertaling: Ie mot mien effen bellen, veurdaj iets weg gooit
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03034) vertaling: Dit is alles wak gekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03034) vertaling: Jan is te krenterig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03034) vertaling: Ie weet niks van voetballen af
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03034) vertaling: Leg neer dat boek
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03034) vertaling: Ik komp mar, ai niet kunt wachten
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03034) vertaling: Ze zeijen dat Jan de dokter nog had kûnnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03034) vertaling: Jan had de dokter nog kûnnen roepen dat weet ik
opm.: vanwege hoofdzinsvolgorde, geen volgorde V-cluster ingevuld
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03034) vertaling: Ik had het motten doen zei je
opm.: vanwege hoofdzinsvolgorde, geen volgorde V-cluster ingevuld
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03034) vertaling: Hie zei dat ik dat mos doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03034) vertaling: Veurige weke is hie deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03034) vertaling: Hie wud margen geholpen deur dr Mertens
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03034) vertaling: Ik denke daj vulle weg mot gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03034) vertaling: Ik denke daj vulle weg mot gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03034) vertaling: Zulke dure dingen is dom um weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03034) vertaling: Zulke dure dingen is dom um weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03034) vertaling: Hie gooit alle kapotte weg
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03034) vertaling: Hie gooit alle kapotte weg
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03034) vertaling: Ie mot de krante vaker lêzen
positie: 1
opm.: met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03034) vertaling: Ie mot de krante vaker lêzen
positie: 1
opm.: met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03034) vertaling: Ie mot de krante niet in donker lêzen, das dom
positie: 1
opm.: met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03034) vertaling: Ie mot de krante niet in donker lêzen, das dom
positie: 1
opm.: met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03034) vertaling: Hie dut niks anders de hele dag dan de krante lêze
positie: 1
opm.: met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03034) vertaling: Hie dut niks anders de hele dag dan de krante lêze
positie: 1
opm.: met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03034) fragment: deur (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03034) fragment: um X (1)
opm.: weet niet hoe kruis te interpeteren
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 03034) fragment: um X (1)
opm.: weet niet hoe kruis te interpeteren
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03034) vertaling: Zo'n ding hek nog nooit e-zien
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03034) vertaling: Zo'n ding hek nog nooit e-zien
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03034) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03034) vertaling: Zo'n mense hef altied wat te klagen
komt voor: j
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03034) vertaling: Zo'n mense hef altied wat te klagen
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03034) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03034) vertaling: 2 rooie appels heffe nog en de gruune heffe weggegeven
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03034) vertaling: Op het feest waren vulle mensen
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03034) vertaling: Waren der vullen mensen
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03034) vertaling: Wat koch ie veur boeken
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03034) vertaling: Wat veur boeken hej ge-koch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03034) vertaling: Wat veur boeken hej ge-koch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03034) vertaling: Wat koch ie veur boeken
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03034) vertaling: bie Marietje woon te
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03034) vertaling: Hij woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03034) vertaling: Wim, loop effen nô de bakker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03034) vertaling: Wie zag ie doar
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03034) vertaling: Heb ze oe gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03034) vertaling: Ak dat gweten had, dan hak dat niet gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03034) vertaling: Zok nog effen wachten, zol dat bêter wéèn
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03034) vertaling: Gelukkig was de dokter der al heel gauw, Jan had um gebeld
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03034) vertaling: Vervelende blagen, loop is deur
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03034) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03034) komt voor: n
gebr.: 1

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Hall

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Hall