SAND-data Eefde (F163p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03043) vertaling: Jan kan zich dat verhaal wel herinneren
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03043) vertaling: Marie en Piet zeen mekore veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03043) vertaling: Toon is zich an't wass'n
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03043) vertaling: De timmerman hef geen spikers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03043) vertaling: Vlok naost zich zag Fons 'n slange
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03043) vertaling: 'k mos veur Erik werken
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03043) vertaling: Joh.. leet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03043) vertaling: Tone ging zich 'ns goed bekieken veur de spiegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03043) vertaling: In 'n paar minuten hef Jan zien pilsje op
opm.: Topicalisatie bepaling+ niet werkwoord 'drinken'
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03043) vertaling: Dat bunt gemak schoon'n
opm.: respondent wijkt vaak af van bevraagde constructies (erg vrij vertalend), pas dus op voor conclusie dat mediale hier (F 163) niet voorkomt
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03043) vertaling: Ed he fgoeie zelfkennis
opm.: respondent wijkt vaak af van bevraagde constructies (erg vrij vertalend)
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03043) vertaling: w hef eheurd dat foto's van hum in de etalagie staon
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03043) vertaling: Dee earpel schilt neet makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03043) vertaling: As glas op de grond völt is 't an diggelen
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03043) vertaling: Dokter, bun 'k wel gezond bezig?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03043) vertaling: Hee teert op de naolaotenschap van zien va.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03043) vertaling: Diss waeke laeft zee van water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03043) vertaling: Laeft het nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03043) vertaling: Laeft het nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03043) vertaling: Zit er nog laeven in?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03043) vertaling: Zit er nog laeven in?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03043) vertaling: Hoelang teern iele op dee arfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03043) vertaling: In Bretagne mot ze laev'n van de vis
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03043) vertaling: nao t aet'n gao'k slaop'n/gao'k 'n dutjen doon/ hol 'k middag slaop
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03043) vertaling: Zo'k dat wel kunnen doon
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03043) vertaling: Hee leet zien huus afbraek'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03043) vertaling: Dat Jan had mot wark'n is miej bekend
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03043) vertaling: Ik wete dat Jan had mot wark'n
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03043) vertaling: Dat Jan had mot wark'n is miej bekend
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03043) vertaling: Dat Jan had mot wark'n is miej bekend
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03043) vertaling: Ik wete dat Jan had mot wark'n
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03043) vertaling: Ik wete dat Jan had mot wark'n
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03043) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03043) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03043) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03043) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03043) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03043) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03043) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03043) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03043) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03043) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03043) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03043) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03043) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03043) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03043) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03043) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03043) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03043) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03043) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03043) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03043) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03043) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03043) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03043) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03043) vertaling: Jan hef geeneen book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03043) vertaling: Jan hef geen beuken
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03043) vertaling: Jan hef neet völle cent'n meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03043) vertaling: niemand mag hieroaver praot'n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03043) vertaling: Hieraover mag niemand praot'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03043) vertaling: Niemand zegt dat 'e kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03043) vertaling: Zitten hier narns moezen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03043) vertaling: 'k geve niemand wat
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03043) vertaling: Niemand wil wark'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03043) vertaling: wiele wis'n neet dat hee in huus was/thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03043) vertaling: 'k wist 't ok neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03043) vertaling: Hee mag met niemand hieraover praot'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03043) vertaling: Jan weet dat hee veur dreeën de weagn gemaakt mot hebb'n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03043) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03043) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03043) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03043) vertaling: Marie's auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03043) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03043) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03043) vertaling: Piet z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03043) vertaling: Dee man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03043) vertaling: Dee man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03043) vertaling: Dee auto is neet van mien mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03043) vertaling: De krante van gistern ligt onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03043) vertaling: Jan is n breurke van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03043) vertaling: Jan is n breurke van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03043) vertaling: Jan is hun breurken
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03043) vertaling: Jan is hun breurken
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03043) vertaling: de fietsen van dee jongs bunt gestolen/gejat
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03043) vertaling: de moder haar zussen bunt op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03043) vertaling: Dee auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03043) vertaling: Dat is mien fietse
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03043) vertaling: Hee mag met niemand praot'n aover dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03043) vertaling: 'k Wil niemand te nao doon
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03043) vertaling: 't is jammer dat wiele neet meug'n komm'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03043) vertaling: Dat do'k neet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03043) vertaling: 'k hebbe niks edaon
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03043) vertaling: Toen hee dat had verteld of marie begon te jank'n of huul'n
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03043) vertaling: dee bestelling koj nou wal ophaal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03043) vertaling: hee döt niks
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03043) vertaling: Hee warkt neet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03043) vertaling: Hee warkt neet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03043) vertaling: hee döt niks
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03043) vertaling: 'k verbied oe hier te komm'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03043) vertaling: Deur Jan's toedoon kunn'n wiele Marie neet bell'n
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03043) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03043) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03043) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03043) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03043) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03043) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03043) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te kunnen (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: te (2)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03043) fragment: nu (1)
opm.: 'nu' toegevoegd
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03043) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03043) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03043) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03043) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03043) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03043) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03043) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03043) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03043) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03043) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03043) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03043) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03043) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03043) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03043) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03043) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03043) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03043) fragment: nogal te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03043) fragment: nogal te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: (leeg ook mogelijk) (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: (leeg ook mogelijk) (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: (leeg ook mogelijk) (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03043) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03043) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: waarvoor (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: waarvoor (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: waarvoor (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: waarom (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: waarom (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03043) fragment: waarom (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat iele noit hellig bunt
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03043) vertaling: ze is neet hoovechdig
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03043) vertaling: els dech dat neet makkeluk zal waez'n
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03043) vertaling: Ik bun te late en ieje neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03043) vertaling: ie mos toch weet'n dat iej mos wark'n en ikke neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03043) vertaling: iedereene dech dat wiele naor huus gaot en dat ziele mag blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03043) vertaling: Wat jammer dat hee kump noe zee weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03043) vertaling: 'k denke dat Lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03043) vertaling: 't zut er naor uut dat Pieter en Liesje gaot trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03043) vertaling: 't zut er naor uut dat Pieter en Liesje gaot trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03043) vertaling: 't zut er naor uut da'w gauw brullofte kriegt van Pieter en Liesje
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03043) vertaling: 't zut er naor uut da'w gauw brullofte kriegt van Pieter en Liesje
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03043) vertaling: dat dõtte
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03043) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03043) komt voor: j
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03043) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03043) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03043) vertaling: dat dõtte neet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03043) komt voor: n
betekenis: bevestigend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03043) komt voor: n
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03043) komt voor: n
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03043) komt voor: n
betekenis: bevestigend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03043) komt voor: n
betekenis: bevestigend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03043) komt voor: n
betekenis: bevestigend
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03043) vertaling: Jao hee dut / dõt
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03043) vertaling: nea, hee slõp neet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03043) vertaling: nea, hee slõp neet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03043) vertaling: Jao hee dut / dõt
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03043) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03043) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03043) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03043) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03043) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03043) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03043) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03043) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03043) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03043) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03043) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03043) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03043) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03043) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03043) komt voor: n
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03043) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03043) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03043) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03043) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03043) fragment: waor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03043) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03043) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03043) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03043) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03043) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03043) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03043) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03043) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03043) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03043) vertaling: Wie denk iej da'k in de stad teegn kwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03043) vertaling: Wat denkt iele hoe ze't hebt opelöst
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03043) vertaling: Wat denk iej hoe ze't hebt opelöst
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03043) vertaling: Magda weet neet wie wile willen opbell'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03043) vertaling: Weet iemand wee wile hebt eroep'n?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03043) vertaling: Wie denk iej dat in de stad teegn 't leef leep?
opm.: pronomen 1.ev. ontbreekt
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03043) vertaling: wee denk iej da'k in de stad nog zagge
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03043) vertaling: hee hef zien hand'n ewass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03043) vertaling: Hee hef zien hemp ewass'n
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03043) vertaling: Hee hef 'n hood op zien heuf
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03043) vertaling: Hee hef 'n vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03043) vertaling: hee hef zien been ebraok'n / tebraok'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03043) vertaling: zee hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03043) vertaling: Marie trok de daek'n naor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03043) vertaling: Luc weet dat er foto's van hum te koop bunt
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03043) vertaling: Jaj kont oe toch wel herinneren dat wiele deur dat bos bunt eloop'n?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03043) vertaling: Ik kanne miej herinneren dat Marie der auto kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03043) vertaling: Zee kan zich herinneren dat hee as 'n varken zat te aet'n
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03043) vertaling: wie könt ons nog bes herinner'n dat al d beuke van Jan wassn estaoln, mar zee weet dat neet mear
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03043) vertaling: Köj oe nog herinneren dat wiej Jan op de mark hebb'n ezeen?
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03043) vertaling: Hee hef zich kepot ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03043) vertaling: Hee veulde dat hee deur 't ies ging!
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03043) vertaling: Zol hee dat 'edaon kunnen hebb'n?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03043) fragment: gekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03043) fragment: 'ekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03043) fragment: 'ekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03043) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03043) fragment: 'edaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03043) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03043) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03043) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03043) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03043) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03043) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03043) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03043) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03043) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03043) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03043) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03043) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03043) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03043) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03043) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03043) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03043) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03043) vertaling: 'k Wete: hee is vot
komt voor: j
opm.: directe rede
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03043) vertaling: 'k Wete: hee is vot
komt voor: j
opm.: directe rede
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03043) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03043) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03043) vertaling: Van keeze maak'n weet 'k/wee'k nik
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03043) vertaling: Van keeze maak'n weet 'k/wee'k nik
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03043) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03043) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03043) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03043) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03043) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03043) komt voor: n
000 (y06opm) (inf. 03043) opm. inf.: 'n hoop onzin. tied verknoojun!
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03043) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03043) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03043) komt voor: n
opm.: " ik, van deze zinnen"
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03043) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03043) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03043) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03043) vertaling: Van die tied he'k ruum gebruuk emoakt
opm.: dav
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03043) vertaling: Vrogger was 'k 'n losbol
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03043) vertaling: wiele leefd'n as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03043) vertaling: Niemand mag 't zeen, dus iej ok neet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03043) vertaling: 't gebeurde toen iej votging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03043) vertaling: 'k wete waor iej jonk bunt 'ewodd'n
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03043) vertaling: Noe'j klaor bunt maj gaon
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03043) vertaling: Umdat Marie dood was kon heur man Anna neet meer helpen
opm.: " Dit bunt verklaorbare zinnen" . IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee is gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee is gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee is gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee is gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee is gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee is gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee zol gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee zol gaon zwemm'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03043) vertaling: 'k wete dat hee zol gaon zwemm'n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03043) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03043) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03043) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03043) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03043) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03043) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03043) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03043) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03043) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03043) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03043) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03043) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03043) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03043) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03043) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03043) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03043) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03043) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03043) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03043) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03043) fragment: dee (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dee (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: en (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: en (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: en (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: en (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03043) fragment: dat hee (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03043) komt voor: n
fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03043) komt voor: n
fragment: ? (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03043) komt voor: n
fragment: ? (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03043) komt voor: n
fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03043) komt voor: n
fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03043) komt voor: n
fragment: ? (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03043) fragment: waormet (mee doorgestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03043) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03043) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03043) fragment: waormet (mee doorgestreept) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03043) fragment: wee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03043) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03043) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03043) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03043) fragment: waor (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03043) fragment: dee (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03043) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03043) fragment: dee (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03043) fragment: dee (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03043) fragment: wee (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03043) fragment: wee (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03043) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03043) fragment: waorvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03043) fragment: waorvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03043) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03043) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwaod bunt, nooit hellig bunt
betekenis: negative concord
opm.: " Piet denkt niet, maor Piet: "dech" doordat 'nooit hellig bunt' achter de eerste zin staat weet ik niet of daar misschien wel dubbele ontkenning plaatsvindt. In vertalingen geen dubbele ontkenning maar bij volgende vraag wel de opmerking dat dubbele ontk
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03043) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwaod bunt, nooit hellig bunt
betekenis: negative concord
opm.: " Piet denkt niet, maor Piet: "dech" doordat 'nooit hellig bunt' achter de eerste zin staat weet ik niet of daar misschien wel dubbele ontkenning plaatsvindt. In vertalingen geen dubbele ontkenning maar bij volgende vraag wel de opmerking dat dubbele ontk
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03043) vertaling: Wim dech dat wiele geen mense 'n pries geeft
betekenis: negative concord
opm.: "dubbele ontkenning komt in het dialect vaak voor" : dav
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03043) vertaling: Wim dech dat wiele geen mense 'n pries geeft
betekenis: negative concord
opm.: "dubbele ontkenning komt in het dialect vaak voor" : dav
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03043) vertaling: 't Is waor dat ze neet mag/maggen praot'n met Marie
betekenis: negatie > modaal
opm.: "M.i. zou de zin als volgt moeten luiden: Het is waar dat zij niet mogen praten met Marie."
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03043) vertaling: 't Is waor dat ze neet mag/maggen praot'n met Marie
betekenis: negatie > modaal
opm.: "M.i. zou de zin als volgt moeten luiden: Het is waar dat zij niet mogen praten met Marie."
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03043) vertaling: Nanns (nergens)
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03043) vertaling: geen mense
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: 't blif oorlog
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: 't blif oorlog
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: 't blif oorlog
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: as Paosen en Pinksteren op enen dag valt
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: as Paosen en Pinksteren op enen dag valt
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: as Paosen en Pinksteren op enen dag valt
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: dee kump nee
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: dee kump nee
opm.: 'nee' voor 'niet'
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03043) vertaling: dee kump nee
opm.: 'nee' voor 'niet'
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03043) vertaling: veerkontige kearl met ronde boek
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03043) vertaling: gien of geen , want 't bunt boll'n
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03043) vertaling: Iej mot um neet zegg'n, da'k naor buut'n bun ewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03043) vertaling: Neet verklappen da'j 'n kedo veur hum ekoch hebt, heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03043) vertaling: Weet iej neet dat hee evall'n is.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03043) vertaling: Weet iej neet dat hee evall'n is.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03043) vertaling: Jao, hee was met zien fietse en hee smakte tegen de grond
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03043) vertaling: Jao, hee was met zien fietse en hee smakte tegen de grond
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03043) vertaling: Wendy wol gien mense piene doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03043) vertaling: 't Schient dat ze niks aet'n mag
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03043) vertaling: 'k gleuve dat ze niks mag aet'n
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03043) vertaling: 'k gleuve dat ze niks mag aet'n
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03043) vertaling: 't Schient dat ze niks aet'n mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03043) vertaling: Zee schient niks te magg'n aet'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03043) vertaling: Ze waarn al de hele dag bezig mekare op te telefoneern
opm.: 'waren ... bezig' ipv 'proberen'
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03043) vertaling: 't belooft weer 'n mooie dag te wodd'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03043) vertaling: 't Zal baeter waez'n nog effen te wacht'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03043) vertaling: Gelukkig hadd'n wiele um drek trugge
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03043) vertaling: Gelukkig hadd'n wiele um zo weer int 't vizier
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03043) vertaling: Gelukkig hadd'n wiele um zo weer int 't vizier
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03043) vertaling: Gelukkig hadd'n wiele um drek trugge
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03043) vertaling: as de kipp'n 'n stoorvogel zeen, bunt ze van slag / slaot ze alarm
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03043) vertaling: As wiele de eerpel neet kwietraok'n, raok'n wiej in de mizère
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03043) vertaling: As iele hum neet metnaem'n, wo'k hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03043) vertaling: hee was er van op de heugte
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03043) vertaling: Op dit fees wödt völle edonst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03043) vertaling: In dee winkel kö'j noe allene mar brood krieg'n
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03043) vertaling: hee zal wel late waen as op de fietse kump
opm.: subject voorwaardelijke bijzin ontbreekt
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03043) vertaling: A'j tied hebt mo'j us 'n keertjen an komm'n
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03043) vertaling: Zo gauw 'k rieke bun, schaf ik mien 'n dure auto an
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03043) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03043) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03043) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03043) vertaling: Zol iej hum durven uutneudigen ?
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03043) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03043) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03043) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03043) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03043) vertaling: 'k hebbe 't hum gegaeven
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03043) vertaling: Disse waeke laeft ze op water en brood
opm.: "(zeker an 't end van de maond)"
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03043) vertaling: Marie zei dat iej probeert hebt 'n leedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03043) vertaling: Marie hef ezegd dat iej probeert heb 'n leedje te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03043) vertaling: Marie zei dat iej probeert hebt 'n leedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03043) vertaling: Marie hef ezegd dat iej probeert heb 'n leedje te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03043) vertaling: Marie zei dat iej haor 'n book wol perbeern te geevn.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03043) vertaling: Marie zei dat iej geprobeerd hebt haor 'n book te geev'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03043) vertaling: Marie zei dat iej geprobeerd hebt haor 'n book te geev'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03043) vertaling: Marie zei dat iej haor 'n book wol perbeern te geevn.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03043) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03043) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03043) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03043) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03043) vertaling: die stadsen hebt hier völle huzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03043) vertaling: an dat kenaal zeej gien mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03043) vertaling: Jan was gesteren hier
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03043) vertaling: Toen Jan hef ebeld, was'k neet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03043) vertaling: Dee Jef zo'k nooit vraog'n
opm.: 'dee Jef' ipv 'Jef (dee)'
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03043) vertaling: dat zol Marie nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03043) vertaling: Bert drinkt wellus 'n glaeske te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03043) vertaling: martha zou'k wellus bie miej thuus willen vraog'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03043) vertaling: Dat huus zou'k nooit koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03043) vertaling: Dat huus is vieftig jaor old
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03043) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03043) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03043) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03043) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03043) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03043) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03043) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03043) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03043) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03043) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03043) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03043) vertaling: Hef Gunther nog ebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 03043) vertaling: Waart oe!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03043) vertaling: t hield neet aover
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03043) vertaling: Marjo hef noe meer vee dan ze vrogger had
opm.: "dan vrogger is voldoende"
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03043) vertaling: 'k Wete dat Jan veur de dokter had kunn'n zorg'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03043) vertaling: 'k Wete dat Jan de tied had um veur de dokter te zorg'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03043) vertaling: Hee zeij dat ik dat had mott'n doon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03043) vertaling: Hee zey dat ik 't mos 'edaon hebb'n
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03043) vertaling: Veurigen waeke is hee geopereerd deur dr Martens
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03043) vertaling: Veurigen waeke is hee geopereerd deur dr Martens
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03043) vertaling: Vergangen waeke ....
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03043) vertaling: Vergangen waeke ....
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03043) vertaling: man'n word hee deur dokter Martens geopereerd
000 (z12opm) (inf. 03043) opm. inf.: moeilijk te vertalen zinnen, vooral [Z12]b en [Z12]d
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03043) vertaling: 'k denke da'j völle weg zult mott'n doon
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03043) vertaling: 'k denke da'j völle weg zult mott'n doon
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03043) vertaling: 't is hatskikke stom zukke dure spull'n weg te gooi'n
positie: 1
opm.: infinitivaal voegwoord 'om' ontbreekt
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03043) vertaling: 't is hatskikke stom zukke dure spull'n weg te gooi'n
positie: 1
opm.: infinitivaal voegwoord 'om' ontbreekt
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03043) vertaling: Hee is alle kapotte spull'n an 't weggooi'n
positie: 2
opm.: " weg doon" kan ook!"
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03043) vertaling: Hee is alle kapotte spull'n an 't weggooi'n
positie: 2
opm.: " weg doon" kan ook!"
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03043) vertaling: Ik vinne da'j wat meer de krante mot laez'n
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03043) vertaling: Ik vinne da'j wat meer de krante mot laez'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03043) vertaling: Het is dom um in t donker krante te gaon laez'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03043) vertaling: Het is dom um in t donker krante te gaon laez'n
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03043) vertaling: De godsganselijke dag is he an 't krantlaez'n
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03043) vertaling: De godsganselijke dag is he an 't krantlaez'n
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03043) fragment: door (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03043) fragment: soms (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03043) fragment: ook (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03043) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03043) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03043) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03043) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03043) vertaling: Rob hef één greune appel vot-e-geev'n en hee hef noe nog twee roojun aover
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03043) vertaling: Der wasvölle volluk op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03043) vertaling: Was er völle volluk op 't fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03043) vertaling: Wat veur beuke heij ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03043) vertaling: Wat veur beuke heij ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03043) vertaling: Wat heb iej veur beuke ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03043) vertaling: Wat heb iej veur beuke ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03043) vertaling: Hee woont biej Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03043) vertaling: Hee woont biej Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03043) vertaling: Loop iej effen naor de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03043) vertaling: Weej heij ezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03043) vertaling: Weej hef oe ezeen of ezeene?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03043) vertaling: a'k dat had eweet'n, dan ha'k 't neet edaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03043) vertaling: 't Zol better zun om nog effen te wacht'n
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03043) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en dee was er zo
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03043) vertaling: Loop noe toch 's effen deur, verdreide snotneuz'n.
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03043) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03043) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03043) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03043) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03043) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03043) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03043) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Eefde

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Eefde