SAND-data Gorssel (F161p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03983) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02869) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02869) vertaling: Marie en Piet zeet mekare veur de karke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03983) vertaling: Marie en Piet zeet mekare veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03983) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02869) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03983) vertaling: De timmerman hef gin spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02869) vertaling: De timmerman hef gin spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02869) vertaling: Fons zag een slange naös zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03983) vertaling: Fons zag een slange neust zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03983) vertaling: Erik leet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02869) vertaling: Erik leet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03983) vertaling: Johanna leet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02869) vertaling: Johanna leet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02869) vertaling: Toon bekek zichzelf is goed in de spegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03983) vertaling: Toon bekeek zichzelf us goed in de spiegel (met lange ie)
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03983) vertaling: Jan hef in 2 minuten een biertje edronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02869) vertaling: Jan hef in twee menuten 'n biertjen edronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03983) vertaling: Disse schoene loopt gemakkeluk (met lange oe)
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02869) vertaling: Disse schoene loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03983) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02869) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03983) vertaling: Ward hef eheurd dat d'r foto's van um zelf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02869) vertaling: Ward hef eheurd dat der foto's van umzelf in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03983) vertaling: Die jappel schelt niet gemakkeluk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02869) vertaling: Die jappels (of eerappels) schelt niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03983) vertaling: Dit glas brekt as ut op de grond völt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02869) vertaling: Dit glas brekt as 't op de grond völt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02869) vertaling: Dokter, laef ik wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03983) vertaling: Dokter , laef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02869) vertaling: Al jaoren laeft e van de arfenis van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03983) vertaling: Al jaoren laef hi van de arfenis van zin vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02869) vertaling: Disse wekke laeft ze op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03983) vertaling: Disse wekke laeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02869) vertaling: Laeft 't nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03983) vertaling: Laeft ut nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02869) vertaling: Hoelange laeve iele noe al van die arfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03983) vertaling: Hoelange laeft iele noe al van de arfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02869) vertaling: In Bretagne laeft ze veural van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03983) vertaling: In Bretagne laeft ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02869) vertaling: Nao 't etten gao 'k slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03983) vertaling: Nao ut etten gao ik slaopen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02869) vertaling: Zol ik dat wel können doon?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03983) vertaling: Zol ik dat wel können doone?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02869) vertaling: Hi leet zien huus afbrekken
opm.: hi met de i van wit
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03983) vertaling: Hi leet zin huus afbrekken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03983) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03983) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03983) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03983) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03983) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03983) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03983) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02869) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03983) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03983) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02869) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03983) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03983) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03983) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03983) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03983) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03983) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03983) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03983) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03983) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03983) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03983) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03983) vertaling: Jan hef geeneen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02869) vertaling: Jan hef gineen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02869) vertaling: Jan hef gineen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02869) vertaling: Jan hef gin boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02869) vertaling: Jan hef gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03983) vertaling: Jan hef gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02869) opm.: streep door vraag
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03983) vertaling: Boeken hef Jan niet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02869) vertaling: Jan hefgin boeken
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03983) vertaling: Jan hef niet völle geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02869) vertaling: Jan hef niet völle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03983) vertaling: D'r mag niemand sprekken aover dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02869) vertaling: Der mag gin mense praoten aover disse moeilijkheid
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03983) vertaling: D'r mag niemand sprekken aover dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02869) vertaling: Der mag gin mense praoten aover dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03983) vertaling: Niemand zeg dat e kump
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02869) vertaling: Gin mense zeg dat e kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03983) vertaling: Zit hier nans moezen?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02869) vertaling: ZIt hier argens moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02869) vertaling: Ik geve niks an een ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03983) vertaling: Ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03983) vertaling: Niemand wil warken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02869) vertaling: Ginmense wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03983) vertaling: Wiele wissen niet dat e thuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02869) vertaling: Wiele wissen dat e thuus was
opm.: negatie ontbreekt
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02869) vertaling: Ik wisse 't ok niet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03983) vertaling: Ik wis ut ok nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03983) vertaling: Hi mag met niemand praoten aover dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02869) vertaling: Hi mag met ginmense praoten aover dit probleem
000 (x05opm) (inf. 02869) opm. inf.: Probleem is wel geen dialectwoord, maar wordt toch het meest gebruikt in zo'n situatie. Moeilijkheid, narigheid, zwaorigheid enz. kan ook.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03983) vertaling: Jan weet dat e veur drie uur de wagen emaakt mot he'm
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02869) vertaling: Jan weet dat e veur drie uur de wagen mot hebben emaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03983) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03983) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03983) vertaling: Maries oto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02869) vertaling: De auto van Marie is kapot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03983) vertaling: Marie d'r oto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02869) vertaling: Marie eur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02869) vertaling: Piet zien auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02869) vertaling: De auto van Piet is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02869) vertaling: De auto van Piet is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03983) vertaling: Piets oto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02869) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03983) vertaling: Piet zin oto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02869) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03983) vertaling: Die mans oto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02869) vertaling: De auto van die man is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02869) vertaling: Die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03983) vertaling: Die man zin oto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03983) vertaling: Die oto is niet van mien ma van um
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02869) vertaling: Die auto is niet van mien maor van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03983) vertaling: De krante van gistern lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02869) vertaling: De krante van gistern lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02869) vertaling: Jan is 't breurken van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03983) vertaling: Jan is Karolien en Kristiens breur
opm.: prenominale possessieve genitief '-s' bij 2e eigennaam
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03983) vertaling: Die jonges hun fietsen bint estaolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02869) vertaling: De fietsen van die jongens bint estaolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02869) vertaling: De moder van die zusters is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03983) vertaling: Die zussen eur moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03983) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02869) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03983) vertaling: Die fietse is van mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02869) vertaling: Die fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03983) vertaling: Hi mag met niemand sprekken aover dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02869) vertaling: Hi mag met gin mense praoten / sprekken aover dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02869) vertaling: Ik wille ginmense kwetsen / veur 't heuf stoten
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03983) vertaling: Ik wil niemand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02869) vertaling: 't Is jammer dat wiele niet meugt kommen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03983) vertaling: Ut is jammer dat wiele niet meugt kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03983) vertaling: Dat gao ik niet doon
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02869) vertaling: Dat gao'k niet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02869) vertaling: Ik hebbe niet ewarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03983) vertaling: Ik heb niet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03983) vertaling: Nog ma pas had hi it verteld of Marie begon te huulen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02869) vertaling: Hi had 't nog maor net veteld of Marie begon te hulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03983) vertaling: Gao die bestelling noe ma ophalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02869) vertaling: Gao die bestelling noe maor ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02869) vertaling: Hi warkt niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03983) vertaling: Hi warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03983) vertaling: Ik verbiede oe um hier te kommen
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02869) vertaling: Ik verbied oe um hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03983) vertaling: Jan verhinderde dat wiele Marie belden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02869) vertaling: Jan verhinderden dat wiele Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02869) fragment: umme (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03983) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02869) fragment: umme (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02869) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03983) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02869) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03983) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03983) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03983) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02869) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03983) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03983) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02869) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03983) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02869) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02869) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03983) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02869) fragment: umme te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02869) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03983) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02869) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03983) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03983) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02869) fragment: umme te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03983) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03983) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: a'j ('je' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: as (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: a'j ('je' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03983) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: as (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: a'j ('je' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: as (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03983) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: as (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: a'j ('je' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02869) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03983) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02869) fragment: zölt (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03983) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03983) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02869) fragment: dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03983) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02869) fragment: dat wiele (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02869) fragment: zölt (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02869) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02869) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02869) fragment: as dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02869) fragment: as dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03983) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02869) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03983) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02869) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02869) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02869) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02869) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02869) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02869) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03983) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02869) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02869) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02869) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02869) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02869) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03983) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03983) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02869) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02869) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03983) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02869) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03983) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03983) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03983) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02869) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02869) fragment: as (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02869) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02869) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02869) fragment: as (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03983) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03983) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02869) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02869) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02869) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02869) fragment: of dat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat iele op ginmense kwaod bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat iele op niemand boos bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat ze nargens trots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat zi op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02869) vertaling: Els dech dat 't niet makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03983) vertaling: Els denkt dat 't niet gemakkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02869) vertaling: Ik wete da'k te late binne en ieje niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat ik te late bin en ieje niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02869) vertaling: Ie weet toch dat ie mot warken en ikke niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03983) vertaling: Ik wete toch dat ie moet warken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02869) vertaling: Iederene dech dat wiele nao huus gaot en dat zille nog meugt blieven
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03983) vertaling: Iedereen denkt dat wiele naor huus gaot en dat zille nog meugt blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02869) vertaling: 't Is jammer dat hi kump en dat zi weggeet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03983) vertaling: Ut is jammer dat hi kump en dat zi weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02869) vertaling: Ik denke dat Lisa zeek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03983) vertaling: Ik denke dat Lisa zeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02869) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaot trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03983) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje gaot trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02869) vertaling: Ja, dat dut e
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03983) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02869) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03983) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02869) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03983) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02869) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02869) vertaling: He zal wel niet kommen, en dat dut e niet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02869) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03983) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03983) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02869) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03983) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02869) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 02869) vertaling: Ja, dat dut e
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02869) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03983) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02869) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03983) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02869) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03983) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02869) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03983) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03983) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03983) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03983) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02869) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03983) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03983) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03983) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03983) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02869) vertaling: De lampe brendt niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03983) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02869) vertaling: De lampe brendt niet meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03983) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02869) vertaling: Danst Marie elke aovend
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02869) vertaling: Danst Marie elke aovend
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02869) vertaling: Snie 't brood es effen
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03983) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02869) vertaling: Snie 't brood es effen
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03983) fragment: van wie (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02869) fragment: waorvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03983) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02869) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03983) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03983) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02869) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02869) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03983) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02869) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03983) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02869) fragment: waor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03983) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02869) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02869) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03983) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02869) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03983) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02869) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02869) fragment: dèn (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02869) fragment: dèn (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03983) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02869) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02869) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02869) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03983) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02869) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02869) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03983) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03983) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02869) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03983) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03983) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03983) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02869) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03983) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02869) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02869) fragment: dèn die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02869) fragment: dèn die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02869) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03983) vertaling: Wie denk ie dat ik in de stad ontmoet hebbe
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02869) vertaling: Wie denk ie dat ik in de stad ezeen hebbe?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02869) vertaling: Wat denk iele hoe 't ze 't hebt opelost?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02869) vertaling: Hoe denk iele hoe't ze't hebt opelost?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02869) vertaling: Hoe denk iele hoe't ze't hebt opelost?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03983) vertaling: Wat denkt iele hoe ze 't hebt opelost?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02869) vertaling: Wat denk iele hoe 't ze 't hebt opelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03983) vertaling: Hoe denk ie dat ze 't hebt opelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02869) vertaling: Hoe denk ie dat ze 't hebt opelost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03983) vertaling: Magde weet niet wie wiele wilt opbellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02869) vertaling: Magda weet niet wie wiele wilt opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02869) vertaling: Weet iemand wie of wiele eroepen hebt?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02869) vertaling: Weet iemand wie of wiele eroepen hebt?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02869) vertaling: Weet der ene ...
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02869) vertaling: Weet der ene ...
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03983) vertaling: Weet iemand wie wiele eroepen hebt?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03983) vertaling: Wie denk ie dat ik in de stad ontmoet hebbe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02869) vertaling: Wie denk ie wie ik in de stad ezeen / etroffen hebbe?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02869) vertaling: Wie denk ie wie ik in de stad ezeen hebbe?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03983) vertaling: Wie denk ie dat ik in de stad ontmoet hebbe?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02869) vertaling: Hi hef zien hande ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03983) vertaling: Hi hef zin hande ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02869) vertaling: Hi hef zien hemp ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03983) vertaling: Hi hef zin hemd ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02869) vertaling: Hi hef 'n hoed op 't heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03983) vertaling: Hie hef een hoed op ut heuf
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03983) vertaling: Hie hef een vlekke op zin hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02869) vertaling: Hi hef 'n vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02869) vertaling: Hi hef zien been ebrokken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03983) vertaling: Hi hef zin been ebrokken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02869) vertaling: Zi hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03983) vertaling: Zi hef zich zeer edaone
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03983) vertaling: Marie trok de dekken naor zich toe
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02869) vertaling: Marie trok de dekken nao zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02869) vertaling: Luc weet dat der foto's van umzelf te koop bunt
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03983) vertaling: Luc weet dat d'r foto's van umzelf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02869) vertaling: Ie weet toch nog wel da'w toen deur dat bos hen bunt elopen?
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03983) vertaling: Ie herinnert oe toch wel dat wiele toen deur ut bos hen bint elopen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03983) vertaling: Ik herinnere mien dat de oto van Marie kapot was
opm.: reflexief: mijn
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02869) vertaling: Ik weet nog wel dat de auto van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02869) vertaling: Zi herinnert zich dat hi as 'n varken zat te etten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02869) vertaling: Zi weet nog dat ...
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03983) vertaling: Zi herinnert zich dat hi as een varken zat te etten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02869) vertaling: Zi weet nog dat ...
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02869) vertaling: Zi herinnert zich dat hi as 'n varken zat te etten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02869) vertaling: Wiele wissen nog wel dat al Jan zien boeken estaolen waren maor zille wissen 't niet meer
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03983) vertaling: Wiele herinnert ons dat al Jan zin boeken estolen waren ma ziele herinnert ut zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03983) vertaling: Herinnert iele oe nog dat wiele Jan op de markt hebt ezeen?
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02869) vertaling: Weet iele nog da'w Jan op de mark ezeen hebt?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02869) vertaling: Hi hef zich 'n ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03983) vertaling: Hi hef zich een ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02869) vertaling: Hi veulden zich deur 't ies zakken
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03983) vertaling: Hi veulden zich deur ut ies zakken
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02869) vertaling: Zol e dat edaon hebben können
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02869) vertaling: Zol e dat hebben können doon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03983) vertaling: Zol e dat he'm können doon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02869) vertaling: Zol e dat hebben können doon?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02869) vertaling: Zol e dat edaon hebben können
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03983) fragment: ekönt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03983) fragment: edaone (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03983) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02869) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02869) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03983) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02869) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03983) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02869) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03983) komt voor: j
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02869) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03983) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02869) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03983) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02869) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03983) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02869) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03983) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02869) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03983) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02869) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03983) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02869) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03983) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02869) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02869) vertaling: Wiele mot nao de schure en voeren de beeste
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03983) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02869) vertaling: Wiele mot nao de schure en voeren de beeste
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02869) vertaling: Ze kwammen der an wandelen / kuieren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03983) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02869) vertaling: Ze kwammen der an wandelen / kuieren
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03983) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02869) vertaling: Ik denke dat e weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02869) vertaling: Ik denke dat e weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02869) vertaling: Ik denke dat e weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03983) vertaling: Ik denke hi is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02869) vertaling: Ik denke dat e weg is
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03983) vertaling: Ik denke hi is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03983) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02869) vertaling: Ik weet dat e weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02869) vertaling: Ik weet dat e weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03983) vertaling: Ik wete hi is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat e weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03983) vertaling: Ik wete hi is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat e weg is
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03983) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02869) vertaling: De politie zol bie um kommen en nemmen um mee
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02869) vertaling: De politie zol bie um kommen en nemmen um mee
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02869) vertaling: Al de beeste van Marie bint vedronken bie de aoverstroming
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03983) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02869) vertaling: Al de beeste van Marie bint vedronken bie de aoverstroming
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03983) vertaling: Käse maken weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02869) vertaling: Van keze maken weet ik niks
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03983) vertaling: Käse maken weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02869) vertaling: Van keze maken weet ik niks
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02869) vertaling: Met Jan bin ik nao de mark ewes
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03983) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02869) vertaling: Met Jan bin ik nao de mark ewes
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02869) vertaling: De drie eerste sommen he'k al emaakt. Welken heb ie emaakt?
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02869) vertaling: De drie eerste sommen he'k al emaakt. Welken heb ie emaakt?
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03983) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02869) vertaling: Welken heb ie al wegebrach?
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03983) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02869) vertaling: Welken heb ie al wegebrach?
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02869) vertaling: Zokke zol ik niet dörven opetten
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03983) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02869) vertaling: Zokke zol ik niet dörven opetten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02869) vertaling: Dèn zol ik niet dörven opetten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02869) vertaling: Dèn zol ik niet dörven opetten
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03983) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan nao de mark ewes is
komt voor: n
opm.: 'Oudere mensen zeggen wel "ewes hef"'
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan naor de markt ewes hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan naor de markt ewes hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan nao de mark ewes is
komt voor: n
opm.: 'Oudere mensen zeggen wel "ewes hef"'
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03983) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02869) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02869) vertaling: Ik hebbe heel wat lopen edaon
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02869) vertaling: Ik hebbe heel wat lopen edaon
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03983) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02869) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03983) vertaling: Ik wodde noe meu, dus ik hol d'r ma mee op
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03983) vertaling: Ik wodde noe meu, dus ik hol d'r ma mee op
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03983) vertaling: Hi deed zich veur asoffe net uut zin bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02869) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03983) vertaling: Hi deed zich veur asoffe net uut zin bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03983) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02869) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02869) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03983) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02869) vertaling: In die tied laefden ik der op lös
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03983) vertaling: In die tied laefden ik d'r op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03983) vertaling: Vrogger laefde hi as een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02869) vertaling: Vrogger laefden hi as 'n bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03983) vertaling: Daor laefden wiele as God in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02869) vertaling: Door laefden wiele as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02869) vertaling: Gin mense mag 't zeen, dus ik vinne dat ie 't ok niet meugt zeen
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03983) vertaling: Niemand mag ut zeene, dus ik vinde dat ie ut ok niet meugt zeene
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03983) vertaling: Ut gebeurden toen ie weggingen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02869) vertaling: 't Gebeurden toen ie weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03983) vertaling: Ik wete waor ie eboren bint
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02869) vertaling: Ik wete waor ie geboren bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02869) vertaling: Noe'j kloor bint meu'j gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03983) vertaling: Noe ie klaor bint, meug ie gaone
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03983) vertaling: Deurdat Marie aoverleden was, hef eur man Anna niet meer können helpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02869) vertaling: Umdat Marie estorven was, hef eur man Anna niet meer können helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat hi is gaon zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat e is gaon zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03983) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03983) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03983) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03983) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03983) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03983) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02869) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03983) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02869) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02869) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03983) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03983) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02869) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03983) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02869) komt voor: n
opm.: 'Dit doet mij aan de taal van de Heidelbergse Catechismus denken:"Houden wij deze geboden? Ja, wij". (Lang geleden geleerd in de 40er jaren)'
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02869) vertaling: Met zok weer kö'j niet völle doon
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02869) vertaling: Met zok weer kö'j niet völle doon
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03983) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03983) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02869) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03983) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02869) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02869) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03983) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03983) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02869) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03983) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02869) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03983) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02869) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03983) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02869) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03983) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02869) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03983) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02869) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03983) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02869) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: die 't (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: die 't (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: den (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: den (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02869) fragment: dat e (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03983) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat [ze] 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat [ze] 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat [ze] 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat [ze] 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat [ze] 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat [ze] 'm (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: dèn (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03983) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02869) fragment: woorvan (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03983) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02869) fragment: waor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03983) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02869) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03983) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02869) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03983) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02869) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02869) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03983) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02869) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03983) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02869) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02869) fragment: da'k ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02869) fragment: da'k ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02869) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02869) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03983) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03983) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02869) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02869) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02869) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02869) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02869) fragment: dèn (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02869) fragment: dèn (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03983) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02869) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02869) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02869) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02869) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02869) fragment: van wie eur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02869) fragment: van wie eur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03983) fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02869) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op ginmense niet kwaod bint
betekenis: geen negative concord
opm.: 'Zo zegge wie dat nooit. Wiele zegt: P. dech dat Jan en Marie op iederene kwaod bint / bunt'
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02869) vertaling: Piet dech dat Jan en Merie op ginmense niet kwaod bint
betekenis: geen negative concord
opm.: 'Zo zegge wie dat nooit. Wiele zegt: P. dech dat Jan en Marie op iederene kwaod bint / bunt'
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03983) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos bint
opm.: "wordt in ons dialect niet zo gezegd, onduidelijk wat bedoeld wordt"
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02869) vertaling: Wim dech dat wiele nooit ginmense gin pries geeft
betekenis: geen negative concord
opm.: 3 maal negatie-element
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02869) vertaling: Wim dech dat wiele altied iemand 'n pries geeft
betekenis: geen negative concord
opm.: 3 maal negatie-element
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03983) vertaling: Wim denkt dat wiele nooit iemand een pries geeft
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02869) vertaling: Wim dech dat wiele altied iemand 'n pries geeft
betekenis: geen negative concord
opm.: 3 maal negatie-element
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02869) vertaling: Wim dech dat wiele nooit ginmense gin pries geeft
betekenis: geen negative concord
opm.: 3 maal negatie-element
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03983) vertaling: Wim denkt dat wiele nooit iemand een pries geeft
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02869) vertaling: Wim dech dat wiele nooit ginmense gin pries geeft
betekenis: geen negative concord
opm.: 3 maal negatie-element
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02869) vertaling: Wim dech dat wiele altied iemand 'n pries geeft
betekenis: geen negative concord
opm.: 3 maal negatie-element
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02869) vertaling: 't Is waor dat ze niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
opm.: Moeilijk emaakt, heur! Ik rake der van in de biester bane / het spoor bijster (Ik raak ervan in de war!)
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03983) vertaling: Ut is waor dat ze niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02869) vertaling: 't Is waor dat ze niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
opm.: Moeilijk emaakt, heur! Ik rake der van in de biester bane / het spoor bijster (Ik raak ervan in de war!)
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03983) vertaling: Ut is waor dat ze niet met Marie meugt praoten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03983) vertaling: Nans
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02869) vertaling: Nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03983) vertaling: Niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02869) vertaling: Ginmense
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02869) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03983) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02869) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02869) vertaling: Ik hoppe gauw maor ik zee't nog niet
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02869) vertaling: Ik hoppe gauw maor ik zee't nog niet
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03983) vertaling: Niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02869) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02869) vertaling: Allemaole of: de helfte van 't koppel. O nee, gin ene
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03983) vertaling: Gin enkelen
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02869) vertaling: Zeg em niet da'k naor buten bin ewes!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03983) vertaling: Zeg um niet dak naor buuten ewes bin!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02869) vertaling: Niet vertellen da'j 'n kado veur um hebt ekoch, heur!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03983) vertaling: Niet vertellen daj een cadeau veur um heb ekoch, heur.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02869) vertaling: Wee'j niet dat e evallen is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03983) vertaling: Weet-ie niet datte evallen is?
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02869) vertaling: Wendy probeerden um gin mense zeer te doon
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03983) vertaling: Wendy probeerde um niemand zeer te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02869) vertaling: 't Schient dat ze niks mag etten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03983) vertaling: Ut Schient dat ze niks mag etten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03983) vertaling: Zi schient niks te meugen etten
opm.: "Zi: i als in zit"
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02869) vertaling: Ze schient niks te meugen etten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02869) vertaling: Ze probeert al de hele dag mekare op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03983) vertaling: Zille probeert de hele dag al mekare op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02869) vertaling: 't Belaoft weer een mooie dag te wodden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03983) vertaling: 't Belooft weer een mooie dag te wodden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03983) vertaling: 't Is misschien better um nog effen te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02869) vertaling: 't Is misschien better um nog effen te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02869) vertaling: Wiele hadden 't geluk um um dadelijk / derek weer te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03983) vertaling: Wiele had'n 't geluk um metene terugge te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03983) vertaling: As de kippen een valke zeet, bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02869) vertaling: As de kippen een valk zeet, bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02869) vertaling: A'w de jappel(s) niet könt vekopen, zitte wiele in de problemen
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03983) vertaling: As wiele de jappel niet könt verkopen, hew moeilijkheden
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02869) vertaling: As iele um niet metnemt wod ik kwaod
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03983) vertaling: As iele um niet metnemt wodde ik kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02869) vertaling: Hi wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03983) vertaling: Hi wis ut
opm.: "Hi: i als in zit"
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02869) vertaling: Op dit wodt der völle edanst
opm.: 'feest' ontbreekt
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03983) vertaling: Op dit feest wodt völle edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02869) vertaling: Noe wodt der allene nog maor brood vekoch in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03983) vertaling: Noe wodt ur allene nog ma brood vekoch in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02869) vertaling: As e met de fietse kump, zal e wel late waen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03983) vertaling: As e met de fietse kump, zal e wel te late wène
opm.: "e als in ze"
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02869) vertaling: A'j tied hebt, kom dan is een keer langs
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03983) vertaling: As ie tied hebt, kom dan es een keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02869) vertaling: A'k rieke binne, koop ik 'n dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03983) vertaling: As ik rieke bin, kope ik een dure oto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03983) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02869) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02869) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03983) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03983) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02869) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03983) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02869) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02869) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03983) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03983) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02869) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03983) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02869) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02869) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03983) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03983) vertaling: Ik heb um ut egeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02869) vertaling: Ik heb um 't egeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03983) vertaling: Ik heb um ut egeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02869) vertaling: Ik heb um 't egeven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02869) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03983) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02869) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een versje hebt eprobeerd te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03983) vertaling: Marie hef ezeg dat ie geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02869) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een versje hebt eprobeerd te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02869) vertaling: Marie hef ezeg dat ie eprobeerd hebt een versje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03983) vertaling: Marie hef ezeg dat ie geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03983) vertaling: Marie hef ezeg dat ie eprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02869) vertaling: Marie hef ezeg dat ie eprobeerd hebt een versje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03983) vertaling: Marie hef ezeg dat ie eprobeerd hebt een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03983) vertaling: Marie hef ezeg dat ie geprobeerd hebt eur een boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02869) vertaling: Marie hef ezeg dat ie hebt eprobeerd eur 'n boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03983) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03983) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03983) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03983) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02869) vertaling: De stadsen hebt hier völle huze ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03983) vertaling: Die van de stad hebt hier völle huuzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02869) vertaling: An die nieje vaart zee'j gin mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03983) vertaling: An die nieje vaart, daor zeej gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03983) vertaling: Gisteren is Jan hier ewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02869) vertaling: Gistern is Jan hier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02869) vertaling: De dag dat Jan belden, was ik niet in huus / thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03983) vertaling: De dag dat Jan belden, was ik niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02869) vertaling: Ik zolle Jef nooit uutneudigen / vezeuken
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03983) vertaling: Jef zol ik nooit uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03983) vertaling: Marie, die zol nooit zoiets doone
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02869) vertaling: Marie zol zoiets nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02869) vertaling: Bert drinkt wel es een glas te völle
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03983) vertaling: Bert, die drinkt wel us een glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03983) vertaling: Martha, die zol ik wel es bie mien thuus willen uutneudigen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02869) vertaling: Martha zol ik wel es bie mien thuus willen vezeuken
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03983) vertaling: Dat huus, dat zol ik nooit willen kopen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02869) vertaling: Dat huus zo'k nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02869) vertaling: Dat huus steet daor al vieftig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03983) vertaling: Dat huus dat steet daor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03983) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 2
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 2
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03983) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 2
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 3
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 2
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03983) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03983) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03983) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03983) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 2
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 2
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03983) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02869) vertaling: Hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03983) vertaling: Hef Gunther ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02869) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03983) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02869) vertaling: 't Was maor net goed genog
opm.: 'o van bok'
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03983) vertaling: 't Was ma net goed enog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02869) vertaling: Marjo hef noe meer beeste dan ze vrogger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03983) vertaling: Marjo hef noe meer beeste as ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02869) vertaling: As Suzanne had können kommen (dan) had ze dat edaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03983) vertaling: As Suzanne had können kommen dan had ze ut edaon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02869) vertaling: Zi is de beste dokter die ik kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03983) vertaling: Zi is de beste dokter die ik kenne
opm.: "Zi: i als in zin"
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02869) vertaling: Veurda'j iets weggooit, mo'j effen bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03983) vertaling: Veur ie iets weggooit, moj eers effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02869) vertaling: Hier is alles wat ik ekregen hebbe
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03983) vertaling: Hier is alles wat ik ekregen hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02869) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kinder te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03983) vertaling: Jan is te gierig um iets an zin kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02869) vertaling: Asof ie iets van voetballen weet!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03983) vertaling: Asof ie iets van voetballen weet!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02869) vertaling: Leg neer dat boek!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03983) vertaling: Leg dat boek neer!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03983) vertaling: Aj ech niet könt wachten, kom dan mar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02869) vertaling: ... dan komt maor
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02869) vertaling: A'j ech niet könt wachten, kom dan moar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02869) vertaling: A'j ech niet könt wachten, kom dan moar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02869) vertaling: ... dan komt maor
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter had können roepen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter had können roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02869) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter eroepen kon hebben
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03983) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter eroepen kon hém
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02869) vertaling: Hi zae da'k 't hadde motten doon
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03983) vertaling: Hi zei dat ik ut had motten doone
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02869) vertaling: Hi zae da'k 't edaon mosse hebben
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03983) vertaling: Hi zei dat ik ut edaon mos he'm
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02869) vertaling: Hi is veurige wekke deur dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03983) vertaling: Hi is veurige ewkke deur dokter Mertens eopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02869) vertaling: Hi wodt ma'n (margen) duer dr. Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03983) vertaling: Hi wöd mann deur dokter Mertens eopereerd
opm.: "ö als in het Duits"
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02869) vertaling: Ik denke da'j völle zollen motten weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03983) vertaling: Ik denke daj völle weg zolt motten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02869) vertaling: Ik denke da'j völle zollen motten weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03983) vertaling: Ik denke daj völle weg zolt motten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03983) vertaling: Ut is dom um zölke dure dinge weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02869) vertaling: 't Is dom um zokke dure dinge weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03983) vertaling: Ut is dom um zölke dure dinge weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02869) vertaling: 't Is dom um zokke dure dinge weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02869) vertaling: Hi is alle kapotte grei an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03983) vertaling: Hi is al ut kapotte spul an ut weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02869) vertaling: Hi is alle kapotte grei an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03983) vertaling: Hi is al ut kapotte spul an ut weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02869) vertaling: Ik vinne da'j vaker de krante zollen motten laezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03983) vertaling: Ik vin daj vaker de krant zollen motten lèzen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02869) vertaling: Ik vinne da'j vaker de krante zollen motten laezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03983) vertaling: Ik vin daj vaker de krant zollen motten lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03983) vertaling: Ut is dom um in ut donker krante te lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02869) vertaling: 't Is dom um in 't donker de krante te laezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03983) vertaling: Ut is dom um in ut donker krante te lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02869) vertaling: 't Is dom um in 't donker de krante te laezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02869) positie: 1
opm.: 'opm. zollen (bok) motten (lot) laezen (beige)'
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03983) vertaling: Hi as de hele dag an ut krante lèzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03983) vertaling: Hi as de hele dag an ut krante lèzen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02869) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03983) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03983) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02869) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02869) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03983) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03983) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02869) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03983) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02869) komt voor: n
000 (z15opm) (inf. 02869) opm. inf.: 't lijkt op het engels!
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03983) vertaling: Robert hef één greune appel en noe hef e nog twee rooien
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02869) vertaling: Robert hef één greune appel weg egeven en noe hef e nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03983) vertaling: D'r waren völle mensen op ut fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02869) vertaling: Der waarn völle mensen op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02869) vertaling: Waren der völle mensen op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02869) vertaling: Was der völle volk ...
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02869) vertaling: Was der völle volk ...
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03983) vertaling: Waren d'r völle mensen op ut fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02869) vertaling: Waren der völle mensen op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03983) vertaling: Wat veur boeken heb ie ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03983) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02869) vertaling: Wat veur boeken he'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03983) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02869) vertaling: Wat veur boeken he'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02869) vertaling: Wat he'j veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03983) vertaling: Wat veur boeken heb ie ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02869) vertaling: Wat he'j veur boeken ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03983) vertaling: Hi woont bie Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02869) vertaling: Hi woont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02869) vertaling: Hi woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03983) vertaling: Hi woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03983) vertaling: Loop effen naor de bakker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02869) vertaling: Loop effen nao de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03983) vertaling: Wie heb ie ezeen?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02869) vertaling: Wie he'j ezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02869) vertaling: Wie hef oe ezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03983) vertaling: Wie hef oe ezeen.
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03983) vertaling: Had ik dat eweten dan had ik ut niet edaon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02869) vertaling: Ha'k dat eweten dan ha'k 't niet edaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03983) vertaling: 't Zol beter wène nog effen te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02869) vertaling: 't Zol better waen um nog effen te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02869) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en dèn was der al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03983) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was t'ur al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03983) vertaling: Lop noe toch deur, vervelende jonges!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02869) vertaling: Loop noe toch deur, vervelende jonges!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02869) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03983) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03983) komt voor: j
gebr.: 3
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03983) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03983) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02869) komt voor: n
gebr.: 1
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03983) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]F161p[/k][h]115[/h][i]132[/i][vw]MH[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=006] Kumt deze zinne veur in uw dialect? Gisteren wandeldiede door het park. Vertaal. [/v] sound
informant Gistern wandelden ik deur t park tagging sound
veldwerker Jullie mogen tegen elkaar praten. Ik mag dat eigenlijk niet sound
hulpinterviewer Of samen wandeln. Wandeln wiele in het park he? sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] Ze weet nie datte Marie gistern estorben is. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Er wil niemand niet dansen. [/v] sound
informant [a=n] Dur wil geen mense dansen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=023] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Els wil niet dansen en ze wil niet zingen ook niet. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Els wil nie dansn en ze wil ook nie zingn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Geen mense heft dat ooit ewild of ekund. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel willen opeten. [/v] sound
informant [a] Jan had hele brood wel willn opeetn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Hoe gebrukelijk is deze zinne in uw dialect. Vertel maar niet wie zij had kunnen roepen. Vertaal. [/v] sound
informant [a] Vertel maar niet wie ze had kunnn roepn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=028] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertel mij eens wie dat zij had kunnen roepen. En hoe gebrukelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
informant [a] Vertel mie is wie dat sie had kunnn roepn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer Ik had ook al ezeg. Vertel mie is wie of sie had kunnn roepn. sound
hulpinterviewer Kan allebei he. sound
informant Ja wie of sie dat is wel erg better he sound
hulpinterviewer Ja dacht ik ook ja. sound
hulpinterviewer [v=029] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertel mij eens wie of zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gebrukelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
informant [a] Vertel mien is wie of sie had kunnn roepn of roopn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Marie en Piet wijzen naar [/v] sound
informant [a] Marie en Piet wies naar mekare. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Toon wast [/v] sound
informant [a] Toon wast zich in de tobbe of nie [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Hij wast zichzelf of hij wast zich sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] De timmerma hef geen spiekers bie zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Fons zag een slang naast [/v] sound
informant [a] Fons zag een slange noast zich op de banke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant [a] Erik liet mie veur zich wearkn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich meedrijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna liet zich meedrievn op de golven. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=043] Vertaal. Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken. [/v] sound
informant [a] Jan hef in twee minuutn een biertje edronkn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=044] Vertaal. Deze schoenen lopen gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Deese schoen loopn makkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] Eduard kent zichzelf goed. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ward hef eheurd datter foto's van um in de etalage staan. [/v] sound
informant [a] Ward hef eheurd datter foto's van umzelf in de etalage stoan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=047] Vertaal. Die aardappelen schillen niet gemakkelijk. [/v] sound
informant [a] Die appels schilt niet makkelijk. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=048] Vertaal. De sneeuw smelt in de zon. [/v] sound
informant [a] De sneeuw smelt in de zonne. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders willen. [/v] sound
informant [a] Ak zuunig levve, levvik zoas mijn ouders wilt. [/a]

a k lev ik
tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] As hij nog drie jaar levvt, lefie langer as zien vader. [/a]

lef ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] As ze zo gevoarlijk leevt leevv ze niet lange meer. [/] tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Als het nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v] sound
informant [a] As het nu nog leeft dan leeftet margen ook nog. [/a]

leeft et
tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leven dan leven jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
informant [a] As jullie zo losbandig leeft dan leevie nooit zo lang as ik. [/a]

leev ie
of leef jullie tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. Als ze voor hun werk leven dan leven ze niet voor hun kinderen. [/v] sound
informant [a] As ze veur hun werk leef dan leev ze niet veur heur kindern. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] As Rudy nog leeft dan leeft Leo ok nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. Als je gezond leeft dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] Ajje gezond left dan levvie langer. [/a]

a je lev ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Als er zo weinig van de landbouw leven dan leven er veel mensen van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Aster zo weinig mensen van de landbouw leeft dan levvter vulle mensen van wark in de fabriek. [/a]

as ter lev ter
tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. Als Pieter en Liesje in de hel leven dan leven Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] As Pieter en Liesje in t paradijs levvt dan levvt Rosa en Frans in de hel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Als we sober leven leven we gelukkig. [/v] sound
informant [a] Awwe sober levvt levve wie gelukkig. [/a]

a we
tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Levv wat gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kinderen. [/v] sound
informant [a] Levv wat minder bekrompen kinder. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=075] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Ik vind dat iedereen moet kunnen zwemmen. [/v] sound
informant [a=j] kvind dat iederene moet kunnn zwemmn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=077] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Ik vind dat iedereen moet zwemmen kunnen. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Dat zegge wie nooit zo he. [/a] sound
informant nee sound
hulpinterviewer [v=080] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Ik vind dat iedereen kunnen zwemmen moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Dat zouwe wie nooit zegge. [/a] sound
hulpinterviewer [v=082] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik vind dat iedereen zwemmen kunnen moet. [/v] sound
informant [a=n] Ik vind dat iedereen moet kunnn zwemmn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=084] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Ik vind dat iedereen zwemmen moet kunnen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten. [/v] sound
informant [a=n] Ik weet dat Eddy margen wil brood etn of brood wil ettn. [/a] mevrouw verbetert zichzelf in brood wil eten sound
hulpinterviewer [a=n] Ik zou zegn ik weet dat Eddy margen brood wil ettn [/a] sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marie hem zal moeten roepen. [/a] sound
informant [a] Ik denke dat Marie um zal motte roepn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=137] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Hij wil geen soep niet meer eten niet. [/v] sound
informant [a=n] Hij wil geen soep meer ette. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Zitten hier nergens geen muizen. [/v] sound
informant [a=j] Zitte hier nargens geen mouze. [/a tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Ik zou zeggn. Zitte hier nergens mouze. [/a] sound
informant Ja da kan ok. sound
hulpinterviewer [a=j] Moar t wordt wel ezeg. Zitte hier nergens geen mouzen. Ja. [/a] sound
hulpinterviewer Kan wel maar eh sound
veldwerker Wat zou u. sound
informant Maar toch wel ajje ajje dur bange veur bin ofzo misschien. Zitte hier nargens geen mouze.

a je a je
sound
hulpinterviewer [v=148] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=j] Iedereen is geen vakman. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Niet iedereen is een vakman. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Kan allebei waarschijnlijk wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=149] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Hij heeft overal geen vrienden. [/v] sound
informant [a=j] He hef ovveral geen vriendn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik heb het zo wat hef nergens vriendn. sound
hulpinterviewer He hef ovveral geen vriendn ja dan heftie maar op ene plaats vriendn

heft ie
sound
hulpinterviewer Ja hier wel maar geluf maar nie dattie in Zutphen vriendn hef ofzoiets. sound
hulpinterviewer [v=154] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Boekn heb Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Jan hef drie boekn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Jan weet datte veur drie uur de waagn moet hebbn emaakt. [/v] sound
informant [a=j] Jan weet datte veur drie uur de waagn mot hebbn emaakt. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=157] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Jan weet datte veur drie uur de waagn mot emaakt hebbn. [/v]

dat e
sound
informant [a=j] Ja geleuf t wel. [/a] sound
informant [a=j] Jan weet datte veur drie uur de waagn mot emaakt hewwn of hebbn. [/a tagging sound
hulpinterviewer [v=160] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Jan weet datte veur drie uur de waagn emaakt mot hebbn. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [a=j] Ja. [/a] sound
informant [a=j] Ook wel eigenlijk. [/a] sound
hulpinterviewer [v=161] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Jan weet datte veur drie uur de waagn emaakt hebbn moet. [/v]

dat e
sound
informant [a=n] Nee dat niet dach ik. [/a] sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen. [/v] sound
informant [a] Hejje genog mensn um heui van t land te haaln. [/a]

he je
tagging sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te komen werken. [/v] sound
informant [a] Twas aardig van Jan um te kommn warkn. [/a] tagging sound
commentaarwerken en warken liggen heel dicht bij elkaar.   sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Deze ton is zwaar om te dragen. [/v] sound
informant [a] Diese tonne is swoar um te draagn. [/a] tagging sound
informant Je zeg ook wel alleen diese tonne is swoa. sound
veldwerker [v] En als je nou te zegt. Is te zwaar. [/v] sound
informant [a] Diese tonne is te swoar um te draagn. [/a] sound
hulpinterviewer Ja dat kan ook. sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan staan zeuren. [/v] sound
informant [a] Hee kan stoan zeure. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Hij kan staan te zeuren. [/v] sound
informant [a=j] Hee kan stoan te zeurn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij staat te zeuren. [/v] sound
informant [a] Hee steet te zeurn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aankwamen regende het. [/v] sound
informant [a] Toen wie ankwamm reegendet. [/a]

reegende t
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. k Geloof dat ik groter ben dan hij. [/v] sound
informant [a] k Geleuve dak groter binne dan hee. [/a]

da k
tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik zei k geleuve dak groter binne as hee. [a]

da k
tagging sound
hulpinterviewer Kan allebei ook he sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent dan ik. [/v] sound
informant [a] Sie geleuvt dajie eerder in huus bint dan ik. [/a]

da jie
tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft toch niet dat hij sterker is dan jij. [/v] sound
informant [a] Ie geleuvtoch niet dat hee starker is dannie. [/a]

geleuv toch dan ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze geloven dat wij rijker zijn dan zij. [/v] sound
informant [a] Sie geleuft dat wie rieker bint dan zie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We geloven dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] Wie geleuft datulle niet zo slim binnas wie. [/a]

dat ulle binn as
tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie geloven toch niet dat zij armer zijn dan jullie. [/v] sound
informant [a] Ulle geleuftoch niet dat sie armer bint dan uulle. [/a]

geleuf toch
tagging sound
hulpinterviewer [a] Iele geleuftoch niet dat sille armer bint as iele. [/a]

geleuf toch
tagging sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Ie geleuft dat Lisa evve mooi as Anna. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Vertaal. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn dan Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hee geleuft dat Louis en Jan sterker bint dan Geert en Peter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=227] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Hee slup. B. Hee dut. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Ja dat dutte he. Dat kunje wel zeggn. So van hee slup ja dat dutte. Maar hee dut nee. [/a]

dut e kun je dut e
sound
hulpinterviewer [v=228] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Hee slup. Utdut. [/v]

ut dut
sound
informant [a=n] dachet nie nee. [/a]

dach et
sound
hulpinterviewer [v=243] Kumt deze zinne veur in uw dialect. A. Sluppe. Hee dut. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat dutte. [/a]

dut e
sound
hulpinterviewer [v=245] Kumt deze zinne veur in uw dialect. De lamp dut niet meer brandn. [/v] sound
informant [a=n] De lampe brandt niet meer. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Brandn dut de lampe nie meer. [/v] sound
hulpinterviewer Dur was nog een andern tussenbeidn ekoomn he. sound
informant [a=n] De lampe brandt nie meer. [/a] sound
hulpinterviewer In t vervolg op een veurafgaande zin. De lampe walmt maar brandn dut de lampe niet meer. Zoiets he. sound
hulpinterviewer [a=j] Dan kun je t wel zeggn. Brandn dut de lampe nie meer. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=246] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Dut Marie elke avend dansen. [/v] sound
informant [a] Geet Marie elke avond dansn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Doe ut brood effe snien. [/v] sound
informant [a=n] Snie ut brood effe. [/a] sound
hulpinterviewer [v=248] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik doe wel effen de kupkes afwassen. [/v] sound
informant [a=n] Ik wasse wel eevn de kupkes af. [/a] sound
hulpinterviewer [v=249] Vertaal. De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. sound
informant [a] De jongen wor de moeder gistern van hertrouwd is stond achter mie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Zijn dur nog meer manieren om deze zin te zegge. [/v] sound
hulpinterviewer [a] De jonge wor de moeder van weer etrouwd is stond achter mie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=250] Vertaal. De bank waar ze op zaten was pas geverfd. sound
informant [a] De banke woor ze op zatten was pas evarfd. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Zijn dur nog meer maniern om deze zin te zegge. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Nee zou ik eignlijk ook niet weten nee. [/a] sound
veldwerker maa waarop sound
hulpinterviewer O ja woorop. [a] De bank woorop ze zattn was pas evarfd. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Woor ze op zatten is meer gebruukelijk toch. [/a] sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] sound
informant [a] Wie geld hef mot mie maar wat geevn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer Daar heb we heelmaal geen moeite met he. sound
hulpinterviewer [v=260] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wat denkie wie ik in de stad teegnkwam. [/a] tagging sound
hulpinterviewer Maar ik dach [a=n] Wie denkie dak in de stad teegnkwamme. [/a]

denk ie da k
sound
hulpinterviewer [v=261] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a=j] Wat denkulle hoe ze ut opelust hebt. [/a]

denk ulle
tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Ja en ik dache. Hoe denken julle dazze ut opelust hebt. [/a]

da ze
voegwoordvervoeging sound
hulpinterviewer Kan misschien ook allebeje wel. sound
hulpinterviewer Ik begriep ut allebeje wel sound
hulpinterviewer [v=262] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wie denkie wiek in de stad teegnkwamme. [/a]

wie k
tagging sound
hulpinterviewer [v=265] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a=n] Hoe denkie dat ze ut heb opelust. [/a] opelust en opelost liggen dicht bij elkaar sound
hulpinterviewer [v=267] Vertaal. Hij heeft zijn handen gewassen. [/v] sound
informant [a] Hee hef sien handn ewassn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Hee hef de handn ewassn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=268] Vertaal. Hij heeft zijn hemd gewassen. [/v] sound
informant [a] Hee hef sien hemdewassn. [/a]

hemd ewassn
de d van hemd wordt als d en niet als t uitgesproken. Wordt namelijk verbonden aan de e van ewassen. tagging sound
hulpinterviewer [v=271] Vertaal. Hij heeft zijn been gebroken. [/v] sound
informant [a] Hie heb sien been ebrokkn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/a] sound
informant [a] Marie trok de dekken noar zich toe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=296] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Zou hij dat gedaan hebben gekund. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gebruukelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Zou hee dat edaan kunn hebbn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=297] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Zou hij dat gedaan gekund hebben. [/v] sound
informant [a=n] Zou hee dat edaan kunn hebbn. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gebruukelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. [v] sound
hulpinterviewer [v=305] Kumt deze zin veur in uw dialect. Zou hij dat doen gekund hebben. [/v] sound
informant [a] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gebruukelijk is deze zin in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Niet gebruukelijk he. [/a] sound
informant nee sound
hulpinterviewer [v=309] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik heb geen zin en voeren de koeien. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Ik heb geen zin um de beesten te voern. [/a] sound
hulpinterviewer [v=311] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Vertaal. Ik denk hij weg is. [/v] sound
informant [a=n] Ik denke datte weg is. [/a]

dat e
sound
hulpinterviewer [v=312] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik heb m vandaag nog niet gezien dus ik denk hij is weg. [/v] sound
informant [a=n] Ik heb um vandage no nietesien dus ik denke datte weg is. [/a]

niet esien dat e
sound
hulpinterviewer [v=316] Kumt deze zinne veur in uw dialect. De politie zou bij hem komen en nemen hem mee. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] De politie sol bie um komm um um met te nemmn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=317] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming. Vertaal. [/v] sound
informant [a] Al de beeste van Marie bint verdronkn bie de ovverstroming. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Dit denk ik nietan. [/v] sound
informant [a=n] Doar denk ik nietan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Die jonge bin ik mee naar de mar ewes. [/v] sound
informant [a=n] Met die jonge benk meeewis noar de mart. [/a] sound
hulpinterviewer [v=328] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Jan vindt dajje mot zukke dinge niet geleuvn. [/v] sound
informant [a=n] Jan vindt dajje zukke dinge niet mot geleuvn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=329] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik heb nog nooit iemand boos zien worden op deze jongen. Ik geloof deze jongen vinden ze allemaal wel aardig. [/v] sound
informant [a=n] Ik heb der nog nooit iemand kwoad zien wordn op die jonge ik geleuve datzem allemoal wel aardig vindt. [/a]

dat ze m
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=331] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik heb heel wat lopen gedaan. [/v] sound
informant [a] Gekke zin. [/a] sound
informant [a=j] Ik heb watten loopn edoa. [/a]

wat een
tagging sound
hulpinterviewer [a] Kheb heel wat eloopn. [/a]

k heb
sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Geen mense mag het zien dus ik vin dat ie het ook niet meug zien. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet zien mag. [/v] sound
hulpinterviewer Net zo maar dan kunjet andersumme zeggn.

kun je t
sound
hulpinterviewer [a] Geen mense magget zien dus ik vin dat ie ut ook niet zeen mag. [/a]

mag et
tagging sound
hulpinterviewer of zeen meugt. sound
hulpinterviewer tKan allebei maar t eerste is gewoner sound
hulpinterviewer [v=347] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik weet dat hij is gaan zwemmen. Hoe gebruukelijk is deze zinne in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
informant [a] Ik weet datte hij zwemmn is egoa. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Ik weet dattie is gaan zwemmn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=350] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik weet dat hij gaan zwemmen is. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gebruukelijk is deze zinne in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant [a] Ik weet datte is gaan zwemmn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=351] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik weet dat hij zwemmen is gaan. Hoe gebruukelijk is deze zinne in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee zo niet he. [/a] Dezelfde vertaling is van toepassing sound
hulpinterviewer [v=352] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ik weet dat hij zwemmen gaan is. Hoe gebruukelijk is deze zinne in uw dialect. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker Ook weer dezelfde vertaling als eh sound
hulpinterviewer ja sound
hulpinterviewer [v=353] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Wil je nog koffie jan. Jaik. Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee we zeggn oulle nooit he. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Wilje nog koffie Jan. Ja graag. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=355] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Hebben ze gegeten. Jaanze. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Hebsegeetn. Ja. [/a]

heb se geetn
tagging sound
hulpinterviewer [v=364] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Is hem dood. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Is hij dood. Of is hie dood. [/a] sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Det is de man die ze eroepn het. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Det is de man diet verhaal verteld hef. [/a]

die t
tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Det is de man die ik denke dattet verhaal verteld hef. [/a]

dat et
tagging sound
hulpinterviewer [a] wovan ik denke dattet verhaal verteld hef. [/a]

dat het
tagging sound
veldwerker Is dat beter of. sound
hulpinterviewer Of dat better is. sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Dat is de man die ik denke dazze eroepn hebt. [/a]

da ze
tagging sound
hulpinterviewer [v=387] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Wanneer zal de werldvrede kommn. Nooit niet. [/v] sound
informant [a=n] Wanneer zal de weerldvrede kommn. Nooit. [/a] sound
informant [v=397] Vertaal. Ut schijnt dat ze niets mag eten. [/v] sound
veldwerker [a] Ut schien dazze niets mag etten.[/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. Het lijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v] sound
informant [a] t Liekt wel ofter ene in de tuin steet. [/a]

of ter
tagging sound
hulpinterviewer [v=459] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Hhef de bal egooid in de mande. [/v]

he hef
sound
informant [a=n] He hef de balle in de mande egooid. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=474] Kumt deze zinne veur in uw dialect. t En was maar net genog. [/v] sound
hulpinterviewer [v] goed genog. [/v] sound
informant [a=n] t Was maar net goed genog. [/a] sound
hulpinterviewer [v=485] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Zal ik kokkn. Dadoe maa. [/v]

da doe
sound
informant [a=n] Zal ik kookn. Doe dat maa. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Dat boek beloof mij dat je nooit meer zult verstoppen. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Belof mie dajje dat boek nooit meer zult verstoppn. [/a]

da je
sound
hulpinterviewer [v=487] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Wat zeg mij dat je gekocht hebt. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Zeg mie wajekocht hebt. [/a]

wa je kocht
sound
hulpinterviewer [v=495] Hoe gebruukelijk is deze zin in uw dialect. Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien. Vertaal op zoveel mogelijk manieren. [/v] sound
informant [a] Ik denke daj vulle weg zult mottn gooin. [/a]

da j
tagging sound
hulpinterviewer [a] En dan kant nog. Ik denke daje vulle zult motn weggooin. [/a]

kan t da je weg gooin
tagging sound
hulpinterviewer [v= 501] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Marie zit te stoofperen schillen. [/v] sound
informant [a=n] Marie zit stoofpeern te schille. [/a] sound
hulpinterviewer [v=502] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Marie zit stoofperen en schillen. Vertaal. [/v] sound
informant [a=n] Marie zit en schilt stoofpeern. [/a] sound
hulpinterviewer [v=513] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Zo een vrouw ene kun je maar beter niet teegnspreekn. [/v] sound
informant [a=n] Zoon vrouw kun je moa better nieteegnspreekn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=515] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Ie bent ok een rare ene. [/v] ben bin bent is moeilijk te onderscheiden in dit geval. sound
informant [a=n] Ie ben ok een rare. [/a] sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeken heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wat veur boekn hejjekoch. [/a]

he je kocht
tagging sound
hulpinterviewer [v=524] Vertaal. Wie heb je gezien. [/v] sound
informant [a] Wie hejje zien. [/a]

he je
tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wie hebbie op de karmis ezien. [/a] sound
hulpinterviewer Nee kdenk dat zet anders bedoeld. [a] Wie hef ou zeen. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Wie hef ou op de kermis ezien. [/a] sound
informant [a] Wie heffou op de kermisse ezien. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=530] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Marie zei dajjie Piet een boek heb eprobeer te verkoopn. [/v] sound
informant [a] Marie zei daddie hebt eprobeerd een boek aan Piet te verkoopn. [/a]

dad ie
sound
informant [a=j] Ja en t kan ook wel. Marie zei dajjie Piet een boek hebt probeerd te verkoopn. [/a]

da jie
tagging sound
hulpinterviewer [a] Marie zie dadie Piet een boek heb probeern te verkoopn. [/a] sound
hulpinterviewer [a=531] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Wim dach datik Els had eprobeerd een cadeau te geevn. [/v] sound
informant [a] Wim dacht dadik had eprobeerd um Els een cadeau te geevn. [/a] sound
hulpinterviewer Ja kan ook. Wim dach dadik had eprobeerd um Els een cadeau te geevn. [/a] Informant dacht dat het om de zin in de vragenlijst ging. sound
informant [a=j] Ja kan ook sound
hulpinterviewer [v=532] Kumt deze zinne veur in uw dialect. Karel weet dat ie heb eprobeerd Marie een boek te verkoopn. [/v] sound
informant [a] Karel weet dadie hebt eprobeerd um Marie een boek te verkoopn. [/a] tagging sound
veldwerker [n] Maar ik had ook nog wat andere vraagjes. [v=532] Bij deze gaf u de vertaling eigenlijk. Karel weet dat jij hebt geprobeerd om Marie een boek te verkopen. Kan het ook zonder om. [/v] sound
informant [a] Nou ik geleuf dadik wel zeg um een boek te verkoopn. [/a] sound
veldwerker [v=215] k Geloof dat ik groter ben dan hij. U zei elke keer dan maar geen als. Kan dat ook met als of zegt u dat eigenlijk vaker. [/v] sound
informant [a] k Geleuf dak groter bin as ie. [/a] Ja ja.

da k
tagging sound
veldwerker [v=216] Enne deze dan ook. Eerder thuis bent als ik. [/v] tagging sound
informant [a] Ja, denk et wel. [/a] [/n] sound
veldwerker [v=267] Mevrouw Boschloo gaf vanochtend ook aan dat het ook kon zijn. Hij heeft zich de handen gewassen. [/v] sound
informant [a] Ja. [/a] sound
veldwerker Dat kan ook wel. Er zijn drie mogelijkheden. Hij heeft zijn handen gewassen. Hij heeft zich de handen gewassen. En hij heeft de handen gewassen. sound
informant [a] Ja. [/a] sound
veldwerker Oke, nou dat was het. sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
006 Gisteren wandeldiede door het park komt voor : n
vorm: Gisteren wandelden he deurt park
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
vorm: Das zo zeker as een en een twee is.
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: woavan de
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: woartzop zatn
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: woarop ze zatn.
267 Hij heeft zijn handen gewassen als zonder reflexief vertaald, vragen of de variant met 'zich' ook kan voorkomen. Varianten opnemen als 'komt voor'-vragen. Als 'zich' voorkomt dan 'zijn handen' en 'de handen' afvragen. vorm: Hij hef zien hand ewassen.
267 Hij heeft zijn handen gewassen als zonder reflexief vertaald, vragen of de variant met 'zich' ook kan voorkomen. Varianten opnemen als 'komt voor'-vragen. Als 'zich' voorkomt dan 'zijn handen' en 'de handen' afvragen. vorm: Hij hef zich de hand ewassen
317 Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming komt voor : n
vorm: Al de beeste van Marie bint verdronke bij de overstroming
317 Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming komt voor : n
vorm: Marie der beeste bint allemaal verdronke...
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : n
vorm: woarvan ik denke datsem eroepn hebt.
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
vorm: Geen mense
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
vorm: Nerns...
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
vorm: datte evaln is.
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen).
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt.
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM vorm: Jan rook nie meer
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: hee
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wille
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: dadwook (we)
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : n
vorm: Weedie wat over t weer morgen.
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : n
zin: Ie weet daj slim genoeg bint.
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : n
vorm: Zulle heb der niks mee te maken.
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: mekare
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: bie zich
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : j
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : j
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: Aj vind daj zo gezond leeft leef dan vooral zo verder.
751 Asse ze denken datte ze moeten gaan, dan gane ze maar (KOMT VOOR + VERTAAL). komt voor : n
vorm: Asse denk datse moet gaan dan goatse maar (mv)
752 An ze denken dan ze moeten gaan, gaan ze maar komt voor : n
vorm: Asse denk datse moet gaan dan goatse maar (mv)
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: As iedere dag de dokter ...
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: Assen enkele keer
755 Asse we horen datte we moeten gaan, gane we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
vorm: Aw heurt daw moet gaan dan gaow.
756 An we horen dan we moeten gaan, gaan we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
vorm: Aw heurt daw moet gaan dan gaow.
760 Asse jullie horen datte jullie nodig zijn, gane jullie meteen. komt voor : n
vorm: As iele da iele nodig bunt dan gaot iele meteen
761 An jullie horen dan jullie nodig zijn, gaan jullie meteen. komt voor : n
vorm: As iele da iele nodig bunt dan gaot iele meteen
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goa
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goak
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goat
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goaj
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: --
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hie geet
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan geete
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: see geet
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan geetse
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: geet
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan geetet
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Auw goat
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goaw
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: iele goat
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goat iele
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goat
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan goatse
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: Goa direct weg
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingie
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ie gingn
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging ik
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ie gingn
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging hee
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: hee ging
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging ie
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: see ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginget
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingse
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wile gingn
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: ging iele
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingn
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge wile
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingn
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingn
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
vorm: wieder aan de deure was
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dietseroepn hebt
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dennet verhaal verteld het
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : n
vorm: woarvan ik denke
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: woarvan ik denke datsem eroepn hebt.
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
vorm: datsien kinderen eerlijk bent.
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
vorm: datse eur
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
vorm: Ik vin dat iedereen de foto's moet kunnn zien.
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
vorm: aan 't weg smijtn.
807 Marie zit te stoofpeer schillen. komt voor : n
808 Marie zit te stoofperen schillen. komt voor : n
809 Marie zit te piano spelen. komt voor : n
810 Hij zit weer te voorzeggen. komt voor : n
812 Hoe haal je het in je hoofd en gooi met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
813 Hoe haal je het in je hoofd en gooien met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : j
vorm: om met eten te gooin
opmerking: het is wel een beetje ouderwets, maar het kan wel.
814 Hij heeft geen zin en voeren die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
vorm: um de beeste weg te leide
815 Hij heeft geen zin en voer die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
816 Hij heeft geen zin en wegvoeren die koeien. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : n
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
opmerking: Zittend werk te verrichten, dan. ; ; Anders ben je aan het werk, ongeacht hoe en wat.
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : j
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : j
opmerking: Het heeft wel lang geduurd, zit er dan wel in.
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : n
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
vorm: ben em gister
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: zichzelf
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: zich