SAND-data Klarenbeek (F157a)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 07530) vertaling: Jan kan zich dat verhaal wel veur de geest halen.
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 07530) vertaling: Marie en Piet ziet mekare veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 07530) vertaling: Toon is zich an ut wassen
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 07530) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 07530) vertaling: Fons zag een slange noas um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 07530) vertaling: Ik mosse veur Erik warken
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 07530) vertaling: Ik mosse veur Erik warken
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 07530) vertaling: Erik liet mien veur um warken
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 07530) vertaling: Erik liet mien veur um warken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 07530) vertaling: Jehanna liet zich metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 07530) vertaling: Toon bekik zien eigen uns goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 07530) vertaling: Jan hef zien biertjen in twee minuten op.
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 07530) vertaling: Disse schoone loopt makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 07530) vertaling: Eduard kent zien eigen goed (best)
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 07530) vertaling: Ward hef eheurd dat d'r foto's van um eigen in de etalage stoat
opm.: reflexief: hem eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 07530) vertaling: Disse èèrpels schelt niet fijn
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 07530) vertaling: As dit glas op de grond völt, dan brek ut
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 07530) vertaling: Dokter lèèf ik wal gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 07530) vertaling: He lèèft al joaren van zien va's arfenisse.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 07530) vertaling: Disse wèke steet ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 07530) vertaling: Lèèft-u nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 07530) vertaling: Hoelange lèèf uule al van die arfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 07530) vertaling: In B lèèft ze veural van ut vissen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 07530) vertaling: Noa ut èten goa'k sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 07530) vertaling: Zok dat wel können doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 07530) vertaling: He liet zien huus afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken.
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken.
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat Jan had mot können warken.
komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 07530) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 07530) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 07530) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 07530) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 07530) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 07530) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 07530) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 07530) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 07530) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 07530) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 07530) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 07530) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 07530) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 07530) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 07530) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 07530) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 07530) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 07530) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 07530) vertaling: Jan hef gien enkel boek meer.
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 07530) vertaling: Jan hef gien enkel boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 07530) vertaling: Boeken hef Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 07530) vertaling: Jan hef niet völle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 07530) vertaling: Oaver dit probleem (geval) mag niet eproat wodden.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 07530) vertaling: Oaver dit probleem (geval) mag niet eproat wodden.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 07530) vertaling: Oaver dit probleem mag gien mense proaten.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 07530) vertaling: Oaver dit probleem mag gien mense proaten.
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 07530) vertaling: Oaver dit probleem mag gien mense proaten.
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 07530) vertaling: D'r is niemand die zeg dattu kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 07530) vertaling: Zit hier nann's gien muuze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 07530) vertaling: Ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 07530) vertaling: D'r wul gien mense warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 07530) vertaling: Wie wissen niet dattu tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 07530) vertaling: Ik wisse ut ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 07530) vertaling: He mag mit gien mense hieroaver proaten
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 07530) vertaling: Jan weet dattu veur drie uur de wagen emaakt mot hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 07530) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 07530) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 07530) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 07530) vertaling: Marie zien auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 07530) vertaling: Marie zien auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 07530) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 07530) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 07530) vertaling: Den kèèrl zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 07530) vertaling: Den kèèrl zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 07530) vertaling: Dat is zien auto en niet de mienten
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 07530) vertaling: De krante van gisteren lig onder de televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 07530) vertaling: Jan is ut breurtjen van K. en K.
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 07530) vertaling: Die jongens hun fietsen bint estòlen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 07530) vertaling: De mooder van die zusters is op visite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 07530) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 07530) vertaling: Dat is Wim zien auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 07530) vertaling: Dat is Wim zien auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 07530) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 07530) vertaling: Die fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 07530) vertaling: He mag mit gien mense proaten oaver dit geval.
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 07530) vertaling: Ik wulle gien mense piene doen.
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 07530) vertaling: 't is jammer dat wie (da'w) niet meug kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 07530) vertaling: Dat goa'k niet doen.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 07530) vertaling: Ik heb geels niet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 07530) vertaling: He had ut nog mar net verteld, uf M. begon te huile
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 07530) vertaling: Goa die bestelling noe mar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 07530) vertaling: He warkt niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 07530) vertaling: He warkt niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 07530) vertaling: He warkt geels niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 07530) vertaling: He warkt geels niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 07530) vertaling: Ik zegge oe da'j hier niet meug kommen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 07530) vertaling: Jan belette'n ons um Marie te bellen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07530) fragment: af te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07530) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07530) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07530) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07530) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 07530) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07530) fragment: Als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07530) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07530) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07530) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07530) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 07530) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 07530) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 07530) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07530) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07530) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07530) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07530) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 07530) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 07530) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 07530) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 07530) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat uule op gien mense kwoad bint.
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat ze nargens trots up is.
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 07530) vertaling: Els deg dat ut niet eenvoudig zal wèèn
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat ik te late binne en ie niet (in plaatse van oe)
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 07530) vertaling: Ie weet toch dat ie mossen warken en ikke niet (in plaatse van mien)
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 07530) vertaling: Iederene deg dat wie (da'w) noar huus goat en dat hun nog meug blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 07530) vertaling: 't is jammer dat he net kump noe zie weggeet.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 07530) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 07530) vertaling: Ik denke dat P. en L. goat trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Dat duttu
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Dat doet hij
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Dat doet hij
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Dat duttu
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 07530) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 07530) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 07530) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Nee, dat doet hij niet
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Nee dat duttu niet
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Nee dat duttu niet
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 07530) vertaling: Nee, dat doet hij niet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 07530) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 07530) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 07530) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 07530) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 07530) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 07530) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 07530) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 07530) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 07530) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 07530) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 07530) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07530) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07530) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07530) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07530) fragment: wie zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 07530) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) komt voor: j
fragment: welke (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07530) komt voor: j
fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 07530) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 07530) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 07530) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 07530) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 07530) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 07530) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 07530) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07530) vertaling: Wie dach ie dat ik in de stad tegen kwamme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 07530) vertaling: Hoe denk uule dat ze dat op elös heb
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 07530) vertaling: Hoe denk ie dat ze dat op elös heb
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 07530) vertaling: Magda weet niet waar wie hen wult bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 07530) vertaling: Weet iemand wie wielle eroepen heb.
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07530) vertaling: Wie dach ie dat ik in de stad tegen kwamme.
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07530) vertaling: Wie dach ie dat ik in de stad tegen kwamme.
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 07530) vertaling: He hef zien hande ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 07530) vertaling: He hef zien hemp ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 07530) vertaling: He hef een hoed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 07530) vertaling: He hef een plekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 07530) vertaling: He hef zien been ebròken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 07530) vertaling: Zie hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 07530) vertaling: M. trok de dèken noar zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 07530) vertaling: L. weet dat 'r foto's van zien eigen te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 07530) vertaling: Ie könt oe toch wel heugen da'w toen deur dat bos bint elopen.
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 07530) vertaling: Ik kanne mien heugen dat M. zien auto kapot was
opm.: reflexief: me of reflexief: mijn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 07530) vertaling: Zie kan zich veur de geest halen dattu as een varken zat te èten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 07530) vertaling: Wie könt ons wel heugen dat alle b. v. J. estolen bint, mar zie weet ut niet meer.
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 07530) vertaling: Weet-uule nog da'w J. op de markt ezeen heb.
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 07530) vertaling: Hé hef zich een ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 07530) vertaling: Hé vuulen zich as uffe deur ut ies zakken.
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07530) vertaling: Zol hé dat können hebben edoan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07530) vertaling: Zol hé dat edoan können hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07530) vertaling: Zol hé dat edoan können hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07530) vertaling: Zol hé dat können hebben edoan
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 07530) fragment: ekönd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 07530) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 07530) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 07530) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 07530) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 07530) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 07530) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 07530) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 07530) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 07530) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 07530) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 07530) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 07530) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 07530) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 07530) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 07530) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 07530) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 07530) vertaling: Ik denke hé is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 07530) vertaling: Ik denke hé is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 07530) vertaling: Ik weete dattu weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 07530) vertaling: Ik weete dattu weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 07530) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 07530) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 07530) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 07530) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 07530) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 07530) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 07530) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 07530) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 07530) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 07530) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 07530) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 07530) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 07530) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 07530) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 07530) vertaling: De schilder is hier ewes te schilderen
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 07530) vertaling: De schilder is hier ewes te schilderen
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 07530) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 07530) vertaling: In die tied lèèfden ik d'r op lös.
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 07530) vertaling: Vrogger lèèfden hé as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 07530) vertaling: Doar lèèfden wie as God in Fr.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 07530) vertaling: Gien mense mag ut seen, dus ieje ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 07530) vertaling: Ut gebeurden toe ieje votgingen.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 07530) vertaling: Ik wete woar-ie eboren bint.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 07530) vertaling: Noe'j kloar bint ma'j goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 07530) vertaling: Toen M. dood was, hef eur man A. niet meer können helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat hé is goan zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 07530) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 07530) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 3
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 4
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 07530) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 07530) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 07530) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 07530) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 07530) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 07530) vertaling: Mit zuk wèèr kö j niet völle doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 07530) vertaling: Mit zuk wèèr kö j niet völle doen
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 07530) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 07530) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 07530) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 07530) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 07530) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 07530) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 07530) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 07530) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 07530) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 07530) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07530) fragment: dat hé (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: van wie (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: van wie (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: van wie (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: waarvan (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: van wie (1)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07530) fragment: dat (2)
opm.: 'hem' is ingevoegd tussen 'ze' en 'geroepen' bij de tweede mogelijkheid.
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07530) fragment: waar (1)
opm.: 'mee' is weggestreept bij de tweede mogelijkheid. Toegevoegd is 'zie f'.
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07530) fragment: waar (1)
opm.: 'mee' is weggestreept bij de tweede mogelijkheid. Toegevoegd is 'zie f'.
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07530) fragment: met wie (1)
opm.: 'mee' is weggestreept bij de tweede mogelijkheid. Toegevoegd is 'zie f'.
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07530) fragment: met wie (1)
opm.: 'mee' is weggestreept bij de tweede mogelijkheid. Toegevoegd is 'zie f'.
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 07530) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07530) fragment: woar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07530) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07530) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07530) fragment: woar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 07530) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 07530) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 07530) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 07530) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 07530) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 07530) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 07530) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 07530) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 07530) vertaling: P. däch dat J. en M. op gien mense kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 07530) vertaling: P. däch dat J. en M. op gien mense kwoad bint
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 07530) vertaling: Wim däch da'w nooit gien mense een pries geef
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 07530) vertaling: Wim däch da'w nooit gien mense een pries geef
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 07530) vertaling: Ut is woar dat ze niet met M. meug proaten.
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 07530) vertaling: Ut is woar dat ze niet met M. meug proaten.
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 07530) vertaling: Nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 07530) vertaling: Gienene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 07530) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 07530) vertaling: Niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 07530) vertaling: Gien ene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 07530) vertaling: Ie meug um niet zeggen da'k buuten binne ewes!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 07530) vertaling: Niet zeggen da'j een cadeau veur um ekoch heb heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 07530) vertaling: Wee'j niet dat hé evallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 07530) vertaling: W. probeerde gien mense zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 07530) vertaling: 't Schient dat ze niks mag èten.
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 07530) vertaling: Zie schient niks te mögen èten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 07530) vertaling: Zie probeert al de hele dag um mekare te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 07530) vertaling: Ut belòòft weer een mooie dag te worden.
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 07530) vertaling: Misschien kö'j beter nog effen wachten.
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 07530) vertaling: Wie hadden ut geluk um metene wèèr te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 07530) vertaling: As de kippen een valke ziet, bint ze bange.
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 07530) vertaling: A'w de eerpels niet könt verkopen, heb wie een probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 07530) vertaling: As uulle um niet metnemt, wo'k kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 07530) vertaling: He wist ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 07530) vertaling: D'r wöd völle edanst op dit feest
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 07530) vertaling: D'r wöd allenig nog mar brod verkoch in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 07530) vertaling: Asse mit de fietse kump, zalle wel late wèèn.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 07530) vertaling: A'j tied heb mo'j 's een keer langskommen
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 07530) vertaling: A'k rieke binne koop ik een dure auto.
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 07530) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 07530) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 07530) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 07530) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 07530) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 07530) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 07530) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 07530) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 07530) vertaling: Ik heb hum ut egeven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 07530) vertaling: Ik heb hum ut egeven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 07530) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07530) vertaling: M. hef ezeg dat ie heb eprobeerd een liedje te zingen
opm.: Informant merkt op: 'ik zou zeggen: ... probeerd heb ...'
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07530) vertaling: M. hef ezeg dat ie eprobeerd heb een liedje te zingen.
opm.: Informant merkt op: 'ik zou zeggen: ... probeerd heb ...'
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07530) vertaling: M. hef ezeg dat ie eprobeerd heb een liedje te zingen.
opm.: Informant merkt op: 'ik zou zeggen: ... probeerd heb ...'
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07530) vertaling: M. hef ezeg dat ie heb eprobeerd een liedje te zingen
opm.: Informant merkt op: 'ik zou zeggen: ... probeerd heb ...'
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 07530) vertaling: M. hef ezeg dat ie eprobeert heb eur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,4
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,4
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 07530) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 07530) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 07530) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 07530) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 07530) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,4
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,4
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 07530) vertaling: Die lui uut de stad heb hier völle huuze ebouwd.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 07530) vertaling: Ie ziet gien mense meer an de nieje vaart
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 07530) vertaling: Jan is hier gister ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 07530) vertaling: De dag dat J. belde was ik niet thuis.
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 07530) vertaling: J., die zo'k nooit uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 07530) vertaling: M, die zol zoiets nooit doen.
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 07530) vertaling: B, die drinkt wel 's een biertje tevölle.
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 07530) vertaling: M, die zo'k wel 'ns bie mien thuus willen uutneudigen.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 07530) vertaling: Dat huus, dat zo'k nooit willen verkopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 07530) vertaling: Dat huus, dat steet d'r al vieftig joar.
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 07530) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 07530) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 07530) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 07530) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 07530) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 07530) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 07530) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 07530) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 07530) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 07530) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 07530) vertaling: Hef G ebeld.
473 (z11b) En pas op! (inf. 07530) vertaling: Pas op.
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 07530) vertaling: 't was mar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 07530) vertaling: M. hef noe meer beeste dan vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 07530) vertaling: As S. had können kommen dan had ze dat zeker edoan.
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 07530) vertaling: Zie is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 07530) vertaling: Veur ie iets wegdoet, moe'j eerst bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 07530) vertaling: Hier is alles wat ik ekregen hebbe.
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 07530) vertaling: J. is te gierig um iets an zien kinder te geven.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 07530) vertaling: Asuf ie iets van voetballn weet.
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 07530) vertaling: leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 07530) vertaling: A'j ech niet könt wachen kom dan mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat J. de dokter had können roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 07530) vertaling: Ik wete dat J. de dokter eroepen kon hebben.
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 07530) vertaling: Hé zei da'k ut had motten doen.
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 07530) vertaling: Hé zei da'k u edoan mos hebben.
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 07530) vertaling: He is veurige (vergangen) wèke deur dr. M. eopereerd.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 07530) vertaling: Margen wötte deur dr. M. eopereerd.
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 07530) vertaling: Ik denke dat ie völle weg zollen motten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 07530) vertaling: Ik denke dat ie völle weg zollen motten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 07530) vertaling: Het is dom um zukke dure dinge weg te gooien.
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 07530) vertaling: Het is dom um zukke dure dinge weg te gooien.
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 07530) vertaling: Hé is alle kapotte spullen an ut weggooien.
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 07530) vertaling: Hé is alle kapotte spullen an ut weggooien.
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ik vinne dat ie vaker zollen motten krantlèzen
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ik vinne dat ie vaker krante zollen motten lèzen
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ik vinne dat ie vaker zollen motten krantlèzen
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ik vinne dat ie vaker zollen motten krantlèzen
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ik vinne dat ie vaker krante zollen motten lèzen
positie: 1,3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ik vinne dat ie vaker krante zollen motten lèzen
positie: 1,3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ut is dom um in ut donker krante te lèzen
positie: 1,2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ut is dom um in ut donker te krantlèzen
positie: 1,2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ut is dom um in ut donker krante te lèzen
positie: 1,2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ut is dom um in ut donker te krantlèzen
positie: 1,2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ut is dom um in ut donker te krantlèzen
positie: 1,2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Ut is dom um in ut donker krante te lèzen
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Hé is de hele dag an ut krantelezen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 07530) vertaling: Hé is de hele dag an ut krantelezen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 07530) fragment: deur (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 07530) fragment: (soms) (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 07530) fragment: (soms) (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 07530) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 07530) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 07530) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 07530) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 07530) vertaling: R. hef ene gruune appel weggegeven, noe heffe nog 2 rooien.
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 07530) vertaling: D'r waren völle mensen op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 07530) vertaling: Was d'r völle volk op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 07530) vertaling: Was d'r völle volk op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 07530) vertaling: Waren d'r völle mensen op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 07530) vertaling: Waren d'r völle mensen op ut feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07530) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07530) vertaling: Wat veur boeken heb ie ekoch.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07530) vertaling: Wat veur boeken heb ie ekoch.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07530) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch.
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 07530) vertaling: Hé woont bie M.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 07530) vertaling: Hé woont bie W.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 07530) vertaling: Goa effen noar de bakker W.
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 07530) vertaling: Wie hè'j ezeen.
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 07530) vertaling: Wie hef oe ezeen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 07530) vertaling: A'k dat eweten hadde, ha'k ut niet edoen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 07530) vertaling: Ut zol bèter wèèn um nog effen te wachten.
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 07530) vertaling: Gelukkig had J. de dokter ebeld en die was d'r al rap
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 07530) vertaling: Deurlopen rotjongens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,5
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,5
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 07530) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,4
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 07530) komt voor: j
gebr.: 1,4
opm.: De '1' in het meerkeuzeveld is om de aanwezigheid van 'te' aan te geven.
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 07530) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 07530) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 07530) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 07530) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 07530) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Klarenbeek

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Klarenbeek