SAND-data Apeldoorn (F151p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03506) vertaling: Jan wist dat nog wel van vrogger
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02979) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03505) vertaling: jan herinnert zich dat verhoal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03490) vertaling: Jan harinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03038) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaol wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03490) vertaling: Merie en Piet ziet mekare veur de karke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03038) vertaling: Marie x Piet zien elkaor voor de kerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03506) vertaling: Marie en Piet ziet makaar veur de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02979) vertaling: Marie en Piet ziet mekaare veur de kärke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03505) vertaling: Marie en Piet ziet mekaar veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02979) vertaling: Toon was zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03490) vertaling: Toon was zich.
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03505) vertaling: Toon was zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03490) vertaling: Toon was zich.
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03490) vertaling: Toon wast um.
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03038) vertaling: Toon wast zichzelf
opm.: reflexief: zichzelf
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03490) vertaling: Toon wast um.
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03506) vertaling: Toon was zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03506) vertaling: De timmerman hef geen spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02979) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03505) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03490) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie um
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03038) vertaling: De timmerman hef geen spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03490) vertaling: Fons zag un slange naost um (noas um)
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03038) vertaling: Fons zag een slange naost zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03506) vertaling: Fons zag 'n slange noast zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02979) vertaling: Fons zag een slange noas zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03505) vertaling: Fons zag un slange noas zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02979) vertaling: Erik liet mien veur um / zich wärkn
opm.: reflexief: zich of reflexief: um
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03505) vertaling: Erik liet mien veur um warken
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03490) vertaling: Erik liet mien veur um (zich) wark(e)n
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03038) vertaling: Erik liet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03506) vertaling: Erik liet mien veur zich warken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03506) vertaling: Johanna liet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02979) vertaling: Johanna liet zich meedrievm op de golvm
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03505) vertaling: Johanna liet zich meedrieven op de golv'n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03490) vertaling: Johanna liet zich mitdriev(e)n op de golv(e)n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03038) vertaling: Johanna liet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03490) vertaling: Toon bekeek umzelf is goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03038) vertaling: Toon bekeek zichzelf 's goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03506) vertaling: Toon keek us goed naor zichzelf in de spiege;
opm.: zichzelf ingebed in PP
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02979) vertaling: Toon bekeek zichzelf is goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03505) vertaling: Toon bekeek zichzelf is goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02979) vertaling: Jan hef in twee menuutn een biertjen edronkn
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03505) vertaling: Jan hef in twee minut'n un biertjie edronk'n
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03490) vertaling: Jan hef in twee minuten tied un biertj(e)n edronk(e)n
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03038) vertaling: Jan hef in twee minuten 'n biertje edronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03506) vertaling: Jan hef in twee minuten 'n glas bier edronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03038) vertaling: Deze schoen'en lopen makkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03506) vertaling: Disse schoenen loop makkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02979) vertaling: Deze schoen'n loop makkeluk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03505) vertaling: Disse schoene loop makkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03490) vertaling: Disse schoene loop makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03505) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03490) vertaling: Eduard kent umzelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03038) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03506) vertaling: Eduard kent zichzelf wel
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02979) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02979) vertaling: Ward hef eheurd dat d'r fotoos van um zelf in de etelazie stoat
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03505) vertaling: ward hef eheurd dat d'r foto's van umzelf in de etalage stoat
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03490) vertaling: Ward hef eheurd dat dur foto's van umzelf in de etalazie stoat
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03038) vertaling: Ward hef eheurd dat er foto's van zichzelf in de etalage (etalasje) staot
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03506) vertaling: Ward hef eheurd dat er foto's van um in de etalage staot
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03038) vertaling: Die eerdappels schellen niet makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03506) vertaling: Die eerpels schilt moeilijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02979) vertaling: Die ee(r)pels schelt niet makkeluk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03505) vertaling: Die eerpels schelt niet makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03490) vertaling: Die ee(r)pels schelt niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03505) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond völt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03490) vertaling: Dit glas brek as ut op de grond völt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03038) vertaling: Dit glas brekt as 't op de grond vult
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03506) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02979) vertaling: Dit glas brek as ut op de grond völt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03038) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03490) vertaling: Dokter lèèf 'k wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03505) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02979) vertaling: Dokter, lèèf ik wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03506) vertaling: Dokter leef ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03506) vertaling: Al jaoren leeft ze van de nalatenschap van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03038) vertaling: Al jaren leeft he van de arfenis van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03490) vertaling: Al joar(e)n lèèft van de arfenis van zien vader
opm.: subjectpronomen ontbreekt
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03505) vertaling: Al jor'n leef hee van de erfenis van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02979) vertaling: Al joaren lèèfte van de ärfenis van zien va(der)
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03490) vertaling: Disse wèke lèèf ze op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03505) vertaling: Disse week leef zee op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02979) vertaling: Disse wèèke lèèf zie (zee) op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03506) vertaling: Disse weke left ze op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03038) vertaling: Deze wèke leeft zee op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03038) vertaling: Lèft 't nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03490) vertaling: Lèèft ut nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03505) vertaling: Leeft 't nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02979) vertaling: Lèèft ut nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03506) vertaling: Leeft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03506) vertaling: Hoelang leef ule noe al van de arfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03038) vertaling: Hoelang leven jullie (of ulie) noe al van die arfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03490) vertaling: Hoelange lèèf ule noe al van die arfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03505) vertaling: Hoelange leef ule noe al van die arfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02979) vertaling: Hoelange lèèf uule / jullie noe al van die ärfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03490) vertaling: In Bretagne lèèf ze veural van de visvangs
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03505) vertaling: In bretagne leef ze veural van de visvangs
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02979) vertaling: In Bretagne lèèf ze veural van de visvangs
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03506) vertaling: In Bretagne leef ze veurnamelijk van 't vissen
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03038) vertaling: In Bretanje lèf ze veural van de visserieje
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03038) vertaling: Nà 't èten gao ik slaopen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03490) vertaling: Noa ut èten goa'k sloap(e)n
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03505) vertaling: Noa 't eeten goa ik sloapen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02979) vertaling: Noa ut èètn goak sloapm
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03506) vertaling: Nao 't eten doek 'n dutjen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03506) vertaling: Sok dat wek kunnen maken
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03038) vertaling: Zou ik dat wel kunnen doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03490) vertaling: Zou'k dat wel können doen?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03505) vertaling: Zol ik dat wel kann doen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02979) vertaling: Zòk dat wel kunn'n doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03490) vertaling: Hee liet zien huus afbrèken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03505) vertaling: hee liet zien huus afbreek'n
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02979) vertaling: Hee / hie liet zien huus afbrèèkng
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03506) vertaling: He liet zien huus afbreken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03038) vertaling: He liet zien huus afbrèkn
000 (x02opm) (inf. 03506) opm. inf.: In de loop der jaren heeft mijn dialect veel nederlandse woorden erbij gekregen
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan hard mot kunn'n wärkng
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03506) vertaling: ik wete dat Jan hard mot kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03506) vertaling: ik wete dat Jan hard mot kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat Jan ha(r)d mot kunn(e)n wark(e)n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat jan hat mot kunn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan hard mot kunn'n wärkng
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan hard mot kunn'n wärkng
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03038) vertaling: Ik wete dan Jan hard mot kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat Jan ha(r)d mot kunn(e)n wark(e)n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat Jan ha(r)d mot kunn(e)n wark(e)n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat jan hat mot kunn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03506) vertaling: ik wete dat Jan hard mot kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03038) vertaling: Ik wete dan Jan hard mot kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03038) vertaling: Ik wete dan Jan hard mot kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat jan hat mot kunn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03038) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03506) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03505) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02979) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03490) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03505) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02979) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03490) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03038) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03506) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03506) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03505) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02979) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03490) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03038) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03038) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03506) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03505) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02979) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03490) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02979) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03490) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03038) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03506) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03505) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03506) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03490) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02979) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03038) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02979) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03038) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03505) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03506) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03490) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03038) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03505) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03506) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03490) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02979) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02979) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03038) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03505) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03506) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03490) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02979) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03038) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03505) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03506) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03490) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03490) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02979) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03038) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03505) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03506) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03038) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03505) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03506) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03490) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02979) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02979) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03038) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03505) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03506) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03490) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03038) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03505) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03506) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03490) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02979) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03490) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02979) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03038) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03505) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03506) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03038) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03505) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03506) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03490) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02979) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03490) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02979) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03038) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03505) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03506) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03038) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03505) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03506) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03490) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02979) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03490) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02979) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03038) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03505) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03506) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03038) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03506) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03038) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02979) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03506) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03505) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03490) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03490) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03038) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02979) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03506) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03505) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03490) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02979) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03506) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03505) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03490) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02979) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03506) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03038) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03505) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02979) vertaling: Jan hef gieneen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03038) vertaling: Jan hèf geen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03506) vertaling: Jan hef gineen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03505) vertaling: Jan hef gienien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03505) vertaling: jan hef gien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02979) vertaling: Jan hef gien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03038) vertaling: Jan hèf geen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03506) vertaling: Jan hef gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03506) vertaling: Boeken hef Jan neet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03505) vertaling: boek'n hef jan niet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02979) vertaling: Boeken hef Jan niet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03038) vertaling: Boeken hèf Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02979) vertaling: Jan hef niet veul(e) geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03038) vertaling: Jan hèf niet vulle geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03506) vertaling: Jan hef niet veul geld meeer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03505) vertaling: jan hef niet völle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03505) vertaling: D'r mag niemand proat'n oaver dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02979) vertaling: D'r mag niemand sprèèkng oaver dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03038) vertaling: D'r mag niemand sprèken over dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03506) vertaling: Dr mag niemand praoten over disse zaak
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03506) vertaling: Dr mag niemand praoten over disse zaak
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02979) vertaling: D'r mag niemand sprèèkng oaver dit probleem
opm.: 'zelfde als onder e'
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03038) vertaling: D'r mag niemand sprèken òver dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02979) vertaling: Niemand zeg datte kump
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03038) vertaling: Niemand zeg dat è kump
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03505) vertaling: Niemand zeg datte kömp
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03506) vertaling: Niemand zegt datte kump
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann. pronomina
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03505) vertaling: Niemand zeg datte kömp
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03505) vertaling: Gien mense zeg datte kömp
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03505) vertaling: Gien mense zeg datte kömp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03505) vertaling: Zitt'n hier argens muuzen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02979) vertaling: Zit hier näärns gien muuzn?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03038) vertaling: Zitten hier argens muzen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03506) vertaling: bint hier aans muzen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03506) vertaling: ik geve niks weg
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03505) vertaling: Ik geve niks an un annder
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02979) vertaling: Ik geve niks an un ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03038) vertaling: Ik geve niks an 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02979) vertaling: Niemand wil wärkng
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03038) vertaling: Nieman wil warken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03506) vertaling: Niemand wil warken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03505) vertaling: Niemand wil warken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03505) vertaling: We wiss'n niet datte thuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02979) vertaling: Wie (wuule) wissn niet datte thuus was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03038) vertaling: Wullie wisten niet dat hie thûs was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03506) vertaling: Wulle wisten niet datte tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03506) vertaling: ik wist er niks van
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03505) vertaling: Ik wis 't ok niet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02979) vertaling: Ik wis ut ôk niet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03038) vertaling: Ik wis 't ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02979) vertaling: Hie (hee) mag met niemand sprèèkng over dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03038) vertaling: Hie mag met niemand sprèken over dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03506) vertaling: He mag met niemand praoten over disse toestand
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03505) vertaling: Hij mag met niemand proat'n oaver dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
000 (x05opm) (inf. 03490) opm. inf.: Bovenstaande zinnen komen in deze vorm niet in ons dialect voor
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03490) vertaling: Jan weet datte veur drie uur mot hebb(e)n (hemm(e)n) emaak
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03490) vertaling: Jan weet datte veur drie uur de wagen emaak mot hebb(e)n (hemm(e)n)
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03506) vertaling: Jan weet datte veur drie uur de wagen gemaakt mot hebben
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03505) vertaling: Jan wit datte veur drie uur de wag'n emaak mot hebb'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03490) vertaling: Jan weet datte veur drie uur de wagen emaak mot hebb(e)n (hemm(e)n)
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03038) vertaling: Jan weet dat he veur 3 uur de wagen mot hebben gemaakt
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02979) vertaling: Jan weet datte veur drie uur de waagng emaak mot hèm
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03490) vertaling: Jan weet datte veur drie uur mot hebb(e)n (hemm(e)n) emaak
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03505) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03038) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 2
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03038) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02979) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03490) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03506) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03505) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03505) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03038) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02979) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03490) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03506) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 2
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 2
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03505) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03038) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02979) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03490) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03506) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03038) vertaling: Marie d'r auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Meries auto is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02979) vertaling: Maries otoo is kepot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03505) vertaling: Maries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03506) vertaling: Maries is kepot
opm.: auto vergeten
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Marie zien auto kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03506) vertaling: Marie heur auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03038) vertaling: Marie d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Marie zien auto kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Merie heur auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02979) vertaling: Marie heur otoo is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Merie heur auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03505) vertaling: marie heur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02979) vertaling: Piets otoo is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03505) vertaling: Piets auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03506) vertaling: Piets auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03038) vertaling: Piet zien auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Piets auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03038) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Piet zien auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02979) vertaling: Piet zien otoo is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03505) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03506) vertaling: Piet zun auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03505) vertaling: Die mans auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03506) vertaling: Die man zien auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Die keerls auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02979) vertaling: Die mans otoo is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02979) vertaling: Die man zien otoo is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03505) vertaling: die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03038) vertaling: Die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03506) vertaling: Die man zien auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03490) vertaling: Die keerl zien auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03490) vertaling: Die auto is niet van mien ma van um
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02979) vertaling: Die otoo is niet van mien maar van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03505) vertaling: die auto is niet van mien ma van um
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03038) vertaling: Die auto is niet van mien maar van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03506) vertaling: das niet mien auto maar van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03505) vertaling: De krante van gistere lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03038) vertaling: De krant van gisteren lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03506) vertaling: de krante van gisteren lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03490) vertaling: De krante van gistern lig onder de tillevizie
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02979) vertaling: De krante van gister lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02979) vertaling: Jan is Karolien en Kristiens breurtjen
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03505) vertaling: jan is 't breurtje van karolien en kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03038) vertaling: Jan x Karolien bint hun breurtje
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03506) vertaling: Jan is de breur van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03490) vertaling: Jan is Karolien en Kristien hun breurtjen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03506) vertaling: De fietsen van die jongens bint estolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03490) vertaling: Die jonges hun fiets(e)n bint estol(e)n
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02979) vertaling: Die jonges hun fietsen bint estooln
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03505) vertaling: De fietse van die jonges bint estolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03038) vertaling: De fietse van die jongens bint estolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03505) vertaling: Die zuss'n hun moedder is op vesite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03038) vertaling: De moeder van de zussen is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03506) vertaling: De moeder van die zusters is t er
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03490) vertaling: Die zuss(e)n eur moe is op vesite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02979) vertaling: Die zussen d'r / heur moe(der) is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02979) vertaling: Die otoo is Wim zientn
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03505) vertaling: die auto is van wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03038) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03506) vertaling: Wim zien auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03490) vertaling: Die auto is Wim ziende
opm.: predicatief gebruikte possessief pronomen?
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03506) vertaling: Das mien fietse
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03490) vertaling: Die fietse is miende
opm.: predicatief gebruik possessieve 'genitief' 'de'??
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02979) vertaling: Die fietse is de mientn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03505) vertaling: die aut is van mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03038) vertaling: Die fiets(e) is van mien
000 (x07opm) (inf. 03505) opm. inf.: ipv auto ook vaak wagen
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03506) vertaling: He mag met niemand praoten over dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03505) vertaling: Hij mag met neimand oover dit probleem proat'n
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03038) vertaling: Hé mag met nieman sprèken over dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02979) vertaling: Hie (hee) mag met niemand over dit probleem sprèèkng
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03506) vertaling: ik wil niemand zeer doen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03505) vertaling: ik wil gien mens kwets'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03038) vertaling: Ik wil nieman kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02979) vertaling: Ik wille niemand kwetsn
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03038) vertaling: 't Is jammer da'w niet komen meugen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02979) vertaling: Ut is jammer daw niet mag / meug komm'm
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03506) vertaling: 't is jammer daw niet mag kommen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03505) vertaling: ' is jammer dat wule niet amg kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03506) vertaling: dat doek niet
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03505) vertaling: dat goa ik ik niet doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03038) vertaling: dat goa ik niet doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02979) vertaling: Dat goak niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03506) vertaling: 'k heb niks edaon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03505) vertaling: Ik heb niet ewark
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03038) vertaling: Ik heb niet ewarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02979) vertaling: Ik hebbe niet ewärk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03038) vertaling: Nog maar net had hé 't verteld, of Marie begon te hulen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02979) vertaling: Hee had 't nog niet verteld of Marie begon te huuln
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03506) vertaling: Net hef e 't ezeg of Merie begon te hulen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03505) vertaling: Nog ma net hatte 't verteld of Merie begon te huulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03506) vertaling: Goa die boel noe maar ophalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03505) vertaling: Goa die bestelling noe ma ophalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03038) vertaling: Ga die bestelling noe maar hale
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02979) vertaling: Goa die bestelling noe maar ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02979) vertaling: Hie / hee wärk niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03506) vertaling: He dut niks
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03505) vertaling: Hee wark niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03038) vertaling: He warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03038) vertaling: Ik verbied je om hier te kommen
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02979) vertaling: Ik verbiej oe um hier niet te komm'm
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03506) vertaling: ik verbied oe om hier te kommen
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03505) vertaling: Ik verbied oe um hier te komm'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03506) vertaling: Jan zorgden dr veur dat we Marie niet konden bellen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03505) vertaling: Janverhinderd'n dat we marie beld'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03490) opm.: "komt niet voor"
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03038) vertaling: Jan verhinderde dat wie Marie belden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02979) vertaling: Jan verhindern ons daw Marie belln
000 (x08opm) (inf. 03490) opm. inf.: Bovenstaande zinnen komen in deze vorm niet in ons dialect voor
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03506) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02979) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03490) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02979) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03505) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03038) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03506) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02979) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03490) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03505) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03506) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03505) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03038) fragment: om (um) (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03506) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03490) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02979) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03490) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03505) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03038) fragment: om (um) (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03038) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03038) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03506) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03506) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03490) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03490) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03505) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03038) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03038) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03506) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03490) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03505) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03038) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03506) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03490) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03505) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03505) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02979) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02979) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02979) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03506) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03505) fragment: zat om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02979) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03506) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03506) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03490) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03038) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02979) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03506) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03505) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02979) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03506) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03490) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03505) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02979) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02979) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03506) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03490) fragment: A'j (je weggestreept) 2L dan (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03505) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03505) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02979) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03038) fragment: Indien (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03506) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03506) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03490) fragment: A'j (je weggestreept) 2L dan (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03490) fragment: (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03490) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03505) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03505) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03038) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03506) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03506) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03490) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03490) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03505) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03038) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03038) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03506) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03490) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03505) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03038) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02979) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03506) fragment: dat we (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02979) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02979) fragment: als dat 't (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03505) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02979) fragment: als dat 't (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03506) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03490) fragment: as wat dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03038) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02979) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03506) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02979) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03506) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03490) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03490) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03038) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03038) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03506) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02979) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03490) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03038) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02979) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03506) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02979) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03490) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03505) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03038) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02979) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03506) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02979) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03505) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03490) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03038) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03506) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02979) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03506) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03490) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03490) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03038) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03038) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03506) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02979) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03490) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03038) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03038) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03038) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03506) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02979) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03490) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03038) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02979) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03506) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03505) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02979) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03490) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03038) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03506) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02979) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03506) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03490) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03490) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03038) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03506) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03490) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03038) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03038) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03038) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03505) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02979) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03505) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02979) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03506) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03490) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03038) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03038) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02979) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02979) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02979) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03506) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02979) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03490) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03506) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03490) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03038) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03505) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03506) fragment: (1)
opm.: geen voegwoord
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03490) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03038) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02979) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03038) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03506) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03490) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03038) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03506) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02979) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03490) fragment: offe (hij weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann.
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02979) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03038) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03038) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02979) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03038) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03505) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02979) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03506) vertaling: ik wete dat ule op niemand kwoad bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03038) vertaling: Ik weet dat jullie op nieman boos bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat ule op niemand kwoad bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat uuk op niemand kwaod bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat uule op niemand kwoad bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03505) vertaling: Ik wete dat zee op niks groots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat ze näärns groots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03506) vertaling: ik wete dat ze dr neet prat op geet
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03038) vertaling: Ik weet (of wete) dat sie op niets trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat zee op niks groots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03038) vertaling: Els denkt dat 't niet makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03490) vertaling: Els denk (dech) dat 't niet gemakkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03505) vertaling: Els denkt dat 't niet makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02979) vertaling: Els denk dat ut niet makkeluk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03506) vertaling: Els denkt dat 't niet makkelijk is /'t zwoar is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03506) vertaling: Ik wete dak te late bin en ie niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03038) vertaling: Ik wete dat ik late bin en ieje niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03490) vertaling: "k wete da'k te late bin en ieje niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat ik te late bin en ie niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat ik te laate binne en ie niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03505) vertaling: Je weet toch dat ik te late bin en ie niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02979) vertaling: Ie weet toch dat ie mottn wärkn en ikke niet?
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03506) vertaling: ie weet toch daj mot warken en ikke niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03038) vertaling: Ie weten toch dat ie mot warken en ikke niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03490) vertaling: Ie weet toch da'j (dat ie) mot warken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03038) vertaling: Iedereen dat wie noar huus goan en dat sie nog blieven meugt
opm.: persoonsvorm matrixzin mist
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03490) vertaling: Iedereene denk (dech) da'w noar huus en dat zee nog meug blieven
opm.: persoonsvorm in bijzin ontbreekt
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03505) vertaling: Iederene denkt dat wie noa huus goat en dat zee meug blieven
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02979) vertaling: Iedereen denk dat wie (wuule) noar huus goat en dat zie (zuule) nog meug blievm
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03506) vertaling: iedereen denkt dat wulle noar huus goat en dat ulle nog mag blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03506) vertaling: 't is jammer dat he kump en see weg geet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03038) vertaling: 't Is jammer dat hé kump en dat sie weggeet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03490) vertaling: 't Is zunde dat hee kump en dat zee weggeet (votgeet)
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03505) vertaling: 't is jammer dt hee kömp en zee weggeet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02979) vertaling: Ut is jammer dat hie kump en dat zie votgeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03490) vertaling: 'k Denke dat Lise ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03505) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02979) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03506) vertaling: ik denke dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03038) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03038) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje trouwen goat
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03490) vertaling: 'k Denke dat Pieter en Liesjen goat trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03505) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje goat trouw'n
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02979) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje goat trouwm
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03506) vertaling: ik denke dat Pieter en Liesje goat trouwen
000 (x10opm) (inf. 02979) opm. inf.: mogelijkheden in ons dialect mbt 1e, 2e en 3e persoon meervoud: wij: wie, wuule, wuulie; jullie: ieluu, uule, uulie, oeluu; zij: zie, zuule zuulie
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03505) vertaling: Ja dat duttw
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02979) vertaling: Reactie op A bij b zou bij ons luiden: "Dat dutte" = dat doet hij
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03506) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: bevestigend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'antw
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02979) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02979) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03506) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03038) komt voor: j
betekenis: ontkennend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03038) komt voor: j
betekenis: ontkennend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02979) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03506) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: bevestigend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: ontkennend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03506) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02979) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: ontkennend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03038) komt voor: j
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: ontkennend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03506) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03038) komt voor: j
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02979) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03490) komt voor: n
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03506) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03038) komt voor: j
opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02979) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03038) vertaling: Hie dut 't
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02979) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03490) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03490) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03506) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03038) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02979) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02979) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03490) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02979) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03506) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03038) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03490) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03490) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02979) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03506) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02979) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03506) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03490) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02979) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03506) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03490) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03490) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02979) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03506) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02979) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03506) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03490) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02979) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03506) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03490) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03038) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03490) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02979) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03038) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03506) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02979) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03506) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03490) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03038) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03505) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03505) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02979) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03506) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03490) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03038) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03490) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03038) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03505) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02979) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03506) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02979) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03506) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02979) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03505) fragment: woarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03505) fragment: woar de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02979) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03490) fragment: woarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03506) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03038) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03505) fragment: woar de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03506) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02979) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03506) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03505) fragment: woarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03506) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03505) fragment: woor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02979) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03505) fragment: woor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03505) fragment: woorop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03490) fragment: woar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03038) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03505) fragment: woorop (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03490) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03490) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02979) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03506) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03038) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03038) fragment: -- (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03490) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03506) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02979) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03506) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03038) fragment: -- (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03490) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02979) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03506) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02979) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03038) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03505) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02979) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03505) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03490) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03038) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03506) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03506) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03506) fragment: waar het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02979) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03506) fragment: waar het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03505) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03490) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03506) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03038) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03505) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03490) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02979) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03038) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02979) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03506) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02979) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02979) fragment: wie (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02979) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02979) fragment: waarin (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03505) fragment: woor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03490) fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02979) fragment: waarin (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03038) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03506) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02979) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03505) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03490) fragment: da'w (we doorgestreept) (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02979) fragment: waarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03038) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03505) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03490) fragment: wa'k (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03038) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02979) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03506) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02979) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03506) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03038) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02979) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03038) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03505) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03490) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03038) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03506) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03038) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03506) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03038) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03038) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03506) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03038) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02979) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03505) komt voor: n
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03038) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03490) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03505) vertaling: Wie denk je wie ik in de stad ezeen heb
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03506) vertaling: Wie denk ie dak in de stad ezien hebbe
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03038) vertaling: Wie denk je dat ik de stad ontmoet heb
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03490) vertaling: Wat denk ie da'k in de stad ezien heb (hebbe) ?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02979) vertaling: Wat denk ie wiek in de stad tegenekommen bin?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03490) vertaling: Wat denk ule (iele) hoe ze ut heb opelös ?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02979) vertaling: Wat denk uulie hoe ze ut heb opelös?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03505) vertaling: Hoe denk ie dat ze dat op'elos heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03506) vertaling: Hoe denk ulle dat ze dat opgelost heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03038) vertaling: Hoe denken jullie dat ze 't hebben opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03038) vertaling: Hoe denken jullie dat ze 't hebben opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03490) vertaling: Hoe denk ie dat ze ut heb op'elös ?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02979) vertaling: Hoe denk ie dat ze ut heb opelös
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03506) vertaling: Hoe denk ulle dat ze dat opgelost heb
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03506) vertaling: Magda weet niet wie wulle wilt opbellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03038) vertaling: Magde weet niet wie we willen bellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03490) vertaling: Magde weet niet wie wiele (wule) wilt opbell'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03505) vertaling: Magda wit niet dat wie wilt bell'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02979) vertaling: Magda weet niet wie of dat wie wilt belln
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03490) vertaling: Weet iemand wie wiele (wule) eroepen hebt?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03505) vertaling: Weet iemand wie wie eroepen heb
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02979) vertaling: Weet iemand wiew eroepm heb?
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03038) vertaling: Weet ieman wie we geroepen hebben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03038) vertaling: Wie denk je da'k in de stad ontmoet heb?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03490) vertaling: Wie denk ie da'k in de stad ezien heb (hebbe)
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03505) vertaling: wie denk je dat ik in de stad ezeen heb
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02979) vertaling: Wie denk ie däk in de stad tegenekomm'm bin?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03506) vertaling: Wie denk ie dak ezien heb in de stad
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03038) vertaling: Wie denk je da'k in de stad ontmoet heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03490) vertaling: Wie denk ie die 'k in de stad ezien heb (hebbe)
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02979) vertaling: Wie denk ie däk in de stad tegenekomm'm bin?
opm.: 'zelfde als onder f'
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03506) vertaling: Wie denk ie dak ezien heb in de stad
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03038) vertaling: Hie hèf zien handen ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03490) vertaling: Hee hef zien hande ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03505) vertaling: Hij hef zien handen ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02979) vertaling: Hie hef zien handn ewassn
opm.: 'Hee of hie wordt beide gebruikt'
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03506) vertaling: He hef zien handen ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03505) vertaling: Hij hef zien hemp uut'ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02979) vertaling: Hie hef zien hemp ewassn
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03506) vertaling: he hef zien hemp ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03038) vertaling: Hie hèf zien hemd ewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03490) vertaling: Hee hef zien hemp ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03038) vertaling: He hèf een hoed op 't heufd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03490) vertaling: Hee hef un hoed op ut heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03505) vertaling: Hij hef 'n hoed op
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02979) vertaling: Hie hef een hoed op de kop (of: ut heuf)
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03506) vertaling: he hef un hoed op zien heuf
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03506) vertaling: he hef n smerige plekke op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03038) vertaling: Hee hèf een vlek op zien hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03490) vertaling: Hee hef un vlek op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03505) vertaling: Hij hef 'n vlekke op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02979) vertaling: Hie hef een vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03505) vertaling: hij hef zien bien ebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02979) vertaling: Hie hef zien been ebrookng
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03490) vertaling: Hee hef zien been te broken (broaken)
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03506) vertaling: he hef zien been ebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03490) vertaling: Hee hef zien been ebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03038) vertaling: Hie hef zien been ebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03490) vertaling: Hee hef zien been ebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03490) vertaling: Hee hef zien been te broken (broaken)
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03038) vertaling: Sie hef zich piene èdoan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03490) vertaling: Zee hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03505) vertaling: Zee hef zich zeer edaan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02979) vertaling: Hie hef zich zeer / piene edoan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03506) vertaling: Se hef piene
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03506) vertaling: Marie trok de dèken over zich hen
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03038) vertaling: Marie trok de dèken noar zich toe
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03490) vertaling: Merie trok de dèken noar zich toe
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02979) vertaling: Marie trok de dèèkng noar zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02979) vertaling: Luc weet dat d'r foto's van umzelf te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03506) vertaling: Luc weet dater foto's van um te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03038) vertaling: Luc weet dat 'r foto's van humzelf te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03490) vertaling: Luc weet dat dur foto's van umzelf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03038) vertaling: Ie herinnert oe toch wel dat we toen deur dat bos hen elopen bint
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02979) vertaling: Ie herinnert oe toch wel da'w toen deur dat bos heen eloopm bint?
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03490) vertaling: Ie harinnert oe toch wel da'w toen deur dat bos bint elopen?
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02979) vertaling: Ie herinnert oe toch wel da'w toen deur dat bos heen eloopm bint?
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02979) vertaling: Ie weet toch nog wel ...
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03506) vertaling: Weet ie nog wel daw toen deur dat bos elopen bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02979) vertaling: Ie weet toch nog wel ...
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03506) vertaling: ik wete nog dat de auto van Marie kepot was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02979) vertaling: Ik weet nog ...
opm.: reflexief: mijn
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03038) vertaling: Ik herinner mie dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02979) vertaling: Ik herinner mien dat de otoo van Marie kepot was
opm.: reflexief: mijn
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03490) vertaling: "k Harinnere mien dat de auto van Merie kepot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02979) vertaling: Ik herinner mien dat de otoo van Marie kepot was
opm.: reflexief: mijn
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02979) vertaling: Ik weet nog ...
opm.: reflexief: mijn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02979) vertaling: Zie / zee herinnert zich datte as een varkng zat te èètn
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03506) vertaling: Se weet nog dat hi as 'n varken zat te eten
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03038) vertaling: Zie herinnert zich dat hie as een varken zat te èten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03490) vertaling: Zee harinnert zich datte as un varken zat te èten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03038) vertaling: Wullie herinnert ons wel dat Jan al zien boeken gestolen waren, maor zie herinnert het zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03490) vertaling: wiele (wule) harinnert ons wel dat al Jan zien boeke estolen waren, ma zee harinnert ut zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02979) vertaling: Wuule weet nog wel dat Jan al zien boekng estooln waarn maar zie herinnert ut zich niet meer
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03506) vertaling: Wie weet nog dat alle boeken van Jan estolen waren maar se weet naans meer van
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03506) vertaling: Weet ulle nog daw Jan op de markt ezien heb
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03038) vertaling: Herinnert jullie oe nog da'w Jan op de markt ezien heb
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03490) vertaling: Harinnert ule oe nog da'w Jan op de mark ezeen heb ?
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02979) vertaling: Weet uule nog däw Jan op de mark ezien heb?
opm.: 'Wij gebruiken "herinneren" niet zoveel! te deftig.'
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02979) vertaling: Hee (of hie) hef zich een ongeluk ewärk
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03506) vertaling: He hef zich kapot ewarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03038) vertaling: Hie hef zich een ongeluk èwarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03490) vertaling: Hee hef zich (hee hef um) un ongeluk ewark
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03038) vertaling: Hie vuulde zich deur 't ies zakke
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02979) vertaling: Hee / hie vuul'n zich deur ut ies zakkng
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03490) vertaling: Hee vuulen zich deur ut ies zakk(e)n
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02979) vertaling: Hee / hie vuul'n zich deur ut ies zakkng
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02979) vertaling: Hee / hie vuul'n datte deur ut ies zakkng
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03506) vertaling: He vuulen zich deur 't ies zakken
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02979) vertaling: Hee / hie vuul'n datte deur ut ies zakkng
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03038) vertaling: Zou hie dat gedaa hebben gekun
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie ...
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03038) vertaling: zou hij dat hebben gekun
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat hebbm kunn'n doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie ...
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03038) vertaling: zou hij dat hebben gekun
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie ...
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat hebbm kunn'n doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03490) vertaling: Zol hee dat hebb(e)n könn(e)n edoan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03506) vertaling: zou e dat edoan kunnen hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat hebbm kunn'n doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03038) vertaling: Zou hie dat gedaa hebben gekun
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat edoan kunnen hem?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zol hee / hie ...
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02979) vertaling: Zolle dat hebbm kunn'n doen?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02979) fragment: ekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03490) fragment: ukönd (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03038) fragment: èkunt (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03506) fragment: ekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03038) fragment: èdoan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03506) fragment: edoan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02979) fragment: edoan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03490) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03490) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03506) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02979) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02979) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03038) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03490) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03506) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03490) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03506) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02979) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03038) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03038) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03490) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03506) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02979) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02979) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03038) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03490) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03506) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03490) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03506) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02979) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03038) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02979) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03038) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03490) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03506) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02979) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03038) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03490) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03506) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03490) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03506) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02979) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03038) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02979) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03038) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03490) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03506) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03506) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02979) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03038) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03490) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03490) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03506) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02979) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03038) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03038) vertaling: Wie motten noar de schuure en voeren de koeie
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03505) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03490) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02979) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03038) vertaling: Wie motten noar de schuure en voeren de koeie
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03506) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03506) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03505) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03490) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02979) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03038) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03038) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03490) vertaling: 'k Denke datte weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02979) vertaling: Ik denke datte weg / vot is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03506) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03505) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03490) vertaling: 'k Denke datte weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02979) vertaling: Ik denke datte weg / vot is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03505) vertaling: Ik denke hee is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03506) vertaling: ik denk he is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03038) vertaling: ik denke hie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03505) vertaling: Ik denke hee is vot
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03490) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02979) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03038) vertaling: ik denke hie is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03506) vertaling: ik denk he is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02979) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03038) vertaling: Ik wete dat hie weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03038) vertaling: Ik wete dat hie weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03506) vertaling: ik wete dat de weg is
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03505) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03490) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03038) vertaling: ik wete hie is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03505) vertaling: Ik weete hee is weg
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03490) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02979) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03038) vertaling: ik wete hie is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03506) vertaling: ik weet he is weg
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03506) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03038) vertaling: De politie zou bij hem komen en nemen hum mee
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03505) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03490) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02979) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03038) vertaling: De politie zou bij hem komen en nemen hum mee
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03490) vertaling: Merie al heru koene bint vedronken bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02979) vertaling: Marie al heur koein / beeste bint verdronkng bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03038) vertaling: Marie al heur koeie bint verdronken bie de overstroming
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03490) vertaling: Merie al heru koene bint vedronken bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02979) vertaling: Marie al heur koein / beeste bint verdronkng bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03506) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03505) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02979) vertaling: Keze maakng weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03505) vertaling: kase mak'n weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03506) vertaling: Kese maken, kank niet
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03038) vertaling: Kaas make weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03505) vertaling: kase mak'n weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03490) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02979) vertaling: Keze maakng weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03038) vertaling: Kaas make weet ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03506) vertaling: Kese maken, kank niet
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03490) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03038) vertaling: Jan bin ik mee noar de markt èwes
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02979) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03506) vertaling: Jan bin ik mee naor de mark ewes
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03505) vertaling: Jan, bin ik mee noa de mark ewes
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03505) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03490) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03038) vertaling: Ik heb al de eerste drie sommen èmaak. Welke heb ie emaak
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02979) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03506) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02979) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03506) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03505) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03490) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03038) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03490) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03038) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02979) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03506) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03505) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03505) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03490) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03038) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02979) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03506) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan noa de mark ewes hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03506) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan noa de mark ewes hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03505) vertaling: Ik weete dat jan noa de mark ewes hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03490) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03038) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03505) vertaling: Ik weete dat jan noa de mark ewes hef
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03038) vertaling: Al lopen kwam ik ém tegen
komt voor: n
opm.: lopen zonder 'd'
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03505) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03038) vertaling: Al lopen kwam ik ém tegen
komt voor: n
opm.: lopen zonder 'd'
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03506) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03490) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02979) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03506) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03490) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02979) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03038) vertaling: Ik heb heel wat èlopen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03505) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03038) vertaling: Ik heb heel wat èlopen
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03038) vertaling: Ik wor nu moe, dus ik houw d'r mee op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03506) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03038) vertaling: Ik wor nu moe, dus ik houw d'r mee op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03490) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02979) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03505) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03038) vertaling: Hie deed zich veur asof hie net uut zien bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03490) vertaling: Hee dee zich (um) veur datte net uut zien bedde (berre) kwamp
komt voor: j
opm.: 'um' in vertaling = reflexief als mogelijk alternatief voor 'zich' (doet resp. vaker in lijst).
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03505) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02979) vertaling: Hee deej zich veur as datte net uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: 'als dat'
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03506) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03038) vertaling: Hie deed zich veur asof hie net uut zien bed kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03490) vertaling: Hee dee zich (um) veur datte net uut zien bedde (berre) kwamp
komt voor: j
opm.: 'um' in vertaling = reflexief als mogelijk alternatief voor 'zich' (doet resp. vaker in lijst).
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02979) vertaling: Hee deej zich veur as datte net uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: 'als dat'
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02979) vertaling: De schilder is hier wèèzn schildern
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03506) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03038) vertaling: De schilder is hier kommen schilderen
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03490) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03505) vertaling: De schilder is hier ewes um te schildern
opm.: met inf. voegwoord
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02979) vertaling: De schilder is hier wèèzn schildern
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03038) vertaling: De schilder is hier kommen schilderen
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03038) vertaling: denk ie da'j noar huus goa
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02979) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03506) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03038) vertaling: denk ie da'j noar huus goa
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03490) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03038) vertaling: In die tied lèfde ik drop lös
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03506) vertaling: in die tied leefdenik er op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02979) vertaling: In die tied lèèvm ik d'r op lös
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03505) vertaling: In die tied lev'n ik d'r ma wat op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03490) vertaling: In die tied lèèfden ik dur op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03490) vertaling: Vrogger lèvende as un bees
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03038) vertaling: Vorgger lefde hee as un bees
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03506) vertaling: vrogger leefde as 'n beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02979) vertaling: Vrôgger lèèvnde as een bees
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03505) vertaling: Vrogger levende as 'n bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02979) vertaling: Doar lèèvn wuule as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03505) vertaling: Daar leven wie as God in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03490) vertaling: Doar lèèf wie (wiele, wule) as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03038) vertaling: Doar lèfden wullie als god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03506) vertaling: doar leefden we as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03038) vertaling: Niemand mag 't zien dus ik fin dat ie 't ok niet mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03506) vertaling: geen mag 't zien, dus ik vinne daj 't ok niet mag zien
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + pronomina 2.ev.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02979) vertaling: Niemand mag ut zien dus ikvin dat ie ut ôk niet mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03505) vertaling: Gien mense mag 't zien dus ie ok niet
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03490) vertaling: Niemand mag ut zien dus ik vinne dat ie dat ok niet mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03505) vertaling: 't gebeurd'n toen ie wegging'n
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03490) vertaling: Ut gebeuren toe'j weggingen
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03038) vertaling: 't Gebeurde toen ie wegging
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03506) vertaling: 't gebeuren toen ie weggingen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02979) vertaling: Ut gebeurn toej weggingng
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02979) vertaling: Ik weete woaj geboorn bint
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03505) vertaling: Ik wete woar ie geboren bint
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03490) vertaling: 'k Wete woa'j geboren bint
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03038) vertaling: Ik weet woar ie geboren bint
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03506) vertaling: ik wete daj geboren bint
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03038) vertaling: Noe 'j kloar bint, mag ie goan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03506) vertaling: noej klaor bint maj gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02979) vertaling: Noej kloa(r) bint maj goan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03505) vertaling: Noe'j kloar bint mag ie goan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03490) vertaling: Noe'j kloar bint, ma'j goan
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03505) vertaling: Deurdat oaverlej'n is hef heur man Anna niet meer kunn'n help'n
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03490) vertaling: Deurdat Merie estörv(e)n was, hef heur man Anna niet meer könn(e)n help(e)n
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03038) vertaling: Deurdat Marie overleden was, hef heur man Anna niet meer kunnen helpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03506) vertaling: deurdat M. dod was, hef heur man Anna niet meer kunnen helpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02979) vertaling: Deurdat Marie oaverleejn was hef heur man Anna niet meer kunn'n helpm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03038) vertaling: Ik weet dat hie is goan zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03506) vertaling: ik wete datte is gaon zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat hee is goan zwemm(e)n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02979) vertaling: Ik weet datte is goan zwemm'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03505) vertaling: Ik weete dat hee zwemm'n egoan is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02979) komt voor: n
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02979) komt voor: n
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03490) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03505) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03038) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03506) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02979) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02979) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03490) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03505) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03038) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03506) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03038) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03506) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02979) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03038) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03506) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03490) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03505) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02979) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02979) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03038) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03506) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03490) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03506) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02979) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03038) vertaling: Wil ie nog koffie, Jan, Ja'k
komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03505) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03038) vertaling: Wil ie nog koffie, Jan, Ja'k
komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03490) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03505) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03038) vertaling: Goat hullie dansen
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03490) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03506) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03038) vertaling: Goat hullie dansen
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02979) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02979) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03505) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03490) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03506) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03038) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03506) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03038) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02979) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03505) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03490) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03505) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03490) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03506) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03038) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02979) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03506) vertaling: met zulk weer kuj niet veule doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02979) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03490) vertaling: Mit zulk weer ku'j niet völle (veul) doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03506) vertaling: met zulk weer kuj niet veule doen
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03505) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03038) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03490) vertaling: Mit zulk weer ku'j niet völle (veul) doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03505) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03038) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03490) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02979) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03506) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02979) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03506) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03505) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03038) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03490) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02979) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03506) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03505) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03038) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03490) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03506) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03505) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03038) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03490) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02979) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02979) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03506) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03505) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03038) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03490) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03490) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02979) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03506) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03505) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03038) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03506) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03505) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03038) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03490) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02979) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02979) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03506) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03505) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03038) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03490) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03490) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02979) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03506) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03505) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03038) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03506) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03505) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03038) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03490) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02979) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02979) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03038) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03490) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03505) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03506) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03490) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03505) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03506) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03038) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03490) fragment: woarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03038) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03038) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: woavan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03505) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03490) fragment: woarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03490) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03038) fragment: dat (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: woavan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03505) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03505) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03506) komt voor: n
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03490) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03038) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: woavan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: woavan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03505) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02979) fragment: datte (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03505) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03490) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03038) fragment: denk ik (1)
opm.: 'ik denk' is doorgestreept en 'denk ik' op positie 1 gezet.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03505) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02979) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03490) fragment: woarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03038) fragment: denk ik (1)
opm.: 'ik denk' is doorgestreept en 'denk ik' op positie 1 gezet.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03038) fragment: die (2)
opm.: 'ik denk' is doorgestreept en 'denk ik' op positie 1 gezet.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03505) fragment: wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03490) fragment: woarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03490) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03038) fragment: die (2)
opm.: 'ik denk' is doorgestreept en 'denk ik' op positie 1 gezet.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03505) fragment: wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03506) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03490) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03505) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02979) fragment: woa (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03038) fragment: waarmee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02979) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03038) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03506) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03490) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03505) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03505) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03506) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03505) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03490) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03038) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02979) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03505) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03506) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03490) fragment: woar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03038) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03038) fragment: -- (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03506) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03505) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03506) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03490) fragment: woar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03490) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03038) fragment: -- (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02979) fragment: däk ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03490) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02979) fragment: dät (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03505) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02979) fragment: dät (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02979) fragment: däk ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03038) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02979) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03038) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03506) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03490) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03505) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03505) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: wak / dak ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: wak / dak ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: wak / dak ('ik' in voorgedrukte zin weggestreept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03038) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03506) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02979) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03490) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03506) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02979) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03490) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03505) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02979) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02979) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02979) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03038) fragment: Als (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: wie heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: wie heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: wie heur (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03038) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03506) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03490) fragment: woarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03505) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02979) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03505) vertaling: Piet denkt dat jan en marie op niemand kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03038) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op nieman kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03490) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op niemand niet kwoad bint
betekenis: negative concord
opm.: Taalkundig niet geinterpreteerd, want: "Zin wordt op deze wijze niet gebruikt. Verouderd: Piet dech ... wordt door sommige ouderen nog gebruikt. Ik weet niet of dit afhankelijk van woonomgeving is."
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02979) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op niemand kwoad bint
betekenis: negative concord
opm.: 'de zin komt in de gegeven opbouw niet in mijn dialect voor. Wel zonder het woord "niet"'
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03506) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwoa bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03505) vertaling: Piet denkt dat jan en marie op niemand kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02979) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op niemand kwoad bint
betekenis: negative concord
opm.: 'de zin komt in de gegeven opbouw niet in mijn dialect voor. Wel zonder het woord "niet"'
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03038) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op nieman kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03490) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op niemand niet kwoad bint
betekenis: negative concord
opm.: Taalkundig niet geinterpreteerd, want: "Zin wordt op deze wijze niet gebruikt. Verouderd: Piet dech ... wordt door sommige ouderen nog gebruikt. Ik weet niet of dit afhankelijk van woonomgeving is."
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02979) vertaling: Wim denk daw nooit niemand een pries geef
betekenis: negative concord
opm.: '"nooit niks" is ook zo iets wat wij wel bezigen
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03505) vertaling: Wim denkt dat wie nooit iemand un pries geef
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02979) vertaling: Wim denk daw nooit niemand een pries geef
betekenis: negative concord
opm.: '"nooit niks" is ook zo iets wat wij wel bezigen
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03038) vertaling: Wim denkt dat we nieman eens een pries geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03490) vertaling: Wim denk dat wie (wiele, wule) nooit niemand un pries geef
betekenis: negative concord
opm.: Taalkundig niet geinterpreteerd, want: "Zin wordt op deze wijze niet gebruikt. Verouderd: Wim dech ... wordt door sommige ouderen nog gebruikt. Ik weet niet of dit afhankelijk van woonomgeving is."
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03505) vertaling: Wim denkt dat wie nooit iemand un pries geef
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03506) vertaling: Wim denkt dat niemand ooit 'n pries krig
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03038) vertaling: Wim denkt dat we nieman eens een pries geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03490) vertaling: Wim denk dat wie (wiele, wule) nooit niemand un pries geef
betekenis: negative concord
opm.: Taalkundig niet geinterpreteerd, want: "Zin wordt op deze wijze niet gebruikt. Verouderd: Wim dech ... wordt door sommige ouderen nog gebruikt. Ik weet niet of dit afhankelijk van woonomgeving is."
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03505) vertaling: 't is woar, ze mag niet mer Marie praten
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02979) vertaling: ut is woa dat ze niet met Marie meug proaten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03506) vertaling: 't is waor dat ze niet met Marie mag praten
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03038) vertaling: Het is woar dat 't niet toe e-stoan is, dat ze met Marie proat
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03490) vertaling: 't Is woar dat ze moog niet mit Merie proaten
opm.: Taalkundig niet geinterpreteerd, want: "Zin wordt op deze wijze niet gebruikt."
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03038) vertaling: Het is woar dat 't niet toe e-stoan is, dat ze met Marie proat
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02979) vertaling: ut is woa dat ze niet met Marie meug proaten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03505) vertaling: naant
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02979) vertaling: nargens of nääns
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03490) vertaling: Naarns
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03505) vertaling: naant
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03505) vertaling: narg'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03490) vertaling: Naarns
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03506) vertaling: naans
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03490) vertaling: Nargens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03505) vertaling: narg'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03038) vertaling: Nargens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03490) vertaling: Nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03490) vertaling: Niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: dat weet ik niet
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: dat weet ik niet
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: dat weet ik niet
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03038) vertaling: weet ik niet
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: gien ene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: gien ene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: gien ene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03505) vertaling: gien mense
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02979) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03506) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03505) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02979) vertaling: dat weet ik niet
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03506) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03490) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02979) vertaling: dat weet ik niet
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03038) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02979) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02979) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03505) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03506) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03490) vertaling: Niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03038) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02979) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03506) vertaling: geenene
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03490) vertaling: Gienene
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03038) vertaling: die bonten
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02979) vertaling: gien ene
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03505) vertaling: gien eene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03038) vertaling: Zeg hum niet dat ik noar buuten bin ewes
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03490) vertaling: Zek um niet da'k noar buten bin ewes
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03505) vertaling: Zeg um dat ik niet but'n ewes bin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02979) vertaling: Zeg um niet däk noa buutn e'wes bin!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03506) vertaling: Vertel um niet da'k naor buten bin ewes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03038) vertaling: Niks vertellen, dat je een kado veur hum heb ekocht, heur
opm.: door 'niks' ipv 'niet' weet ik niet of dit als negatie geldt (ti)
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03490) vertaling: Niet vertell(e)n da'j un kado veur um heb ekoch, heur!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03505) vertaling: Niet evrtell'n de'j un kedo veur um ekoch heb, heur
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02979) vertaling: Niet vetelln däj een kedo veur um ekoch heb heur!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03506) vertaling: niks zeggen daj un kedootjen veur um ekocht heb heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03038) vertaling: weet ie dat hie gevallen is
opm.: negatie ontbreekt
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03490) vertaling: Wee'j (Weet ie) niet datte (dat hee) evaln is ?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03505) vertaling: Weet i niet dat hee evall'n is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02979) vertaling: Weet ie niet dätte evallen is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03506) vertaling: Weet ie niet datte evallen is
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 3.ev.mann.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03506) vertaling: Wendy probeerde niemand zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03505) vertaling: wendy probeert um gien mense zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03038) vertaling: Wendy probeerde om niemand piene te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02979) vertaling: Wendy prebeern niemand piene te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03490) vertaling: Wendy prebeerden um niemand pien (zeer) te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02979) vertaling: Ut schient dat ze niks mag èètn
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03490) vertaling: 't Schient dat zee niks mag èt(e)n
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03506) vertaling: schient dat ze niks mag èten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03505) vertaling: 't schient dat ze niks mag eet'n
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03038) vertaling: 't Schient dat ze niks mag èten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03505) vertaling: ze schient niks te meug'n eeten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03038) vertaling: Sie schient niks te mogen èten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02979) vertaling: Zie schient niks te meugen èètn
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03490) vertaling: Zee schient niks te meugen èt(e)n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03506) vertaling: ze schient niks te mogen èten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03506) vertaling: ze probeert de hele dag um mekaar te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03505) vertaling: zee probeert al de hele dag um mekaar te bell'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03038) vertaling: Sie probeert al de hele dag mekaar te bellen
opm.: partikel ontbreekt
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02979) vertaling: Zie probeert al de hele dag mekaare op te belln
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03490) vertaling: Ze prebeert al de hele dag um mekaar op te bell(e)n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02979) vertaling: Ut belöf weer een mooie dat te wöddn
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03490) vertaling: 't Beloof weer un mooie dag te wörd(e)n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03506) vertaling: 't lik weer 'n mooie dag te worden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03505) vertaling: 't beloof weer un mooie dag te wödden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03038) vertaling: Het belooft weer een mooie dag te worde
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03505) vertaling: 't is misschien beter um nog effen te wagchen
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03038) vertaling: t misschien beter um nog effen te wachte
opm.: persoonsvorm ontbreekt
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02979) vertaling: Ut is meschien bèter um nog effn te wachn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03490) vertaling: 't Is misschien bèter um nog eff(e)n te wach(e)n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03506) vertaling: 't is misschien beter um nog effen te wachen
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03506) vertaling: Wie hadden geluk daw um dadelijk terugge konnen vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03505) vertaling: we hadd'n 't geluk om 'm drek trugge te vinn'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03038) vertaling: wullie hadden 't geluk um hum direct terug te vinde
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02979) vertaling: Wie (wuule) haddn ut geluk um 'm daluk trugge te vinn'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03490) vertaling: Wie (wiele, wule) hadd(e)n 't geluk um 'm derek terug te vinn(e)n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03038) vertaling: As de kippen een valk zien, bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03490) vertaling: As de kipp(e)n un valke ziet, bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03505) vertaling: As de kipp'n 'n valke ziet bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02979) vertaling: As de kippm een valke ziet, bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03506) vertaling: As de hoender un valke ziet, bint ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03505) vertaling: As wie de eerpels niet kunt verkopen zitte wie met problem'n
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02979) vertaling: Aw de èè(r)pels niet kunt vekoopm zit wie in de probleem'm
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03506) vertaling: As wie de eerpels niet kunt verkopen zitte wie in de narigheid
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03038) vertaling: A'w de eerpels niet kunt verkopen, zitte we in de probleme
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03490) vertaling: A'w de eerpels niet könt verkop(e)n, zitte wie in de zörg(e)n
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03038) vertaling: As ullie hum niet meeneemt, word ik kwoad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03490) vertaling: As ule um niet mitneemp, wör 'k kwoad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03505) vertaling: as ule um niet meenemp wöd ik kwaad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02979) vertaling: As uul(i)e um niet meeneemp wöd ik hellig / kwoad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03506) vertaling: as ule um niet meeneemt wo'k kwaod
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03038) vertaling: He wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03490) vertaling: Hee wis ut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03505) vertaling: Hee wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02979) vertaling: Hie / hee wis ut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03506) vertaling: he wis 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03490) vertaling: Op dit fees wördt dur veul edans
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03505) vertaling: Op dit fees wöd völle edans
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02979) vertaling: Op dit fees wödt d'r veule edans
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03506) vertaling: op dit fees wot veule danst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03038) vertaling: Op die fees word veul edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03038) vertaling: Noe wordt er alleen nog moar brood verkocht in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03490) vertaling: Noe wördt dur allene nog mä brood vekoch in die winkel
opm.: "Vroeger werd er ook wel gezegd: vekof (vekoch), hoor dit nooit meer."
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03505) vertaling: Noe wöd d'r alleent nog ma brood verkoch in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02979) vertaling: Noe wödt d'r alleen(ig) nog maar brood verkoch in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03506) vertaling: noe wort alleen nog maar brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03038) vertaling: As he met de fietse komp, zal he wel late wèn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03490) vertaling: As hee mit de fietse kump zal 'e wel late wèèn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03505) vertaling: As hee op/met de fietse komp zalle wel te laat ween
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02979) vertaling: Asse met de fietse kump zalle wel laate wèèn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03506) vertaling: asse met de fietse kump, zal e wel laat wen
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03490) vertaling: A'j tied heb, komp dan is un keertjes langes
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03505) vertaling: A'j tied hebt kom dan 's 'n keertje langes
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02979) vertaling: Aj tied heb, kom dan is een keertjen langes
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03506) vertaling: ai tied heb moj us kommen
opm.: geen imperatief
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03038) vertaling: Ai tied heb, kom dan eens een keertjen langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03038) vertaling: As ik rieke bin, koop ik een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03490) vertaling: A'k rieke bin (binne), koop 'k mien un dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als' reflexief? 1.ev.
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03505) vertaling: A'k rieke binne koop ik 'n dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02979) vertaling: As ik rieke bin koop ik een dure otoo
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03506) vertaling: ak rieke bin koop ik mien 'n dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03505) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03038) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03506) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02979) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03490) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02979) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03490) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03506) vertaling: misschien goa ik t wel kriegen
komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03505) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03038) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03506) vertaling: misschien goa ik t wel kriegen
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03038) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02979) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03490) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03506) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03505) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03505) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03038) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02979) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03490) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03506) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02979) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03490) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03506) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03505) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03038) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03505) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03038) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02979) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03490) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03506) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03505) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03038) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02979) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03490) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03506) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02979) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03490) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03506) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03505) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03038) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03505) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03038) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02979) vertaling: Ik heb ut hum egeevm
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03490) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03506) vertaling: ik heb 't um ugeven
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02979) vertaling: Ik heb ut hum egeevm
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03506) vertaling: ik heb 't um ugeven
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02979) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03506) vertaling: se dut 't met water en brood disse weke
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03505) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03038) vertaling: Sie lèft op water en brood disse wèke
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03506) vertaling: se dut 't met water en brood disse weke
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03490) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02979) vertaling: Marie zeg dat ie een liedjen heb probeern te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03505) vertaling: Marie hef ezegd dat ie 'n heb prober'n te zingen
opm.: N ontbreekt op antwoordformulier
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j un varssien hebt proberen te zingen
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j un varssien hebt proberen te zingen
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03038) vertaling: Marie hèf ezeg, dat ie heb geprobeer een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03506) vertaling: Marie hef ezegd daj eprobeerd hep um 'n versien te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02979) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een liedjen heb proberen te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j un varssien hebt proberen te zingen
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03038) vertaling: Marie hèf ezeg, dat ie heb geprobeer een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j heb eprobeerd un varssien te zing(e)n
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j heb eprobeerd un varssien te zing(e)n
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03038) vertaling: Marie hef èzegd, dat ie geprobeer heb een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02979) vertaling: Marie zeg dat ie een liedjen heb probeern te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03505) vertaling: marie hef ezeg dat ie heb eprobeert un vassie te zing'n
opm.: N ontbreekt op antwoordformulier
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j heb eprobeerd un varssien te zing(e)n
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03038) vertaling: Marie hef èzegd, dat ie geprobeer heb een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03506) vertaling: marie hef ezeg daj heb geprobeerd un liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02979) vertaling: Marie hef ezeg dat ie een liedjen heb proberen te zingen
opm.: IPP
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03505) vertaling: marie hef ezeg dat ie heb eprobeert un vassie te zing'n
opm.: N ontbreekt op antwoordformulier
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j eprobeerd heb un varssien te zingen
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j eprobeerd heb un varssien te zingen
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03506) vertaling: marie hef ezeg daj heb geprobeerd un liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03505) vertaling: Marie hef ezegd dat ie 'n heb prober'n te zingen
opm.: N ontbreekt op antwoordformulier
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j eprobeerd heb un varssien te zingen
opm.: IPP in volgorde 3-1-2-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03506) vertaling: Marie hef ezegd daj eprobeerd hep um 'n versien te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02979) vertaling: Marie hef ezeg dat ie heb eprobeerd heur een boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03505) vertaling: Marie hef ezeg dat ie heur een boek prober'n te gev'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02979) vertaling: Marie hef ezeg dat ie heur heb proberen een boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03490) vertaling: Merie hef ezeg da'j heur (eur) heb eprobeerd un boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03038) vertaling: Marie hèf ezeg dat ie heur geprobeer een boek te geven
opm.: persoonsvorm ontbreekt
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02979) vertaling: Marie hef ezeg dat ie heur heb proberen een boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02979) vertaling: Marie hef ezeg dat ie heb eprobeerd heur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03038) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03506) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03505) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03505) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03038) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02979) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03506) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03490) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03505) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03038) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02979) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03506) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03490) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03505) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03490) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03505) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03038) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02979) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03038) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02979) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03490) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03505) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03038) vertaling: Die uut de stad, die heb hier veul huzen ebouwd
opm.: N-ellipsis met 'die' + 'uut'-PP
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02979) vertaling: Die uut de stad (die) heb hier veul huuzn ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03490) vertaling: Die van de stad die heb hier veul huze ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03506) vertaling: die stads luu, heb hier veul huzen ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03505) vertaling: Van die stad heb ze hier völe huuzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03506) vertaling: ie ziet gin mense meer an dat niee kenaal
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03505) vertaling: An die nieje vaart zie'j gien mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03038) vertaling: An die nieuwe vaart, doar sie ie gien mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02979) vertaling: An die nieuwe vaart, (doar) ziej gien mense meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03490) vertaling: An die nieje vaart, doar zie'j gien mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02979) vertaling: Gister is Jan hier ewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03490) vertaling: Gister is Jan hier ewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03506) vertaling: gisteren is Jan hier ewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03505) vertaling: Gistern is jan hier ewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03038) vertaling: Gisteren is Jan hier ewès
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03038) vertaling: De dag dat Jan belde was ik niet thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02979) vertaling: De dag waarop Jan belln wak niet thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03490) vertaling: De dag dat Jan beld(e)n, was'k (waa'k) niet thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03506) vertaling: de dag dat Jan belde, wak niet tuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03505) vertaling: De dag dat Jan beld'n wa'k niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03506) vertaling: Jef die zo'k nooit noogen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03505) vertaling: Jef zol ik nooit uutneudig'n
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03038) vertaling: Jef, die sol ik nooit uutnodigen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02979) vertaling: Jef die zòk nooit uutneudign
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03490) vertaling: Jef, zou'k nooit uutneudig(e)n (uutnodig(e)n)
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02979) vertaling: Marie die zol zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03490) vertaling: Merie, (die) zouw (zol) zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03506) vertaling: Marie, zou zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03505) vertaling: marie zol zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03038) vertaling: Marie, die sol soiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03038) vertaling: Ben, die drinkt welles un glas teveul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02979) vertaling: Bart die drink wel is een glas te veule
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03490) vertaling: Bärt drink wel is un glas te veul (veule, völle)
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03506) vertaling: Bert, drinkt wel s 'n glas te vulle
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03505) vertaling: Bert drink wel is 'n glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03506) vertaling: Martha zou ik wel s bie mien tuus willen noogen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03505) vertaling: Martha zol ik wel is bie mien thuus will'n uutneudig'n
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03038) vertaling: Martha, die sol ik welles bie mien thuus willen uitnodigen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02979) vertaling: Martha (die) zòk wel is bie mien thuus uut willen neudigen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03490) vertaling: Martha zou'k wel is bie mien thuus will(e)n uutneudig(e)n, uutnodig(e)n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02979) vertaling: Dat huus (dat) zòk nooit willn koopm
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03490) vertaling: dat huus zou'k nooit will(e)n kop(e)n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03506) vertaling: dat huus zou ik nooit willen kopen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03505) vertaling: Dat huus zo'k nooit will'n kop'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03038) vertaling: Dat huus, dat sol ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03038) vertaling: Dat huus, dat steet doar al vieftig joar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02979) vertaling: Dat huus (dat) steet doar al vieftug joar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03490) vertaling: Dat huus steet doar al vieftig joar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03506) vertaling: dat huus steet daor al vieftig jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03505) vertaling: Dat huus steet door al vieftig joor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03038) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 2
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03505) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03490) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03505) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03490) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03038) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02979) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02979) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03505) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03490) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03038) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03506) komt voor: j
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02979) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03505) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03490) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03038) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03038) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02979) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03505) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03490) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03038) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02979) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03505) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03490) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02979) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03505) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03490) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03038) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02979) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03505) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03490) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03038) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03505) gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02979) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03490) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03038) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03505) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03505) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02979) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03490) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03038) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03506) vertaling: hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03038) vertaling: Hef Gunther èbeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03490) vertaling: Hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03505) vertaling: Heeft gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02979) vertaling: Hef Gunther ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02979) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02979) vertaling: Kiek uut
473 (z11b) En pas op! (inf. 03505) vertaling: Waard oe
473 (z11b) En pas op! (inf. 02979) vertaling: Kiek uut
473 (z11b) En pas op! (inf. 03505) vertaling: Kiek uut
473 (z11b) En pas op! (inf. 03506) vertaling: Kiek uut
473 (z11b) En pas op! (inf. 03038) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 03490) vertaling: Kiek uut!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02979) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03505) vertaling: Kiek uut
473 (z11b) En pas op! (inf. 03505) vertaling: Waard oe
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03490) vertaling: 't Was amperan goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03490) vertaling: 't Was ma net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03505) vertaling: 't was ma net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03490) vertaling: 't Was ma net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02979) vertaling: ut Was maar net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03490) vertaling: 't Was amperan goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03506) vertaling: 't was amper genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03038) vertaling: 't Was maar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03506) vertaling: Marjo hef noe meer koeien dan ze vrogger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03038) vertaling: Marjo hef noe meer koeien dan ze vrogger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03490) vertaling: Marjo hef noe meer koene dan zee vrogger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03505) vertaling: Marjo hef noe meer koei'n dan vrogger
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02979) vertaling: Marjo hef noe meer koejn as ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02979) vertaling: As Susanne had kunn'n komm'm dan had ze dat edoan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03038) vertaling: As Suzanne had kunne kommen dan had ze dat èdaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03506) vertaling: As Susanne hat kunnen kommen, hat ze dat edaon
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03490) vertaling: As Susanne had können kommen, dan had zee dat edoan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03505) vertaling: As Susanne had ekunt was zee wel ekomm'n
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03490) vertaling: Zee is de beste dokter die 'k kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03505) vertaling: Zee is de beste dokter die ik kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02979) vertaling: Zie is de beste dokter diek kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03038) vertaling: Zee is de beste dokter die ik kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03506) vertaling: Se is de beste dokter, die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03038) vertaling: Veur da'j iets weggooit, mot je effe bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03506) vertaling: Veur da'j iets wegdot, moj effen bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03490) vertaling: Veur da'j iets weggooit, mo'j eff(e)n bell(e)n
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03505) vertaling: veur da'j iets weggooit mo'j eens bell'n
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02979) vertaling: Vèuj iets vôtgooit, môj effm belln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02979) vertaling: Hier is alles wak ekreegng heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03038) vertaling: Hier is alles wat 'k ekregen heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03506) vertaling: Dit is alles wak e kregen heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03490) vertaling: Hier is alles wa'k ekreg(e)n heb (hebbe)
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03505) vertaling: Hier is alles wa'k ekreg'n hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03490) vertaling: Jan is te knieperig um iets an zien kinders te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03505) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kinder te gev'n
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02979) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kinder te geevm
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03038) vertaling: Jan is te gierig iets aan zien kinders te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03506) vertaling: Jan is te knieperig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03038) vertaling: Asof ie iets van voetballen weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03506) vertaling: 'k geleuve daj niks van voetballen weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03490) vertaling: Asof ie iets van voetball(e)n weet !
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03505) vertaling: Asaf ie iets van voetball'n afweet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02979) vertaling: Asof ie iets van voetballn weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03505) vertaling: Leg neer dat boek
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02979) vertaling: Leg neer dat boek!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02979) vertaling: Leg dat boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03505) vertaling: Leg neer dat boek
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02979) vertaling: Leg dat boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03038) vertaling: Dat boek: Leg neer
opm.: Door hoofdlettergebruik en dubbele punt toch kleine twijfel aan topicalisatie volle NP in imperatief
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03506) vertaling: leg dat book neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03505) vertaling: Leg dat boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03490) vertaling: Leg dat boek neer !
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02979) vertaling: Leg neer dat boek!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03505) vertaling: Leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03038) vertaling: As je echt niet kunt wachten, kom dan maar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03506) vertaling: ai echt niet kunt wachten, dan kom maar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03490) vertaling: A'j ech niet könt wachen, kom dan ma.
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03505) vertaling: A'j ech niet kunt wagchen komp dan ma
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02979) vertaling: Aj ech niet kunt wachn, kom dan mä
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
000 (z11opm) (inf. 02979) opm. inf.: d. Als onomstotelijk vaststaat dat het om het boerenbedrijf gaat dan noemt men koeien: beeste.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03038) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat Jan de dokter had könn(e)n roep(e)n
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kunn'n roep'n
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan de dokter had kunn'n roepm
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03506) vertaling: ik wete dat Jan de dokter had kunnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03490) vertaling: 'k Wete dat Jan de dokter eroep(e)n kon hebb(e)n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03505) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter eroep'n kon hebbn
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02979) vertaling: Ik weete dat Jan de dokter eroepm kon hèm
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03506) vertaling: He zei dat ik 't had motten doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03490) vertaling: Hee zee da'k ut had mott(e)n doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03505) vertaling: Hij zei dat ik het had mott'n doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02979) vertaling: Hie / hee zei dat ik ut had mottn doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03038) vertaling: He zei dat ik 't had moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03490) vertaling: Hee zee da'k ut edoan mos hebb(e)n (hemm(e)n)
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03505) vertaling: Hij zei dat ik 't edoan mos hebb'n
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02979) vertaling: Hee / hie zei dat ik ut edoan mos hèm
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03038) vertaling: He is veurige wèke deur dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03490) vertaling: Hee is veurige wèèk deur dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03505) vertaling: Hee is veurige week deur dokter m geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02979) vertaling: Hee / hie is veurige wèèke deur dokter M opereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03506) vertaling: he is veurige weke deur dokter Mertens eopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03038) vertaling: He wurd marge door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03490) vertaling: Hee wödt maarn (margen) deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03505) vertaling: Hee wöd maarn deur dokter m geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02979) vertaling: Hee / hie wördt määrn deur dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03506) vertaling: he wut maan deur dr Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03038) vertaling: Ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03490) vertaling: 'k denke da'j veul (veule, völle) weg zou mott(e)n gooi(e)n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03505) vertaling: Ik denke dat je völle weg zult mott'n gooi'n
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02979) vertaling: Ik denke daj veule weg zouwn mottn gooin
positie: 1,2,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03038) vertaling: Ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03506) vertaling: ik denke daj veul weg zou motten gooien
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03490) vertaling: 'k denke da'j veul (veule, völle) weg zou mott(e)n gooi(e)n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02979) vertaling: Ik denke daj veule weg zouwn mottn gooin
positie: 1,2,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03038) vertaling: 't Is dom om zukke dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03506) vertaling: 't is dom zulke dure dinge weg te gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03490) vertaling: 't Is dom um zukke dure dinger (ding(e)n) weg te gooi(e)n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02979) vertaling: Ut is dom um zukke dure dinger weg / vôt te gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03038) vertaling: 't Is dom om zukke dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03490) vertaling: 't Is dom um zukke dure dinger (ding(e)n) weg te gooi(e)n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02979) vertaling: Ut is dom um zukke dure dinger weg / vôt te gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03505) vertaling: 't is dom om zukke dure dinge weg te gooi'n
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02979) vertaling: Hie / hee is alle kepotte spulln an ut vôt / weggooin
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03038) vertaling: He is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03490) vertaling: Hee is alle kepotte spullen an 't weggooi(e)n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03505) vertaling: Hee is alle kapott spull'n an 't weggooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02979) vertaling: Hie / hee is alle kepotte spulln an ut vôt / weggooin
positie: 1,2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03506) vertaling: He is alle kapotte spullen an 't weggooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03038) vertaling: He is alle kapotte spullen an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03490) vertaling: Hee is alle kepotte spullen an 't weggooi(e)n
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02979) vertaling: Ik vinne daj vaker de krante zolln mottn lèèzn
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03038) vertaling: Ik vin dat je vaker zou moeten krantlèzen
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03490) vertaling: 'k Vinne da'j vaker de krante zouw mott(e)n lèz(e)n
positie: 1
opm.: 'de krant' ingevuld met lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03505) vertaling: ik vinne da'j vaker de krante mot leez'n
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02979) vertaling: Ik vinne daj vaker de krante zolln mottn lèèzn
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03038) vertaling: Ik vin dat je vaker zou moeten krantlèzen
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03506) vertaling: ik vinne daj vaker de krante mot lezen
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03490) vertaling: 'k Vinne da'j vaker de krante zouw mott(e)n lèz(e)n
positie: 1
opm.: 'de krant' ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03038) vertaling: 't Is dom in het donker te krantlèzen
positie: 2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03506) vertaling: 't is dom om in duuster de krante te lèzen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03490) vertaling: 't is dom um in 't donker de krante te lèz(e)n
positie: 1
opm.: 'de krant' ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02979) vertaling: Ut is dom um in ut duuster de krante te lèèzn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03038) vertaling: 't Is dom in het donker te krantlèzen
positie: 2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03490) vertaling: 't is dom um in 't donker de krante te lèz(e)n
positie: 1
opm.: 'de krant' ingevuld met lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02979) vertaling: Ut is dom um in ut duuster de krante te lèèzn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03505) vertaling: Ut is dom um in 't donker de krante te leez'n
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02979) vertaling: Hee is de hele dag de krante an ut lèèzn
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03038) vertaling: He is de hele dag aan 't krantlèzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03490) vertaling: Hee is de hele dag de krante an ut lèz(e)n
positie: 1
opm.: 'de krant' ingevuld met lidwoord
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03505) vertaling: Hee is de hele dag an 't krankt leez'n
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02979) vertaling: Hee is de hele dag de krante an ut lèèzn
positie: 1,2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03506) vertaling: he is de godganselijke dag de krante an 't lèzen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03038) vertaling: He is de hele dag aan 't krantlèzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03490) vertaling: Hee is de hele dag de krante an ut lèz(e)n
positie: 1
opm.: 'de krant' ingevuld met lidwoord
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03490) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03505) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03506) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03505) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03505) fragment: van (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03038) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03505) fragment: van (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02979) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 03506) fragment: - (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 03506) fragment: - (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 03506) fragment: - (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 03506) fragment: - (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02979) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03490) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03506) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03505) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03038) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03505) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03038) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02979) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03490) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03506) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03506) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03505) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03038) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02979) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03490) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02979) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03490) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03506) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03505) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03038) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03038) vertaling: Robert hef één grüne appel wegeven, en noe hef e d'r nog twee rooien
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03505) vertaling: robert het een groene appel weg'egeven en noe heffe nog twee rooj'n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03506) vertaling: Robert hef een gruune appel weg egeven en noe hef e nog twee rooien
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02979) vertaling: R. hef eene grune appel wegegeevm en noe hef 'e nog twee rooin
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03490) vertaling: Robert hef één grune appel weg-egeven
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02979) vertaling: D'r waarn veul mensn op t fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03490) vertaling: Dur war(e)n veul mensen op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02979) vertaling: D'r was veul volk op t fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02979) vertaling: D'r was veul volk op t fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03038) vertaling: D'r waren veul mensen op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03505) vertaling: D'r war'n völle mensen op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03506) vertaling: Dr waren veul luu op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02979) vertaling: D'r waarn veul mensn op t fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03506) vertaling: Waren dr veul luu op 't fees>
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02979) vertaling: Waarn d'r veul mensn op ut fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03490) vertaling: War(e)n dur veul (völle) mensen op 't fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02979) vertaling: Waarn d'r veul mensn op ut fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02979) vertaling: Was d'r veul volk op ut fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02979) vertaling: Was d'r veul volk op ut fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03038) vertaling: Waren d'r veul mensen op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03505) vertaling: Wa'n d'r völle mensen op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03038) vertaling: Wat veur boeken hèj ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03505) vertaling: Wat veur boek'n he'j ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03506) vertaling: Wat heij veur boeken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03490) vertaling: Wat hè'j veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02979) vertaling: Wat hèj veur boekn e'koch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03038) vertaling: Wat veur boeken hèj ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03505) vertaling: Wat veur boek'n he'j ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03038) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03505) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03506) vertaling: Wat heij veur boeken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03506) vertaling: Wat heij veur boeken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03490) vertaling: Wat veur boeken hè'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02979) vertaling: Wat veur / van boekn hèj ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03038) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03505) vertaling: Wat heb ie veur boeken ekoch
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03506) vertaling: Wat heij veur boeken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03490) vertaling: Wat veur boeken hè'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03490) vertaling: Wat hè'j veur boeken ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02979) vertaling: Wat veur / van boekn hèj ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02979) vertaling: Wat hèj veur boekn e'koch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03490) vertaling: Hee woont bie Marietjen
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02979) vertaling: Hie / hee woont bie Marietjen
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03038) vertaling: Hé woont bie Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03505) vertaling: hee woont bie Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03506) vertaling: He woont bie Merietjes
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03038) vertaling: Hé woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03505) vertaling: Hee woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03506) vertaling: He woont bie Wims
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03490) vertaling: Hee woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02979) vertaling: Hie / hee woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03038) vertaling: Loop effen noar de bakker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03505) vertaling: Loop effen noa de bakker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03506) vertaling: Goa effen naor de bakker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03490) vertaling: Loop effen noar de bakker, Wim!
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02979) vertaling: Loop effm noa de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03490) vertaling: Wie hè'j ezien?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02979) vertaling: Wie hèj ezien?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03038) vertaling: Wie hèj ezeen
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03505) vertaling: Wie heb ie ezien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03506) vertaling: Wat heij ezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03038) vertaling: Wie hef ou ezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03505) vertaling: wie hef oe ezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03506) vertaling: Wie hef oe ezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03490) vertaling: Wie hef oe ezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02979) vertaling: Wie hef oe ezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03038) vertaling: Had ik dat eweten dan had ik t niet edoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03505) vertaling: A'k dat had eweten ha'k 't niet edoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03506) vertaling: Ak dat eweten had hak 't niet edoon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03490) vertaling: Ha'k dat eweten dan ha'k ut niet edoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02979) vertaling: Hak dat eweetn dan hak ut niet edoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03490) vertaling: 't Zou (zol) bèter wèèn um nog effen te wachen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02979) vertaling: Ut zol bèter wèèn um nog effm te wachn
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03038) vertaling: t Zou bèter wèzen um nog effen te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03505) vertaling: 't zal beeter ween um nog effen te wagchen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03506) vertaling: 't zou beter wen nog effen te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03505) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was d'r rap
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03038) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter èbeld en die was 'ter heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03506) vertaling: gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was ter ums gelieks
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03490) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was dur al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02979) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was d'r al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02979) vertaling: Loop noe toch deur, verveelnde jonges
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03505) vertaling: Loop nou toch deur vervelende vente
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03038) vertaling: Loop noe toch deur, vervelende jongen
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03506) vertaling: loop noe toch deur, lastige blagen
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03490) vertaling: Loop noe toch deur, vervelende vente!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03505) komt voor: j
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03506) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03038) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03490) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03505) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02979) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03505) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02979) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03506) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03038) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03490) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03506) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03038) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03490) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03505) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02979) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03490) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03505) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02979) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03506) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03038) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03038) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03490) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03505) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02979) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03506) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03506) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03038) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03490) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03505) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02979) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03490) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03505) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02979) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03506) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03038) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Apeldoorn

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Apeldoorn