SAND-data Deventer (F133p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02990) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaol wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03014) vertaling: Jan herinnert zich da verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03014) vertaling: Marie en Piet zêet mekare veur de kerreke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02990) vertaling: Marie en Piet zeet mekaere veur de kerke
opm.: "zeet: lang i- (niet ie) klank"
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02990) vertaling: Tone wast zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03014) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02990) vertaling: De timmerman hef gin spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03014) vertaling: De timmerman hef gin spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03014) vertaling: Fons zag een slange noast zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02990) vertaling: Fons zag een slange noast zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02990) vertaling: Erik leet mien veur zich werken
opm.: "leet: lange i- (niet ie) klank" reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03014) vertaling: Erik liet mien vör em werkn
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02990) vertaling: Johanne leet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03014) vertaling: Johanna liet zich meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02990) vertaling: Tone bekeek zichzelf es goed in de spegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03014) vertaling: Toon bekeek zichzelf (zien eigen) is goed in de spêegel
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02990) vertaling: Jan hef in twee minuten een biertjen edronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03014) vertaling: Jan hef in twee minuten een biertjen edronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02990) vertaling: Disse schonen loopt makkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03014) vertaling: Disse schônen loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02990) vertaling: Eduard kent zichzelluf goed
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03014) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02990) vertaling: Ward hef eheurd dat d'r foto's van humzelluf in de etalage stoat
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03014) vertaling: Ward hef ehörd datter foto's van hemzelf i.d.e.s.
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03014) vertaling: ... loat zich neet makkelijk schilln
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03014) vertaling: Dée eerpels schilt neet makkelijk
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02990) vertaling: Dee eerappels (eerpels) schelt neet makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03014) vertaling: Dée eerpels schilt neet makkelijk
opm.: reflexief: zich
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03014) vertaling: ... loat zich neet makkelijk schilln
opm.: reflexief: zich
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02990) vertaling: Dit glas brek as het op de grond völt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03014) vertaling: Dit glas brek ast op de grond valt
000 (x01opm) (inf. 02990) opm. inf.: zie b, f, g, i, m - lange i-klank als in zitten (dus geen é-klank)
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02990) vertaling: Dokter, lèèf ik wel gezond
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03014) vertaling: Dokter, lèef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03014) vertaling: He leèft al jeuren van de erfenis van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02990) vertaling: Al jöaren lèèft hee van de erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02990) vertaling: Disse wèke lèèft zee op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03014) vertaling: Disse wèke lèeft zèe op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02990) vertaling: Lèèft het nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03014) vertaling: Lèeft et nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03014) vertaling: Hoelange leèft jullie noe al van deè erfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02990) vertaling: Hoelange lèèft jullie noe al van dee erfenis
opm.: "" een erfenis kriegen: Het is hem met de (doods)klokken an'eluujd"
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02990) vertaling: In Bretagne lèèft ze veural van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03014) vertaling: In Bretagne lèeft ze veurnamelijk van de visserieje
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02990) vertaling: Noa het èten goa ik sloapen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03014) vertaling: Noa 't èten goa'k sloapn
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02990) vertaling: Zol ik dat wel können doon?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03014) vertaling: Zok dat wel können doan?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02990) vertaling: Hee leet zien huus afbrèken
opm.: "leet: ook hier de lange i-klank (niet ie-klank) als in zitten
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03014) vertaling: Heè liet zien huus afbrèken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat Jan härd mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat Jan härd mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat Jan herd mot kunnen werkn
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat Jan härd mot können werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat Jan herd mot kunnen werkn
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat Jan herd mot kunnen werkn
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02990) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03014) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02990) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03014) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02990) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03014) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02990) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02990) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02990) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02990) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02990) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03014) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02990) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02990) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03014) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03014) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 3
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 3
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02990) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03014) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03014) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02990) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02990) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03014) komt voor: j
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02990) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03014) komt voor: j
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02990) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03014) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02990) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03014) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02990) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02990) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03014) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02990) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03014) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02990) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02990) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03014) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02990) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03014) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02990) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02990) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03014) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03014) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02990) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03014) vertaling: Jan hef gin bôok meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02990) vertaling: Jan hef gin iin (=een) book meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03014) vertaling: Jan hef gin bôok meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02990) vertaling: Jan hef gin book meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03014) vertaling: Jan hef gin bôokn
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02990) vertaling: Boken hef Jan neet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03014) vertaling: Jan hef neèt völle geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02990) vertaling: Jan hef neet völle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03014) vertaling: Dr mag gin mense proaten över dit probleem
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02990) vertaling: D'r mag gin mense oaver dit probleem proaten
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03014) vertaling: Dr mag gin mense proaten över dit probleem
opm.: 'zie e'
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02990) vertaling: D'r mag gin mense oaver dit probleem proaten
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02990) vertaling: Gin mense zeg, dat-e kump
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03014) vertaling: Gin mense zeg datte kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03014) vertaling: Zit hier nergens moezen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02990) vertaling: Zit hier ergens moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03014) vertaling: K'geef niks an een ander
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02990) vertaling: Ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02990) vertaling: Gin mense wil werken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03014) vertaling: Gin mense wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03014) vertaling: Wie wisten neèt datte thüüs was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02990) vertaling: Wie wisten neet dat-e thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03014) vertaling: Ik wistet ook nèet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02990) vertaling: Ik wisse het oke neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02990) vertaling: Hee mag met gin mense oaver dit probleem proate
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03014) vertaling: Hèe mag met gin mense proaten över dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03014) vertaling: Jan weet datte veur drèe uur de wagen emaakt mot hebben
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02990) vertaling: Jan weet, dat hee veur dree uur de wagen mot hebben emaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02990) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03014) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02990) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03014) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03014) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02990) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02990) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02990) vertaling: Maries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03014) vertaling: De auto van Marie is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02990) vertaling: Marie d'r (höar) auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03014) vertaling: Marie haar auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03014) vertaling: Piet zien auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02990) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02990) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03014) vertaling: Piet zien auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03014) vertaling: De auto van dèe man is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02990) vertaling: Dee man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03014) vertaling: Dee man zien auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02990) vertaling: Dee man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02990) vertaling: Dee auto is neet van mien maar van hem
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03014) vertaling: Deè auto is neèt van mien mar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03014) vertaling: De krante van gister lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02990) vertaling: De krante van gister lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02990) vertaling: Jan is het breurken van K+K
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03014) vertaling: Jan is het breurken van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02990) vertaling: Jan is Karolien en Kristien zien breurken
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02990) vertaling: Jan is Karolien en Kristien zien breurken
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02990) vertaling: Jan is het breurken van K+K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02990) vertaling: De fietsen van dee jonges bint estoalen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03014) vertaling: Deè jonges hun fietsen bint estòlen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03014) vertaling: Dee zussen hun möder is op visite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03014) vertaling: De moder van dèe zussen is op visite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03014) vertaling: De moder van dèe zussen is op visite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02990) vertaling: De zusters van haar moder bint op bezeuk
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03014) vertaling: Dee zussen hun möder is op visite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03014) vertaling: Das Wim zien auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02990) vertaling: Dee auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02990) vertaling: Dee fietse is van mien
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03014) vertaling: Das mien fietse
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02990) vertaling: Hee mag met gin mense oaver dit probleem proaten
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03014) vertaling: Hee mag met gin mense proatn över dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02990) vertaling: Ik wille gin mense kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03014) vertaling: Ik wil gin mense kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03014) vertaling: t'Is jammer dawwie nèet meugt kommn
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02990) vertaling: Het is jammer dat wie neet meugt kommen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02990) vertaling: Dat goa ik neet doon
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03014) vertaling: Dat dò'k neet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02990) vertaling: Ik hebbe neet ewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03014) vertaling: keb nèet ewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03014) vertaling: Hèe hadet nog mar net verteld en toen begon ze te huuln
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02990) vertaling: Hee had het nog neet verteld of Marie begon te hulen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02990) vertaling: Goa noe dee bestelling moar ophalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03014) vertaling: Goat deè bestelling noe mar ophaaln
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02990) vertaling: Hee werk't neet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03014) vertaling: Heè werkt nèet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03014) vertaling: Ik verbiedet oe um hier te kommn
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02990) vertaling: Ik verbiije (verbeje) oe um hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02990) vertaling: Jan verhinderden dat wie Marie belden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03014) vertaling: Jan verhinderde dat wie Marie beldn
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03014) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02990) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02990) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03014) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02990) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03014) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03014) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02990) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03014) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03014) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02990) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03014) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02990) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02990) fragment: - (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03014) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02990) fragment: - (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03014) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02990) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03014) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02990) fragment: As (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02990) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03014) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02990) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03014) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03014) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02990) fragment: As (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02990) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03014) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03014) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02990) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03014) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02990) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02990) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03014) fragment: 2: te (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02990) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03014) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03014) fragment: as (dial.) (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02990) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03014) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02990) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02990) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03014) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03014) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02990) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03014) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02990) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02990) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03014) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02990) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03014) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02990) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02990) fragment: net as of (of doorgestreept) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03014) fragment: alsof (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02990) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03014) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat jullie op gin mense kwoad bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat jullie op niemand kwoad bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat zee nergens trots op is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat zèe nergens trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02990) vertaling: Els denkt dat het neet makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03014) vertaling: Els denkt dat et nèet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02990) vertaling: Ik wete da'k te late binne en ieje neet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03014) vertaling: Kweet dak te late bin en ieje nèet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02990) vertaling: Ie weet toch' da'j mot werken en ikke neet
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 2.ev.
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03014) vertaling: Ie weet toch dat ie mot werken en ikke nèet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02990) vertaling: Iederene denkt dadde wie noar huus goat en dat zullie nog meugt blieven
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03014) vertaling: Iederèene denkt dawwie noar huus goat en dat hun nog meugt blieven
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + 1.mv.
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02990) vertaling: Het is jammer dat hee kump en zee weggeet
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03014) vertaling: tis jammer dat hèe kump en dat zèe weggeèt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02990) vertaling: Ik denke dat Lisa zeek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03014) vertaling: Ik denke dat Lisa zèek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02990) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liza goat trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03014) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesjen goat trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Dat dut-e
betekenis: bevestigend
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Joa, hee slöp
betekenis: bevestigend
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Joa, hee slöp
betekenis: bevestigend
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Dat dut-e
betekenis: bevestigend
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Joa, hee slöp
betekenis: bevestigend
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Dat dut-e
betekenis: bevestigend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03014) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02990) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02990) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03014) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02990) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03014) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Nee, hee kump neet
betekenis: ontkennend
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02990) vertaling: Nee, hee kump neet
betekenis: ontkennend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03014) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02990) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02990) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03014) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02990) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03014) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03014) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02990) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03014) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02990) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02990) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03014) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03014) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02990) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03014) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02990) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02990) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03014) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03014) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03014) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02990) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03014) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02990) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03014) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02990) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03014) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02990) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02990) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03014) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03014) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02990) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03014) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02990) komt voor: n
000 (y01opm) (inf. 03014) opm. inf.: Als bevestiging van een vraag wel Ja, dat dutte
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02990) fragment: wöarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03014) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03014) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03014) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03014) fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03014) fragment: waarop ('op' in voorgedrukte zin is weggestreept) (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02990) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03014) fragment: waarop ('op' in voorgedrukte zin is weggestreept) (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02990) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02990) fragment: wöar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03014) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02990) fragment: wöar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03014) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02990) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03014) komt voor: n
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02990) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02990) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02990) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03014) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03014) komt voor: n
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02990) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03014) komt voor: n
fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02990) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03014) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03014) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02990) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02990) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03014) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02990) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03014) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03014) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02990) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02990) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03014) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02990) vertaling: Wee denk ie wee ik in de stad ezeen/esproaken hebbe
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03014) vertaling: Wèe denk ie dak in de stad ontmoet / ezêen hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02990) vertaling: Hoe denk jullie dat ze het heb't op'elöst
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03014) vertaling: Hoe denk jullie dat ze 't heb op-e-löst?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03014) vertaling: Hoe denk'ie dat ze 't heb op-e-löst?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02990) vertaling: Hoe denk ie dat ze het hebt op'elöst
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02990) vertaling: magda weet neet wee wilt bellen
opm.: wee kan wie zijn maar ook wij: een ervan lijkt te ontbreken
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03014) vertaling: Magda weet nèet wèe wie wilt bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02990) vertaling: Weet iemand wee wie eropen hebt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03014) vertaling: Weet iemand wêe wie eropen hebt?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03014) vertaling: Rôoi es weè ik in de stad ezeên hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02990) vertaling: Wee denk ie wee ik inde stad esproaken hebbe
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02990) vertaling: Wee denk ie dat ik in de stad esproak'en hebbe
opm.: "ontmoeten zegt een Deventenaar niet snel"
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03014) vertaling: Wêe denk'ie dat ik in de stad ontmoet hebbe
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02990) vertaling: Hee hef zien handen ewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03014) vertaling: Hêe hef zien hann ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02990) vertaling: Hee hef zien hemd ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03014) vertaling: Hêe hef zien hemd ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02990) vertaling: Hee hef een hood op het heufd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03014) vertaling: Hêe hef een hôod op t' heufd (op de kop)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02990) vertaling: Hee hef een vlekke op zien hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03014) vertaling: Hêe hef een vlekke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02990) vertaling: Hee hef zien been ebroaken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03014) vertaling: Hêe hef zien bêen ebrôken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02990) vertaling: Zee hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03014) vertaling: Hêe hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02990) vertaling: Marie trok de dèken noar zich toe
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03014) vertaling: Marie trok de dèken noar zich tôo
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02990) vertaling: Luc weet dat er foto's van hum te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03014) vertaling: Luc weet dat'r foto's van hemzelf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02990) vertaling: Ie herinnert oe toch wel da'we toen deur dat bos hen bint elopen
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03014) vertaling: Ie herinnert oe toch wel dewwie toen deur dat bos hen elopen bint
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02990) vertaling: Ik herinnere mien dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me of reflexief: mien
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03014) vertaling: Ik herinnere mien dat de auto van Marie kepot was
opm.: reflexief: mijn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02990) vertaling: Zee herinnert zich dat hee as een värken zat te èten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03014) vertaling: Zêe herinnert zich dat ze as een verken zatten te èten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02990) vertaling: Wie herinnert ons wel dat al Jan zien boken bint estoalen moar zullie herinnert het zich neet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03014) vertaling: Wie herinnert ons wel dat alle bôken van Jan estolen wazzen, maar zullie herinnert 't zich neet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02990) vertaling: Herinner jullie oe nog da'we Jan op de märkt hebt ezeen?
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03014) vertaling: Herinnert jullie oe nog wel dawwie Jan op de merkt ezeen hebt?
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02990) vertaling: Hee hef zich een ongeluk ewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03014) vertaling: Hè hef zich kapot ewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02990) vertaling: Hee veulden zich deur het ies zakken
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03014) vertaling: Hee veulden datte deur t'ies zakten
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03014) vertaling: Zolle dat hebben kunnen doan?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03014) vertaling: Zolle dat edoan kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02990) vertaling: Zol hee dat edoan können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03014) vertaling: Zolle dat edoan kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02990) vertaling: Zol hee dat edoan können hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02990) vertaling: Zol hee dat hebben können doon
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03014) vertaling: Zolle dat hebben kunnen doan?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02990) vertaling: Zol hee dat hebben können doon
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03014) fragment: ekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02990) fragment: ekönd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02990) fragment: edoan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03014) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02990) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03014) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03014) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02990) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02990) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03014) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02990) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03014) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03014) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02990) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02990) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03014) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02990) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03014) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03014) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02990) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02990) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03014) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03014) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02990) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03014) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02990) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02990) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03014) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02990) vertaling: Wie mot noar de schure en voert de koeie
komt voor: j
opm.: twijfelgeval IPI: voert kan persoonsvorm zijn, maar ook imperatief?
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02990) vertaling: Wie mot noar de schure en voert de koeie
komt voor: j
opm.: twijfelgeval IPI: voert kan persoonsvorm zijn, maar ook imperatief?
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03014) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02990) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03014) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02990) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03014) vertaling: Ik denke datte weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03014) vertaling: Ik denke datte weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03014) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02990) vertaling: Ik denke hee is weg/vot
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat hee weg/vot is
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03014) vertaling: Ik weete datte weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03014) vertaling: Ik weete datte weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03014) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02990) vertaling: Ik wete, hee is weg/vot
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03014) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02990) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03014) vertaling: Alle kooien van Marie bint verdronken bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02990) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03014) vertaling: Alle kooien van Marie bint verdronken bie de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02990) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03014) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03014) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02990) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02990) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03014) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02990) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03014) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03014) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02990) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02990) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03014) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02990) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03014) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02990) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03014) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03014) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02990) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03014) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02990) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02990) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03014) vertaling: Heè deed zich veur datte net uut zien bedde kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03014) vertaling: Heè deed zich veur datte net uut zien bedde kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02990) vertaling: De schilder is hier wèzen schilderen
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03014) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02990) vertaling: De schilder is hier wèzen schilderen
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02990) vertaling: Denk ie da'j noar huus goat
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02990) vertaling: Denk ie da'j noar huus goat
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03014) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03014) vertaling: In dêe tied leefden ik dr'op lös
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02990) vertaling: In dee tied lèèfden ik d'r (moar) op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03014) vertaling: Vrogger lèefden 'e as een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02990) vertaling: Hee lèèfden vrogger as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02990) vertaling: Wie lèèfden döar as God in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03014) vertaling: Doar lèefden wie as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03014) vertaling: Niemand mag het zêen, dus ik vinne dat ie 't ook nêet mag zêen
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02990) vertaling: Niemand mag het zeen, dus ik vinne: ieje ook neet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03014) vertaling: Het gebeurden toe ie weggingen
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02990) vertaling: Het gebeurden toen ie weggingen
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02990) vertaling: Ik wete wöar ie geboren bint
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03014) vertaling: Ik weet woar ie geboren bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03014) vertaling: Noe ie kloar bint mag ie goan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02990) vertaling: Noe da'j klöar ma'j goan
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02990) vertaling: Deurdat Marie ut de tied kwamp, hef enz
opm.: "Oud Deventerse uitdrukking voor overlijden: hee is veurgoed uut de schonen/klompen estapt."
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02990) vertaling: Deurdat Marie oaverleden was, hef haar man Anna neet meer können helpen
opm.: "Oud Deventerse uitdrukking voor overlijden: hee is veurgoed uut de schonen/klompen estapt."
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03014) vertaling: Deurdat Marie överlejen was, hef haar man Anna nêet meer kunnen helpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02990) vertaling: Deurdat Marie oaverleden was, hef haar man Anna neet meer können helpen
opm.: "Oud Deventerse uitdrukking voor overlijden: hee is veurgoed uut de schonen/klompen estapt."
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02990) vertaling: Deurdat Marie ut de tied kwamp, hef enz
opm.: "Oud Deventerse uitdrukking voor overlijden: hee is veurgoed uut de schonen/klompen estapt."
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03014) vertaling: Ik weet datte is goan zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat hee is goan zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02990) opm.: als nee interpreteren: omcirkelt wel ja
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03014) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02990) opm.: als nee interpreteren: omcirkelt wel ja
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03014) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03014) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 2
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 2
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03014) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03014) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02990) opm.: als nee interpreteren: omcirkelt wel ja
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03014) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02990) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03014) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02990) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02990) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03014) vertaling: ja ze hebt egèten
komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03014) vertaling: ja ze hebt egèten
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02990) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03014) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02990) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03014) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02990) vertaling: Met zu'k weer kö'j neet völle doon
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02990) vertaling: Met zu'k weer kö'j neet völle doon
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03014) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03014) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02990) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02990) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03014) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03014) vertaling: Ik wil em nooit meer zêen umdatte mien bedrogen hef
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02990) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03014) vertaling: Ik wil em nooit meer zêen umdatte mien bedrogen hef
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02990) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03014) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02990) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03014) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03014) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02990) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02990) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03014) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02990) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03014) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03014) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02990) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02990) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03014) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02990) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03014) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02990) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03014) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03014) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03014) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02990) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03014) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02990) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03014) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02990) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02990) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03014) fragment: waarvan (1)
opm.: 'ze' in voorgedrukte zin is weggestreept
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02990) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03014) fragment: waarvan (1)
opm.: 'ze' in voorgedrukte zin is weggestreept
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03014) fragment: dat ze die (2)
opm.: 'ze' in voorgedrukte zin is weggestreept
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03014) fragment: dat ze die (2)
opm.: 'ze' in voorgedrukte zin is weggestreept
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02990) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03014) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03014) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02990) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03014) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02990) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03014) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03014) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03014) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02990) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03014) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03014) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02990) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02990) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03014) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02990) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03014) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03014) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02990) fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03014) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: betekenis 1: Piet denkt dat Jan en Marie op iederene kwoad bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: betekenis 1: Piet denkt dat Jan en Marie op iederene kwoad bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: betekenis 1: Piet denkt dat Jan en Marie op iederene kwoad bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: betekenis 2: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense kwoad bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: betekenis 2: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense kwoad bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: betekenis 2: Piet denkt dat Jan en Marie op gin mense kwoad bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03014) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand kwoad bint
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: komt niet voor in deventers
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: komt niet voor in deventers
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02990) vertaling: komt niet voor in deventers
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02990) vertaling: 2: Wim denk dat wie gin mense ooit een pries geeft
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03014) vertaling: Wim deg dawwie nooit iemand een pries geeft
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02990) vertaling: 1: Wim denkt dat wie altied iemand een pries geeft
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03014) vertaling: Wim deg dawwie nooit iemand een pries geeft
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02990) vertaling: 1: Wim denkt dat wie altied iemand een pries geeft
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02990) vertaling: 2: Wim denk dat wie gin mense ooit een pries geeft
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03014) vertaling: Het is weur dat ze nêet met Marie meugt proaten
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02990) vertaling: Het is wöar dat ze neet met Marie meugt proaten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02990) vertaling: naens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02990) vertaling: Nergens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03014) vertaling: Nergens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02990) vertaling: Nergens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02990) vertaling: naens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02990) vertaling: Gin mense
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03014) vertaling: Niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03014) vertaling: Nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02990) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03014) vertaling: Niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02990) vertaling: Dat besteet neet
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02990) vertaling: Gin ene
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03014) vertaling: Ginnene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02990) vertaling: Zeg hem neet da'k noar buten bin ewest
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03014) vertaling: Zeg hem nèet dak noar buuten ewest bin.
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02990) vertaling: Neet vertellen da'j een cadeau veur hem hebt ekoch
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03014) vertaling: Neet vertellen da'j een kedo veur hem heb ekocht, heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02990) vertaling: Weet ie neet dat hee evallen is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03014) vertaling: Weet'ie nèet dat'e evalln is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02990) vertaling: Wendy prebeerden um gin mense zeer/piene te doon
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03014) vertaling: Wendy prebeerden um gineene zeer te doan
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03014) vertaling: 't Schient dazze niks mag èten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02990) vertaling: Het schient dat ze niks mag èten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02990) vertaling: Ze schient niks te meugen èten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03014) vertaling: Zee schient niks te mögen èten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02990) vertaling: Ze prebeert al de hele dag um mekaere op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03014) vertaling: Ze probeerden al de godganse / hele dag mekare op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03014) vertaling: Het belôft / bliekt weer een mooie dag te worden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02990) vertaling: Het belooft weer een mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02990) vertaling: 't Is meskiens bèter um nog èven af te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03014) vertaling: 't Is meskien bèter nog effn te wachtn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02990) vertaling: Wie hadden het geluk da'we hem direkt terugge vonnen
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03014) vertaling: Wie hadden 't geluk um hem meteène weer te vindn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02990) vertaling: As de kippen een valke zeet, bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03014) vertaling: As de kippen een valk zeet, bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02990) vertaling: As wie de eerpels neet könt verkopen, zitte wie in de problemen
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03014) vertaling: As wie de eerpels neet kunt verkopen, zitte wie in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02990) vertaling: As jullie hem neet meenemt wordt ik kwoad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03014) vertaling: As jullie hem neet meenemt word ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02990) vertaling: Hee wist het
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03014) vertaling: Hee wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02990) vertaling: Op dit feest wordt er völle edanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03014) vertaling: Op dit feest wordt völle edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02990) vertaling: Noe wordt er allenig nog maar brood verkoch in de winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03014) vertaling: Noe wordt er alleen nog mar brood verkocht in dee winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02990) vertaling: As hee met de fietse kump, zal-e wel late wèzen
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03014) vertaling: Asse met de fietse kump, zalle wel late wèzen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02990) vertaling: A'j tied hebt, kom dan es een keer langes
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03014) vertaling: Ai tied hebt kom dan is 'n keertjen langs
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02990) vertaling: A'k rieke binne koop ik een dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03014) vertaling: As ik rieke bin, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03014) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02990) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02990) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03014) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02990) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03014) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03014) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02990) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02990) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03014) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02990) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03014) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03014) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02990) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02990) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03014) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02990) vertaling: Ik hebbe het hem egeven
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03014) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03014) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02990) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03014) vertaling: Marie hef ezegd dat ie hebt eprobeerd een liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02990) vertaling: Marie hef ezeg dat ie hebt eprebeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03014) vertaling: Marie hef ezegd daj hebt eprobeerd een liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02990) vertaling: Marie hef ezegd dat ie eprobeerd hebt een leedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03014) vertaling: Marie hef ezegd daj hebt eprobeerd een liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02990) vertaling: Marie hef ezegd dat ie eprobeerd hebt een leedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03014) vertaling: Marie hef ezegd dat ie hebt eprobeerd een liedjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02990) vertaling: Marie hef ezeg dat ie hebt eprebeerd een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03014) vertaling: Marie hef ezegd dat ie hebt eprobeerd een bôok te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02990) vertaling: Marie hef ezegd dat ie hebt eprobeerd haar een book te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03014) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03014) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02990) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03014) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03014) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02990) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03014) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02990) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02990) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03014) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03014) vertaling: Dee van de stad, dee hebt hier völle huuzen ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02990) vertaling: Dee uut de stad hebt hier völle huzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02990) vertaling: An dat nieje kanaal, döar zee'j gin mense meer
opm.: "vaart zegt men niet in Deventer"
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03014) vertaling: An dee nieuwe vaart zeej gin mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02990) vertaling: Goster is Jan hier ewest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03014) vertaling: Gisteren is Jan hier ewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03014) vertaling: De dag (toen) Jan belden was ik neet thuus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02990) vertaling: De dag dat Jan belden, was ik neet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02990) vertaling: Jef, dee zol ik nooit uutneudigen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03014) vertaling: Jef zol ik nooit uutnödegen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03014) vertaling: Marie zöl zoiets nooit dön
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02990) vertaling: Marie, dee zol zoiets nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03014) vertaling: Bert drinkt wel is een glas te völle
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02990) vertaling: Bert, dee drinkt wel es een glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02990) vertaling: Martha, dee zol ik wel es bie mien thuus willen uutneudigen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03014) vertaling: Martha, dee zol ik wel is bie mien tuus willen uutnödegen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03014) vertaling: Dat huus zok nooit willen kopen
opm.: Als er algemeen over een huis gesproken wordt zou ik dat weglaten, maar wordt er over een bepaald huis gesproken en krijgt het de klemtoon dan "dat" gebruiken. Idem met j.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02990) vertaling: Dat huus, dat zol ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03014) opm.: Als er algemeen over een huis gesproken wordt zou ik dat weglaten, maar wordt er over een bepaald huis gesproken en krijgt het de klemtoon dan "dat" gebruiken. Idem met j.
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02990) vertaling: Dat huus, dat steet döar al vieftig jöar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03014) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02990) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03014) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02990) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03014) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02990) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03014) komt voor: j
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02990) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03014) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03014) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02990) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03014) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02990) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03014) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02990) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03014) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02990) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03014) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02990) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03014) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02990) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03014) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03014) vertaling: Hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02990) vertaling: Hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03014) vertaling: Hef Gunther ebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03014) vertaling: Is dr ebeld deur G.?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03014) vertaling: Is dr ebeld deur G.?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02990) vertaling: Waart oe!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03014) vertaling: Kiek uut!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02990) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03014) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02990) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02990) vertaling: Waart oe!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03014) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03014) vertaling: Kiek uut!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02990) vertaling: Het was moar net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03014) vertaling: 't Was mar net goed genög
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02990) vertaling: Marjo hef noe meer kooien/beeste dan ze vrogger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03014) vertaling: Marjo hef op 't ogenblik meer koeien dan vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02990) vertaling: As Suzanne had können kommen, dan had ze dat edoan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03014) vertaling: As Susanne had können kommen had zet edoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02990) vertaling: Zee is de beste dokter dee ik kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03014) vertaling: Zèe is de beste dokter dèe ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02990) vertaling: Veurda'j iets weggooit mo'j èven bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03014) vertaling: Vör ie iets weggooit moj effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03014) vertaling: Hier is alles dak ekregen hebbe
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02990) vertaling: Hier is alles wat ik ekregen hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02990) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kinder te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03014) vertaling: Jan is te schraperig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02990) vertaling: Asof ie iets van voetballen weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03014) vertaling: Asof ie iets van voetballen afweet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03014) vertaling: Leg dat bôok neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02990) vertaling: Leg neer dat book!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02990) vertaling: A'j echt neet könt wachten, kom dan maar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03014) vertaling: Aj echt nêet kunt wachten, kommie mar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02990) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter had können ropen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had künnen rôpen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02990) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter eropen had können hebben
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03014) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had künnen rôpen
opm.: 'als a'
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02990) vertaling: Hee zei, dat ik het hadde motten doon
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03014) vertaling: Heè zei da'k et had motten dôon
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02990) vertaling: Hee zei dat ik het edoan mosse hebben
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03014) vertaling: Heè zei da'k et had motten dôon
opm.: 'als c'
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02990) vertaling: Hee is veurige wèke deur dokter M 'eöpereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03014) vertaling: Hèe is vörege wèke deur dokter Mertens (ge)opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02990) vertaling: Hee wordt maergen deur dokter M 'eöpereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03014) vertaling: Hèe wod mergen deur dokter Mertens (ge)opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02990) vertaling: Ik denke da'j völle vot zollen motten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03014) vertaling: Ik denk daj völle weg zollen motten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02990) vertaling: Ik denke da'j völle vot zollen motten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03014) vertaling: Ik denk daj völle weg zollen motten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03014) vertaling: Het is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02990) vertaling: Het is dom um zukke dure dinger vot te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03014) vertaling: Het is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02990) vertaling: Het is dom um zukke dure dinger vot te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02990) vertaling: Hee is alle kapotte spullen an het vot gooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03014) vertaling: Hee is alle kepotte spullen ant weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02990) vertaling: Hee is alle kapotte spullen an het vot gooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03014) vertaling: Hee is alle kepotte spullen ant weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02990) vertaling: Ik vinne da'j vaker zollen motten krante lèzen
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Ik vind daj vaker de krante zollen motten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02990) vertaling: Ik vinne da'j vaker zollen motten krante lèzen
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Ik vind daj vaker de krante zollen motten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02990) vertaling: Het is dom um in het donker krante te lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Het is dom om in 't donker de krante te lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02990) vertaling: Het is dom um in het donker krante te lèzen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Het is dom om in 't donker de krante te lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02990) vertaling: Hee is de hele dag an het krante lèzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Hee zit de hele dag de krante te lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Hee is de hele dag de krante ant lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Hee is de hele dag de krante ant lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Hee zit de hele dag de krante te lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02990) vertaling: Hee is de hele dag an het krante lèzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Hee is de hele dag de krante ant lèzen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03014) vertaling: Hee zit de hele dag de krante te lèzen
positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03014) fragment: ze hef hem dat probleem loaten oplössen (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02990) fragment: deur (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 02990) fragment: - (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 02990) fragment: - (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 02990) fragment: - (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 02990) fragment: - (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03014) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02990) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02990) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03014) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03014) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02990) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02990) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint mien d'r ook eène (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint mien d'r ook eène (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint mien d'r ook eène (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint mien d'r ook eène (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren eène (wel eens gehoord)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren eène (wel eens gehoord)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren eène (wel eens gehoord)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren eène (wel eens gehoord)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren (meestal)
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03014) vertaling: Je bint ook een raren (meestal)
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03014) vertaling: Robert hef eène gröne appel weggegeven en noe heffe nog twee rooien
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02990) vertaling: Robert hef éne greune appel weg'egeven en noe hef-e nog twee rojen
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02990) vertaling: D'r wazzen völle mensen op het feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03014) vertaling: Dr waren völle mensen op't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03014) vertaling: Waren dr völle mensen op ut feest?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02990) vertaling: Wazzen d'r völle mensen op het feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03014) vertaling: Waffeur bôoken hei je kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02990) vertaling: Wat heb ie veur boken ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03014) vertaling: Waffeur bôoken hei je kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03014) vertaling: Wat heij veur bôoken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02990) vertaling: Wat veur boken heb ie ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03014) vertaling: Wat heij veur bôoken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02990) vertaling: Wat veur boken heb ie ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02990) vertaling: Wat heb ie veur boken ekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02990) vertaling: Hee woont bie Marietjen
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03014) vertaling: Heè woont bie Marietjen
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03014) vertaling: Hèe woont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02990) vertaling: Hee woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03014) vertaling: Loop effen noar de bakker, Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02990) vertaling: Loop èven noar de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02990) vertaling: Wee heb ie ezeen?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03014) vertaling: Wat heije zêen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03014) vertaling: Weè hef oe ezèen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02990) vertaling: Wee hef oe ezeen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03014) vertaling: Ak dat had eweten dan hakked nêet edoan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02990) vertaling: Had ik dat eweten, dan had ik het neet edoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02990) vertaling: 't Zol beterder wèzen um nog èven te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03014) vertaling: 't Zol beter wèzen um nog effen te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03014) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en dèe waster al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02990) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en dee was d'r al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02990) vertaling: Loop noe toch deur, vervelende jonges
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03014) vertaling: Loop toch deur, vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02990) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03014) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03014) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02990) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02990) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03014) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02990) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03014) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03014) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02990) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02990) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03014) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02990) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03014) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Deventer

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Deventer