SAND-data Wijhe (F119p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03370) vertaling: Jan kent dat verhaal wel
opm.: geen reflexief door 'kennen'ipv 'herinneren'
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03370) vertaling: Marie en Piet zien mekaar voor de kerkke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03370) vertaling: Toon wast zichzelf
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03370) vertaling: Toon wast hum
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03370) vertaling: Toon wast hum
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03370) vertaling: Toon wast zichzelf
opm.: reflexief: zichzelf reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03370) vertaling: De timmerman hef geen spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03370) vertaling: Fons zag un slange naust zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03370) vertaling: Erik leut mie voor zich werke(n)
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03370) vertaling: Johanna liet zichzelf meedrieven op de golven
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03370) vertaling: Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03370) vertaling: Jan has in 2 minuten un biertje udrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03370) vertaling: Dize schoene(n) loop gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03370) vertaling: Eduard kent humzelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03370) vertaling: Ward has uheurt dat er foto's van humzelf in d etalage staan
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03370) vertaling: Die eerdappels schilt niet emakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03370) vertaling: Dat glas brek als ut op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03370) vertaling: Dokter, lef ik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03370) vertaling: Al joaren lef he van de erfenis van zien vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03370) vertaling: Deze weke left zie op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03370) vertaling: Left he nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03370) vertaling: Hoelang levve jullie nu al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03370) vertaling: In Bretagne levve ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03370) vertaling: Noa het eten goa ik sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03370) vertaling: Zou ik dat wel kanne doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03370) vertaling: He lut zijn huus afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03370) vertaling: Ik weet dat Jan hard mut kannen werke(n)
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03370) vertaling: Ik weet dat Jan hard mut kannen werke(n)
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03370) vertaling: Ik weet dat Jan hard mut kannen werke(n)
komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel ja-antw.
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03370) vertaling: Jan haf geeneen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03370) vertaling: Boeken heeft Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03370) vertaling: Jan haf niet vulle geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03370) vertaling: (T)er mag niemand proaten over dat probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03370) vertaling: Er mag niemand proaten over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03370) vertaling: Geeneen zeg dat hie nog komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03370) vertaling: Zit hier nog ergens moesen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03370) vertaling: Ik geeve niks aan un ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03370) vertaling: Geenene wil nog werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03370) vertaling: Wie wisten niet dat he thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03370) vertaling: Ik wist het ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03370) vertaling: He mag met geen mense proaten over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03370) vertaling: Jan weet dat he voor drie uur de wagen gemakt moet hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03370) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03370) vertaling: MArie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03370) vertaling: Piet zien auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03370) vertaling: Piet zien auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03370) vertaling: Die man zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03370) vertaling: Die man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03370) vertaling: Die auto is niet van mie mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03370) vertaling: De krant van gisteren lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03370) vertaling: Jan is un breurtje van Karolien & Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03370) vertaling: De fietsen van de jongens bint asteulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03370) vertaling: De moder van die zussen is op bezeuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03370) vertaling: Dat is Wim zien auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03370) vertaling: Die fietse is van mien
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03370) vertaling: He mag met geenene proaten over dat probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03370) vertaling: Ik wille geenene kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03370) vertaling: Ut is jammer dat wie niet mag komm'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03370) vertaling: Dat goa ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03370) vertaling: Ik heb niet hard a werkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03370) vertaling: Nog maar pas had he ut verteld, of Marie begon te lippe(n)
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03370) vertaling: Gao die bestelling nu maar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03370) vertaling: Hie werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03370) vertaling: Hie verbiedde oe om hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03370) vertaling: Jan wol niet hebben dat wie Marie belden
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03370) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03370) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03370) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03370) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03370) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03370) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03370) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03370) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03370) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03370) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03370) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03370) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03370) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03370) fragment: dat jullie (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03370) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03370) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03370) fragment: dat jullie (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03370) fragment: als dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03370) fragment: dan (1)
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03370) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03370) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03370) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03370) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03370) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03370) komt voor: j
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03370) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03370) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03370) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03370) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03370) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03370) fragment: waar van de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03370) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03370) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03370) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03370) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03370) fragment: waor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03370) fragment: waorop (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03370) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03370) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03370) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03370) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03370) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03370) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03370) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03370) vertaling: Wat denk ie wie ik in de stad aspreuken hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03370) vertaling: Hoe denken jullie dat ze dat hebben opulost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03370) vertaling: Hoe denk ie dat ze het hebben opulost
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03370) vertaling: Magda weet niet wie we willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03370) vertaling: Weet iemand wie we ureupen hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03370) vertaling: Wat dach ie wat ik in de stad u zien hebbe
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03370) vertaling: Wie denk ie dat ik in de stad tegenkwam
opm.: twijfelgeval D-woord voorop in bijzin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03370) vertaling: He hef zien hande uwassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03370) vertaling: He hef zien hemd u wassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03370) vertaling: He hef un hoed op zien hoofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03370) vertaling: He hef un vlekke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03370) vertaling: He hef zien been u breuken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03370) vertaling: Zie hef zich zeer udoen
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03370) vertaling: Marie truk de deeke naor zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03370) vertaling: Luc weet dat er foto's van humzelf te koop zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03370) vertaling: Ie weet toch nog wel dat wie doar dat bos ulopen bint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03370) vertaling: Ik weet nog dat de auto van Marie kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03370) vertaling: Zie weet nog goed dat ie als een varken zat te ette
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03370) vertaling: Wie weet nog wel dat Jan zien boeke ware u stulle, moar ik weet het niet meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03370) vertaling: Weetu jullie nog dat wie Jan op de markt u zien het
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03370) vertaling: He hef zich un ongeluk u werkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03370) vertaling: He vuulde zich al door het ies zakken
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03370) vertaling: Zou ie dat hebben u kund
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03370) fragment: u kunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03370) fragment: u donne (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03370) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03370) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03370) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03370) vertaling: Ik denkke hie is weg
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03370) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03370) vertaling: Ik weet he is weg
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03370) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03370) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03370) vertaling: Kaas maken daor weet ik niks van
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03370) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03370) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03370) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03370) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03370) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03370) vertaling: Ik weet dat Jan noar de markt u wes heb
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03370) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03370) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03370) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03370) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03370) vertaling: De schilder is hier u wes om te schilderen
opm.: dav: 'is geweest om te' + V: infinitivaal voegwoord
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03370) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03370) vertaling: In die tied lefde ik erop lus
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03370) vertaling: Vroager lefde hie als un beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03370) vertaling: Doar lefden wie as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03370) vertaling: Niemand mag ut zien, dus ik vind dat ie ut ok niet zien mag
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03370) vertaling: Het gebeurde toen ie wegginge(n)
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03370) vertaling: Ik weet wel woar geboren bint
opm.: pronomen 2.ev. ontbreekt
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03370) vertaling: Aj kloar bint, mag wel goan
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev. pronomen 2.ev. in matrixzin ontbreekt
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03370) vertaling: Omdat Marie dood was kon haar man Anna niet meer helpen
opm.: IPP: n.v.t.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03370) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03370) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03370) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03370) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03370) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03370) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03370) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03370) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03370) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03370) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03370) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03370) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03370) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03370) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03370) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03370) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03370) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03370) fragment: die (+ 'ut' ipv 'het') (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03370) fragment: waorvan (1)
opm.: -e achter 'denk'
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03370) fragment: waorvan (1)
opm.: -e achter 'denk'
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03370) fragment: dat ie (2)
opm.: -e achter 'denk'
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03370) fragment: dat ie (2)
opm.: -e achter 'denk'
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03370) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03370) fragment: doar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03370) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03370) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03370) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03370) fragment: waor (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03370) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03370) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03370) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03370) fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03370) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03370) fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03370) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op geenene kwoad bint
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03370) vertaling: Wim denkt dat wie nooit iene een pries geven
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03370) vertaling: Het is woar zie mogen niet proaten met Marie
opm.: bijzin= hoofdzinsvolgorde, geen voegwoord
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03370) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03370) vertaling: géen ene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03370) vertaling: nooit helemaal
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03370) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03370) vertaling: geen ene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03370) vertaling: Zeg hem niet dat 'k noar buuten bin awes
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03370) vertaling: Niet vertellen da ie cadeau voor hum u kocht heb
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03370) vertaling: Weet ie niet dat hee uvallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03370) vertaling: Wendy probeerde om geenene pien te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03370) vertaling: 't Schient dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03370) vertaling: Ze schient niks te mogen etten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03370) vertaling: Zie probern al de hele dag om elkaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03370) vertaling: et belooft weer un mooie dag te worden
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03370) vertaling: Als ie met de fietse kumt, zalle wel laatte wen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03370) vertaling: Aj tied het, kom mar un keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03370) vertaling: Ak riekke binne, koop ik un dure wagen (auto)
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03370) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03370) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03370) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03370) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03370) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03370) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03370) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03370) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03370) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03370) vertaling: Zie left op water en brood deze weekke
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03370) vertaling: Zie left op water en brood deze weekke
komt voor: j
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03370) vertaling: Marie has u zegd dat ie hebt geprobeerd un liedje te zingen
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 3
opm.: discrepantie 'nee' en gebruikelijkheid 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 3
opm.: discrepantie 'nee' en gebruikelijkheid 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 3
opm.: discrepantie 'nee' en gebruikelijkheid 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 3
opm.: discrepantie 'nee' en gebruikelijkheid 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03370) komt voor: j
opm.: waarschijnlijk als 'nee' te interpreteren: hier geen gebruikelijkheid aangeven en bij de 'nee'-antwoorden wel.
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03370) komt voor: j
opm.: waarschijnlijk als 'nee' te interpreteren: hier geen gebruikelijkheid aangeven en bij de 'nee'-antwoorden wel.
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 3
opm.: discrepantie 'nee' en gebruikelijkheid 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03370) komt voor: n
gebr.: 3
opm.: discrepantie 'nee' en gebruikelijkheid 3
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03370) vertaling: Die van de stad, hebt hier vulle huuze ubouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03370) vertaling: Aan die nieuwe vaort, doar zie ie geen mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03370) vertaling: Gisteren was Jan hier
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03370) vertaling: De dag dat Jan belde was ik niet in huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03370) vertaling: Jef, die zol ik nooit vragen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03370) vertaling: Marie, die zul zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03370) vertaling: Bert, die drinkt wel us un glaasie te vulle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03370) vertaling: Martha, die zul ik wel eens bij mie thuis willen vragen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03370) vertaling: Dat huus, dat zal ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03370) vertaling: Dat huus, dat steet daor al 50 joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03370) opm.: als nee te interpreteren: omcirkelt wel 'ja'-antw
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03370) vertaling: Hef Gunther a beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03370) vertaling: Pas op !
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03370) vertaling: 't Was maor net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03370) vertaling: Marjo haf meer koeien dan ze vruger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03370) vertaling: Als Susanne had kunnen komme dan had zie dat udoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03370) vertaling: Zie is de beste dokter die ikke kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03370) vertaling: Voor dat ie wat weggoot belt dan evven
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03370) vertaling: Hier is alles wat ik het u kregen
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03370) vertaling: Jan is te gierig om iets an z'n kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03370) vertaling: Ie doet net of ie wat van voetbal weet!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03370) vertaling: leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03370) vertaling: Aj echt niet kunt wachten, dan komt maar
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03370) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03370) vertaling: He zei dat ik het had mutten doe'n
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03370) vertaling: He is vorige weke door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03370) vertaling: He wordt morgen door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03370) positie: 1,2
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03370) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03370) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03370) positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03370) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03370) positie: 1
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03370) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03370) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03370) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03370) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03370) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03370) vertaling: Robert haf éen gruune appel wegugeven, en noe haf he re nog twee roden over
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03370) vertaling: Er ware(n) vulle mensen op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03370) vertaling: Ware(n) der vulle mensen op dat feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03370) vertaling: Wat voor boeke(n) hai ukocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03370) vertaling: Wat hai ie voor boeke(n) u'kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03370) vertaling: Wat hai ie voor boeke(n) u'kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03370) vertaling: Wat voor boeke(n) hai ukocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03370) vertaling: Hie woont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03370) vertaling: He woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03370) vertaling: Loop evven naor de bakker Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03370) vertaling: Wie hai u zien ?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03370) vertaling: Wie haf oe u zien ?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03370) vertaling: Had ik dat u weten dan had ik ut niet u doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03370) vertaling: t Zul better wen om nog evven te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03370) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter u belt en die was er
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03370) vertaling: Loop nou toch deur, vervelende jongens!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03370) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03370) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03370) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03370) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03370) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03370) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03370) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Wijhe

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Wijhe