SAND-data Heerde (F113p)

schriftelijke enqute | mondelinge enqute | telefonische enqute

data schriftelijke enqute

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02859) vertaling: Jan kan 'm dât verhael wel herinnern (veur de geest haeln)
opm.: reflexief: hem
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03009) vertaling: Jan herinnert zich (um) dat verhaal wel.
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02859) vertaling: Merie en Piet ziet mekaere veur de kârke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03009) vertaling: Marie en Piet zien mekaere veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03009) vertaling: Toon wast 'm (zich)
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02859) vertaling: Toon is 'm an 't wassn
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02859) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie 'm
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03009) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie um (zich)
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02859) vertaling: Fons zag 'n slânge naost 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03009) vertaling: Fons zag een slange naost um (zich)
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03009) vertaling: Erik liet mie veur um (zich) wark'n
opm.: reflexief: hem reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02859) vertaling: Erik leut mien 't wârk doen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02859) vertaling: Johanna leut 'm (eur) metdirevn op de golvm
opm.: reflexief: hem reflexief: haar
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03009) vertaling: Johanna liet heur (zich) meedriev'n op de golv'n
opm.: reflexief: haar reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02859) vertaling: Toon bekeek 'm zelf is goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03009) vertaling: Toon bekeek umzelf (zichzelf) in de spiegel.
opm.: reflexief: hemzelf reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03009) vertaling: Jan hef in twee minuut'n een biertie e'drûnk'n
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02859) vertaling: Jan hef in twee menuutn een biertien op edrunkn
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02859) vertaling: Disse schoene loop mâkkeluk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03009) vertaling: Disse schoene loop makkeluk.
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02859) vertaling: Eduard kent 'm zelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03009) vertaling: Eduard kent 'm zelf (zichzelf) goed.
opm.: reflexief: hemzelf reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02859) vertaling: Ward hef eheurd dêt der foto's van 'm in de etalage staot
opm.: reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03009) vertaling: Ward hef e'heurd datter foto's van m'zelf (zichzelf) in de etalage staot
opm.: reflexief: hemzelf reflexief: zichzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02859) vertaling: Die eerpels kuj slech schelln
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03009) vertaling: Die eerpels schèln niet makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02859) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond völt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03009) vertaling: Dit glas brèk as 't op de grond valt
000 (x01opm) (inf. 02859) opm. inf.: g: In ons dialect kennen we eigenlijk de "zij"-vorm niet. Deze wordt echter wel steeds meer gebruikt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03009) vertaling: dokter, lêêv' ik wel gezond genog
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02859) vertaling: Dokter, lèèv ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02859) vertaling: Hie lèèf al jaorn van de ârfenisse van zien vaer
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03009) vertaling: Al jaor'n lêêf'e van 't verstarf van zien va.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03009) vertaling: Disse wêêke lêêf ze op water en brood.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02859) vertaling: Disse wèèke lèèf ze van/op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03009) vertaling: Lêêf 't nog
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02859) vertaling: Lèèf 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02859) vertaling: Hoelange lèèf uule noe al van die ârfenisse?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03009) vertaling: Hoelange lêê ule noe al van dat verstarf
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03009) vertaling: In Bretagne lêêf ze veural van de visvangst.
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02859) vertaling: In Bretagne lèèf ze veurnaemelek van de visvangs
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03009) vertaling: Nao 't êêt'n gao 'k slaop'm
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02859) vertaling: Nao 't èètn gaok slaopm
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02859) vertaling: Zok dât wel kunn doen?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03009) vertaling: Zok dat wel kunn'n doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03009) vertaling: Hie liet zien huus of brêêk'n
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02859) vertaling: Hie leut zûn huus ofbrèèkn
000 (x02opm) (inf. 03009) opm. inf.: jullie = ule - uluu
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02859) vertaling: Ik weete dât Jan hârd mut kunn wârkn
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02859) vertaling: Ik weete dât Jan hârd mut kunn wârkn
komt voor: j
gebr.: 3
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut kun'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02859) vertaling: Ik weete dât Jan hârd mut kunn wârkn
komt voor: j
gebr.: 3
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03009) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03009) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03009) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03009) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03009) komt voor: n
000 (x03opm) (inf. 02859) opm. inf.: meer gebruikelijk: Ik weete dât Jan hârd mut wârkn
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03009) gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03009) gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03009) gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03009) gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03009) gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03009) gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02859) vertaling: Jan hef gienien boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03009) vertaling: Jan hef gieneen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03009) vertaling: Jan hef gien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02859) vertaling: -
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03009) vertaling: Boek'n hef Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03009) vertaling: Jan hef niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03009) vertaling: Gien ene mag aover dit probleem praot'n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03009) vertaling: Gien mênse mag praot'n aover dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03009) vertaling: Gien mense zeg datte kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02859) vertaling: Zittn hier naens gien muuze?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03009) vertaling: Zitt'n hier narg'ns múúz'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03009) vertaling: Ik geéfe niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03009) vertaling: Gien mense wil wark'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03009) vertaling: Wie wist'n niet datte thuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03009) vertaling: Ik wisse 't ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03009) vertaling: Hie mag met gien mense praot'n aover dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03009) vertaling: Jan weet datte veur drie uur de wââg'n e'maak mut hebb'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02859) vertaling: Jan weet dât e veur drie uur de waagn emâk mut hemm
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02859) vertaling: De oto van merie is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03009) vertaling: De auto van Marie is kepot
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03009) vertaling: Marie zien auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03009) vertaling: De auto van Piet is kepót
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03009) vertaling: Piet zien auto is kepót
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02859) vertaling: Piet zien oto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03009) vertaling: De auto van die man is kepót
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03009) vertaling: Die man zien auto is kepót
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02859) vertaling: Die man zien oto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02859) vertaling: Die oto is niet van mien mâr van um
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03009) vertaling: Die auto is niet van mien maar van um
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02859) vertaling: De krante van gistern lig onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03009) vertaling: De krante van gisteru lig onder de t.v.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03009) vertaling: Jan is 't breurtie van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02859) vertaling: Jan is t breurtien van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02859) vertaling: Die vente eur fietsn bint esteuln
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03009) vertaling: De fiets'n van die jonges bint e'steúl'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02859) vertaling: Die zusters heb eur moer op bezuik
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03009) vertaling: De moe van die zuss'n is op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03009) vertaling: Die auto is Wim's ziende
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02859) vertaling: Die oto is Wim ziende
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02859) vertaling: Die fietse is de mienn (van mien)
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03009) vertaling: Die fietse is van mién
000 (x07opm) (inf. 03009) opm. inf.: het vrouwelijk bez. voorn. woord wordt vaak vertaald met "zien" (echt plat)
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03009) vertaling: Hie mag met gien iene praat'n aover dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03009) vertaling: Ik wil gien mense kwets'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03009) vertaling: 't Is jâmmer dat wie niet much'n komm'm
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03009) vertaling: Dat gaok niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03009) vertaling: Ik heb niet e'wark
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03009) vertaling: Hie had 't nog mar net verteld of Marie begun te lipp'm
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03009) vertaling: Goa die bestelling noe mâr op haal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03009) vertaling: Hie warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03009) vertaling: Ik verbié oe um hier te komm'm
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03009) vertaling: Jan verhinderu dat wule Marie belld'n
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03009) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03009) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03009) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03009) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02859) fragment: die (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03009) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02859) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03009) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02859) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02859) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03009) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03009) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02859) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03009) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02859) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02859) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02859) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02859) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: gaon (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03009) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: gaon (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03009) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03009) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: gaon (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: gaon (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03009) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02859) fragment: Aj (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03009) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: dw (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03009) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: dw (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03009) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: dw (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03009) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: dw (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02859) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03009) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02859) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03009) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02859) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03009) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03009) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02859) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02859) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03009) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02859) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02859) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02859) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03009) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02859) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03009) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02859) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03009) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03009) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02859) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03009) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03009) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02859) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02859) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03009) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02859) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03009) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03009) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03009) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03009) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02859) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03009) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03009) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02859) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02859) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03009) fragment: dan (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02859) fragment: dt (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02859) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03009) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat ule op giene mense kwaod bint
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02859) vertaling: Ik wete dât uule op gieniene kwaod bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat zie op niks groots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02859) vertaling: Ik wete dât zie naens groots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03009) vertaling: Els denk dat 't niet makkeluk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02859) vertaling: Els denk dât 't niet mâkkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat ik te laate bin en ieje niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02859) vertaling: Ik wete dâk te laete bin en iej niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03009) vertaling: Ik weet toch da'j mut wark'n en ikke niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02859) vertaling: Iej weetn toch dâj muttn wârkn en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03009) vertaling: Iedereen denk dâw noar huus gaon en dat ze nog moggen blie'm
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02859) vertaling: Iederiene denk dât wuule nuus gaot en dât zie maag blievm
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03009) vertaling: 't Is jammer dat e kump en dat zie weg giét
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02859) vertaling: 't Is jammer dât hie kump en dât zie weggiet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03009) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02859) vertaling: Ik denke dât Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03009) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje goat trouw'm
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02859) vertaling: Ik denke dât Pieter en Liesje gaot trouwm
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02859) vertaling: Ja dât dutte
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02859) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03009) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02859) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03009) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02859) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03009) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02859) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03009) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03009) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02859) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03009) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02859) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03009) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02859) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03009) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03009) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03009) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02859) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03009) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03009) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03009) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03009) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02859) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03009) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03009) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03009) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03009) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03009) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03009) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03009) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03009) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02859) fragment: Waorvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03009) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03009) fragment: die z'n (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02859) fragment: waor as (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02859) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02859) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03009) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02859) fragment: waor as (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03009) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02859) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03009) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02859) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03009) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02859) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03009) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02859) fragment: waor (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03009) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02859) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03009) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03009) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03009) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02859) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03009) fragment: dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02859) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03009) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03009) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03009) fragment: wie (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03009) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03009) fragment: daar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02859) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03009) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02859) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02859) fragment: waor as (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03009) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03009) fragment: daar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02859) fragment: waor as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02859) fragment: waorop (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02859) fragment: toew (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02859) fragment: toew (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02859) fragment: waorop (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02859) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03009) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02859) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03009) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02859) fragment: wat ak (ik doorgestreept) (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02859) fragment: wat ak (ik doorgestreept) (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03009) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03009) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02859) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02859) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03009) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03009) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03009) fragment: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03009) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03009) vertaling: wat denk ie wiek in de stad e'zien hebbe
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02859) vertaling: Wat denk iej wiek in de stad espreukn hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02859) vertaling: wat denk uule hoe as ze 't veur mekaere emak heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03009) vertaling: Wat denk ule hoe zut op'elos hep
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02859) vertaling: Hoe denk iej dat ze 't veur mekaere emak heb
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03009) vertaling: wat denk ie hoe zut op'elos hep
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03009) vertaling: Magda weet niet wie wule op wilt bell'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02859) vertaling: magda weet niet wie wuule wilt opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02859) vertaling: weet ie'ne wie of wuule eroepm heb
opm.: wie of
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03009) vertaling: Weet iemand wie wule 'eroepen hep
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03009) vertaling: Wie denk ie dak in de stad 'ezien hebbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02859) vertaling: wie denk iej dak in de stad espreukn hebbe
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03009) vertaling: Wie denk ie diek in de stad 'ezien hebbe.
opm.: wij = wule - wieluu, wie / jullie = ule - uluu
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02859) vertaling: wie denk iej dak in de stad espreukn hebbe
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03009) vertaling: Hie hef zien hand'n 'ewass'n
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02859) vertaling: hie hef de hande ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03009) vertaling: Hie hef zien hemp 'ewass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02859) vertaling: hie hef zien hemp ewassn
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03009) vertaling: Hie hef een hoed op 't heuf
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02859) vertaling: hie hef een hoed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03009) vertaling: Hie hef een vlekke op zien hemp
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02859) vertaling: hie hef een vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03009) vertaling: Hie hef zien been 'e breùk'n
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02859) vertaling: hie hef 't bien ebreukn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02859) vertaling: Hie hef 'm zeer edaon
opm.: reflexief: hem
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03009) vertaling: Hie hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03009) vertaling: Hie hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03009) vertaling: Hie hef zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03009) vertaling: Hie hef zich zeer edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03009) vertaling: Marie trok de dèkens nao zich / heur toe
opm.: reflexief: zich reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02859) vertaling: Merie trök de dèèkn naor 'm toe
opm.: reflexief: hem
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03009) vertaling: Luc weet datter foto's van 'm zelf te koop bint
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02859) vertaling: Luc weet dât der foto's van 'm te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02859) vertaling: Iej weetn toch wel dâw toe deur dât bos hen eloopm bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03009) vertaling: Ie herinnert oe toch wel dat wule toen deur de bos 'eloop'n bint
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03009) vertaling: Ik herinner mie dat de auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02859) vertaling: Ik herinner mien dât de oto van marie kapot was
opm.: reflexief: mijn
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02859) vertaling: Zie herinnert heur /zie weet nog/ dat e zat te vrèètn as 'n varkn
opm.: reflexief: haar reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03009) vertaling: Zie herinnert zich / heur datte as een vark'n zat te êêt'n
opm.: reflexief: zich reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02859) vertaling: Wuule weetn nog wel dât alle boekn van Jan esteuln waarn, mâr zie weetn dar niks meer van
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03009) vertaling: Wule herinnert ons wel dat al Jan zien boek'n e'steul'n waar'n, maar zie herinnert 't zich / heur niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich of reflexief: haar 3e p. ev. i.p.v. 3e p. mv.
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03009) vertaling: Herinnert ule oe nog dat wule / wieluu / wie Jan op de mark 'ezien hep.
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02859) vertaling: Weet uule nog dâw Jan op de mârk ezeen heb
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02859) vertaling: Hie hef 'm een ongeluk ewârk
opm.: reflexief: hem
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03009) vertaling: Hie hef zich / 'm een ongeluk 'ewark.
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02859) vertaling: Hie vuuln 'm deur 't ies zakkn
opm.: 'i.p.v zich herinneren wordt heel vaak 'nog weetn' gebruikt reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03009) vertaling: Hie vuuln zich / um deur 't ies zakk'n
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02859) vertaling: Zol hie dât edaon kunn hemm
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03009) vertaling: Zolle dat hebb'n kunn'n doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02859) fragment: ekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03009) fragment: ekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02859) fragment: edaon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03009) fragment: edaon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02859) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02859) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02859) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02859) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02859) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02859) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02859) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02859) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02859) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02859) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02859) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02859) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03009) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02859) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02859) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03009) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03009) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02859) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03009) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02859) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02859) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03009) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03009) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02859) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03009) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02859) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03009) vertaling: Al Maries koene bint verdrunk'n bie de overstroming
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02859) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03009) vertaling: Al Maries koene bint verdrunk'n bie de overstroming
komt voor: j
opm.: dav
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03009) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02859) vertaling: Keeze maekn week niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02859) vertaling: Keeze maekn week niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02859) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03009) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03009) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02859) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02859) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03009) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02859) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03009) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03009) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02859) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02859) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03009) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02859) vertaling: Ik kwam 'm loopnd teegn
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02859) vertaling: Ik kwam 'm loopnd teegn
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03009) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02859) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03009) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02859) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03009) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02859) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03009) vertaling: Hie deed zich veur, datte net uut bedde kwam
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03009) vertaling: Hie deed zich veur, datte net uut bedde kwam
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03009) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02859) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02859) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03009) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03009) vertaling: In die tied lêêv'm ikke d'rop lôs
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02859) vertaling: In die tied lèèvm ik der op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03009) vertaling: Vrogger lêêv'm de as een bees
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02859) vertaling: Vrogger lèèvm de as een bies
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03009) vertaling: Doar lêêv'm wule as god in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02859) vertaling: Daor lèèvm wuule as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03009) vertaling: Geenene mag 't zien dus ik viene dat ie 't ok niet mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02859) vertaling: Gùnüne mag 't zün, daorumme vin ik dâj 't ok niet maag zün
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'dat' + pronomina 2.ev.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03009) vertaling: Het gebeurn toen ie weg ging'n
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02859) vertaling: 't gebeurn toej weg gungn
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03009) vertaling: Ik wete waor ie geboren bint
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02859) vertaling: Ik wete waor aj geboorn bint
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03009) vertaling: Noej klaor bint maj gaon
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02859) vertaling: Noej klaor bint, maaj gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03009) vertaling: Umdat Marie overleed'n was hef heur man Anna niet meer kunn'n help'm
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02859) vertaling: Umdât merie estörvm is, hef heur man Anna niet meer kunn helpm
opm.: "omdat wordt vaak gebruikt ipv doordat"
000 (y08opm) (inf. 03009) opm. inf.: wij = wule, wieluu, wie
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: d: Ik weete datte gaon zwem'm is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: d: Ik weete datte gaon zwem'm is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: d: Ik weete datte gaon zwem'm is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: ik weete daatte is gaon zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: ik weete daatte is gaon zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: ik weete daatte is gaon zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02859) vertaling: Ik weete dât e is gaon zwemm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: a: Ik weete datte is gaon zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: a: Ik weete datte is gaon zwem'm
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03009) vertaling: a: Ik weete datte is gaon zwem'm
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03009) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03009) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02859) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03009) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02859) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03009) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02859) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03009) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03009) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02859) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02859) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03009) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02859) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03009) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02859) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03009) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03009) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02859) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02859) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03009) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02859) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03009) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03009) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02859) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02859) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03009) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02859) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03009) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03009) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02859) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02859) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03009) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02859) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03009) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02859) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03009) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03009) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02859) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02859) fragment: waorvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02859) fragment: dt hie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02859) fragment: dt hie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03009) komt voor: n
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02859) fragment: waorvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02859) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02859) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02859) fragment: dt (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02859) fragment: dt (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03009) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03009) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02859) fragment: waork (ik weggestreept) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02859) fragment: waor as (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02859) fragment: waor as (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02859) fragment: waork (ik weggestreept) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02859) fragment: die ( met weggestreept) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03009) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03009) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02859) fragment: waork (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03009) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02859) fragment: waork (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02859) fragment: - (ik weggestreept) (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03009) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03009) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02859) fragment: - (ik weggestreept) (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02859) fragment: wak (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02859) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03009) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02859) fragment: dk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02859) fragment: wak (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02859) fragment: wak (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02859) fragment: dk (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord twijfelgeval voegwoordvervoeging
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03009) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02859) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03009) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03009) fragment: die haar (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02859) fragment: waorvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02859) vertaling: Piet denkt dât Jan en Marie op gieniene niet kwaod bint
betekenis: negative concord
opm.: "Beter is: Piet denk dât Jan en Merie op gieniene kwaod bint" dus zonder dubele negatie beter
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03009) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op geen ene kwaod bint
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02859) vertaling: Piet denkt dât Jan en Marie op gieniene niet kwaod bint
betekenis: negative concord
opm.: "Beter is: Piet denk dât Jan en Merie op gieniene kwaod bint" dus zonder dubele negatie beter
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02859) vertaling: Wim denk dâw nooit gieniene een pries geef
betekenis: negative concord
opm.: "zie opm bij a": dus: met enkelvoudige negatie is de zin beter
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03009) vertaling: Wim denk dat wule geen ene ooit een pries geef
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02859) vertaling: Wim denk dâw nooit gieniene een pries geef
betekenis: negative concord
opm.: "zie opm bij a": dus: met enkelvoudige negatie is de zin beter
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02859) vertaling: 't Is waor dât ze niet met Merie maag praoten
opm.: "Deze zin kan wel logisch vertaald worden als de zin wat omgezet wordt": dit itt a en b.
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03009) vertaling: 't Is waor dat ze niet met Marie mag praot'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02859) vertaling: naens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03009) vertaling: nârg'ns
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02859) vertaling: Gieniene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02859) vertaling: Gieniene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02859) vertaling: Gien mèènse
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03009) vertaling: geen ene
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02859) vertaling: Gien mèènse
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02859) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02859) vertaling: as paosn en pinkstern op iene dag valt
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03009) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02859) vertaling: as paosn en pinkstern op iene dag valt
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02859) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02859) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03009) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02859) vertaling: Gieniene
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03009) vertaling: geen ene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03009) vertaling: Ie mut'n 'm niet vertell'n dak naor buut'n e'wes binne
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02859) vertaling: Zèk 'm niet dâk naor buutn ewès bin!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03009) vertaling: Niet vertell'n daj een kado veur 'm e'koch hep
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02859) vertaling: Niet vertelln dâj een kedoo veur 'm eköch heb, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02859) vertaling: Weet iej niet dât e evalln is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03009) vertaling: Weet ie niet datte e'vall'n is
000 (z04opm) (inf. 03009) opm. inf.: vervoeging werkwoord kopen: ik koope - koche; iej koop - koch'n; hie kof (met een f) - koch
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03009) vertaling: Wendy probeer'n giene mense zeer te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02859) vertaling: Wendie prebeern gieniene zeer te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02859) vertaling: 't Schient dât ze niks mag èètn
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03009) vertaling: 't Schient dat ze niks mag êêt'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03009) vertaling: Zie schient niks te mââg'n êêt'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02859) vertaling: Zie schient niks te meugen èètn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03009) vertaling: Zie probeert al de heel'n dag um mekaere op te bell'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02859) vertaling: Zie prebeerd mekaer de hele dag al te belln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02859) vertaling: 't Beloof weer een mooie dag te wordn
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02859) vertaling: 't Kan weer een mooie dag wordn
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02859) vertaling: 't Kan weer een mooie dag wordn
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03009) vertaling: 't belaof weer een mooie dag te word'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02859) vertaling: 't Beloof weer een mooie dag te wordn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03009) vertaling: 't Is misschien bèter um nog eff'n te wach'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02859) vertaling: t Is meschien bèèter um nog effm te wachn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02859) vertaling: Wuule haddn 't geluk dâw 'm metiene weer vunn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02859) vertaling: Wuule haddn 't geluk dâw 'm metiene weer vunn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03009) vertaling: Wule / wie hadd'n 't geluk um hum daluk trugge te vien'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02859) vertaling: Wuule vunn 'm gelukkeg drek weer
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02859) vertaling: Wuule vunn 'm gelukkeg drek weer
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03009) vertaling: As de kipp'm een valke ziet, dan bint ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02859) vertaling: As de kippm een klem ziet bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03009) vertaling: As wule de eerpels niet kunt verkoop'm, dan zitt'n wule in de probleem'm
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02859) vertaling: Aw de eerpels niet kunt verkoopm, hew een probleem
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03009) vertaling: As ule 'm niet met neump worde ik kwaod
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02859) vertaling: As uule 'm niet met nemp, work helleg
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03009) vertaling: Hie wis 't
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02859) vertaling: Hie wust
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03009) vertaling: Op dit fees word veule e'dans
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02859) vertaling: Op dit fees wordt der völle/veule edaans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03009) vertaling: Noe word ter alleen nog mar brood (verkof) verkoch in de winkel
opm.: brood verköf
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02859) vertaling: Noe verkoop ze alleent nog mâr brood in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02859) vertaling: Noe verkooop ze in die winkel alleent nog mâr brood
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02859) vertaling: Noe verkooop ze in die winkel alleent nog mâr brood
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02859) vertaling: Noe verkoop ze alleent nog mâr brood in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03009) vertaling: Asse met de fietse kump, zalle wel lââte wèèn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02859) vertaling: As e met de fietse kump, zal e wel laete wèèn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03009) vertaling: Aj tiet hep kum dan is een keertie langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02859) vertaling: Aj tied heb, komp dan is een keertien langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03009) vertaling: Ak rieke bin, koop ik een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02859) vertaling: Ak rieke bin, dan koop ik een dure oto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02859) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03009) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02859) vertaling: Meschien krieg ik 't wel
komt voor: n
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03009) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02859) vertaling: Meschien krieg ik 't wel
komt voor: n
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02859) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03009) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03009) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02859) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02859) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03009) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02859) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03009) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03009) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02859) vertaling: Hoe hef Pol dât opgelös?
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02859) vertaling: Hoe hef Pol dât opgelös?
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03009) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02859) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02859) vertaling: Ik heb 't 'm egeevm
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03009) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02859) vertaling: Ik heb 't 'm egeevm
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03009) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02859) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb een vâssien te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03009) vertaling: Marie hef e'zeg daj probeert hep een vâsien te zing'n
opm.: 'te' is hier wel aanwezig terwijl in Z 8a,b en g 'zonder' is omcirkeld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb een vâssien te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb een vâssien te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03009) vertaling: Marie hef e'zeg daj hep probeert een vâsien te zing'n
opm.: 'te' is hier wel aanwezig terwijl in Z 8a,b en g 'zonder' is omcirkeld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb een vâssien te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj een vâssien heb prebeern te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj een vâssien heb prebeern te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03009) vertaling: Marie hef e'zeg daj probeert hep een vâsien te zing'n
opm.: 'te' is hier wel aanwezig terwijl in Z 8a,b en g 'zonder' is omcirkeld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03009) vertaling: Marie hef e'zeg daj hep probeert een vâsien te zing'n
opm.: 'te' is hier wel aanwezig terwijl in Z 8a,b en g 'zonder' is omcirkeld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj een vâssien heb prebeern te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb een vâssien te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb een vâssien te zingn
opm.: geen IPP bij 3-1-2-te-4, wel IPP bij 2-1-3-te-4
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03009) vertaling: Marie hef e'zeg daj hep probeert heur een boek te geev'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02859) vertaling: Merie hef ezeg dâj prebeerd heb um eur een boek te geevm
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2,3
opm.: De aangekruiste 2 in het meerkeuzeveld geeft de afwezigheid van 'te' aan.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02859) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2,3
opm.: De aangekruiste 2 in het meerkeuzeveld geeft de afwezigheid van 'te' aan.
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2,3
opm.: De aangekruiste 2 in het meerkeuzeveld geeft de afwezigheid van 'te' aan.
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02859) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2,3
opm.: De aangekruiste 2 in het meerkeuzeveld geeft de afwezigheid van 'te' aan.
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02859) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03009) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02859) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03009) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02859) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03009) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02859) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03009) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2,5
opm.: De aangekruiste 2 in het meerkeuzeveld geeft de afwezigheid van 'te' aan.
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 2,5
opm.: De aangekruiste 2 in het meerkeuzeveld geeft de afwezigheid van 'te' aan.
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02859) vertaling: Die stadsen heb hier veule huuze ebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03009) vertaling: Die van de stad hep hier veule huuz'n e'bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02859) vertaling: An die nieje vaort ziej gien mèènse meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03009) vertaling: An die nieje vaort, door ziej gien mense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02859) vertaling: Jan is gistern hier ewès
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03009) vertaling: Gistern is Jan hier e'wes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02859) vertaling: Gistern is Jan hier ewès
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02859) vertaling: Gistern is Jan hier ewès
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02859) vertaling: Jan is gistern hier ewès
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02859) vertaling: De dag toe Jan belln, waak niet in huus
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03009) vertaling: de dag dat Jan bell'n wak niet tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02859) vertaling: Jef zok nooit uutneugn
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02859) vertaling: Jef zok nooit uutneugn
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02859) vertaling: Ik zol Jef nooit uut neugn
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02859) vertaling: Ik zol Jef nooit uut neugn
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03009) vertaling: Jef, die zol ik nooit uutneug'n
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03009) vertaling: Marie die zol zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02859) vertaling: Merie zol zowat nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02859) vertaling: Bert drink weis een glas te völle(veule)
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03009) vertaling: Bert die drink wel 's een glas te veule
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02859) vertaling: Ik zol Martha weis bie mien in hus willn uut neugen
opm.: ""bij mij thuis" zou in in 't dialect niet nodig zijn
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03009) vertaling: Martha, die zok wel 's bie mie tuus will'n uutneug'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03009) vertaling: Dat huus dat zo'k nooit will'n koop'm
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02859) vertaling: Dât huus zok nooit willn koopm
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02859) vertaling: Dât huus stiet der al viefteg jaor
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03009) vertaling: dat huus dat stit daor al vieftig jaor
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02859) opm.: interpreteren als nee (alleen ja aangekruist)
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03009) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03009) vertaling: Hef Gunther e'belt
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02859) vertaling: Hef Gunther opebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03009) vertaling: Pas trop / waerdoe
473 (z11b) En pas op! (inf. 02859) vertaling: Kiek uut!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02859) vertaling: 't Was mâr net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03009) vertaling: 't Was mar net genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02859) vertaling: 't Was mâr net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02859) vertaling: 't Kon der bie deur
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02859) vertaling: 't Kon der bie deur
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03009) vertaling: Marjo hef noe meer koéne dan ze vrogger hat
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02859) vertaling: Marjo hef noe meer koène as vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02859) vertaling: As Susanne ekund had, was ze ekomm
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03009) vertaling: As Suzanne had kun'n komm'm, dan hat ze dat e'daon
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03009) vertaling: Zie is de beste dokter die ik kenne
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02859) vertaling: Zie is de beste dokter die k kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03009) vertaling: Veurdaj iets weggooit muj eff'm bell'n
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02859) vertaling: Iej muttn effm belln veurdâj wat weg gooit
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02859) vertaling: Hier is alles wak ekreegn hebbe
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03009) vertaling: Hier is alles wak e'kréég'n hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03009) vertaling: Jan is te gierig um iets an zien kindern te gêêf'm
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02859) vertaling: Jan is te giereg um iets an zien kiender te geevm
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03009) vertaling: Asof ie iets van voetball'n weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02859) vertaling: Net oj verstand van voetballn heb!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02859) vertaling: Lek dât boek neer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03009) vertaling: Dat boek leg neer!
opm.: Leg dat boek neer?
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03009) vertaling: Aj ech niet kunt wach'n dan kom mar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02859) vertaling: Aj ech niet kunt wachn dan kom iej mâr
opm.: geen imperatiefzin twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03009) vertaling: Ik weete dat Jan de dokter had kun'n roep'm
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02859) vertaling: Ik wete dât Jan de dokter had kunn roèpm
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03009) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter kon e'roep'm hebb'm
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02859) vertaling: Ik wete dât Jan de dokter eroèpm kon hemm
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03009) vertaling: Hie zêê dak 't hat mutt'n doén
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02859) vertaling: Hie zèè dâk 't had muttn doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03009) vertaling: Hie zêê dak 't mus e'daon hebb'm
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02859) vertaling: Hie zèè dâk 't edaon mosse hemm
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03009) vertaling: Hie is veurige wêêke deur dokter Mertens opereert
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02859) vertaling: Hie is veurege wèèke deur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03009) vertaling: Hie word mârg'n deur dokter Mertens opereert.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02859) vertaling: Hie wordt maen deur dokter Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03009) vertaling: Ik denke daj veule weg zoln mutt'n gooi'n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02859) vertaling: Ik denke dâj te veule (völle) weg zolln muttn gooin
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03009) vertaling: Ik denke daj veule weg zoln mutt'n gooi'n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02859) vertaling: Ik denke dâj te veule (völle) weg zolln muttn gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02859) vertaling: 't Is dom um zokke dure dingn weg te gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03009) vertaling: 't Is dom um zukke dure ding'n weg te gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02859) vertaling: 't Is dom um zokke dure dingn weg te gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03009) vertaling: 't Is dom um zukke dure ding'n weg te gooi'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02859) vertaling: Hie gooit al kepotte dinge weg
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03009) vertaling: Hie is alle kapotte spull'n an't weggooi'n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02859) vertaling: Hie gooit al kepotte dinge weg
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03009) vertaling: Hie is alle kapotte spull'n an't weggooi'n
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03009) vertaling: Ik viene daj vaker zoln mutt'n krante lêêz'n
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02859) vertaling: Ik vinne dâj vaeker de krante zolln muttn lèèzn
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld en in vertaling ook lidwoord
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03009) vertaling: Ik viene daj vaker zoln mutt'n krante lêêz'n
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02859) vertaling: Ik vinne dâj vaeker de krante zolln muttn lèèzn
positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld en in vertaling ook lidwoord
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02859) vertaling: 't Is dom um in 't donker krante te lèèzn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03009) vertaling: 't Is dom um in 't donker te krante lêêz'n
positie: 2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02859) vertaling: 't Is dom um in 't donker krante te lèèzn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03009) vertaling: 't Is dom um in 't donker te krante lêêz'n
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03009) vertaling: Hie s de hele dag an 't krante lêêz'n.
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02859) vertaling: Hie is de hele dag an't krante lèèzn
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03009) vertaling: Hie s de hele dag an 't krante lêêz'n.
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02859) vertaling: Hie is de hele dag an't krante lèèzn
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02859) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03009) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03009) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02859) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03009) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02859) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02859) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03009) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03009) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02859) vertaling: Iej bint mien ok een raarn
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02859) vertaling: Iej bint mien ok een raarn
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02859) vertaling: Robert hef iene gruune appel wegegeevm, en noe hef e nog twee roojn
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03009) vertaling: Robert hef eene grûne appel weg 'ergeef'm en noe hef 'e nog twee rooje
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03009) vertaling: d'r wâârn veule mens'n op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02859) vertaling: Der was een hoop volk op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02859) vertaling: Was der veule volk op 't fees?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03009) vertaling: Wâârn d'r veule mens'n op 't fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02859) vertaling: Welke boekn hej eköch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03009) vertaling: Wat hej veur boek'n e'koch (e'kof)
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02859) vertaling: Welke boekn hej eköch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02859) vertaling: Wat hej veur boekn eköch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03009) vertaling: Wat veur boek'n hej e'koch (e'kof)
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02859) vertaling: Wat hej veur boekn eköch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03009) vertaling: Wat veur boek'n hej e'koch (e'kof)
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03009) vertaling: Wat hej veur boek'n e'koch (e'kof)
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03009) vertaling: Hie woont bie Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02859) vertaling: Hie wont bie Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02859) vertaling: Hie wont bie Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03009) vertaling: Hie woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03009) vertaling: Loop eff'm naor de bakker, Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02859) vertaling: Wim, loop effm naor de bâkker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03009) vertaling: Wiehej e'zien
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02859) vertaling: Wie hej ezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02859) vertaling: Wie hef oe ezeen
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03009) vertaling: Wie hef oe e'zien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03009) vertaling: Hak dat e'wéét'n dan hak 't niet e'daon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02859) vertaling: Ak dât eweetn harre, dan hak 't niet edaon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03009) vertaling: 't Zol bèèter wèèn um nog eff'm te wach'n
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02859) vertaling: t Zol bèèter wèèn um nog effn te wachn
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02859) vertaling: Gelukkeg had Jan de dokter opebeld en die was der al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03009) vertaling: Gelukkig hat Jan de dokter e'belt en die was ter al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03009) vertaling: Loop noe toch deur vervéélende vente
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02859) vertaling: Loop noe toch deur , vervelende vente!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 3
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 3
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03009) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02859) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03009) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: 'komt voor met/zonder 'te'' is niet ingevuld
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02859) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03009) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02859) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03009) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02859) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03009) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02859) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03009) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02859) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03009) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02859) komt voor: n

interview mondelinge enqute

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Heerde

data telefonische enqute

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enqute in Heerde