SAND-data Nunspeet (F111p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02897) vertaling: Jan erinnert hum dat verhaol wel
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02897) vertaling: Merie en Piet zien mekaor in de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02897) vertaling: Toon wast hem
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02897) vertaling: De timmerman hev geen spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02897) vertaling: Fons zag een slang noast hum
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02897) vertaling: Erik liet mien veur hum ark'n
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02897) vertaling: Johanna liet er meedriev'n op de golv'n
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02897) vertaling: toon bekeek hemzelf us in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02897) vertaling: Jan hev in twee minuten un biertje edrunk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02897) vertaling: Disse schoonen leup'n makk'lik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02897) vertaling: Eduard kent hemzelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02897) vertaling: Ward hev eheurd dattur fotoos van hum in de eteloazje stoan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02897) vertaling: dee eerpels schell'n neet makk'lijk
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02897) vertaling: Dokter, leevik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02897) vertaling: Al joaren leeft-e van de arfenisse van zien voa
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02897) vertaling: Disse weeke leeftze op woater en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02897) vertaling: Leeft-e nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02897) vertaling: hoelange leev'n juulie noe al van dee arfenisse?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02897) vertaling: In bretagne lev'n ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02897) vertaling: Noa 't etn goa'k sloap'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02897) vertaling: Zol 'k dat wel kunn'n doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02897) vertaling: Hie liet z'n huus afbrek'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02897) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut kunn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02897) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut kunn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02897) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut kunn'n wark'n
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02897) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02897) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02897) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02897) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02897) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02897) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02897) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02897) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02897) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02897) gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02897) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02897) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02897) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02897) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02897) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02897) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02897) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02897) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02897) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02897) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02897) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02897) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02897) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02897) vertaling: jan hev geen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02897) vertaling: jan hev geen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02897) vertaling: Jan hev geen boek'n
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02897) vertaling: Jan hev niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02897) vertaling: Er mag geen ene over dit prebleem proat'n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02897) vertaling: Er mag geen ene over dit prebleem proat'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02897) vertaling: Geen ene zeg datte kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02897) vertaling: Zitt'n hier nargens muz'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02897) vertaling: Ik geve niks an een aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02897) vertaling: Geen ene wil d'r wark'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02897) vertaling: We wosse niet datte tuus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02897) vertaling: Ik wos 't ook neet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02897) vertaling: Hij mag met geen ene over dit prebleem proat'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02897) vertaling: Jan wit dattu veur drie uure de wag'n mut hebb'n gemaakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02897) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02897) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02897) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02897) gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02897) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02897) vertaling: Meries oto is stuk
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02897) vertaling: Merie zien oto is stuk
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02897) vertaling: Piet zien oto is stuk
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02897) vertaling: Piet zien oto is stuk
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02897) vertaling: De oto van die man is stuk
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02897) vertaling: De oto van die man is stuk
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02897) vertaling: Dee oto is niet van mien mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02897) vertaling: De krante van gistr'n lig onder de teevee
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02897) vertaling: Jan is 't bruurtj'n van K. en K.
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02897) vertaling: Dee jong'ns d'r fiets'n bin esteul'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02897) vertaling: De moeder van die zus'n ister
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02897) vertaling: Dee oto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02897) vertaling: dee fietse is van mein
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02897) vertaling: Hij mag mit geen ene over dit prebleem proat'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02897) vertaling: Ik wil geen ene kwets'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02897) vertaling: tis jammer dat wie niet magg'n komm'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02897) vertaling: Dat goak neet doon
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02897) vertaling: 'kheb niet ewarkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02897) vertaling: Hij had ut net verteld en toen ging Merie blèr'n
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02897) vertaling: Goa die bestellink noe mar ophoal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02897) vertaling: Hij warkt neet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02897) vertaling: Ik verbiede je om hier te komm'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02897) vertaling: Jan hield ut teg'n dawe Merie beld'n
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02897) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02897) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02897) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02897) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02897) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02897) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02897) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02897) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02897) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02897) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02897) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02897) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: dat we (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02897) fragment: 2: te (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02897) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02897) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02897) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02897) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02897) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02897) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02897) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02897) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02897) fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02897) fragment: dat (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02897) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02897) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02897) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02897) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02897) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02897) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02897) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02897) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02897) fragment: of dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02897) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02897) vertaling: Ik weet dat jullie op geen ene boos binn'n
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02897) vertaling: Ik weet dat ze nargens groos op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02897) vertaling: Els denkt dattut niet makklik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02897) vertaling: Ik weete dak te loate bin en jie neet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02897) vertaling: Je weet'n toch daj mutt'n wark'n en ik neet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02897) vertaling: Iedereen denk dawe noar huus goan en dat zij nog bliev'n magg'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02897) vertaling: tis jammer dat hij kump en dat zij weggeet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02897) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02897) vertaling: Ik denk dat P. en L. goan trouw'n
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02897) vertaling: Hij dut ut
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02897) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02897) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02897) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02897) vertaling: Hij duttut net
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02897) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02897) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02897) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02897) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02897) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02897) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02897) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02897) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02897) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02897) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02897) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02897) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02897) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02897) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02897) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02897) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02897) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02897) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02897) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02897) fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02897) fragment: waarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02897) fragment: waardat (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02897) fragment: waardat (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02897) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02897) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02897) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02897) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02897) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02897) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02897) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02897) fragment: waarop (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02897) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02897) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02897) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02897) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02897) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02897) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02897) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02897) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02897) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02897) vertaling: Wee denk ik dattik in de stad ontmoet hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02897) vertaling: hoe denk'n juulie dat zut hebb'n opgelöst
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02897) vertaling: Hoe denkie datzut hebb'n opgelöst
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02897) vertaling: M. wit neet wie dat we will'n bell'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02897) vertaling: Wit er ene wie dat we ereup'n hebb'n
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02897) vertaling: Wie heb'k in de stad ontmoet denkie?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02897) vertaling: Hij hev zich de hand'n ewöss'n
opm.: reflexief: zich
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02897) vertaling: Hij hev zien hemde ewöss'n
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02897) vertaling: Hij hev een hoed op zien heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02897) vertaling: Hij hev een vlek op zien hemde
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02897) vertaling: Hij hev z'n been ebreuk'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02897) vertaling: Hij hev zich piene edaon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02897) vertaling: M. trök de dek'n noar zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02897) vertaling: L. wit dattur fotoos van hem tekoop binn'n
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02897) vertaling: Je herinnere je toch wel dat wie toen deur dat bos hinne eleupe binn'n
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02897) vertaling: Ik herinnere mien dat de oto van M. stuk was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02897) vertaling: Ze herinnert zich dattie as 'n vark'n zat te et'n
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02897) vertaling: We herinner'n ons wel dat al Jan zien boek'n esteul'n war'n, mar zie herinner'n zich niks meer
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02897) vertaling: Herinner'n juulie genog dat wie Jan op de markt ezien hebb'n
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02897) vertaling: Hij hev zich 'n ongeluk ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02897) vertaling: Hij veuld'n zich deur 't ies zakk'n
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02897) vertaling: Zol e dat hebb'n kunnen doen?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02897) fragment: ekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02897) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02897) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02897) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02897) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02897) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02897) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02897) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02897) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02897) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02897) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02897) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02897) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02897) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02897) vertaling: We mutt'n noar de schuur en voer'n de koei'n
opm.: twijfelgeval inf. of imp.
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02897) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02897) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02897) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02897) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02897) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02897) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02897) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02897) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02897) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02897) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02897) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02897) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02897) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02897) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02897) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02897) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02897) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02897) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02897) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02897) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02897) vertaling: In die tied leefd'nik drop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02897) vertaling: Vrogger leefd'nie as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02897) vertaling: Doar leefd'n we as god in frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02897) vertaling: Geen ene mag hut zien dus ik viene datie et ook neet magg'n zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02897) vertaling: 't gebeurde toen ie voortging'n
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02897) vertaling: Ik weete woar ie gebor'n binn'n
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02897) vertaling: Noe je kloar binn'n maj goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02897) vertaling: Deurdat M. esturven was, hev d'r man A neet meer kunn'n help'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02897) vertaling: Ik weete dattu is goan zwemm'n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02897) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02897) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02897) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02897) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02897) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02897) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02897) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02897) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02897) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02897) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02897) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02897) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02897) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02897) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02897) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02897) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02897) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02897) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02897) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02897) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02897) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02897) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02897) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02897) fragment: dattu (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02897) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02897) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02897) fragment: dattu (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02897) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02897) fragment: mit wee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02897) fragment: mit wee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02897) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02897) fragment: waarmee (1)

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nunspeet

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nunspeet