SAND-data Heino (F107p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08590) vertaling: Jan herinnert zich det vehaal wè / wä
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08590) vertaling: Marie en Piet ziet mekaere veur de kärke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08590) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08590) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bie hum
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08590) vertaling: Fons zag een slange noast hum
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08590) vertaling: Erik leut mie veur hum wärken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08590) vertaling: Johanna leut zich metdriemm op de golmm
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08590) vertaling: Toon bekeek humzelf es goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08590) vertaling: Jan hef in twee menuutn een biertie op'edrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08590) vertaling: Disse schóenn loopt makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08590) vertaling: Eduard kent humzelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08590) vertaling: Ward hef 'eheurd dat er foto's van humzelf in de etalage stoat
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08590) vertaling: Die eerappel schelt niet makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08590) vertaling: Det glas brekt as 't op de grond vält
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08590) vertaling: Dokter, lèèv ik wè gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08590) vertaling: Hee lèèft a joarn van de ärfenisse van zien vae
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08590) vertaling: Zie lèèft disse wekke op waeter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08590) vertaling: Lèèft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08590) vertaling: Hoelange lèèft ule noe a van die ärfenisse
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08590) vertaling: In Bretagne lèèft ze venämeluk van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08590) vertaling: Noa 't ettn goa'k sloapm
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08590) vertaling: Zo'k dèt wè könn doen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08590) vertaling: Hee leut zien hûus ofbrekkn
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08590) vertaling: Ik wee tet Jan häd mut könn wärkng
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08590) vertaling: Ik wee tet Jan häd mut könn wärkng
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08590) vertaling: Ik wee tet Jan häd mut könn wärkng
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08590) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08590) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08590) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08590) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08590) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08590) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08590) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08590) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08590) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08590) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08590) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08590) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08590) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08590) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08590) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08590) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08590) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08590) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08590) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08590) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08590) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08590) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08590) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08590) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08590) vertaling: Jan hef gien íen boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08590) opm.: streep door vraag
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08590) opm.: streep door vraag
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08590) opm.: streep door vraag
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08590) opm.: streep door vraag
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08590) vertaling: Zit hier naes gien moezen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08590) opm.: streep door vraag
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08590) opm.: streep door vraag
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08590) vertaling: Jan weet dète veul drie uur de waeng emák mut hemm
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 1
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08590) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08590) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08590) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08590) vertaling: Maries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08590) vertaling: Marie heur auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08590) vertaling: Piets auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08590) vertaling: Piet zien auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08590) opm.: streep door vraag
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08590) opm.: streep door vraag
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08590) vertaling: Die auto is niet van mie, mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08590) opm.: streep door vraag
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08590) vertaling: Jan is het breurtie van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08590) vertaling: Die jongs hun fietsen bint estölln
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08590) opm.: streep door vraag
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08590) opm.: streep door vraag
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08590) opm.: streep door vraag
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08590) opm.: streep door vraag
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08590) opm.: streep door vraag
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08590) opm.: streep door vraag
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08590) opm.: streep door vraag
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08590) opm.: streep door vraag
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08590) opm.: streep door vraag
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08590) opm.: streep door vraag
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08590) opm.: streep door vraag
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08590) opm.: streep door vraag
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08590) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08590) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08590) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08590) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08590) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08590) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08590) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08590) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08590) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08590) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08590) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08590) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08590) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08590) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08590) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08590) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08590) fragment: 2: te (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08590) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08590) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08590) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08590) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08590) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08590) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08590) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08590) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08590) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08590) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08590) vertaling: Ik wee tet ule op gien íene hellig bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08590) vertaling: Ik wee tet zie naes greuts op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08590) vertaling: Els denkt dèt 't niet makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08590) vertaling: Ik wete det ik te laete bin en ieje niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08590) vertaling: Ie weet toch det ie mut wärkn en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08590) vertaling: Iederiene denkt det wie noa huus hen goat en det zie nog bliemm maagt
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08590) vertaling: 't Is jammer det hee kump en det zie votgiet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08590) vertaling: Ik denk det Lisa zíek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08590) vertaling: Ik denke det Peter en Liesje goat trouwn
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08590) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08590) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08590) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08590) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08590) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08590) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08590) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08590) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08590) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08590) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08590) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08590) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 08590) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08590) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08590) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08590) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08590) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08590) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08590) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08590) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: waarvan als (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: waarvan als (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08590) fragment: waarvan als (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08590) fragment: waar als (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08590) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08590) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08590) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08590) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08590) fragment: waar als (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08590) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08590) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08590) fragment: waar als (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08590) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08590) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08590) fragment: wie als (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08590) fragment: wie als (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08590) vertaling: Wie denk ie dè'k in de stad teeng 'ekomm binne
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08590) vertaling: Hoe denk ule det ze het op-'elost hebt
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08590) vertaling: Hoe denk ie hoe ze det op-'elöst hebt
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08590) vertaling: Magda weet niet, wie of wule bellenn wult
opm.: 'wie of'
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08590) vertaling: Weet er iene wie of wule 'eróepenn hebt
opm.: 'wie of'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08590) vertaling: Wie denk ie dè'k in de stad teeng ekomen binne
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08590) vertaling: Wie denk ie dè'k in de stad teeng ekomen binne
opm.: 'zie f'
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08590) vertaling: Hee hef zien haan 'ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08590) vertaling: Hee hef zien hemp 'ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08590) vertaling: Hee hef een hóed op (de kop)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08590) vertaling: Hee hef een vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08590) vertaling: Hee hef zien bíen 'ebrökkn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08590) vertaling: Hee hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08590) vertaling: Merie trök de dekken op zich an
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08590) vertaling: Luc weet det der foto's van humzelf te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08590) vertaling: Ie weet toch nog wè dè'w deur dat bos hen 'elopen bint
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08590) vertaling: Ik weet nog wè det de auto van Merie kepot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08590) vertaling: Zie weet nog dat hee as een värkn zat te etten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08590) vertaling: Wiele weet nog wè dat Jan zien boeken allemoal estölln waarn maar zie weet 't niet meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08590) vertaling: Weet jule nog de'w Jan op de märkt eziene hebt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08590) vertaling: Hee hef zich een ongeluk 'ewärkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08590) vertaling: Hee vuuln det e deur 't ies zakken
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08590) vertaling: Zol e det 'edoan könn hemm
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08590) fragment: 'ekönd (1)
opm. inf.: (x) Eddy mut vrog op könn stoan : 5
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08590) fragment: 'ekönd (1)
opm. inf.: (x) Eddy mut vrog op könn stoan : 5
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08590) fragment: 'edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08590) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08590) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08590) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08590) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08590) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08590) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08590) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08590) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08590) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08590) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08590) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08590) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08590) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08590) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08590) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08590) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08590) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08590) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08590) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08590) vertaling: Kese maekn wee'k niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08590) vertaling: Kese maekn wee'k niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08590) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08590) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08590) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08590) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08590) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08590) vertaling: Ik weet det Jan noa de märk ewes hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08590) vertaling: Ik weet det Jan noa de märk ewes hef
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08590) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08590) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08590) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08590) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08590) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08590) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08590) vertaling: In die tied lèèm ik d'r oplös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08590) vertaling: Vrogger lèèmde as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08590) vertaling: Doar lèèm wie as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08590) vertaling: Gien iene mag 't zien dus ik vinne det ie 't ok niet zien maagt
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08590) vertaling: 't Gebeurn toe'j vot gungn
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 'toen' + 2.ev. pronomina
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08590) vertaling: Ik wete woar as ie geboorn bint
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08590) vertaling: Noe'j kloar bint, maa'j goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08590) vertaling: Umdat Marie 'estörm was, hef hae man Anna niet meer könn helpn
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08590) vertaling: Ik wete dat hee is goan zwemm
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08590) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08590) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08590) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08590) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08590) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08590) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08590) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08590) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08590) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08590) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08590) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08590) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08590) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08590) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08590) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08590) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08590) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08590) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08590) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08590) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08590) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08590) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08590) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08590) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08590) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08590) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08590) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08590) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08590) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08590) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08590) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08590) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08590) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08590) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08590) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08590) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08590) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08590) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08590) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08590) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08590) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08590) betekenis: geen negative concord
opm.: geen vertaling
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08590) betekenis: geen negative concord
opm.: geen vertaling
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08590) betekenis: negatie > modaal
opm.: geen vertaling
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08590) vertaling: näns of naens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08590) vertaling: gien iene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08590) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08590) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08590) vertaling: gien iene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08590) vertaling: Zeg em niet de'k noar buutn 'ewes binne
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08590) vertaling: niet vetelln dè'j een kedo veur em ekoch hebt heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08590) vertaling: Wee'j niet dèt e 'evalln is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08590) vertaling: Wendy probeern um gien iene piene te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08590) vertaling: 't Liekt er noa det ze niks mag etten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08590) vertaling: Zie schient niks te meugen ettn
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08590) vertaling: Zie prebeert a de hele dag um mekaere te belln
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08590) vertaling: Het belòòft wear een mooie dag te wöddn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08590) vertaling: 't Is misschien better um nog èèm te wachn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08590) vertaling: Wie han 't geluk dè'w hum drek terugge vunn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08590) vertaling: As de kippn een valke ziet bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08590) vertaling: A'w de earappel niet könt vekopn, zitte wie in de problemm
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08590) vertaling: A'j hum niet met nemt, wö'k kwaad
opm.: twijfelgeval
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08590) vertaling: Hee wus't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08590) vertaling: Op dit fees wödt völle 'edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08590) vertaling: Noe wödt er allenig nog mää brood vekoch in de winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08590) vertaling: As e met de fietse kump, zal e wè laete wèèn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08590) vertaling: A'j tied hebt, kom dan es een moal langs
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08590) vertaling: A'k rieke binne, koop ik een dure auto
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08590) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08590) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08590) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08590) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08590) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08590) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08590) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08590) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08590) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08590) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08590) vertaling: Marie hef ezeg dèt ie prebeert hebt een liedtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08590) vertaling: Marie hef 'ezeg dè'j probeert hebt een líedtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08590) vertaling: Marie hef 'ezeg dè'j probeert hebt een líedtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08590) vertaling: Marie hef ezeg dèt ie prebeert hebt een liedtie te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08590) vertaling: Marie hef ezeg, dè'j 'probeerd hebt um haer een bóek te geem
opm.: 'dat "um" mag niet ontbreken
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08590) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08590) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08590) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08590) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08590) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08590) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 2
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08590) vertaling: Die luu uut de stad die hebt hier völle huuzn 'ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08590) vertaling: An die nieje voart, doar zie'j gien mèènse mëä
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08590) vertaling: Gistern hef Jan hier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08590) vertaling: de dag det Jan belln, toe waa'k niet thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08590) vertaling: Jef dèn zo'k nooit vezuukn of neugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08590) vertaling: Marie die zol zo iets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08590) vertaling: Bert die drinkt wel es een glas te völle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08590) vertaling: Martha zo'k wel es bie mie thuus willn uutneugen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08590) vertaling: Det huus det zo'k nooit willn koopn
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08590) vertaling: Det huus det stiet doar a vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08590) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08590) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08590) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08590) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08590) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08590) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08590) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08590) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08590) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08590) vertaling: Hef Gunther 'ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 08590) vertaling: Waerd oe
473 (z11b) En pas op! (inf. 08590) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 08590) vertaling: Pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 08590) vertaling: Waerd oe
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08590) vertaling: t Was mee net góed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08590) vertaling: Marjo hef noe mea bieste as dat ze vrogger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08590) vertaling: As Susanne had könn komm, had ze dèt edoane
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08590) vertaling: Zie is de beste dokter die'k kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08590) vertaling: Veur dè'j wat weg / vot gooit, mu'j èèm belln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08590) vertaling: Hier is alles wa'k 'ekreengn hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08590) vertaling: Jan is te knieperig um wat an zien wichten te geem
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08590) vertaling: As of hee wat van voeballn of weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08590) opm.: streep door vraag
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08590) vertaling: A'j ech nie könt wachen, dan kom mae
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging na 'als' 2.ev.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08590) vertaling: Ik weet det Jan de dokter had könn roepm
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08590) opm.: streep door vraag
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08590) vertaling: Hee zèè det ik 't had muttn dóen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08590) opm.: streep door vraag
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08590) vertaling: Hee is vegangn wekke deur dr Mertens 'opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08590) vertaling: Hee wodt maen / män deur dr. M. 'opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08590) vertaling: Ik denke dè'j völle vot / weg zol mutten gooin
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08590) vertaling: Ik denke dè'j völle vot / weg zol mutten gooin
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08590) vertaling: Het is dom um zokke dure dingn weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08590) vertaling: Het is dom um zokke dure dingn weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08590) vertaling: Hee is alle kepotte spulln an 't vot / weg gooin
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08590) vertaling: Hee is alle kepotte spulln an 't vot / weg gooin
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08590) vertaling: Ik vinne dè'j vaeker de krant zol muttn lèèzn
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08590) vertaling: Ik vinne dè'j vaeker de krant zol muttn lèèzn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08590) vertaling: Het is dom um in 't duuster de krante te lèèzn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08590) vertaling: Het is dom um in 't duuster de krante te lèèzn
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08590) vertaling: Hee is de hele dag an 't krante lèèzn
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08590) vertaling: Hee is de hele dag an 't krante lèèzn
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08590) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08590) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08590) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08590) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08590) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08590) vertaling: Robert hef iene grune appel vot / weg'egeem en noe hef e nog twee rooin
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08590) vertaling: d'r was völle volk
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08590) vertaling: D'r waarn völle mèènsenn op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08590) vertaling: D'r waarn völle mèènsenn op 't fees
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08590) vertaling: d'r was völle volk
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08590) vertaling: Was t'er völle volk op t fees
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08590) vertaling: Wat van bóekn he'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08590) vertaling: Wat van bóekn he'j ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08590) vertaling: -
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08590) vertaling: -
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08590) vertaling: Hee woont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08590) vertaling: Hee woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08590) vertaling: Loop èèm noa de bäkker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08590) vertaling: Wie he'j 'ezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08590) vertaling: Wie hef oe 'ezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08590) vertaling: A'k dèt 'eweetn hadde, dan ha'k 't niet edoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08590) vertaling: 't Zol better wèèn um nog èèm te wachen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08590) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter 'ebeld en die was t'er a heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08590) vertaling: Loop noe toch deur, veveelnde jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08590) komt voor: j
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08590) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08590) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08590) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08590) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08590) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08590) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08590) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Heino

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Heino