SAND-data Hattem (F103p)

schriftelijke enqute | mondelinge enqute | telefonische enqute

data schriftelijke enqute

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03399) vertaling: Jan kan um dat verhääl wè erinne(r)'n
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03399) vertaling: Merie en Piet ziet menääre veu(r) de kärke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03399) vertaling: tone wast um
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03399) vertaling: De timmerman ef gien spiekers bi'j um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03399) vertaling: Fons zag een slänge noast um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03399) vertaling: Ik mosse veur Erik wärk'n
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03399) vertaling: Joanna leut "aä(r) meeriêm op de golv'm
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03399) vertaling: Tone bekeek umzelf is goed in de spiîegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03399) vertaling: Jan ef een bie(r)tien edrunk'n in twiê menuut'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03399) vertaling: Disse skôên'n loop mäklijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03399) vertaling: Edua(r)d kent umzelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03399) vertaling: Wärd ef eu(r)d dät zien foto's in d'etalage stoat
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03399) vertaling: Die ee(r)pes skelt niet maklijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03399) vertaling: Dit glas brèk as ut op grond völt
000 (x01opm) (inf. 03399) opm. inf.: In de meeste gevallen wordt de 'r' niet uitegesproken ivandaar de 'r' tusen haakjes. Behalve als er een klinker op volgt b.v.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03399) vertaling: Dokter, lèèf ik wè gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03399) vertaling: Ij lèèf à joo(r)n van zien v"'s "a(r)fenisse
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03399) vertaling: Disse wèèke lèèf z'op wäter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03399) vertaling: Lèèft ut nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03399) vertaling: Oelange lèèf ulde noe à van die "arfenisse?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03399) vertaling: Zie lèèf in Bretagne veurà van de vis
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03399) vertaling: Noa 't èèt'n goa'k sloap'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03399) vertaling: Zo'k dät wè könn?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03399) vertaling: Ij leut zien uus ofbrèeke'n
000 (x02opm) (inf. 03399) opm. inf.: binn twîe menuut'n ef Jan een pilsien edrunk'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03399) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03399) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03399) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03399) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03399) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03399) gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03399) gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03399) gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03399) gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03399) gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03399) gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03399) gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03399) gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03399) gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03399) gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03399) gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03399) gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03399) gebr.: 4
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03399) vertaling: Jan ef gienïen bôek mee(r)
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03399) vertaling: Jan hef gien bôek mee(r)
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03399) vertaling: Jan ef ginîens bôek'n
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03399) vertaling: Jan ef nie veule geld mee(r)
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03399) vertaling: Gien mènse mag oaver dit probleem proat'n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03399) vertaling: Gien mènse mag oaver dit probleem proat'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03399) vertaling: Gienîene zeg dät e kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03399) vertaling: Bitn ier ok "ans môez'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03399) vertaling: Ik geve niks an een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03399) vertaling: Gienîene wi wärk'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03399) vertaling: Wuloe woss'n egee niet dät in uus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03399) vertaling: Ik wosse 't ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03399) vertaling: Ij mag met gien mènse praat'n oaver dit probleem
000 (x05opm) (inf. 03399) opm. inf.: niemand = gien mènse of gienîene
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03399) vertaling: Jan weet dät e veu(r) driê uu(r) de wäägn emäkt mut em'm
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03399) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03399) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03399) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03399) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03399) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03399) vertaling: Marie "aär auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03399) vertaling: Marie "aär auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03399) vertaling: Piet zien auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03399) vertaling: d'Auto van Piet is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03399) vertaling: d'auto van die man is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03399) vertaling: d'Auto van die man is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03399) vertaling: Die auto is niet de miende, mâ de ziende
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03399) vertaling: De krante van gister lig onder e TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03399) vertaling: Jan is ut breu(r)tien van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03399) vertaling: Zie do die Jonges "aä(r) fiets'n egap
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03399) vertaling: ZIe eb de mo van de zuss'n op bezuuk
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03399) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03399) vertaling: Dä is ien fietse
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03399) vertaling: Ij mag met gien mènse oaverd it probleem proat'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03399) vertaling: Ik iw d'r gien mènse "a(r)d um anvall'n
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03399) vertaling: 't Is zunde d'aw niet maag koom'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03399) vertaling: dät dôe'k niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03399) vertaling: Ik eb egee niet ewärk
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03399) vertaling: ij ad ut nog mâ net verteld of Merie begunt te lipp'm
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03399) vertaling: A"skt die bestelling noe mär op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03399) vertaling: IJ wärk egeeniet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03399) vertaling: k W'aa(r)skouw oe a'j ier nog een kee(r) dörf te koom'n
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03399) vertaling: Jan wò niet em'm d"'w Merie opbell'n
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03399) fragment: knt (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03399) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03399) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03399) fragment: knt (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03399) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03399) fragment: um (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03399) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03399) fragment: a'j (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03399) fragment: a'j (1)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03399) fragment: dan (2)
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03399) komt voor: n
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03399) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03399) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03399) fragment: asse (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03399) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03399) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03399) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03399) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03399) fragment: asse (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03399) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03399) fragment: dt (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03399) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03399) vertaling: Ik weete wè dät uloe op gienîene kwoad bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03399) vertaling: Ik weete dässe emoa niet groots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03399) vertaling: Els vindt dät 't niet zo mäklijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03399) vertaling: Ik weete da'k te läate bin en ieje niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03399) vertaling: Je weet'n toch da'j wärk'n mut en ikke niet ôef
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03399) vertaling: Iederîene denk da'w nuur goat en dät zie maang blîev'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03399) vertaling: 't Is toch zunde dat ij kump en zie weggiêt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03399) vertaling: Ik geleuve dat Lisa zîek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03399) vertaling: Ik geleuve dät Pieter en Liesje goat trouw'm
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03399) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03399) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03399) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03399) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03399) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03399) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03399) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03399) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03399) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03399) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03399) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03399) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03399) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03399) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03399) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03399) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03399) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03399) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03399) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03399) komt voor: n
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03399) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03399) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03399) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03399) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03399) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03399) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03399) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03399) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03399) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03399) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03399) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03399) fragment: ij die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03399) fragment: ij die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03399) vertaling: Wat dachie wie o'k in de stad teeng'ekoom'm bin?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03399) vertaling: Oe denk ulde dat ze 't uut de vôet'n emät et?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03399) vertaling: Oe denk ie dät ze 't uut de voët'n em'ak et?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03399) vertaling: Magda ef d'r gien flauw benul van wie'w op wilt bell'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03399) vertaling: Weet t'r îene wie"w erôep'm et?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03399) vertaling: Wat dach ie wie'k in de stad teeng'ekoom'm bin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03399) vertaling: Wat dach ie wie'k in de stad teengekoom'm bin?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03399) vertaling: Ij ef zien ann ewass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03399) vertaling: Ij ef izen emp ewass'n
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03399) vertaling: IJ ef een ôed op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03399) vertaling: IJ ef een vlekke op zien emp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03399) vertaling: IJ ef zien bîen ebröôk'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03399) vertaling: Zie ef "aä(r) pien edoan
opm.: reflexief: haar
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03399) vertaling: Zie ef "aä(r) pien edoan
opm.: reflexief: haar
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03399) vertaling: Zie ef "aa(r) zeer gedaan
opm.: reflexief: haar
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03399) vertaling: Zie ef "aa(r) zeer gedaan
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03399) vertaling: Merie trok de dèèk'n noar "aä(r) toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03399) vertaling: Luc weet wè dat 'r foto's van umzelf to koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03399) vertaling: Je weet'n toch nog wè, däw toen deu(r) dät bos eloop'm bint?
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03399) vertaling: Ik weete nog wè dät Merie "aär auto kepot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03399) vertaling: Zie weet nog wè dat e vrat as 'n värk'n
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03399) vertaling: Wie weet'n nog wè dat alle bôek'n van Jan estööln waa'n mär ij weet e'r niks vmee(r) van
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03399) vertaling: Kö'j oe nog veu(r)stell'n d"'w Jan op de märk ezeen et?
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03399) vertaling: Ij ef um de klaplazerus ewärk
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03399) vertaling: Ij vuul'n dàt e deu(r) ties enzakk'n
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03399) vertaling: Zal e dät könn e'm edoan?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03399) vertaling: Zal e dät edoan könn emm
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03399) vertaling: Zal e dät edoan könn emm
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03399) vertaling: Zal e dät könn e'm edoan?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03399) fragment: eknt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03399) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03399) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03399) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03399) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03399) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03399) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03399) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03399) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03399) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03399) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03399) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03399) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03399) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03399) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03399) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03399) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03399) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03399) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03399) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03399) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03399) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03399) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03399) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03399) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03399) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03399) vertaling: Zokk'nde zo'k nooit dörm op 't èètn
komt voor: j
opm.: 1-x-te-2 dav?
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03399) vertaling: Zokk'nde zo'k nooit dörm op 't èètn
komt voor: j
opm.: 1-x-te-2 dav?
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03399) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03399) vertaling: Ik weete dät Jan noa de märk ewest ef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03399) vertaling: Ik weete dät Jan noa de märk ewest ef
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03399) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03399) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03399) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03399) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03399) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03399) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03399) vertaling: In die tied
opm.: dav
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03399) vertaling: vrogger
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03399) vertaling: doa(r) lèèm wie as god in Fraokriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03399) vertaling: Dät mag gien mènse ziên, dus iej ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03399) vertaling: t Vall'n veu(r) toe'j gung'n
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03399) vertaling: Ik weete wè woo'j geboo(r)n bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03399) vertaling: A'j denk dä 'j kloo(r) bint, ma'j goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03399) vertaling: Toen Merie dood was koon "aa(r) mon Anna niet meer elp'n
opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03399) vertaling: Ik weete dat e goan zwem'm is
opm.: In de eerste vertaling valt ht woordje 'hij' weg
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03399) vertaling: Ik weete dat is goan zwem'm
opm.: In de eerste vertaling valt ht woordje 'hij' weg
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03399) vertaling: Ik weete dat is goan zwem'm
opm.: In de eerste vertaling valt ht woordje 'hij' weg
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03399) vertaling: Ik weete dat e goan zwem'm is
opm.: In de eerste vertaling valt ht woordje 'hij' weg
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 3
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 3
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03399) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03399) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03399) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03399) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03399) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03399) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03399) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03399) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03399) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03399) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03399) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03399) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03399) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03399) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03399) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03399) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03399) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03399) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03399) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03399) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03399) fragment: d (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03399) fragment: d (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03399) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03399) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03399) fragment: woor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03399) komt voor: n
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03399) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03399) fragment: d'k (ik doorgestrept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03399) fragment: dt (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03399) fragment: dt (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03399) fragment: d'k (ik doorgestrept) (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03399) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03399) fragment: wa'k (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03399) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03399) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03399) vertaling: Piet denk dät Jan en Marie op gienîene ellig bint
opm.: moeiljk wanneer de zinnen in het hollands zijn gesteld
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03399) vertaling: Wim denk dä'w nooit îene een pries geef
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03399) vertaling: Wim denk dä'w nooit îene een pries geef
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03399) vertaling: 't Is ech woo(r) dät ze niet met Merie maang proat'n
opm.: twijfelgeval bereik
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03399) vertaling: naos
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03399) vertaling: gienîene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03399) vertaling: jämmergenog nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03399) vertaling: Dä is nie meuglijk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03399) vertaling: gienîene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03399) vertaling: Vertel um mä niet dä'k noa buut'n ewes bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03399) vertaling: Ie mutt'n niet zèng'n dä'j een kedoochien veur um eköch eb eu(r)
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03399) vertaling: Weet ie niet dät evall'n is?
opm.: in 4c valt de veraling van hij weg
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03399) vertaling: Wendy dut "aä(r) beste um gienm~ense zee(r) te dôen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03399) vertaling: 't lik d'r op dät ze niks mag èèt'n
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03399) vertaling: 't lik d'r op dät ze niks mag èèt'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03399) vertaling: zie probee(r)t al d'eel dag um menääre op te bell'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03399) vertaling: Wie krieg weer een mooie dag
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03399) vertaling: Mishien is 't bèter um nog èèm te wach'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03399) vertaling: Wie eb 't etröff'm dä'w um drek wee(r) vun'n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03399) vertaling: As de kipp'm 'n valke zîet, bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03399) vertaling: A'w d'eerpes niet könt verkoop'm dan zät ut 't slech uut
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03399) vertaling: As uloe um niet met neemp wo'k ellig op ze
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03399) vertaling: Ij wus t'r van
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03399) vertaling: Op dit fees wo(r)dt 'r veul edaans
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03399) vertaling: Zie verkoop noe alleend nog mä brood in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03399) vertaling: IJ za wè lääte wèè'n asse met de fietse kump
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03399) vertaling: Koomp mä'k een kee(r) lanks a'j tied et
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03399) vertaling: A'k rieke bin, koop ik een dure wääng (auto)
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03399) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03399) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03399) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03399) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03399) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03399) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03399) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03399) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03399) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03399) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03399) vertaling: Merie zèng'n dä'j prebee(r)d eb een vässien te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03399) vertaling: Merie ef ezeg dä'j prebee(r)d eb een vässien te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03399) vertaling: Merie zèng'n dä'j prebee(r)d eb een vässien te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03399) vertaling: Merie ef ezeg dä'j prebee(r)d eb een vässien te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03399) vertaling: Merie ef ezeg dä'j probee(r)d eb "aär een bôek te gee'm
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03399) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03399) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03399) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03399) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03399) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03399) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03399) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03399) vertaling: Een kladde uuz'o bint ebouwd deu(r) die luu uut de stad
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03399) vertaling: Je zîet gien mènse meer an die ni'je vee(r)t
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03399) vertaling: gister is Jan ier ewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03399) vertaling: Gister ef Jan ierewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03399) vertaling: Gister ef Jan ierewes
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03399) vertaling: gister is Jan ier ewes
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03399) vertaling: Ik waa niet in uus op de dag dat Jan opbell'n
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03399) vertaling: Ik zolle die Jef nooit neung'n
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03399) vertaling: Zoiets zo Merie nooit dôen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03399) vertaling: 'K geleuve ddàt Be(r)t wè is een gläasien te veul op ef
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03399) vertaling: Ik zö Mä(r)tha wè'is bi'j mien uut will'n neung'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03399) vertaling: Ik zò dät uus nooit will'n koop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03399) vertaling: Dät uus stîet 'r à wè viefitg joo(r)
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03399) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03399) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03399) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03399) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03399) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03399) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03399) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03399) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03399) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03399) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03399) vertaling: Ef Gunther op'ebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03399) vertaling: W'aäd oe
opm.: twijfelgeval inherent reflexief werkwoord in imperatief
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03399) vertaling: 't was mär amper genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03399) vertaling: Noe ef Marjo mee(r)kôe'n dan vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03399) vertaling: As Susanne ekönt ad was ze vaste wel ekoom'm
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03399) vertaling: Zîe is de beste dokter dîe 'k kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03399) vertaling: Ie mutt'n ee(r) s èè'm bell'n, veur däj wat wegdôet
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03399) vertaling: Iek e'j alles wa'k ekreeng ebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03399) vertaling: Jan is te gierig umme wat an zien kinder te gee'm
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03399) vertaling: Ie dôet net o'j wat van voetball'n of weete
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03399) vertaling: Lek dät bôek door is nee(r)
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03399) vertaling: A'j noe emoa niet wach'n könt, koomp dan ma
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03399) vertaling: Ik wete dat Jan de dokter ad kön'n rôep'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03399) vertaling: Ik weete d'at Jan de dokter ad kön'n rôep'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03399) vertaling: IJ zeng'n dät ik ut aa mutt'n dôen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03399) vertaling: Ij zeng'n dät ik ut edoan mosse em'm
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03399) vertaling: Ij 's vele'n wèèke operee(r)d deu(r) dokter M'e(r)tens
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03399) vertaling: Män'n zal operee(r)0d won'n deu(r) dokter Mä(r)tens
opm.: bij f vertaling valt de "hij" weg tussen zal -opree(r)d
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03399) vertaling: Ik denke dä'j veule weg zoll'n mut'n gooi'n
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03399) vertaling: Ik denke dä'j veule weg zoll'n mut'n gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03399) vertaling: Foi wat dom omme zohhe dure ding'n weg te gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03399) vertaling: Foi wat dom omme zohhe dure ding'n weg te gooi'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03399) vertaling: Ij is bezig um alle kepotte spull'n weg te gooi'n
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03399) vertaling: Ij is bezig um alle kepotte spull'n weg te gooi'n
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03399) vertaling: Ik vinne dä'j väker de krante mut'n lèèz'n
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03399) vertaling: Ik vinne dä'j väker de krante mut'n lèèz'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03399) vertaling: 't Is niet leep um in 't donker de krante lèèz'n
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03399) vertaling: 't Is niet leep um in 't donker de krante lèèz'n
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03399) vertaling: Ij's d'eel dag bezig umme de krante lèèz'n
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03399) vertaling: Ij's d'eel dag bezig umme de krante lèèz'n
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03399) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03399) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03399) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03399) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03399) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03399) vertaling: Robe(r)t ef îene gruun appel weg'egee'm en noe efe nog twîe rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03399) vertaling: D'r was 'n oop volk op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03399) vertaling: Was t'r veule vok op 't fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03399) vertaling: Wa veu9r) vôek'n e'j eköch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03399) vertaling: Wa veu9r) vôek'n e'j eköch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03399) vertaling: Wat e'j veu(r) bôek'n ekoch?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03399) vertaling: Wat e'j veu(r) bôek'n ekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03399) vertaling: IJj woont bi'j Meriejte in
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03399) vertaling: IJ woont bij Wim in
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03399) vertaling: WIm, loop ie is èè'm noa de bäkker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03399) vertaling: Wie e'j ezeen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03399) vertaling: Wie ef oe ezeen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03399) vertaling: A'k dat veuruut eweet'n aa dan aa'k ut niet edoon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03399) vertaling: 't IS dunk mie bèter a'j nog èèm wach
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03399) vertaling: Wie ad'n geluk Jan de dokter ebeld ad en disse was t'r a gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03399) vertaling: Loop noe toch deu(r) "akelige vent'n
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03399) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03399) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03399) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03399) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03399) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03399) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03399) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03399) komt voor: n

interview mondelinge enqute

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Hattem

data telefonische enqute

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enqute in Hattem