SAND-data Nieuwleusen (F097p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02931) vertaling: Jan weet dat verhoal wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02931) vertaling: Marie en Piet ziet mekaor veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02931) vertaling: Toone wast um
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02931) vertaling: De timmerman het gien soiekers bi'j um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02931) vertaling: Fons zag un slang noast um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02931) vertaling: Eril kuut mij veur um werken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02931) vertaling: Johanna luut heur meedrieven op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02931) vertaling: Toon bekeek um zelf ies goed ien de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02931) vertaling: jan hef in twie'j munuten un bier opedrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02931) vertaling: Die schoen loopt makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02931) vertaling: Eduard kent humzelf goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02931) vertaling: Ward hef eheird dat d'r foto's van um ien 't raam stoat
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02931) vertaling: Die eerpels schelt niet makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02931) vertaling: Detglas brek as ut op de grond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02931) vertaling: Dokter leef ik wel gezong genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02931) vertaling: Al joaren leeft hi'j van de erfenis van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02931) vertaling: Disse week lèèft ze op water en brood.
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02931) vertaling: Leeft ut nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02931) vertaling: Hoa lange leef ie al van de erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02931) vertaling: In Bretanje leeft ze veural van de visserij
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02931) vertaling: Noa 't ete goa'k sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02931) vertaling: Zo'k dat wel könn doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02931) vertaling: Hi'j luut zien huuss afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02931) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut werken
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02931) vertaling: Ik weete dat Jan hard mut werken
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02931) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02931) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02931) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02931) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02931) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02931) komt voor: j
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02931) komt voor: j
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02931) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02931) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02931) komt voor: j
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02931) komt voor: j
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02931) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02931) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02931) komt voor: j
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02931) komt voor: j
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02931) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02931) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02931) komt voor: j
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02931) komt voor: j
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02931) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02931) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02931) komt voor: j
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02931) komt voor: j
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02931) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02931) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02931) komt voor: j
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02931) komt voor: j
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02931) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02931) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02931) komt voor: j
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02931) komt voor: j
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02931) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02931) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02931) komt voor: j
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02931) komt voor: j
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02931) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02931) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02931) komt voor: j
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02931) komt voor: j
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02931) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02931) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02931) vertaling: Jan hef gienien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02931) vertaling: Boeken hef jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02931) vertaling: Janhe niet veule geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02931) vertaling: er mag gien meense proten oever die zörgen
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02931) vertaling: Gien mense zeeg dat e kump
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02931) vertaling: Zit hier erges muuzen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02931) vertaling: Ik geef niks an un aar
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02931) vertaling: Gieniene wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02931) vertaling: Wie wussen niet dat hi'j ien huus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02931) vertaling: Ik wus ut ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02931) vertaling: Hi'j mag mit gieniene spreken over zien zörgen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02931) vertaling: jan wet dat e veur de wagen kloar mut hemmn
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02931) komt voor: j
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02931) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02931) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02931) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02931) komt voor: j
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02931) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02931) vertaling: Marie zien auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02931) vertaling: Piet zien auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02931) vertaling: Die keerl zien auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02931) vertaling: Die aut s niet van mij maar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02931) vertaling: De kraante van gistern lig onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02931) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breurtien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02931) vertaling: Die jonges heur fietsen bint esteulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02931) vertaling: Die zusters heur moer is op visiete
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02931) vertaling: Die aut is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02931) vertaling: Die fiets is van mij
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02931) vertaling: Hij mag met gieniene proten ver die zaak
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02931) vertaling: Ik wil gien meense zwart maken
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02931) vertaling: Ut is jammer da'w niet magt komen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02931) vertaling: Det goa'k niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02931) vertaling: Ik heb niet ewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02931) vertaling: Hi'j had ut nog mar net verteld of Merie begunnen te lippen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02931) vertaling: Goet die bestelling nou mar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02931) vertaling: hij werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02931) vertaling: Ik verbied oe um hier te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02931) vertaling: Jan vurhindern da'w Marie bellen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02931) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02931) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02931) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02931) fragment: um (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02931) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02931) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02931) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02931) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02931) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02931) fragment: a'j (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02931) fragment: a'j (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02931) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02931) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02931) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02931) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02931) fragment: um (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02931) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02931) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02931) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02931) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02931) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02931) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02931) fragment: mar te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02931) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02931) fragment: asse wie aankwamen (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02931) fragment: (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02931) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02931) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02931) vertaling: Ik weete da'j op gien mense hellig bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02931) vertaling: ik weete det zi'j op niks groos is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02931) vertaling: Els deenkt dat 't niet makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02931) vertaling: ik weete dat ik te loat binnenen ieje niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02931) vertaling: Je weet toch det ie mut werken en ikke neit
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02931) vertaling: Iederiene deenkt dat wi'j noar huus goat en dat zi'j nog magt blijven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02931) vertaling: Ut is jammer dat hij kump en zi'j weggoat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02931) vertaling: Ik deenke det Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02931) vertaling: Ik deenke det pieter en Liesje goat trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02931) vertaling: hi'j döt
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02931) vertaling: hi'j slöp
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02931) vertaling: hi'j slöp
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02931) vertaling: hi'j döt
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02931) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02931) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02931) vertaling: Komen dutte neit
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02931) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02931) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02931) komt voor: j
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02931) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02931) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02931) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02931) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02931) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02931) fragment: woarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02931) fragment: waor as (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02931) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02931) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02931) fragment: as (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02931) fragment: as (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02931) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02931) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02931) fragment: die a'j (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02931) fragment: woar as (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02931) fragment: da'w aankwamen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02931) fragment: wa'k graag ... (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02931) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02931) fragment: wie veule (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02931) vertaling: wie dachie da'k in de stad tegenkwamme
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02931) vertaling: Hoe dachie da'w 't hebt oplöst
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02931) vertaling: Magda wet nie wie wi'j wilt opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02931) vertaling: Wet d'r iene da'w eroepen hebt
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02931) vertaling: wie dachie da'k ien de stad tegenkwamme
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02931) vertaling: Hij hef zien haan ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02931) vertaling: Hi'j hef zien hep ewassen
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02931) vertaling: Hij hef un vlekke op zien hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02931) vertaling: Hij hef zien bien ebreuken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02931) vertaling: Zij hef zich zeer edoan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02931) vertaling: Marie trok de deken noar heur toe
opm.: reflexief: haar
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02931) vertaling: Je weet toch nog wel da'w toen deur ut bos bint elopen
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02931) vertaling: Zi'j wet nog wel dat hi'j as en verken zat te eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02931) vertaling: Wij weet nog wel dat jan zien boeken esteulen waren, mar hij wet 't niet meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02931) vertaling: Weet je nog da'w Jan op merkt ezien hebt
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02931) vertaling: Hij hef um un ongeluk ewerkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02931) vertaling: Hij veulde um deur ut ies zakken
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02931) vertaling: Zol hij dat wel ekönd hemm
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02931) fragment: ekönd (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02931) fragment: edoane (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02931) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02931) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02931) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02931) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02931) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02931) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02931) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02931) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02931) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02931) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02931) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02931) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02931) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02931) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02931) vertaling: Ik deenk hij is vut
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02931) vertaling: Ik deenk hij is vut
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02931) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02931) vertaling: Ik weete hij is vut
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02931) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02931) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02931) vertaling: Keeze maken wee'k niks van
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02931) vertaling: Jan ben'k met noar de markt eweest
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02931) vertaling: Zukke zol ik niet dörven opeten
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02931) vertaling: En sie zol ik niet dörven opeten
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02931) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02931) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02931) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02931) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02931) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02931) vertaling: De schilder hep hier ewest schilderen
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02931) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02931) vertaling: In die tied leem ik d'r op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02931) vertaling: Vrogger lemmn hij as un biest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02931) vertaling: Doar leem wij as god in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02931) vertaling: Gien mense mag ut zien ik viene dat ie 't ok niet mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02931) vertaling: Ut gebeurde toe a'k weggonge
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02931) vertaling: Ik weete woar a'j geboren bint
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02931) vertaling: Nou'j a'j kloar bint ma'j goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02931) vertaling: Doordet Merie estörven was hef heur man Anna niet meer könn helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02931) vertaling: Ik weete dat hij is goan zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02931) komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02931) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02931) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02931) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02931) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02931) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02931) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02931) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02931) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02931) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02931) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02931) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02931) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02931) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02931) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02931) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02931) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02931) fragment: die as (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02931) fragment: die as (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02931) fragment: die as (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02931) fragment: det (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02931) fragment: det (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02931) fragment: die as (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02931) fragment: die as (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02931) fragment: die as (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02931) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02931) fragment: dat (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02931) fragment: woar a'k (1)
opm.: Ik weet niet hoe a'k te interpreteren. Waarschijnlijk als 'als + ik'
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02931) fragment: as (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02931) fragment: waao a'k (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02931) fragment: waao a'k (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02931) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02931) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02931) fragment: dat a"h (1)
opm.: Teijfelgeval tussen 'dat' als voegwoord en D-woord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02931) fragment: die as (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02931) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02931) fragment: Wie as (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02931) fragment: woarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02931) vertaling: Piet deenkt dat Jan en Marie op gieniene hellig bint
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02931) vertaling: Wim deenkt da'w nooit een pries geeft
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02931) vertaling: Ut is woar dat u niet toestaon is dat ze met Marie proat
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02931) vertaling: Zeg hum niet da'k noar buten bin eweest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02931) vertaling: Niet vurtellu da'j un kedo veur hum ekocht hebt
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02931) vertaling: Wendie proberen um gieniene piene te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02931) vertaling: 't liekt dat dat zij niks mag eeten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02931) vertaling: ze liekt niks te maggen eeten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02931) vertaling: Ze probeert al d heele dag mekaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02931) vertaling: Ut belooft weer un mooie dag te wormn
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02931) vertaling: 't is misschien beter nog eem te wagn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02931) vertaling: we haan ut geluk um drekt terugge te vienn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02931) vertaling: As de kippe un valke ziet bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02931) vertaling: A'w de eerpels niet vurkopen zitte wij in de zorgen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02931) vertaling: A'j um niet meeneemt wo'k hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02931) vertaling: Hij wus ut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02931) vertaling: Op dit feest wordt d'r veul edaanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02931) vertaling: Nou wordt d'r alleent nog meer brood verkocht ien de winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02931) vertaling: ets e met de fietse kump zale wel late ween
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02931) vertaling: A'j ies tied hebt koomt ies langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02931) vertaling: A'k ies rieke binne koop 'k un dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02931) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02931) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02931) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02931) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02931) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02931) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02931) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02931) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02931) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02931) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02931) vertaling: marie hef ezegd da'j probeerd hebt un liedien te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02931) vertaling: Marie heeft ezegd dat ie prebeert hebt heur un boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02931) komt voor: j
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02931) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02931) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02931) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02931) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02931) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02931) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02931) vertaling: Die van de stad hebt hier veul huuzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02931) vertaling: An de nije voart doar zie je gien meense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02931) vertaling: gistern is jan hier ewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02931) vertaling: De dag dat jan bellen waa'k niet ien huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02931) vertaling: Jef die zol ik nooit uutneugn
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02931) vertaling: Marie zol zuks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02931) vertaling: Bert die drinkt wel ies un glasien teveule
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02931) vertaling: Marthe die zo'k bij mij thuus willn uutneugen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02931) vertaling: Det huus zo'k nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02931) vertaling: Dat huus det stiet doar al vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02931) komt voor: j
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02931) komt voor: j
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02931) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02931) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02931) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02931) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02931) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02931) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02931) komt voor: j
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02931) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02931) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02931) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02931) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02931) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02931) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02931) vertaling: Hef Gunther ebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 02931) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02931) vertaling: was mar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02931) vertaling: Marjo hef nou meer koenn as vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02931) vertaling: As susanne kad könn komen had ze dat wel edoan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02931) vertaling: Zij is de beste dokter die a'k kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02931) vertaling: Veur da'j iets weggooit mu'j eem bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02931) vertaling: hier is alles wa'k ekregen hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02931) vertaling: Jan is te gierig um wat an de kiender te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02931) vertaling: Asof ie wat van voetballe weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02931) vertaling: Dat boek leg neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02931) vertaling: Aj echt niet könt wachn dan koomt maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02931) vertaling: ik weete dat jan de dokter had könn roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02931) vertaling: ik weete dat jan de odkter kon eroepen hemm
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02931) vertaling: Hij zeed dat ik het had mutten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02931) vertaling: Hij zeed dat ik ut mos edoan hemm
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02931) vertaling: Hij is veurige week door dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02931) vertaling: Hij wordt mörgn deur dokter Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02931) vertaling: Ik denke dat ij weg zal mutten gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02931) vertaling: Ut is jammer um zukke dure dinge weg te gooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02931) vertaling: Hij is alle kapotte spullen an 't wegsmieten
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02931) vertaling: Ik viene da'j vker de kraante mut leze
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02931) vertaling: Ut is dom um ien 't donker te lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02931) vertaling: Hij is de heele dag an't lezen
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02931) fragment: deure (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 02931) fragment: oeze (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 02931) fragment: ok (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02931) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02931) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02931) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02931) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02931) vertaling: robert het un gruune appel weggegeven en nou het ie er nog twie rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02931) vertaling: D'r waren un boel meensen op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02931) vertaling: Waren d'r un bult meensen op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02931) vertaling: Wat he'j veur boeke ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02931) vertaling: Wat veur boeke he'j ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02931) vertaling: Wat veur boeke he'j ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02931) vertaling: Wat he'j veur boeke ekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02931) vertaling: Hi'j woont bi'j Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02931) vertaling: Hi'j woont bi'j Wim7
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02931) vertaling: Loopt eem noar de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02931) vertaling: Wie heb ie eziene
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02931) vertaling: Wie hef oe eziene
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02931) vertaling: Ha'k dat eweten had ha'k 't niet edoane
opm.: 2 * had in voorwaardelijke bijzin
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02931) vertaling: 't zol beter ween nog eem te wachen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02931) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter ebeld en die was 't er al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02931) vertaling: Loop nou toch deur vervelende jongen
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02931) komt voor: j
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02931) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02931) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02931) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02931) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02931) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02931) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02931) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nieuwleusen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nieuwleusen