SAND-data Meppel (F074p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08435) vertaling: Jan kan zich dat verhaal wel herinnen
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08435) vertaling: Marie en Piet zaagen mekare veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08435) vertaling: Toon die wasde zich zölf
opm.: reflexief: zichzelf
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08435) vertaling: De timmmerman had gien spiekers bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08435) vertaling: Fons die zag een slange noast zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08435) vertaling: Erik liet mij veur humzölf warken
opm.: reflexief: hemzelf
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08435) vertaling: Johanna liet zich op de golven meedrieven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08435) vertaling: Toon bekeek hemzölf ies goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08435) vertaling: Jan drunk in twij minuten een biertie
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08435) vertaling: Dizze schoen loopt makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08435) vertaling: Eduard kent zichzölf het beste
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08435) vertaling: Ward hef ' eheurd dat er kiekies van hum zölfs eur.
opm.: 'eur' niet duidelijk leesbaar, misschien ander woord? reflexief: hemzelf of reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08435) vertaling: Die epels schellen ongemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08435) vertaling: Als dit glas op de grond pleèrt, is t kapot
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08435) vertaling: lèef ik wel gezond genug
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08435) vertaling: Hij lèeft al joaren van de arfenis van zien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08435) vertaling: Dizze weke lèeft zij op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08435) vertaling: Is t niet dood?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08435) vertaling: Hoeveul tied lèef ie no al van die arfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08435) vertaling: In Bretagne lèven ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08435) vertaling: Noa t' èten goa ik een tiedie sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08435) vertaling: Zul ik dat wel ankunnen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08435) vertaling: Hij liet zien huus afbrieken
000 (x02opm) (inf. 08435) opm. inf.: U ziet wel het Z W Drents regio Meppel wijkt niet veel af van het A.B.N.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08435) vertaling: ik wete dat Jan hard kan warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08435) vertaling: ik wete dat Jan hard kan warken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08435) vertaling: ik wete dat Jan hard kan warken
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 3
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08435) vertaling: Jan hef gien enkel boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08435) vertaling: Jan hef gien boeken meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08435) vertaling: Boeken hèf Jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08435) vertaling: Jan hèf niet veule geld meer in de buse
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08435) vertaling: Oaver dit probleem mag ie mèt gien meinse proate
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08435) vertaling: Oaver dit probleem wordt niet eproat
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08435) vertaling: Gien meinse komt er vanoavend
opm.: expletief 'er'
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08435) vertaling: Hij ook moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08435) vertaling: nee, ik geve niks an aanderen
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08435) vertaling: Gien meinse wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08435) vertaling: Wij hadden der geen arg in dat hij thuus was
opm.: 'er' aanwezig
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08435) vertaling: nee, dat wus ik ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08435) vertaling: Hij mag er mit gien iene over proaten
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08435) vertaling: Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 3
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08435) komt voor: n
gebr.: 2
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08435) vertaling: Maries auto mut noar de garage
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08435) vertaling: De auto van Marie döt het niet meer
opm.: prenominale genitief possessief pronomen: n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08435) vertaling: Piet z'n auto is stuk
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08435) vertaling: De auto van Piet is stuk
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08435) vertaling: De auto van dee man is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08435) vertaling: De auto van dee man is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08435) vertaling: Dat is niet mien auto, die is van hem
opm.: predicatieve possessief 'van' + pronomen niet bij 1.ev. maar wel bij 3.ev.
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08435) vertaling: De kraante van gisteren lig onder de T.V.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08435) vertaling: Jan is Karolien en Kristien is heur breurtie
opm.: door 'is' na kristien, twijfelachtig of hier meervoudig possessief pronomen is bedoeld
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08435) vertaling: De fietsen van die jongens bint e steulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08435) vertaling: Die zussen van heur moeder bint op bezuuk
opm.: andere constructie dan bevraagd
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08435) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08435) vertaling: Die fietse is van mij
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08435) vertaling: He'j mag mit gien meinse der oaver proaten
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08435) vertaling: Ik wil gien iene zeer doen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08435) vertaling: wat jammer dat wij niet komen mogen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08435) vertaling: Dat doe ik niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08435) vertaling: Nee, e warkt heb ik niet
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08435) vertaling: Nog maar net had ie het verteld of Marie jankte al
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08435) vertaling: Haal die bestelling nu direkt maar op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08435) vertaling: Nee, warken döt ie niet. Doar hef ie een breurtje an dood
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08435) vertaling: Je blieft moar woar aj bint
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08435) vertaling: 't Was Jan zien schuld dat dat we Marie niet konden bellen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08435) komt voor: n
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08435) komt voor: n
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08435) komt voor: n
fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08435) komt voor: n
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08435) komt voor: n
fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08435) komt voor: n
fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08435) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08435) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08435) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08435) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08435) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: doen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: doen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: doen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: gaan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: doen (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08435) fragment: gaan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08435) fragment: zullen (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08435) fragment: dat ze (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08435) fragment: dat ze (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08435) fragment: zullen (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08435) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08435) fragment: als wat dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08435) fragment: als wat dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08435) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08435) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08435) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08435) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08435) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08435) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08435) fragment: oaver dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08435) fragment: oaver dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08435) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08435) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08435) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08435) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08435) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08435) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08435) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08435) fragment: zo (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08435) fragment: zo (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08435) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08435) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 08435) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08435) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08435) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08435) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08435) vertaling: Ik wete dat ie mit mekare op gien iene kwoad bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08435) vertaling: Zij is niks groots
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08435) vertaling: Ik bin te late moar ieje niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08435) vertaling: Ie weten toch dat je moet warken en ikke niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08435) vertaling: Alleman dacht dat wij de stikke optrökken en dat jullie nog mochten blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08435) vertaling: Jammer dat hij komt en zij hen huus goan
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08435) vertaling: Ik dachte bij mij zöls dat Lisa ziek was
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08435) vertaling: Ik dachte dat Pieter en Liesje binnenkort goan nöstelen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08435) vertaling: Ja, hij slap
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08435) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08435) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08435) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 08435) vertaling: Hij komt niet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08435) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08435) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08435) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08435) vertaling: e) nee hij slap niet
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08435) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08435) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08435) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08435) opm.: interpreteren als nee: kruist alleen ja aan
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08435) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08435) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08435) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08435) fragment: waarvan (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08435) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08435) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08435) fragment: waarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08435) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08435) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08435) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08435) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08435) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08435) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08435) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08435) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08435) fragment: dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08435) fragment: dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08435) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08435) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08435) fragment: welke (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08435) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08435) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08435) fragment: toen (1)
opm.: 1e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: 1e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: 1e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08435) fragment: toen (1)
opm.: 1e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: 2e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: 2e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: 2e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: 2e vert: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08435) fragment: 2: die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08435) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08435) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08435) fragment: 2: die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08435) vertaling: wie denk ie dat ik in de stad ezien hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08435) vertaling: Wat denken jullie ervan hoe ze dat opelöst hebben
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08435) vertaling: Magda wèt niet dat wij heur willen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08435) vertaling: Wie wèt wlke wij eroepen hebben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08435) vertaling: wie dacht ie dat ik in de stad eziene heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08435) vertaling: wie dacht ie dat ik in de stad eziene heb
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08435) vertaling: Hij hef zien haanen ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08435) vertaling: hie hef zien hemdrok ewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08435) vertaling: Hij hef een hoed op zien heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08435) vertaling: Hij hef een voele vlekke op zun hemdrok
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08435) vertaling: Hij hef zien bien ebröken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08435) vertaling: Zij hef zich oar(d)ig zeer edoane
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08435) vertaling: Marie trök de dèken an zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08435) vertaling: Luc wus wel dat er foto's van hum zölfs te koop bint
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08435) vertaling: Ie weten toch wel dat wij deur dat bos hen e lopen bint ?
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08435) vertaling: Ik kan mij herinneren dat Marie's auto kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08435) vertaling: Zij wèt nog hiel goed, dat ie at as een varken
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08435) vertaling: Wij weten best dat al Jans boeken esteulen waren, maar zij weten er niets vanof
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08435) vertaling: Weten jullie wel dat we Jan op de markt ezien hebben?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08435) vertaling: Va hèf zich te pokkel ewarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08435) vertaling: Hij vuulde dat ie deur het ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08435) vertaling: Zöl hij dat ekund hebbende, doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08435) fragment: ekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08435) fragment: edoan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08435) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08435) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08435) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08435) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08435) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08435) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08435) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08435) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08435) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08435) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 3
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 3
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08435) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08435) vertaling: Wij mutten hen de schuren om do koein te veuren
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08435) vertaling: Wij mutten hen de schuren om do koein te veuren
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08435) vertaling: Zij kwamen an e wandeld
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08435) vertaling: Zij kwamen an e wandeld
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08435) vertaling: Ik denke dat hij verdwenen is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08435) vertaling: Ik denke dat hij verdwenen is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08435) vertaling: Ik denke dat hij verdwenen is
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08435) vertaling: Ik wete dat hij vut is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08435) vertaling: Ik wete dat hij vut is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08435) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08435) vertaling: De politie zul bij hum komen om hem mee te nemen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08435) vertaling: De politie zul bij hum komen om hem mee te nemen
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08435) vertaling: Alle koeien van Marie zijn bij de overstroming vedronken
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08435) vertaling: Alle koeien van Marie zijn bij de overstroming vedronken
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08435) komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08435) vertaling: Mit Jan bin ik hen de markt ewest
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08435) vertaling: Mit Jan bin ik hen de markt ewest
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08435) vertaling: "". Welke heb ie emaakt.
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08435) vertaling: "". Welke heb ie emaakt.
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08435) vertaling: ??
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08435) vertaling: Zulke duur ik niet op te èten
komt voor: j
opm.: dav
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08435) vertaling: Zulke duur ik niet op te èten
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08435) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08435) vertaling: Ik weten dat Jan noar de markt ewest hef
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08435) vertaling: Ik weten dat Jan noar de markt ewest hef
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08435) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08435) vertaling: ik heb heel wat elopen
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08435) vertaling: ik heb heel wat elopen
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08435) vertaling: Ik worre meuj en höl er moar mee op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08435) vertaling: Ik worre meuj en höl er moar mee op
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08435) vertaling: hij deed net alsof ie zo uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08435) vertaling: hij deed net alsof ie zo uut zien bedde kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08435) vertaling: De schilder ewest um te schilderen
komt voor: j
opm.: dav: persoonsvorm ontbreekt
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08435) vertaling: De schilder ewest um te schilderen
komt voor: j
opm.: dav: persoonsvorm ontbreekt
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08435) vertaling: Dacht ie daj noar huus hen goat?
komt voor: j
opm.: dav
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08435) vertaling: Dacht ie daj noar huus hen goat?
komt voor: j
opm.: dav
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08435) vertaling: In mien tied gooide ik alle remmen lös
opm.: dav
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08435) vertaling: Hij gonk vrogger te keer as een biest
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08435) vertaling: Doar leefden wij as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08435) vertaling: Gien iene mag het zien dus ieje ook niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08435) vertaling: Toen je wegging gebeurde het
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08435) vertaling: ik wete woar aj geboren bint
opm.: waar als - ja twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08435) vertaling: Now aj alles of hebt, kun ie wel goan
opm.: now aj = waarschijnlijk nu dat je twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08435) vertaling: Now Marie dood is kan heur man Anna niet meer hölpen
opm.: IPP: n.v.t.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08435) vertaling: Ik wete dat hij is goan zwömmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08435) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08435) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08435) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08435) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08435) vertaling: ja ikke wel
komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08435) vertaling: ja ikke wel
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08435) vertaling: ja, zij goat daansen
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08435) vertaling: ja, zij goat daansen
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08435) vertaling: Ja, ze hebt èten
komt voor: j
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08435) vertaling: Ja, ze hebt èten
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08435) vertaling: Wie is dat dan?
komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08435) vertaling: Wie is dat dan?
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08435) vertaling: met zuk weer kun je niet veuls doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08435) vertaling: met zuk weer kun je niet veuls doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08435) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08435) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08435) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08435) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08435) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08435) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08435) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08435) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08435) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08435) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 08435) opm. inf.: ik wil best nog eens een lijst invullen maar niet van dit soort vragen. Bovendien veul en veuls te veule. ongecorrigeerd. ...
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: welke (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: welke (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08435) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08435) fragment: waarvan (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08435) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: welk (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: welk (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08435) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08435) fragment: wele (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08435) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08435) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08435) fragment: wele (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08435) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08435) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08435) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08435) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08435) fragment: 2: wele (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08435) fragment: 2: wele (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08435) fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08435) vertaling: Piet deinkt dat Jan en Marie op gien iene kwoad bint
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08435) vertaling: Ie mutten niet denken dat wij nooit een mense een pries geven
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08435) vertaling: Gien iene mag met Marie proaten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08435) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08435) vertaling: gien meinse
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08435) vertaling: as oaveral de oorlog ofelopen is
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08435) vertaling: meuileke vroage (+ tekeningetje van een cirkel in een vierkant)
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08435) vertaling: k zult niet weten
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08435) vertaling: niet smoezen da'k noar buuten ewest bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08435) vertaling: niet zeggen da'k een pakkie veur hem ekocht hebbe
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08435) vertaling: wee der niks van dat hij dale plèert is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08435) vertaling: Zij wol gien iene piene doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08435) vertaling: k hebbe zo'n idee dat ze niks èten mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08435) vertaling: k hebbe zo'n idee dat ze niks èten mag
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08435) vertaling: al de hiele dag probeert ze menare op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08435) vertaling: Het wordt weer een mooie dag
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08435) vertaling: Ie kunt bèter nog èem te wachten
opm.: onbetrouwbare indruk van gehele lijst (verder veel 0 en 1) en deze combinatie is haast te vreemd om waar te kunnen zijn
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08435) vertaling: As de kiepen een valk zien bint ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08435) vertaling: As wij de eepels niet kunt verkopen hebben wij een probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08435) vertaling: Aj hem niet mitnèmt wor ik kwoad
opm.: twijfelgeval voegwoordcongruentie 'als'
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08435) vertaling: Hij wus dervan
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08435) vertaling: Op dit feest daanst ze veule
opm.: geen onpersoonlijke passief
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08435) vertaling: Ze verkoopt in de winkel enkel nog moar stoete
opm.: geen onpersoonlijke passief
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08435) vertaling: As hij mit de fietse komt zal 't wel late wezen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08435) vertaling: Aj tied hebt, komt nog iens an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08435) vertaling: as ik rieke bin schaf ik mij een dure auto an
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08435) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08435) vertaling: misschien krieg ik 't wel
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08435) vertaling: misschien krieg ik 't wel
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08435) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08435) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08435) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08435) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08435) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08435) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08435) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08435) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08435) vertaling: (b) Marie hef zegd daa'j een lietie probeert hebt te zingen
opm.: bij a geen met/zonder 'te' aangegeven, dus heb ik ook geen taalkundige info ingevuld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08435) vertaling: (b) Marie hef zegd daa'j een lietie probeert hebt te zingen
opm.: bij a geen met/zonder 'te' aangegeven, dus heb ik ook geen taalkundige info ingevuld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08435) vertaling: zie a
opm.: bij a geen met/zonder 'te' aangegeven, dus heb ik ook geen taalkundige info ingevuld
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08435) vertaling: zie a
opm.: bij a geen met/zonder 'te' aangegeven, dus heb ik ook geen taalkundige info ingevuld
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08435) vertaling: Marie hef zegt daj probeert hebt heur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08435) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08435) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08435) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08435) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08435) vertaling: Die stadsers hebben hier veul huzen ebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08435) vertaling: An die nieje voart zie gien mense meer
opm.: subject ontbreekt
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08435) vertaling: Jan is hier gister ewest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08435) vertaling: Ik ware die dag niet thuus toen Jan belde
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08435) vertaling: Die Jef zulk zölf nooit vroagen um ies te komen
opm.: 'Die Jef' = vooropgeplaatst object
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08435) vertaling: Zoiets dat zol Marie nooit edoan hebben
opm.: object linskdislocatie en herhalen objectspronomen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08435) vertaling: Bert , die drinkt niet mit moate
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08435) vertaling: Martha die zal ik bij mij thuus nog iens vroagen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08435) vertaling: Dat huus zol ik noit kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08435) vertaling: Dat huus stoat doar al vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08435) opm.: te interpreteren als nee: omcirkelt alleen ja
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08435) vertaling: Hef Gunther ebeld
473 (z11b) En pas op! (inf. 08435) vertaling: Deinkt erumme
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08435) vertaling: 't was maar amper goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08435) vertaling: Marjo hèf now meer koe'n dan vrogger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08435) vertaling: As Susanne kunt hadde was ze wel ekomen
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08435) vertaling: 't is de beste dokter die ak kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08435) vertaling: Veur dat aj wat weggooid, muj èven bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08435) vertaling: Dit is alles wat ik ekregen hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08435) vertaling: Jan is te groaperig um iets an zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08435) vertaling: as of ie iets van voetballen weten
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08435) vertaling: Leg dat boek neer (dale)
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08435) vertaling: As je beslist niet kunt wachten, kom dan maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08435) vertaling: ik wete zeker dat Jan de dokter had kunnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08435) vertaling: ik wete zeker dat Jan de dokter had kunnen roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08435) vertaling: Hij zei dat ik dat had moeten doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08435) vertaling: Hij zei dat ik dat had moeten doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08435) vertaling: Dokter Mertens hef hem de veurige weke opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08435) vertaling: Morgen zal dokter Mertens hem opereren
opm.: passief vermeden!
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08435) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08435) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08435) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08435) positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08435) positie: 1
opm.: positie 1: de krant 2: gaan met lidwoord ingevuld
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08435) positie: 1
opm.: met lidwoord ingevuld
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08435) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 08435) fragment: ook (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 08435) fragment: ook (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 08435) fragment: misschien (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08435) vertaling: zo'n ding heb ik nog nooit eziene
komt voor: j
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08435) vertaling: zo'n ding heb ik nog nooit eziene
komt voor: j
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08435) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08435) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08435) vertaling: ie bint ook een vrömde
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08435) vertaling: ie bint ook een vrömde
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08435) vertaling: Robert hèf iene grune appel wegegeven, en now hèf hij nog 2 rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08435) vertaling: Veul mensen waren op het feest ofekomen
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08435) vertaling: Der waren barre veule mensen op t feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08435) vertaling: Welk soort boeken ei e kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08435) vertaling: Wat veur boeken ei e kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08435) vertaling: Wat veur boeken ei e kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08435) vertaling: Welk soort boeken ei e kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08435) vertaling: Hij is bij Marietje in e trökken
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08435) vertaling: Hij huust bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08435) vertaling: Loop ie èven veur mij noar de bakker, Wim
opm.: geen imperatief
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08435) vertaling: Wat heb ie doar eziene?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08435) vertaling: Wie hèf oe doar eziene?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08435) vertaling: Ik wusse 't niet, aanders had ik het ook niet edoan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08435) vertaling: t' komt mij veur dat ie bèter èem wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08435) vertaling: t was goed dat ie de dokter ebeld hadden. Hij was er al tiedig (um tied)
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08435) vertaling: Goa toch deur rotjongen
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08435) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 3
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08435) komt voor: j
gebr.: 3
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08435) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08435) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08435) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08435) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08435) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Meppel

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Meppel