SAND-data De Blesse (F044p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02938) vertaling: Jan herinnert sich dat verheal wel.
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02938) vertaling: Marie en Piet zien mekaar voor de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02938) vertaling: Toon wast sich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02938) vertaling: De timmerman het spiekers by sich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02938) vertaling: Fons sach een slange noast sich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02938) vertaling: Erik liet my voor sich warken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02938) vertaling: Johanna liet sich mitdrieven of de golfen
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02938) vertaling: Toon bekeek hemself eens goed in de spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02938) vertaling: Jan het in twee minuten een ??? dronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02938) vertaling: Desse schoenen lopen makkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02938) vertaling: Eduard kent sichself goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02938) vertaling: Ward het heurd dat er foto's fan sichself in de etalage stean
opm.: reflexief: zichzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02938) vertaling: Die eerpels schillen niet makkelek.
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02938) vertaling: Het glas brek as 't op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02938) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genoeg
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02938) vertaling: Al joaren leeft ie van de erfenis van sien va
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02938) vertaling: Disse weke leeft sie op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02938) vertaling: Leeft 't nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02938) vertaling: Hoelang leef'm jim nou al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02938) vertaling: In Bretagne leef'n ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02938) vertaling: Noa 't eten go ik sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02938) vertaling: Zol ik dat wel kunnen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02938) vertaling: Hij liet z'n hus afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat Jan hat moet kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat Jan hat moet kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat Jan hat moet kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02938) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02938) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02938) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02938) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02938) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02938) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02938) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02938) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02938) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02938) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02938) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02938) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02938) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02938) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02938) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02938) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02938) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02938) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02938) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02938) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02938) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02938) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02938) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02938) vertaling: Jan het gien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02938) vertaling: Jan het gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02938) vertaling: Jan het gien boek'n
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02938) vertaling: Jan het niet veule geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02938) vertaling: Gien iene mag proaten over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02938) vertaling: Gien iene mag proaten over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02938) vertaling: Gien iene zegt dat ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02938) vertaling: Zitten hier nargens moezen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02938) vertaling: Ik gefe niks an 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02938) vertaling: Gien iene wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02938) vertaling: We wisten niet dat ie thus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02938) vertaling: Ik w??? 't ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02938) vertaling: Hy mag met gien iene proaten over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02938) vertaling: Jan weet dat ie voor drie uur de waag'n maekt moet hebb'n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02938) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 4
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02938) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02938) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02938) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02938) vertaling: Maries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02938) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02938) vertaling: Piets auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02938) vertaling: Piet z'n auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02938) vertaling: Die man z'n auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02938) vertaling: Die auto is niet van my maar van 'm
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02938) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur b???
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02938) vertaling: De fietsen van die jonges bin stoalen
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02938) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02938) vertaling: Die fiets is van my
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02938) vertaling: Hy mag mit gien iene proaten over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02938) vertaling: Ik wil gien iene kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02938) vertaling: 't is spieteg dat wy niet kom'n mag'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02938) vertaling: Dat goa ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02938) vertaling: Ik hebbe niet warkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02938) vertaling: Hy hat it nog maar pas verteld of Marie begon te goelen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02938) vertaling: Goa die bestelling maar ophal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02938) vertaling: Hy warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02938) vertaling: Ik verbiede jou om hier te kom'n
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02938) vertaling: Jan verhinderde dat we Marie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02938) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02938) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02938) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02938) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02938) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02938) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02938) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02938) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02938) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02938) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02938) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02938) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02938) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02938) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02938) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02938) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02938) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02938) fragment: als 'n poal (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02938) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02938) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02938) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02938) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02938) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02938) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02938) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat jim op gien iene kwoad bin'n
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat zie op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02938) vertaling: Els denkt dat 't niet mak'lijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat ik te late bin en ie niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02938) vertaling: Ze weten toch dat ie moeten warken en niet ikke
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02938) vertaling: Iederiene denkt dat we noar hus goan en dat zie nog blieven mag'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02938) vertaling: 't is jammer dat hy komt en dat zie weggoat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02938) vertaling: Ik denke dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02938) vertaling: Ik denke dat Pieter en Liesje trouwen goan
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02938) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02938) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02938) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02938) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02938) komt voor: j
betekenis: ontkennend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02938) komt voor: j
betekenis: ontkennend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02938) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02938) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02938) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02938) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02938) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02938) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02938) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02938) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02938) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02938) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02938) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02938) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02938) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02938) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02938) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02938) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02938) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02938) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02938) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02938) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02938) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02938) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02938) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02938) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02938) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02938) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02938) vertaling: Wat denk ie wie ik in de stad zien hebbe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02938) vertaling: Wat denk'n jim hoe ze 't oplost hebb'n
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02938) vertaling: Hoe denk ie dat se 't oplost hebb'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02938) vertaling: Magda weet niet wie wy will'n bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02938) vertaling: Weet iene wie wy reupen heb'n
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02938) vertaling: Wie denke ie dat ik in de stad zien hebbe
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02938) vertaling: Wie denke ie dat ik in de stad zien hebbe
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02938) vertaling: Hy het zien han'n wassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02938) vertaling: Hy het zien hemd wassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02938) vertaling: Hy het in hoed op 't heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02938) vertaling: Hy het in vlekke in zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02938) vertaling: Hy het z'n bien breuk'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02938) vertaling: Zije het sich seer d???
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02938) vertaling: Marie trok de dek'n noar sich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02938) vertaling: Luc wet dat 'r foto's fan hem te koop bin'n
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02938) vertaling: Ze wet'n toch noch wel dat we deur 't bos lop'n bin'n
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02938) vertaling: Ik herinner me dat de auto van Marie kepot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02938) vertaling: Zie wet nog dat hy as 'n vark'n zat te eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02938) vertaling: Wy wettn noch wel dat Jan zien boeken steul'n wear'n maar zie we'd'r niks meer van
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02938) vertaling: Wet'n jim nog dat we Jan op de markt zien hebb'n
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02938) vertaling: Hy het sich 'n ongelok warkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02938) vertaling: Hy veulde sich deur 't ies zakk'n
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02938) vertaling: Zol ie dat gedoan kund hebb'n
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02938) fragment: kund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02938) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02938) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02938) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02938) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02938) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02938) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02938) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02938) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02938) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02938) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02938) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02938) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02938) vertaling: We moet'n noar de schuur en voeren de koe'n
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02938) vertaling: We moet'n noar de schuur en voeren de koe'n
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02938) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02938) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02938) vertaling: Ik denke dat ie weg is
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02938) vertaling: Ik denke dat ie weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat ie weg is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat ie weg is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02938) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02938) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02938) vertaling: Marie al heur koe'n bin verdronken by de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02938) vertaling: Marie al heur koe'n bin verdronken by de overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02938) vertaling: Keeze meaken daar wete ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02938) vertaling: Keeze meaken daar wete ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02938) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02938) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02938) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02938) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02938) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat Jan noar de markt west het
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02938) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02938) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02938) vertaling: Ik worde nou meu dat ik hol d'r maar mit op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02938) vertaling: Ik worde nou meu dat ik hol d'r maar mit op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02938) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02938) vertaling: De schilder het hier west te schilderen
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02938) vertaling: De schilder het hier west te schilderen
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02938) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02938) vertaling: In die tied leefde ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02938) vertaling: Vroeger leefde hy as 'n beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02938) vertaling: Dear leefden we als 'n god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02938) vertaling: Gieniene mag 't zien dus ik vinne dat ie 't ok niet zien mag'n
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02938) vertaling: 't gebeurde toen ie weggine
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02938) vertaling: Ik wete waar ie geboren bin'n
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02938) vertaling: Nou ie klear binne'n mag ie weggoan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02938) vertaling: Deurda Marie doad goan was het heur man Anna niet meer helpen kan'n
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02938) vertaling: Ik wet dat ie is goan swem'n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02938) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02938) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02938) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02938) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02938) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02938) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02938) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02938) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02938) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02938) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02938) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02938) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02938) vertaling: Ik wil hem noait meer zien want hy het me bedonderd
komt voor: j
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02938) vertaling: Ik wil hem noait meer zien want hy het me bedonderd
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02938) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02938) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02938) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02938) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02938) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02938) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02938) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02938) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02938) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02938) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02938) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02938) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02938) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02938) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02938) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02938) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02938) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02938) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02938) fragment: wat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02938) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02938) fragment: wat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02938) fragment: Die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02938) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02938) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gien iene boos binnen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02938) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gien iene boos binnen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02938) vertaling: Wim denkt dat we nooit iene een pries geef'm
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02938) vertaling: 't is woar dat se niet met Marie proaten mag'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02938) vertaling: Nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02938) vertaling: gien iene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02938) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02938) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02938) vertaling: gien iene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02938) vertaling: Zeg 'm niet dat ik noar buten west bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02938) vertaling: Niet vertellen d'a 'n cadeau veur him kocht hebben, heur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02938) vertaling: Weet ie niet dat hy vallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02938) vertaling: Wendy probeerde om gien iene pienne te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02938) vertaling: 't schient dat se niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02938) vertaling: Ze schient niks te mag'n eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02938) vertaling: Ze proberen al de hele dag meka? te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02938) vertaling: 't belooft weer 'n mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02938) vertaling: 't is misschien beter omnog eem te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02938) vertaling: We hadden 't gelok om 'm derect terogge te vinnen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02938) vertaling: As de kiepen 'n valke zien bin se bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02938) vertaling: A we de earpels niet konnen verkopen bin'n we in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02938) vertaling: As jim him niet mitnemen worde ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02938) vertaling: Hy wist 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02938) vertaling: Op dit feest word er vulle danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02938) vertaling: Nou word er allenig nog maar brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02938) vertaling: As ie mit de fiets komt, zal ie wel late wezen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02938) vertaling: Als ie tid hem'n kom dan in een keertien langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02938) vertaling: A'k riek binne, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02938) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02938) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02938) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02938) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02938) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02938) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02938) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02938) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02938) vertaling: Ik hebbe 't him geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02938) vertaling: Ik hebbe 't him geven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02938) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02938) vertaling: Marie het zegt dat ie 'n lietien probeert hem te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02938) vertaling: Marie het zegt da' ie prbeert he'm 'n lietien te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02938) vertaling: Marie het zegt dat ie 'n lietien probeert hem te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02938) vertaling: Marie het zegt da' ie prbeert he'm 'n lietien te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02938) vertaling: Marie het zegt dat ie haar probeert hem'n een boek te geem
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02938) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02938) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02938) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02938) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02938) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02938) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02938) vertaling: Die van de stad hem'n hier vulle huzen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02938) vertaling: An die nye voart daar zie'gien meense meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02938) vertaling: Gisteren het Jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02938) vertaling: De dag dat jan belde, was ik niet thus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02938) vertaling: Jef die zo'k nooit neugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02938) vertaling: Marie, die sol zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02938) vertaling: Bert die drinkt wel is 'n glas te vulle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02938) vertaling: Martha die zol ik wel is by my thus willen neudegen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02938) vertaling: Dat hus dat zol ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02938) vertaling: Dat hus, dat stoat doar al fiefteg joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02938) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02938) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02938) vertaling: Het Gunther belt
473 (z11b) En pas op! (inf. 02938) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02938) vertaling: 't was mar net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02938) vertaling: Marjo het nou meer koe'n dan ze vroeger hat
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02938) vertaling: Als Suzanne had konnen kom'n dan hat se dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02938) vertaling: Zie is de beste dokter die ik kenne
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02938) vertaling: Voor d'a wat weggooien moet ie even bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02938) vertaling: Hier is alles wat ik kregen hebbe
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02938) vertaling: Jan is te gierig om wat aan zien kiender te geef'm
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02938) vertaling: Alsof ie iets van voetbal'n weten
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02938) vertaling: Dat boek, leg neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02938) vertaling: A 'ie echt niet wachten kun'n dan kom maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02938) vertaling: Ik wete dat jan de dokter had kun'n roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02938) vertaling: Hy zei dat ik 't hat moet'n doen
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02938) vertaling: Hy is veurige weke door dokter Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02938) vertaling: Ik denke dat ie veule weg zollen moeten gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02938) vertaling: Ik denke dat ie veule weg zollen moeten gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02938) vertaling: 't is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02938) vertaling: 't is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02938) vertaling: Hy is alle kepotte spullen an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02938) vertaling: Hy is alle kepotte spullen an 't weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02938) positie: 3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02938) positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02938) positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02938) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02938) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02938) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02938) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02938) vertaling: Ie bin ok een rare iene
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02938) vertaling: Ie bin ok een rare iene
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02938) vertaling: Robert het iene groene appel weggeef'n, nou het ie nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02938) vertaling: D'r waren een protte meensken op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02938) vertaling: Waren d'r veule meensken op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02938) vertaling: Wat veur boeken hebbe ie kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02938) vertaling: Wat veur boeken hebbe ie kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02938) vertaling: Wat hebbe ie veur boeken kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02938) vertaling: Wat hebbe ie veur boeken kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02938) vertaling: Hy woant by Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02938) vertaling: Hy woant by Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02938) vertaling: Loop eem noar de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02938) vertaling: Wie hebbe ie zien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02938) vertaling: Wie het jou zien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02938) vertaling: Ha 'k dat weten dan hat ik 't niet doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02938) vertaling: 't sol beter wezen om nog ee'm te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02938) vertaling: Glokkeg hat Jan de dokter belt en die was d'r gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02938) vertaling: Loop nou doch deur vervelende jongens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02938) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02938) komt voor: j
gebr.: 5
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02938) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02938) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02938) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02938) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02938) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in De Blesse

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in De Blesse