SAND-data Nijeholtpade (F043p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02937) vertaling: Jan herinnert him dat verhael wel.
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02937) vertaling: Marie en Piet zien mekaer veur de karke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02937) vertaling: Toon waskt himzels/him
opm.: reflexief: hemzelf reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02937) vertaling: De timmerman het gien spiekers bij him
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02937) vertaling: Fons zag een slang naost him
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02937) vertaling: Erik leut mij veur him warken.
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02937) vertaling: Jehanne leut heur mitdrieven op 'e golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02937) vertaling: Toon bekeek himzels es goed in de spiegel.
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02937) vertaling: Jan het in twie menuten een biertien/pilsien dronken.
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02937) vertaling: Disse schoenen lopen makkelik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02937) vertaling: Eduard kent himzels goed.
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02937) vertaling: Ward het heurd dat d'r foto's van himzels veur et winkelraem staon.
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02937) vertaling: Die eerpels schellen niet makkelik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02937) vertaling: Dit glas brekt as et op 'e grond vaalt.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02937) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genoeg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02937) vertaling: Al jaoren leeft hij van de arfenis van zien vader/heit.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02937) vertaling: Vandeweke leeft zij op waeter en brood.
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02937) vertaling: Leeft et nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02937) vertaling: Hoelange leven jim now al van die arfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02937) vertaling: In Bretagne leven ze veural van de visvangst/et vangen van vis.
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02937) vertaling: Nao et eten gao'k slaopen.
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02937) vertaling: Zo'k dat wel doen kunnen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02937) vertaling: Hij leut et/zien huus ofbreken.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02937) vertaling: Ik weet/wete dat Jan hadde warken kunnen moet.
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02937) vertaling: Ik weet/wete dat Jan hadde warken kunnen moet.
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02937) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02937) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02937) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02937) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02937) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02937) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02937) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02937) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02937) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02937) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02937) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02937) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02937) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02937) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02937) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02937) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02937) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02937) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02937) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02937) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02937) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02937) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02937) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02937) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02937) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02937) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02937) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02937) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02937) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02937) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02937) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02937) vertaling: Jan het gienien boek meer.
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02937) vertaling: Jan het gien/gienien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02937) vertaling: Boeken het Jan niet.
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02937) vertaling: Jan het niet vule geld/centen meer.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02937) vertaling: D'r mag gieniene praoten over dit perbleem.
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02937) vertaling: D'r mag gieniene praoten over dit perbleem.
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02937) vertaling: Gieniene zegt dat hij komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02937) vertaling: Zitten hier nargens moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02937) vertaling: Ik geve niks an een aander.
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02937) vertaling: Gieniene wil warken.
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02937) vertaling: Wij wussen niet dat hij thuus was.
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02937) vertaling: Ik wus et ok niet.
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02937) vertaling: Hij mag mit gieniene praoten over dit perbleem.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02937) vertaling: Jan wet dat hij veur drie ure de waegen maekt hebben moet.
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02937) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02937) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02937) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02937) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02937) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02937) vertaling: Marie heur auto is kepot/stokkend
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02937) vertaling: Marie heur auto is kepot/stokkend.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02937) vertaling: Piet zien auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02937) vertaling: Piet zien auto is kepot.
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02937) vertaling: Die man zien auto is kepot.
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02937) vertaling: Die man zien auto is kepot.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02937) vertaling: Die auto is niet van mij mar van him.
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02937) vertaling: De kraante van gister ligt onder de tv
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02937) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breurtien.
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02937) vertaling: Die jongen heur fietsen bin steulen.
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02937) vertaling: Die zusters heur moeder is op bezuuk.
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02937) vertaling: Die auto is van Wim.
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02937) vertaling: Die fiets is van mij.
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02937) vertaling: Hij mag mit gieniene praoten over dit perbleem.
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02937) vertaling: Ik wil gieniene zeer doen.
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02937) vertaling: Et is spietig dawwe niet kommen meugen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02937) vertaling: Dat gao'k niet doen.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02937) vertaling: Ik heb(be) niet warkt.
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02937) vertaling: Hij hadde et nog mar krek verteld of Marie begon te goelen.
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02937) vertaling: Gao die bestelling now mar ophaelen.
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02937) vertaling: Hij warkt niet.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02937) vertaling: Ik verbiede (et) je om hier te kommen.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02937) vertaling: Jan verhinderde dawwe Marie belden.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02937) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02937) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02937) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02937) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02937) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02937) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02937) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02937) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02937) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: dan (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: dan (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: dan (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: Aj' (1)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02937) fragment: dan (2)
opm.: informant geeft vertaling in Stellingwerfs: Aj' mit oons mitwillen (dan) moej'now de jasse andoen.
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02937) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02937) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02937) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02937) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02937) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02937) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02937) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02937) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02937) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02937) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02937) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02937) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02937) fragment: as (1)
opm.: _of_ doorgestreept
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02937) fragment: as (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02937) vertaling: Ik weet/wete dat jim op gieniene kwaod binnen.
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02937) vertaling: Ik weet/wete dat zij nargens trots/wies op is.
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02937) vertaling: Els daenkt dat 't niet makkelik is.
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02937) vertaling: Ik weet/wete dat ik te laete bin en ieje niet.
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02937) vertaling: Ie weten toch dat ie warken moeten en ik(ke) niet.
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02937) vertaling: Iederiene/Alleman daenkt dat wij naor huus gaon en dat zij nog blieven meugen
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02937) vertaling: Et is spietig dat hij komt en dat zij votgaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02937) vertaling: Ik daenke dat Lisa ziek is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02937) vertaling: Ik daenke dat Pieter en Liesje de lange hure ingaon
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02937) vertaling: Ik daenke dat Pieter en Liesje de lange hure ingaon
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02937) vertaling: Ik daenke dat Pieter enLiesje trouwen gaon.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02937) vertaling: Ik daenke dat Pieter enLiesje trouwen gaon.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Ja, dat dot hij.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Nee, dat dot hij niet.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Nee, dat dot hij niet.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Ja, dat dot hij.
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02937) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02937) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02937) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Ja, dat dot hij wel.
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Ja, dat dot hij wel.
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Nee, dat dot hij niet.
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02937) vertaling: Nee, dat dot hij niet.
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02937) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02937) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02937) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02937) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02937) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02937) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02937) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02937) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02937) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02937) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02937) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02937) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02937) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02937) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02937) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02937) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02937) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02937) fragment: die zien (1)
opm.: alternatieve vertaling: De jongen daor/waor de moeder gisteren van hertrouwd is
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02937) fragment: daor (as) (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02937) fragment: waor (as) (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02937) fragment: waor (as) (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02937) fragment: daor (as) (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02937) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02937) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02937) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02937) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02937) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02937) fragment: die aj' (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02937) fragment: die aj' (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02937) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02937) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02937) fragment: daor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02937) fragment: waor (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: bij ant.veld 2 is op het formulier _we_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord (ant.veld 1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02937) fragment: dawwe (1)
opm.: bij ant.veld 2 is op het formulier _we_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord (ant.veld 1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02937) fragment: dawwe (1)
opm.: bij ant.veld 2 is op het formulier _we_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord (ant.veld 1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: bij ant.veld 2 is op het formulier _we_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord (ant.veld 1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: informant geeft aan dat _dat ik_ kan worden samengetrokken tot _da'k_ twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02937) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02937) fragment: wat as (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02937) fragment: wat as (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02937) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02937) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02937) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02937) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02937) fragment: Die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wat daenk ie wie'k in de stad tegenkommen bin?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wat daenk ie wie a'k in de stad tegenkommen bin?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wat daenk ie wie a'k in de stad tegenkommen bin?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wat daenk ie wie'k in de stad tegenkommen bin?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02937) vertaling: Wat daenken jim hoe (as) ze dat oplost hebben
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02937) vertaling: Hoe daenk ie hoe (as) ze et oplost hebben?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02937) vertaling: Magda wet niet wie awwe (as we) bellen willen.
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02937) vertaling: Wet iene wie awwe (as we) reupen hebben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wie daenk ie da'k in de stad tegenkommen bin?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wie daenk ie da'k in de stad tegenkommen bin?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wie daenk ie wie a'k (wie'k) in de stad tegenkommen bin?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wie daenk ie wie a'k (wie'k) in de stad tegenkommen bin?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02937) vertaling: Wie daenk ie wie a'k (wie'k) in de stad tegenkommen bin?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het de hanen wusken
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het zien hanen wusken
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het zien hanen wusken
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het de hanen wusken
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het et hemd wusken.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het et hemd wusken.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het zien hemd wusken.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02937) vertaling: Hij het zien hemd wusken.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02937) vertaling: Hij het een hoed op et heufd.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02937) vertaling: Hij het een hoed op et heufd.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02937) vertaling: Hij het een hoed op.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02937) vertaling: Hij het een hoed op.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02937) vertaling: Hij het een plakke op et hemd.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02937) vertaling: Hij het een plakke op zien hemd.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02937) vertaling: Hij het een plakke op zien hemd.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02937) vertaling: Hij het een plakke op et hemd.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02937) vertaling: Hij het et bien breuken.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02937) vertaling: Hij het et bien breuken.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02937) vertaling: Hij het zien bien breuken.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02937) vertaling: Hij het zien bien breuken.
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02937) vertaling: Hij het him zeer daon.
opm.: reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02937) vertaling: Marie trok de deken naor heur toe.
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02937) vertaling: Luc wet dat d'r foto's van himzels te koop binnen.
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02937) vertaling: Ie herinnern je toch wel dawwe doe deur dat bos hennelopen binnen?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02937) vertaling: Ik herinner(e) me dat de auto van Marie kepot/stokkend was.
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02937) vertaling: Zij herinnert heur dat hij as een varken zat te eten.
opm.: reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02937) vertaling: Wij herinneren oons wel dat alle boeken van Jan steulen waeren, mar zij herinneren et heur niet.
opm.: reflexief: ons reflexief: haar (mv)
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02937) vertaling: Herinneren jim jim nog dawwe Jan op 'e mark zien hebben?
opm.: reflexief: je of reflexief: jullie
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02937) vertaling: Hij het him een ongelok warkt.
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02937) vertaling: Hij vuulde him deur et ies zakken.
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02937) vertaling: Zol hij dat daon hebben kund?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02937) fragment: kund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02937) fragment: daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02937) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02937) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02937) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02937) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02937) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02937) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02937) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02937) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02937) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02937) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02937) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02937) vertaling: We moe'n naor de schure en voer de koenen
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02937) vertaling: We moe'n naor de schure en voer de koenen
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02937) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02937) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02937) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02937) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02937) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02937) vertaling: De pelisie zol bij him kommen en neem him mit.
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02937) vertaling: De pelisie zol bij him kommen en neem him mit.
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02937) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02937) vertaling: Keze maeken wee'k niks van.
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02937) vertaling: Keze maeken wee'k niks van.
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02937) vertaling: Jan bin'k/he'k mit naor de mark west.
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02937) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02937) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02937) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02937) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02937) vertaling: Ik weet (wete) dat Jan naor de mark west het.
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02937) vertaling: Ik weet (wete) dat Jan naor de mark west het.
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02937) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02937) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02937) vertaling: Ik wor now mu, dat ik hool d'r mar mit op.
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02937) vertaling: Ik wor now mu, dat ik hool d'r mar mit op.
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02937) vertaling: Hij dee him veur dat hi'j krek van bedde kwam.
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02937) vertaling: De schilder het (is) hier west te schilderen.
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02937) komt voor: n
opm.: Informant: wel: Ie gaon naor huus, daenk?
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02937) vertaling: In die tied leefde ik (leefde'k) d'r op los.
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02937) vertaling: Vroeger leefde hij as een beest.
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02937) vertaling: Daor leefden wij as god in Frankriek.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02937) vertaling: Gieniene mag et zien, dat ik vien dat ie et ok niet zien meugen.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02937) vertaling: Et gebeurde doej' votgongen.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02937) vertaling: Ik weet (wete) waor aj' geboren binnen.
opm.: waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02937) vertaling: Now aj' klaor binnen, maj' (vot)gaon.
opm.: nu als - ja
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02937) vertaling: Deurdat Marie wegraekt was, het heur man Anna niet meer helpen kund.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02937) vertaling: Ik weet (wete) dat hij zwemmen gaon is.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02937) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02937) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02937) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02937) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02937) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02937) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02937) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02937) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02937) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02937) vertaling: D'r komt morgen iene langs. Wie dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02937) vertaling: D'r komt morgen iene langs. Wie dat?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02937) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02937) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02937) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02937) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02937) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02937) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02937) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02937) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02937) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02937) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02937) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02937) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02937) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02937) fragment: (0)
opm.: zinnen aangepast tot: ... daor ik van denk dat hij ... ... daor a'k van denk dat hij ...
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02937) fragment: (0)
opm.: zinnen aangepast tot: ... daor ik van denk dat ze him ... ... daor a'k van denk dat ze him ...
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02937) fragment: daor (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02937) fragment: wie (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02937) fragment: wie (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02937) fragment: wie a'k (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02937) fragment: wie a'k (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02937) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02937) fragment: da'k (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02937) fragment: da'k (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02937) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02937) fragment: da'k (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02937) fragment: dat (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02937) fragment: da'k (1)
opm.: bij tweede antwoord _ik_ doorgestreept twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02937) fragment: Die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02937) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02937) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02937) fragment: Die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02937) fragment: die heur (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02937) vertaling: Piet daenkt dat Jan en Marie op gieniene kwaod/lelk binnen.
betekenis: negative concord
opm.: opm. informant: Komt niet zo in het Stellingwerfs voor.
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02937) vertaling: Piet daenkt dat Jan en Marie op gieniene kwaod/lelk binnen.
betekenis: negative concord
opm.: opm. informant: Komt niet zo in het Stellingwerfs voor.
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02937) vertaling: Wim daenkt dawwe nooit iene een pries geven.
betekenis: negative concord
opm.: opm. informant: Komt niet zo in het Stellingwerfs voor.
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02937) vertaling: Wim daenkt dawwe nooit iene een pries geven.
betekenis: negative concord
opm.: opm. informant: Komt niet zo in het Stellingwerfs voor.
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02937) vertaling: Et is waor dat ze niet mit Marie praoten meugen.
betekenis: negatie > modaal
opm.: opm. informant: Komt niet zo in het Stellingwerfs voor.
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02937) vertaling: Et is waor dat ze niet mit Marie praoten meugen.
betekenis: negatie > modaal
opm.: opm. informant: Komt niet zo in het Stellingwerfs voor.
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02937) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02937) vertaling: gieniene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02937) vertaling: nooit en te nimmer
opm.: gecoördineerde negaties
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02937) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02937) vertaling: gienend
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02937) vertaling: Zeg him niet dat ik butedeure west bin/hebbe!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02937) vertaling: Zeg him niet da'k butedeure west bin/hebbe!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02937) vertaling: Zeg him niet da'k butedeure west bin/hebbe!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02937) vertaling: Zeg him niet dat ik butedeure west bin/hebbe!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02937) vertaling: Niet vertellen daj' een kedo veur him kocht hebben, heur!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02937) vertaling: Weej' niet dat hij valen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02937) vertaling: Wendy perbeerde om gieniene zeer te doen.
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02937) vertaling: 't Schient dat ze niks eten mag.
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02937) vertaling: Ze schient niks eten te meugen.
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02937) vertaling: Ze perberen al de hiele dag om mekeer te bellen.
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02937) vertaling: Et belooft weer een mooie dag te wodden.
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02937) vertaling: 't Is misschien (lichtkaans) beter om nog even te waachten.
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02937) vertaling: We hadden et gelok om him drekt weeromme te vienen.
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02937) vertaling: As de kiepen een wiekel zien, bin ze bange.
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02937) vertaling: Awwe (As we) de eerpels niet verkopen kunnen, zitten we in de de nusten/problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02937) vertaling: As jim (Aj'm) him niet mitnemen wor ik kwaod/lelk.
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02937) vertaling: Hij wus et.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02937) vertaling: Op dit feest wodt d'r een protte daenst.
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02937) vertaling: Now wodt d'r allienig nog mar bolle/brood verkocht in die winkel.
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02937) vertaling: As hij op 'e fiets komt, zal hij wel laete wezen.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02937) vertaling: Aj' tied hebben, kom dan es een keertien langes/an.
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02937) vertaling: As ik (A'k) riek bin, koop ik (me) een dure auto.
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02937) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02937) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02937) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02937) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02937) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02937) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02937) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02937) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02937) vertaling: Ik heb him et geven.
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02937) vertaling: Ik heb him et geven.
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02937) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben (om) een lietien te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben (om) een lietien te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben een lietien te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie een lietien perbeerd hebben te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie een lietien perbeerd hebben te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben (om) een lietien te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben een lietien te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben een lietien te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie een lietien perbeerd hebben te zingen.
opm.: tweede antwoord heeft voorkeur van informant
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02937) vertaling: Marie het zegd dat ie perbeerd hebben (om) heur een boek te geven.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02937) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02937) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02937) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02937) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02937) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02937) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02937) vertaling: Dat volk uut de stad het hier een protte huzen zetten/bouwen loaten.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02937) vertaling: An die nije vaort, daor ziej' gien meens(ke) meer.
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02937) vertaling: Gister het Jan hier west.
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02937) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik (wa'k) niet thuus.
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02937) vertaling: Jef, die zo'k (zol ik) nooit vraogen/nugen/uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02937) vertaling: Marie zol zoks nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02937) vertaling: Marie, die zol zoks nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02937) vertaling: Marie, die zol zoks nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02937) vertaling: Marie zol zoks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02937) vertaling: Bert, (die) drinkt wel es een glas tevule.
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02937) vertaling: Martha, (die) zo'k (zol'k) wel es bij me thuus vraogen/nugen/uutneudigen willen.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02937) vertaling: Dat huus, (dat) zo'k (zol ik) nooit kopen willen.
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02937) vertaling: Dat huus, (dat) staot daor al vuuftig jaor.
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02937) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02937) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02937) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02937) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02937) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02937) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02937) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02937) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02937) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02937) vertaling: Het Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02937) vertaling: Kiek uut!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02937) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02937) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02937) vertaling: Kiek uut!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02937) vertaling: 't Was mar krek goed genoeg.
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02937) vertaling: Marjo het now meer koenen as ze vroeger had(de).
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02937) vertaling: As Susanne kommen kund hadde dan had(de) ze dat daon.
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02937) vertaling: Zij is de beste dokter die ik ken(ne) / a'k ken(ne)
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02937) vertaling: Veurdaj' wat votgooien, moej' even bellen.
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02937) vertaling: Hier is alles wa'k (wat a'k) kregen heb(be).
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02937) vertaling: Jan is te krenterig om wat an zien kiender te geven.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02937) vertaling: Asof ie wat van voetballen weten!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02937) vertaling: Leg dat boek daele.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02937) vertaling: Aj' echt niet waachten kunnen, kom dan mar.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02937) vertaling: Ik weet (wete) dat Jan de dokter roepen kund had(de)
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02937) vertaling: Ik weet (wete) dat Jan de dokter roepen hebben kon.
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02937) vertaling: Hij zee dat ik et doen moeten had(de).
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02937) vertaling: Hij zee dat ik et daon hebben mos.
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02937) vertaling: Hij is vleden weke deur dokter Mertens eupereerd/hulpen.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02937) vertaling: Hij wodt morgen deur dokter Mertens hulpen/eupereerd.
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02937) vertaling: Ik daenke daj' een protte votgooien moeten zollen.
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02937) vertaling: Ik daenke daj' een protte votgooien moeten zollen.
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Et is dom om zokke dure dingen vot te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Et is dom om zokke dure dingen vot te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Hij is alle kepot/stokkend spul an et votgooien
positie: 1,2
opm.: opm. informant: i.p.v. vot mag weg ook.
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Hij is alle kepot/stokkend spul vot an 't gooien
positie: 1,2
opm.: opm. informant: i.p.v. vot mag weg ook.
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Hij is alle kepot/stokkend spul vot an 't gooien
positie: 1,2
opm.: opm. informant: i.p.v. vot mag weg ook.
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Hij is alle kepot/stokkend spul an et votgooien
positie: 1,2
opm.: opm. informant: i.p.v. vot mag weg ook.
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Hij is alle kepot/stokkend spul an et votgooien
positie: 1,2
opm.: opm. informant: i.p.v. vot mag weg ook.
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02937) vertaling: Hij is alle kepot/stokkend spul vot an 't gooien
positie: 1,2
opm.: opm. informant: i.p.v. vot mag weg ook.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02937) vertaling: Ik vien(e) daj' vaeker kraantelezen moeten zollen.
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02937) vertaling: Ik vien(e) daj' vaeker kraantelezen moeten zollen.
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02937) vertaling: Et is dom om in et donker te kraantelezen.
positie: 2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02937) vertaling: Et is dom om in et donker te kraantelezen.
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02937) vertaling: Hij is de hiele dag an et kraantelezen.
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02937) vertaling: Hij is de hiele dag an et kraantelezen.
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02937) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02937) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02937) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02937) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02937) vertaling: Ie bin ok een raeren iene.
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02937) vertaling: Ie bin ok een raeren iene.
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02937) vertaling: Robert het iene grune appel votgeven en now het hij nog twie rooien.
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02937) vertaling: D'r waeren een protte meensken op et feest.
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02937) vertaling: Waeren d'r een protte meensken op et feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02937) vertaling: Wat veur boeken hej' kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02937) vertaling: Wat hej' veur boeken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02937) vertaling: Wat hej' veur boeken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02937) vertaling: Wat veur boeken hej' kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02937) vertaling: Hij woont bij Marietje.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02937) vertaling: Hij woont bij Wim.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02937) vertaling: Loop even naor de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02937) vertaling: Wie hej' zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02937) vertaling: Wie het jow zien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02937) vertaling: Ha'k dat weten dan ha'k et niet daon.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02937) vertaling: Et zol beter wezen om nog even te waachten.
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02937) vertaling: Gelokkig had(de) Jan de dokter beld en die was d'r al hiel rap/gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02937) vertaling: Loop now toch deur, vervelende jongen!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02937) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02937) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02937) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02937) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02937) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02937) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02937) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02937) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nijeholtpade

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nijeholtpade