SAND-data Nijehaske (F013b)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02986) vertaling: Jon wiet dot forhaal noch wol.
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02986) vertaling: Marie en Piet moetsje menur foor de tsjerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02986) vertaling: Toon woskut him.
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02986) vertaling: De timmerman het gin spikers bij him
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02986) vertaling: Fons seach un slang neist him.
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02986) vertaling: Erik liet mie foor him wurkje
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02986) vertaling: Johanna liet har oppe golven meidriuwe
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02986) vertaling: Toon busjocht himself ris goed yn 'e spegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02986) vertaling: Jon het yn twa minutun un gleske bier opdronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02986) vertaling: Disse skun rinne nofluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02986) vertaling: Eduard kin himsels goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02986) vertaling: Ward jerdu, dot der foto's fon himsels iennu etulaasje stean
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02986) vertaling: Die earpels skile net maklik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02986) vertaling: Dit glês brekt, ossut oppu groen folt
000 (x01opm) (inf. 02986) opm. inf.: De "g" is vooraan een woorde altijd een diepe keel-gDokt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02986) vertaling: Doktur, libje ik wol soon genôch?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02986) vertaling: Hij libbut ol jierren fon sien heittus neilittunskip
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02986) vertaling: Su libbut dizzu wieku op wettur en brea
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02986) vertaling: Libbut dot noch?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02986) vertaling: Hoe lang libju jim no al fon die neilittenskip
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02986) vertaling: Ien Bruttagnu libju su bunammen fon ut fiskjun
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02986) vertaling: Nei ut ieten gean ik tu sliepen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02986) vertaling: Nei ut ieten gean ik op bêd
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02986) vertaling: Nei ut ieten gean ik op bêd
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02986) vertaling: Nei ut ieten gean ik tu sliepen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02986) vertaling: Soe ik dot wol dwaan kinnu?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02986) vertaling: Hij liet sien hüs oubrekke
000 (x02opm) (inf. 02986) opm. inf.: De ea van "gean" wordt vrij lang aangehouden; iets langer dan het nederlandse weer.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02986) vertaling: b. Ik wit, dot Jan hud mut wurkje kin.
komt voor: n
gebr.: 1
opm.: Opmerking informant: Met het ww "moeten" heb ik hier toch moeite; als dat er bij hoort, dan zou het b zijn, maar ik denk, dat er in de streektaal wordt gezegd: Ïk tink, dot Jon wól hud wurkje kin." (met nadruk op wol en kin)
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02986) vertaling: b. Ik wit, dot Jan hud mut wurkje kin.
komt voor: n
gebr.: 1
opm.: Opmerking informant: Met het ww "moeten" heb ik hier toch moeite; als dat er bij hoort, dan zou het b zijn, maar ik denk, dat er in de streektaal wordt gezegd: Ïk tink, dot Jon wól hud wurkje kin." (met nadruk op wol en kin)
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02986) vertaling: b. Ik wit, dot Jan hud mut wurkje kin.
komt voor: n
gebr.: 1
opm.: Opmerking informant: Met het ww "moeten" heb ik hier toch moeite; als dat er bij hoort, dan zou het b zijn, maar ik denk, dat er in de streektaal wordt gezegd: Ïk tink, dot Jon wól hud wurkje kin." (met nadruk op wol en kin)
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
000 (x03opm) (inf. 02986) opm. inf.: Ik denk toch meer in de zin, zoals ik heb beschreven: "Ik tink, dot Jon wól hud wurkju kin".
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02986) vertaling: Jon het gjinien boek mear.
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02986) vertaling: Jon het gjin boek mear (als de nadruk op boek ligt)
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02986) vertaling: Jon het net mear un boek (als het toevallig is, bijv. bij zoekraken van een bepaald schoolboek)
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02986) vertaling: Jon het net mear un boek (als het toevallig is, bijv. bij zoekraken van een bepaald schoolboek)
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02986) vertaling: Jon het gjin boek mear (als de nadruk op boek ligt)
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02986) vertaling: Jon het gjin boekun mear
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02986) vertaling: Jon het net folle jild mear
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02986) vertaling: Nimmun mei (noch) oer dit probleem prate.
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02986) vertaling: Dur mei nimmun oer dit probleem prate
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02986) vertaling: Nimmun seit, dot hij komt (dottie komt)
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02986) vertaling: Sitte jir earne müsun
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02986) vertaling: Ik jouw unoar neat
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02986) vertaling: Nimmun wol wurkju.
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02986) vertaling: Wij wistun net, dottie tüs wie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02986) vertaling: Ik wist ut ik net.
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02986) vertaling: Hij mei mei gjinien oer dit dit probleem prate
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02986) vertaling: Jon wiet, dottie foar trijen de wein klear he mut.
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Marie har oto is stikkun
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02986) vertaling: De oto fon Marie is stikkun
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02986) vertaling: De oto fon Marie is stikkun
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Marie har oto is stikkun
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Marie har oto is stikkun
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Piet sien oto is stikkun
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Piet sien oto is stikkun
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Du oto fon die mon is stikkun
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02986) vertaling: Die mon sien is stikken
opm.: De vertaling van "auto" is waarschijnlijk vergeten.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02986) vertaling: Die oto is net minunt, mar sinunt.
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02986) vertaling: Du kronte fon juster leit onder du TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02986) vertaling: Jon is Karolien en Kristien harrun broerku
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02986) vertaling: Die jongus harren fietsen bin stellen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02986) vertaling: Die susters harren mem is op busitu
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02986) vertaling: Die oto Wim sinus
opm.: werkwoord vergeten te vertalen
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02986) vertaling: Die fiets is minunt
opm.: vergelijkbare constructie met -unt
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02986) vertaling: Hij mei mei gjinien oer dit probleem prate
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02986) vertaling: Ik wol gjinien tu kwea jaan
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02986) vertaling: Ut is spitich, dot wei net komme meiju.
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02986) vertaling: Dot sil ik net dwaan
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02986) vertaling: Ik hè net wurke
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02986) vertaling: Hij hie ut noch mar krekt fortelt of Marie begjint tu goelen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02986) vertaling: Hij hie ut noch mar krekt fortelt of Marie begjint tu goelen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02986) vertaling: Hij hie ut noch nèt sein of Marie begjint to gûlen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02986) vertaling: Hij hie ut noch nèt sein of Marie begjint to gûlen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02986) vertaling: Helju die bustelling no mar op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02986) vertaling: Hij wurkut net
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02986) vertaling: Tink urom, dot ik dei jir nét wer sjoch
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02986) vertaling: Jon hoot ut tsjin, dot wei Marie bellen.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02986) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02986) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02986) fragment: tu (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02986) fragment: tu (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02986) komt voor: n
opm.: Opmerking informant: Wel: dottie kaam tu wurkjen
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02986) fragment: om tu (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02986) fragment: ostoo (1)
opm.: ostoo = ast + do
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02986) fragment: ostoo (1)
opm.: ostoo = ast + do
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02986) fragment: (2)
opm.: ostoo = ast + do
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02986) fragment: (2)
opm.: ostoo = ast + do
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02986) fragment: tu (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02986) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02986) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02986) fragment: tu (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02986) fragment: os (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02986) fragment: don (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02986) fragment: os (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02986) fragment: os (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02986) fragment: os (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02986) fragment: tu (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02986) fragment: tu (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02986) fragment: 't (1)
opm.: Opmerking informant: Doe't wie eigenlijk aanelkaar Doetwie Toen "alleen" = do (bijv. en toen ging het regenen)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02986) fragment: dottie (1)
opm.: Informant geeft aan dat de werkwoorden achteraan in de zin in omgekeerde volgorde moeten staan.
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02986) fragment: ottie (1)
opm.: Informant streept _of_ en _hij_ door. Opm. informant: Hier is "ot" of dat en dan komt hij er aan vast Deze opmerking maakt het blauwe trefwoord voegwoord na onderschikkend 'of' tot een twijfelgeval.
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02986) fragment: ottie (1)
opm.: Informant streept _hij_ door.
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, dot jim op gjiníen lilk binne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, dottie neane grutsk op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02986) vertaling: Els tinkt dottut net maklik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, dottik tu let bin en doo net
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02986) vertaling: Doo wiest doks, dostoo wurkju must en ikku net
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02986) vertaling: Eltsenien tinkt, dot wie nei hüs gean en dot sullie noch bliuwe meije.
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02986) vertaling: It is spitich, dot hei komt en sei futgiet
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02986) vertaling: Ik tink, dot Lise siik is.
opm.: Opm. informant: siek lange ii
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02986) vertaling: Ik tink, dot Pietur en Lyske trouwe sille.
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02986) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02986) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02986) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02986) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02986) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02986) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02986) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02986) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02986) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02986) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02986) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02986) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02986) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02986) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02986) fragment: fon waa du (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02986) fragment: wêrtsu (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't informant heeft _ze_ doorgestreept (= su)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02986) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02986) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02986) fragment: wêr ut (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02986) fragment: diet mun (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't informant heeft _je_ doorgestreept (=mun)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02986) fragment: wêr (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02986) fragment: dot (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02986) fragment: wot (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02986) fragment: wot (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02986) fragment: waat (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02986) vertaling: Wot tinkstoo waat ik ien 'e sted tsjin kaam
opm.: enclitisch voegwoord 't
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02986) vertaling: Wot tinku jim hoe'tsu ut oplost hè?
opm.: enclitisch voegwoord 't
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02986) vertaling: Wot tinkstoo hoetsu ut oplost hè?
opm.: enclitisch voegwoord 't
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02986) vertaling: Magda wit net waa wij opbelje wolle
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02986) vertaling: Wiet immun waa't wij roppen hè?
opm.: enclitisch voegwoord 't
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02986) vertaling: Waa tinstoo, dot ik yn 'e sted moete hè?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02986) vertaling: Waa tinstoo, dot ik yn 'e sted moete hè?
opm.: status _dot_ onduidelijk: twijfelgeval D-woord of voegwoord
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02986) vertaling: Hij het sien honnen wosken
opm.: Opm. informant m.b.t. de o in _honnen_: deze o zwemt naar a
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02986) vertaling: Hij het sien himd wosken
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02986) vertaling: Hij het un hoed oppu holle
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02986) vertaling: Hij het un flek op sien himd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02986) vertaling: Hij het sien skonk brutsen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02986) vertaling: Sij het har sear dien
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02986) vertaling: Marie truts du tekkun nei har ta
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02986) vertaling: Luc wiet, dottur fotoos fon himsels tu keap binnu
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02986) vertaling: Do wiest dochs noch wol, dot wij troch dot bosk roon binne?
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02986) vertaling: Ik wit noch, dot du oto fon Marie stikkun wier
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02986) vertaling: Su wiet noch, dottie os un baarch siet tu itun
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02986) vertaling: Wij wietu noch wol, dot Jon sien boeken ollegêrru stellen wienen, mar sij wietu dot net mear
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02986) vertaling: Wietu jim noch, dot wie Jon oppu merke sjoen hè?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02986) vertaling: Hij het him un ûngulok wurku.
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02986) vertaling: Hij fjilde hoetie troch ut iis sakke.
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02986) vertaling: Soe hij dat dwaan kinnen hè
opm.: Opm. informant: Volgorde goed, maar gekund wordt kunnen. Dit is onjuist. De informant heeft hier geen duidelijkheid wat betreft de status van het participium _kinnen_. Zie ook Y 5(i).
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02986) fragment: kinnen (1)
opm. inf.: In iv-b denk ik, dat toch eerder gezegd wordt: Ik tink, dot Marie Jón opbelje mut. (met nadruk op Jon en weglating van naar, en ook een beetje nadruk op ópbelje.
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02986) fragment: kinnen (1)
opm. inf.: In iv-b denk ik, dat toch eerder gezegd wordt: Ik tink, dot Marie Jón opbelje mut. (met nadruk op Jon en weglating van naar, en ook een beetje nadruk op ópbelje.
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02986) fragment: dien (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02986) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02986) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02986) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02986) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02986) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02986) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02986) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02986) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02986) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02986) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02986) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02986) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02986) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02986) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02986) vertaling: Ik tink, hij is fut
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02986) vertaling: Ik tink, hij is fut
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02986) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, hij is fut
komt voor: j
opm.: directe rede
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, hij is fut
komt voor: j
opm.: directe rede
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02986) vertaling: Du pliesje soe bij him komme om him mei to nimmen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02986) vertaling: Du pliesje soe bij him komme om him mei to nimmen
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02986) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02986) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02986) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02986) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02986) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02986) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02986) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02986) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02986) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02986) vertaling: Ik wur no wurch, dottik hâlder no mar mei op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02986) vertaling: Ik wur no wurch, dottik hâlder no mar mei op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02986) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02986) vertaling: Du skilder is jir west tu skilderjen
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02986) vertaling: Du skilder is jir west tu skilderjen
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02986) vertaling: Giest nei hüs tink?
komt voor: j
opm.: ja en nee zijn beide ingevuld Opm. informant: Wel in de betekenis van: Ik denk dat je naar huis gaat? of ik veronderstel dat je naar huis gaat?
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02986) vertaling: Giest nei hüs tink?
komt voor: j
opm.: ja en nee zijn beide ingevuld Opm. informant: Wel in de betekenis van: Ik denk dat je naar huis gaat? of ik veronderstel dat je naar huis gaat?
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02986) vertaling: Ien die tiid libbu ik (of libbik) durop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02986) vertaling: Jertiids libbu hie os un beest.
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02986) vertaling: Dêr libbun wij os god ien Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02986) vertaling: Gjinien mei ut sjen, dus dien ik, dostoo ut ik net sjen meist.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02986) vertaling: Ut badde, doest fut gongst.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, wêrstoo bennu bist.
opm.: enclitisch voegwoord met vervoeging 2e p.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02986) vertaling: Noust kleer bist, meist fut gean
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02986) vertaling: Troch Marie's stjerren, hat har mon Anna net mear helpu kind.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, dottie tu swimmun goun is
opm.: Opm. informant: 9f lijkt het meest, maar het woordje "teöntbreekt.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02986) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02986) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02986) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02986) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02986) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02986) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02986) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02986) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02986) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02986) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02986) vertaling: Waa dot?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02986) vertaling: Waa dot?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02986) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02986) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02986) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02986) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02986) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02986) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02986) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02986) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02986) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02986) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02986) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02986) fragment: dietse (1)
opm.: informant streept ze door
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02986) fragment: diettut (1)
opm.: informant streept het door
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02986) fragment: fon waa (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02986) fragment: dottie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02986) fragment: dottie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02986) fragment: fon waa (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02986) fragment: fon waa (1)
opm.: informant streept ze door
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02986) fragment: fon waa (1)
opm.: informant streept ze door
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02986) fragment: dotsu (2)
opm.: informant streept ze door
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02986) fragment: dotsu (2)
opm.: informant streept ze door
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02986) fragment: mei waa (1)
opm.: informant streept mee door
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02986) fragment: waa (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02986) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02986) fragment: dottik (1)
opm.: informant streept ik door twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02986) fragment: dietut (1)
opm.: informant streept het door enclitisch voegwoord 't
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02986) fragment: dotik (1)
opm.: informant streept ik door twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02986) fragment: Waa (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02986) fragment: fon waa de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02986) vertaling: Piet tinkt, dot Jan en Marie op gjinien lilk binne
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02986) vertaling: Piet tinkt, dot Jan en Marie op gjinien lilk binne
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02986) vertaling: Wim tinkt, dot wie nimmen ea un priis jouwe
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02986) vertaling: Wim tinkt, dot wie nimmen ea un priis jouwe
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02986) vertaling: It is wier, dottut net tastoon is, dotsu mei Marie prate
opm.: In de spreektaal zal eerder gezegd worden: It is wier, dottet harren furbean is mei Marie to praten.
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02986) vertaling: nearne
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02986) vertaling: gjinien
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02986) vertaling: nea
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02986) vertaling: neat
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02986) vertaling: gjinien (fon ollen)
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02986) vertaling: Siz him net, dottik büten west bin.
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02986) vertaling: Net sizze, dostoo un prusintsje foar him kocht hest, hear!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02986) vertaling: Wiesto net, dottie follen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02986) vertaling: Wendy besocht om nimmen sear te dwaan
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02986) vertaling: Ut skient, dotsu neat ite mei.
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02986) vertaling: Su skynt neat ite tu meijun
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02986) vertaling: Su busiekje ol du hiele dei lang elkör to beljun
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02986) vertaling: Ut likut weer un moaije dei tu wuddun
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02986) vertaling: Ut is faaks better noch efkes tu wachtsjun
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02986) vertaling: Wu troffen ut him daliks werom tu finen
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02986) vertaling: Os de hinnen un wiekul sjogge, binnu su bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02986) vertaling: Otwu du eapuls net furkeepje kinne, don sitte wie ien swier waar
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02986) vertaling: Otjim him net meinimme, wur ik lilk.
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02986) vertaling: Hij wistut
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02986) vertaling: Op dit feest wurd un protte doonse
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02986) vertaling: No wuttur allinnich noch mar bôllu forkocht yn dy winkul
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02986) vertaling: Ottur oppe fiets komt, sillur wol let wêze
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02986) vertaling: Ast tiid hest, kom donrus un kear oan.
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02986) vertaling: Attik riek bin, keepje ik un djoere oto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02986) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02986) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02986) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02986) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02986) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02986) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02986) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02986) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02986) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02986) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02986) vertaling: Marie het sein, dostoo prubjerre hest un lietsje (fesku) tu sjongen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02986) vertaling: g. Marie het sein, dostoo busocht hest un fesku tu sjongen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02986) vertaling: g. Marie het sein, dostoo busocht hest un fesku tu sjongen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02986) vertaling: Marie het sein, dostoo prubjerre hest un lietsje (fesku) tu sjongen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02986) vertaling: Marie het sein, dostoo busocht hest har un book tu jaan
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02986) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02986) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02986) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02986) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02986) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02986) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02986) komt voor: n
gebr.: 5
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02986) vertaling: Die ütte stet hewwe jir un prottu hüsun bout.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02986) vertaling: Oan die nije feat sjoch ju gjin mins mear
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02986) vertaling: Juster is Jon jir west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02986) vertaling: Du dei dot Jon bellu, wie ik net tüs
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02986) vertaling: Jef soe ik nea ütnoechju
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02986) vertaling: Marie soe soks nea dwaan
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02986) vertaling: Bert drinkt wolris un glês tu follu
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02986) vertaling: Mártha soe ik wolris bei mie tüs noechju wolle.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02986) vertaling: Dót hüs soe ik nea keepju wollu
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02986) vertaling: Dót stiet dêr ol fieftich jier
opm.: Pronomen in subjectspositie.
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02986) vertaling: Hat Gunther belle?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02986) vertaling: Tinkerrom!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02986) vertaling: 't Wie mar krekt goed gunôch
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02986) vertaling: Marjo het noo mear kei don su jertiids hie
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02986) vertaling: As Susanne komme kind hie, don hie su dot dien
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02986) vertaling: Ja is du bêste doktur, diettik kin.
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02986) vertaling: Foordostoo eat weismiest, must eefkes belju
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02986) vertaling: Jir is ollus, wok kriegen hè.
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02986) vertaling: Jon is tu skrapurug om eat aan sien ben tu jaan
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02986) vertaling: Krekastoo eat fon foetboljen wiest!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02986) vertaling: Lis dot boek del!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02986) vertaling: Ost wier net wachtsje kinst, kom don mar.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, dot Jon du doktur roppun kint hie.
opm.: De vorm 'roppun' is merkwaardig, waarschijnlijk is het een participium (PPI)
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02986) vertaling: Ik wiet, dot Jon du doktur roppun kint hie
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02986) vertaling: Hij sei, dottik ut dwaan mutten hie
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02986) vertaling: Hij sei, dottik ut dwaan mutten hie
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02986) vertaling: Hij is fline wieke troch dokter Mertens oppereard.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02986) vertaling: Hij wut moan troch dokter Mertens oppereard
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02986) vertaling: Ik tink, dostoo un prottu futsmite mutte soest
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02986) vertaling: Ik tink, dostoo un prottu futsmite mutte soest
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02986) vertaling: Ut is stom om sokke djoeru dingen fut tu smiten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02986) vertaling: Ut is stom om sokke djoeru dingen fut tu smiten
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02986) vertaling: Hij is ollu kapottu spullen oan ut futsmiten
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02986) vertaling: Hij is ollu kapottu spullen oan ut futsmiten
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02986) vertaling: Ik fien, dostoo faker du kronte lêze must
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02986) vertaling: Ik fien, dostoo faker du kronte lêze must
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02986) vertaling: Ut is stom om ient donkur du krontu tu lêzen
positie: 1
opm.: de krante i.p.v. krante
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02986) vertaling: Ut is stom om ient donkur du krontu tu lêzen
positie: 1
opm.: de krante i.p.v. krante
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02986) vertaling: Hij is du hiele dei oant krontulêzen.
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02986) vertaling: Hij is du hiele dei oant krontulêzen.
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02986) fragment: troch (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02986) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02986) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02986) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02986) vertaling: Do bist ek un rarenien!
komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02986) vertaling: Do bist ek un rarenien!
komt voor: j
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02986) vertaling: Robert het ien griene appul futjoen en no hettie dur noch twaa readu.
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02986) vertaling: Dur wienen un prottu meensken op ut feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02986) vertaling: Dur wienen un hoop meensken op ut feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02986) vertaling: Dur wienen un hoop meensken op ut feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02986) vertaling: Dur wienen un prottu meensken op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02986) vertaling: Wiene dur un prottu meensken op ut feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02986) vertaling: Wot for boekun hestoo kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02986) vertaling: Wot for boekun hestoo kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02986) vertaling: Wat hesto an boeken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02986) vertaling: Wat hesto an boeken kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02986) vertaling: Hij wennut bij Marietje.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02986) vertaling: Hij wennet bij Wim.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02986) vertaling: Gean eefkes nei de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02986) vertaling: Waa hest sjoen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02986) vertaling: Waa het dei sjoen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02986) vertaling: Os ik dot wietun hie, hiekkut net dien.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02986) vertaling: 't soe better wêze noch eefkus tu wachtsjun
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02986) vertaling: Lokkich hie Jon du doktur belle en die wiedur ol heel gau
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02986) vertaling: Rin no dochs troch, forfelende jongus! (apen!!!)
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02986) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02986) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02986) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02986) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02986) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02986) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02986) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02986) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Nijehaske

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Nijehaske