SAND-data Jutphaas (E223p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02857) vertaling: Jan herinnert zich 't verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02857) vertaling: Marie en Piet zien mekaar voor de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02857) vertaling: toon wast z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02857) vertaling: De timmerman het geen spijkers bij 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02857) vertaling: Fons zag 'n slang naas zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02857) vertaling: Erik liet me voor 'm werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02857) vertaling: Johanna liet zich meedrijve op de golve
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02857) vertaling: Toon bekeek zich 's goed in de spiegel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02857) vertaling: Jan het in twee minute een biertje gedronke
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02857) vertaling: Deze schoenen lopen makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02857) vertaling: Eduard kent z'n eige goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02857) vertaling: Ward het gehoord dat er foto's van 'm in de etalage staan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02857) vertaling: Die aerepels schiele niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02857) vertaling: Dit glas breekt als 't op de grond valt
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat jan hard mot kenne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat jan hard mot kenne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat jan hard mot kenne werreke
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02857) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02857) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02857) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02857) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02857) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02857) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02857) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02857) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02857) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02857) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02857) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02857) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02857) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02857) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02857) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02857) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02857) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02857) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02857) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02857) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02857) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02857) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02857) vertaling: Jan het gin boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02857) vertaling: Jan het gin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02857) vertaling: Boeke het jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02857) vertaling: jan het niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02857) vertaling: D'r mag niemand over dit probleem praete
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02857) vertaling: D'r mag niemand over dit probleem praete
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02857) vertaling: Niemand zegt dattie komp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02857) vertaling: Zitten hier erges muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02857) vertaling: Ik geef niks aan 'n ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02857) vertaling: Niemand wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02857) vertaling: We wiste niet dattie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02857) vertaling: Ik wis't ook nie
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02857) vertaling: Hij mag met niemand praete over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02857) vertaling: Jan weet dattie voor drie uur de wagen gemaakt mot hebbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02857) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02857) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02857) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 2
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02857) vertaling: Maries auto is kepot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02857) vertaling: Marie d'r auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02857) vertaling: Piets auto is kepot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02857) vertaling: Piet z'n auto is kepot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02857) vertaling: Die man z'n auto is kepot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02857) vertaling: Die man z'n auto is kepot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02857) vertaling: Die auto is niet van mijn maar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02857) vertaling: de krant van gistere leg onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02857) vertaling: Jan is 't broertje van Karolien en Krsitien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02857) vertaling: Die jongens d'r fietsen zijn gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02857) vertaling: Die zussen d'r moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02857) vertaling: Da's Wim zijn auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02857) vertaling: Da's me fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02857) vertaling: Hij mag met niemand over dit probleem praete
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02857) vertaling: Ik wil niemand kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02857) vertaling: Het is jammer dat wij komme magge
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02857) vertaling: Dat ga'k nie doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02857) vertaling: ik heb niet gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02857) vertaling: Hij had nog maar net verteld, of Marie begon te huilen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02857) vertaling: Ga die bestelling nu maar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02857) vertaling: Hij werk nie
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02857) vertaling: Ik verbied je om hier te komme
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02857) vertaling: jan verhinderde dat we Marie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02857) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02857) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02857) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02857) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02857) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02857) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02857) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02857) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02857) komt voor: n
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Wanneer (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02857) fragment: Als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02857) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02857) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02857) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02857) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02857) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02857) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02857) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02857) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02857) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02857) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02857) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02857) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02857) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02857) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02857) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02857) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02857) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02857) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02857) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02857) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02857) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02857) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02857) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02857) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02857) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02857) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02857) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02857) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat jullie op niemand boos zijn
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat ze nerges trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02857) vertaling: Els denk dat 't niet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02857) vertaling: Ik weet da'k te laat ben en jij niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02857) vertaling: Je weet toch da'j mot werken en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02857) vertaling: Iedereen denk da we naar huis gaan en dat zij nog magge blijven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02857) vertaling: 't is jammer dattie komp en zij weggaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02857) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02857) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwe
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02857) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02857) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02857) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02857) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02857) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02857) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02857) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02857) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02857) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02857) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02857) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02857) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02857) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02857) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02857) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02857) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02857) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02857) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02857) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02857) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02857) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02857) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02857) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02857) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02857) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02857) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02857) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02857) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02857) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02857) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02857) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02857) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02857) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02857) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02857) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02857) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02857) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02857) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02857) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02857) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02857) vertaling: Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02857) vertaling: Hoe denken jullie dat ze het hebben opgelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02857) vertaling: Hoe denk je dat ze het hebben opgelost?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02857) vertaling: Magda weet niet wie we willen bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02857) vertaling: Weet iemand wie we geroepen hebben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02857) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02857) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02857) vertaling: Hij het z'n hande gewasse
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02857) vertaling: Hij het z'n hemp gewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02857) vertaling: Hij het 'n hoedn op z'n hoof
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02857) vertaling: Hij het 'n vlek op z'n hemp
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02857) vertaling: Hij het z'n been gebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02857) vertaling: Hij (sic) het z'n eige zeer gedaan
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02857) vertaling: Marie trok de deken naar d'r toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02857) vertaling: Luc weet dat er foto's van 'm te koop zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02857) vertaling: Jij herinnert je toch wel, dat we toen door dat bos zijn gelope?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02857) vertaling: Ik weet nog dat Marie d'r auto kepot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02857) vertaling: Zij weet nog dat ie as 'n varke zat te ete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02857) vertaling: Wij wete nog, dat al Jan z'n boeke gestole ware, maar zij wete 't nie meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02857) vertaling: wete jullie nog dat we jan op de markt gezien hebbe
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02857) vertaling: Hij het zich 'n ongeluk gewerk
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02857) vertaling: Hij voelde dattie door het ijs zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02857) vertaling: Zou hij dat gedaan kunnen hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02857) vertaling: Zou hij dat gedaan kunnen hebben
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02857) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02857) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02857) fragment: Dat kon die nooit (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02857) fragment: Dat kon die nooit (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02857) fragment: gekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02857) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02857) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02857) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02857) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02857) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02857) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02857) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02857) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02857) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02857) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02857) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02857) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02857) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02857) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02857) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02857) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02857) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02857) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02857) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02857) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02857) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02857) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02857) vertaling: Kaas maeke weet ik niks van
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02857) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02857) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02857) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02857) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02857) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02857) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02857) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02857) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02857) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02857) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02857) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02857) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02857) vertaling: In die tijd leefde ik d'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02857) vertaling: Vroeger leefde hij as een bees
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02857) vertaling: Daar leefden wij as god in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02857) vertaling: Niemand mag 't zien, dus ook jij niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02857) vertaling: Het beurde toen je wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02857) vertaling: Ik weet waar je geboren ben
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02857) vertaling: Nu je klaar bent, maije gaen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02857) vertaling: Doordat Marie gestorve was, heeft d'r man Anna niet meer kunne helpe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02857) vertaling: Ik weet dattie is gaen zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02857) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02857) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02857) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02857) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02857) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02857) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02857) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02857) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02857) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02857) vertaling: met zuk weer kee'j niet veul doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02857) vertaling: met zuk weer kee'j niet veul doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02857) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02857) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02857) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02857) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02857) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02857) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02857) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02857) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02857) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02857) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarom (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarom (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarom (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarnaar (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarnaar (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarnaar (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02857) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02857) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02857) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02857) fragment: dat die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02857) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: dat ze die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02857) fragment: dat ze die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02857) fragment: waarmee (ik gesproken ...) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02857) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02857) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02857) fragment: waarmee (ik gesproken ...) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar ik mee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar ik mee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar ik mee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar ik mee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02857) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02857) fragment: dat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02857) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02857) fragment: dat (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02857) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02857) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02857) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02857) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02857) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02857) fragment: waarvan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02857) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02857) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02857) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op niemand boos zijn
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02857) vertaling: Piet denk dat Jan en Marie op niemand boos zijn
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02857) vertaling: Wim denk dat we nooit iemand een prijs geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02857) vertaling: Wim denk dat we nooit iemand een prijs geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02857) vertaling: 't is waer dat ze niet met Marie magge praete
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02857) vertaling: 't is waer dat ze niet met Marie magge praete
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02857) vertaling: hier nie
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02857) vertaling: Niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02857) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02857) vertaling: Niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02857) vertaling: Geen een
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02857) vertaling: je moet 'm niet vertelle da'k buiten was
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02857) vertaling: Niet zegge, dat je ...
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02857) vertaling: Wis je niet dat hij gevalle is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02857) vertaling: Wendy probeerde niemand pijn te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02857) vertaling: Ze schijnt niks te magge ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02857) vertaling: 't lijk wel of ze niks mag ete
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02857) vertaling: Ze probere al de hele dag mekaar te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02857) vertaling: Het belooft weer 'n mooie dag te worde
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02857) vertaling: 't Is misschien beter om nog effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02857) vertaling: We hadden 't geluk 'm direct terug te vinde
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02857) vertaling: Als de kippe 'n valk zien, worde ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02857) vertaling: As we etc. (sic), hewe probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02857) vertaling: Ai 'm niet meeneme wor'k kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02857) vertaling: Hij wis't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02857) vertaling: Op dit feest wordt veul gedanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02857) vertaling: Nu wordt 'r alleen maar brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02857) vertaling: As tie met de fiets komp, zal 't we laat zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02857) vertaling: Ai tijd heb, kom 's langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02857) vertaling: Ak rijk ben, koop ik 'n dure auto
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02857) vertaling: 'Conform betekenis' (= misschien ga ik het wel krijgen)
komt voor: j
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02857) vertaling: 'Conform betekenis' (= misschien ga ik het wel krijgen)
komt voor: j
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02857) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02857) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02857) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02857) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02857) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02857) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02857) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02857) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02857) vertaling: marie het gezegd, dat jij 'n leidje het probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02857) vertaling: marie het gezegd, dat jij 'n leidje het probere te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02857) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02857) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02857) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd haar 'n boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02857) gebr.: 3
opm.: met te
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met te
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met te
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02857) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02857) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02857) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02857) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met te
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met te
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02857) vertaling: Die uit de stad hebben hier veel huizen gebouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02857) vertaling: Langs 't nieuwe knaal, zie je gin mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02857) vertaling: Gistere is Jan gewees
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02857) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik niet thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02857) vertaling: Jef zou ik nooit vrage
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02857) vertaling: Marie zou zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02857) vertaling: Bertt drink wel 's 'n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02857) vertaling: Martha zou ik bij me thuis wel 's wiele uitnodige
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02857) vertaling: Dat huis zou ik nooit wille kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02857) vertaling: Dat huis staat 'r al vijftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02857) komt voor: j
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02857) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02857) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02857) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02857) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02857) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02857) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02857) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02857) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02857) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02857) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02857) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02857) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02857) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02857) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02857) vertaling: Het Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02857) vertaling: Kijk uit! Oppasse!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02857) vertaling: 't Was maar net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02857) vertaling: Marjo het nou meer koeie as ze vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02857) vertaling: Als Suzanne kon, was ze gekomme
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02857) vertaling: Ze is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02857) vertaling: Voor je iets weggooit, moi effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02857) vertaling: Hier is alles wa'k gekrege het
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02857) vertaling: Jan is te gierig om wat aan z'n kindere te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02857) vertaling: Alsof je wat van voetballe weet!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02857) vertaling: Leg neer dat boek! Neerlegge dat boek!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02857) vertaling: Ai nie ken wachte, kom dan maer
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kenne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02857) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter geroepe kon hebbe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02857) vertaling: Hij zee da'k 't had motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02857) vertaling: Hij zee da'k 't gedaan most hebbe
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02857) vertaling: Hij is vorige week door Dr M. geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02857) vertaling: Hij wordt morrege door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02857) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou motte gooien
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02857) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou motte gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02857) vertaling: Het is dom om zukke dure dingen weg te gooie
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02857) vertaling: Het is dom om zukke dure dingen weg te gooie
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02857) vertaling: Hij is alle kapotte spullen an't weggooie
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02857) vertaling: Hij is alle kapotte spullen an't weggooie
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02857) vertaling: Ik vind dat je vaker de krant zou motte leze
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02857) vertaling: Het is dom om in het donker de krant te leze
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02857) vertaling: Hij is de hele dag de krant an't leze
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02857) fragment: Ze heeft hem dat probleem op late losse (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02857) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02857) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02857) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02857) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02857) vertaling: R. het 'n groene appel weggegeve en nou het ie nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02857) vertaling: D'r ware veul mense op 't fees
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02857) vertaling: Ware d'r veul op 't fees?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02857) vertaling: Wat voor boeke he'j gekoch?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02857) vertaling: Hij woont bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02857) vertaling: Hij woont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02857) vertaling: Loop effe naer de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02857) vertaling: Wie he'je gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02857) vertaling: Wie het jou gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02857) vertaling: Ak 't geweten had, ha'k 't nie gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02857) vertaling: 't Zou beter zijn nog effe te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02857) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was t'r al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02857) vertaling: Loop toch 's door, vervelende jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: zonder te
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: zonder te
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02857) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met te
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02857) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met te
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02857) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02857) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02857) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02857) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02857) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Jutphaas

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Jutphaas