SAND-data Huizen (E127p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08067) vertaling: Jan kan z'n aigen dat verhaal wel heugen
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02913) vertaling: Jan kan zich dat verhaal wel herinneren
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08067) vertaling: Marie en Pieter zien mekaar vur de kerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02913) vertaling: Marie en Piet zienen mekaar bij de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08067) vertaling: Tôon wast z'n aigen
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02913) vertaling: Toon wast z'n eige
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08067) vertaling: De timmerman het gien spijkers bij dum
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02913) vertaling: De timmerman het gien spijkers bij d'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08067) vertaling: Fons zag een slange naest um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02913) vertaling: Fons zag een slange naast zin
opm.: reflexief: zich of reflexief: z'n of reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08067) vertaling: Erik het gebruik van mijn gemaakt
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02913) vertaling: Erik liet mijn vur hum werken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08067) vertaling: Johanna het der aigen lieten miedrijv-op de golven
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02913) vertaling: Toon bekeek z'n augen diries goeëd in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08067) vertaling: Tôon het z'n aigen d'r ies gôod bekeken in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08067) vertaling: Jan het in twee minuten z'n biertjen op
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02913) vertaling: Jan het in twee minute 'n biertj'en edrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02913) vertaling: Deze schoeën loeëpen makkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08067) vertaling: Dee schoônen loôpen heerlijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02913) vertaling: Eduard kent z'n aigen goeëd
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08067) vertaling: Edard (Edjen) ken z'n aigen heêl goôd
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08067) vertaling: Ward het êhoord dat ter foto's van hum in de etalage staen
opm.: reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02913) vertaling: Ward het ehoord dat er foto's van z'n aige in de etalage staen
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02913) vertaling: Die aerepels schellen nijt makkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08067) vertaling: Dee aerepels schellen nijt gemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02913) vertaling: Dat glas breekt as utop de grongd valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08067) vertaling: As ut glas op de grongd valt, valtie an duuzed stukkies
000 (x01opm) (inf. 02913) opm. inf.: Geen 'zich' in het Huizer dialect
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02913) vertaling: Dokter, leef ik wel gezongd genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08067) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08067) vertaling: Al jaren leefttie van de erfenis van z'n vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08067) vertaling: Dee week leeft ze allenig mar op water en broôd
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02913) vertaling: Dee week leef ze op water en brooëd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08067) vertaling: Zitter nog leven in?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02913) vertaling: Leeft tie nog?
opm.: twijfelgeval: subjectpronomen 3.ev.onz.inv.
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02913) vertaling: Hoelang leven jelui al van dee erfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08067) vertaling: Hoelang leve jullie nou alzijt van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08067) vertaling: In Bretagne leven ze allênig van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02913) vertaling: In Bretagne leve ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08067) vertaling: Nae ut eten gae ik effen slaepen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02913) vertaling: Nae ut eten gae ik slaepen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02913) vertaling: Zou ik dat wel kanne dooën?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08067) vertaling: Zou ik dat wel kannen doôn?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08067) vertaling: Hij het z'n huis laeten ofbreken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02913) vertaling: Hij laat z'n huus afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat Jan hard heeft moeten werken
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan harde mot kennen werke
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan harde mot kannen werken
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat Jan hard heeft moeten werken
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat jan harde het motten werken
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan harde mot kannen werken
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan harde mot kennen werke
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat Jan hard heeft moeten werken
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat jan harde het motten werken
komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan harde mot kannen werken
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan harde mot kennen werke
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat jan harde het motten werken
komt voor: j
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08067) gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02913) vertaling: Jan het gien boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08067) vertaling: Jan het gien boôk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08067) vertaling: Jan het gien boôk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02913) vertaling: Jan het gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02913) vertaling: Boken het Jan nijt
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08067) vertaling: Boôken het Jan nijt
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02913) vertaling: Jan het nijt vuul geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08067) vertaling: Jan het nijt vuul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08067) vertaling: Niemand mag ever t probleem praaten
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02913) vertaling: Er mag gien minst praten over dat probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08067) opm.: informant vult in 'idem'
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02913) vertaling: Gien mins zoijt dat hij komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08067) vertaling: Niemand het "ezait dattie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02913) vertaling: Zitten hier nergens gien muizen
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08067) vertaling: Zitten hier erges muizen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02913) vertaling: Ik geeft niks aan een aar
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08067) vertaling: Ik geef niks weg
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02913) vertaling: Gien mins wul werken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08067) vertaling: Gien mins wiel werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02913) vertaling: We wisten nijt dattie thuis was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08067) vertaling: WIj wisten gieen eêns dattie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02913) vertaling: Ik wist ut oëk nijt
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08067) vertaling: Ik wist 't ok nijt
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02913) vertaling: Hij mag mot gien mins praten over dat probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08067) vertaling: Hij mag met niemand over 't probeem praten
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02913) vertaling: Jan weet dat hij voor dree uren de wagen mot emaakt hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08067) vertaling: Jan weet dat hij vur dree uur de wagen êmaakt mot hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08067) vertaling: Jan weet dat hij vur dree uur de wagen êmaakt mot hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02913) vertaling: Jan weet dat hij voor dree uren de wagen mot emaakt hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08067) vertaling: Jan weet dat hij vur dree uur de wagen êmaakt mot hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02913) vertaling: Jan weet dat hij voor dree uren de wagen mot emaakt hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02913) vertaling: Jan weet dat hij voor dree uren de wagen mot emaakt hemmen
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08067) vertaling: Jan weet dat hij vur dree uur de wagen êmaakt mot hemmen
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08067) vertaling: Marries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02913) vertaling: Marie d'r auto is kappot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08067) vertaling: Marrie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02913) vertaling: Piet z'n auto is kappot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08067) opm.: informant zegt 'ok'
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08067) opm.: informant zegt 'ok'
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08067) vertaling: Die man z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02913) vertaling: Dee man z'n auto is kappot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08067) vertaling: Die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02913) vertaling: dee auto is nijt van mijn maar van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08067) vertaling: Dee auto is nijt van mijn, mar van hum
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02913) vertaling: De krant van gisteren lang onger de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08067) vertaling: De krant van gisteren lait onger de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08067) vertaling: Jan is een breurtjen van Lien en Stiena
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08067) vertaling: De fietsen van die jonges binnen êsteûlen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02913) vertaling: dee jongens d'r fietsen binnen esteulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08067) vertaling: Die zusters hemmen bezoek van hullie moeder
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08067) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02913) vertaling: Dee auti is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08067) vertaling: Dee fiets is van mijn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08067) vertaling: Dat is mijn fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02913) vertaling: Die fiets is van mijn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08067) vertaling: Dat is mijn fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08067) vertaling: Dee fiets is van mijn
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02913) vertaling: Hij mag met gien mins praten over dat probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08067) vertaling: Hij mag met niemand praten over dat probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08067) vertaling: Ik wul niemand kwetsen
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02913) vertaling: Ik wul niemand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02913) vertaling: Het is jammer dat wij nijt kommen maggen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08067) vertaling: 't Is jammer dat wij nijt maggen komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02913) vertaling: Dat gae ik nijt doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08067) vertaling: Dat gaen ik nijt doôn
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08067) vertaling: 'k Het nijt êwerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02913) vertaling: Ik heb nijt harde ewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02913) vertaling: Kwanig had hij 't verteld of Marie begin te krijten
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08067) vertaling: Hij had ut nog mar nèt verteld of Marrie begont te krijten
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02913) vertaling: Gae die bestelling nou mar ophalen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08067) vertaling: Gae die bestelling nou mar ophalen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08067) vertaling: Hij werkt nijt
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08067) vertaling: Hij doôt gien duvel
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08067) vertaling: Hij doôt gien duvel
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02913) vertaling: Hij werkt nijt
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08067) vertaling: Hij werkt nijt
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02913) vertaling: Ik verbie je om hier te komme
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08067) vertaling: Ik wul nijt hemmen dat je hier kommen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02913) vertaling: Jan verhinderde dat we Marie opbelden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08067) vertaling: Jan hield 't tuegen dat we Marrie belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08067) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02913) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08067) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08067) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02913) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08067) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02913) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02913) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02913) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08067) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02913) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02913) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08067) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02913) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08067) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08067) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08067) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02913) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02913) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02913) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08067) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02913) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08067) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08067) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02913) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08067) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02913) fragment: dat je op tijd thuis binnen (1)
opm.: vraag fout geinterpreteerd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08067) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02913) fragment: dat je op tijd thuis binnen (1)
opm.: vraag fout geinterpreteerd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02913) fragment: (2)
opm.: vraag fout geinterpreteerd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08067) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02913) fragment: (2)
opm.: vraag fout geinterpreteerd
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08067) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08067) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08067) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02913) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02913) fragment: (binnen ipv zijn) as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08067) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02913) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02913) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02913) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02913) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08067) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08067) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08067) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02913) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02913) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02913) fragment: al mar te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02913) fragment: al mar te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08067) fragment: heel erg (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02913) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08067) fragment: ? (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02913) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02913) fragment: (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02913) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02913) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02913) fragment: - (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02913) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08067) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02913) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08067) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02913) fragment: hoe laat (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat jullie op niemand kwaad binnen
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat jelui op niemand kwaad binnen
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08067) vertaling: Ze is heêl nijt trots
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat ie nerges trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02913) vertaling: Els denkt, dat 't nijt makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08067) vertaling: Els denkt dat 't ijt gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat 'k te laat bin en jij nijt
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02913) vertaling: Ik weet, dat ik te laat binnen en jij nijt
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08067) vertaling: Je weten toch dat ik nijt mot werken mar jij wel
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02913) vertaling: Je weten tch, dat jij mos werken en ik nijt
opm.: let op: weten ipv weet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02913) vertaling: Iedereen denkt, dat wij naer huis too gaen, en dat zij nog maggen blijven
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08067) vertaling: Iedereên denkt dat wij naer huis toô gaan en dat ij nog maggen blijven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08067) vertaling: 'T Is jammer dat eij wegggaet as hij komt
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02913) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08067) vertaling: 'k Denk dat Lijsie ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02913) vertaling: Ik denk, dat Pieter en Liesie gaen trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08067) vertaling: 'k Denk dat Pieter en Lijsie gaen trouwe
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02913) opm.: nee hij slaapt = 'neejen hij slaept nijt'
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 08067) vertaling: Hij doet een duje
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08067) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02913) komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02913) vertaling: Danst Marie ieder aauvund
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02913) vertaling: Snij jij effen brooëd
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08067) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02913) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02913) fragment: dee z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08067) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02913) fragment: dee z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08067) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08067) fragment: die z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02913) fragment: die zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08067) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08067) fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08067) fragment: waarop (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02913) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08067) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02913) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08067) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02913) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08067) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08067) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02913) fragment: - (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08067) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02913) fragment: - (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08067) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02913) fragment: - (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08067) komt voor: n
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02913) fragment: - (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02913) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08067) komt voor: n
fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02913) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08067) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02913) fragment: dee (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02913) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08067) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02913) fragment: datten (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08067) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08067) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02913) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02913) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02913) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08067) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02913) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02913) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02913) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02913) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02913) fragment: wie veel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08067) fragment: wie veel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02913) fragment: wie veel (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02913) vertaling: Wat denk je wie ik in de stad ontmeut heb?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08067) vertaling: Wat denk je wie ik in de stad teugen êkommen bin?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02913) vertaling: Wat denken jullie hooze dat hemmen oppelost?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08067) vertaling: Hoe denken jullui dat ze ut hemmen opgelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02913) vertaling: hoe denk je dat ze dat hemmen oppelost
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08067) vertaling: zie b
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02913) vertaling: Magda weet nijt weel wij wullen opbellen
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08067) vertaling: Magda weet nijt wie wullen opbellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02913) vertaling: Weet iemand wie of dat ereupen hat
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08067) vertaling: Weet iemand wie wij êreupen hemmen?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02913) vertaling: Weel denkje, dat ik in de stad ontmeut heb
opm.: Weel is denk ik herleidbaar van 'welke' en niet van 'wie'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08067) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad teugen êkommen bin?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08067) vertaling: Je kannen nooit zaejen wie ik in de stad teugen êkommen bin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02913) vertaling: Hij het z'n handen ewussen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08067) vertaling: Hij het z'n hangden êwassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08067) vertaling: Hij het z'n hemde êwussee
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02913) vertaling: Hij het z'n hemde ewussen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02913) vertaling: Hij het een hoed op z'n hooë
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08067) vertaling: Hij draagt een hoed op z'n hôofd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02913) vertaling: Hij het een vlek op z'n hemde
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08067) vertaling: Hij zit vol mot vlakken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02913) vertaling: Hij het z'n been ebreuken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08067) vertaling: Het tie toch z'n beên breuken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02913) vertaling: Ze het d'r eigen pijnde edaen
opm.: reflexief: haar eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08067) vertaling: Ze het ter aigen pijnde êdaen
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08067) vertaling: Marrie trok 't deken naer d'r too
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08067) vertaling: Luc weet datter foto's van hum te koôp binnen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08067) vertaling: Je kannen je toch wel heugen datte we too deur dat êleupen hemmen
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08067) vertaling: As ik goôd naê denk weet ik bijna zeker dat Marries auto kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08067) vertaling: Ik weet nog goôd dat hij as een varken zat te eten
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08067) vertaling: Weet jij nog dat we Jan op de markt êzien hemmen?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08067) vertaling: Hij het z'n aigen 't apelazerus êwerkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08067) vertaling: HIj veulde dattie deur ut ijs gong
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08067) vertaling: Dat zou hij nooit ê kant hemmen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08067) vertaling: Zou hij dat 'e daen kannen hemmen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08067) vertaling: Zou hij dat 'e daen kannen hemmen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08067) vertaling: Dat zou hij nooit ê kant hemmen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08067) fragment: kannen waarmaken (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08067) fragment: motten doôn (1)
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08067) komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08067) vertaling: We motten naer de schuur en de koeien voeren
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02913) vertaling: We motten naer de schuur en de koeie voere
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08067) vertaling: We motten naer de schuur en de koeien voeren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08067) vertaling: Ze kwammen annekuiert
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02913) vertaling: Zij kwammen ankuieren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08067) vertaling: Ze kwammen annekuiert
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02913) vertaling: Zij kwammen ankuieren
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08067) vertaling: Ik geloof dattie weg is
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02913) vertaling: Ik denk dat tie weg is
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08067) vertaling: 'k Weet dattie weg is
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02913) vertaling: De politie zou hem mienemen
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08067) vertaling: De polisie zou kommen en hum mienemen
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08067) vertaling: Bij de overstroômeng binne Marries koeien verdronken
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02913) vertaling: Marie al d'r koeien binnen verdrunken bij de overstroming
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02913) vertaling: Van kaas maken weet ik niks van
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08067) vertaling: Ik weet niks van kaes maken
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02913) vertaling: Met jan bin ik mie ewest naer de markt too
opm.: + PP-topicalisatie
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08067) vertaling: Met jan bin ik naer de markt êweest
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08067) vertaling: De eerste dree sommen binnen of. Welken heb jij êmaekt
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02913) vertaling: Ik heb de eerste dree ssommen al emaakt. Weeke hij jij emaakt?
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02913) vertaling: Wafferen hij jij weggebracht
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02913) vertaling: Zukken zou ik nijt op durven eten
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02913) vertaling: En dee zou ik nijt op durven eten
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02913) vertaling: Ik weet dat Jan al naer de markt eweest is
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08067) vertaling: Ik weet zeker dat Jan naer de markt êweest is
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02913) vertaling: Al looëpende kwam ik h'm tegen
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08067) vertaling: Lopende kwam ik d'n teugen
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02913) vertaling: Ik heb heel wat avvelupen
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08067) vertaling: Ik heb hêel wat êleupen
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02913) vertaling: Ik wur nou meu, dus ik hou d'r mar mie up
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08067) vertaling: Ik bin meui, dus ik houd 'r mie op
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02913) vertaling: Hij dee z'n aijgen veur, of tie net uit bedde kwam
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08067) vertaling: Hij deed net oft ie pas uit bedde uit kwam
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02913) vertaling: de schilder is hier eweest om te schilderen
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08067) vertaling: Denk je dat je naer huis too gaen?
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02913) vertaling: Denk je dat tie naer huis tow gaet
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02913) vertaling: In dee tijd leefden ik d'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08067) vertaling: In die leef leef de ik d'r mar op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02913) vertaling: Vroeger leefden die as een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08067) vertaling: Vroôger leefde die as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02913) vertaling: daer leefden we as God in Frankrijk
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08067) vertaling: We leefden daer as god in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08067) vertaling: Niemand mag ut zien dus ik vijn dat jij ut ok nijt magge zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08067) vertaling: Too je weggongen is 't gebeurd
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08067) vertaling: Ik weet waar je êbeuren bin
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08067) vertaling: As je kaler binnen mag je gaen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02913) opm.: IPP: n.v.t.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08067) vertaling: Deurdat Marrie overleden was hetter man Anne nijt meer kannen helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dattie is gaen zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dattie is gaen zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat hij is gaen zwemmen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat hij is gaen zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08067) vertaling: Wul je nog koffie Jan?
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08067) vertaling: Gaet ze dansen? Jaet xxx
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08067) vertaling: Hemmen ze êgeten
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08067) vertaling: Is 't huis te koôp? Jaat XXX
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08067) vertaling: Marregen komter iemand langst
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02913) vertaling: Mot zukk weer kan je nijt vuul dooën
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08067) vertaling: Mit zu'k weer kan je nijt vuul doen
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08067) vertaling: As't kermis is kommen de minsen naer buiten
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02913) vertaling: As ut kermis is dan kommen de minsen buiten
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08067) vertaling: Ik wul 'm nooit meer zien want hij het me vurde gek êhouwe
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02913) vertaling: Ik wil d'm nooit meer zien, want hij het mijn bedreugen
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02913) vertaling: Ik wil d'm nooit meer zien, omdat ie mijn bedrogen het
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08067) vertaling: Ik wul d'n nooit meer zien want hij hetme beduveld
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08067) vertaling: Jij gaenen mot mij naert ut voetballen kijken
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02913) vertaling: Jij gaenen naer 't voetbal kijken mot mijn
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08067) vertaling: Hij is dood
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02913) vertaling: Hem is esturven
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02913) vertaling: Is hem esturven?
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08067) vertaling: Istie dood
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08067) vertaling: Zij is ziek
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02913) vertaling: zij is ziek
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08067) vertaling: Is zij ziek
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02913) vertaling: Is ze ziek?
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02913) vertaling: As hij gaet werken, moet zij de hiele dag thuis blijven
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08067) vertaling: Hij mos werken en ij mos de heêle dag
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08067) vertaling: Duer t sneeuwen konden we des tad nijt uit
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02913) vertaling: Mot dat sneeuwen konne we de stad nijt uit
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08067) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02913) fragment: dee (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08067) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08067) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02913) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02913) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08067) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08067) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02913) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08067) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02913) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02913) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02913) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02913) fragment: deeze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08067) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02913) fragment: deeze (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08067) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02913) fragment: waar mie ik ... (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02913) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08067) fragment: de fiets waarmee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08067) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02913) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08067) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02913) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02913) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08067) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08067) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02913) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08067) fragment: die (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02913) fragment: wat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02913) fragment: dee het (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08067) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02913) fragment: wat (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08067) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeal D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08067) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02913) fragment: weël (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02913) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08067) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02913) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand meer kwaad binnen
opm.: let op: niemand ipv 'gien mins'
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08067) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marrie op niemand kwaad binnen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08067) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marrie op niemand kwaad binnen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08067) vertaling: WIm denkt dat we ooit iemand een prijs geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08067) vertaling: WIm denkt dat we ooit iemand een prijs geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02913) vertaling: Wim denkt dat we nooit meer iemand een prijs geven
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02913) vertaling: Het is waar dat ze nijt meer mot Marie maggen praten
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08067) vertaling: 't Is waar dat 't nijt toô êstaen is dat ze mit Marrie praâten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08067) vertaling: 't Is waar dat 't nijt toô êstaen is dat ze mit Marrie praâten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08067) vertaling: nerges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02913) vertaling: nerges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08067) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02913) vertaling: gien mins
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08067) vertaling: vur loôpig nog nijt
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02913) vertaling: misschien nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08067) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02913) vertaling: dat weet ik nijt
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08067) vertaling: nog ginen eên
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02913) vertaling: gien één
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02913) vertaling: Je motten nijt zeggen, dat ik naer buiten eweest bin
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08067) vertaling: Nijt teugen hum zeggedn dat ik naer buiten bin êweest!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02913) vertaling: Nijt zeggen dat je een kedoo vur din ekocht hemmen
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08067) vertaling: Nijt verder vertellen dat ik vur hum een kedootjen hem êkocht
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02913) vertaling: Weet je nijt dat ie evallen is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08067) vertaling: Weet je dan nijt dattie êvullen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08067) vertaling: Wendy het êprobeerte om niemand pijn te doôn
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02913) vertaling: Wendy probeerden om niemand pijnde te dooën
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02913) vertaling: 't schijnt dat ze niks mag eten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08067) vertaling: 't Schijnt dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02913) vertaling: Ze schijnt niks te magge eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08067) vertaling: Ze schijnt niks te maggen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08067) vertaling: Ze proberen al de hêele dag mekaar op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02913) vertaling: ze preberen al de hiële dag mekaor op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02913) vertaling: 't Belooëft weer 'n mooie dag te wurren
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08067) vertaling: 't Beloofd weer een aardige dag te wurren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02913) vertaling: 't Is misschien beter om effies te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08067) vertaling: 't Is misschien beter om nog effen te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08067) vertaling: We hadden mazzel om hum meteênen vrom te vijnden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02913) vertaling: We hadden geluk om d'm direct vrom te vijnden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08067) vertaling: As de kippen een valk zien binnen ze bange
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02913) vertaling: As de kippen 'n valk zien binnen ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08067) vertaling: As we de aerepels nijt vukoôpe, wur ik kwaad
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02913) vertaling: As de aerepels nijt kanne verkooëpen, dan zitten we in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02913) vertaling: As jullie din nijt mienemen, wur ik nijdig
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08067) vertaling: As jullie dum nijt mienemen, wur ik kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08067) vertaling: Hij het 't êweten
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08067) vertaling: Op ut feest wurd heêl vuul êdanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02913) vertaling: Op dat feest wurd vuul edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08067) vertaling: Nou wud ter in de winkel alleênig nog mar broôd verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02913) vertaling: Nou wurd d'r aleenig mar brooëd verkocht in dee winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08067) vertaling: As tie mot de fiets komt is tie vast te laat
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02913) vertaling: As tie mol de fiets komt, zal die wel laat wezen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08067) vertaling: As je tijd hemmen kom dan deries een keertjen langst
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02913) vertaling: As je tijd hemmen, kom dan een keertjen langusl
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08067) vertaling: As ik centen heb koôp ik een dure auto
opm.: 'centen' wil zeggen 'geld'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02913) komt voor: j
opm.: dav
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02913) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08067) vertaling: durf jij d'r op te douwen
komt voor: j
opm.: dav
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02913) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08067) vertaling: durf jij d'r op te douwen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08067) vertaling: Durf jij deum uit te noôdigen
komt voor: j
opm.: dav
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02913) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08067) vertaling: Durf jij deum uit te noôdigen
komt voor: j
opm.: dav
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02913) vertaling: Durf jij ze te nooijen
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08067) vertaling: durf jij ze uitte noôdigen?
komt voor: j
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08067) vertaling: durf jij ze uitte noôdigen?
komt voor: j
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08067) vertaling: Is Pol hier êweeest
komt voor: j
opm.: dav
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08067) vertaling: Is Pol hier êweeest
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02913) vertaling: Hoe het Pol dat oppelost
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08067) vertaling: Hoe het Pol dat opgelost?
komt voor: j
opm.: dav
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08067) vertaling: Hoe het Pol dat opgelost?
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08067) vertaling: Hem jij me die brief "estuurd
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08067) vertaling: Hem jij me die brief "estuurd
komt voor: j
opm.: dav
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02913) vertaling: Hij je min dee brief al oppentuurd?
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02913) vertaling: Ik heb 't 'm al egeven
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08067) vertaling: Ik heb ut hum êgeven
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08067) vertaling: Ik heb ut hum êgeven
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02913) vertaling: Ze leeft op water en brooëd dee week
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08067) vertaling: Van de week leeft ze op water en broôd
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08067) vertaling: Van de week leeft ze op water en broôd
komt voor: j
opm.: dav
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08067) vertaling: Marrie het êzaid dat jij êprobeert hemmen een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08067) vertaling: Marrie zai dat jij êprobeert hemmen een leidjen te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08067) vertaling: Marrie het êzaid dat jij êprobeert hemmen een liedje te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08067) vertaling: Marrie zai dat jij êprobeert hemmen een leidjen te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08067) vertaling: marrie zai dat jij êprobeert hmee heur een boôk te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 5
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02913) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02913) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02913) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08067) vertaling: Astadminsen hemmen hier vuul huizen êbouwd
opm.: twijfelgeval subjectlinksdislocatie
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08067) vertaling: An die nijuwe vaart, daer zie je gien mens mer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08067) vertaling: Gisteren is Jan hier êweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08067) vertaling: De dag dat Jan belde was ik nijt thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08067) vertaling: Van m'n levense dagen zou ik Jef nooit uitnoîdegen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08067) vertaling: Marrie zou zoô iets n ooit doôn
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08067) vertaling: Bert die drinkt welderies een glas te vuul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08067) vertaling: martha zou ik welderis bij mijn thuis wulle uitnoôdigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08067) vertaling: Dat huis zou ik nooit wullen koôpem
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08067) vertaling: Dat huis staet daer al vijftig jaer
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08067) opm.: mij vrouw spreekt dialect
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02913) komt voor: j
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02913) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02913) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08067) vertaling: Heb Gunther êbeld
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02913) vertaling: Gunther het ebeld
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08067) vertaling: 't was mar nèt an goôd genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02913) vertaling: 't was kwanig goëd genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08067) vertaling: Marjo het nou meer koien dan vrooger
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02913) vertaling: Marjo het nou meer koeien dan ze vroger hadden
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08067) vertaling: As susan had kannen kommen dan had ze ut êdaen
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02913) vertaling: As Suzanne had kannen kommen, dan had ze dat edaen
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08067) vertaling: Ze is de beete dokter dee ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02913) vertaling: Ze is de beste dokter dee ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08067) vertaling: Vurje wat weggooien mot je effen bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02913) vertaling: Vur je wat weggoien, mot je effen bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08067) vertaling: da's alles wat ik êkregen het
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02913) vertaling: Hier is alles wat ik ekzeggen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08067) vertaling: Jan is te krenterig om wat an z'n kijer te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02913) vertaling: Jan is te gierig om wat aan z'n keijer te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08067) vertaling: Asof tie wat van voetballen of weet!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02913) vertaling: Asof jij wat van voetballen afweten
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08067) vertaling: Dat book leg daer naer!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02913) vertaling: Dat boek leg neer!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02913) vertaling: As je echt nijt kannen wachten, kom dan mar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08067) vertaling: As je echt nijt kannen wachten dan kom je mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02913) vertaling: Ik weet dat jan de dokter had kannen roopen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08067) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter ^roepen het
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08067) vertaling: xxxx dat Jan de dokter ^reupen het
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02913) vertaling: ik weet, dat jan de dokter kon ereupen hemmen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08067) vertaling: Hij zai dat ik ut êdaen mos hemme
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02913) vertaling: Hjij zaij dat ik dat had motten dooën
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02913) vertaling: Hij zaij dat ik het motten dooën
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08067) vertaling: Hij zai dat ik ut êdaen mos hemme
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08067) vertaling: HIj is vurrige week deur dokter Mertens êopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02913) vertaling: Hij is veurige week deur dokter Mertens ë eupereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08067) vertaling: Hij wurd marrege deur dokter Mertens êopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02913) vertaling: 1: spullen 2: motten 3: weg
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08067) vertaling: Ik denk dat je vuul weg zouen motten gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: 1: weg
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: 1: weg
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: Het is dom om zukke dure dinge weg te gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08067) vertaling: Hij is stom om zukke dure dingen weg te gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: Het is dom om zukke dure dinge weg te gooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: Hij is alle kapotte spullen an ut weggoien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08067) vertaling: Hij is alle kapotte spullen an 't weggooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: Hij is alle kapotte spullen an ut weggoien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: 2: weg
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02913) vertaling: 2: weg
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: 1: de krant
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: 1: de krant
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: Ik vind dat je veule meer de krant zouwen motten lezen
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08067) vertaling: Ik vijn dat je vuul meer de krant zouen motten lezen
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: Ik vind dat je veule meer de krant zouwen motten lezen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: Ut is dom om in 't donker de krant te lezen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: 1: de krant
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: 1: de krant
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: Ut is dom om in 't donker de krant te lezen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08067) vertaling: 't Is stom om in 't donker de krant te lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: 1: de krant
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: Hij is de hele dag de krant an het lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08067) vertaling: Hij zit de hêele dag de krant te lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: Hij is de hele dag de krant an het lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02913) vertaling: 1: de krant
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08067) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 08067) fragment: hopelijk (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 08067) fragment: onverwacht (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 08067) fragment: onze (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 08067) fragment: soms (1)
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02913) komt voor: j
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02913) vertaling: Jijj binnen oëk een rare
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08067) vertaling: Robert het een greune appel wegêgeven en no uhettie nog twee rooie
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02913) vertaling: Robert het een greune appel weg egeven en nou hettie nog twee rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08067) vertaling: D'r waren vuul mensen op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02913) vertaling: D'r waren veul mense op ut feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08067) vertaling: Warren d'r vuul minsen op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08067) vertaling: Wat vur boôken het je êkocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08067) vertaling: Wat hem je vur booken êkocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02913) vertaling: War vur boeken hij je ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08067) vertaling: Wat hem je vur booken êkocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02913) vertaling: War vur boeken hij je ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02913) vertaling: War hij je vur boeken ekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08067) vertaling: Wat vur boôken het je êkocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02913) vertaling: War hij je vur boeken ekocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08067) vertaling: Hij woôn bij marretje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02913) vertaling: Hij wooënt bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02913) vertaling: Hij wooën bij Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08067) vertaling: Hij woônt bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08067) vertaling: Loôp effen naer de bakker Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02913) vertaling: Loop effen naer de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02913) vertaling: Weël hij je ezien
opm.: twijfelgeval naamval
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08067) vertaling: Wie het je êzien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02913) vertaling: Weël het jou ezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08067) vertaling: Wie het jou êzien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08067) vertaling: Had ik dat êwetendan had ik 't nijt êdaen
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02913) vertaling: Had ik dat eweten, dan had ik 't nijt edaen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08067) vertaling: 't Zou beter wezen om nog effen te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08067) vertaling: Gelukkighet jan de dokter êbeld en dee was ter al heêl gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08067) vertaling: Loôp nou toch deur, lastige jonges!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08067) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]E127p[/k][h]..[/h][i]..[/i][vw]HZ[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet neit dat Marretje gisteren esturven is. [/v] sound
informant [a] Ze weet neit dat Marretje gisteren esturven is. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand het dat ooit ewild of gekand [/v] sound
informant [a] Niemand het dat ooit ewild of ekand [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel willen op eten. [/v] sound
informant [a] Jan had et hele brood willen op eten. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook voor. Jan had et hele brood wel op eten willen? [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kan ook ja. Dat kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=027] Vertaal. Vertel maar neit wie ze had kannen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel maar neit wie ze had kanne roepe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zen eigen dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan kan zich dat verhaal wel herinneren. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] We zeggen dus hier. Jan kan zich dat verhaal wel herinneren. Ja. Jan herinnert zich dat verhaal wel kan toch ook wel neit. Vrij vertaald. [/v] sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman het gien spijkers bij dem. [/v] tagging sound
informant [a] De timmerman heeft spijkers bij zich. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Bij zen zeg jij? Ik zeg bij dum. Vein je dat ook goed? Alle twee. Bij zen. Bij dum. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mijn veur dum werken. [/v] sound
informant [a] Erik liet mijn veur zen werken. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Naatje liet zich mie drijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Laatje liet dereigen miet drijven op de golven. [/a]

der eigen
tagging sound
hulpinterviewer [v] Heb ik zich gezegd? Ja geloof het wel. Dat was mijn fout he. Want tis der eigen. [/v]

t is
sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zen eigen der es goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] toon bekeek zeneige es goed in de spiegel dat is echt huizers ja [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zen eigen goed. [/v] sound
informant [a] eduard kent zeneige goed [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=046] Vertaal. Ward het ehoord datter fotoos van zen eige in de etelage stehen. [/v]

dat er
sound
informant [a] ward heef ehoord datter fotoos van zeneige in de etelage stehen [/a]

dat er zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Assik zuinig leef leef ik zoas men ouders wille. [/v]

as ik
sound
informant [a] As ik zuinig leef dan leef ik zo as men ouders wille. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. As tie nog drie jaar leeft, leeftie langer as zen vader. [/v]

leeft ie
sound
informant [a] As tie nog dree jaar leeft, leef je langer as zen vader. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. As zij zo gevaarlijk leeft leeft zij neit lang meer. [/v] sound
informant [a] As zij zo gevaarlijk leeft dan leeft zij neit lang meer. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. As et nou nog leeft dan leeftet morgen ook nog. [/v]

leeft et
sound
informant [a] As et nou nog leeft dan leeft et morgen ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. As jullie zo losbandig leven dan leve jullie nooit zolang as ik. [/v] sound
informant [a] As jullie nooit zo losbandig leven leve jullie nooit zolang as wij as ik. [/a]

zo lang
tagging sound
hulpinterviewer [v=063] Vertaal. As ze veur der lui werk leven dan leven ze neit veur der keier. [/v] sound
informant [a] As ze veur hun werk leve dan leve ze neit zo veur der keier. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Veur der lui keier. Je zei hun maar dat zegge we haast niet. [/v] sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. As Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
informant [a] As Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Vertaal. As je gezond leve dan leef je langer. [/v] sound
informant [a] As je gezond leve dan leef je langer. [/a] sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. As der zo weinig mensen van de landbouw leve dan leve der veel mense van werk in de fabriek. [/v] sound
informant [a] Azzer zo weinig mensen van de landbouw leve dan leve der vele meer mensen in de fabriek. [/v]

az er
tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Vertaal. As Pieter en Liesie in het paradijs leve dan leve Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] As Pieter en Liesie in het paradijs leven dan leven Rosa en Frans in de hel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. As we sober leve leve we gelukkig. [/v] sound
informant [a] As we sober leve dan leve we gelukkig. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leef wa gezonder Jan. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kuier. [/v] sound
informant [a] Leef wat minder bekrompen keier. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marretje hem zal moeten roepen. [/v] sound
informant [a] Ik denk dat Marretjem zal moeten roepe. [/a]

maretje em
tagging sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Hejje genoeg mensen om hooi van et land te halen? [/v]

hej je
sound
informant [a] Hejje genoeg mensen ommet hooi van et land te halen? [/a]

he je om et
tagging sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te komme werke. [/v] sound
informant [a] Het was aardig van Jan om te komme werke. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Vertaal. Dee tonne is zwaar om te drage. [/v] sound
informant [a] Die tonne is zwaar om te dragen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan steen zeuren. [/v] sound
informant [a] Hij kan stehen zeuren. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=199] Vertaal. Hij steet te zeuren. [v] sound
informant [a] Hij steet te zeuren. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we an kwammen regendenet. [/v]

regende n et
sound
informant [a] Toen we aan kwammen toen regendenet [/a]

regende n et
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. Kgeloof dat ik groter ben dan hij. [/v]

k geloof
sound
informant [a] Ik geloof wel dat ik groter ben dan hij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis benne als ik. [/v] sound
informant [a] Ze gelooft dat jij eerder thuis ben as ik. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelove toch neit dat hij sterker is as jij. [/v] sound
informant [a] Je geloof toch neit dat hij sterker is as jij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze gelove dat wij rijker binnen dan hunnie. [/v] sound
informant [a] Ze geloof dat wij rijker ben dan hulie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Nou zei hij het ook niet, maar het is eigenlijk altijd as. Rijker as. [/v] sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We gelove dat jullie net zo slim binne as wij. [/v] sound
informant [a] We gelove dat jullie net zo slim ben as wij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie gelove toch neit dat hunnie armer binne dan jullie. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Dus ik heb gezeid. Jullie gelove toch neit dat hunnie armer binnen as jullie. [/v] tagging sound
informant [a] Ja das goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal Je gelove dat Leisie net zo mooi is as Anna. [/v] sound
informant [a] Je geloof dat Leisje net zo mooi is as Anna. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Vertaal. Hij gelooft dat Louis en Jan sterker binne as Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hij gelooft dat Louis en Jan sterker binnas Geert en Peter. [/a]

bin as
tagging sound
hulpinterviewer [v=249] Vertaal. De jong wie zen moeder gisteren hertrouwd is stong achter me. [/v] sound
informant [a] De jomg die zen moeder gisteren hertrouwd is stong achter me. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook veur? De jong van wie zen moeder gisteren hertouwd is stong achter me. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] die jong waar van zen moeder gisteren hertrouwd is stong achter me kan dat ook [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kan ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=250] Vertaal. De bank waar ze op zatte was pas everfd. [/v] sound
informant [a] De bank waar ze op zatten was pas everfd. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt ook veur de bank waarop ze zatte was pas evefd?[/v] tagging sound
informant [a=j] Ja kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld het moet mijn maar wat geven. [/v] sound
informant [a] Wie geld het moet mij maar wat geven. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook veur? Vertaal. sound
hulpinterviewer [v] Die geld het moet mijn maar wat geven. [/v] sound
informant [a=j] Die geld het moet mij maar wat geve. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Weel geld het kan ook nog. [/a] sound
informant [a] Weel geld het moet mij maar wat geven. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Weel geld het moet mij maar wat geven. Ja. Stemme we deerveur. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marretje truk de deken neer der eigen to. [/v] sound
informant [a] marretje truk de deken naar dereigen to [/a]

der eigen
tagging sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Niemand magget zien dus ik vein dat jij het ook neit maggen zien. [/v]

mag et
tagging sound
informant [a] Niemand magget zien dus ik vein dat jij dat neut zien magge. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ket der zelf magge zien. Kan ook maar zien maggen is leuker. Leuker leuker. Gebruikelijker. [/a]

k et
sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook veur? Niemand magget zien dus ik vein dat jij et ook neit zien magge.

mag et
sound
hulpinterviewer [a=j] Dat hadje alle zaad eigenlijk. [/a]

had je
sound
hulpinterviewer [v] Welke van dee twee zinnetjes wurdt het meest gebruikt? [/v] sound
informant [a] De leste denk ik. [/a] sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man dee ze ereupen hemn. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Dat is de man dee ze ereupen hemn. [/v] sound
informant [a] Dats de man die ze reupen hebben. [/a]

dat s
tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man dee et verhaal het verteld. [/v] sound
informant [a] Dat is de man die het verhaal verteld het. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook veur. Dat is de man dee het verhaal verteld het? [/v] tagging sound
hulpinterviewer [a=j] Ja dus. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is de man dee ik denk dat et verhaal het verteld. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook veur? Dat is de man dee ik denk dat et verhaal verteld het. [/v] sound
informant [a=j] Dat is de man die ik denk dat het volgende verhaal verteld het. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] En dat komt andersom ook veur. Die het verhaal het verteld. [/v] sound
informant [a=j] ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dat is de man dee ik denk dat ze ereupen hemn. [/v] sound
informant [a] Dat is de man die ik denk die ze reupen hemn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Dat is de man dee ik denk dat ze ereupen hemn. [/v] sound
informant [a] Das de man die ik denk dat ze ereupen hemn. [/a]

da s
tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. Tschijnt dat ze niks mag eten. [/v]

t schijnt
sound
informant [a] Tschijnt dat ze niks mag eten. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=403] Tlijkt wel of ter iemand in de tuin steet. [/v]

t lijkt
sound
informant [a] Et lijkt wel of iemand in de tuin steet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin ook veur? Vertaal. Tlijkt wel of iemand in de tuin steet. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Ja ik heb gezegd dat er moet er bij. [/a] sound
informant [a=n] Ja dat is beter dat tweede. [/a] sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat veur boeken hejje ekocht. [/v]

hej je
sound
informant [a] Wat voor boeken heije kocht. [/a]

hei je
tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie het jou op de kermis ezien? [/v] sound
informant [a] Weel had jou op de kermis gezien? [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Plaatje. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Marretje en Piet wijzen neer? sound
informant [a] Neer mekaar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Plaatje. Toon wast? [/v] sound
informant [a] Zeneige. [/a]

zen eige
tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Plaatje. Fons zag een slange neest? sound
informant [a] Neestum op de bank zitten

neest um
tagging sound
hulpinterviewer [v=006] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Gistere kuierdiede deur et park. [/v] tagging sound
informant [a=n] Ja. Gister kuierde die nog deur et park. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=022] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Der wil nieman neit dansen. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee. Want wij zeggen der wil niemand . Of gieneen wil der dansen. Of der wil nieman dansen. Maar neit der wil niemand neit dansen. [/a] sound
hulpinterviewer [v=023] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Els wil neit dansen en ze wil neit zingen ook neit. [/v] sound
informant [a=n] Els wil neit dansen en ze wil neit zingen ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=087] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Eddy moet kannen vroeg opstehen. sound
informant [a=n] Nee. Komt niet veur. Moet kannen. Nee dat zegge ze niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Hij wil gien soep neit meer eten neit. [/v] sound
informant [a=n] Hij wil een soep meer eten. [/a] sound
hulpinterviewer [v=140] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Zitten hier nergens gien muize? [/v] sound
informant [a=j] Zitte nerges geen muize. Ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=148] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Iedereen is gien vakman. [/v] sound
informant [a=j] Alleman is gien vakman. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=149] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Hij het overal gien vrienden. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Overal gien. Hij had nerges vrienden. [/a] sound
hulpinterviewer [v=260] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Weel denk je weel ik in de stad ontmeut het. [/v] sound
informant [a] Wie denk je dattie in de stad ontmoette. [/a] sound
hulpinterviewer [v=261] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Wat denke jullie hoe zet hemmen op elost. [/v]

ze t
sound
informant [a=j] Wat denke jullie hoe zet hemn op elost. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=262] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Weel denk je wie ik in de stad ontmeut heb? [/v] sound
informant [a=n] Weel denk je dat ik in de stad ontmeut heb. [/a] sound
hulpinterviewer [v=265] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Ho denk je ho ze het hebben op elos sound
informant [a=n] Hoe denk je dat zet hebbe op elost. [/a]

ze t
sound
hulpinterviewer [v=309] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Ik het gien zin in voeren de koeien. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nou die zin komt zo bij ons neit veur. [/a] sound
hulpinterviewer [v=311] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Ik denk hij weg is. [/v] sound
informant [a=n] Ik denk dattie weg is. [/a]

dat ie
sound
hulpinterviewer [v=312] Komt dee zin veur in et Huizers? Vertaal. Ik heppum gistere nog neit ezien dus ik zeg ik denk hij is weg. [/v]

heb um
sound
commentaar[meta][k]E127p[/k][h][/h][i][/i][vw]HZ[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=312] Komt dee zin veur in et Huiers. Vertaal. Ik heb em gistere nog neit ezien dus ik zeg ik denk ij is weg. [/v] sound
informant [a] Ik heppem gister nog neit ezien. [/a]

heb em
tagging sound
hulpinterviewer [v] dus ik zeg ik denk hij is weg. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=316] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Hij wou nog gauw effe bij de bakker neer binne en koop een broodje. [/v] sound
informant [a=n] Hij wou nog gauw effe bij de bakker een broodje kope zou ik zeggen. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Dus die zin komt zo as ik em zei neit veur dan? [/v] sound
informant [a] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=317] Komt dee zin veur in et Huiers. Vertaal. Marretje al der koeie binne verdrunken bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=j] Marretje al der koeie binne verdrunke bij de overstroming. Ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=329] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Ik heb nog nooit iemand kwaad zien worde op dee jonge. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik zeg ik geloof dee jong veinde ze allemaal wel aardig. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. Ja. Is goed. [/a] sound
hulpinterviewer [v=353] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Persoon A vraagt wil je nog koffie Jan? sound
hulpinterviewer [v] Jan antwoordt jaak. [/v] sound
informant [a=n] Jaak. Nee. Jaak dattis geen Huizers. [/a]

dat is
tagging sound
hulpinterviewer [a] Bent met je eens. [/a]

ben t
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt dee zin veur in et Huizers. Persoon A vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt. Bij janik. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Bij janik. Janik. Zit ook dat woord ik der in. Dat hebje wel bij janik. [/a]

heb je
tagging sound
hulpinterviewer [v=355] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Persoon A vraagt. Hebbenze egete? Persoon B antwoordt jaanze. [/v]

hebbe ze
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Maar jaanze? Nee kenne we neit. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=359] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Mot suk weer je kanne neit veel doen. [/v] sound
informant [a=n] Met suk weer kajje neit veul doen. [/a]

kaj je
sound
hulpinterviewer [a] Met sulk weer je kanne neit veel doen. Dat klopt neit. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Mot suk weer kajje neit veul doen. [/v] sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=364] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Istem dood? [/v]

is t em
sound
hulpinterviewer [a=n] Nee kennik ook neit. [/a]

ken ik
sound
hulpinterviewer [v=501] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Marretje zit te stoofpere schille. [/v] sound
informant [a=n] Maretje zit stoofpeern te schille. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Ne dus nee want jij zegget net andersom. [/a]

zegge et
sound
hulpinterviewer [v=502] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Marretje zit stoofpere en schillen. [/v] sound
informant [a=n] stoofpeern te schillen. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Ja maar neit en schille. [/a] sound
hulpinterviewer [v=028] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Vertel mijnderes wie dat ze had kannen roepen. [/v]

mijn der es
tagging sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
informant [a=j] Das heel goed. Een goeje zin. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a=g] Dus dattis gebruikelijk dan. Gewoon. [/a]

dat is
sound
hulpinterviewer [v=029] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Vertel mijnderes wie of dat ze had kannen roepen. [/v]

mijn der es
tagging sound
informant [a=j] Ja das goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
hulpinterviewer [v=030] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Vertel mijnderes wie of dat ze had kannen roepen. [/v]

mijn der es
tagging sound
informant [a=j] Ja das goed. [/a]

da s
tagging sound
hulpinterviewer [v] Hoe gwoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
informant [a=g] Nou gewoon. [/a] sound
hulpinterviewer [v=296] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Zou hij dat edeen hebben ekand? [/v] sound
informant [a=n] Nee. Ekand dat hoorter niet achter. Zou hij dat edeen hebben. [/a]

hoort er
sound
hulpinterviewer [a] Die zin klopt neit. Veur ons gevoel dan. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
hulpinterviewer [a] Ongewoon dus. [/a] sound
hulpinterviewer [v=297] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Zou hij dat edeen ekand hemn? sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
informant [a] Ja dattis goed ja. Zou hij dat edeen kanne hemn. [/a]

dat is
tagging sound
hulpinterviewer [a] Nou zeg je zou je dat edeen kannen hemn. Maar ik zei zou hij dat edeen ekand hemn. [/a] sound
informant [a=n] Nee. Kanne hemn. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Die zin is dus ongebruikelijk. [/a] sound
hulpinterviewer [v=347] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Ik weet dat hij is geen zwemme. [/v] sound
informant [a=j] Ja die klopt. Ik weet dattie is geen zwemme. Ja [/a]

dat ie
tagging sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
hulpinterviewer [v=350] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Ik weet dat hij geen zwemmen is. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Is gaan zwemme. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
hulpinterviewer [a] Ongewoon. [/a] sound
hulpinterviewer [v=352] Komt dee zin veur in et Huizers. Vertaal. Ik weet dat hij zwemmen geen is. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers. [/v] sound
informant [a=n] Is geen zwemn moetet weze. /a[]

moet et
sound
hulpinterviewer [a] Ongewoon dus. [/a] sound
hulpinterviewer [v=495] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik denk dat je veel weg zou moete gooie. [/v] sound
informant [a=g] Ja. ik weet dajje veel weg zou motte gooie. Ja. [/a]

daj je
De gebruikelijkheid van de zin wordt aan het einde van de gehele vraag gegeven. tagging sound
hulpinterviewer [a] Zouwe moete gooie eigenlijk he. [/a] sound
informant [a] Of zalle. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk je veel zou weg moeten gooie. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
hulpinterviewer [a] Ongewoon. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk je veel zou motte weg gooie. Hoe gewoon is dee zin in et Huizers? [/v] sound
informant [a=j] Tkan wel maar ik geloof dattie veulig weg zou moete gooie [/a]

t kan
tagging sound
hulpinterviewer [a] De eerste wasset beste. [/a]

was et
sound
hulpinterviewer [v=075] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik vein dat iedereen moet kannen zwemme. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Ik vein dat ieder moet kanne. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=077] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik vein dat iedereen moet zwemme kannen. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Moet kannen zwemme. [/a] sound
hulpinterviewer [v=080] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik vein dat iedereen kannen zwemn moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Moet kannen zwemme. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=082] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik vein dat iedereen zwemme kanne moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik vein dat iedereen zwemme moet kannen. [/v] sound
informant [a] Nee ook niet. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten. [/v] sound
informant [a=n] Brood wil eetn. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Dus komtie neit veur. [/a]

komt ie
sound
hulpinterviewer [v=154] Komt dee zin veur in et Huizers. Boeken het Jan drie. [/v] sound
informant [a=j] Ja. jaja. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Kbennet wel met je eens maar ik gebruik dat neit zo. Ik zou altijd zeggen. Jan het drie boeken. [/a]

k ben et
sound
hulpinterviewer [v=156] Komt dee zin veur in et Huizers. Jan weet dattie veur drie uur de wagen moet hemmen emaak. [/v]

dat ie
sound
hulpinterviewer [v] drie ure of drie uur. [/v] sound
informant [a=n] Eemaakt moet hemn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=157] Komt dee zin veur in et Huizers. Jan weet dat hij veur drie uur de wage moet emaakt hemmen. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee dus. [/a] sound
hulpinterviewer [v=160] Komt dee zin veur in et Huizers. Jan weet dat hij veur drie uur de wagen emaakt moet hemn. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer Dat is de volgorde zo wijt zeggen

wij t
sound
hulpinterviewer [v=161] Komt dee zin veur in et Huizers. Jan weet dat hij veur drie uur de wagen emaakt hemn mot. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=227] Komt dee zin veur in et Huizers. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Persoon A vraagt. Hij sleept? Persoon B antwoordt. Hij doot. [/v] sound
informant [a=n] Zo wordtet niet gezegd. [/a]

wordt et
sound
hulpinterviewer [v=228] Komt dee zin veur in et Huizers. Persoon A vraagt. Hij sleept? Persoon B antwoordt. Et doot. [/v] sound
informant [a=n] Neehoor. [/a]

nee hoor
sound
hulpinterviewer [v=243] Komt dee zin veur in et Huizers. Persoon A vraagt. Sleeptie? Persoon B antwoordt. Ie doot. [/v]

sleept ie
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Komt dee zin veur in et Huizers. De lamp doot gien meer brangde. [/v] de gien meer constructie komt in het nagesprek aan de orde sound
informant [a=n] De lamp brandt niet meer [/a] sound
hulpinterviewer [a] Dus nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=246] Komt dee zin veur in et Huizers. Doot Marretje elke avond danse? [/v] sound
informant [a=n] Danst Marretje elke avond. zou ik zegge. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Dus nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Komt dee zin veur in et Huizers. Doe het brood effe snije [/v] sound
informant [a=n] Snij jij het brood effe. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Snij et brood effe. [/a] sound
hulpinterviewer [v=248] Komt dee zin veur in et Huizers. Ik do wel effe de koppetjes af wasse. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Kijk. Bij dee zinne neit en bij dee zin wel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=319] Komt dee zin veur in et Huizers. Dat denk ik neit an. [/v] sound
informant [an] Nee. Deer denkik nie an. [/a]

denk ik
sound
hulpinterviewer [v=321] Komt dee zin veur in et Huizers. Dee rare jong bin ik mie neer de markt eweest. [/v] sound
informant [a] Met die rare jong ben ik op de markt gewees. [/a] sound
hulpinterviewer [a=j] Ja die rare jong bin ik mie neer de markt eweest. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=328] Komt dee zin veur in et Huizers? Jan veindt dat je moete zukke dinge neit gelove. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] dat je zukke dinge neit gelove moete. Ja. Dus tis omgekeerd. Dat komt neit veur. [/a]

t is
sound
hulpinterviewer [v=387] Komt dee zin veur in et Huizers? A. Wanneer zal de wereldvrede komen? B. Nooit neit sound
informant [a=j] Nooit neit. Nee. Dat nooit niet. [/a] sound
hulpinterviewer [a=n] Ken ik neit he. Nooit neit. Nooit neit onbekend. [/a] sound
hulpinterviewer [v=459] Komt dee zin veur in et Huizers? Hij het de bal egooid in de mande. [/v] sound
informant [a=n] Nee. De bal in de mande egooid zouk zegge. [/a]

zou k
tagging sound
hulpinterviewer [v=474] Komt dee zin veur in et Huizers? Et en was maar net goed genoeg. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Tis ook een zin als jijdem neit begrijpt en ik begrijptem ook neit. Dus dan komtie neit veur. [/a]

t is jij dem begrijpt em komt ie
sound
hulpinterviewer [a] Wij zouwe zegge. Et was maar net goed genoegt. [/a] sound
hulpinterviewer [v=485] Komt dee zin veur in et Huizers? A. Zallik koke? Dat doe maar. [/v]

zal ik
sound
informant [a=n] Nee. Das ook geen Huizers. [/a]

da s
sound
informant [a] Doe dat maar. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Komt dee zin veur in et Huizers? Dat boek beloof mijn dat je nooit meer zalle verstoppe. [/v] sound
informant [a=n] Belove dajje dat boek nooit meer zal verstoppe. Zou ik zegge. [/a]

daj je
sound
hulpinterviewer [v=487] Komt dee zin veur in et Huizers? Wat zeg mijn dat je ekocht hemmen. [/v] sound
informant [a=n] Ja. Dat begrijp ik helemaal niet die zin. [/a] sound
hulpinterviewer [v=513] Komt dee zin veur in et Huizers? Zo een vrouw een kun je maar beter neit teuge spreke. [/v] sound
informant [a=n] Nee nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=514] Komt dee zin veur in et Huizers? Zo een mens een het altijd wat om over te klage. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Nee tis et zelfde as die veurige. Dat kenne wij neit. [/a]

t is
sound
hulpinterviewer [v=530] Komt dee zin veur in et Huizers? Marretje zei dat jij Piet een boek hemmeneprobeerd te verkope. [/v]

hemme n eprobeerd
sound
hulpinterviewer [v] Et gaat er neit om of we et begrijpe maar offet zo gebruikt wurdt. [/v]

of et
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [a] Nee. Tis een boek hemn probere te verkope. [/a]

t is
sound
hulpinterviewer [v=531] Komt dee zin veur in et Huizers? Willem docht dat ik Els had eprebeerd een kadootje te geve. [/v] sound
hulpinterviewer [a=n] Klopt ook neit veur ons gevoel. [/a] sound
hulpinterviewer [v=532] Komt dee zin veur in et Huizers? Karel weet dat jij hemmenepropeerd Marretje een boek te verkope. [/v]

hemme n eprobeerd
sound
informant [a=n] Ja dat kan wel hoor. [/a] sound
hulpinterviewer [n] [v=885] Nou moete we nog effen vertalen jij dan de werkwoordsvormen van het werkwoord gaan. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik ga. [/v] sound
informant [a] Ik gehe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Ga ik? [/v] sound
informant [a] Gee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Jij gaat. [/v] sound
informant [v] Jij gehen. [/v] tagging sound
hulpinterviewer [v] ga jij? [/v] sound
informant [a] Gee jij? [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Hij gaat. [/v] sound
informant [a] Hij geet. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Gaat hij? [/v] sound
informant [a] Geet hij of geetie. [/a]

geet ie
tagging sound
hulpinterviewer [v] Wij gaan. [/v] sound
informant [a] Wij genen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Gaan wij? [/v] sound
informant [a] Geen wij of gene wij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Jullie gaan. [/v] sound
informant [a] Jullie gehen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Gaan jullie? [/v] sound
informant [a] Geen jullie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Zij gaan. [/v] sound
informant [a] Zij gehen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Gaan zij? [/v] sound
informant [a] Gehen zij. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Hullie gehen maar dat wordt neit viel meer gebruikt. [/a] sound
hulpinterviewer [v=353] O ja. Wil je nog koffie? Weljanik. [/v] sound
hulpinterviewer [a=j] Dat kenne we. [/a] tagging sound
veldwerker [v=000] U zei op een gegeven moment gien meer in plaats van niet meer. [v] sound
hulpinterviewer [a] Niet meer zegge we nooit. [/a] [/n] sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
029 Vertel mij eens wie of zij had kunnen roepen Komt deze zin met 'wie of' voor? komt voor : j
055 Als hij nog drie jaar leeft, leeft hij langer dan zijn vader Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. Vraag dan ook een zin zonder voegwoordverv. af zonder pronomen. komt voor : j
vorm: azzie nog drie leeft dan leeftie langer az zen vader
068 Als je gezond leeft, dan leef je langer Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. Vraag dan ook een zin zonder voegwoordverv. af zonder pronomen.; In Noord-Holland: Asse je gezond leeft, leef je langer. komt voor : j
vorm: az je gezond leven dan leef je langer
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland komt voor : j
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: die zen
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. komt voor : j
vorm: wie zen
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. komt voor : j
vorm: waar ze op
260 Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? komt voor : j
309 Ik heb geen zin en voeren de koeien komt voor : n
353 Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k Tijdens interview werd deze zin goedgekeurd. Ter controle nogmaals vragen. ; Indien ja: 728 opvragen. komt voor : j
vorm: wel janik
opmerking: dat betekent ja ik wil
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : j
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt. komt voor : n
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM komt voor : j
vorm: Jan rookt gien meer
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. komt voor : j
vorm: zelfs hij kan dat niet oplosse
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) komt voor : j
vorm: moge
zin: moge wel weten dat wij ook evragen binnen
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) komt voor : j
vorm: wij
zin: moge wel weten dat wij ook evragen binnen
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : n
vorm: weet je iets over het weer morgen
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : n
zin: je weten wel dat je slim genoeg binnen
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : j
vorm: hunnie
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : j
vorm: hullie
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. komt voor : j
vorm: mekaar
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) komt voor : j
vorm: bij dum
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : n
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM komt voor : n
751 Asse ze denken datte ze moeten gaan, dan gane ze maar (KOMT VOOR + VERTAAL). komt voor : j
vorm: az ze denke dat/datte ze moeten geen dan gene ze maar
opmerking: geen azze ze ; wel datte ze
752 An ze denken dan ze moeten gaan, gaan ze maar komt voor : n
vorm: az ze denke dat/datte ze moeten geen dan gene ze maar
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) komt voor : n
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) komt voor : n
755 Asse we horen datte we moeten gaan, gane we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : j
vorm: az we horen datte we moeten geen dan gene we
756 An we horen dan we moeten gaan, gaan we. (KOMT VOOR + VERTAAL) komt voor : n
vorm: az we horen datte we moeten geen dan gene we
757 Ze gelooft datte jij eerder thuis bent dan ik. komt voor : n
760 Asse jullie horen datte jullie nodig zijn, gane jullie meteen. komt voor : n
761 An jullie horen dan jullie nodig zijn, gaan jullie meteen. komt voor : n
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az ik gee
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: geen
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gee ik
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az je gene
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan gee je
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. komt voor : j
vorm: az je gene
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. komt voor : j
vorm: dan gee je
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: aztie geet
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: geetie
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az ze geet
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: geet ze
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: azt geet
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: geetet
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az we gene
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gene we
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az jullie gene
opmerking: jelui kan ook
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gene jullie
opmerking: jelui kan ook
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: az ze gene
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: dan gene ze
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gee metene weg
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to ik ging
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: ik gung
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: ik gong
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: ging ik
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung ik
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gong ik
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to jij gungen
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung ik niet
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to jij gungen
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung hij ook
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: toen hij gung
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung jij ook
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to zij gung
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung et niet
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to et gung
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gung ze
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : j
vorm: to wij gungen
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : j
vorm: gungen jullie ook
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to jullie gungen
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gungen wij niet
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: to ze gungen
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM komt voor : j
vorm: gungen ze
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: dee
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: dee
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
806 Hij zou het gedaan gekund gewild hebben. komt voor : n
807 Marie zit te stoofpeer schillen. komt voor : n
808 Marie zit te stoofperen schillen. komt voor : n
809 Marie zit te piano spelen. komt voor : n
810 Hij zit weer te voorzeggen. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : j
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : j
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : n
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zen
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zen eige
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zen eigen
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: zen eigen
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM komt voor : j
vorm: naar zen toe