SAND-data Bussum (E126p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03176) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08071) vertaling: Jan herinnert zich dat verhaal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03176) vertaling: marie en piet zien elkaar voor de kerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08071) vertaling: Marie en Piet zien elkaar voor de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03176) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08071) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03176) vertaling: De timmerman heeft geen spijkers bij zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08071) vertaling: De timmerman heeft geen spijkers bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03176) vertaling: Fons zag een slang naast zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08071) vertaling: Fons zag een slang naast zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03176) vertaling: Erik liet mij voor zich werken
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08071) vertaling: Erik liet mij voor zich werken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03176) vertaling: Johanna liet zich meedrijven op de golven
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08071) vertaling: Johanna liet zich meedrijven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03176) vertaling: Toon bekeek zichzelf es goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08071) vertaling: Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08071) vertaling: Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03176) vertaling: Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03176) vertaling: Deze schoenen lopen gemakkelijk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08071) vertaling: Deze schoenen lopen gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03176) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08071) vertaling: Eduard kent zichzelf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08071) vertaling: Ward heeft gehoord dat er foto's van hem in de etalage staan
opm.: reflexief: hem
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03176) vertaling: Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan
opm.: reflexief: zichzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03176) vertaling: Die aardappelen schillen niet gemakkelijk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08071) vertaling: Die aardappelen schillen niet gemakkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03176) vertaling: Dit glas breekt als et op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08071) vertaling: Dit glas breekt als het op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08071) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genoeg?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03176) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genoeg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08071) vertaling: Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03176) vertaling: Al jaren leeftie van de erfenis van z'n vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08071) vertaling: Deze week leeft zij op water en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03176) vertaling: Deze week leeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03176) vertaling: Leeft'et nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08071) vertaling: Leeft het nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08071) vertaling: Hoelang leven jullie nu al van die erfenis?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03176) vertaling: Hoelang leven jullie nu al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08071) vertaling: In Bretagne leven ze vooral van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03176) vertaling: In bretagne leven ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03176) vertaling: Na et eten ga'k slapen
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08071) vertaling: Na het eten ga ik slapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08071) vertaling: Zou ik dat wel kunnen doen?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03176) vertaling: Zou'k dat wel kunnen doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08071) vertaling: Hij liet zijn huis afbreken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03176) vertaling: Hij liet z'n huis afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat an hard moet kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat an hard moet kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08071) komt voor: j
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat an hard moet kunnen werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08071) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03176) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08071) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03176) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03176) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08071) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08071) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03176) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08071) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03176) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03176) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03176) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 1,4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 1,4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03176) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03176) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03176) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03176) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03176) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03176) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03176) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03176) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03176) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03176) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03176) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03176) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03176) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03176) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03176) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08071) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03176) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08071) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03176) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08071) vertaling: Jan heeft geen boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08071) vertaling: Jan heeft geen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08071) vertaling: Jan heeft geen boeken
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08071) vertaling: Jan is bijna blut
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08071) vertaling: Allemaal je mond hierover houden
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03176) vertaling: Niemand mag over dit probleem spreken
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08071) vertaling: Er mag niemand spreken over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03176) vertaling: Niemand mag over dit probleem spreken
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08071) vertaling: Niemand zegt dat hij komt
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03176) vertaling: Niemand zegt dat ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08071) vertaling: Zitten hier ergens muizen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08071) vertaling: Ik geef niets aan een ander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08071) vertaling: Niemand wil werken
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08071) vertaling: Wij wisten niet dat hij thuis was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03176) vertaling: We wisten niet datie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08071) vertaling: Ik wist het ook niet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03176) vertaling: Ik wist et ook niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08071) vertaling: Hij mag met niemand spreken over dit probleem
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03176) vertaling: Jan weet datie voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03176) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 3
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03176) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03176) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08071) vertaling: Maries auto is kapot
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03176) vertaling: komt niet voor
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03176) vertaling: Marie d'r auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08071) vertaling: Marie d'r auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03176) vertaling: Piets auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08071) vertaling: Piets auto is kapot
opm.: ongebruikelijke manier
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08071) vertaling: Piet z'n auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03176) vertaling: Piet z'n auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03176) vertaling: komt niet voor
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08071) vertaling: Die man z'n auto is kapot
opm.: ongebruikelijke manier
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03176) vertaling: Die man z'n auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08071) vertaling: Die man z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08071) vertaling: Die auto is niet van mij maar van hem
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03176) vertaling: Die auto is niet van mij, maar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03176) vertaling: De krant van gisteren ligt onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08071) vertaling: De krant van gisteren ligt onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08071) vertaling: Jan is Karolien en Kristien hun broertje
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03176) vertaling: Jan is het broertje van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08071) vertaling: Die jongens hun fietsen zijn gestolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03176) vertaling: De fietsen van die jongens zijn gestolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03176) vertaling: De moeder van die zussen is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08071) vertaling: Die zussen hun moeder is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08071) vertaling: Die auto is van Wim
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03176) vertaling: Die auto is van wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03176) vertaling: Dat is mijn fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08071) vertaling: Die fiets is van mij
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03176) vertaling: Die fiets is van mijn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03176) vertaling: Die fiets is van mijn
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03176) vertaling: Dat is mijn fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08071) vertaling: Hij mag met niemand spreken over dit probleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03176) vertaling: Hij mag met niemand over dit probleem spreken
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08071) vertaling: Ik wil niemand kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03176) vertaling: 't Is jammer dat we niet mogen komen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08071) vertaling: Het is jammer dat wij niet mogen komen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08071) vertaling: Dat ga ik niet doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03176) vertaling: Da ga'k niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08071) vertaling: ik heb niet gewerkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03176) vertaling: k heb niet gewerkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03176) vertaling: Hij had 't nog maar net verteld of marie...
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08071) vertaling: Hij had net het verteld of Marie begon te huilen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08071) vertaling: Haal die bestelling nu maar op
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08071) vertaling: Hij werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08071) vertaling: Ik verbied je om hier te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08071) vertaling: Jan verhinderde dat we Marie belden
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: willen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: willen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08071) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08071) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08071) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08071) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: willen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: willen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: willen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: willen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03176) fragment: die (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03176) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03176) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03176) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03176) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08071) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08071) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08071) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03176) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08071) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08071) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03176) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03176) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03176) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03176) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08071) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08071) fragment: 2:te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08071) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03176) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03176) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08071) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03176) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08071) fragment: 2:te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03176) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08071) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03176) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08071) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08071) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08071) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08071) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03176) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08071) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08071) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03176) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08071) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08071) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08071) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08071) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03176) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08071) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08071) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03176) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08071) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03176) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08071) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08071) fragment: te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: geen voegwoord
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03176) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03176) fragment: alsof (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08071) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: hoe (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08071) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08071) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08071) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: wanneer (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03176) fragment: wanneer (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat jullie op niemand boos zijn
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat jullie op niemand boos zijn
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat zij op niets trots is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat zij op niets trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08071) vertaling: Els denkt dat 't niet gemakkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03176) vertaling: Els denkt dat 't niet gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat ik te laat ben en jij niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03176) vertaling: k weet dat ik te laat ben en jij niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08071) vertaling: Je weet toch dat jij moet werken en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03176) vertaling: Je weet toch dat jij moet werken en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08071) vertaling: Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03176) vertaling: Iedereen denkt dat wij naar huis gaan end at zij nog mogen blijven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08071) vertaling: Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03176) vertaling: 't Is jammer dat hij komt en dat zij weggaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08071) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08071) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: dat doet hij
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: dat doet ie
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: dat doet ie
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08071) opm.: vader van respondent gebruikt de en-doet uitdrukking wel eens
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: dat doet hij
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03176) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03176) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03176) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: Ja dat doet ie wel
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: Ja dat doet hij wel
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: Ja dat doet hij wel
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03176) vertaling: Ja dat doet ie wel
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03176) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03176) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03176) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08071) komt voor: n
betekenis: bevestigend
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03176) vertaling: Nee, dat doetie niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03176) vertaling: Nee, dat doet hij niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03176) vertaling: Nee, dat doet hij niet
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 03176) vertaling: Nee, dat doetie niet
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03176) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08071) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03176) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08071) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08071) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03176) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03176) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08071) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03176) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08071) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08071) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03176) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03176) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 08071) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03176) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08071) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08071) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03176) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03176) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08071) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03176) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08071) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03176) vertaling: De lamp brandt niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08071) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03176) vertaling: De lamp brandt niet meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03176) vertaling: Gaat Marie elke avond dansen
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08071) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03176) vertaling: Gaat Marie elke avond dansen
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03176) vertaling: Snij het brood es even!
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 08071) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03176) vertaling: Snij het brood es even!
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: wie z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: wie z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: wie z'n (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08071) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: van wie de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03176) fragment: van wie de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03176) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08071) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03176) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08071) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08071) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03176) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08071) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03176) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03176) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08071) fragment: waar (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03176) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08071) fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03176) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03176) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03176) fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03176) fragment: hetgeen (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08071) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08071) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03176) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03176) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08071) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03176) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08071) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03176) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08071) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03176) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08071) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08071) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval d-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03176) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08071) fragment: degeen die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03176) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03176) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08071) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03176) fragment: degene die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08071) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08071) fragment: degeen die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08071) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08071) vertaling: Hoe denken jullie dat ze het hebben opgelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08071) vertaling: Hoe denk je dat ze het hebben opgelost?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08071) vertaling: Magda weet niet wie wij willen (op)bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08071) vertaling: Weet iemand wie wij geroepen hebben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08071) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03176) opm.: twijfelgeval vertaling
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08071) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03176) vertaling: Hij heeft z'n handen gewassen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08071) vertaling: Hij heeft zijn handen gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08071) vertaling: Hij heeft zijn hemd gewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03176) vertaling: Hij heeft z'n hemd gewassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08071) vertaling: Hij heeft een hoed op z'n hoofd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03176) vertaling: Hij heeft een hoed op (z'n hoofd)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08071) vertaling: Hij heeft een vlek op zijn hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03176) vertaling: Hij heeft een vlek op z'n hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08071) vertaling: Hij heeft zijn been gebroken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03176) vertaling: Hij heeft z'n been gebroken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08071) vertaling: Zij heeft zich pijn gedaan
opm.: reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03176) vertaling: Zij heeft zich pijn gedaan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08071) vertaling: Marie trok de deken naar zich toe
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03176) vertaling: Marie trok de deken naar zich toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08071) vertaling: Luc weet dat er foto's van hem te koop zijn
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03176) vertaling: Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08071) vertaling: Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos zijn gelopen?
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03176) vertaling: Je herinnert je toch wel dat we toen door dat bos zijn heengelopen?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08071) vertaling: Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was.
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03176) vertaling: Ik herinner me dat Marie d'r auto kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08071) vertaling: Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03176) vertaling: Zij herinnert zich dat ie als een varken zat te eten
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08071) vertaling: Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij weten het niet meer
opm.: reflexief: ons
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03176) vertaling: Wij herinneren ons wel dat jan z'n boeken allemaal gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08071) vertaling: Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt hebben gezien?
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03176) vertaling: Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben?
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08071) vertaling: Hij heeft zich een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03176) vertaling: Hij heeft zich een ongeluk gewerkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08071) vertaling: Hij voelde zich door het ijs zakken
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03176) vertaling: Hij voelde dat hij door het ijs zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou het kunnen dat hij dat gedaan heeft?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou het kunnen dat hij dat gedaan heeft?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan hebben kunnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou het kunnen dat hij dat gedaan heeft?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan hebben kunnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan kunnen hebben?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou het kunnen dat hij dat gedaan heeft?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan hebben kunnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08071) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan hebben kunnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03176) vertaling: Zou hij dat gedaan kunnen hebben?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03176) fragment: gekund (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08071) fragment: gekund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08071) fragment: gedaan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03176) fragment: gedaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03176) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03176) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03176) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03176) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03176) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03176) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03176) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03176) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03176) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03176) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03176) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03176) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03176) vertaling: We moeten naar de schuur om de koeien te voeren
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08071) vertaling: We moeten naar de schuur om de koeien te voeren
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03176) vertaling: We moeten naar de schuur om de koeien te voeren
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08071) vertaling: We moeten naar de schuur om de koeien te voeren
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03176) vertaling: Zij kwam aangewnadeld
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08071) vertaling: Zij kwamen aangewandeld
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03176) vertaling: Zij kwam aangewnadeld
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08071) vertaling: Zij kwamen aangewandeld
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat hij weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08071) vertaling: Ik denk dat hij weg is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat hij weg is
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08071) vertaling: Ik denk dat hij weg is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03176) vertaling: Ik denk hij is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08071) vertaling: Ik denk hij is weg
komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03176) vertaling: Ik denk hij is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08071) vertaling: Ik denk hij is weg
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat hij weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat hij weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat hij weg is
komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat hij weg is
komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03176) vertaling: Ik weet hij is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08071) vertaling: Hij is er niet
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03176) vertaling: Ik weet hij is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08071) vertaling: Hij is er niet
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03176) vertaling: De politie zou bij hem komen om hem mee te nemen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08071) vertaling: De politie zou bij hem komen om hem mee te nemen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03176) vertaling: De politie zou bij hem komen om hem mee te nemen
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08071) vertaling: De politie zou bij hem komen om hem mee te nemen
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03176) vertaling: Alle koeien van marie zijn verdronken
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08071) vertaling: Alle koeien zijn dood
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03176) vertaling: Alle koeien van marie zijn verdronken
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08071) vertaling: Alle koeien zijn dood
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03176) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08071) vertaling: Dat is mijn vak niet
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08071) vertaling: Dat is mijn vak niet
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08071) vertaling: Ik ben met jan naar de markt geweest
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03176) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08071) vertaling: Ik ben met jan naar de markt geweest
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08071) vertaling: Welke heb jij gemaakt?
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03176) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08071) vertaling: Welke heb jij gemaakt?
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03176) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08071) vertaling: geen idee
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08071) vertaling: geen idee
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08071) vertaling: Zulke zou ik niet ...
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03176) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08071) vertaling: Zulke zou ik niet ...
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08071) vertaling: Die zou ik niet ...
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08071) vertaling: Die zou ik niet ...
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03176) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03176) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat Jan naar de markt is geweest
000 (y06opm) (inf. 08071) opm.: structurele vorm van dav
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08071) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03176) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03176) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08071) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08071) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03176) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08071) vertaling: Hij deed net of hij net uit zijn bed kwam
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03176) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03176) vertaling: De schilder is hier geweest om te schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03176) vertaling: De schilder is hier wezen schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03176) vertaling: De schilder is hier wezen schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03176) vertaling: De schilder is hier geweest om te schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03176) vertaling: De schilder is hier geweest om te schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03176) vertaling: De schilder is hier wezen schilderen
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08071) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03176) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08071) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03176) vertaling: In die tijd leefde ik erop los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08071) vertaling: In die tijd leefde ik erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03176) vertaling: Vroeger leefdenie als een beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08071) vertaling: Vroeger leefde hij als een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08071) vertaling: Daar leefden wij als god in Frankrijk
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03176) vertaling: Daar leefden w'als god in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03176) vertaling: Niemand magget zien, dussik vind dat jij et ook niet mag zien
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08071) vertaling: Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03176) vertaling: Het gebeurde toen je wegging
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08071) vertaling: Het gebeurde toen je wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08071) vertaling: Ik weet waar je geboren bent
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03176) vertaling: Ik weet waar je geboren bent
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03176) vertaling: nu je klaar bent, mag je gaan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08071) vertaling: Nu je klaar bent, mag je gaan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03176) vertaling: Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08071) vertaling: Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03176) vertaling: Ik weet datie is gaan zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03176) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03176) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03176) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03176) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03176) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08071) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03176) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08071) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03176) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08071) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03176) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08071) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08071) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03176) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03176) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08071) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08071) vertaling: Met zulk weer je kunt niet veel doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08071) vertaling: Met zulk weer je kunt niet veel doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03176) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08071) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03176) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08071) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03176) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08071) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08071) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03176) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03176) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08071) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03176) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08071) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08071) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03176) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03176) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08071) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03176) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08071) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08071) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03176) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03176) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08071) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03176) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08071) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08071) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08071) komt voor: n
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: van wie 2; dat hij (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: van wie 2; dat hij (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: van wie 2; dat hij (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: van wie 2; dat hij (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03176) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03176) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08071) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08071) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08071) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03176) fragment: waar (1)
opm.: komt voor, maar is niet juist
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08071) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03176) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08071) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08071) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03176) fragment: waar (1)
opm.: komt voor, maar is niet juist
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08071) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03176) fragment: waar (1)
opm.: komt voor, maar is niet juist
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08071) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03176) fragment: (2)
opm.: komt voor, maar is niet juist
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03176) fragment: (2)
opm.: komt voor, maar is niet juist
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08071) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03176) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03176) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08071) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08071) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03176) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03176) fragment: degene die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08071) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03176) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03176) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03176) fragment: degene die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03176) fragment: van wie de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03176) fragment: wie d'r (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03176) fragment: wie d'r (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08071) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03176) fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03176) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand boos zijn
betekenis: geen negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08071) betekenis: geen negative concord
opm.: Beiden mogelijk
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03176) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op niemand boos zijn
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03176) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een prijs geven
betekenis: geen negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08071) betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03176) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een prijs geven
betekenis: geen negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08071) vertaling: Het is waar dat ze niet met Marie mogen praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03176) vertaling: Het is waar dat ze niet met marie mogen praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08071) vertaling: Het is waar dat ze niet met Marie mogen praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03176) vertaling: Het is waar dat ze niet met marie mogen praten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03176) vertaling: nergens
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08071) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08071) vertaling: niemand
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03176) vertaling: niemand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03176) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08071) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03176) vertaling: niets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08071) vertaling: kan niet
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08071) vertaling: geeneen
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03176) vertaling: geen enkele
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08071) vertaling: Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest!
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03176) vertaling: Zeg niet tegen hem dat ik naar buiten ben geweest!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08071) vertaling: Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03176) vertaling: Niet vertellen dat j'een cadeau voor 'm hebt gekocht hoor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08071) vertaling: Weet je niet dat hij gevallen is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03176) vertaling: Weet je niet dattie gevallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08071) vertaling: Wendy probeerde om niemand pijn te doen
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03176) vertaling: Wendy probeerde niemand pijn te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03176) vertaling: 't Schijnt dat ze niets mag eten
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08071) vertaling: 't Schijnt dat ze niets mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08071) vertaling: Ze schijnt niets te mogen eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03176) vertaling: Ze schijnt niets te mogen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08071) vertaling: Ze proberen al de hele dag elkaar te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03176) vertaling: Ze proberen al de hele dag elkaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03176) vertaling: t Belooft weer een mooie dag te worden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08071) vertaling: Het belooft weer een mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08071) vertaling: 't Is misschien beter om nog even te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03176) vertaling: t Is misschien beter nog even te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08071) vertaling: We hadden 't geluk hem direct terug te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03176) vertaling: We hadden 't geluk 'm direct trug te vinden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08071) vertaling: Als de kippen een valk zien, zijn ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03176) vertaling: Als de kippen een valk zien, zijn ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08071) vertaling: Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03176) vertaling: Als we d'aardappelen niet kunnen verkopen,z itten w'in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08071) vertaling: Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03176) vertaling: Als jullie em niet meenemen word ik kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08071) vertaling: Hij wist het
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03176) vertaling: Hij wist et
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03176) vertaling: Op dit feest wordt veel gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08071) vertaling: Op dit feest wordt er veel gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03176) vertaling: Op dit feest wordt veel gedanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03176) vertaling: Er wordt veel gedanst op dit feest
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03176) vertaling: Er wordt veel gedanst op dit feest
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: Nu wordt in die winkel alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: Nu wordt in die winkel alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: In die winkel wordt nu alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: In die winkel wordt nu alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: In die winkel wordt nu alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: Er wordt in die winkel nu alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: Er wordt in die winkel nu alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: Er wordt in die winkel nu alleen nog maar brood verkocht
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08071) vertaling: Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03176) vertaling: Nu wordt in die winkel alleen nog maar brood verkocht
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03176) vertaling: Als ie op de fiets komt, zal ie wel laat zijn
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08071) vertaling: Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03176) vertaling: Als je tijd hebt, kom dan es een keertje langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08071) vertaling: Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03176) vertaling: Als ik rijk ben, koop ik een dure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08071) vertaling: Als ik rijk ben, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03176) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08071) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08071) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03176) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08071) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03176) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03176) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08071) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08071) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03176) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08071) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03176) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03176) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08071) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08071) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03176) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08071) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03176) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03176) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08071) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03176) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03176) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03176) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03176) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03176) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd haar een boek te geven
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08071) vertaling: Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt haar een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met 'te'
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: de 'te' mogelijkheidsvraag is niet beantwoord
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met 'te'
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
opm.: de 'te' mogelijkheidsvraag is niet beantwoord
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met 'te'
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met 'te'
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03176) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08071) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03176) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08071) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03176) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08071) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03176) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08071) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 3
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08071) vertaling: Stedelingen hebben hier veel huizen gebouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03176) vertaling: Die uit de stad hebben hier veel huizen gebouwd
opm.: twijfelgeval subject linksdislocatie informant plaats vraagtekens voor de vertaling
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08071) vertaling: Aan die nieuwe vaart zie je geen mens meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03176) vertaling: Aan die nieuwe vaart zie je geen mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03176) vertaling: Gisteren is Jan hier geweest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08071) vertaling: Gisteren is Jan hier geweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08071) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik niet thuis
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03176) vertaling: De dag dat Jan belde was ik niet thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08071) vertaling: Jef zou ik nooit uitnodigen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03176) vertaling: jef, die zou'k nooit uitnodigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03176) vertaling: Marie, die zou zoiets nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08071) vertaling: Marie zou zoiets nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08071) vertaling: Bert drinkt wel eens een glas te veel
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03176) vertaling: Bert, die drinkt wel 'es een glas te veel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08071) vertaling: Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03176) vertaling: martha, die zou'k wel es bij me thuis willen uitnodigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03176) vertaling: Dat huis, dat zou'k nooit willen kopen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08071) vertaling: Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08071) vertaling: Dat huis staat daar al vijftig jaar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03176) vertaling: Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar
000 (z09opm) (inf. 08071) opm.: e, f, g, h meestal zonder 'die'
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03176) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03176) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03176) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03176) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03176) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03176) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03176) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 4
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08071) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03176) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03176) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08071) komt voor: n
gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03176) vertaling: Heeft Gunther gebeld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08071) vertaling: Heeft Gunther gebeld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 08071) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 03176) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08071) vertaling: 't Was maar net genoeg
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03176) vertaling: t was maar net goed genoeg
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08071) vertaling: Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03176) vertaling: Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08071) vertaling: Als Susanne had kunnen komen dan had ze dat gedaan
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03176) vertaling: Als Susanne had kunnen komen, had ze dat gedaan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08071) vertaling: Zij is de beste dokter die ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03176) vertaling: Zij is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08071) vertaling: Voor je iets weggooit, moet je even bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03176) vertaling: Voor je iets weggooit, moet je even bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08071) vertaling: Hier is alles wat ik gekregen heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03176) vertaling: Hier is alles wat ik gekregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08071) vertaling: Jan is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03176) vertaling: jan is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08071) vertaling: Alsof jij iets van voetballen weet!
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03176) vertaling: Alsof jij iets van voetballen weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08071) vertaling: Leg neer dat boek !
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03176) vertaling: leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08071) vertaling: Als je echt niet kunt wachten, kom dan maar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03176) vertaling: Als je echt niet kunt wachten, kom dan maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08071) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03176) vertaling: Ik weet dat jan de dokter geroepen kon hebben
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08071) vertaling: Hij zei dat ik het had moeten doen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03176) vertaling: Hij zei dat ik het had moeten doen.
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08071) vertaling: Hij zei dat ik het moest hebben gedaan
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03176) vertaling: Hij zei dat ik het gedaan moest hebben
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08071) vertaling: Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03176) vertaling: Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03176) vertaling: Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08071) vertaling: Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 08071) vertaling: 1: weg
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03176) vertaling: Ik denk dat je veel zou moeten weggooien
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03176) vertaling: Het is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 08071) vertaling: 1:weg
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03176) vertaling: Het is dom om zulke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03176) vertaling: Hij is alle kapotte spullen aan het weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03176) vertaling: Hij is alle kapotte spullen aan het weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 08071) vertaling: 1:weg
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03176) vertaling: Ik vind dat je vaker de krant zou moeten lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 08071) vertaling: 1: de krant
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03176) vertaling: Ik vind dat je vaker de krant zou moeten lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03176) vertaling: Het is dom om in het donker de krant te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 08071) vertaling: 1:krant
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03176) vertaling: Het is dom om in het donker de krant te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03176) vertaling: Hij zit de hele dag de krant te lezen
positie: 1,2
opm.: 'krant' (zonder lidwoord) in positie 2 is ongebruikelijk
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03176) vertaling: Hij zit de hele dag de krant te lezen
positie: 1,2
opm.: 'krant' (zonder lidwoord) in positie 2 is ongebruikelijk
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 08071) vertaling: 1:krant
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08071) fragment: door (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03176) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03176) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08071) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08071) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03176) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08071) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03176) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03176) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08071) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 08071) vertaling: Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03176) vertaling: Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft ie nog twee rode
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03176) vertaling: Er waren veel mensen op et feest
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 08071) vertaling: Er waren veel mensen op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 08071) vertaling: Waren er veel mensen op het feest?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03176) vertaling: Waren er veel mensen op et feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08071) vertaling: Wat voor boeken heb je gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03176) vertaling: Wat heb je voor boeken gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08071) vertaling: Wat voor boeken heb je gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08071) vertaling: Wat heb je voor boeken gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03176) vertaling: Wat voor boeken heb je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 08071) vertaling: Wat heb je voor boeken gekocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03176) vertaling: Wat voor boeken heb je gekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03176) vertaling: Wat heb je voor boeken gekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03176) vertaling: Hij woont bij Marietje
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 08071) vertaling: Hij woont bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 08071) vertaling: Hij woont bij Wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03176) vertaling: Hij woont bij Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 08071) vertaling: Loop even naar de bakker, Wim!
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03176) vertaling: Loop even naar de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03176) vertaling: Wie heb je gezien?
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 08071) vertaling: Wie heb je gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 08071) vertaling: Wie heeft jou gezien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03176) vertaling: Wie heeft jou gezien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 08071) vertaling: Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03176) vertaling: had'k dat geweten, dan had'k 'et niet gedaan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03176) vertaling: 't zou beter zijn ng even te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 08071) vertaling: 't Zou beter zijn om nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 08071) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03176) vertaling: Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03176) vertaling: Loop nou toch door, vervelende jonges!
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 08071) vertaling: Loop nou toch door, vervelende jongens!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08071) komt voor: j
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: met 'te'
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08071) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03176) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08071) komt voor: j
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met 'te'
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03176) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: met 'te'
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08071) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03176) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03176) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08071) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08071) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03176) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08071) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03176) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03176) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08071) komt voor: n
000 (z17opm) (inf. 08071) opm.: Bij deze vraag is de te vraag niet beantwoord en zijn de gebruikelijkheidswaarden niet aangegeven.

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Bussum

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Bussum