SAND-data Egmond aan Zee (E041p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02984) vertaling: Merie en Piet ziene mekaar veur de kerrek
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02984) vertaling: Toon wast ze'n aage
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02984) vertaling: De timmerman heb gien spaikers meer bai um
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02984) vertaling: Fosn zag een slang neest um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02984) vertaling: Erik liet mein voor um werreke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02984) vertaling: Johanna liet der aage meedraiven op de golleve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02984) vertaling: Toon bekke ze'n aage deres goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02984) vertaling: jan dronk een pilsie in twee menite
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02984) vertaling: Deze skoene lope makkelek
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02984) vertaling: edeward ken ze'n aage goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02984) vertaling: Ward eb oord dat erfoto's van em in de etalage staan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02984) vertaling: dier eerdappels skillen iet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02984) vertaling: Dit glas breekt as t op de grond valt
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02984) vertaling: Ai leeft al jare van ze vaders erfenis
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02984) vertaling: Deze week leeft ze n op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02984) vertaling: Leefte et nag
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02984) vertaling: Oelang leve jollie now al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02984) vertaling: In Bretagne leve ze meest van de visserai
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02984) vertaling: Ne et ete gaan ik slepe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02984) vertaling: Zouw ik dat wel doen kenne
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02984) vertaling: Ai liet ze'n ois afbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02984) vertaling: Jan mot ard kenne werke ew ik goord
komt voor: j
gebr.: 3
opm.: twijfel: dit is een hoofdzin en geen bijzin.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02984) vertaling: Jan mot ard kenne werke ew ik goord
komt voor: j
gebr.: 3
opm.: twijfel: dit is een hoofdzin en geen bijzin.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02984) vertaling: Jan mot ard kenne werke ew ik goord
komt voor: j
gebr.: 3
opm.: twijfel: dit is een hoofdzin en geen bijzin.
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02984) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02984) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02984) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02984) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02984) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02984) gebr.: 3
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02984) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02984) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 2
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 2
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 2
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02984) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02984) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02984) komt voor: j
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02984) komt voor: j
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 3
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 2
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02984) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02984) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02984) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02984) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02984) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02984) vertaling: Jan eb gienien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02984) vertaling: Jan eb gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02984) vertaling: Boeken eb Jan iet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02984) vertaling: jan eb iet veel geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02984) vertaling: Der mag gien mens prate over dat probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02984) vertaling: Gien mens zaat dat ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02984) vertaling: Zitten 'ier moeze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02984) vertaling: Ik geef nies an een aar
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02984) vertaling: Geinen wil an 't werrek
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02984) vertaling: we wiste niet dat ie thois was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02984) vertaling: Ik wist et ook iet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02984) vertaling: Ai mag er mit gienien over prate
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02984) vertaling: jan weet dat de wage voor driee klaar mot weze
opm.: passieve constructie
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02984) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02984) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02984) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02984) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02984) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02984) vertaling: Meries auto is stikkend
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02984) vertaling: De auto van Merie is totalos
opm.: prenominale genitief possessief pronomen: n.v.t.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02984) vertaling: Piet ze'n auto is stikkend
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02984) vertaling: Piet ze'n auto is stikkend
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02984) vertaling: Die man z'n auto is stik
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02984) vertaling: Die man z'n auto is stik
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02984) vertaling: Die aut is niet van main maar van im
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02984) vertaling: De krant van gister lag onger de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02984) vertaling: Jan is et broertje van Karolien en Kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02984) vertaling: die jonges der fietse benne estolen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02984) vertaling: Die zisse dr lois moeder is op visite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02984) vertaling: Die auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02984) vertaling: Dat is main fiets!
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02984) vertaling: ik wil gien mens voor ze'n oofd stote
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02984) vertaling: 't is spaitig datte wai niet komme magge
opm.: voegwoordcongruentie
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02984) vertaling: dat doen ik niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02984) vertaling: Ik heb iet ewerrekt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02984) vertaling: Nauwelijks ad ie t verteld of Merie begon te graaie
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02984) vertaling: Gaat die bestelling nou maar ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02984) vertaling: Ai werrekt neit
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02984) vertaling: en now gienmeer komme
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02984) vertaling: we mochet merie iet belle. Jan hield et tege
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: wille (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: wille (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: wille (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02984) fragment: wille (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02984) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02984) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02984) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02984) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02984) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02984) fragment: als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02984) fragment: (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02984) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02984) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02984) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02984) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02984) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02984) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02984) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02984) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02984) fragment: toen dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02984) fragment: fdat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02984) fragment: fdat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02984) fragment: toen dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02984) fragment: hij deed alsof (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02984) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02984) vertaling: Ik weet dat jollie op gien mens kwaad benne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02984) vertaling: Ik weet dat ze groos is op niks
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02984) vertaling: Els denkt dat et iet makkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02984) vertaling: ik weet dat ik te laat bin en jai niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02984) vertaling: Je weet toch dat jai werke mot en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02984) vertaling: Iedereen denkt dat wai ne ois gaan en dat zai blaive magge
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02984) vertaling: Iedereen denkt dat wai ne ois gaan en dat zai blaive magge
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02984) vertaling: Iedereen denkt dat wai ne ois gaan en dat zai magge blaive
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02984) vertaling: Iedereen denkt dat wai ne ois gaan en dat zai magge blaive
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02984) vertaling: et is spaitig dat hai komt en zai gaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02984) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02984) vertaling: Ik denk dat pieter en Liesie trouwe gaan
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02984) vertaling: ja dat doetie
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02984) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02984) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02984) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02984) vertaling: Ai komt iet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02984) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02984) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02984) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 02984) vertaling: Wel af en toe do-support in vragen
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02984) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02984) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02984) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02984) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02984) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02984) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02984) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02984) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02984) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02984) vertaling: De lamp doe gienmeer brangde
komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02984) vertaling: De lamp doe gienmeer brangde
komt voor: j
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02984) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02984) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02984) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02984) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02984) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02984) fragment: die zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02984) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: 2: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: 2: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: 2: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: 2: welke (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) komt voor: j
fragment: welke (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02984) komt voor: j
fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02984) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02984) fragment: die (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02984) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02984) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02984) fragment: - (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02984) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02984) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02984) fragment: - (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02984) vertaling: wie denk je dat ik in de stad tegenkwam
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02984) vertaling: Owe ewwe ze n 'et oplost, denke jeloi
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02984) vertaling: Owe ewwe ze n 'et oplost, denke je
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02984) vertaling: Magda weet iet dat we opbelle wille
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02984) vertaling: Weet er ientje wie we 'n 'eroepen ewwe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02984) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad tegenkwam
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02984) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad tegenkwam
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02984) vertaling: Ai eb z'n angde ewassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02984) vertaling: Ai eb ze'n emd ewasse
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02984) vertaling: Ai eb 'n oet op ze'n ooft
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02984) vertaling: Ai eb 'n vlek op ze'n emd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02984) vertaling: Ai eb ze'n bien ebroke
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02984) vertaling: Ai eb z'n aage bezeerd
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02984) vertaling: Merie trok de deken nae d'r toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02984) vertaling: Luc weet dat er foto's van ze'n aage te koop benne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02984) vertaling: Je weet toch nag wel dat we toen deer dat bos een elope benne
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02984) vertaling: Ik weet nog dat de auto van merie stik was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02984) vertaling: Ze weet nag dat ie as 'n varreke zat te vrete
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02984) vertaling: wai wete nag dat al Jan z'n boeke estolen war, maar zai wete n'et gienmeer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02984) vertaling: Wete jollie nog dat we Jan op markt ezien ewwe
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02984) vertaling: Ai eb zen' aage een ongelok emoord
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02984) vertaling: Ai voelde ze'n aage deer et ais een zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02984) vertaling: Zaaw ie dat ewwe kenne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02984) vertaling: Zouw ie dat edeen ewwe kenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02984) vertaling: Zouw ie dat edeen ewwe kenne
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02984) vertaling: Zaaw ie dat ewwe kenne doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02984) fragment: ekenne (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02984) fragment: edeen (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 5
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 5
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02984) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02984) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02984) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02984) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02984) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02984) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02984) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02984) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02984) vertaling: Al Merie der koeie benne verdonke bai de overstroming
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02984) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02984) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02984) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02984) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02984) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02984) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02984) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02984) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02984) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02984) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02984) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02984) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02984) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02984) vertaling: In die taid leefde'n'ik erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02984) vertaling: Vroeger leefde'n'ie as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02984) vertaling: Deer leefden we'n'as een God in Frankraik
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02984) vertaling: gienien mag et zien dus mag jai et ok niet zien vind ik
opm.: hoofdzin
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02984) vertaling: Et gebeerde toen je wegging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02984) vertaling: ik weet weer je'n'eboren ben
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02984) vertaling: Nou je klaar ben, mag je gaan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02984) vertaling: Deerdat Merie estirreve was eb er man Anne giemeer kenne ellepe
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02984) vertaling: ik weet dat'ie zwemme'ne is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02984) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02984) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02984) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02984) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02984) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02984) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02984) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02984) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02984) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02984) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02984) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02984) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02984) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02984) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02984) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02984) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02984) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02984) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02984) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02984) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02984) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02984) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02984) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02984) fragment: (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02984) fragment: 1" van wi 2: dat die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02984) fragment: 1" van wi 2: dat die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02984) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02984) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02984) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02984) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02984) fragment: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02984) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02984) fragment: waar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02984) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02984) fragment: waarmee (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02984) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02984) fragment: waar ik mee (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02984) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02984) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02984) fragment: waar ik mee (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02984) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02984) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02984) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen d-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: diegen die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: diegen die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02984) fragment: diegen die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02984) fragment: wie haar (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02984) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02984) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02984) fragment: wie haar (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02984) vertaling: Jan en Marie benne op gien mens kwaad denkt Piet
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02984) vertaling: Jan en Marie benne op gien mens kwaad denkt Piet
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02984) vertaling: 't is weer dat ze niet met Marie magge prate
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02984) vertaling: nerrigens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02984) vertaling: gienien
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02984) vertaling: nooit
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02984) vertaling: Ai eb se niet emolke. Ze stane droog
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02984) vertaling: Niet tegen em zegge dat ik boite eweest ben
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02984) vertaling: Niet zegge dat je n' een kedo voor em ekocht eb oor
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02984) vertaling: Weet je niet dat ie evakllen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02984) vertaling: Merie wow gien mens bezere
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02984) vertaling: t laikt wel of ze niks ete mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02984) vertaling: t laikt wel of ze niks ete mag
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02984) vertaling: Ze perbere d'ele dag al om mekare op te belle
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02984) vertaling: Et belooft weer een mooie dag te wore
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02984) vertaling: Miskien is et beter om nag effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02984) vertaling: WWe adde et geluk om em mitien verom te vinde
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02984) vertaling: as de kippe n vallek zien benne ze bamg
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02984) vertaling: As we de eerappele niet verkope kenne benne we boekieszoek
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02984) vertaling: As jollie em iet meneeme wor ik naidig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02984) vertaling: Ai wistet
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02984) vertaling: Op dit feest woort er veel edanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02984) vertaling: Nou wordt er alliendig nag maar brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02984) vertaling: As ie mit de fiets komt zal ie wel laat weze
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02984) vertaling: As je taid eb komt den deres een keertje an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02984) vertaling: Als ik raik ben koop ik een diere auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02984) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02984) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02984) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02984) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02984) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02984) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02984) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02984) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02984) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02984) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02984) vertaling: Marie eb ezaan dat jai eprebeerd eb om een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02984) vertaling: Marie eb ezaan dat jai eprebeerd eb om een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02984) vertaling: Merie eb ezaan dat jai een liedje perbeerde te zinge
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02984) vertaling: Merie eb ezaan dat jai een liedje perbeerde te zinge
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02984) vertaling: Marie zaan dat jai prebeerde der een boek te geve
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02984) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02984) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02984) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02984) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02984) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02984) vertaling: Die stadters euwe n'ier een oop oizen ebauwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02984) vertaling: je ziet er gienien meer an die nieuwe vaart
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02984) vertaling: Gister is jan ier eweest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02984) vertaling: De dag dat jan belde was ik niet thois
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02984) vertaling: Jef, die zou ik nooit oitnodige
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02984) vertaling: Merie die zauw zuks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02984) vertaling: Bert die drinkt wel deres een glaasje teveel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02984) vertaling: martha die zauw ik wel deres oit wille nodige boi met thois
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02984) vertaling: Dat ois zauw ik nooit wille kope
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02984) vertaling: Dat ois dat staat deer al voiftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02984) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02984) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02984) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02984) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02984) komt voor: j
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02984) komt voor: j
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02984) komt voor: j
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02984) komt voor: j
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02984) vertaling: Eb Gunther beld
473 (z11b) En pas op! (inf. 02984) vertaling: Kaik oit
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02984) vertaling: 'tvwas maar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02984) vertaling: Marjo eb now meer koeie dan vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02984) vertaling: As Susanne n ad kenne komme den ad ze dat edeen
opm.: Twijfelgeval negatie
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02984) vertaling: Zai is de beste dokter die't ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02984) vertaling: Voor je wat weggooit mot je effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02984) vertaling: hier is al wat ik ekregen eb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02984) vertaling: Jan is te benaauwd om ze'mn kindere wat te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02984) vertaling: Og jai wat van voetballen of weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02984) vertaling: Leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02984) vertaling: Als je echt niet wachte ken, kom den maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02984) vertaling: ik weet dat jan de dokter ad kenne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02984) vertaling: jan kon de dokter eroepen ewwe
opm.: hoofdzin
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02984) vertaling: ai zaan dat ik et ad motte doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02984) vertaling: Ai zaan dat ik et edeen ewwe most
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02984) vertaling: Ai is verlede week deer dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02984) vertaling: Ai woordt merregen deer dokter Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02984) vertaling: ik denk dat je veel weg zaauw motte gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02984) vertaling: Et is zomgde om zokke diere spulle weg te gooie
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02984) vertaling: Ai gooit elle stikkende dinge wef
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02984) vertaling: Ik vind dat je vaker zauw motte leze
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02984) vertaling: Et is dom om in et donker te zitte leze
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02984) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02984) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02984) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02984) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02984) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02984) vertaling: robert et ien groen appel wegegeve en now eb ie nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02984) vertaling: Der was een oop volk op et feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02984) vertaling: Was er een oop vollek op et feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02984) vertaling: Wat veur boeken e je ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02984) vertaling: Wat veur boeken e je ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02984) vertaling: Wat e veur boeken e ekocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02984) vertaling: Wat e veur boeken e ekocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02984) vertaling: Ai weent bai Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02984) vertaling: Ai weent bai wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02984) vertaling: Gaat effe naa de bakker Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02984) vertaling: Wie e je n'ezien
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02984) vertaling: Wie eb jouw ezien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02984) vertaling: As ik dat eweten ad, den ad ik et iet edeen
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02984) vertaling: 't zauw beter weze om nag effe te wachte
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02984) vertaling: Gelokkig ad J de dokter ebeld en die was er al eel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02984) vertaling: Vooroit opskiete jeloi
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02984) komt voor: j
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02984) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02984) komt voor: j
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02984) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02984) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02984) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02984) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02984) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Egmond aan Zee

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Egmond aan Zee