SAND-data Venhuizen (E040a)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02917) vertaling: Jan herinnert z'n oigen dat verhaal wel
opm.: reflexief: z'n eigen
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 08554) vertaling: Jan weet dat verhaal nag van toen
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02917) vertaling: Merie en Piet ziene mekaar voor de kerk
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 08554) vertaling: marie en piet hewwe met mekaar ofsproken bij de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 08554) vertaling: Toon wast zoi oigen
opm.: reflexief: z'n eigen
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02917) vertaling: Toôn wast z'n oigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02917) vertaling: De timmerman het gien spoikers boi 'm
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 08554) vertaling: De timmerman heb gien spijkers bai hum
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02917) vertaling: Fons zag 'n slang naast 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 08554) vertaling: Fons zag un slang naast um
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 08554) vertaling: Erik liet mij voor um wereke
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02917) vertaling: Erik liet moin voor 'm werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02917) vertaling: Johanna leit 'r oigen meedroive op de golve
opm.: reflexief: haar eigen
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 08554) vertaling: Jahanna liet heur oigen meedroive op de golleve
opm.: reflexief: haar eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02917) vertaling: Toôn bekeek z'n oigen d'r 's goed in de spiegel
opm.: expletief 'er' reflexief: z'n eigen
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 08554) vertaling: Toon bekkek zoin ogigen us goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 08554) vertaling: Jan heb in twei minute un pilsie dronken
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02917) vertaling: Jan het in twei menute 'n biertje dronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02917) vertaling: Deuze skoene loupe makkelek
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 08554) vertaling: Deuze skoene zitte lekker
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02917) vertaling: Eduard ken z'n oigen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 08554) vertaling: eduard kin zun oigen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 08554) vertaling: Ward heb hoord dat ur foto's van umzelf in de etalage staan
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02917) vertaling: Ward het hoord dat 'r foto's van 'm in de etelasie stane
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02917) vertaling: Die piepers / eerappele skille niet makkelek
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 08554) vertaling: Die piepers skille niet lekker
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02917) vertaling: Dut glas breekt as 't op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 08554) vertaling: Dut glas is kapot as ut op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02917) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 08554) vertaling: dokter, doen ik ut wel goed
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 08554) vertaling: Al jare teert ie op ut geld van zien vader
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02917) vertaling: Al jare leeft ie van de erfenis van z'n vader / van vaders erfenis
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 08554) vertaling: Deuze week heb zie allien water en brood had
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02917) vertaling: Deuze week leeft zai op water en broôd
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 08554) vertaling: Istur nog?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02917) vertaling: Leeft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 08554) vertaling: hoentaid tere jullie nou al op de erfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02917) vertaling: Hoelang leve jullie nou al van die erfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 08554) vertaling: In Bretanje leve zai van visvange
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02917) vertaling: In Bretange leve ze vooral van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 08554) vertaling: Na ut ete gaan ik sleipe
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02917) vertaling: Nei 't eten / As 't eten dein is gaan ik sleìpe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 08554) vertaling: Zou ik dat wel kinne
opm.: dav
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02917) vertaling: Zou ik dat wel doen kenne?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 08554) vertaling: hai liet zijn huis an gort slaan
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02917) vertaling: Hai liet z'n huis ofbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat jan hard moet werke kinne
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat Jan hard werke moete ken
komt voor: n
opm.: 'ken' is een infinitief?
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat jan hard moet werke kinne
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat Jan hard werke moete ken
komt voor: n
opm.: 'ken' is een infinitief?
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat jan hard moet werke kinne
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02917) komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 08554) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02917) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02917) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 08554) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 08554) gebr.: 2
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02917) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 08554) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02917) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02917) komt voor: n
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 08554) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02917) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 08554) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02917) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 08554) komt voor: n
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02917) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02917) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 08554) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02917) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08554) komt voor: n
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02917) komt voor: n
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 08554) komt voor: n
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 08554) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02917) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02917) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 08554) komt voor: n
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02917) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 08554) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02917) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02917) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02917) komt voor: n
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 08554) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02917) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 08554) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02917) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02917) komt voor: n
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 08554) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02917) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 08554) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02917) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 2
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02917) komt voor: n
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 2
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02917) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 08554) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02917) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02917) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 08554) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02917) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 08554) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02917) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 08554) komt voor: n
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02917) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02917) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 08554) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 08554) vertaling: Jan het helegaar gien boek meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02917) vertaling: Jan het genien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 08554) vertaling: Jan heb gien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02917) vertaling: Jan het gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02917) vertaling: Boeke het Jan niet
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 08554) vertaling: Boeken die heb jan niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 08554) vertaling: jan heb niet veul geld meer
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02917) vertaling: Jan het niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02917) vertaling: Genien mag over dut probleem wat zegge
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08554) vertaling: Gienien mag ur prate over die zaak
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02917) vertaling: Genien mog over dut probleem wat zegge
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08554) vertaling: Ur mag gienien prate over die zaak
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 08554) vertaling: geniesen ien zeid dat ie niet komt
opm.: interpretatiegeval
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02917) vertaling: Genien zoit dat ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02917) vertaling: Zitte hier erges muize?
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 08554) vertaling: Zitte hier nag ergus muize
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02917) vertaling: Ik geef niks an 'n aar
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 08554) vertaling: Ik geef helegaar niks an un aar
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 08554) vertaling: Gienien wil ur wereke
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02917) vertaling: Genien wul werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02917) vertaling: Wai wiste niet dat ie thuis was
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 08554) vertaling: Wai wiste niet dat ie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02917) vertaling: Ik wist 't ok niet
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 08554) vertaling: Ik wist ut ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 08554) vertaling: Hij mag met gienien prate over die zaak
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02917) vertaling: Hai mag met gien mens / genien over dut probleem prate
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02917) vertaling: Jan weet dat ie voor drie uur de wagen maakt hewwe moet
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 08554) vertaling: Jan weet dat ie veur drie uur de wagen klaar hebben moet
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 08554) komt voor: n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02917) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02917) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 08554) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 08554) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02917) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 08554) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02917) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02917) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 08554) vertaling: Merie heur auto is kepoeris
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02917) vertaling: Meries oto is stik
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 08554) vertaling: Marie dur auto is stik
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02917) vertaling: Merie d'r oto is stik
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02917) vertaling: Piets oto is stik
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 08554) vertaling: De uto van Piet is kepoeris
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 08554) vertaling: Piet zn auto is stuk
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02917) vertaling: Piet z'n oto is stik
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 08554) vertaling: De auto van die man is kepoeris
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02917) vertaling: Die man z'n oto is stik
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02917) vertaling: Die man z'n oto is stik
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 08554) vertaling: Die mans auto is stuk
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 08554) vertaling: Die auto is niet van mein maar van hum
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02917) vertaling: Die oto dat is moines niet, maar zoines
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 08554) vertaling: De krant van guster leit onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02917) vertaling: De krant van guster loit onder de teevee
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02917) vertaling: Jan is 't broertje van Karolien en Kristien
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 08554) vertaling: Jan is Karolien en Kristien hullie broertje
opm.: Twijfelgeval hullie = hun
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 08554) vertaling: De feitsen van die joos benne stolen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02917) vertaling: De fietse van die joôs benne stôlen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02917) vertaling: De moeder van die zusse is op bezoek
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 08554) vertaling: De moeder van die zussen is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02917) vertaling: Dat is Wim's oto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 08554) vertaling: De auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 08554) vertaling: Die fiets is van mein
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02917) vertaling: Dat is moin fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 08554) vertaling: Hai mag met gienien praten over die zaak
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02917) vertaling: Hai mag met genien / gien mens over dat probleem prate
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 08554) vertaling: Ik wil gienien bezere
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02917) vertaling: Ik wul gien mense kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02917) vertaling: 't Is jammer dat wai niet komme magge
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 08554) vertaling: Ut is jammer dat wie niet komen magge
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 08554) vertaling: Dat gaan ik niet doen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02917) vertaling: Dat gaan ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 08554) vertaling: ik hew niet werkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02917) vertaling: Ik hew niet werkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02917) vertaling: Hai dah 't nog maar net verteld of Merie begon te huilen
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 08554) vertaling: Net had ie ut zeid en den begon Merie te snottere
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 08554) vertaling: Gaan nou die bestelling maar us ophale
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02917) vertaling: Gaan die bestelling nou maar ophale
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 08554) vertaling: Hai werekt niet
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02917) vertaling: Hai werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02917) vertaling: Ik verbied je om hier te kommen
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 08554) vertaling: Je magge beslist hier niet komme
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 08554) vertaling: jan hield alles teugen dat we Merie belle zouwe
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02917) vertaling: Jan verhinderde dat we Merie belde
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08554) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08554) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02917) fragment: of te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08554) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02917) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02917) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 08554) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02917) fragment: of te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02917) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08554) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02917) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02917) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08554) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08554) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02917) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 08554) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 08554) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02917) komt voor: n
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08554) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02917) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02917) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08554) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08554) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02917) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 08554) fragment: den (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02917) fragment: as (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08554) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02917) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08554) fragment: precies (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02917) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02917) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08554) fragment: precies (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 08554) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02917) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08554) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08554) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08554) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02917) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 08554) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02917) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 08554) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02917) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 08554) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 08554) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02917) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02917) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08554) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08554) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08554) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 08554) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02917) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 08554) fragment: maar te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 08554) komt voor: n
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02917) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02917) fragment: Toedat(te) (1)
opm.: 'toen' in voorgedrukte zin is weggestreept
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 08554) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02917) fragment: dat (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 08554) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 08554) fragment: (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 08554) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02917) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat jullie op gien mens kwaad benne
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat jullie op gienien kwaad benne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 08554) vertaling: Ik wit dat zij hillegaar niet groosk is
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat zai nerges groôsk op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 08554) vertaling: Els dint dat ut niet makkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02917) vertaling: Els denkt dat 't niet makkelek is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat ik te laat ben en jij niet
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat ik te laat bin en jai niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 08554) vertaling: Je weet tochh dat jai wereke moete en ik niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02917) vertaling: Je wete toch dat je werke moete en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 08554) vertaling: Iedereen doinkt dat wij naar huis gaan en dat zai bloive magge
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02917) vertaling: Iederien denkt dat we neì huis gane en dat(te) zullie nog bleìve magge
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02917) vertaling: 't Is jammer dat hai komt en dat zai weggaat
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 08554) vertaling: Ut is jammer dat hai komt en zai weggaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 08554) vertaling: Ik dink dat Lisa ziek is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02917) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 08554) vertaling: Ik denk dat pieter en Liesj trouwe gaan
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02917) vertaling: Ik denk dat(te) Pieter en Liesje trouwe gane
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 08554) vertaling: ja dat doet ie
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 08554) komt voor: n
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02917) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 08554) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02917) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 08554) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02917) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 08554) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02917) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02917) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 08554) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02917) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 08554) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02917) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 08554) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02917) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 08554) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02917) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 08554) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02917) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 08554) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02917) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 08554) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02917) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 08554) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02917) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 08554) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02917) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 08554) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02917) komt voor: n
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 08554) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02917) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 08554) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02917) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 08554) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08554) vertaling: De lamp doet ut niet meer
komt voor: j
opm.: dav
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02917) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 08554) vertaling: De lamp doet ut niet meer
komt voor: j
opm.: dav
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02917) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 08554) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02917) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02917) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08554) fragment: waarvan zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08554) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08554) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 08554) fragment: waarvan zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02917) fragment: weer (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 08554) fragment: weer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02917) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08554) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02917) fragment: weer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08554) fragment: weer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02917) fragment: weer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02917) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08554) fragment: weer (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08554) fragment: (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02917) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 08554) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02917) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 08554) komt voor: n
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 08554) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02917) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02917) fragment: weer (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 08554) fragment: weer (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02917) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 08554) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 08554) fragment: wat (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02917) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02917) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 08554) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02917) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 08554) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08554) vertaling: wie dink je dat ik in de stad tegenkomme ben
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02917) vertaling: wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02917) vertaling: wie denk je dat ik in de stad ontmoet heb?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02917) vertaling: ... teugenkommen ben?
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02917) vertaling: ... teugenkommen ben?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08554) vertaling: hoe dinken jullie dat zai ut oplost hewwe
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02917) vertaling: Hoe denke jullie dat ze 't oplost hewwe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02917) vertaling: Hoe denk je dat ze 't oplost hewwe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 08554) vertaling: Hoe dink je dat zi ut oplost hewwe
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 08554) vertaling: Magda weet niet wie wai belle wille
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02917) vertaling: Magda weet niet wie of wai opbelle wulle
opm.: 'wie of'
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 08554) vertaling: weet gienien wie wai roepe hewwe
opm.: negatie
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02917) vertaling: Weet ientje wie of wai geroepen hewwe?
opm.: 'wie of'
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02917) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad teugenkommen ben?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08554) vertaling: Wie dink jai wie ik in de stad teugen komme ben
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 08554) vertaling: wie dink jai dat ik in de stad tegenkomme ben
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02917) vertaling: Wie denk je dat ik in de stad teugenkommen ben?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02917) vertaling: Hai het z'n hande wossen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 08554) vertaling: Hij heb zun hande wassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 08554) vertaling: Hij heb zun hemd wassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02917) vertaling: Hai het z'n hemd wossen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 08554) vertaling: Hij heb un hoed op zun kop
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02917) vertaling: Hai het 'n hoed op 't houfd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02917) vertaling: Hai het 'n vlek op z'n hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 08554) vertaling: Hij heb kliedert op zun hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 08554) vertaling: Hij heb zun been broken
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02917) vertaling: Hai het z'n bien broken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 08554) vertaling: Zij heb er eigen zeer dein
opm.: reflexief: haar eigen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02917) vertaling: Zai het 'r oigen (puur) poin dein
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 08554) vertaling: Marie trok de deken nor dur oigen
opm.: reflexief: haar eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02917) vertaling: Merie trok de deken nei d'r toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 08554) vertaling: Luc weet dat ur foto's van zun oigen te kaup binne
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02917) vertaling: Luc weet dat 'r foto's van 'm te koop benne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 08554) vertaling: Je wete toch nog wel dat wai deur dat bos heen laupe benne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02917) vertaling: Je herinnert je oigen toch wel dat we toe deur dat bos heenloipen benne?
opm.: reflexief: je eigen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 08554) vertaling: Ik weet nag best dat Merie dr auto stik was
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02917) vertaling: Ik herinner me dat de oto van Merie stik was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 08554) vertaling: Zai weet nog wel dat hai as un vareken za te vrete
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02917) vertaling: Zai herinnert 'r oigen dat hai as 'n varken zat te eten
opm.: reflexief: haar eigen
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 08554) vertaling: Wai weten nag best dat Jan zoin boeke stolen ware, maar zai weet er niks meer van
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02917) vertaling: Wai herinnere oôs wel dat alle boeke van Jan stôlen ware, maar zai / zullie herinnere dat hullie oigen niet
opm.: reflexief: ons reflexief: hun eigen
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 08554) vertaling: Wete jullie nag dat we jan op markt zien hewwe
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02917) vertaling: Herinnere jullie je oigen nog dat we Jan op de markt zien hewwe?
opm.: reflexief: je eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 08554) vertaling: Hai heb zun oigen un ongeluk werekt
opm.: reflexief: z'n eigen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02917) vertaling: Hai het z'n oigen 'n ongeluk werkt
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 08554) vertaling: hai voelde zun oigen deur ut ois zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02917) vertaling: Hai voelde z' oigen deur 't ois zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hai dat hebbe kunne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02917) vertaling: Zou hai dat dein hewwe kennen?
opm.: is niet gelijk aan i, maar aan a, uitgaande van de opgegeven vormen van het voltooid deelwoord
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hij zuks doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hij zuks doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hij zuks doen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hai dat doen kunne hewwe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hai dat doen kunne hewwe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hai dat doen kunne hewwe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hai dat hebbe kunne doen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 08554) vertaling: Zou hai dat hebbe kunne doen
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: kend (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: kend (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: kend (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02917) fragment: kennen (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: keunen (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: keunen (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: keunen (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: kind (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: kind (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 08554) fragment: kind (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08554) fragment: dein (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08554) fragment: dein (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08554) fragment: fdaan (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02917) fragment: dein (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 08554) fragment: fdaan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 08554) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02917) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02917) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 08554) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 08554) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02917) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 08554) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02917) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02917) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 08554) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 08554) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02917) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 08554) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02917) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02917) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 08554) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 08554) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02917) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 08554) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02917) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 08554) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 08554) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02917) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02917) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 08554) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02917) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 08554) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 08554) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02917) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02917) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08554) vertaling: ik dink hai is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 08554) vertaling: ik dink hai is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 08554) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02917) vertaling: Ik denk dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02917) vertaling: Ik denk dat ie weg is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02917) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 08554) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02917) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 08554) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 08554) vertaling: marie al heur koeie benne verzopen bai de overstroming
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02917) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02917) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 08554) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02917) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 08554) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 08554) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02917) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02917) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 08554) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02917) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 08554) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 08554) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02917) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02917) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 08554) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02917) vertaling: Lopende vort kwam ik 'm teugen
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 08554) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02917) vertaling: Lopende vort kwam ik 'm teugen
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02917) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 08554) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08554) vertaling: Ik wor nou loof, dat ik stop er maar mee
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02917) vertaling: Ik wor nou louf, dat ik skai 'r maar uit
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 08554) vertaling: Ik wor nou loof, dat ik stop er maar mee
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02917) vertaling: Ik wor nou louf, dat ik skai 'r maar uit
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02917) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 08554) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 08554) vertaling: De skilder is hier weest te skildere
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02917) vertaling: De skilder is hier weest te vurven
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02917) vertaling: De skilder is hier weest te vurven
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 08554) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02917) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02917) vertaling: Toenderteid leefde ik 'r op los
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 08554) vertaling: Toen leefde ik erop los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02917) vertaling: Vroeger leefde hai as 'n beist
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 08554) vertaling: Voorheen leefde hai as un beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02917) vertaling: Deer leefde wai as god in Frankroik
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 08554) vertaling: Daar leefden wai as God in Frankroik
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02917) vertaling: Gien mens mag 't zien, dat ik vind dat jij 't ok niet zien magge
opm.: 'dat' i.p.v. 'dus'
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 08554) vertaling: Gienien mag ut zien, dus jai ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02917) vertaling: 't Beurde toedat je wegginge
opm.: 'toen dat'
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 08554) vertaling: Ut gebeurde toen jai weggong
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02917) vertaling: Ik weet weer jij geboren benne
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 08554) vertaling: ik weet waar jai geboren benne
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02917) vertaling: Nou je klaar benne, mag je gaan
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 08554) vertaling: Nou jai klaar benne mag je weggaan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02917) vertaling: Deurdat Merie overleden was, het heur man Anna gien meer helpe kennen
opm.: 'gien' i.p.v. 'niet'
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 08554) vertaling: doordat merie overledebn was kon heur man Anna niet meer hellupe
opm.: IPP: niet van toepassing
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat hai te zwemmen gaan is
opm.: 'te' aanwezig
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat hai is gaan zwemme
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02917) komt voor: n
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02917) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 08554) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 08554) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02917) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02917) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 08554) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02917) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 08554) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 2
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 2
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02917) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02917) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 08554) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02917) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 08554) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 08554) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02917) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02917) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 08554) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02917) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 08554) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02917) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 08554) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02917) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 08554) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02917) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 08554) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02917) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 08554) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02917) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 08554) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02917) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 08554) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 08554) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02917) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02917) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 08554) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02917) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 08554) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 08554) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02917) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02917) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 08554) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 08554) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02917) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 08554) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02917) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08554) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02917) fragment: weervan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02917) fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08554) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02917) fragment: dat ie (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08554) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 08554) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02917) fragment: weervan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08554) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08554) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02917) fragment: weervan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08554) fragment: dat (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02917) fragment: weervan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02917) fragment: die ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 08554) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02917) fragment: die ze (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08554) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08554) fragment: waarmee (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08554) fragment: met wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 08554) fragment: met wie (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02917) fragment: weer (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02917) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 08554) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08554) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02917) fragment: weer (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08554) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02917) fragment: weer (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08554) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02917) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02917) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 08554) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08554) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08554) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08554) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02917) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 08554) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02917) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 08554) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08554) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08554) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02917) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08554) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 08554) fragment: wat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08554) fragment: hij die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08554) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08554) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 08554) fragment: hij die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02917) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08554) fragment: wiens (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08554) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02917) fragment: weervan de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08554) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 08554) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02917) vertaling: Piet denkt dat Jan en Merie op gien mens kwaad benne
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08554) vertaling: peit dinkt dat jan en Marie op gienien kwaad benne
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 08554) vertaling: peit dinkt dat jan en Marie op gienien kwaad benne
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08554) vertaling: Wim dinkt dat wai gienien un prais geve
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02917) vertaling: Wim denkt dat we nooit genien 'n prois geven
opm.: geen betekenis aangegeven
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 08554) vertaling: Wim dinkt dat wai gienien un prais geve
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 08554) vertaling: Ut is wsaar dat zai niet met Marie prate magge
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02917) vertaling: 't Is waar dat ze niet toestaan om met Merie te praten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02917) vertaling: nerges
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 08554) vertaling: Nerregus
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 08554) vertaling: Genien
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02917) vertaling: genien
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02917) vertaling: nooit
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 08554) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02917) vertaling: niks
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 08554) vertaling: Niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 08554) vertaling: Gien enkel
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02917) vertaling: genien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 08554) vertaling: Je zegge hem niet dat ik in buiten weest ben
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02917) vertaling: Zeg niet teugen hem dat ik nei buiten weest ben!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 08554) vertaling: Niet zegge dat je wat veur hum kocht hewwe,oor
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02917) vertaling: Niet vertelle dat je 'n kedootje voor 'm kocht hewwe, 'oor!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02917) vertaling: Weet je niet dat ie vallen is?
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 08554) vertaling: Weet je niet dat ie vallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 08554) vertaling: Wendy prebeerde gienien te bezere
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02917) vertaling: Wendy perbeerde om gien mens poin te doen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02917) vertaling: 't Loikt dat ze niks ete mag
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 08554) vertaling: Ut heb ervan dat ze niks ete mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 08554) vertaling: Zai mag, denk ik, niks ete
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02917) vertaling: Ze loikt niks ete te maggen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 08554) vertaling: Ze prebeerde de hille dag al mekaar te belle
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02917) vertaling: Ze perbeerde al de héle dag om mekaar op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02917) vertaling: 't Belouft weer 'n mooie dag te worren
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 08554) vertaling: Ut zal weer un mooie dag worre
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 08554) vertaling: Miskien is ut beter nag effies te wachten
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02917) vertaling: 't Is meskien beter om nog effies te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02917) vertaling: We hadde 't geluk om hem geleik terug te vinden
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 08554) vertaling: We hadde geluk dat we um direkt trugvonde
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 08554) vertaling: As de kippe un valk zien benne ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02917) vertaling: As de kippe 'n valk zien, benne ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 08554) vertaling: As wai de piepers niet verkaupe kenne, zitte we in de penarie
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02917) vertaling: As we de eerappele niet verkoupe kenne, zitte we in de probleme
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 08554) vertaling: As jullie hum niet meeneme word ik kwaad
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02917) vertaling: Al neme jullie 'm niet meeneme, wor ik kwaad
opm.: dubbele persoonsvorm in bijzin?
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 08554) vertaling: hai wist ut
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02917) vertaling: Hai wist 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 08554) vertaling: Op dit feist wordt ur veil danst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02917) vertaling: Op dut feest wordt 'r veul danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 08554) vertaling: Nou wordt er allien maar brood verkocht in die winkel
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02917) vertaling: Nou wordt 'r alleendig nog maar broôd verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 08554) vertaling: As hai op de fiets komt zal ie wel leit weze
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02917) vertaling: As hai met de fiets komt, zel ie wel te laat weze
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 08554) vertaling: As je taid hewwe, kom den us un keertje an
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02917) vertaling: As je toid hewwe, kom den 'rs 'n keertje langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 08554) vertaling: as ik raik ben, koop ik een auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02917) vertaling: As ik roik ben, koup ik 'n dure oto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 08554) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 08554) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02917) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 08554) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02917) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 08554) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02917) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02917) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 08554) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 08554) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02917) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 08554) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02917) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02917) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 08554) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02917) vertaling: Ik hew hem 't geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02917) vertaling: Ik hew 't an hummes geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 08554) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02917) vertaling: Ik hew hem 't geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02917) vertaling: Ik hew 't an hummes geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02917) vertaling: Ik hew 't an hummes geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02917) vertaling: Ik hew hem 't geven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02917) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 08554) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02917) vertaling: Merie het zoid dat jij perbeerd hewwe (om) 'n liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08554) vertaling: Marie heb zaid dat jij perbeerd hewwe om un liedje te zinge
opm.: In het jong Westfries 1-3 ipv 3-1
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08554) vertaling: Marie heb zaid dat jij perbeerd hewwe om un liedje te zinge
opm.: In het jong Westfries 1-3 ipv 3-1
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08554) vertaling: Marie heb zaid dat jai prebeerd hewwe om un liedje te zinge
opm.: In het jong Westfries 1-3 ipv 3-1
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 08554) vertaling: Marie heb zaid dat jai prebeerd hewwe om un liedje te zinge
opm.: In het jong Westfries 1-3 ipv 3-1
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 08554) vertaling: Marie heb zaid dat jij perbeerd hewwe om heur een boek te geve
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02917) vertaling: Merie het zoid dat jij perbeerd hewwe om an hem 'n boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02917) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 08554) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02917) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02917) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 08554) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 08554) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02917) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 08554) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02917) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02917) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 08554) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 08554) komt voor: j
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02917) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 08554) vertaling: Die statters hewwe hier veul huize bouwd
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02917) vertaling: Die van de stad, die hewwe hier veul huize bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02917) vertaling: An die nuwe veert, deer zien je gien mens meer
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 08554) vertaling: An die nieuwe sloot zie je gien mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 08554) vertaling: Guster is Jan hier weest
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02917) vertaling: Guster is Jan hier weest
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02917) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik niet thuis
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 08554) vertaling: De dag dat Jan belde was ik niet thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02917) vertaling: Jef, die zou ik nooit uitnôdige
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 08554) vertaling: Jef zou ik nooit vrage
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 08554) vertaling: Marie zou zuks nooit doen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02917) vertaling: Merie, die zou zuks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02917) vertaling: Bert die drinkt welders 'n glas te veul
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 08554) vertaling: Bert drinkt wel us un pilsie te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02917) vertaling: Martha die zou ik welders bai me thuis uitnôdige wulle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 08554) vertaling: Martha zouw ik wel us bai mein vrage wille
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 08554) vertaling: Dat huis zou ik nooit kaupe wille
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02917) vertaling: Dat huis, dat zou ik nooit koupe wulle
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02917) vertaling: Dat huis, dat staat deer al voiftig jaar
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 08554) vertaling: Dat huis dat staat deer al vijftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02917) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02917) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 08554) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 08554) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02917) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 08554) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02917) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02917) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 08554) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02917) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 08554) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02917) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 08554) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02917) komt voor: n
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 08554) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02917) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 08554) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02917) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 08554) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 08554) vertaling: Heb g beld?
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02917) vertaling: Het Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 08554) vertaling: Pasterop!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02917) vertaling: Koik uit!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 08554) vertaling: Ut was maar net goed genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02917) vertaling: 't Was maar net goed genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 08554) vertaling: Marjo heb nou meer koeie as dat zai vroeger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02917) vertaling: Marjo het nou meer koeie as dat ze vroeger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 08554) vertaling: As susanne komme kenne had, den had zai dat dein
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02917) vertaling: As Susanne komme kennen had, den had ze dat dein
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 08554) vertaling: Zai is de beste dokter die ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02917) vertaling: Zai is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 08554) vertaling: Voordat je wat weggooie, moet je effies belle
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02917) vertaling: Voordat je wat weggooie, moet je effies belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 08554) vertaling: Dut is alles wat ik kregen heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02917) vertaling: Hier is alles wat ik kregen hew
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 08554) vertaling: Jan is te gierig om wat aan zijn kinders te geve
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02917) vertaling: Jan is te saggereinig om wat an z'n joôs te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 08554) vertaling: Net of jai wat van voetballe of weet
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02917) vertaling: Asof jij wat van voeballe wete!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 08554) vertaling: Leg dat boek neer
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02917) vertaling: Leg neer dat boek!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 08554) vertaling: As je echt niet wachte kenne, den kom je maar
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02917) vertaling: As je echt niet wachte kenne, kom den maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter roepen kennen had
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat Jan dokter roepe kennen had
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 08554) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter roepen kon hebbe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02917) vertaling: Ik weet dat Jan dokter roepe kennen had
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 08554) vertaling: hai zee dat ik ut dein most hewwe
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02917) vertaling: Hai zee dat ik 't doen moeten had
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 08554) vertaling: Hai zei dat ik ut dein most hewwe
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02917) vertaling: Hai zee dat ik 't doen moeten had
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 08554) vertaling: Hij is vorige week opereerd deur dokter M
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02917) vertaling: Hai is vorige week deur dokter Mertens opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 08554) vertaling: Hij word murgen opereerd deur dokter M
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02917) vertaling: Hai wordt murgen deur dokter Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02917) vertaling: Ik denk dat je veul weggooie moete zouwe
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02917) vertaling: Ik denk dat je veul weggooie moete zouwe
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02917) vertaling: Hai is dom om zukke dure dinge weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02917) vertaling: Hai is dom om zukke dure dinge weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02917) vertaling: Hai is alle stikkenige spulle an 't weggooien
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02917) vertaling: Hai is alle stikkenige spulle an 't weggooien
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02917) vertaling: Ik vind dat je vaker krante moete
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02917) vertaling: Ik vind dat je vaker krante moete
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02917) vertaling: 't Is dom om in 't donker te kranten
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02917) vertaling: 't Is dom om in 't donker te kranten
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02917) vertaling: Hai is de hele dag an 't kranten
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 08554) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02917) fragment: deur (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 08554) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02917) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02917) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 08554) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 08554) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02917) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 08554) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02917) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02917) vertaling: Robert het ien groene appel weggeven, en nou het ie nog twei rooie over
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02917) vertaling: D'r ware / wasse veul mense op 't feist
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02917) vertaling: Ware d'r veul mense op 't feist?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02917) vertaling: Wat hèje voor boeke kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02917) vertaling: Wat voor boeke hèje kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02917) vertaling: Wat voor boeke hèje kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02917) vertaling: Wat hèje voor boeke kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02917) vertaling: Hai weunt bai Merietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02917) vertaling: Hai weunt bai Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02917) vertaling: Loup effies nei de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02917) vertaling: Wie hèje zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02917) vertaling: Wie het jou zien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02917) vertaling: Had ik dat weten den had ik 't niet dein
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02917) vertaling: 't Zou beter weze om nog effies te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02917) vertaling: Gelukkig had Jan dokter beld en die was 'r al heêl gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02917) vertaling: Loup nou toch deur, verveulende joôs!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02917) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 08554) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02917) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02917) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 08554) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02917) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 08554) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02917) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 08554) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02917) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 08554) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02917) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 08554) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02917) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 08554) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Venhuizen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Venhuizen