SAND-data Obdam (E028p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03395) vertaling: Jan kent dat verhaal wel
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03395) vertaling: Marie en piet zien mekaar voor de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03395) vertaling: Toon wast z'n eigen
opm.: reflexief: z'n eigen
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03395) vertaling: De timmerman heb gien spijkers bij zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03395) vertaling: Fons zag een slang naast hem
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03395) vertaling: Erik let main voor zich werken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03395) vertaling: Johanna liet her meedraiven op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03395) vertaling: Toon beek z'n eigen 's goed in de spiegel
opm.: reflexief: z'n eigen
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03395) vertaling: Jan het in twei menuutn een biertje dronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03395) vertaling: Deuze schoene lopen makkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03395) vertaling: Eduard kent z'n eigen goed
opm.: reflexief: z'n eigen
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03395) vertaling: War het hoord dat er foto's van z'n eigen in de etalage staan
opm.: reflexief: z'n eigen
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03395) vertaling: Die piepers skillen niet makkelijk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03395) vertaling: Dut glas brek as t op de grond valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03395) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genoeg?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03395) vertaling: Hai leeft al jare van de erfenis van ze vader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03395) vertaling: deuze week leeft ze op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03395) vertaling: Leeft het nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03395) vertaling: Hoe lang leve jullie nou al van die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03395) vertaling: In Bretagne leve ze veural van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03395) vertaling: Na het eten ga ik slapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03395) vertaling: Zou ik dat wel kenne doen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03395) vertaling: Hai liet z'n huis afbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat Jan hard moet kenne werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat Jan hard moet kenne werken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat Jan hard moet kenne werken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03395) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03395) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03395) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03395) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03395) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03395) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03395) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03395) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 2
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03395) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03395) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03395) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03395) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03395) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03395) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03395) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03395) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 3
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03395) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03395) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03395) komt voor: n
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03395) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03395) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03395) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03395) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03395) vertaling: Jan heb guien boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03395) vertaling: Jan heb guien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03395) vertaling: Jan heb guien boeken
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03395) vertaling: Jan heb niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03395) vertaling: Niemand mag over dut probleem praten
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03395) vertaling: Er mag niemand spreken over dut probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03395) vertaling: Niemand zegt dat ie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03395) vertaling: Zitten hier nergens geen muize?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03395) vertaling: Ik geef niks an een aar
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03395) vertaling: Niemand wil werken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03395) vertaling: We wisten niet dat ie thuis was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03395) vertaling: ik wist et ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03395) vertaling: Hij mag met gnien praten over dat probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03395) vertaling: Jan weet dat hai voor drie uur de wagen moet hebbe maakt
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03395) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03395) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03395) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03395) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03395) vertaling: Maries auto is stuk
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03395) vertaling: Marie ur auto is stuk
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03395) vertaling: Piets auto is stuk
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03395) vertaling: Piet ze auto is stuk
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03395) vertaling: Die man ze auto is stuk
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03395) vertaling: Die man ze auto is stuk
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03395) vertaling: Dia auto is niet van main maar van hem
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03395) vertaling: De krant van guster legt onder de TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03395) vertaling: Jan is Karolien en Kristien ze broer
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03395) vertaling: Die joos fietse benne stolen
opm.: genitief -'s
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03395) vertaling: De m,oeder van die zussen is op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03395) vertaling: Dat is Wim ze auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03395) vertaling: Die fiets is van main
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03395) vertaling: Hai mag met gnien praten over dut probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03395) vertaling: Ik wil nieman kwetsen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03395) vertaling: Het is jammer dat wai niet magge komme
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03395) vertaling: Dat doen ik niet
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03395) vertaling: Ik heb niet werkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03395) vertaling: Hai had het net verteld en toen begon Marie te huilen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03395) vertaling: Gaan die bestelling nou maar halen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03395) vertaling: Hai werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03395) vertaling: Ik verbied je om hier te koemn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03395) vertaling: Jan hield het teugen dat we we Marie niet belden
opm.: Sunjectdubbeling of spelfout?
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03395) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03395) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03395) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03395) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03395) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03395) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03395) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03395) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03395) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03395) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03395) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03395) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03395) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03395) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03395) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03395) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03395) fragment: 2: te (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03395) fragment: als dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03395) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03395) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03395) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03395) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03395) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03395) komt voor: n
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03395) fragment: we daar (1)
opm.: subjectdubbeling?
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03395) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03395) fragment: als (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03395) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat jullie op niemand kwaad benne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat zai op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03395) vertaling: Els denkt dat 't niet makkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat ik te laat ben en jij niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03395) vertaling: KJe weet toch dat jij moet werken en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03395) vertaling: Ze denken allegaar dat wai naar huis gaan en zai nog magge blijve
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03395) vertaling: Het is jammer dat hai komt en dat zai weggaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03395) vertaling: Ik denk dat Lisa ziek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03395) vertaling: Ik denk dat Pieter en liesje gaan trouwen
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03395) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03395) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03395) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03395) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03395) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03395) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03395) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03395) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03395) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03395) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03395) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03395) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03395) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03395) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03395) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03395) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 03395) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03395) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03395) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03395) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03395) fragment: waarvan (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03395) fragment: weer (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03395) komt voor: j
fragment: weerop (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03395) komt voor: j
fragment: weerop (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03395) fragment: weer het (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03395) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03395) fragment: weer (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03395) fragment: weerop (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03395) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03395) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03395) vertaling: wie denk je wie ik in de stad heb ontmoet?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03395) vertaling: Hoe denken julli dat ze het oplost hebbe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03395) vertaling: Hoe denk je dat ze het oplost hebbe?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03395) vertaling: Magda weet niet wie wij willen (op)bellen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03395) vertaling: weet iemand wie we hebbe roepe?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03395) vertaling: Wat denk je wie ik in de stad teugenkomen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03395) vertaling: hij heb z'n handen wassen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03395) vertaling: Hij heb z'n hemd wassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03395) vertaling: Hij heb een hoed op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03395) vertaling: Hij heb 'n vlek op z'n hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03395) vertaling: Hij heb z'n been broken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03395) vertaling: Hij deed z'n eige pain
opm.: reflexief: z'n eigen
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03395) vertaling: Msarie trok aan de dekens
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03395) vertaling: Luc weet dat er foto's van z'n eige te koop benne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03395) vertaling: Weet je nog dat we deur dat bos lopen hebben
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03395) vertaling: Ik weet nog dat de auto van Marie stuk was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03395) vertaling: Ze weet nog wel dat ie zat te eten as een varke
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03395) vertaling: Wij weten nog wel dat Jan z'n boeken stolen waren, maar ze weten het niet meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03395) vertaling: Weten jullie nog dat we jan op de markt zien hebbe
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03395) vertaling: hij werkt zich kapot
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03395) vertaling: hij voelde z'n eige door het ijs zakke
opm.: reflexief: z'n eigen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03395) vertaling: Zou hij het kend hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03395) vertaling: Zou het dain hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03395) vertaling: Zou het dain hebbe
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03395) vertaling: Zou hij het kend hebbe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03395) fragment: gekend (1)
opm.: Klopt niet met andere antwoorden (kend, bv.)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03395) fragment: daan (1)
opm.: Klopt niet met andere antwoorden (dein, bv.)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03395) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03395) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03395) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03395) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03395) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03395) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03395) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03395) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03395) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03395) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03395) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03395) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03395) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03395) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03395) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03395) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03395) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03395) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03395) vertaling: Hij deed net asof hij pas uit bed kwam
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03395) vertaling: De schilder is hier wezen schilderen
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03395) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03395) vertaling: In die tijd leefde ik maar raak
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03395) vertaling: Hij was vroeger een beest
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03395) vertaling: We leefden as God in Frankrijk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03395) vertaling: Niemand mag het zien,ik vind dus dat jij het ook niet mag zien
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03395) vertaling: Toen je wegging gebeurd het
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03395) vertaling: Ik weet waar je bent geboren
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03395) vertaling: Nou je klaar ben, mag je gaan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03395) vertaling: Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03395) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03395) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03395) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03395) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03395) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03395) vertaling: Met zuk weer ken je niet veel doen
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03395) vertaling: as het kerremis komme de mense buiten
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03395) vertaling: as het kerremis komme de mense buiten
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03395) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien, omdat hij me heb bedrogen
komt voor: n
opm.: dav
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03395) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien, omdat hij me heb bedrogen
komt voor: n
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03395) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03395) vertaling: Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen
komt voor: j
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03395) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03395) vertaling: Hij is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03395) vertaling: Hij is dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03395) vertaling: Is hij dood?
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03395) vertaling: Is hij dood?
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03395) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03395) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03395) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03395) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03395) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03395) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03395) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03395) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03395) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03395) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03395) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03395) fragment: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03395) fragment: dat ze (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03395) fragment: dat ze (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03395) fragment: daar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03395) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03395) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03395) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03395) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03395) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03395) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03395) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03395) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03395) fragment: Die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03395) fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03395) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op nieman kwaad benne
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03395) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op nieman kwaad benne
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03395) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een prijs geven
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03395) vertaling: Wim denkt dat we nooit iemand een prijs geven
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03395) vertaling: Ze magge niet met Marie praten
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03395) vertaling: Ze magge niet met Marie praten
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03395) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03395) vertaling: neimand
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03395) vertaling: niets
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03395) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03395) vertaling: gnien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03395) vertaling: Zeg maar niet tegen hem dat ik noar buiten ben weest
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03395) vertaling: Niet zeggen dat je een cadeau voor hem kocht heb
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03395) vertaling: Weet je niet dat ie vallen is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03395) vertaling: Wendy probeerde niemand te bezeren
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03395) vertaling: Het lijkt dat ze niks mag eten
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03395) vertaling: Het lijkt dat ze niks mag eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03395) vertaling: Ze proberenm al de hele dag om mekaar te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03395) vertaling: Het lijkt een mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03395) vertaling: 't is misschien beter om nog effe te wachte
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03395) vertaling: we hadde geluk dat we hem direct vonden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03395) vertaling: As de kippen een valk zien benne ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03395) vertaling: As we de piepers niet kenne verkopedan ben we in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03395) vertaling: Als jullie hem niet meenemen wor ik kwaad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03395) vertaling: Hij wist het
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03395) vertaling: Op dit feest wordt er veul danst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03395) vertaling: Nou wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03395) vertaling: Als ie met de foets komt, komt ie wel laat
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03395) vertaling: as je toid heb, kom dan een keer an
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03395) vertaling: As ik raik ben koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03395) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03395) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03395) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03395) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03395) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03395) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03395) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03395) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03395) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03395) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03395) vertaling: Marie heb zait dat jij probeert heb een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03395) vertaling: Marie heb zaid dat jij prebeerd heb een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03395) vertaling: Marie heb zaid dat jij prebeerd heb een liedje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03395) vertaling: Marie heb zait dat jij probeert heb een liedje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03395) vertaling: Marie heb zaid dat jij prebeerd heb om heur een boek te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03395) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03395) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03395) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03395) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 1
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03395) vertaling: Die stadters hebben hier veul huizen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03395) vertaling: Bij de nieuwe veert, zie je gin mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03395) vertaling: Gister was Jan hier
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03395) vertaling: Die dag dat jan belde, was ik niet thuis
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03395) vertaling: Jef zou ik nooit vragen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03395) vertaling: Martha zou zuks nooit doen
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03395) vertaling: Bert drinkt wel es een glas teveel
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03395) vertaling: Martha zou ik wel eis om een koppie vragen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03395) vertaling: Dat huis zouik nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03395) vertaling: Dat huis staat deer al voiftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03395) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03395) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03395) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 4
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03395) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03395) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03395) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03395) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03395) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03395) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03395) vertaling: Heb G beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03395) vertaling: Kaik uit
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03395) vertaling: 't was precies goed
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03395) vertaling: Marjo heb nou meer koeie dan ze vroeger had
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03395) vertaling: As Susanne had kenne komme den had ze dat dein
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03395) vertaling: Ze is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03395) vertaling: Voor je wat weggooi, moet je effe belle
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03395) vertaling: Hier is alles wat ik kregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03395) vertaling: Jan is te gierig om wat an ze kindere te geve
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03395) vertaling: Asof jij wat van voetballe weet
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03395) vertaling: Leg dat boek neer
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03395) vertaling: as je echt niet ken wachte, den kom je maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kenne roepen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03395) vertaling: Ik weet dat Jan de dokter had kenne roepen
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03395) vertaling: Hai zai dat ie het had kenne doen
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03395) vertaling: Hai zai dat ik het dein had moeten
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03395) vertaling: Hij is vorige week door dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03395) vertaling: Hij iwordt morgen door dokter M opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03395) vertaling: Ik denk dat je veel meer zou weg moeten gooien
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03395) vertaling: Het is dom om zukke dingen weg te gooien
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03395) vertaling: Hij is alle kapotte spullen weg aan het gooien
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03395) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03395) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03395) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03395) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03395) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03395) vertaling: Robert heb ien groene appel weggeven en nou heb ie er nog twee rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03395) vertaling: Dur waren veul mensen op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03395) vertaling: Waren er veul mensen op het feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03395) vertaling: Wat voor boeken heb je kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03395) vertaling: Wat heb je voor boeken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03395) vertaling: Wat heb je voor boeken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03395) vertaling: Wat voor boeken heb je kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03395) vertaling: Hai woonnt bai Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03395) vertaling: Hai woont bai Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03395) vertaling: Loop effe naar de bakker, wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03395) vertaling: Wie heb je zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03395) vertaling: Wie heb jou zien?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03395) vertaling: As ik dat wete had, den had ik dat niet dein
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03395) vertaling: 't is beter om nog effe te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03395) vertaling: gelukkig had Jan de dokter beld en die was er al heel gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03395) vertaling: Loop toch deur verveulende joos
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03395) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03395) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03395) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03395) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03395) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03395) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03395) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03395) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Obdam

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Obdam