SAND-data Eext (C184p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02902) vertaling: Jaan herinnert zuk dat verhaol wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02902) vertaling: Marie en Piet zeeit mekaor veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02902) vertaling: Toon is zuk an 't waskern
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02902) vertaling: De timmerman hef gien spiekers bij zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02902) vertaling: Fons zag naost zuk 'n slang
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02902) vertaling: Erik leuit mij veur zuk waarken.
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02902) vertaling: Ik mus veur Erik waarken.
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02902) vertaling: Ik mus veur Erik waarken.
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02902) vertaling: Erik leuit mij veur zuk waarken.
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02902) vertaling: Johannao leuit zuk op de golven metdrieven.
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02902) vertaling: Toon bekeek zuk is gooud in de speeigel
opm.: reflexief: zich
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02902) vertaling: In tweei menuten dronk Jaan 'n glassie bier op.
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02902) vertaling: Dizze schoounen loopt makkelk.
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02902) vertaling: Eduard kent zukzölf gooud.
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02902) vertaling: Ward hef heurd, dat der fotoos van hum in d'etelaozje staot.
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02902) vertaling: Die eerpels kuj neeit makkelk schellen.
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02902) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond vaalt.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02902) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02902) vertaling: Hie leeft al jaoren van d'aarvenis van zien vaoder
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02902) vertaling: Zie leeft dizze week op waoter en brood.
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02902) vertaling: Leeft 't nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02902) vertaling: Hooulang leef jullie noou al van die aarvenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02902) vertaling: In Bretagne leeft ze veural van 't vissen.
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02902) vertaling: Nao 't eten gao'k slaopen.
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02902) vertaling: Zu'k dat wel dooun kunnen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02902) vertaling: Hie leuit zien hoes aofbreken.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat Jaan haard mot kunnen waarken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat Jaan haard mot kunnen waarken
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat Jaan haard mot kunnen waarken
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02902) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02902) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02902) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02902) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02902) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02902) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02902) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 2
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 2
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02902) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02902) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02902) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02902) komt voor: j
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02902) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02902) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02902) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02902) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02902) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02902) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02902) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02902) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 2
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 2
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02902) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02902) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02902) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02902) vertaling: Jaan hef gien boouk meer.
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02902) vertaling: Jaan hef gien boouk meer.
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02902) vertaling: Boouken hef Jaan neeit
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02902) vertaling: Jaan hef neeit veul geld meer.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02902) vertaling: Der mag gieneein over dit prebleeim praoten
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02902) vertaling: Der mag gieneein over dit prebleeim praoten.
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02902) vertaling: Gieneein zeg dat e komp
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02902) vertaling: Zit hier naargens gien moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02902) vertaling: Ik geef niks an 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02902) vertaling: Gieneein wil waarken.
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02902) vertaling: Wij wuzzen neeit dat e in hoes was.
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02902) vertaling: Ik wus 't ok neeit.
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02902) vertaling: Hie mag met gieneein over dit prebleeim praoten.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02902) vertaling: Jaan wet dat e de waogen veur dreei uur maokt hebben mot.
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02902) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02902) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02902) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02902) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02902) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02902) komt voor: j
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02902) vertaling: De auto van Marie is kepot.
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02902) vertaling: Marie heur auto is kepot.
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02902) vertaling: Marie heur auto is kepot.
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02902) vertaling: De auto van Marie is kepot.
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02902) vertaling: Marie heur auto is kepot.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02902) vertaling: De auto van Piet kepot.
opm.: prenominale possessieve genitief '-s': n.v.t.
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02902) vertaling: Piet zien auto is kepot.
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02902) vertaling: De auto van die man is kepot.
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02902) vertaling: Die man zien auto is kepot.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02902) vertaling: Dat is neeit mien auto mor zienend.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02902) vertaling: Die auto is neeit van mij mor van hum.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02902) vertaling: Die auto is neeit van mij mor van hum.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02902) vertaling: Dat is neeit mien auto mor zienend.
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02902) vertaling: De kraant van gister lig under de tillevisie.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02902) vertaling: Jaan is 't breurtie van Karolien en Kristien.
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02902) vertaling: De fietsen van die jonges bint stolen.
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02902) vertaling: De moouder van die gezusters is op veziet.
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02902) vertaling: Dat is Wim zien auto.
opm.: Een soortgelijke constructie wordt wel gebruikt bij X 7g.
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02902) vertaling: Dat is Wim zien auto.
opm.: Een soortgelijke constructie wordt wel gebruikt bij X 7g.
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02902) vertaling: Die auto is van Wim.
opm.: Een soortgelijke constructie wordt wel gebruikt bij X 7g.
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02902) vertaling: Die auto is van Wim.
opm.: Een soortgelijke constructie wordt wel gebruikt bij X 7g.
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02902) vertaling: Dat is mien fiets.
opm.: Een soortgelijke constructie wordt wel gebruikt bij X 7g.
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02902) vertaling: Hie mag met gieneein over dit prebleeim praoten.
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02902) vertaling: Ik wil gieneein zeer dooun.
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02902) vertaling: Het is zunde dat wij neeit kommen mugt.
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02902) vertaling: Dat doe ik neeit.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02902) vertaling: Ik heb niks daon.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02902) vertaling: Ik heb niks daon.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02902) vertaling: Ik bin neeit an 't waark west.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02902) vertaling: Ik bin neeit an 't waark west.
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02902) vertaling: Hie har 't nog mor net verteld of Marie begunde te reren.
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02902) vertaling: Gao die bestelling noou mor ophaolen.
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02902) vertaling: Hie waarkt neeit.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02902) vertaling: Ik wil je hier neeit hebben.
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02902) vertaling: Jaan heuil tegen dat wij Marie belden.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02902) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02902) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02902) fragment: af te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02902) fragment: af te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02902) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02902) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02902) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02902) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02902) komt voor: n
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02902) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02902) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02902) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02902) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02902) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02902) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02902) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02902) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02902) fragment: dan (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02902) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02902) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02902) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02902) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02902) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02902) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02902) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02902) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02902) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02902) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02902) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02902) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02902) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02902) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02902) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02902) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02902) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02902) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02902) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02902) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02902) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02902) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02902) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02902) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02902) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat jullie gieneein hellig bint
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02902) vertaling: It weeit dat zie groots is op niks.
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02902) vertaling: Els dèenkt dat 't neeit makkelk is.
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat ik te laot bin en ij neeit.
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02902) vertaling: IJ weeit toch dat ij waarken moout en neeit ik
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02902) vertaling: Elk dèenkt dat wij hen hoes gaot en dat zie nog blieven mugt.
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02902) vertaling: 't Is zunde dat hie komp en dat zie votgeeit.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk dat Lisa zeeisk is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk dat Pieter en Liesje trouwen gaot.
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02902) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02902) betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02902) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02902) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02902) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02902) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02902) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02902) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02902) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02902) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02902) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02902) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02902) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02902) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02902) komt voor: j
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02902) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02902) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02902) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02902) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02902) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02902) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02902) fragment: wie zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02902) fragment: wiens (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02902) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02902) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02902) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02902) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02902) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02902) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02902) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02902) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02902) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02902) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02902) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02902) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02902) fragment: wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02902) vertaling: Wat daachden ij, wel ik in de stad integen kwam?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02902) vertaling: Wat daachden ij hoou zie 't oplöst hebt?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02902) vertaling: Magda wet neeit wel dat wij bellen wilt.
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02902) vertaling: Wet der eein wel of dat wij rooupen hebt?
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02902) vertaling: Wel daachden ij wel ik ik in de stad integen kwam?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02902) vertaling: Wel daachden ij wel ik in de stad integen kwam?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien handen waskerd.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien hemd (=onderkleding) waskerd.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien bezroen (=overhemd) waskerd.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien bezroen (=overhemd) waskerd.
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien hemd (=onderkleding) waskerd.
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02902) vertaling: Hie hef 'n hooud op de kop.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02902) vertaling: Hie hef 'n vlek op zien bezroen (=overhemd)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02902) vertaling: Hie hef 'n vlek op zien hemd (=onderkleding)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02902) vertaling: Hie hef 'n vlek op zien hemd (=onderkleding)
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02902) vertaling: Hie hef 'n vlek op zien bezroen (=overhemd)
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien beein broken.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien beein broken.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien beein kepot.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02902) vertaling: Hie hef zien beein kepot.
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02902) vertaling: Hie hef zuk zeer daon.
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02902) vertaling: Marie trok de deken naor zuk toou.
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02902) vertaling: Luc wet dat der foto's fan humzölf te koop bint.
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02902) vertaling: IJ herinnert je toch wel dat wij doou deur dat bos hènlopen bint?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02902) vertaling: Ik herinner mij dat Marie heur auto kepot was.
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02902) vertaling: Zie herinnert zuk dat e as 'n zwien zat te eten.
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02902) vertaling: Wij herinnert oons wel dat Jaan aal zien boouken stolen wadden, mor zie herinnert zuk dat neeit.
opm.: Jan al zijn boeken i.p.v. al Jan zijn boeken reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02902) vertaling: Herinner julllie je nog dat wij Jaan op d'maark zeein hebt?
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02902) vertaling: Hie hef zuk 'n ongeluk waarkt.
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02902) vertaling: Hie veuilde zuk deur 't ies zakken.
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02902) vertaling: Zul e dat daon hebben kund?
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02902) fragment: kund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02902) fragment: daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02902) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02902) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02902) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02902) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02902) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02902) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02902) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02902) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02902) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02902) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02902) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02902) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk dat e vot is.
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk dat e vot is.
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk hie is vot.
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk hie is vot.
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02902) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02902) vertaling: Ik weeit hie is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02902) vertaling: Ik weeit hie is vot
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02902) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02902) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02902) vertaling: Kees maoken weeit ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02902) vertaling: Kees maoken weeit ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02902) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02902) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02902) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02902) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02902) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02902) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02902) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02902) vertaling: Ik heb heeil wat lopen daon.
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02902) vertaling: Ik heb heeil wat lopen daon.
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02902) vertaling: Ik wor meui, dat, ik hol der mor met op.
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02902) vertaling: Ik wor meui, dat, ik hol der mor met op.
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02902) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02902) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02902) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02902) vertaling: In die tied leefde ik derop lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02902) vertaling: Hie leefde eerder as 'n beeist.
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02902) vertaling: Daor leefden wij as god in Frankriek.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02902) vertaling: Gieneein mag 't zeein, dus ik vin dat ij dat ok neeit zeein mugt.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02902) vertaling: Gieneein mag 't zeein, dus ik vin dat ij dat ok neeit zeein mugt.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02902) vertaling: Gieeein mag 't zeein, dus ik vin dat doe dat ok neeit zeein magst.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02902) vertaling: Gieeein mag 't zeein, dus ik vin dat doe dat ok neeit zeein magst.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02902) vertaling: 't Gebeurde doou doe votgungst
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02902) vertaling: 't Gebeurde doou ij votgungen.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02902) vertaling: 't Gebeurde doou ij votgungen.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02902) vertaling: 't Gebeurde doou doe votgungst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02902) vertaling: Ik weeit waor ij geboren bint.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02902) vertaling: Ik weeit waor doe geboren bist.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02902) vertaling: Ik weeit waor doe geboren bist.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02902) vertaling: Ik weeit waor ij geboren bint.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02902) vertaling: Noou ij klaor bint, muj votgaon.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02902) vertaling: Noou ij klaor bint, muj votgaon.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02902) vertaling: Noou doe klaor bist, magst votgaon.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02902) vertaling: Noou doe klaor bist, magst votgaon.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02902) vertaling: Deurdat Marie overleden was, hef heur man Annao neeit meer helpen kund.l
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat e zwemmen gaon is.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02902) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02902) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02902) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02902) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02902) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02902) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02902) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02902) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02902) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02902) vertaling: Wel dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02902) vertaling: Wel dat?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02902) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02902) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02902) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02902) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02902) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02902) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02902) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02902) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02902) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02902) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02902) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02902) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02902) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02902) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02902) fragment: waarvan (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02902) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02902) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02902) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02902) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02902) fragment: waarvan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02902) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02902) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02902) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02902) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02902) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02902) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02902) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02902) fragment: dat (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02902) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02902) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02902) fragment: Wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02902) fragment: Degene die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02902) fragment: Degene die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02902) fragment: Wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02902) fragment: wier (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02902) vertaling: Piet dèenkt dat Jaan en Marie op gieneein hellig bint.
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02902) vertaling: Piet dèenkt dat Jaan en Marie op gieneein hellig bint.
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02902) vertaling: Wim dèenkt dat wij nooit ien een pries geeft.
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02902) vertaling: Wim dèenkt dat wij nooit ien een pries geeft.
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02902) vertaling: 't Is waor, dat, zie mugt neeit met Marie praoten.
betekenis: negatie > modaal
opm.: De komma's in de vertaling zouden volgens mij aan kunnen geven dat de zin moet worden gelezen als: Het is waard, dus: ze mogen niet met M praten. In dat geval is er dus geen sprake van clusterdoorbreking. HW
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02902) vertaling: 't Is waor, dat, zie mugt neeit met Marie praoten.
betekenis: negatie > modaal
opm.: De komma's in de vertaling zouden volgens mij aan kunnen geven dat de zin moet worden gelezen als: Het is waard, dus: ze mogen niet met M praten. In dat geval is er dus geen sprake van clusterdoorbreking. HW
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02902) vertaling: Naargens.
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02902) vertaling: Gieneein.
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02902) vertaling: Nooit.
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02902) vertaling: Niks.
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02902) vertaling: Gieneein.
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02902) vertaling: Vertel hum neeit dat ik op boeten west bin!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02902) vertaling: Neeit zeggen, daj veur hum 'n kedogie kocht hebt, hòr!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02902) vertaling: Weej neeit dat e vallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02902) vertaling: Wendy pebeerde gieneein zeer te dooun.
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02902) vertaling: 't Schient dat zie niks eten mag.
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02902) vertaling: Zie schient niks eten te muggen.
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02902) vertaling: Zie pebeert d'heeil dag al mekaor op te bellen.
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02902) vertaling: 't Belooft weer 'n mooie dag te worden.
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02902) vertaling: 't Is misschien beter nog even te waachten.
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02902) vertaling: Wij hadden 't geluk hum vót weer te vinden.
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02902) vertaling: As d'hoouner 'n valk zeeit, bint ze bang.
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02902) vertaling: As wij d' eerpels neeit verkopen kunt, hew tremienen.
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02902) vertaling: As ij hum neeit metnimt, wor ik hellig.
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02902) vertaling: Hie wust.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02902) vertaling: Op dit feest wordt 'n koppel daanst.
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02902) vertaling: Noou wordt der allenig nog mor stoet verkocht in die winkel.
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02902) vertaling: As e op fiets komp, zal e wel laot wezen.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02902) vertaling: Aj tied hebt, kom dan is 'n maol langs.
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02902) vertaling: As ik riek bin, koop ik mij 'n dure auto.
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02902) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02902) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02902) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02902) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02902) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02902) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02902) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02902) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02902) vertaling: Ik heb hum 't geven
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02902) vertaling: Ik heb hum 't geven
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02902) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02902) vertaling: Marie hef zegd dat ij pebeerd hebt 'n leeidtie te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02902) vertaling: Marie hef zegd dat ij pebeerd hebt 'n leeidtie te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02902) vertaling: Marie hef zegd dat ij hebt pebeerd 'n leeidtie te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02902) vertaling: Marie hef zegd dat ij hebt pebeerd 'n leeidtie te zingen.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02902) vertaling: Marie hef zegd dat ij pebeerd hebt heur 'n boouk te geven.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 3
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02902) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02902) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02902) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02902) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02902) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02902) vertaling: Die stadjers hebt hier 'n koppel hoezen bouwd.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02902) vertaling: An dat nei knaol zeei gien mèensk meer.
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02902) vertaling: Gister is Jaan hier west.
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02902) vertaling: De dag dat Jaan belde, was ik neeit in hoes.
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02902) vertaling: Ik zul die Jef nooit neugen.
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02902) vertaling: Zuks zul Marie nooit dooun.
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02902) vertaling: Bert drinkt wel is 'n glas te veul.
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02902) vertaling: Ik zul Martha wel is bij oons in hoes neugen willen.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02902) vertaling: Ik zul dat hoes nooit kopen.
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02902) vertaling: Dat hoes steeit daor af vieftig jaor.
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02902) komt voor: j
gebr.: 4
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02902) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02902) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02902) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02902) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02902) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02902) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02902) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02902) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02902) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02902) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02902) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02902) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02902) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02902) vertaling: Hef Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02902) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02902) vertaling: 't Was mor net gooud genog.
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02902) vertaling: Marjo hef noou meer beeist as eerder.
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02902) vertaling: As Susanne kommen har kund danhar zie dat daon.
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02902) vertaling: Zie is de beste dokter die'k ken.
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02902) vertaling: Eer aj wat votgooit, moej even bellen.
opm.: Is _aj_ een samentrekking van een voegwoord en een pronomen? HW
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02902) vertaling: Hier hej alles wa'k kregen heb.
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02902) vertaling: Jaan is te grienderg um wa an zie kinder te geven.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02902) vertaling: Òj wat van voetballen aofweeit!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02902) vertaling: Leg dat boouk deel!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02902) vertaling: Aj echt neeit waachten kunt, moej mor kommen.
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat Jaan dokter rooupen har kund.
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02902) vertaling: Ik weeit dat Jaan dokter rooupen har kund hebben.
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02902) vertaling: Hie zee dat ik 't har dooun moouten.
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02902) vertaling: Hie zee dat ik 't daon mus hebben.
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02902) vertaling: Hie is vlidden week opereerd deur dokter Mertens.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02902) vertaling: Hie wordt mörgen deur dokter Mertens opereerd.
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk daj 'n koppel vot zult moouten gooien.
positie: 1,3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02902) vertaling: Ik dèenk daj 'n koppel vot zult moouten gooien.
positie: 1,3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02902) vertaling: Het is dom um zukke dure dingen vot te gooien.
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02902) vertaling: Het is dom um zukke dure dingen vot te gooien.
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02902) vertaling: Hie is aal kepotte spullen an 't votgooien.
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02902) vertaling: Hie is aal kepotte spullen an 't votgooien.
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02902) vertaling: Ik vin daj vaoker kraant lezen moet.
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02902) vertaling: Ik vin daj vaoker kraant lezen moet.
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02902) vertaling: Het is dom um in duustern kraant te lezen.
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02902) vertaling: Het is dom um in duustern kraant te lezen.
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02902) vertaling: Hie is d'heeil dag an 't kraant lezen.
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02902) vertaling: Hie is d'heeil dag an 't kraant lezen.
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02902) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02902) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02902) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02902) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02902) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02902) vertaling: Robert hef eein greuin appel votgeven en noou hef e nog tweei rooien.
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02902) vertaling: Der was 'n koppel volk op 't feest.
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02902) vertaling: Was der 'n koppel volk op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02902) vertaling: Wat veur boouken hej kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02902) vertaling: Wat hej veur boouken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02902) vertaling: Wat hej veur boouken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02902) vertaling: Wat veur boouken hej kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02902) vertaling: Hiej woont bij Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02902) vertaling: Hie woont bij Wim.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02902) vertaling: Wim, gao even naor d' bakker!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02902) vertaling: Wel hej zeein?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02902) vertaling: Wel hef joou zeein?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02902) vertaling: A'k dat weeiten har dan ha'k 't neeit daon.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02902) vertaling: 't Zul beter wezen um nog even te waachten.
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02902) vertaling: Gelukkig har Jaan dokter beld en die was der vot.
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02902) vertaling: Loop toch is deur, maal jongen!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02902) komt voor: j
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02902) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02902) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02902) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02902) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02902) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02902) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02902) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Eext

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Eext