SAND-data Tripscompagnie (C156a)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 07955) vertaling: Jan herinnert zuk dat verhoal wel
opm.: reflexief: zich
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02935) vertaling: Jan herrinert zich dei geschiedenis wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 07955) vertaling: Marie en Piet zain mekoar veur de kerke
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02935) vertaling: Veur de kerke zain Marie en Piet mekaor
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 07955) vertaling: Toon wast zuk
opm.: reflexief: zich
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02935) vertaling: Toon wast zich
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 07955) vertaling: De timmerman het gain spiekers bie zuk
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02935) vertaling: de timmerman het gain spiekers bie zich
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 07955) vertaling: Fons zag 'n slange noast zuk
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02935) vertaling: Fons zag ain slange naost zich
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 07955) vertaling: Erik luit mie veur him waarkn
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02935) vertaling: Erik laid mie veur zoch waark'n
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 07955) vertaling: Johanna luit zuk mitdrievm op de golvn
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02935) vertaling: Johanna luid zoch mitdriev'm op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 07955) vertaling: Toon bekeek zukzulf ais goud in de spiegel
opm.: reflexief: zichzelf
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02935) vertaling: Toon bekeek zichzelf ains goud in de spaigel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 07955) vertaling: Jan het in twij menuutn 'n biertje dronkn
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02935) vertaling: Jan het in 2 tell'n ain biertje dronk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 07955) vertaling: Dizze schoun'n loopn makkelk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02935) vertaling: Deze schoun'n loop'm makkeluk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 07955) vertaling: eduard kin zukzulf goud
opm.: reflexief: zichzelf
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02935) vertaling: Eduard ken zochzulf goud
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 07955) vertaling: Ward het heurd dat ter foto's van homzulf in d'etalage stoan
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02935) vertaling: Ward het heurd dat er portrett'n van hom zulf in de etalage staon
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 07955) vertaling: Dij eerpels schilln nait makkelk
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02935) vertaling: Dei eerappels schill'n nait makkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02935) vertaling: Dit glas brekt as 't op de grond valt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 07955) vertaling: Dit glkas brekt as 't op de grond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02935) vertaling: Dokter leef'k gezond genog
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 07955) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02935) vertaling: Jaor'n leefde hai van de erfenis van z'n vaoder
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 07955) vertaling: Al joarn leefte van d'aarvenis van zien voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02935) vertaling: Deze week leeft zei op waoter en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 07955) vertaling: Dizze weke laift zai op water en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02935) vertaling: leeft nog
opm.: twijfel: subjectpronomen 3.ev.onz.inv = afwezig
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 07955) vertaling: Leeft t nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02935) vertaling: Hou lank leev'n ie nou al van dei arfenis
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 07955) vertaling: Hoe laang leev je nou al van dij aarvenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02935) vertaling: In Bretagne leev'n ze vooral van de visvangst
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 07955) vertaling: In Bretaagne leevm ze veuraal van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02935) vertaling: Nao 't eet'n gao 'k slaop'n
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 07955) vertaling: Noa t eten goan k sloapn
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02935) vertaling: Zok dat wel doun
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 07955) vertaling: Zol ik dat wel doun kinn'n
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 07955) vertaling: Hi luit zien huus afbreken
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02935) vertaling: Hai luid z'n huus aofbreek'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07955) vertaling: Ik waait dat jan haard waarkn kinn'n mout
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07955) vertaling: Ik waait dat jan haard waarkn kinn'n mout
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 07955) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 07955) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 07955) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 07955) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02935) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02935) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02935) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02935) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02935) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02935) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02935) komt voor: j
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02935) komt voor: j
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02935) komt voor: j
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02935) komt voor: j
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02935) komt voor: j
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02935) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02935) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02935) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02935) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02935) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02935) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02935) vertaling: Jan het gain bouk meer
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 07955) vertaling: Jan het gainain bouk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02935) vertaling: Jan het nait aans ain bouk meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02935) vertaling: Bouk'n het Jan nait
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 07955) vertaling: Bouken het Jan nait
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02935) vertaling: Jan het nait veul meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02935) vertaling: Er mag over dit probleem nait sprook' wordn
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02935) vertaling: Gain ain mag praot'n over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02935) vertaling: Gain ain zegt dat hai komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 07955) vertaling: Zitten hier naargns gain moezn
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02935) vertaling: Hier zitt'n toch gain moez'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02935) vertaling: ik geef ' aander niks
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02935) vertaling: Gain ain wil waark'n
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02935) vertaling: Wie wiss'n nait dat hai in huus was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02935) vertaling: 'k wist ook nait
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02935) vertaling: Hai mag d'r mit gain ain over praot'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02935) vertaling: Jan wait dat hai de waog'n veur drei uur klaor mout hebb'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 07955) vertaling: Jan wait dat e veur drij de woagn moakt hebbn mout
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 5
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02935) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02935) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02935) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 2
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 2
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 07955) vertaling: Marie heur auto is stikknt
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02935) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02935) vertaling: Marie heur auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 07955) vertaling: Marie heur auto is stikknt
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 07955) vertaling: Piet zien auto is stikknt
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02935) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 07955) vertaling: Piet zien auto is stikknt
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02935) vertaling: Piet zin auto is kapot
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02935) vertaling: Dei mans zin auto is kapot
opm.: zowel genitief '-s' als genitief pronomen
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 07955) vertaling: Dij man zien auto is stukknt
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 07955) vertaling: Dij man zien auto is stukknt
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02935) vertaling: Dei mans z'n auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 07955) vertaling: Dij auto is nait van mie mor zien'nt
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02935) vertaling: Dei auto is nait van mie, mor van hom
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02935) vertaling: De krant van gister ligt onder de TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 07955) vertaling: De kraande van guster ligt onder TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 07955) vertaling: Jan is t bruiertje van K en K
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02935) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur breurtje
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 07955) vertaling: Dij jonges heur fietsn binn'n stoaln
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02935) vertaling: Dei jongens heur fiets'n binn'n stool'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02935) vertaling: Dei zuss'n heur moe is op bezuik
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 07955) vertaling: Dij zusters heur moeke is op bezuik
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 07955) vertaling: Dat is wim zien auto
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02935) vertaling: Dei auto is van Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 07955) vertaling: Dat is mien fietse
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02935) vertaling: Dei fiets is van mie
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 07955) vertaling: Hai mag mit gain aine proate over dit prebleem
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02935) vertaling: Hai mag miet gain ain praot'n over dit probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02935) vertaling: ik wil gain ain kwets'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 07955) vertaling: ik wil gainaine kwetse
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02935) vertaling: 't is jammer mor wie magg'n nait komen
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 07955) vertaling: 't is zunde dat wie nait koomn maggn
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 07955) vertaling: dat gonn ik nait donn
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02935) vertaling: Dat gak nait doun
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02935) vertaling: 'k heb nait waarkt
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 07955) vertaling: k heb nait werkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02935) vertaling: nog maar net had hai het zegd of marie schraide al
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 07955) vertaling: Hai haar 't nog maar net verteld of m begon te schraivn
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 07955) vertaling: Gon dij bestelln nou mor opholln
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02935) vertaling: ga dei bestellens mar ophaol'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02935) vertaling: hai waarkt nait
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 07955) vertaling: Hai waarkt nait
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02935) vertaling: ik verbaid die om hier te koom'n
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 07955) vertaling: Ik verbai die om hier te koamn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 07955) vertaling: Jan verhinderde dat we M beldn
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02935) vertaling: Jan wol nait hebb'n dat we marie bell'n gingen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n op (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n op (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07955) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n op (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n op (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n op (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n op (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07955) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07955) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07955) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: dei (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02935) fragment: ki'n'n (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om bie ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om bie ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om bie ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om bie ons te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07955) komt voor: n
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02935) fragment: (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 07955) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02935) fragment: om te kunnen (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02935) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02935) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02935) fragment: om te kunnen (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07955) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02935) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07955) fragment: as (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07955) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02935) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02935) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07955) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02935) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07955) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02935) fragment: (1)
opm.: ('zijn' weggestreept)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02935) fragment: te komm'n ('zijn' weggestreept) (2)
opm.: ('zijn' weggestreept)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07955) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02935) fragment: te komm'n ('zijn' weggestreept) (2)
opm.: ('zijn' weggestreept)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07955) fragment: 2: te (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02935) fragment: (1)
opm.: ('zijn' weggestreept)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07955) fragment: 2: te (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 07955) fragment: as (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02935) fragment: as ain klontje dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02935) fragment: binn'n as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02935) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 07955) fragment: as (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02935) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02935) fragment: binn'n as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 07955) fragment: din (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02935) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07955) fragment: din (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02935) fragment: as toe (1)
opm.: toe = jij
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02935) fragment: as toe (1)
opm.: toe = jij
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02935) fragment: as (1)
opm.: toe = jij
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 07955) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02935) fragment: as (1)
opm.: toe = jij
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02935) fragment: as toe (1)
opm.: toe = jij
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 07955) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02935) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 07955) komt voor: n
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02935) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02935) fragment: wie d'r wassen ('we aankwamen' weggestreept) (1)
opm.: 'we aankwamen' weggestreept
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02935) fragment: dat hei (1)
opm.: twijfelgeval subjectdubbeling maar waarschijnlijk is resp vergeten 'hij' weg te strepen. komt verder geen subj dubb bij resp voor.
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 07955) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 07955) fragment: deed asof (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 07955) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02935) vertaling: Ik wait dat ie op gain ain kwaod bin'n
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 07955) vertaling: ik wait dat joe op gain ainen kwoad binn'n
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat zai op naarg'ns trots op is
opm.: op-dubbeling!
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 07955) vertaling: Ik waait dat zaai naarms groots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02935) vertaling: Els denkt dat 't nait gemakkeluk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 07955) vertaling: Els maint dat 't nait makkelk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02935) vertaling: 'k wait dak te laot bin en doe nait
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 07955) vertaling: Ik wait dat ik te loat bin en doe nait
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02935) vertaling: waits toch dats toe mout waark'n en ik nait
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 07955) vertaling: Waist toch dat waarkn moust en ik nait
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02935) vertaling: Elk en aine denkt dat wie naor huus gaan en dat zai nog bliev'n magg'n
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 07955) vertaling: Idereen maint dat wie noar huus goan en dat zai nog blievn moagn
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02935) vertaling: 't Is jammer dat hei komt en dat zai weggait
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 07955) vertaling: 't is zuunde dat hai komt en zai weggaait
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02935) vertaling: 'k denk lisa zuik is
opm.: voegwoord weggelaten
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 07955) vertaling: ik denk dat Lisa zaik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02935) vertaling: 'k denk dat Pieter en Liesje trouw'n gaon
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 07955) vertaling: ik denk dat Pieter en Liesje traaauwn goan
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02935) vertaling: Joi hei slept
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02935) komt voor: j
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 07955) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 07955) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02935) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02935) komt voor: j
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 07955) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02935) vertaling: Hai dut
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02935) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 07955) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02935) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 07955) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02935) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 07955) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 07955) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02935) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 07955) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 07955) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02935) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 07955) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 07955) komt voor: n
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 07955) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 07955) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 07955) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02935) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02935) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 07955) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 07955) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 07955) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': alleen 'ja' antwoord omcirkeld
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02935) vertaling: De laambe is uut
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 07955) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02935) vertaling: De laambe is uut
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 07955) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02935) vertaling: Gait Marie alle avond'n daans'n
opm.: te interpreteren als 'nee': vertaling zonder doen, met gaan
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 07955) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02935) vertaling: Gao 't brood eev'n snieden
opm.: te interpreteren als 'nee': vertaling zonder doen, met gaan
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07955) fragment: wel zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02935) fragment: waor (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 07955) fragment: woar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02935) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07955) fragment: oar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02935) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07955) fragment: oar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02935) fragment: waor (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07955) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02935) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07955) fragment: (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02935) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07955) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 07955) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02935) fragment: waor het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02935) fragment: omdat dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02935) fragment: omdat dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02935) fragment: waor het (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02935) fragment: dei (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 07955) fragment: dij (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 07955) fragment: woar (1)
opm.: voegwoord optioneel
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 07955) fragment: woar dat (1)
opm.: voegwoord optioneel
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02935) fragment: waor (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 07955) fragment: woar dat (1)
opm.: voegwoord optioneel
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 07955) fragment: woar (1)
opm.: voegwoord optioneel
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 07955) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: Twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 07955) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 07955) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 07955) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 07955) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 07955) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: dat wast (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: dat wast (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 07955) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: dat wast (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 07955) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 07955) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02935) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 07955) fragment: wel (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: dei wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: dei wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: dei wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02935) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07955) vertaling: wat manist wel ik in de stad tegenkoomn bin
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02935) vertaling: Wel denkst dat ik in de stad teg'n komm bin
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02935) vertaling: Hou denk'n ie dat ze dat hebb'n oplost
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 07955) vertaling: wat dinkn jullie hou ze t oplost hebbn
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02935) vertaling: Hou denk'n ie dat ze dat oplost hebb'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02935) vertaling: magda weet nait wel wie bell'n will'n
opm.: 'wel'= wie en 'wie'=wij
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 07955) vertaling: Magda wait nait wel wie belln will
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02935) vertaling: Wait aine dat wie roup'n hebb'n hebb'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 07955) vertaling: wait aine wel of wie roupn hebbn
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02935) vertaling: Wel denkst dat ik in de stad tegen koom'n bin
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07955) vertaling: Wel dinkst wel ik in de stad tegenkoomn bin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02935) vertaling: Wel denkst dei ik stad mitpraot heb
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 07955) vertaling: Hai het zien handn wossen
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02935) vertaling: hei het zien hand'n wass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02935) vertaling: hei het zien hemd wass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 07955) vertaling: hai het zien hemd wossn
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02935) vertaling: hei het ain houd op 't hoofd
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 07955) vertaling: Hai het n houd op 't heufd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02935) vertaling: hai het ain vlekke op zien hemd
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 07955) vertaling: hai ht 'n vlekke op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02935) vertaling: Hei het zien bain brook'n
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 07955) vertaling: Hai het zien bain brookn
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02935) vertaling: Zei het zik zeer daon
opm.: zik = zich reflexief: zich
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 07955) vertaling: Zai het zig zeur doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02935) vertaling: Marie trok dekk'n naor zok tou
opm.: zok = zich reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 07955) vertaling: Marie trok deekn noar zug toe
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02935) vertaling: Luc wait dat er portretten van homzelf te koop bin'n
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 07955) vertaling: Luc wait dat ter foto's van homzlelf te koop binn'n
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02935) vertaling: herinder 'tie toch wel dat wie toun deur dat bos hin loop'n bin'n
opm.: reflexief: je
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 07955) vertaling: Doe herinnerst doe toch wel dat wie dou deur dat bos hin loopn binn'n
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02935) vertaling: k herinner mie dat d'auto van Marie kapot was
opm.: reflexief: me
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 07955) vertaling: Ik herinner mie dat d'auto van M stukkend was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02935) vertaling: Zei herinnert zich dat hei as ain zuie zat 't eet'n
opm.: reflexief: zich
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 07955) vertaling: Zai herinnert zug dat hai as n zwien te eetn zat
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02935) vertaling: Wie herinnern ons wel dat Jan al zien bouk'n stool'n wasse, maor zie herinner'n zok dat nait
opm.: zok = zich reflexief: ons reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 07955) vertaling: Wie hrinnern ons wel dat aal jan zien boukn stooln wazzn, mor zai herinnern zuk t nait
opm.: reflexief: ons reflexief: zich
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02935) vertaling: Herinner'n joe je nog dat wie Jan op de maarkt zain hebb'n
opm.: reflexief: je
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 07955) vertaling: Waitn jeo nog dat wie Jan op dde markt zaain hebbn
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02935) vertaling: Hai het zich ain ongeluk waarkt
opm.: reflexief: zich
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 07955) vertaling: Hai het zuh n ongeluk waarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02935) vertaling: Hai vuilde zich deur 't ies zakk'n
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 07955) vertaling: Hai vuilde zug deur t ies zakkn
opm.: reflexief: zich
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07955) vertaling: Zol hai dat doan kind hebbn
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07955) vertaling: Zol hai dat doan hebbn kind
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07955) vertaling: Zol hai dat doan hebbn kind
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07955) vertaling: Zol hai dat doan kind hebbn
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 07955) fragment: kend (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 07955) fragment: kend (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 07955) fragment: kind (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02935) fragment: kinn'n (1)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 07955) fragment: kind (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02935) fragment: daon (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 07955) fragment: doan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02935) komt voor: n
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 07955) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 4
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02935) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 4
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 07955) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02935) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02935) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 07955) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 07955) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02935) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02935) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 07955) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02935) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 07955) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 07955) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02935) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02935) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 4
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 4
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 07955) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02935) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 07955) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02935) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02935) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 07955) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 07955) vertaling: We moutn noar de schure en vouern de koien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 07955) vertaling: We moutn noar de schure en vouern de koien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02935) vertaling: Wie mout'n naor de schure de kouien vourn
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02935) vertaling: Wie mout'n naor de schure de kouien vourn
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02935) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 07955) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 07955) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02935) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02935) vertaling: 'k dink hei is weg
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 07955) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02935) vertaling: 'k dink hei is weg
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat hei weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat hei weg is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 07955) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 07955) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02935) vertaling: 'k wait hei is weg
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02935) vertaling: 'k wait hei is weg
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02935) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 07955) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02935) vertaling: Marie al heur koui'n bin'n verdronkn bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02935) vertaling: Marie al heur koui'n bin'n verdronkn bie de overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 07955) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02935) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 07955) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02935) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 07955) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02935) vertaling: 'k heb al d'eerste drei somm'n maakt, welke hest toe maokt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02935) vertaling: 'k heb al d'eerste drei somm'n maakt, welke hest toe maokt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 07955) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 07955) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02935) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02935) vertaling: Zok'n'n duur 'k nait duur'n opeetn
komt voor: j
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 07955) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02935) vertaling: Zok'n'n duur 'k nait duur'n opeetn
komt voor: j
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02935) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 07955) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 07955) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02935) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 07955) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02935) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02935) vertaling: 'k heb hail wat loop'n
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02935) vertaling: 'k heb hail wat loop'n
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 07955) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02935) vertaling: Bin mui 'k hol er mit op
opm.: dat/dus weggelaten
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 07955) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02935) vertaling: Hei dee zok veur of hei net uut berre kwam
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 07955) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02935) vertaling: de schilder het er west om te vaaf'n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 07955) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02935) vertaling: Denkst oe dat's naor dien huus gait
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 07955) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 07955) vertaling: in die tied leeefde ik ter op lös
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02935) vertaling: In dei tied leefd'ik er op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 07955) vertaling: Vrouger leefde hai as 'n beest
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02935) vertaling: Vrouger leefd'ai ais n beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 07955) vertaling: Doar leefden wie as God in Frankriek
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02935) vertaling: Daor leefd'n wie as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 07955) vertaling: Gainain mag 't zain dus vin ik dat dast doe t ook nait zain magst
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02935) vertaling: Gain ain mag 't zain, dus vind ik dat s toe 't ook nait zain magts
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 07955) vertaling: 't geburde doust doe votging
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02935) vertaling: Het gebeurde toun stoe weggints
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 07955) vertaling: Ik wait woar dast geboorn bist
opm.: waar dat - ja
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02935) vertaling: Ik wait waor 'toe geboor'n bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02935) vertaling: Nou st klaor bist mag weg gaon
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging 2.ev.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 07955) vertaling: Noust kloor bist, magst votgaan
opm.: Twijfelgeval tussen nu en nu dat
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 07955) vertaling: Deurdat m oevrleden was, het heur man A nit meer helpn kind
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02935) vertaling: Deurdat Marie dood was, hat heur man Anna nait help'n kint
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat hei zwemm gaon is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 07955) vertaling: ik waitt dat hai zwemm'n goan is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat hei zwemm gaon is
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat hei gait zwemm'
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat hei gait zwemm'
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02935) komt voor: j
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 07955) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 07955) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02935) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 07955) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02935) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02935) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 07955) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 07955) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02935) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: 1 te interpreteren als 5: heeft resp vaker gedaan en ongebruikelijk vervangen door gebruikelijk
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: 1 te interpreteren als 5: heeft resp vaker gedaan en ongebruikelijk vervangen door gebruikelijk
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 07955) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02935) vertaling: jao graog
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02935) vertaling: ja ze gait
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02935) vertaling: ja ze gait
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 07955) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02935) vertaling: jao ze hebb'n eet'n
komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 07955) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02935) vertaling: jao ze hebb'n eet'n
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02935) vertaling: Jao heur
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 07955) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02935) vertaling: Jao heur
komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02935) vertaling: wel dan
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 07955) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02935) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 07955) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 07955) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02935) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 07955) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02935) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02935) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 07955) vertaling: Ik wil hom nooit meer zain, omreden hai het mie bedrogen
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 07955) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02935) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 07955) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02935) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02935) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 07955) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 07955) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02935) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02935) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02935) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 07955) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 07955) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02935) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02935) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 07955) fragment: dij (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02935) fragment: dei (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 07955) fragment: dij (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07955) fragment: dij (2)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02935) fragment: dat hei (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07955) fragment: dij (2)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02935) fragment: dei (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07955) fragment: dij (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02935) fragment: dei (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02935) fragment: dat hei (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07955) fragment: dij (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07955) fragment: dij (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02935) fragment: dei (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02935) fragment: waor (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07955) fragment: dij (1)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07955) fragment: dij (2)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02935) fragment: waor (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07955) fragment: dij (2)
opm.: Twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02935) fragment: dei (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02935) fragment: waor (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07955) fragment: woar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 07955) fragment: dij (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07955) fragment: woar ik mit proat zitten doar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07955) fragment: woar ik mit proat zitten doar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07955) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07955) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 07955) fragment: dij (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 07955) fragment: dij het doan heeft (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02935) fragment: dei (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord (dat)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 07955) fragment: dij (1)
opm.: twijfelgeval tussen D-woord en voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02935) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord (dat)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02935) fragment: dei (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord (dat)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02935) fragment: dei (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord (dat)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 07955) fragment: Dij (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02935) fragment: dei (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 07955) fragment: waarvan (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02935) vertaling: Piet denkt dat Jan en Marie op gain aine kwaod bin'n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 07955) vertaling: Piet denkt dat jan en Marie op gainaine boos binnen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 07955) vertaling: Piet denkt dat jan en Marie op gainaine boos binnen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02935) vertaling: Wim dinkt dat wie nooit aan aine ain pries geef'n
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 07955) vertaling: Wim dinkt dat wie nooit aine n pries geevn
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 07955) vertaling: 't is woar dat ze nait mit Marie proaten maggen
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 07955) vertaling: 't is woar dat ze nait mit Marie proaten maggen
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02935) vertaling: 't waor dat ze nait mit Marie praot'n magg'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02935) vertaling: waor gruuit 't geld aan de boom'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 07955) vertaling: naarns
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 07955) vertaling: gainaine
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02935) vertaling: wel het d'auto mit noom'n
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02935) vertaling: wander zel de wereld vrede koom'n
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 07955) vertaling: noeit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 07955) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 07955) vertaling: gaint
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02935) vertaling: welke koi'n het hei molk'n
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02935) vertaling: Zeg hom nait dat 'k boet'n west ben
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 07955) vertaling: Zeg nait toegn hom dat ik noar boetn west bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02935) vertaling: Nait vertel'n dat 'toe ain cadeau veur hom kocht heb heur
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 07955) vertaling: Nait aan hem vertellen dast n kedo veur hom kocht hest, hur
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02935) vertaling: Waits nait dat hei vaol'n is
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 07955) vertaling: Waist nait dat e vaaln is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 07955) vertaling: Wendy perbaaierde om aine zeer te doun
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02935) vertaling: Wendy dee heur best gain ain zeer te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 07955) vertaling: 't scheint dat ze niks eetn mag
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02935) vertaling: 't likt er op dat ze niks eet'n mag
opm.: geen 'schijnen'
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02935) vertaling: schient dat ze niks eet'n mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 07955) vertaling: Ze schient niks eetn te maggen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 07955) vertaling: Ze perbaaieren al de haile dag mekoar op te bellen
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02935) vertaling: ze perbaien al d'haile dag om mit mekair te bell'n
opm.: partikel weggelaten
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 07955) vertaling: 't Liekt weer n schiere dag te wordn
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02935) vertaling: 't beloofd weer ain mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02935) vertaling: 't is beter om nog te wacht'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 07955) vertaling: 't is misschien beter om nog eevn te wachtn
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 07955) vertaling: wie haren 't gelok dat wie hem rot weerom vonnen
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02935) vertaling: Wie hadd'n geluk om hem zo gauw weer te vind'n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02935) vertaling: As d'hoender ain valk zain, bin'n ze bang
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 07955) vertaling: As d'hounder n vaalke zain, binnen ze banaauwd
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02935) vertaling: As wie déerappels nait verkoop'n, zittn wie in de misere
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 07955) vertaling: As wie d'eerappels nait verkop'n kinn, zitt'n we in de preblemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02935) vertaling: As hie hom nait mitneem'n wor ik kwaod
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 07955) vertaling: As joe him nait meeneemn wor ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02935) vertaling: Hai wost
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 07955) vertaling: hai wist
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02935) vertaling: Op dit feest word veel daanst
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 07955) vertaling: Op dit feest dansen ze veul
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02935) vertaling: Er word allain nog brood verkocht in dei winkel
opm.: geen inversie
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 07955) vertaling: Nou verkope in dij winkel allaine nog mor stoede
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02935) vertaling: As hei op fietse komt, zal hei wel te laot weez'n
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 07955) vertaling: As hai op fietse komt, zel e wel loat wezen
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02935) vertaling: Assto tied hest, kom dan ains ain keer langs
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 07955) vertaling: Ast wachten kinst, kom din ais n moal langes
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02935) vertaling: As 'k riek bin, koop 'k ain duure auto
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 07955) vertaling: As k riek bin koop k een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02935) komt voor: n
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 07955) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 07955) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 07955) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02935) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02935) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 07955) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 07955) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02935) vertaling: Is Pol hier west
komt voor: j
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 07955) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02935) vertaling: Is Pol hier west
komt voor: j
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02935) vertaling: Hou het Pol dat oplöst
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 07955) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 07955) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02935) vertaling: Hest mie dei braif op stuurd
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02935) vertaling: 'k heb hom dat geef'n
komt voor: n
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 07955) vertaling: Ik heb t hom geevn
komt voor: j
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02935) vertaling: 'k heb hom dat geef'n
komt voor: n
opm.: dav
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 07955) vertaling: Ik heb t hom geevn
komt voor: j
opm.: dav
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 07955) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02935) vertaling: Ze leefd deze week op waoter en brood
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07955) vertaling: M het zegd dast perbaaierd hest n verske te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07955) vertaling: M het zegd dast perbaaierd hest n verske te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07955) vertaling: Marie hast zegt dast doe hest perbaaierd 'n laidje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07955) vertaling: Marie hast zegt dast doe hest perbaaierd 'n laidje te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 07955) vertaling: Marie hast zegt dast doe perbaaierd hest 'n boek te geevn
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 4
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02935) komt voor: n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02935) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 2
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02935) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 07955) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 07955) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02935) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02935) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 07955) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02935) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 07955) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02935) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 07955) vertaling: Dij van de stad, hebbn hier 'n bult huzen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 07955) vertaling: Aan dat nije daip zai je gain mins meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 07955) vertaling: Guster is jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 07955) vertaling: De dag dat ja belde was ik nait huus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 07955) vertaling: Jef zol ik nooit nuign
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 07955) vertaling: marie zol zowat nooit doun
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 07955) vertaling: Bert drinkt wel ais n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 07955) vertaling: Martha zol ik wel ais bie mie in huus nuigen willen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 07955) vertaling: dat huus zol ik nooit kopen willen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 07955) vertaling: Dat huus staait doar al vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02935) komt voor: j
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 07955) komt voor: n
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 07955) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 07955) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02935) komt voor: j
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 07955) komt voor: n
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 07955) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02935) komt voor: j
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 07955) komt voor: n
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 07955) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02935) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02935) opm.: te interpreteren als 'nee': resp omcirkelt alleen ja antwoord
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 07955) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: 1 te interpreteren als 5: eerder veranderde resp ongebruikelijk in gebruikelijk
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
opm.: 1 te interpreteren als 5: eerder veranderde resp ongebruikelijk in gebruikelijk
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 07955) komt voor: n
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02935) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 07955) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02935) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02935) vertaling: Het Gunther belt
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 07955) vertaling: Het Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02935) vertaling: pas op
473 (z11b) En pas op! (inf. 07955) vertaling: Kiek uut
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02935) vertaling: was't maor net goud genog
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 07955) vertaling: 't was mor net goud genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02935) vertaling: Marjo het nou meer koi'n dan ze vrouger had
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 07955) vertaling: Marjo het nou meer koien din ze vroeger haar
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02935) vertaling: As susanne
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 07955) vertaling: As Susannen komen kind haar, haar ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02935) vertaling: Zei is de beste dokter dei ik ken
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 07955) vertaling: Zai is de beste dokter dij ik kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02935) vertaling: Veur dat's wat weggooit, most ev'n bellen
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 07955) vertaling: Veur dast wat votgooist moust mie eem belln
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02935) vertaling: Hier is alles wat kreeg'n heb
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 07955) vertaling: Hier is alles wat ik kreegn heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02935) vertaling: Jan is te gierig om wat aan z'n kinders te geef'n
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 07955) vertaling: Jan is te grienderg om wat aan zien kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02935) vertaling: Alsof jij wat van voetball'n wait
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 07955) vertaling: Alsoftst wat van voetballn waist
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02935) vertaling: Dat bouk legd neer
opm.: twijfelgeval imperatief: door 'd' achter stam, kan boek ook onderwerp lijken.
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 07955) vertaling: Leg dat boek neer!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02935) vertaling: As je echt nait wacht'n kin'n kom den maor
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 07955) vertaling: Ast eerliekst nait wachten kinst, kom mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 07955) vertaling: Ik waist dat Jan dokter roupn kind haar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat Jan de dokter had kun'n roup'n
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 07955) vertaling: Ik wait dat jan dokter roupen habn kon
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02935) vertaling: 'k wait dat Jan de dokter roup'n kon hebb'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 07955) vertaling: Hai zee dat ik doun moutn haar
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02935) vertaling: Hai zee dat 'k don mos hebb'n
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 07955) vertaling: Hai zee dat ik doan hebn mos
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02935) vertaling: Hei is verleed'n week deur dokter Mertens geopereerd
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 07955) vertaling: Hai is vleden weke deur dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02935) vertaling: Hei wordt morgen deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 07955) vertaling: Hai wordt mörn deur dokter M opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02935) positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 07955) vertaling: ik dink dast veul votgooien moust
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02935) vertaling: Het is dom om zukke dure ding'n weg te gooi'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 07955) vertaling: 't Is dom zokse dure dingn vot te gooin
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02935) vertaling: Het is dom om zukke dure ding'n weg te gooi'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02935) vertaling: Hai gooit alle kapotte spull'n weg
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 07955) vertaling: Hai is alle stukkende dingn aan 't votgooin
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02935) vertaling: Hai gooit alle kapotte spull'n weg
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02935) positie: 1
opm.: vertaling ontbreekt. 'de krant' ipv 'krant' op positie 1 ingevuld
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07955) vertaling: ik vind dast voake de kraande lezen moutn zolst
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07955) vertaling: 't is dom om in duustern de kraande te lezen
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02935) positie: 1
opm.: vertaling ontbreekt. 'de krant' ipv 'krant' op positie 1 ingevuld
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02935) vertaling: Hei is d'huille aan 't krant lees'n
positie: 1
opm.: vertaling ontbreekt. 'de krant' ipv 'krant' op positie 1 ingevuld, bij vertaling wel zonder lidwoord en op positie 2: dav, 'dag' vergeten in vertaling
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02935) vertaling: Hei is d'huille aan 't krant lees'n
positie: 1
opm.: vertaling ontbreekt. 'de krant' ipv 'krant' op positie 1 ingevuld, bij vertaling wel zonder lidwoord en op positie 2: dav, 'dag' vergeten in vertaling
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 07955) vertaling: Hai is d'haile dag de kraande aan t lezen
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02935) fragment: deur (1)
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 07955) fragment: deur (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 07955) komt voor: n
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 07955) komt voor: n
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 07955) komt voor: n
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 07955) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 07955) komt voor: n
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02935) vertaling: Zo'n ding heb'k nog nooit zain
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 07955) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02935) vertaling: Zo'n vrouw kunst beter nait tegen spreek'n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02935) vertaling: Zo aine het altied wat te klaog'n
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02935) vertaling: Zo aine het altied wat te klaog'n
komt voor: j
opm.: dav
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 07955) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 07955) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02935) vertaling: Doe bist ook ain raore
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02935) vertaling: Robert het ain groune appel weg geef'n, en nou het hai nog twei rod'n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 07955) vertaling: R het ain groene appel votgeevn en nou hete nog twij rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02935) vertaling: Boel mensen waar'n er op het feest
opm.: geen inversie; wel expletief er aanwezig
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 07955) vertaling: D'r wazzen 'n bult minsn op t feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 07955) vertaling: Wazzen der n bult minsn op t feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02935) vertaling: wass'n er ain boel mens'n op 't feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02935) vertaling: Wat veur bouk'n hei stoe kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02935) vertaling: Wat veur bouk'n hest kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07955) vertaling: Wat veur boukn hest kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02935) vertaling: Wat veur bouk'n hest kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07955) vertaling: Wat veur boukn hest kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07955) vertaling: Wat hest veur boukn kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02935) vertaling: Wat veur bouk'n hei stoe kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07955) vertaling: Wat hest veur boukn kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02935) vertaling: Hei woont bij Marietje in
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 07955) vertaling: Hai woont bie Merietjes
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 07955) vertaling: Hai woont bie wim
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02935) vertaling: Hei woont bij Wim in
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02935) vertaling: Wim loop eev'n naor de bakker
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 07955) vertaling: Loop eevm noar bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 07955) vertaling: Wel hast zain
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02935) vertaling: Wel hest zain
opm.: twijfelgeval naamval op object-'wie': vorm 'wel' vaker door resp gebruikt, weet niet of dit naamvalsvorm is
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 07955) vertaling: wel het dia zain?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02935) vertaling: Wel het die zain
opm.: twijfelgeval naamval op object-'wie': vorm 'wel' vaker door resp gebruikt, weet niet of dit naamvalsvorm is
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02935) vertaling: As ik dat wait'n has, has 'k nait daon
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 07955) vertaling: Haar ik dat waitn din haar ik t nait doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 07955) vertaling: 't zol beter weezn nog eevn te wachten
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02935) vertaling: 't Zol beter wees'n om eev'n te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 07955) vertaling: Gelokkeg had Jan deokter beld en dij was der al gauw
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02935) vertaling: Gelukkig had Jan de dockter beld en dei was er al gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02935) vertaling: Loop deur verveel'nde jongens
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 07955) vertaling: Loop nau toch deur, misselke jonges!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02935) komt voor: j
gebr.: 1
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 07955) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02935) komt voor: n
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 07955) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02935) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 07955) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02935) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 07955) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02935) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 07955) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02935) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 07955) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 07955) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02935) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02935) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 07955) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Tripscompagnie

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Tripscompagnie