SAND-data Annerveen (C154q)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 07931) vertaling: Jan herinnert zich dat verhoal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 07931) vertaling: Marie en Piet zain mekoar veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 07931) vertaling: Toon wast zug
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 07931) vertaling: De timmerman het gain spiekers bie zug
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 07931) vertaling: Fons zag een slang noast zug
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 07931) vertaling: Erik luit mie veur zich waarken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 07931) vertaling: Johanna luit zich met drieven op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 07931) vertaling: Toon bekeek zichzulf ains goud in de spaigel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 07931) vertaling: Jan het in twai minuten een biertje opdronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 07931) vertaling: Dizze schounen loop'n gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 07931) vertaling: Eduard kent zichzulf goud
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 07931) vertaling: Ward het heurd dat er foto's van hom in de etalage stonden
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 07931) vertaling: Dei eerappels schillen nait gemakkeluk
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 07931) vertaling: Dit glas brekt als het op de grond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 07931) vertaling: Dokter leef ik wel goud gezond?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 07931) vertaling: Al joaren leeft hai van de aafenis van zien voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 07931) vertaling: Dizze week leeft zai op woater en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 07931) vertaling: Leeft het nog
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 07931) vertaling: How lang leevn jullie now al van die aafenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 07931) vertaling: In Bretagne leevn zai veural van de visvangst of visserei
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 07931) vertaling: Na 't eten gok sloapen
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 07931) vertaling: Zal ik dat wel kunnen doun
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 07931) vertaling: Hai luit zien huis oafbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan haard mout könn'n waarken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan haard mout könn'n waarken
komt voor: j
gebr.: 4
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan haard mout könn'n waarken
komt voor: j
gebr.: 4
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 07931) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 07931) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 07931) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 07931) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 2
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 2
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 07931) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 07931) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 07931) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 07931) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 2
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 2
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 07931) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 07931) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 07931) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 07931) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 07931) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 07931) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 07931) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 07931) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 07931) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 07931) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 07931) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 07931) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 07931) vertaling: Jan hef gainain bouk meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 07931) vertaling: nvt
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 07931) vertaling: Bouken hef Jan nait
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 07931) vertaling: Zitt'n hier nargens gain moez'n?
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 07931) vertaling: Jan wait dat hai veur drai uur de woagen kloar mout hebb'n
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 07931) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 07931) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 07931) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 07931) komt voor: n
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 07931) vertaling: Maries auto is kapot of stuk
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 07931) vertaling: Marie heur auto is kapot of stuk
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07931) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07931) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07931) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 07931) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 07931) fragment: om te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 07931) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 07931) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 07931) fragment: en daarom niet te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 07931) fragment: en daarom niet te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: nu (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: nu (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: nu (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: nu (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 07931) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07931) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07931) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07931) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 07931) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 07931) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 07931) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 07931) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 07931) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 07931) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 07931) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 07931) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 07931) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 07931) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07931) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07931) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07931) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 07931) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 07931) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 07931) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 07931) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 07931) fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 07931) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 07931) fragment: net of (of weggestreept) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 07931) fragment: alsof (of weggestreept) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 07931) fragment: alsof (of weggestreept) (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 07931) fragment: net of (of weggestreept) (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 07931) fragment: of (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 07931) fragment: of hij wel (hij weggestreept) (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 07931) fragment: of hij wel (hij weggestreept) (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 07931) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat jullie op gain aine kwoad binnen
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat zai op niks trots is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 07931) vertaling: Els deenkt dat 't nait makkeluk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat ik te loat bin en doe nait
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 07931) vertaling: Du waist toch dast du most waarken en ik naait
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 07931) vertaling: Elk in ain deenkt dat wie noar huus goan en dat zai nog blieven mag'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 07931) vertaling: 't Is jammer dat hai komt en dat zai weg-gait
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 07931) vertaling: Ik deenk dat Lisa zaik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 07931) vertaling: Ik deenk dat Pieter en Liesje goan trouw'n
000 (x10opm) (inf. 07931) opm. inf.: Mijn dialect kan ik nog niet goed schrijven Mijn excuses daarvoor.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 07931) vertaling: Joa hai dut (Ja , hij doet)
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 07931) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 07931) komt voor: n
opm.: dav (bij alternatieven geeft informant wel deze vorm)
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 07931) komt voor: j
betekenis: bevestigend
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 07931) komt voor: j
betekenis: bevestigend
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 07931) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 07931) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 07931) komt voor: n
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 07931) vertaling: Joa hai slap
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 07931) vertaling: Joa hai slap
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 07931) vertaling: Nee hai dut niet (dut = doet)
233 (y01(iii)) A: Slaapt hij? B: Ja/nee, hij/'t (en) doet/slaapt (niet) (inf. 07931) vertaling: Nee hai dut niet (dut = doet)
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 07931) komt voor: j
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 07931) komt voor: j
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 07931) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 07931) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 07931) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 07931) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 07931) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 07931) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 07931) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 07931) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 07931) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 07931) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 07931) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 07931) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07931) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07931) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07931) fragment: die zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 07931) fragment: die zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 07931) fragment: woar (vaaft ipv geverfd) (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07931) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07931) fragment: woar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07931) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07931) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 07931) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 07931) fragment: waar het (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 07931) fragment: woar 't (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 07931) fragment: woar 't (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 07931) fragment: waar het (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 07931) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 07931) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 07931) fragment: die zutst (je en zult aantreffen doorgestreept) (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 07931) fragment: die zutst (je en zult aantreffen doorgestreept) (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 07931) fragment: woar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 07931) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 07931) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 07931) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 07931) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 07931) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 07931) fragment: wat, wat (iets doorgestreept) (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 07931) komt voor: n
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07931) vertaling: Wat dachtst doe wel ik in de stad zain heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 07931) vertaling: Wat dachtst, hou ze oplöst hadden
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 07931) vertaling: Hou zulln ze het oplöst hebb'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 07931) vertaling: Magda wait nait wel wie opbellen willen
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 07931) vertaling: Wel wait wel wie roupen hebben
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07931) vertaling: Wat dochst wel ik in de stad tegenkomen ben
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 07931) vertaling: Most roaden wel ik in stad tegenkomen ben
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 07931) vertaling: Hai het zien handen wass'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 07931) vertaling: Hai het zien hemd wass'n
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 07931) vertaling: Hai het een houd op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 07931) vertaling: Hai het een vlek in zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 07931) vertaling: Hai het zien bain brok'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 07931) vertaling: Zai hef heur zeer doan
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 07931) vertaling: Marie trok deken noar hur tou
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 07931) vertaling: Luc wait dat er foto's van hum te koop bennen
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 07931) vertaling: Doe waist toch wel, dat we toun door dat bos hen lopn binnen
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 07931) vertaling: Ik wait nog dat Marie heur auto kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 07931) vertaling: Ik wait nog dat hai als een swien zat te eten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 07931) vertaling: Wie wait'n nog dat Jan al zien bouken stol'n waren, moar zai waiten niks meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 07931) vertaling: Waist nog dat we Jan op maark zain hebben
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 07931) vertaling: Hai het zich een ongeluk waarkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 07931) vertaling: Hai vuilde dat è deur 't ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07931) vertaling: Ik wait nait of e dat wel doan het
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07931) vertaling: Zol hai dat doan hebb'n kunnen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07931) vertaling: Zol hai dat doan hebb'n kunnen
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 07931) vertaling: Ik wait nait of e dat wel doan het
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 07931) fragment: kunt (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 07931) fragment: doun (doan) (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 07931) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 07931) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 07931) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 07931) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 07931) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 07931) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 07931) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 07931) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 07931) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 07931) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 07931) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 07931) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 07931) vertaling: Wie mout'n noar de schuur om de koui'n te vour'n
komt voor: j
opm.: dav
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 07931) vertaling: Wie mout'n noar de schuur om de koui'n te vour'n
komt voor: j
opm.: dav
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 07931) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 07931) vertaling: Ik denk dat hai fot is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 07931) vertaling: Ik denk dat hai fot is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 07931) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 07931) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat è fot is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat è fot is
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 07931) vertaling: De politie zol bie hom kom'n om hom mit te nemen
komt voor: j
opm.: dav
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 07931) vertaling: De politie zol bie hom kom'n om hom mit te nemen
komt voor: j
opm.: dav
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 07931) vertaling: Marie al heur koui'n binnen verdronken bie de overstrom'n
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 07931) vertaling: Marie al heur koui'n binnen verdronken bie de overstrom'n
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 07931) vertaling: Kees moak'n wait ik niks van
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 07931) vertaling: Kees moak'n wait ik niks van
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 07931) vertaling: Ik bin mit Jan noar de maark west
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 07931) vertaling: Ik bin mit Jan noar de maark west
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 07931) vertaling: De eerste drei somm'n heb ik al moakt, welke is 't doe moakt
komt voor: j
opm.: dav
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 07931) vertaling: De eerste drei somm'n heb ik al moakt, welke is 't doe moakt
komt voor: j
opm.: dav
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 07931) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 07931) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 07931) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan noar de maark west het
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan noar de maark west het
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 07931) vertaling: Loapn'de kwam ik hom tegen
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 07931) vertaling: Loapn'de kwam ik hom tegen
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 07931) vertaling: Ik heb een hail end lop'n
komt voor: j
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 07931) vertaling: Ik heb een hail end lop'n
komt voor: j
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 07931) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 07931) vertaling: Hai déé zich veur of è net uut berre kwam
komt voor: j
opm.: dav
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 07931) vertaling: Hai déé zich veur of è net uut berre kwam
komt voor: j
opm.: dav
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 07931) vertaling: Deschilder hèt hier west om te vaarven
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 07931) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 07931) vertaling: In die tied leefde ik er goud op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 07931) vertaling: Vrouger ging è als een beest tekeer
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 07931) vertaling: Doar leev'n wie als God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 07931) vertaling: Gaain ain mag 't zain, dus doe ook nait
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 07931) vertaling: Het gebeurde tounst du weggingst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 07931) vertaling: Ik wait woarst du geboren bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 07931) vertaling: Nou du kloar bist kinst goan
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 07931) vertaling: Doardat Marie overleden was, het heur man Anna nait meer kunnen helpn
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat hai zwemm'n goan is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 07931) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 07931) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 07931) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 07931) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
000 (y09opm) (inf. 07931) opm. inf.: Vaak wordt gezegd: Ik weet dat hij naar 't zwembad is
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 07931) vertaling: Joa als je blieft
komt voor: j
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 07931) vertaling: Joa als je blieft
komt voor: j
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 07931) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 07931) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 07931) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 07931) vertaling: Wel dèn
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 07931) vertaling: Wel dèn
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 07931) vertaling: Mit zuk weer kun je nait veul doun
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 07931) vertaling: Mit zuk weer kun je nait veul doun
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 07931) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 07931) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 07931) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 07931) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 07931) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 07931) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 07931) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 07931) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 07931) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 07931) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 07931) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 07931) fragment: dei (roupen ipv geroepen) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 07931) fragment: dei (roupen ipv geroepen) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 07931) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 07931) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 07931) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 07931) fragment: dei ('t verhoal het verteld ipv het verhaal heeft verteld) (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 07931) fragment: dei ('t verhoal het verteld ipv het verhaal heeft verteld) (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 07931) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 07931) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07931) fragment: De mannen woar ik met proat heb zitten doar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07931) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07931) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 07931) fragment: De mannen woar ik met proat heb zitten doar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 07931) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07931) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07931) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07931) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 07931) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 07931) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 07931) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 07931) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 07931) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 07931) fragment: waarvan de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 07931) vertaling: Piet deenkt dat Jan en Marie op gain aine kwoad binnen
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 07931) vertaling: Piet deenkt dat Jan en Marie op gain aine kwoad binnen
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 07931) vertaling: Wim deenkt dat wie nooit aine een pries geevn
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 07931) vertaling: Wim deenkt dat wie nooit aine een pries geevn
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 07931) vertaling: Is 't woar dat ze nait met Marie proaten mag'n
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 07931) vertaling: Nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 07931) vertaling: K wait nait
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 07931) vertaling: nait bekeend
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 07931) vertaling: Zolt nait wait'n
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 07931) vertaling: nait almoal
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 07931) vertaling: Vertel hom nait, dat ik noar boeten west ben
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 07931) vertaling: Nait vertèl'n dast doe een cadootje veur hom kochst hest heur
opm.: voltooid deelwoord ook vervoegd 2.ev.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 07931) vertaling: Waist doe nait dat hai valln is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 07931) vertaling: Wendy probeerde om gain aine piene te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 07931) vertaling: Het schient dat ze niks eten mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 07931) vertaling: Het schient dat ze niks mag eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 07931) vertaling: Ze proberen de haile dag al om mekaor te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 07931) vertaling: Het schient weer een mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 07931) vertaling: 't Is misschien beter om nog een poossie te wachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 07931) vertaling: Wie had'n geluk dat wie hom direct terug vonden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 07931) vertaling: As de hounder een vaalk zain binnen ze bange
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 07931) vertaling: As wie de eerappels nait kunnen verkop'n, zit'n wie in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 07931) vertaling: As jullie hom nait mitnem'n wor ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 07931) vertaling: Hai wos 't
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 07931) vertaling: Op dit feest wordt er veul doanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 07931) vertaling: Nou wordt er allain nog moar stoet verkocht in dei winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 07931) vertaling: As hai op de fiets komt, dan zol hai wel loat wez'n
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 07931) vertaling: As 't tied hest, kom dan moar een keer langs
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 07931) vertaling: As ik riek bin, koop ik een dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 07931) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 07931) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 07931) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 07931) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 07931) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 07931) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 07931) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 07931) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 07931) vertaling: Ik heb hom het geef'n
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 07931) vertaling: Ik heb hom het geef'n
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 07931) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: b) Marie het zegd, dast du een laidje probeerst hest te zingen
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: a. Marie hef zegd dast du probeerst hest een laidje te zing'n
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: a. Marie hef zegd dast du probeerst hest een laidje te zing'n
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: b) Marie het zegd, dast du een laidje probeerst hest te zingen
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: b) Marie het zegd, dast du een laidje probeerst hest te zingen
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: a. Marie hef zegd dast du probeerst hest een laidje te zing'n
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: a. Marie hef zegd dast du probeerst hest een laidje te zing'n
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 07931) vertaling: b) Marie het zegd, dast du een laidje probeerst hest te zingen
opm.: voltooid deelwoord vervoegd 2.ev.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 07931) vertaling: Marie het zegd dast du heur hest geprobeerd een bouk te gev'n
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 1
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 07931) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 07931) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 07931) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 07931) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 3
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 07931) vertaling: Dei van de stad, hebb'n hier veul huus'n bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 07931) vertaling: Aan dei neie voart, doar zai je gain mens meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 07931) vertaling: Guster is Jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 07931) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik nait thuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 07931) vertaling: Jef, dei zol ik nooit uutneudigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 07931) vertaling: Marie, dei zol zoiets nooit doun
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 07931) vertaling: Bert dei zop wel aais een glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 07931) vertaling: Martha, dei zok wel aais bie mie thuus uutneudigen
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 07931) vertaling: Dat huus zol ik nooit kop'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 07931) vertaling: Dat huus stait doar al vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 07931) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 07931) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 07931) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 07931) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 07931) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 07931) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 07931) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 07931) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 07931) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 07931) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 07931) vertaling: Het Gunther belt
473 (z11b) En pas op! (inf. 07931) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 07931) vertaling: 't Was mor net goud genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 07931) vertaling: Marjo het nou meer koui'n dan vrouger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 07931) vertaling: Als Susanne kom'n kunt har, has ze dat vast doun
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 07931) vertaling: Zai is de beste dokter dei ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 07931) vertaling: Veurdast du wat fotgooist most eevn bell'n
opm.: voegwoordvervoeging 2.ev.
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 07931) vertaling: Hier is alles wat ik kreg'n heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 07931) vertaling: Jan is te gierig om zien kinder wat te geev'n
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 07931) vertaling: Du waist ja niks van voetball'n of
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 07931) vertaling: Hin legg'n dat bouk
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 07931) vertaling: As du nait kist wachten, kom dan mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan dokter had kunnen roupen
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 07931) vertaling: Ik wait dat Jan de dokter kon roupen hebb'n
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 07931) vertaling: Hai zee dat ik het doun mos hebb'n
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 07931) vertaling: Hai zee dat ik het doun mos hebb'n
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 07931) vertaling: Hai is veurige week deur dokter Mertens geopereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 07931) vertaling: Hai wot mörg'n deur dokter " " opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 07931) positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 07931) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 07931) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 07931) positie: 3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 07931) positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 07931) positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 07931) fragment: deur (door) (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 07931) fragment: ergens (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 07931) fragment: ook (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 07931) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 07931) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 07931) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 07931) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 07931) vertaling: Robert het ain gruine appek weggeef'n, en nou hef hai nog twai rooie
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 07931) vertaling: Er waar'n veul mensen op 't feest?
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 07931) vertaling: Waar'n er veul mensen op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07931) vertaling: Wat veur bouken hest kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07931) vertaling: Wat hest veur bouken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07931) vertaling: Wat hest veur bouken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 07931) vertaling: Wat veur bouken hest kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 07931) vertaling: Hai woont bie Marietje
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 07931) vertaling: Hai woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 07931) vertaling: Loop eev'n naor de bakker, Wim
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 07931) vertaling: Wel hest du zain ?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 07931) vertaling: Wel het die zain ?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 07931) vertaling: Als ik dat waiten har, dan had ik 't nait doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 07931) vertaling: 't Zol beter wezen om nog eev'n te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 07931) vertaling: Gelukkig had Jan dokter beld en dei was er al hail gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 07931) vertaling: Loop toch verder, vervelende jongs
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 07931) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 2
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 07931) komt voor: j
gebr.: 2
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 07931) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 07931) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 07931) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 07931) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 07931) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Annerveen

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Annerveen