SAND-data Middelbert (C110p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03020) vertaling: Jan herinnert zug dat verhoal wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03020) vertaling: M en P zain mekoar veur de kèk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03020) vertaling: T wast zug
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03020) vertaling: De timmerman het gain spiekers bie zug (hom) (bie(j) om)
opm.: reflexief: zich reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03020) vertaling: F zag n slang noast zug
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03020) vertaling: E luit me veur (h)om waark'n
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03020) vertaling: J luit zug metdriev'm op de golv'n
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03020) vertaling: T bekikt zugzölf ais goud in t spaigel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03020) vertaling: J het in twei minut'n tied n glas bier dronk'n
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03020) vertaling: Dizze schoun'n loop'm gemakkelijk
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03020) vertaling: E kint zugzölf goed
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03020) vertaling: W het heurt datter foto's van homzölf in de etalage stoan
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03020) vertaling: Dizze eerappels schill'n nait best
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03020) vertaling: Dit glas brekt ast op de grond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03020) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03020) vertaling: Aal joar'n leefde van de aa(r) fenis van zien voader
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03020) vertaling: ... leeft zai aallenig op wotter en brood
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03020) vertaling: Dizze week et zai aallenug mor wotter en stoet
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03020) vertaling: Dizze week et zai aallenug mor wotter en stoet
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03020) vertaling: ... leeft zai aallenig op wotter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03020) vertaling: Is't nog leevmtug
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03020) vertaling: Houlaang leevm joe nou aal van dei aafenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03020) vertaling: In B leevm ze veuraal / hoofdzoakelijk van de visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03020) vertaling: Noa 't ee(d)n goa (go) 'k sloap'n
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03020) vertaling: Sok dat wel doun kinnen
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03020) vertaling: Hai luit zien hoes oafbrek'n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03020) vertaling: e: 'k wait dat Jan haa(s)t waa(r)k'n kinn'n mout (mor zeker wait'n dou k t nait)
komt voor: j
gebr.: 2
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03020) vertaling: e: 'k wait dat Jan haa(s)t waa(r)k'n kinn'n mout (mor zeker wait'n dou k t nait)
komt voor: j
gebr.: 2
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03020) vertaling: e: 'k wait dat Jan haa(s)t waa(r)k'n kinn'n mout (mor zeker wait'n dou k t nait)
komt voor: j
gebr.: 2
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03020) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03020) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03020) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03020) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03020) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat J n neie schuur baauw'n mot
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat J n neie schuur baauw'n mot
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03020) opm.: 'k vind dat M Jef bell'n mot
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: J zee dat M noar d bakker goan mos
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: J zee dat M noar d bakker goan mos
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat J jammer genog vot moat
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat J jammer genog vot moat
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: k'wait dat H nait komm mag
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: k'wait dat H nait komm mag
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat J swienn koopn wul
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat J swienn koopn wul
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat E stoet eet'n wul
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'k wait dat E stoet eet'n wul
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03020) opm.: E moat vroug van 't bèr of kinnen goan
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03020) opm.: E moat vroug van 't bèr of kinnen goan
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03020) opm.: E moat vroug van 't bèr of kinnen goan
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03020) opm.: E moat vroug van 't bèr of kinnen goan
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03020) opm.: k zee dat W d'auto verkoop'm mos
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03020) vertaling: J het gainain bouk meer (hai het ze wel hat, mor is ze kwiet, verkocht of i.d.)
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03020) vertaling: J het gain bouk meer (speciaal boek)
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03020) vertaling: Bouk'n het J nait
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03020) vertaling: J het nait veul cent'n meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03020) vertaling: Over dit probleem mag gainain proat'n
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03020) vertaling: Der mag gainain over dit probleem proat'n
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03020) vertaling: eer is gainain dei zègt dadde komt
opm.: expletief 'er'
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03020) vertaling: Zitt'n hier naagn's moez'n
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03020) vertaling: 'k geef niks aan 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03020) vertaling: Eer is gainain dei waark'n wul
opm.: expletief 'er'
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03020) vertaling: Wie wozz'n nait dadde thoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03020) vertaling: 'k wost 't ook nait
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03020) vertaling: Hai mag met gainain over dit probleem proat'n
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03020) vertaling: f: J wait dadde veur drei uur de woag'n mokt hebb'n moat
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03020) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 03020) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 03020) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 03020) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03020) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03020) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03020) vertaling: M heur auto is kapot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03020) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03020) vertaling: Piet zien auto is kapot
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03020) vertaling: Dei man zien auto is kapot
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03020) vertaling: Dei auto is nait van mie mor van hom
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03020) vertaling: Kraant van guster laag onder televisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03020) vertaling: Jan ist bruiertje van K en K
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03020) vertaling: De fietsen van dei jonges bin'n stool'n
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03020) vertaling: De fietsen van dei jonges bin'n stool'n
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03020) vertaling: De jonges heru fietsen binnen stool'n
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03020) vertaling: De jonges heru fietsen binnen stool'n
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03020) vertaling: De moeke van dei wichter is bie heur op visite
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03020) vertaling: (Dei zussen heur moeke is op visite)
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03020) vertaling: (Dei zussen heur moeke is op visite)
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03020) vertaling: De moeke van dei wichter is bie heur op visite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03020) vertaling: Dei auto is van W
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03020) vertaling: Dat is mien fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03020) vertaling: Dat is mien fiets
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03020) vertaling: Dat is mien't
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03020) vertaling: Dat is mien't
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03020) vertaling: Hai mag met gainain over dit probleem proat'n
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03020) vertaling: k Wul gainain zeer doun
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03020) vertaling: 't Is zunde dat wie nait komm magg'n
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03020) vertaling: Dat goa ik nait doun
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03020) vertaling: 'k heb nait waa(r)kt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03020) vertaling: Hai haart nog mor net zègt of M begon aal te grien'n
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03020) vertaling: Goa dei bestell'n nou mor ophoal'n
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03020) vertaling: Hai waa(r)kt nait
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03020) vertaling: ('k verbaitie om hier te komm)
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03020) vertaling: ('k verbaitie om hier te komm)
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03020) vertaling: (Dou magst hier nait komm)
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03020) vertaling: (Dou magst hier nait komm)
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03020) vertaling: Jan verhinderde dat wie M bell'n zoll'n
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03020) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03020) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03020) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03020) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03020) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03020) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03020) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03020) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03020) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03020) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03020) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03020) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03020) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: wezen kist (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dastoe (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dat (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: wezen kist (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dastoe (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: kunt (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dat (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: wezen kist (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: kunt (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dat (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: wezen kist (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dastoe (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: kunt (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dastoe (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: kunt (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03020) fragment: dat (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03020) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03020) fragment: dan (1)
opm.: 'ik denk nait dat wie meer cent'n hebben as M
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03020) fragment: as (1)
opm.: 'ik denk nait dat wie meer cent'n hebben as M
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03020) fragment: as (1)
opm.: 'ik denk nait dat wie meer cent'n hebben as M
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03020) fragment: dan (1)
opm.: 'ik denk nait dat wie meer cent'n hebben as M
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03020) fragment: os (1)
opm.: 'Joe heb'm meer tied os wie'
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03020) fragment: os (1)
opm.: 'Wie heb'm meer tied os doe'
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03020) fragment: os (1)
opm.: 'Is J evm olt os doe'
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03020) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03020) fragment: Hai kin mie toch zeur'n (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03020) komt voor: n
fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03020) komt voor: n
fragment: (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 03020) fragment: dat (1)
opm.: J zee dadde metgoan wol
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03020) fragment: (1)
opm.: Hai dee net of e heur nait zag
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03020) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03020) vertaling: 'k Wait dat joe op gainain kwoad bin'n
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03020) vertaling: 'k Wait dat zai naarg's trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03020) vertaling: E denk dattut stoer is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03020) vertaling: E denk dattut stoer is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03020) vertaling: E denkt datut nait gemakkelijk is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03020) vertaling: E denkt datut nait gemakkelijk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03020) vertaling: 'k Wait dat ik te loat bin en naittoe
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03020) vertaling: Doe waist toch dastoe waa(r)k'n moust en ikke nait
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03020) vertaling: Elkain denkt dat wie noar hoes goan en dat zai nog blievm magg'n
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03020) vertaling: 't is zunde dat hai komt en dat votgaait
opm.: pronomen 3.ev.vrouw mist in nevengeschikte bijzin
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03020) vertaling: 'k denk dat Lisa zaik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03020) vertaling: 'k Denk dat Pieter en Liesje traauw'n goan
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03020) vertaling: dat dodde
betekenis: bevestigend
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 03020) vertaling: dat dodde
betekenis: bevestigend
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03020) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03020) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03020) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 03020) vertaling: Nee, dat dodde nait
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03020) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03020) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03020) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 03020) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03020) komt voor: j
opm.: 'joa dat dodde'
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 03020) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03020) komt voor: j
opm.: joa hai slept
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 03020) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 03020) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 03020) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03020) komt voor: j
opm.: 'Nee, hai slept nait'
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 03020) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 03020) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03020) vertaling: De laamp brandt nait meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03020) vertaling: De laamp brandt nait meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03020) vertaling: Daanst M elke aamt
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03020) vertaling: Daanst M elke aamt
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03020) vertaling: Wust stoet evm snie(d)n
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03020) vertaling: Wust stoet evm snie(d)n
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03020) fragment: wèl zíen moeke (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03020) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03020) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03020) fragment: wèl zíen moeke (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03020) fragment: waar (1)
opm.: 'b beter dan c'
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03020) fragment: woar (1)
opm.: 'b beter dan c'
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03020) fragment: woar (1)
opm.: 'b beter dan c'
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03020) fragment: waar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: waar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: woar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: woar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: waar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: woar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: waar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: woar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: waar (1)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) fragment: - (2)
opm.: 'b beter dan c'
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03020) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03020) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03020) fragment: dei (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03020) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03020) fragment: die (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03020) fragment: dei (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03020) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03020) fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03020) fragment: woar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03020) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03020) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03020) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03020) fragment: woarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03020) fragment: woarop (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03020) fragment: wat (1)
opm.: 'Dat is wat wat ik nait geern dou'
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03020) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03020) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03020) fragment: wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03020) fragment: wèl (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03020) fragment: wèl (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03020) vertaling: Wèl denkstoe wel ik in 't stad troffen heb?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03020) vertaling: Hou denk'n joe dat ze 't doan hebb'n
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03020) vertaling: Hou denkst doe hou ze 't doan hebb'n
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03020) vertaling: M wait nait wèl wie bell'n wull'n
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03020) vertaling: Wait ain wèl wie roupm hebb'm
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03020) vertaling: Wèl denkstoe wèl ik in 't stad zain heb
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03020) vertaling: Wèl denkstoe wèl ik in 't stad zain heb
opm.: 'zie f'
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03020) vertaling: Hai het zien han(d)'n woss'n
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03020) vertaling: Hai het zien hemt woss'n
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03020) vertaling: Hai het n hout op de kop
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03020) vertaling: Hai het n vlek in zien overhemt
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03020) vertaling: Hai het zien bain brook'n
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03020) vertaling: Zai het zug zeer doan
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03020) vertaling: M trok de deek'n noar zug tou
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03020) vertaling: L wait datter foto's van homzulf te koop bin'n
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03020) vertaling: Doe waist toch nog wel dat wie dou deur 't bos hin loop'm binn'n
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03020) vertaling: k herinner mie dat de auto van M kapot was
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03020) vertaling: Zai herinnert zug dadde os 'n swien zat te vreet'n
opm.: reflexief: zich
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03020) vertaling: Wie herinnern ons wel dat aal J zien bouk'n stooln bin'n, mor zai wait'n dat nait meer
opm.: reflexief: ons
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03020) vertaling: ... teggn kom'm bin'n
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03020) vertaling: Wait joe nog dat wie J op maa(r)k zain hebb'n
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03020) vertaling: Wait joe nog dat wie J op maa(r)k zain hebb'n
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03020) vertaling: ... teggn kom'm bin'n
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03020) vertaling: Hai het zug dood waa(r)kt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03020) vertaling: Hai maa(r)kte dadde deur 't ies zakte
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03020) vertaling: Zol e dat doun hebb'n kint
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03020) vertaling: Zol e dat doun hebb'n kint
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03020) vertaling: (was hij daar wel toe in staat?)
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03020) vertaling: (was hij daar wel toe in staat?)
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03020) fragment: kint (1)
opm.: 'Hai het dat nooit doun kint'
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03020) fragment: doan (1)
opm.: 'Hai het dat nooit doun kint'
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'met "doan" en "kint"'
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'met "doan" en "kint"'
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: 'met "doun" en "kint"'
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 2
opm.: 'met "doun" en "kint"'
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03020) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03020) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03020) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03020) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03020) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 3
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 3
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'met "doan" ("doun") en "kint"'
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'met "doan" ("doun") en "kint"'
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'met "doun" en "kint"'
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'met "doun" en "kint"'
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03020) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03020) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03020) vertaling: We mout'n noar de schuur om de koijn te vouern
komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03020) vertaling: We mout'n noar de schuur om de koijn te vouern
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03020) vertaling: Zai kwamm aanlopp'n
komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03020) vertaling: Zai kwamm aanlopp'n
komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03020) vertaling: 'k denk dadde vot is
komt voor: n
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03020) vertaling: 'k denk dadde vot is
komt voor: n
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03020) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03020) vertaling: 'k wait dadde vot is
komt voor: j
opm.: dav
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03020) vertaling: 'k wait dadde vot is
komt voor: j
opm.: dav
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03020) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03020) vertaling: De plietsie komt bie hom en nemt hom met
komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03020) vertaling: De plietsie komt bie hom en nemt hom met
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03020) vertaling: Aal Maries koijn binn verzoop'n bie de overstroomm
komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03020) vertaling: Aal Maries koijn binn verzoop'n bie de overstroomm
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03020) vertaling: Kees moak kin ik nait
komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03020) vertaling: Kees moak kin ik nait
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03020) vertaling: Jan is met noar 't maa(r)t wèst
komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03020) vertaling: Jan is met noar 't maa(r)t wèst
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03020) vertaling: 'k heb aal drei somm mokt. Wèlke hestoe mokt?
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03020) vertaling: 'k heb aal drei somm mokt. Wèlke hestoe mokt?
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03020) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03020) vertaling: Zuksen zol ik nait opeet'n duu(f)'m
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03020) vertaling: Zuksen zol ik nait opeet'n duu(f)'m
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03020) vertaling: Dei zol ik nait opee(t)n duum
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03020) vertaling: Dei zol ik nait opee(t)n duum
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03020) vertaling: 'k wait dat J noar 't maa(r)k wèst is
komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03020) vertaling: 'k wait dat J noar 't maa(r)k wèst is
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03020) vertaling: Ik kwam hom loopmt tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03020) vertaling: Loopmde kwam ik hom teeg'n
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03020) vertaling: Loopmde kwam ik hom teeg'n
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03020) vertaling: Ik kwam hom loopmt tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03020) vertaling: Ik kwam hom loopmt tegen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03020) vertaling: Loopmde kwam ik hom teeg'n
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03020) vertaling: 'k heb huil wat oafloopm
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03020) vertaling: Ik heb huil wat loopm doan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03020) vertaling: 'k heb huil wat oafloopm
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03020) vertaling: 'k heb huil wat oafloopm
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03020) vertaling: Ik heb huil wat loopm doan
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03020) vertaling: Ik heb huil wat loopm doan
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03020) vertaling: 'k wor muide, dus hol ik ter mor met op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03020) vertaling: 'k wor muide, dus hol ik ter mor met op
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03020) vertaling: Hai dee net of e net van bèrre oafkwam
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03020) vertaling: Hai dee net of e net van bèrre oafkwam
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03020) vertaling: De vaaver is hier wèst te vaarfm
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03020) vertaling: De vaaver is hier wèst te vaarfm
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03020) vertaling: Denkst toe dastoe noar hoes tou gaist
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03020) vertaling: Denkst toe dastoe noar hoes tou gaist
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03020) vertaling: In dei tied leefde ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03020) vertaling: Vrouger (eerder) leefde hai os 'n baist
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03020) vertaling: Doar leemde wie as God in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03020) vertaling: Gainain mag t zain, dus doe ook nait
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03020) vertaling: ... dus vinnik dastoe dat ook nait zain magst
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03020) vertaling: ... dus vinnik dastoe dat ook nait zain magst
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03020) vertaling: Gainain mag t zain, dus doe ook nait
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03020) vertaling: 't Gebeurde tounstoe votgingst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03020) vertaling: 'k Wait nait woarst toe geboor'n bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03020) vertaling: Nousttoe kloarbist, magst votgoan
opm.: geïncorporeerd pronomen in werkwoord hoofdzin
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03020) vertaling: Omdat M dood was, het heur man A nait meer helpm kint
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03020) vertaling: 'k wait dat hai aan't zwem'm goan is
opm.: 'aan het'-constructie
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03020) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 03020) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 03020) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 03020) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 03020) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 03020) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03020) vertaling: joa groag
komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03020) vertaling: joa ost nog hest
komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03020) vertaling: joa groag
komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03020) vertaling: joa ost nog hest
komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03020) vertaling: joa ost nog hest
komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03020) vertaling: joa groag
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03020) vertaling: joa
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03020) vertaling: joa
komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03020) vertaling: jo
komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03020) vertaling: jo
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03020) vertaling: jo
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03020) vertaling: wèl din?
komt voor: j
opm.: dav
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03020) vertaling: wèl din?
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03020) vertaling: Met suks weer kije nait veul doun
komt voor: j
opm.: dav
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03020) vertaling: Met suks weer kije nait veul doun
komt voor: j
opm.: dav
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03020) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03020) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03020) vertaling: 'k wul hom nooit meer zain omdadde mie bedinderd het
komt voor: j
opm.: dav
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03020) vertaling: 'k wul hom nooit meer zain omdadde mie bedinderd het
komt voor: j
opm.: dav
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03020) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03020) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03020) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03020) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03020) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03020) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03020) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie (wèl) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie (wèl) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie (wèl) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: die (dei) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: die (dei) (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: die (dei) (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: dei (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: dei (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: aan wie (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: dei (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: die (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: aan wie (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: dei (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: die (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: aan wie (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: dei (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: die (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: die (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: aan wie (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: dei (2)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
opm.: 'De man woar k aan denk, het 't verhoal vertèld
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: dei (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (aan) wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (aan) wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (aan) wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (aan) wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (aan) wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: woaraan (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie 1: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: (aan) wel (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: dei (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie 1: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: dei (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie 1: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: dei (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie 1: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: dei (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie 1: die (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: dei (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03020) fragment: aan wie 1: die (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: waarmee ('mee' in de voorgedrukte zin is tussen haakjes gezet) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: waarmee ('mee' in de voorgedrukte zin is tussen haakjes gezet) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: waarmee ('mee' in de voorgedrukte zin is tussen haakjes gezet) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: woar (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: met wel ('mee' in de voorgedrukte zin is tussen haakjes gezet) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: met wel ('mee' in de voorgedrukte zin is tussen haakjes gezet) (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03020) fragment: met wel ('mee' in de voorgedrukte zin is tussen haakjes gezet) (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: wie (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: wel (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: wel (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: 2: wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: 2: wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: 2: wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: 2: wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03020) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03020) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03020) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03020) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03020) fragment: dei (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03020) fragment: dei (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03020) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord en voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03020) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03020) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03020) fragment: wel (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03020) fragment: wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03020) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03020) fragment: wier (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03020) fragment: van wel de (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03020) fragment: van wel de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03020) vertaling: Pait denkt dat Jan en Merie op gainaine nait kwaod binn'n
opm.: 'Dubbele ontkenning is lastig. Pait denkt dat Jan en Merie op elkain kwaod binn'n (betekenis 1); Pait d. d. J en M op gainaine k.b. (betekenis 2)'
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03020) vertaling: Wim denkt we nooit gain'nt 'n pries gev'm
betekenis: negative concord
opm.: 'de toehoorder moet dan wel goed luisteren anders begrijpt hij het niet. Nooit klinkt met een beetje oe-klank'
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03020) vertaling: Wim denkt we nooit gain'nt 'n pries gev'm
betekenis: negative concord
opm.: 'de toehoorder moet dan wel goed luisteren anders begrijpt hij het niet. Nooit klinkt met een beetje oe-klank'
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03020) vertaling: 't Is waor dat ze nait met Merie proat'n magg'n
betekenis: negatie > modaal
opm.: 'c is toch een kromme zin?'
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03020) vertaling: 't Is waor dat ze nait met Merie proat'n magg'n
betekenis: negatie > modaal
opm.: 'c is toch een kromme zin?'
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03020) vertaling: naans
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03020) vertaling: gain ain
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03020) vertaling: nooit (noeit)
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03020) vertaling: niks (kin nait)
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03020) vertaling: gain't
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03020) vertaling: Vertel hom nai(j)t dat ik noar boet'n west bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03020) vertaling: Nait vertel'n (zèg'n) dasdoe 'n kadoo veur hom kocht hest, hor!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03020) vertaling: Waist doe nait dat e val'n is
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03020) vertaling: Wendy p(r)ebaierde om gainaine pien te doun
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03020) vertaling: 't Schient dat zai niks et'n mag
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03020) vertaling: Zai schient niks te magg'n et'n
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03020) vertaling: Ze p(r)ebaiern aal de huile dag om mekoar op te bell'n
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03020) vertaling: 't Belooft weer 'n mooie dat te worr'n
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03020) vertaling: 't Is admis (misschien) beter om nog ee(j)m te wag'n
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03020) vertaling: Wie haar'n 't geluk om hom direct (vot daoluk) terug te vinn'n
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03020) vertaling: As de tuut'n 'n vaalk zain bin'n ze baang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 03020) vertaling: As wie d'eerappels nait verkoop'n kin'n zitt'n w'in de probleem'
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03020) vertaling: As joe hom nait metnem'n, wor ik kwoad
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03020) vertaling: Hai wost
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03020) vertaling: Op dit feest wor t er veul daanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03020) vertaling: Nou wort er allain nog mor stoet verkócht in dizze winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03020) vertaling: Ase op fiets komt, zelle wel loat weez'n
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03020) vertaling: Astoe tied hest, kom din ains'n keer aan
opm.: voegwoordcongruentie 'als'
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03020) vertaling: As ik riek bin, koop ik mie 'n auto
opm.: pronomen 1.ev.refl. bij 'kopen'
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03020) komt voor: j
opm.: dav 'Ik wait dastoe 't doan hest'
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03020) vertaling: Misschien krieg ik 't wel
komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03020) vertaling: Misschien krieg ik 't wel
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03020) vertaling: Duufst toe dr 'op te drukk'n?
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03020) vertaling: Duufst toe dr 'op te drukk'n?
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03020) vertaling: Duufstoe hom oet te neudigen (nuig'n)
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03020) vertaling: Duufstoe hom oet te neudigen (nuig'n)
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03020) vertaling: Duufstoe ze te nuig'n?
komt voor: n
opm.: 'Normaal gebruik ik oetneudigen maar hier geef ik de voorkeur aan "nuig'n"'
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03020) vertaling: Duufstoe ze te nuig'n?
komt voor: n
opm.: 'Normaal gebruik ik oetneudigen maar hier geef ik de voorkeur aan "nuig'n"'
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03020) vertaling: Is Pol hier wèst?
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03020) vertaling: Is Pol hier wèst?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03020) vertaling: Hou het Pol dat op löst?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03020) vertaling: Hou het Pol dat op löst?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03020) vertaling: Hestoe mie dei braif stuurt?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03020) vertaling: Hestoe mie dei braif stuurt?
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03020) vertaling: Ik heb hom 't geev'm
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03020) vertaling: Ik heb hom 't geev'm
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03020) vertaling: Dizze week leeft zai op wotter en brood
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03020) vertaling: Dizze week leeft zai op wotter en brood
komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: 2: M het zègt dastoe vèrske pebaierd hest te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: Merie het zègt dastoe pebaierd hest 'n vèske te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: Merie het zègt dastoe pebaierd hest 'n vèske te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: 1: M het zègt dastoe pebaierd hest vèske te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: 2: M het zègt dastoe vèrske pebaierd hest te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: 2: M het zègt dastoe vèrske pebaierd hest te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: Merie het zègt dastoe pebaierd hest 'n vèske te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: 1: M het zègt dastoe pebaierd hest vèske te zing'n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03020) vertaling: 1: M het zègt dastoe pebaierd hest vèske te zing'n
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03020) vertaling: Merie het zègt dastoe pebaiert hest heur 'n bouk te gee'm
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 2
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 2
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 2
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 2
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 1
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03020) vertaling: Dei oet stad hebb'n hier 'n boel hoez'n zet
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03020) vertaling: Aan dat neie wotter zujst gain hond meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03020) vertaling: Beter: Jan is hier guster wèst
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03020) vertaling: Guster is Ja(a)n hier wèst
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03020) vertaling: Guster is Ja(a)n hier wèst
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03020) vertaling: Beter: Jan is hier guster wèst
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03020) vertaling: (De dag) (dou) Jan bèlde was ik nait thoes
opm.: dou = toen
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03020) vertaling: Jef, dei zol ik nooit nuig'n
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03020) vertaling: Merie, dei zol zukswat nooit doan
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03020) vertaling: Bert, dei zopt wel ais wat te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03020) vertaling: Martha, dei zol ik welais bie mie thoes oetneudig'n wull'n
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03020) vertaling: Dat hoes, dat zok nooit hebb'n wull'n
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03020) vertaling: Dat hoes, dat stai(j)t er aal vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'Zai bin'n noar 't maa(r)k west'
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'Zai bin'n noar 't maa(r)k west'
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03020) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03020) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03020) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Hai het zien kinder op trekker zet
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Hai het zien kinder op trekker zet
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03020) gebr.: 1
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03020) gebr.: 1
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: Hai het de veurgevel huil'n daal wit vaafd
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: Hai het de veurgevel huil'n daal wit vaafd
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03020) gebr.: 1
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03020) gebr.: 1
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'Mie vraaw kin plat proat'n'
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: 'Mie vraaw kin plat proat'n'
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 03020) gebr.: 1
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Gunther het Annemerie noar hoes tou brocht'
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
opm.: 'Gunther het Annemerie noar hoes tou brocht'
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03020) gebr.: 1
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03020) gebr.: 1
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03020) vertaling: Het G bèlt?
473 (z11b) En pas op! (inf. 03020) vertaling: Denkt'r om
473 (z11b) En pas op! (inf. 03020) vertaling: (Pas op)
473 (z11b) En pas op! (inf. 03020) vertaling: (Pas op)
473 (z11b) En pas op! (inf. 03020) vertaling: Denkt'r om
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03020) vertaling: 't Was mor zunig aan
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03020) vertaling: M het nou meer koien asdat ze vrouger haar
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03020) vertaling: As S komm'n kint haar, haar ze 't doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03020) vertaling: Zai is de beste dokter dei ik kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03020) vertaling: Veur doe wat votsmitst, most ee'm bell'n
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03020) vertaling: Hier ligt aal wat ik kree(g)'n heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03020) vertaling: J is te zunig om wat aan zien kinder te gee'm
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03020) vertaling: 't Is net ofstoe wat van voetball'n of waist
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03020) vertaling: Lèg dat bouk deel
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03020) vertaling: Astoe echt nait wagg'n kist, kom din mor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03020) vertaling: Ik wait dat Jan dokter bèlt har kint
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03020) vertaling: Ik wait dat Jan dokter roup'n har kint
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03020) vertaling: Hai zee dat ik dat doun mout'n har
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03020) vertaling: Hai zee dat ik dat doan hebb'n mos
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03020) vertaling: Hai is vurrige week deur dokter M opereerd
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03020) vertaling: Hai wo(r)t morg'n deur dokter M opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03020) vertaling: Ik denk dou zolst wel veul wegsmiet'n moat'n
positie: 3
opm.: bijzin zonder voegwoord 'dat' in hoofdzinsvolgorde
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03020) vertaling: Ik denk dou zolst wel veul wegsmiet'n moat'n
positie: 3
opm.: bijzin zonder voegwoord 'dat' in hoofdzinsvolgorde
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03020) vertaling: Het is dom (zunde) om zukke dure ding'n vot te smiet'n
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03020) vertaling: Het is dom (zunde) om zukke dure ding'n vot te smiet'n
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03020) vertaling: Hai is (bezig) alle stukde dingen vot te smiet'n
opm.: 'gooien, smiet'n druk ook nog verontwaardiging uit'
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03020) vertaling: Ik vin dastoe 't kraant wel wat voaker lees'n magst
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03020) vertaling: Ik vin dastoe 't kraant wel wat voaker lees'n magst
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03020) vertaling: Het is dom om in 't duustern kraant te leezn
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03020) vertaling: Het is dom om in 't duustern kraant te leezn
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03020) vertaling: Hai is de huile dag aan 't kraant leez'n
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03020) vertaling: Hai is de huile dag aan 't kraant leez'n
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03020) fragment: voor (1)
opm.: 'hij heeft het dus niet zelf gedaan'
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03020) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03020) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03020) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03020) komt voor: n
opm.: 'wel in het Friese Gaasterland gehoord'
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03020) vertaling: R het ain gruine appel weggee'm en nou hedde der nog twei rooi'n
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03020) vertaling: Der waar'n boel mins'n op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03020) vertaling: Waar'n der n boel mins'n op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03020) vertaling: Wat veur bouk'n hesttoe kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03020) vertaling: Wat hesttoe veur bouk'n kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03020) vertaling: Wat hesttoe veur bouk'n kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03020) vertaling: Wat veur bouk'n hesttoe kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03020) vertaling: Hai woont bie M
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03020) vertaling: Hai woont bie Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03020) vertaling: Loop eevm
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03020) vertaling: Wel hesttoe zain?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03020) vertaling: Wel het tie zain
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03020) vertaling: Haar ik dat wait'n din har ik 't nait doan
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03020) vertaling: 't Zol ('t sol) beter weez'n om nog evm te wagg'n
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03020) vertaling: Gelukkig haar Jan dokter belt en dei was der al huil gaauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03020) vertaling: Loop nou toch deur verveel'nde jong'n
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03020) komt voor: j
gebr.: 4
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03020) komt voor: j
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03020) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03020) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03020) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03020) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Middelbert

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Middelbert