SAND-data Warffum (C029p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02993) vertaling: Jan herinnert hom dat verhaol wel.
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02993) vertaling: Marie en Piet zain kanner veur kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02993) vertaling: Toon wast hom.
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02993) vertaling: Timmerman hed gaain spiekers bie hom.
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02993) vertaling: Fons zag 'n slang noast hom
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02993) vertaling: Erik laait mie veur hom waarken
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02993) vertaling: Johanna lait heur mitdrieven op de golven.
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02993) vertaling: Toon bekeek homzulf aais goud ien spaigel.
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02993) vertaling: Jan hed ien twei minuten 'n glaas bier dronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02993) vertaling: Dizze schounen lopen makkelk.
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02993) vertaling: Eduard kent homzulf goud
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02993) vertaling: Ward hed heurd dat er foto's van homzulf ien etalage stoan
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02993) vertaling: Dei eerabbels schullen is nait makkelk.
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02993) vertaling: Dit glaas brekt as 't op grond vaalt.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02993) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond genog?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02993) vertaling: Aal joaren leeft hai van aarvenis van zien voader.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02993) vertaling: Dizze week leeft zai op woater en brood.
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02993) vertaling: Leeft het nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02993) vertaling: Houlaang levenien nou aal van dei aarvenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02993) vertaling: Ien Bretagne leven ze veuraal van visvangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02993) vertaling: Noa 't eten goa ik sloapen.
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02993) vertaling: Zol ik dat wel doun kennen?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02993) vertaling: Hai laait zien hoes oafbreken.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat Jan haard waarken ken
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat Jan haard waarken ken
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02993) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02993) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02993) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02993) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02993) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02993) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02993) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02993) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02993) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02993) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02993) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02993) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02993) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02993) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02993) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 4
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 4
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02993) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02993) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02993) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 4
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 4
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02993) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02993) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02993) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02993) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02993) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02993) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02993) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02993) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 4
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 4
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02993) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02993) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02993) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02993) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02993) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02993) vertaling: Jan had gaain bouk meer.
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02993) vertaling: Jan hed gaain bouk meer.
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02993) vertaling: Bouken hed Jan naait.
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02993) vertaling: Jan hed naait veul geld meer.
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02993) vertaling: Er mag gaain aain proaten over dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02993) vertaling: Er mag gaain aain proaten over dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02993) vertaling: Gaainaain zegt dat hai komt.
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02993) vertaling: Zitten hier aargens moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02993) vertaling: Ik geef niks aan 'n anner.
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02993) vertaling: Gainaain wil waarken.
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02993) vertaling: Wie wizzen nait dat hai thoes was.
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02993) vertaling: Ik wis 't ook nait.
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02993) vertaling: Hai mag mit gainaain proaten over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02993) vertaling: Jan waait dat hai veur drei uur woagen moakt hemmen mout.
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02993) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02993) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02993) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02993) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02993) vertaling: Maries auto is kapot
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02993) vertaling: Marie heur auto is kapot.
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02993) vertaling: Piets auto is kapot
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02993) vertaling: Piet zien auto is kapot.
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02993) vertaling: Dei man's auto is kapot.
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02993) vertaling: Dei man zien auot is kapot.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02993) vertaling: Dei auto is nait van mie moar van hom.
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02993) vertaling: Guster lag kraant onder TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02993) vertaling: Kraant van guster ligt onder TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02993) vertaling: Kraant van guster ligt onder TV
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02993) vertaling: Guster lag kraant onder TV
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02993) vertaling: Jan is Karolien en Kristien heur bruierke.
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02993) vertaling: Dei jongens heur fietsen binnen stolen.
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02993) vertaling: Dei zussen heur mouder is op bezuik
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02993) vertaling: Dei auto is Wim zienend
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02993) vertaling: Dei fiets is mienend.
opm.: vergelijkbare constructie met -end
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02993) vertaling: Hai mag mit gaainaain proaten over dit probleem.
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02993) vertaling: Ik wil gainaain kwetsen.
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02993) vertaling: Het is jammer dat wie nait komen mogen
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02993) vertaling: Dat goa ik nait doun
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02993) vertaling: Ik heb naait waarkt.
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02993) vertaling: Nog moar net haar hai het verteld of Marie begon te hoelen.
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02993) vertaling: Goa dei bestelleng nou moar ophoalen.
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02993) vertaling: Hai waarkt nait.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02993) vertaling: Ik verbaaid die om hier te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02993) vertaling: Jan wol nait lieden dat wie marie belden.
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: kunnen (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: die (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02993) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: om te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02993) fragment: te (2)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02993) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02993) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02993) fragment: om te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02993) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02993) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02993) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02993) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02993) fragment: Als (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02993) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02993) fragment: als (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02993) fragment: dan (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02993) fragment: dan (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02993) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02993) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02993) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02993) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02993) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02993) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02993) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02993) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02993) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02993) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02993) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02993) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02993) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02993) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02993) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02993) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02993) fragment: dan (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02993) fragment: te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02993) fragment: wat te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02993) fragment: wat te (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02993) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02993) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02993) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02993) fragment: door te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02993) fragment: door te (1)
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02993) fragment: dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02993) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat ie op gaaiaain kwoad binnen
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat zai op niks tröts is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02993) vertaling: Els denkt, dat 't nait makkelk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat ik te loat bin en doe nait
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02993) vertaling: Doe wais toch dat doe waarken mos en ik nait
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02993) vertaling: Elkenaain denkt dat wie noar hoes en din nog blieven maagen
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02993) vertaling: Het is schaande dat hai komt en dat zij votgaait.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02993) vertaling: Ik denk dat Lisa zaik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02993) vertaling: Ik denk dat Pieter en Liesje trouwen goan
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02993) vertaling: Hai slept nait
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02993) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02993) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02993) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02993) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02993) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02993) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02993) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02993) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02993) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02993) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02993) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02993) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02993) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02993) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02993) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02993) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02993) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02993) vertaling: Laamp braand nait meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02993) vertaling: Laamp braand nait meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02993) vertaling: Daanst Marie elke oavend?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02993) vertaling: Daanst Marie elke oavend?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02993) vertaling: Snie 't brood aais even!
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02993) vertaling: Snie 't brood aais even!
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: die zijn (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: wiens (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: waarvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02993) fragment: waarvan de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: welke (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: welke (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: welke (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: waar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: daar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: daar (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02993) fragment: daar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: waar (1)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: - (2)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: - (2)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: welke (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: die (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: die (1)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02993) fragment: welke (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02993) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02993) fragment: wat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02993) fragment: waar dat (1)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02993) fragment: waar dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02993) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02993) fragment: waar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02993) fragment: daar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02993) fragment: daar (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02993) fragment: waar (1)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02993) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02993) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02993) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02993) fragment: toen (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02993) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02993) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02993) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02993) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02993) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02993) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02993) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02993) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02993) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02993) fragment: Die (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02993) fragment: Wie (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02993) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02993) vertaling: Wel denks doe dat ik ien stad tegen komen ben?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02993) vertaling: Hou denken ie dat ze 't oplöst hemmen?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02993) vertaling: Hou denks doe dat ze 't oplöst hemmen?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02993) vertaling: Magda wait nait wel wie bellen willen.
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02993) vertaling: Wait aain wel wie roupen hemmen.
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02993) vertaling: Wel denk je dat ik ien stad tegenkomen ben?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02993) vertaling: Wel denk je dat ik ien stad tegenkomen ben?
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02993) vertaling: Hai hed zien handen wösschen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02993) vertaling: Hai hed zien hemd wösschen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02993) vertaling: Hai hed 'n houd op kop.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02993) vertaling: Hai hed 'n vlek ien zien hemd.
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02993) vertaling: Hai hed zien baain broken.
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02993) vertaling: Hai hed hom zeer doan.
opm.: reflexief: hem
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02993) vertaling: Marie trok deken noar heur tou.
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02993) vertaling: Luc waait dat er petretten van homzulf te koop bennen.
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02993) vertaling: Doe wais toch wel dat wie dou deur dat bos hên loopen bennen.
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02993) vertaling: Ik wait nog dat Marie heur auto kapot was
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02993) vertaling: Ze wait nog dat hai as 'n zwien zat te vreten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02993) vertaling: Wie waiten nog dat aal Jan zien bouken stolen wazzen, moar zai waiten 't nait meer.
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02993) vertaling: Wait ie nog dat wie Jan op maart zain hemmen
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02993) vertaling: Hai hed hom 'n ongelok waarkt.
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02993) vertaling: Hai veulde hom deur 't ies zakken.
opm.: reflexief: hem
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02993) vertaling: Zol hai dat doan hemmen kend?
opm.: doan = participium, doun = infinitief twee interpretaties mogelijk: hebben kunnen doen / hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02993) vertaling: Zol hai dat doan hemmen kend?
opm.: doan = participium, doun = infinitief twee interpretaties mogelijk: hebben kunnen doen / hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02993) vertaling: Zol hai dat doan kend hemmen?
opm.: doan = participium, doun = infinitief twee interpretaties mogelijk: hebben kunnen doen / hebben kunnen gedaan
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02993) vertaling: Zol hai dat doan kend hemmen?
opm.: doan = participium, doun = infinitief twee interpretaties mogelijk: hebben kunnen doen / hebben kunnen gedaan
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02993) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02993) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02993) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02993) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02993) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02993) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02993) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02993) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02993) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02993) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02993) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02993) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02993) vertaling: Wie mouten noar en vouwern kouien
komt voor: j
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02993) vertaling: Wie mouten noar en vouwern kouien
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02993) vertaling: Zai kwammen aan kuierren
komt voor: j
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02993) vertaling: Zai kwammen aan kuierren
komt voor: j
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02993) vertaling: Ik denk dat hai vot is
komt voor: j
opm.: dav
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02993) vertaling: Ik denk dat hai vot is
komt voor: j
opm.: dav
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02993) vertaling: Ik denk, hai is vot. (vot is)
komt voor: j
opm.: onduidelijk wat informant met woorden tussen haakjes bedoelt
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02993) vertaling: Ik denk, hai is vot. (vot is)
komt voor: j
opm.: onduidelijk wat informant met woorden tussen haakjes bedoelt
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat hait vot is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat hait vot is
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02993) vertaling: Ik wait, hai is vot
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02993) vertaling: Ik wait, hai is vot
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02993) vertaling: Politie zol bie hom komen en nemen hom mit.
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02993) vertaling: Politie zol bie hom komen en nemen hom mit.
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02993) vertaling: Marie aal heur kouien binnen verdronken bie overstroming
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02993) vertaling: Marie aal heur kouien binnen verdronken bie overstroming
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02993) vertaling: Kees moaken wait ik niks van.
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02993) vertaling: Kees moaken wait ik niks van.
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02993) vertaling: Jan heb ik mit noar maart west.
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02993) vertaling: Jan heb ik mit noar maart west.
komt voor: j
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02993) vertaling: Ik heb aal de eerste drei sommen moakt
komt voor: j
opm.: vertaling is niet volledig
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02993) vertaling: Ik heb aal de eerste drei sommen moakt
komt voor: j
opm.: vertaling is niet volledig
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02993) vertaling: Welken hes doe moakt?
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02993) vertaling: Welken hes doe moakt?
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02993) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02993) vertaling: Dei zol ik nait opeten durven
komt voor: j
opm.: dav
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02993) vertaling: Dei zol ik nait opeten durven
komt voor: j
opm.: dav
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02993) vertaling: Ik waait dat jan noar 't maart west hed.
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02993) vertaling: Aal lopend kwam ik hom tegen.
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02993) vertaling: Aal lopend kwam ik hom tegen.
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02993) vertaling: Ik heb hail wat loopen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02993) vertaling: Ik heb hail wat loopen
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02993) vertaling: Ik wor nou muud, dus ik hol er moar mit op
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02993) vertaling: Ik wor nou muud, dus ik hol er moar mit op
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02993) vertaling: Hai dee hom veur of hai krekt oet zien bêr kwam
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02993) vertaling: Hai dee hom veur of hai krekt oet zien bêr kwam
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02993) vertaling: Vaarver is hier koomen te vaarven.
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02993) vertaling: Vaarver is hier koomen te vaarven.
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02993) vertaling: Denks doe, dat doe noar hoes gais?
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02993) vertaling: Denks doe, dat doe noar hoes gais?
komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02993) vertaling: Ien dei tied leefde ik erop lös.
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02993) vertaling: Vrouger leefde hai as 'n baist.
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02993) vertaling: Doar leefden wie as God ien Frankriek.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02993) vertaling: Gaainaain mag 't zain, dus ik vien dat doe het ook nait zain mags.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02993) vertaling: Het gebeurde dou doe vot gings.
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02993) vertaling: Ik wait woar doe geboren bis.
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02993) vertaling: Nou doe kloar bis, mag doe votgoan.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02993) vertaling: Deurdat Marie overleden was, hed heur man Anna nait meer helpen kend.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat hai aan 't zwemmen goan is.
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02993) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02993) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02993) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02993) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02993) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02993) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02993) vertaling: Joawel
komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02993) vertaling: Joawel
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02993) vertaling: Joa
komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02993) vertaling: Joa
komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02993) vertaling: Joa
komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02993) vertaling: Joa
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02993) vertaling: Joa
komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02993) vertaling: Joa
komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02993) vertaling: Wel dat?
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02993) vertaling: Mit zuk weer ken je nait veul doun
komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02993) vertaling: Mit zuk weer ken je nait veul doun
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02993) vertaling: As 't kermis is komen mensen boeten
komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02993) vertaling: As 't kermis is komen mensen boeten
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02993) vertaling: Ik wil hom nooit meer zain , want hai hed mie bedrogen
komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02993) vertaling: Ik wil hom nooit meer zain , want hai hed mie bedrogen
komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02993) vertaling: Ik wil hom nooit meer zain, omdat hai mie bedrogen hed
komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02993) vertaling: Ik wil hom nooit meer zain, omdat hai mie bedrogen hed
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02993) vertaling: Doe gais mit mie noar 't voetbal kieken
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02993) vertaling: Doe gais mit mie noar 't voetbal kieken
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02993) vertaling: Hais is dood
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02993) vertaling: Hais is dood
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02993) vertaling: Is hai dood?
komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02993) vertaling: Is hai dood?
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02993) vertaling: Zai is zaik.
komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02993) vertaling: Zai is zaik.
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02993) vertaling: Is zai zaik?
komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02993) vertaling: Is zai zaik?
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02993) vertaling: Dou hai waarkte, mos zai haaile dag thoes blieven
komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02993) vertaling: Dou hai waarkte, mos zai haaile dag thoes blieven
komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02993) vertaling: Dou't sneide konnen wei nait te stadoet.
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02993) fragment: dei (1)
opm.: informant vertaalt geroepen hebben als roupen hemmen
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02993) fragment: dei (1)
opm.: informant vertaalt geroepen hebben als roupen hemmen
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02993) fragment: die (1)
opm.: informant vertaalt geroepen hebben als roupen hemmen
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02993) fragment: die (1)
opm.: informant vertaalt geroepen hebben als roupen hemmen
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02993) fragment: die (1)
opm.: vertaling informant: Dat is de man dei 't verhoal verteld hed.
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02993) fragment: die (1)
opm.: vertaling informant: Dat is de man dei 't verhoal verteld hed.
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02993) fragment: dei (1)
opm.: vertaling informant: Dat is de man dei 't verhoal verteld hed.
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02993) fragment: dei (1)
opm.: vertaling informant: Dat is de man dei 't verhoal verteld hed.
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02993) fragment: (0)
opm.: informant vertaalt zin als volgt: Dat is denk ik de man dei 't verhoal verteld hed.
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02993) fragment: (0)
opm.: informant vertaalt zin als volgt: Dat is denk ik de man dei ze roupen hemmen
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02993) fragment: waar (1)
opm.: informant vertaalt zin als volgt: De mannen woar ik mit proat heb zitten doar
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02993) fragment: wie (1)
opm.: Informant geeft alternatieve mogelijkheid en vertaling: De mannen woar ik met ... De mannen doar/waor ik mit proat heb zitten doar
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02993) fragment: (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02993) fragment: (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02993) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02993) fragment: (2)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02993) fragment: wat (1)
opm.: vertaling informant: Dat is aain hoes, wat ik wel hemmen wol
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02993) fragment: die (1)
opm.: vertaling informant: Doar lopt de lerares dei hed doan hed.
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02993) fragment: wat (1)
opm.: vertaling informant: Dat is 't hoes dat/wat ik kocht heb. twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02993) fragment: Wie (1)
opm.: vertaling informant: Dei/Wel te loat komt mout op baank zitten
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02993) fragment: Die (1)
opm.: vertaling informant: Dei/Wel te loat komt mout op baank zitten
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02993) fragment: Die (1)
opm.: vertaling informant: Dei/Wel te loat komt mout op baank zitten
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02993) fragment: Wie (1)
opm.: vertaling informant: Dei/Wel te loat komt mout op baank zitten
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02993) fragment: wiens (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02993) vertaling: Piet denkt dan Jan en Marie op gaainaain kwoad bennen.
betekenis: negative concord
opm.: Opm. informant: Piet denkt dat Jan en Marie op elkenaain kwoad bennen.
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02993) vertaling: Piet denkt dan Jan en Marie op gaainaain kwoad bennen.
betekenis: negative concord
opm.: Opm. informant: Piet denkt dat Jan en Marie op elkenaain kwoad bennen.
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02993) vertaling: Wim denkt dat wie nooit gaainaain 'n pries geven
opm.: vertaling informant: Wim denkt dat wie altied aain 'n pries geven / Wim denkt dat wie gaainaain ooit 'n pries geben
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02993) vertaling: Het is woar, dat ze nait mit Marie proaten mogen
opm.: opm. informant: Het is woar, dat 't toustoan is om nait mit Marie te proaten
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02993) vertaling: Naargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02993) vertaling: Wait ik nait
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02993) vertaling: Nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02993) vertaling: Wait ik nait.
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02993) vertaling: Zol ik nait waiten
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02993) vertaling: Zeg nait tegen hom, dat ik noar boeten west ben!
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02993) vertaling: Nait vertellen dat doe 'n kado veur hom kocht hes, heur.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02993) vertaling: Wais doe nait, dat hai vallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02993) vertaling: Wendy pebaaierde om aain zeer te doun.
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02993) vertaling: 't Schient dat ze niks eten mag.
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02993) vertaling: Ze schient niks te mogen eten
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02993) vertaling: Ze pebaierden aal haile dag om kanner op te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02993) vertaling: Het belooft weer aain mooie dag te worren
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02993) vertaling: 't Is messchien beder om nog even te wachten.
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02993) vertaling: Wie haarren 't geluk om hom doadelk weer te vienden.
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02993) vertaling: As hounder 'n vaalk zain, bennen ze baang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02993) vertaling: As wie een abbels nait verkopen kennen zitten wie ien problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02993) vertaling: As ie hom nait mitnemen, wol ik kwoad.
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02993) vertaling: Hai wist 't.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02993) vertaling: Op dit feest wordt er veul daanst
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02993) vertaling: Nou wordt er allain nog moar brood verkocht ien dei winkel.
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02993) vertaling: As hai op fiets komt, zel hai wel loat wezen.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02993) vertaling: As doe tied hez, kom din aais 'n keer laangs.
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02993) vertaling: As ik riek ben, koop ik 'n dure auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02993) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02993) vertaling: Messchain krieg ik 't wel
komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02993) vertaling: Messchain krieg ik 't wel
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02993) vertaling: Duurfs doe er op drukken?
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02993) vertaling: Duurfs doe er op drukken?
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02993) vertaling: Duurfs doe hom te nuigen?
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02993) vertaling: Duurfs doe hom te nuigen?
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02993) vertaling: Duurfs doe ze nuigen?
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02993) vertaling: Duurfs doe ze nuigen?
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02993) vertaling: Is Pol hier west?
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02993) vertaling: Is Pol hier west?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02993) vertaling: Hou hed Pol dat oplöst?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02993) vertaling: Hou hed Pol dat oplöst?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02993) vertaling: Hes doe mie dei braaif stuurd?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02993) vertaling: Hes doe mie dei braaif stuurd?
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02993) vertaling: Ik heb hom 't geven
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02993) vertaling: Ik heb hom 't geven
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02993) vertaling: Zai leeft op woater en brood dizze week.
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02993) vertaling: Zai leeft op woater en brood dizze week.
komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe pebaierd hes om 'n laidje te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe perbaierd hes een laidje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe perbaierd hes een laidje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie zee, dat doe pebaierd hes om 'n laidje te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe pebaierd hes om 'n laidje te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe pebaierd hes om 'n laidje te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe perbaierd hes een laidje te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie zee, dat doe pebaierd hes om 'n laidje te zingen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02993) vertaling: Marie zee, dat doe pebaierd hes om 'n laidje te zingen.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02993) vertaling: Marie hed zegd dat doe pebaierd hes, aain bouk te geven.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02993) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02993) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02993) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02993) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02993) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02993) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 2
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 2
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02993) vertaling: Dei van stad, dei hemmen hier wel veul hoezen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02993) vertaling: Aan dei neie voart, doar zai je gaain mensk meer.
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02993) vertaling: Guster hed Jan hier west.
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02993) vertaling: De dag dat Jan belde, was ik nait thoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02993) vertaling: Jef, dei zol ik nooit nuigen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02993) vertaling: Marie, dei zol zukswat nooit doun.
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02993) vertaling: Bert, dei drinkt wel aais 'n glaas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02993) vertaling: Martha, dei zol ik wel aais bie mie thoes nuigen willen.
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02993) vertaling: Dat hoes, dat zol ik nooit kopen willen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02993) vertaling: Dat hoes, dat staait doar aal vieftig joar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 3
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02993) vertaling: Hed Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02993) vertaling: Pas op!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02993) vertaling: 't Was moar net goud genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02993) vertaling: Marjo hed mou meer kouen dan ze vrouger haar.
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02993) vertaling: As Susanne komen kend haar, den haar ze dat doan
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02993) vertaling: Zai is de beste dokter dei ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02993) vertaling: Veur doe wat weggooize, mos doe even bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02993) vertaling: Hier is alles wat ik kregen heb.
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02993) vertaling: Jan is te gierig om wat aan zien kiender te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02993) vertaling: As of doe wat van voetballen waize
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02993) vertaling: Leg dat bouk deel
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02993) vertaling: As doe echt nait wachten kens, kom din moar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat Jan dokter roupen kent haar
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02993) vertaling: Ik wait dat Jan dokter roupen kon
opm.: opm. informant: geen hebben
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02993) vertaling: Hai zee, dat ik dat doun mos
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02993) vertaling: Hai zee, dat ik dat doun mos
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02993) vertaling: Hai is verleden week deur dokter Mertens opereerd.
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02993) vertaling: Hai wordt mörgen deur dokter Mertens opereerd
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02993) vertaling: Ik denk dat doe veul zols weggooien mouten
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02993) vertaling: Ik denk dat doe veul zols weggooien mouten
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02993) vertaling: Het is dom om zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02993) vertaling: Het is dom om zukke dure dingen weg te gooien
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02993) vertaling: Hai is aalle kepotte spullen aan het weggooien.
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02993) vertaling: Hai is aalle kepotte spullen aan het weggooien.
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02993) vertaling: Ik vind dat doe voaker zols mouten kraant lezen.
positie: 3
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02993) vertaling: Ik vind dat doe voaker zols mouten kraant lezen.
positie: 3
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02993) vertaling: Het is dom om ien donker kraant te lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02993) vertaling: Het is dom om ien donker kraant te lezen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02993) vertaling: Hai is haile dag kraant aan 't lezen
positie: 1
opm.: Let op! Het Gronings heeft lidwoord-deletie. _kraant_ kan dus een volle NP zijn. HW
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02993) vertaling: Hai is haile dag kraant aan 't lezen
positie: 1
opm.: Let op! Het Gronings heeft lidwoord-deletie. _kraant_ kan dus een volle NP zijn. HW
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02993) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 02993) fragment: soms (1)
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 02993) fragment: toen (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 02993) fragment: ergens (1)
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 02993) fragment: hier (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02993) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02993) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02993) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02993) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02993) vertaling: Robert hed aain gruine abbel weggeven en nou hed hai nog twee rooien.
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02993) vertaling: Er wazzen veul menschen op 't feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02993) vertaling: Wazzen er veul menschen op 't feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02993) vertaling: Wat hes doe veur bouken kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02993) vertaling: Wat veur bouken hes doe kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02993) vertaling: Wat veur bouken hes doe kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02993) vertaling: Wat hes doe veur bouken kocht?
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02993) vertaling: Hai woont bie Marietje.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02993) vertaling: Hai woont bie Wim.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02993) vertaling: Loop even noar bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02993) vertaling: Wat hes doe zain?
opm.: wat = wat, wel = wie
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02993) vertaling: Wel hes doe zain?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02993) vertaling: Haar ik dat waiten, haar ik dat nait doan.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02993) vertaling: Zol 't beder wezen om nog even te wachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02993) vertaling: Gelukkig haar Jan dokter beld en dei was aal hail gauw.
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02993) vertaling: Loop nou toch deur, vervelende jonges!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 2
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02993) komt voor: j
gebr.: 2
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02993) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02993) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02993) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02993) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02993) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02993) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02993) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
commentaar[meta][k]C029p[/k][h]220[/h][i]221[/i][vw]MH[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=018] Vertaal. Ze weet niet dat Marie gisteren gestorven is. [/v] sound
informant [a] Ik denk dassij gisteren esturbn is. [/a]

da sij
tagging sound
informant [a] Ze wis niet dattie gisteren storbn was. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=025] Vertaal. Niemand heeft dat ooit gewild of gekund. [/v] sound
informant [a] Geeneen hettat wild of _ [/a]

het tat
sound
informant [a] Geeneen hedat wild hed of kendhe of kond. [/a]

he dat kend he
tagging sound
hulpinterviewer [v=026] Vertaal. Jan had het hele brood wel willen op eten. [/v] sound
informant [a] Jan had hele stoet wel op eetn wild. [/a]

ha d
had het tagging sound
hulpinterviewer [v=027] Vertaal. Vertel maar niet wie zij had kunnen roepe. [/v] sound
informant Vertel aan geeneen wel zij roepn wol. sound
informant Vertel maar neit wel zij roepn kond. sound
informant [a] Vertel maar neit wel zij roepn kend ha. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=035] Vertaal. Jan herinnert zich dat verhaal wel. [/v] sound
informant [a] Jan die ken dat verhaal nog wel onthoun. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Jan vergist zich wel eens. [/v] sound
informant [a] Jan die vergist em nog wel eens. [/a] tagging sound
informant [a] Vergist hom nog wel eens. [/a] sound
hulpinterviewer [v=038] Vertaal. De timmerman heeft geen spijkers bij zich. [/v] sound
informant [a] Timmerman het geen spijkers bie hom. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=040] Vertaal. Erik liet mij voor zich werken. [/v] sound
informant [a] Erik het goed bekeekn. Hij leit mie veurem werkn. [/a]

veur em
tagging sound
hulpinterviewer [v=041] Vertaal. Johanna liet zich mee drijven op de golven. [/v] sound
informant [a] Johanna die dreef op de golvn en die laat zich da mit driebn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=042] Vertaal. Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel. [/v] sound
informant [a] Toon bekeek homzulf eens goed in spiegel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=045] Vertaal. Eduard kent zichzelf goed. [/v] sound
informant [a] Eduard kent zichzulf wel goed. [/a] tagging sound
veldwerker Zichzelf wel? sound
informant [a] Eduard kent homzulf heel gaaf goed ja. [/a] tagging sound
informant Is misschien nog beter. sound
informant [a] Wie zoun zegn helle goed. [/a] sound
hulpinterviewer [v=046] Vertaal. Ward heeft gehoord dat er fotoos van zichzelf in de etalage staan. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Ward het heurd datter portretn van hom in etalage stoan. [/a]

dat er
tagging sound
hulpinterviewer [v=053] Vertaal. Als ik zuinig leef leef ik zoals mijn ouders willen. [/v] sound
informant [a] Assik zuinig leef dan levik zoa mien ouders gern wiln. [/a]

as ik lev ik zo a
tagging sound
hulpinterviewer [v=055] Vertaal. Als hij nog drie jaar leeft leeft hij langer dan zijn vader. [/v] sound
informant [a] As nog drie jaar leef dan leefde nog langer assie vader. [/a]

leef de as sie
tagging sound
hulpinterviewer [v=057] Vertaal. Als zij zo gevaarlijk leeft leeft ze niet lang meer. [/v] sound
informant [a] Asse leef zoassse nou leeft dan leefse neit lang meer. [/a]

as se zoas se leef se
tagging sound
hulpinterviewer [v=059] Vertaal. Als het nu nog leeft dan leeft het morgen ook nog. [/v] sound
informant [a] Ast nou nog in leebn is dan ist morgen ook nog in leebn. [/a]

as t is t
tagging sound
informant [a] Ast nou nog in leebn is dan leef morgen ook nog. [/a]

as t
tagging sound
informant Assik nou nog leef _ sound
hulpinterviewer [v=061] Vertaal. Als jullie zo losbandig leven dan leven jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Asje zo balsturig leebn dan _ [/a]

as je
tagging sound
informant [a] Asje zo balsturig leebn dan leevje nooit zo lang azik. [/a]

as je leev je az ik
tagging sound
hulpinterviewer Deur hebn ze mie een paar keer om beld. sound
hulpinterviewer [v=063] Als ze voor hun werk leven dan leven ze niet voor hun kinderen. [/v] sound
informant [a] Asse allein maar veur heur werk bezig benn den leebn ze neit meer veur heur kinder. [/a]

as se
sound
informant [a] Asse veur heur werk leebn _ [/a]

as se
tagging sound
hulpinterviewer [a] _ leebn ze neit veur der kinder. [/a] tagging sound
informant [a] Asse veur heur arbeid leebn dan leebn ze neit meer veur heur kinder. [/a]

as se
tagging sound
hulpinterviewer [v=067] Vertaal. Als Rudy nog leeft dan leeft Leo ook nog. [/v] sound
hulpinterviewer Oe motn om denkn daje zulfde woordn zegn. sound
informant [a] As Rudy nog leebn zol den leeft Leo ook nog. [/v] tagging sound
informant [a] As Rudy nog leef ja. [/a] tagging sound
informant [a] As Rudy nog leef ja dan zollik ook zegn as Rudy nog leeft den leef Leo ook nog. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=068] Als je gezond leeft dan leef je langer. [/a] sound
informant [a] Asje gezond leebn den leevie langer. [/a]

as je leev ie
tagging sound
hulpinterviewer [v=069] Vertaal. Als er zo weinig mensen van de landbouw leven dan leven der veel mensen van werk in de fabiek. [/v] sound
informant [a] Asser zoon beetje mensen van de boern leebn den leebnder veul mensen van werk in fabriek. [/a]

as er leebn der
tagging sound
hulpinterviewer [v=070] Als Pieter en Liesje in het paradijs leven dan leven Rosa en Frans in de hel. [/v] sound
informant [a] As Pieter en Liesje in paradijs leebn _ [/a] tagging sound
informant [a] _ den leebn Rosa en Frans in hel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=071] Vertaal. Als we somber leven leven we gelukkig. [/v] sound
informant [a] Aswie sober leebn den leebn wie gelukkig. [/a]

as wie
tagging sound
hulpinterviewer [v=072] Vertaal. Leef wat gezonder Jan. [/v] sound
informant [a] Leef een beetje gezonder Jan. [/a] f wordt v tagging sound
hulpinterviewer [v=073] Vertaal. Leef wat minder bekrompen kinderen. [/v] sound
informant [a] Leevwat minder bekrompn. [/a]

leev wat
tagging sound
hulpinterviewer [v=132] Vertaal. Ik denk dat Marie hem zal moeten roepen. [/v] sound
informant [a] Ik denk dad Marie hom roupn moet. [/a] als er al iets na da uitgesproken wordt is het in elk geval geen t maar een d sound
hulpinterviewer [v=188] Vertaal. Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Bender genoeg mensen om hooi vant land te hooln. [/a]

ben der van t
tagging sound
hulpinterviewer [v=189] Vertaal. Het was aardig van Jan om te komen werken. [/v] sound
informant [a] Twas wel heel aardig van Jan dadde kwam om te werkn. [/a]

t was dad de
tagging sound
hulpinterviewer [v=190] Deze ton is te zwaar om te dragen. [/v] sound
informant [a] Deze vat is wel een beetje zwoar om te droogn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=198] Vertaal. Hij kan staan zeuren. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde. Daarna wordt in het nagesprek ook vraag 199 gesteld.  sound
informant Hij ken soms haal vervelend ween hij zeurt allemaal deur. sound
informant [a] Hij staat maar een beetje te zeurn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=200] Vertaal. Toen we aan kwamen regende het. [/v] sound
informant [a] Towie an kwamn do reegnde het. [/a]

to wie
tagging sound
hulpinterviewer [v=215] Vertaal. Kgeloof dat ik groter ben als hij. [/v] sound
informant [a] Kgeloof da ik nog groter bin as hij. [/a]

k geloof
tagging sound
hulpinterviewer [v=216] Vertaal. Ze gelooft dat jij eerder thuis bent als ik. [/v] sound
informant [a] Zij looft wel dasse eerder thuis ben azikzulf. [/a]

das se az ikzulf
tagging sound
hulpinterviewer [v=217] Vertaal. Je gelooft zeker niet dat hij sterker is als jij. [/v] sound
informant [a] Du geloofs zeker neit dat hij sterker is azik. [/a]

az ik
geloofs en zeker worden aan elkaar uitgesproken. tagging sound
informant [a] Du geloofs zeker neit dad hij sterker is az du. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=218] Vertaal. Ze geloven dat wij rijker zijn als zij. [/v] sound
informant [a] Zij loobn dad wie rijker binn assij. [/a]

as sij
tagging sound
hulpinterviewer [v=219] Vertaal. We geloven dat jullie niet zo slim zijn als wij. [/v] sound
informant [a] Wie geloobn wel dad joe neit zo slim binn as wie. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=220] Vertaal. Jullie geloven jammer genoeg niet dat zij armer zijn als jullie. [/v] sound
informant [a] Joel loobn neit dad zij armer binn az joe. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Ie loobn schade genoeg neit dat hun armer binn as ie. [/v] sound
informant [a=n] Joe loobn schane genoeg neit dat zij armer binn as joe. [/a] tagging sound
informant Nee hun da kan niet. sound
hulpinterviewer [v=221] Vertaal. U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna. [/v] sound
informant [a] Wil u wel loobn dat Lisa net zo knap is as Anna. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=222] Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn als Geert en Peter. [/v] sound
informant [a] Hij wil wel loobn dat Louis en Jan sterker binn as Geert en Peter. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=249] De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is stond achter mij. [/v] sound
informant [a] Die vent wens moeke gister trouwdis weer trouwdis die ston achter mie. [/a]

trouwd is
tagging sound
hulpinterviewer [v] De jong dei zie moeke gister weer trouwdis stond achter mie. [/v]

trouwd is
tagging sound
informant [a=j] Ja dan kan ook. [/a] sound
hulpinterviewer [v=250] De bank waar ze op zaten was pas geverfd. [/v] sound
informant [a] De bank woarzop zatn die was net verfd. [/a]

woar z op
sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. De bank doarze op zatn was krek verfd. [/v] sound
informant [a=j] Da kan beide. De bank woarzop zatn en de bank doarzop zatn. [/a]

woar z op doar z op
tagging sound
hulpinterviewer [v=259] Vertaal. Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Wel een bul geld het die moe mie ook maar wat geebn. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=273] Vertaal. Marie trok de deken naar zich toe. [/v] sound
informant [a] Marie trok deken noar heur tou. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=339] Vertaal. Niemand mag het zien dus ik vind dat jij het ook niet mag zien. [/v] sound
informant [a] Geeneen mag zien dus ik vin dasdut ook nie zien magse. [/a]

das du t
tagging sound
hulpinterviewer [v] Komt de volgende zin voor in uw dialect. Geen mag zien dus ik vin dadut ook neit zien magse. [/v]

da du t
sound
informant [a=j] Ja die hadde we net ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=340] Vertaal. Het gebeurde toen je weg ging. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a] Toen die weg ging dou gebeurdet. [/a]

gebeurde t
tagging sound
hulpinterviewer [v=341] Vertaal. Ik weet waar je geboren bent. [/v] sound
informant [a] Ik weet woarsdu vandaan komse. [/a]

woars du
tagging sound
informant [a] Ik weet ook woarsdu geboren bisse. [/a]

woars du
tagging sound
hulpinterviewer [v=342] Vertaal. Nu je klaar bent mag je gaan. [/v] sound
informant [a] Nousdu klaar mee bis nou mags wel gaan. [/a]

nous du
tagging sound
hulpinterviewer [v=370] Vertaal. Dat is de man die ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Dadis de kerel deeze roupn hebn. [/a]

dad is dee ze
tagging sound
hulpinterviewer [v=371] Vertaal. Dat is de man die het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dadis de kerel dee dad verhaal verteld het. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [v=372] Vertaal. Dat is man die ik denk dat het verhaal heeft verteld. [/v] sound
informant [a] Dadis de kerel dat ik denk dee dad verhaal verteld het. [/a]

dad is
tagging sound
hulpinterviewer [v=373] Vertaal. Dit is de man die ik denk dat ze geroepen hebben. [/v] sound
informant [a] Ik denk dasse dizze kerel roupn hebn. [/a]

das se
tagging sound
hulpinterviewer [v=397] Vertaal. Tschijnt dat ze niets mag eten. [/v]

t schijnt
sound
informant [a] Tliekterop dasse niks eetn mag. [/a]

t liek ter op
tagging sound
hulpinterviewer [v=403] Vertaal. Tlijkt wel of er iemand in de tuin staat. [/v]

t lijkt
sound
informant [a] het liek net ofder een in tuin staat. [/a]

of der
tagging sound
hulpinterviewer [v=520] Vertaal. Wat voor boeken heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Welke boekn hes kocht. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=526] Vertaal. Wie heeft je op de kermis gezien. [/v] sound
informant [a] Wel het jaal op kermis zien. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=036] Plaatje. Marie en Piet wijzen naar _ [/v] sound
informant [a] Marie en Piet die wies noar mekoar. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=037] Plaatje. Toon wast _ [/v] sound
informant [a] Toon die wast em halal. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=039] Plaatje. Fons zag een slang naast _ [/v] sound
informant [a] Fons die zag een slang noastem op bank. [/a]

noast em
tagging sound
hulpinterviewer [v=006] Kom dizze zin veur in joen dialect. Gisteren wandeldiede door het park. [/v] sound
informant [a=n] Nee wandeldiede nog nooit van gehoord. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Gister kuierde zij deur park. [/a] tagging sound
commentaar[meta][k]C029p[/k][h]220[/h][i]221[/i][vw]MH[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=022] Kom dizze zin veur in oe dialect. Er wil niemand niet dansen. [/v] sound
informant [a=n] Is geeneen die danse wil. [/a] sound
informant [a=n] Nee die komp nie voor. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Is geeneen die met mie dansen wil. [/a] sound
hulpinterviewer [v=023] Komt dizze zin veur in uw dialect. Els wil niet dansen en ze wil niet zingen ook niet. [/v] sound
informant [a=n] Elze wil neiddansen en ze wil ook neit zingn. [/a]

neid dansen
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=087] Kom dizze zin veur in uw dialect. Eddy moet kunnen vroeg op staan. [/v] sound
veldwerker Maar op deze manier komt hij dus niet voor? sound
informant [a=n] Nee nee nee. [/a] sound
informant [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [a] Eddy mut morgen vroeg op staan kenn. [/a] sound
informant [a] Eddy mot morgen vroeg op staan kenn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=137] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hij wil geen soep niet meer eten niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee dat niet nee. [/a] sound
informant [a] Hij het genoeg soep had hij wil neit meer soep hebn. [/a] sound
hulpinterviewer Dehebn op xxx in boerderij woond. De waarn zeeuwn ja. sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=140] Kom dizze zin veur in joen dialect. Zitten hier nergens geen muizen. [/v] sound
informant [a=j] Binn hier nergens geen muizen. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=148] Kom dizze zin veur in joen dialect. Iedereen is geen vakman. [/v] sound
informant [a=j] Elkenein is geen vakman nee. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=149] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hij heeft overal geen vrienden. [/v] tagging sound
informant [a=j] Het zie vriendn neit overal. [/a]

he et
sound
hulpinterviewer [v=260] Kom dizze zin veur in joen dialect. Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb. [/v] sound
informant [a=j] Wat denkstoe wel ik in park zein heb. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=261] Kom dizze zin veur in joen dialect. Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a=n] Wa denk joe hoe zullen zet op lost hemn. [/a]

ze t
tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=262] Kom dizze veur in joen dialect. Wie denk je wie ik in de stad onmoet heb. [/v] sound
informant [a=n] Wel denksdu de ik in park zein heb. [/a]

denks du
sound
hulpinterviewer [a=n] Wel denkdu dadik in park zein heb. [/a]

denks du dad ik
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=265] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost. [/v] sound
informant [a=n] Hoe denk je dasset oplost hemn. [/a]

da se t
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=309] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik heb geen zin en voeren de koeien. [/v] sound
informant [a=n] Kepter geen zin in um koeiern te voern. [/a]

k ep ter
sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=317] Kom dizze zin veur in joen dialect. Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming. [/v] sound
informant [a=n] Al heur koein die bin verdronkn bie overstroming. [/a] sound
informant [a] Alle koein van Marie bint verdronkn bie overstroming. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=329] Kom deze zin veur in joen dialect. Ik zei nog tegen haar. Ik geloof deze jongen vinden ze allemaal wel aardig. [/v] sound
informant [a=n] Ik zee nog teegn heur. Ik loof dasse dizze vent allemaal aardig vindn. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=331] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik heb heel wat lopen gedaan. [/v] sound
informant [a=n] Ik heb heel wat loopn. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=353] Kom dizze zin veur in joen dialect. Persoon A vraagt wil je nog koffie Jan. Jan antwoordt jaak. [/v] sound
informant [a=n] Persoon a die vraagt wilte nog koffie Jan. Jan die antwoordt ja. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=355] Kom dizze zin veur in joen dialect. Persoon a vraagt hebben ze gegeten. Persoon b antwoordt jaanze. [/v] sound
informant [a=n] Hemn zal eetn. En persoon b die zegt ja. [/a]

z al
tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=365] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hem is dood. [/v] sound
informant [a=n] Nee hij is dood. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=501] Kom dizze zin veur in joen dialect. Marie zit te stoofperen schillen. [/v] sound
informant [a=n] Marie schilt stoofpeern. [/a] Zometeen herziet de informant deze mening. sound
veldwerker Maar kan het ook zo? Uit de aantekeningen op de vragenlijst blijkt dat de hulpinterviewer deze zin wel goed vond. sound
informant [a=j] Ja die zul ook nog zegn. Vrouw zit te stoofpeern schiln. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v] _ zit te stoofpeer schiln. [/v] sound
informant [a=n] Nee da ken neit. [/a] sound
hulpinterviewer Die zit neit te boom struukn maar te bonen _ sound
hulpinterviewer [v=502] Kom deze zin veur in joen dialect. Marie zit te stoofperen en schillen. [/v] sound
informant [a=n] Nee die kom neit veur in dialect he. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
informant [a] Marie schilt stoofpeern. [/a] sound
hulpinterviewer [v=028] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. Vertel mij eens wie dat zij had kunnen roepen. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant Vertel mie eens wel ze roepn wol. [ sound
hulpinterviewer [a=n] Vertel mie eens wel ze roepn kend ha. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=029] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hoe bruikelijk is dizze zin in joen dialect. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
hulpinterviewer [v] Vertel mij eens wie of zij had kunnen roepen. [/v] sound
informant [a] Vertel mie eens wel ze roepn kend ha. [/a] tagging sound
informant [a=j] Wel of zij roepn kend ha. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=030] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. Vertel mij eens wie dat zij had kunnen roepen. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
hulpinterviewer [a=j] _ wel of dat zij roepn kend ha. [/a] tagging sound
informant [a=j] Ja da zou ook nog kunn. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=296] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
hulpinterviewer [v] Zou hij dat gedaan hebben gekund. [/v] sound
informant [a=n] Rare zin. [/a] sound
informant [a=j] Zol hij dat doan hem kend. [/a] tagging sound
informant [a] _ doan kend hem. [/a] vrouw van de hulpinterviewer tagging sound
informant Da ken beide. sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=297] Kom dizze zin veur in joen dialect. Hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. Zou hij dat gedaan gekund hebben. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Zol hij dat doan hem kend. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=305] Komt deze zin voor in uw dialect. Hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. Zou hij dat doen gekund hebben. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Nee da woord doen da hoort er niet tusn.[/a] sound
hulpinterviewer [v] Vertaal. [/v] sound
hulpinterviewer [v=347] Kom dizze zin veur in joen dialect. En hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik weidad hij is gaan zwemm. [/v]

weid dad
sound
informant [a=n] Ik weidadhij zwemm gaan is. [/a]

weid dad hij
sound
hulpinterviewer [v=350] Kom dizze zin veur in joen dialect. En hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik weit dadhij gaan zwemn is. [/v]

dad hij
sound
informant [a=n] Nee da zouk nie zegn. Kweidadhij aan zwemm gaan is. [/a]

k weid dad hij
sound
hulpinterviewer [v=352] Kom dizze zin veur in joen dialect. En hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik weidadhij zwemm gaan is. [/v] tagging sound
informant [a=j] Ja ik weidadhij zwemm gaan is. [/a] sound
hulpinterviewer [v=495] Kom dizze zin veur in joen dialect. En hoe gebruikelijk is dizze zin in joen dialect. [/v] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dajje veul weg zul moetn gooin. [/v]

da je
tagging sound
hulpinterviewer [a=n] Ja kom nauwelijks voor. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dajje veul zul weg moetn gooin. [/v]

da je
sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Ik denk dajje veul zul moetn weg gooin. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
informant Ik denk dajje veul weg gooin zoln. sound
hulpinterviewer [a] _ veul weg gooin moetn. [/a] sound
hulpinterviewer Ik denk. Ie zoln veul weg gooin moetn. sound
hulpinterviewer [v=075] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik vindat iedereen moet kunn zwemn. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
commentaarUit het antwoord bij vraag 075 blijkt dat deze zin wel kan.   sound
informant Elkenein moet zwemm kenn. sound
hulpinterviewer [v=075] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik vindat iedereen moet zwemm kenn. [/v]

vin dat
sound
informant [a=n] Ik denk dad elkeneen moet kenn zwemm. [/a] tagging sound
informant [a=j] _ moet zwemm kenn. [/a] tagging sound
informant [a=j] Ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=080] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik vindat iedereen kenn zwemm moet. [/v]

vin dat
sound
informant [a=n] Nee das nei goed. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v=082] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik vindat iedereen zwemm kunn moet. [/v] sound
informant [a=n] Nee nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=084] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik vind dat elkeneen zwemm moet kunn. [/v] sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=086] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik weet dat Eddy morgen wil brood eetn. [/v] eerste deel van vraag staat een klein stukje terug maar staat niet binnen deze interval omdat de 10 secondengrens overschreden zou worden. sound
informant [a=n] Ik weidat Eddy morgen brood hemm wil. [/a]

weid dat
sound
hulpinterviewer [v=154] Kom dizze zin veur in joen dialect. Boekn het Jan drie. [/v] sound
informant [a=n] Jan het drie boekn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=156] Kom dizze zin veur in joen dialect. Jan weidadde veur drie uur de wagen moet hemm makt. [/v]

weid dad de
tagging sound
informant [a=j] Ja kan in Gronings ook ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=157] Kom dizze zin veur in joen dialect. Jan weit dat hij veur drie uur de wagen moet gemakt hemm. [/v] sound
veldwerker Dus hier in de buurt zou het niet kunnen deze zin? sound
hulpinterviewer [a=n] Nee nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=160] Kom dizze zin veur in joen dialect. Jan weid dat hij veur drie uur de wagen gemakt moet hemm. [/v] tagging sound
informant [a=n] Ja. Jan weidadde veur drie uur de wagen makt hemm moet. [/v] sound
hulpinterviewer [v=161] Kom dizze zin veur in joen dialect. Jan weid dat hij veur drie uur de wagen gemakt hemm moet. [/v] sound
informant [a=j] Ja. Jan weidadde veur drie uur wagen makt hemm moet. [/a]

weid dad de
tagging sound
informant [a=n] Persoon a vraag slapt hij. Persoon b zegt ja hij slaapt. [/a] sound
hulpinterviewer [v=227] Kom dizze zin veur in joen dialect. Persoon a vraag hij slapt. Persoon b antwoordt hij doet. [/v] sound
informant [a=n] Persoon a vraag slept hij. Persoon b zegt ja hij slept. [/a] sound
hulpinterviewer [v=228] Kom dizze zin veur in joen dialect. Persoon a vrag hij slep. En persoon b antwoordt tdoet. [/v] sound
informant [a=n] Persoon antwoordt hij slept of ja. [/a] sound
hulpinterviewer [v=243] Kom dizze zin veur in joen dialect. Persoon a vraagt slept hij. Persoon antwoordt ij doet. [/v] sound
informant [a=n] Nee nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=245] Kom dizze zin veur in joen dialect. De lamp doet neit meer brandn. [/v] sound
informant [a=n] Nee die lamp wil nei meer brandn. [/a] sound
hulpinterviewer [v] De kindern doen hier neit voetbaln. [/v] sound
informant [a=n] De kindern voetbaln hier neit. [/a] sound
hulpinterviewer [v] Brandn doet lamp neit meer. [/v] tagging sound
informant [a=j] Dadis goed. [/a]

dad is
sound
hulpinterviewer [v=246] Kom dizze zin veur in joen dialect. Doet Marie elke avond dansn. [/v] sound
informant [a=n] Gaat Marie elke avond dansn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=247] Kom dizze zin veur in joen dialect. Doe het brood even snien. [/v] sound
informant [a=n] Nee is nie goed. [/a] sound
hulpinterviewer [v=248] Kom dizze zin veur in joen dialect. Ik doe wel even de kopjes af wasn. [/v] sound
informant [a=n] Didis nie goed. [/a]

did is
sound
hulpinterviewer [v=319] Kom dizze zin veur in joen dialect. Dit denk ik neit aan. [/v] sound
informant [a=n] Nee. Hier denk ik neit aan. [/a] sound
hulpinterviewer [v=321] Kom dizze zin veur in joen dialect. Die rare jongen bin ik mit noar markt west. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
hulpinterviewer [v=328] Kom dizze zin veur in joen dialect. Jan vind dat je moet zulke dingn niet loobn. [/v] sound
commentaarDeze vraag komt in het nagesprek nogmaals aan de orde.   sound
informant [a=n] Ik zal em bij nee gooin. [/a] sound
hulpinterviewer [v=387] Kom dizze zin veur in joen dialect. Persoon a vraagt wanneer zal de wereldvrede koomn. Persoon b antwoordt nooit neit. sound
informant [a=j] Ja da zal kunn. Nooit neit. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=459] Kom dizze zin veur in uw dialect. Hij het de bal gooid in de mand. [/v] sound
informant [a=j] Hij het bal gooid in mand. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [v=474] Kom deze zin veur in uw dialect. Ten was maar net goed genoeg. [/v] sound
informant [a=n] En twa maar net goed genoeg. [/a]

t wa
sound
hulpinterviewer [v=485] Kom deze zin veur in uw dialect. Persoon a vraagt zal ik koken. Persoon b antwoordt dadoe maar. [/v]

da doe
sound
informant [a=n] Da doe maar is nie goed. Doe dat maar. [/a] sound
hulpinterviewer [v=486] Kom dizze zin veur in joen dialect. Dat boek beloof mie dajje nooit meer zult verstopn. [/v] sound
informant [a=n] Du beloofs mie dasdu dat boek nooit weer bezitsapn zulse. [/a]

das du
sound
hulpinterviewer [v=487] Komt deze zin voor in uw dialect. Wat zeg mie dajje kocht hebt. [/v]

da je
sound
informant [a=n] Das ook geen zin. [/a]

da s
sound
hulpinterviewer [v=513] Kom dizze zin veur in joen dialect. Zo een vrouw eine ken je maar beter nei teegn spreekn. [/v] sound
informant [a=n] Zoon vrouw kenje maar beter neiteegn spreekn. [/a]

zo n ken je
sound
commentaar[meta][k]C029p[/k][h]220[/h][i]221[/i][vw]MH[/vw][/meta]  sound
hulpinterviewer [v=515] Kom deze zin voor in uw dialect. Du bis ook een rare ene. [/v] sound
informant [a=n] Du bis een rare. [/a] of bisd sound
hulpinterviewer [v=530] Komt deze zin voor in uw dialect. Marie zee datoe Piet een boek heb probeerd te verkoopn. [/v]

dat oe
sound
hulpinterviewer [a=n] Dit ken neit. [/a] sound
hulpinterviewer Marie zee du hest probeerd um Piet een boek te verkoopn. sound
hulpinterviewer [v=531] Kom dizze zin veur in joen dialect. Wim docht dadik Els had probeerd een cadeau te geebn. [/v]

dad ik
sound
informant [a=n] _ dadik probeerd had Els een cadeau te geebn. [/a] sound
hulpinterviewer [v=532] Kom dizze zin veur in joen dialect. Karel weit dat du hest probeerd Marie een boek te verkoopn. [/v] sound
informant [a=j] Karel weit dasdu probeerd hessum Marie een boek te verkoopn. [/a]

das du hes um
tagging sound
veldwerker [n] [v=531] U zei dat het wel zou kunnen. Wim dacht dat ik Els had geprobeerd een cadeau te geven. Maar hij kan volgens u niet? [/v] sound
informant Wim docht dadik probeerd had om Els een boek te verkoopn. sound
informant [a=n] Nee. [/a] sound
veldwerker [v=046] Ward heeft gehoord dat er fotoos van zichzelf in de etalage staan. [/v] sound
informant [a] Ward het heurd datern foto van homzulf in etalage staat. [/a]

dat er n
tagging sound
informant [a] Ward het heurd datter fotoos van hom in etalage staan. [/a]

dat er
sound
veldwerker [v=061] Als jullie zo losbandig leven dan leven jullie nooit zo lang als ik. [/v] sound
veldwerker [v] Zei u vanochtend den leebn ie nooit zo lang als ik. En u zei leevie. [/v] sound
informant [a] Azje zo balsturig leebn den leebn joe neit zo lang azik. [/a]

az je az ik
tagging sound
veldwerker [v=188] Heb je genoeg mensen. Hoe zou u dat zo letterlijk mogelijk vertalen? [/v] sound
informant [a] Hej genoeg mensen. [/a]

he j
sound
veldwerker [v] Want u zei vanochtend hebbie genoeg mensen. [/v sound
informant [a] Hebbie genoeg ja zol ook kenn. [/a]

heb ie
sound
hulpinterviewer Hejje dat is beter.

he je
sound
veldwerker [v=198] Hij kan staan zeuren. Hoe zou u die vertalen. [/v] sound
informant [a] Hij ken zeurn. [/a] sound
informant [a] Nee staan zeurn da zeggie neit. [/a] sound
veldwerker [v=199] Hij staat te zeuren. [/v] tagging sound
informant [a] _ in hoek staat te zeurn. [/a] sound
veldwerker [v=259] Wie geld heeft moet mij maar wat geven. [/v] sound
informant [a] Dei geld hed die moet mie ook wa geebn. [/a] tagging sound
informant Kan ook ja. sound
veldwerker [v=340] Het gebeurde toen je weg ging. [/v] sound
informant [a] Het gebeurde dousdu weg gings. [/a]

dous du
tagging sound
veldwerker [v=520] Wat voor boeken heb je gekocht. [/v] sound
informant [a] Wat veur boekn hesdu kocht. [/a]

hes du
tagging sound
veldwerker [v=028] Vertel mij eens wie dat zij had kunnen roepen of wie of ze had kunnen roepen of wie of dat ze had kunnen roepen. Welke is daarvan het beste. [/v] sound
informant [a] Vertel mij eens wel ha zij roepn kend. [/a] tagging sound
veldwerker [v=296] Zou hij dat gedaan hebben gekund. Zou hij dat gedaan gekund hebben. En zou hij dat doen gekund hebben. Die kunnen ook niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee nee. [/a] sound
veldwerker [v=321] Die rare jongen ben ik mee naar markt geweest. Kan die wel of kan die niet. [/v] sound
informant [a=n] Nee die kan niet. Met dei rare vent bennik naar markt weest. [/a]

ben ik
sound
veldwerker [v=328] Jan vindt dat je moet zulke dingen niet geloven. Kan die? [/v] sound
informant [a=n] Jan vindt zulke dingn mojje neit loobn. [/a]

mo je
sound
veldwerker [v] Kan dan beter Jan vindt dat je moet zulke dingen niet geloven of Jan vindt dat je zulke dingen niet moet geloven. [/v] sound
informant [a=n] Tlaatste is beter. Dad eerste niet nee. [/a]

t laatste
sound
veldwerker [v=885] Hoe het werkwoord gaan wordt vervoegd. [/v] sound
informant [a] Ik goa noar winkel. [/a] tagging sound
informant [a] Du goas noa winkel. [/a] tagging sound
informant [a] Zij gait. [/a] tagging sound
informant [a] Wie goan. [/a] tagging sound
veldwerker Jullie _ sound
hulpinterviewer [a] _ goan. [/a] sound
informant [a] Ie goan. [/a] tagging sound
informant [a] Zij gann. [/a] tagging sound
informant [a] Goa ik. [/a] tagging sound
informant [a] Gaaistu noa winkel. [/a]

gaais tu
tagging sound
hulpinterviewer [a] Gaait zij. [/a] tagging sound
informant [a] Gonn wie noa winkel. [/a] tagging sound
informant [a] Joe gonn. [/a] sound
informant [a] Gonn joe noa winkel. [/a] tagging sound
informant [a] Gonn zij noa winkel. [/a] tagging sound
hulpinterviewer [a] Ik ben noa winkel goan. [/a] sound
veldwerker Nou dat was hem. [/n] sound

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
059 Als het nu nog leeft, dan leeft het morgen ook nog Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. Vraag dan ook een zin zonder voegwoordverv. af zonder pronomen. vorm: Ast nou nog leeft den leeft morgen ook nog.
132 Ik denk dat Marie hem zal moeten roepen In doorbrekingsdialecten: doorbreking door pronomen testen:; Opnemen als 'komt voor'-vraag in de volgorde: 'zal moeten hem roepen'. opmerking: Zullen moet weggelaten worden...
193 Dat is zo zeker als één en één twee is. Nederland vorm: Dadis zo zeker as eejn en eejn twee is.
216 Ze gelooft dat jij eerder thuis bent als ik vorm: Ze looft dastoe eerder thuis biste azik.
221 U gelooft dat Lisa even mooi is als Anna Subject hoofdzin: zwak pronomen eliciteren.; In H, I, N, O, P: nagaan of dubbeling kan voorkomen na het voegwoord van vergelijking (ovvekik, ofmewij, ...); Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. vorm: U loobn dat Lisa net zo mooi is azAnna.
222 Hij gelooft dat Louis en Jan sterker zijn als Geert en Peter subject hoofdzin: zwak pronomen eliciteren;; Als voegwoordvervoeging voorkomt, ook afvragen zonder pronomen. vorm: Hij looft dat L en J sterker binn as G en P
245 De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen 1 invullen bij ANTWOORD 1; 2 invullen bij ANTWOORD 2 komt voor (1) : n
komt voor (2): n
249 De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'wie (dat) zijn moeder', 'die (dat) zijn ...', 'diens (dat) ...', 'waarvan (dat)'. Als slechts een variant aan de orde is gekomen tijdens interview, moet deze vraag nogmaals gesteld worden. vorm: Dee jong dei zie moeke gisteren
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: De bank woarzop zatn was pas verfd.
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: woarop ze zatn
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: doarzop zatn
250 De bank waar ze op zaten was pas geverfd. Bij hulpinterviewer nagaan of er nog meer mogelijkheden zijn: 'waar dat ze op', 'waarop dat ze', 'daar (dat) ze op', 'daarop (dat)', 'dat ze op'. Mogelijke varianten vertaald laten inspreken als 'komt voor'-vraag. vorm: doarop ze zatn.
261 Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? komt voor : j
vorm: Wa denkje hoezet op lost hebn.
373 Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben komt voor : j
vorm: Das de man deek denk datse roupn hebn.
388 Wie heeft de auto meegenomen? ; - Niemand niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
opmerking: neimand neit -is niet meer zo heel erg gebruikelijk, dan toen meneer nog jong was.
389 Waar groeit het geld aan de bomen? ; - Nergens niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
390 Wat is rond en vierkant tegelijk? ; - Niets niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
391 Welke koeien heeft hij gemolken?; - Geen enkele niet. Overal waar vraag tijdens interview niet is gesteld. (Nederland en aantal meetpunten Vlaanderen) komt voor : n
395 Geloof je niet dat hij gevallen heeft? Opvragen waar de vraag tijdens veldwerk niet is gesteld. komt voor : n
601 Maar en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen). komt voor : n
602 Waarom en kom je niet? In het gebied waar 'en' minstens een keer is gevonden (600 eerst testen).
605 Voor je iets weg en gooit, moet je me even bellen. In alle plaatsen waar negatiepartikel minstens een keer voorkomt.
610 We konden nergens niet zitten in die volle zaal Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
611 We zullen nooit niet winnen van de sterkste man. Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
612 Ik heb niks niet gezien want ik sliep Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
613 Ik heb geen enkel boek niet gekocht want m'n geld was op Als voorkomt, vragen of 'en' (negatiepartikel) in deze constructie kan voorkomen. komt voor : n
614 Jan rookt niet meer (VERTAAL) Vertaling bij VORM vorm: Jan rookt neit meer.
729 Zelfs hij kan dat niet oplossen. (VERTAAL) Vorm pronomen invullen bij VORM.; Extra in Oost- en West-Vlaanderen: kunnen ook dubbelvormen als 'jij', 'jem', 'nem? Indien ja: vorm invullen bij ANTWOORD 2. vorm: hij kent neit op losn.
730 Hoe laat is dat eigenlijk? komt voor : n
vorm: Hou laat ist eigenlieks.
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wie
zin: da wie ook vroagd binn.
731 Mogen we (dof) wel weten dat wij (vol) ook gevraagd zijn? (VERTAAL) Vorm dof pronomen invullen bij VORM; Vorm vol pronomen invullen bij ANTWOORD 2. (kan een 'lieden'-compositum, zoals 'wullie'...?) vorm: wie
zin: da wie ook vroagd binn.
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : j
vorm: Weistu ook wat van t weer mogen.
732 Weet je iets over het weer morgen? (VERTAAL) Flectie of -s(t)(e) mogelijk? Invullen JA/ NEE (zo nee naar vraag xxx); Indien ja: welke vormen: weets, weetst, weetste, weetstu, andere (invullen bij ANTWOORD 2). komt voor : j
vorm: Weist ook wat over t weer morgen.
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : j
vorm: dastu
zin: Du weist wel dast slim genoeg bisse.
733 Je weet wel dat je slim genoeg bent. (VERTAAL) Indien ja: kan i.p.v. 'bent': bist, biste, andere (invullen bij ANTWOORD 2) ; kan i.p.v. 'dat je': das, dast, daste, dastu, andere (invullen bij ANTWOORD 2); kan i.p.v. 'je weet' (rechte volg): weets (PRO-drop), weetst (PRO-drop), weetste (PRO-drop), de weetst(e) (met dof pronomen), andere (invullen bij OPMERKINGEN). komt voor : j
vorm: dastu
zin: weist wel dastu slim genoeg bisse.
734 Hun/ Hullie hebben daar niks mee te maken. komt voor : n
vorm: Ie hebn der niks mee te moakn.
737 Marie en Piet kussen elkaar. vorm elkaar invullen bij VORM. ; In Vlaams Brabant, Oost-Vlaanderen en vak Q: als geen 'één' in antwoord, vragen of 'één' ook mogelijk is. vorm: enkander
zin: gibn kande een doetje/ een kuske.
738 Hij riep alle familieleden bij zich. Vorm zich invullen bij VORM. ; In pronomenloze gebied vragen of 'zich' ook weggelaten kan worden (D003p, I118p, I142p, I148p, I158p, I175p, I178p, I257p, I260p, I264p, K189b, K190p, K192p, K209p, K211, K221p,K229p, K258p, K274a, K276p, K291p, K309, K320p, K330, K339p, K353, L199p, L255p, L414, L416, O152p, O177, O228p, P018, P033, P102, P133, P145, P176) vorm: bie hom
739 Er zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
740 Het zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
741 Daar zat een inbreker in deze kast. komt voor : j
vorm: doar zat een moes in disse kast.
742 Gisteren zat een inbreker in deze kast. komt voor : n
vorm: zatter
743 Gisteren zat er een inbreker in deze kast. komt voor : j
744 Gisteren zat het een inbreker in deze kast. komt voor : n
745 Gisteren zat daar een inbreker in deze kast. komt voor : j
746 't Is net of een hond in deze kast zit. komt voor : n
747 't Is net of er een hond in deze kast zit. komt voor : j
748 't Is net of het een hond in deze kast zit. komt voor : n
749 't Is net of daar een hond in deze kast zit. komt voor : n
750 Als u vindt dat u gezond leeft, leeft u dan vooral zo verder (VERTAAL) Alleen in dialecten die U of een andere beleefdheidsvorm hebben (dus in elk geval overal in Nederland). ; Noteer vormen 'als', 'dat', 'leeft 2x' in VORM vorm: assie meinn dat ie gezond leebn leef dan vooral zo verder.
753 Als iedere dag de dokter voor mij moet worden gebeld, kan ik beter in het ziekenhuis blijven. (VERTAAL) In gebied waar 'attie' voorkomt. Noteer vertaling van 'als iedere' (invullen bij VORM) vorm: As iedere dag dokter...
754 Als 'n enkele keer de dokter gebeld moet worden is dat niet zo erg. (VERTAAL) In gebied waarin 3 subject ev 'en' is. Noteer vertaling 'als een' (invullen bij VORM) vorm: Assen enkele keer een dokter...
758 Jullie geloven datst jullie eerder this zijn dan ik. Indien ja: kan ook i.p.v. datst: das, dats of dase? ; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : n
vorm: dadie eerder thuis binn
759 Jullie geloven datst eerder thuis zijn dan ik Indien ja: kan ook i.p.v. datst: das, dats of dase? ; (invullen bij ANTWOORD 2) komt voor : n
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goa
762 Als ik ga, ga ik (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: den goa ik
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gaaist
763 Als je gaat, ga je. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan gaaise
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: ie goan
764 Als u gaat, gaat u. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Alleen opvragen in dialecten die u of een andere beleefdheidsvorm hebben. vorm: den goanie
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gaait
765 Als hij gaat, gaat hij (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan gaaide
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gaait
766 Als ze gaat, gaat ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan gaaitse
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gaait
zin: Gaait weer een beetje?
767 Als het gaat, gaat het. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: dan gaait
zin: Gaait weer een beetje?
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan
768 Als we gaan, gaan we. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan wie
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan
769 Als jullie gaan, gaan jullie (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: den goan ie
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: goan
770 Als ze gaan, gaan ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: den gaonze
771 Ga onmiddellijk weg! (VERTAAL) Vorm van gaan invullen bij VORM vorm: Goa dadelijk vort.
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: Dou ik ging
772 Toen ik ging, ging jij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginstoe
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingse
773 Toen jij ging, ging ik niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging ik
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingn
774 Toen u ging, ging hij ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging hij
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
775 Toen hij ging, ging u ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingn ie
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
776 Toen zij ging, ging het niet (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingt
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ging
777 Toen het ging, ging ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingze
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: wie vort gingn
778 Toen wij gingen, gingen jullie ook. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM; Kan er na 'toen' een voegwoord verschijnen - dat, a, toen-t, als, of?; (invullen bij ANTWOORD 2) vorm: gingn ie
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: vort gingn
779 Toen jullie gingen, gingen wij niet. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: gingn wie neit
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
780 Toen ze gingen, gingen ze. (VERTAAL) Vormen van gaan invullen bij VORM vorm: ginge
781 Vertel mij eens wie er aan de deur was? Doel vraag: a=j betekent hier dat de zin zonder voegwoord voorkomt. komt voor : j
vorm: Zeg mie eens wel er aan de deure was.
782 Dat is de man wie ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: deize
783 Dat is de man dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
784 Dat is de man die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
785 Dat is de man wie het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
vorm: dei
786 Dat is de man dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
787 Dat is de man die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
788 Dat is de man die ik denk dat het verhaal verteld heeft. komt voor : j
vorm: Dadis de man dei ik denk dat tverhaal verteld he
789 Dat is de man die ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
790 Dat is de man dat ik denk dat het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
791 Dat is de man dat ik denk die het verhaal verteld heeft. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
792 Dat is de man die ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : j
vorm: Dadis de man dei ik denk dei ze roupn hebn.
793 Dat is de man dat ik denk dat ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
794 Dat is de man dat ik denk die ze geroepen hebben. In gebied met verplichte voegwoorden de zinnen aanbieden met voegwoorden. komt voor : n
798 Iedere vader hoopt z'n kinderen zijn eerlijk. komt voor : n
vorm: Elke pa hoopt dat kinder eerlijk binn
799 Iedere moeder meent haar kinderen moet ze beschermen. komt voor : n
vorm: Elke moeke meint datse heur kinder beschermen mout.
804 Ik vind dat iedereen de foto zien moet kunnen. komt voor : n
805 Hij is alle kapotte spullen weg aan het smijten. komt voor : n
vorm: aan t weg gooin/ smietn.
806 Hij zou het gedaan gekund gewild hebben. komt voor : n
807 Marie zit te stoofpeer schillen. komt voor : n
808 Marie zit te stoofperen schillen. komt voor : j
809 Marie zit te piano spelen. komt voor : j
810 Hij zit weer te voorzeggen. komt voor : j
812 Hoe haal je het in je hoofd en gooi met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : j
vorm: en smitst met eetn.
813 Hoe haal je het in je hoofd en gooien met eten? In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
814 Hij heeft geen zin en voeren die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
815 Hij heeft geen zin en voer die koeien weg. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
816 Hij heeft geen zin en wegvoeren die koeien. In Friesland een ww nemen dat niet tot de -je klasse behoort. komt voor : n
817 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten te werken. komt voor : n
818 Jan vindt het prettig om de hele dag zitten te werken. komt voor : j
819 Jan vindt het prettig om de hele dag te zitten werken. komt voor : j
820 Hij zal wel weer staan te zeuren. komt voor : j
821 Hij zal wel weer staan zeuren. komt voor : n
822 Ik heb vandaag nog niet gerookt gehad. komt voor : n
vorm: nog neit rookt
823 Ben je met die fiets gevallen geweest? komt voor : n
824 Het huis is verkocht geworden. komt voor : n
825 Het huis is verkocht geweest. komt voor : n
826 Ik heb hem gisteren tegengekomen. komt voor : n
vorm: ben em...
827 Jan liet zich meedrijven op de golven Vorm zich invullen bij VORM vorm: hom
828 Toon bekeek zich eens goed in de spiegel Vorm zich invullen bij VORM vorm: hom
opmerking: Lidwoorden vallen vaak weg.
829 Eduard kent zich goed Vorm zich invullen bij VORM vorm: kend hom goed
831 Jan trok de deken naar zich toe Ook andere mogelijkheden dan 'zich'?; Vorm zich invullen bij VORM vorm: hom