SAND-data Oostermeer / Eastermar (B065p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 01532) vertaling: Jan herinnert zu'k t verhaol wel
opm.: reflexief: zich
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 01532) vertaling: Marie en Piet zeeit 'n kander veur de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 01532) vertaling: Toon is zuk an 't wassen
opm.: reflexief: zich
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 01532) vertaling: De Timmerman hef gien spiekers bij zuk.
opm.: reflexief: zich
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 01532) vertaling: Fons zaag een slang naest zuk.
opm.: reflexief: zich
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 01532) vertaling: Erik leut mij veur zuk warken
opm.: reflexief: zich
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 01532) vertaling: Johanna leut zuk metdrieven op de golven
opm.: reflexief: zich
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 01532) vertaling: Toon bekeek zukzelf is good in de spegel
opm.: reflexief: zichzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 01532) vertaling: Jan hef in twee minuten een glas bier opdrunken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 01532) vertaling: Dizze schoenen lopt makkelt
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 01532) vertaling: Eduard kent zukzölf
opm.: reflexief: zichzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 01532) vertaling: Ward heurde dat er foto's van humzölf in d'etelazie staat
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 01532) vertaling: Die eerpels schellen is niet makkelt
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 01532) vertaling: Dit glas brek as 't op de grond vaalt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 01532) vertaling: Dokter, leef ik wel gezond?
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 01532) vertaling: Al jaoren leefde van 'n arfenis van zien volk
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 01532) vertaling: Dizze week leeft ze van waoter en brood
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 01532) vertaling: Leefde nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 01532) vertaling: Hoe lang leef je noa al van d'aarfenis?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 01532) vertaling: In Bretagne leeft ze 't meest van de visserij
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 01532) vertaling: Nao 't eten gao 'k er even bij liggen.
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 01532) vertaling: Kuj dat wel maoken?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 01532) vertaling: Zuj dat wel doon?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 01532) vertaling: Zuj dat wel doon?
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 01532) vertaling: Kuj dat wel maoken?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 01532) vertaling: Hie leuit 't hoes ofbreken
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01532) vertaling: Ik weet, Jan mot haard kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: twijfel, want dit is een hoofdzin en geen bijzin.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01532) vertaling: Ik weet, Jan mot haard kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: twijfel, want dit is een hoofdzin en geen bijzin.
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 01532) vertaling: Ik weet, Jan mot haard kunnen warken
komt voor: j
gebr.: 5
opm.: twijfel, want dit is een hoofdzin en geen bijzin.
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 01532) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 01532) gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 01532) gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 01532) gebr.: 4
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 01532) gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 01532) gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 01532) gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 01532) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 01532) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 01532) gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 01532) gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 01532) vertaling: Jaf hef gien book meer.
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 01532) vertaling: Boeken hef e niet.
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 01532) vertaling: Hie hef niet veul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01532) vertaling: Der mag niet over praet worden, deur gienéen
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 01532) vertaling: Niet een zag dat e niet komt
opm.: interpretatiegeval
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 01532) vertaling: Zit hier ok moezen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 01532) vertaling: Ik geef niks an 'n aander
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 01532) vertaling: Niet een wil warken
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 01532) vertaling: We wussen niet date in hoes was
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 01532) vertaling: Ik wus 't ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 01532) vertaling: Hie mag met gieneen praoten over dit probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01532) vertaling: Hie wet dat e veur dreej uur de waogen maokt moet hebben
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01532) vertaling: Hie wet dat e veur dreej uur de waogen mot maoken.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01532) vertaling: Hie wet dat e veur dreej uur de waogen mot maoken.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 01532) vertaling: Hie wet dat e veur dreej uur de waogen maokt moet hebben
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 01532) gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 01532) vertaling: Marie zien auto is kepot
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 01532) vertaling: Piet zien
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 01532) vertaling: Die man zien auto is kepot.
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 01532) vertaling: Die auto is niet van hum maar van mij
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 01532) vertaling: Kraant van gistern lig under tillevisie
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 01532) vertaling: Jan 't breurtie van Kristien en Karolien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 01532) vertaling: De fietsen van de jonges bent steulen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 01532) vertaling: Die zussen hebt heur moeke op veziet
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 01532) vertaling: Dat is Wim zien auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 01532) vertaling: Dat is mien fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 01532) vertaling: Hie mag met gieneen praoten over dit probleem
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 01532) vertaling: Het is jammer dat wij niet kommen mucht
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 01532) vertaling: Dat doe'k niet.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 01532) vertaling: Ik heb niet warkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 01532) vertaling: Hie had t nog niet zegd of zij begunde te reeren.
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 01532) vertaling: Ga die bestelling now maar ofhaolen
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 01532) vertaling: Hie warkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 01532) vertaling: Ik verbeeid je 't um hier te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 01532) vertaling: Jan verhinderde um Marie te bellen
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: laat (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: die je (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: die je (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: laat (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: die je (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: laat (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: die je (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: um (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 01532) fragment: laat (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01532) fragment: um te (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01532) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01532) fragment: (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 01532) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 01532) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 01532) fragment: te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 01532) fragment: um te (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 01532) fragment: um te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01532) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01532) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01532) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 01532) fragment: (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01532) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01532) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01532) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 01532) fragment: (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 01532) fragment: dat (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 01532) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 01532) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 01532) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 01532) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 01532) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 01532) fragment: te (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 01532) fragment: zag (1)
opm.: Bij antwoord in tweede antwoordveld heeft informant het oorspronkelijke woord _zag_ achteraan in de zin doorgestreept.
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 01532) fragment: (1)
opm.: Bij antwoord in tweede antwoordveld heeft informant het oorspronkelijke woord _zag_ achteraan in de zin doorgestreept.
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 01532) fragment: (1)
opm.: Bij antwoord in tweede antwoordveld heeft informant het oorspronkelijke woord _zag_ achteraan in de zin doorgestreept.
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 01532) fragment: zag (1)
opm.: Bij antwoord in tweede antwoordveld heeft informant het oorspronkelijke woord _zag_ achteraan in de zin doorgestreept.
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 01532) fragment: of (1)
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 01532) vertaling: dat e nargens trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 01532) vertaling: dat t niet makkelt is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 01532) vertaling: Ik weet dat ik te laot bin en jij niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 01532) vertaling: dat jij warken moot en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 01532) vertaling: Elk dèenkt dat wij hen hoes gaot en zij mucht blieven
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 01532) vertaling: Het is jammer dat hij komp en zie weggaot
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 01532) vertaling: Ik dèenk dat Lisa zeeik is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 01532) vertaling: Ik dèenk dat Pieter en Liesje trouwen gaot.
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 01532) komt voor: j
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 01532) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 01532) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 01532) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 01532) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 01532) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 01532) komt voor: j
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 01532) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 01532) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 01532) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 01532) vertaling: De laamp braandt niet meer
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 01532) vertaling: De laamp braandt niet meer
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 01532) vertaling: Daanst Marie elke aovend?
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 01532) vertaling: Woj even het brood snieden?
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 01532) fragment: waorvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 01532) fragment: waorvan de (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 01532) fragment: die zien (1)
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 01532) fragment: die zien (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01532) fragment: waor (1)
opm.: Bij antwoordveld 2 is het orginele _op_ doorgestreept.
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01532) fragment: waor op (1)
opm.: Bij antwoordveld 2 is het orginele _op_ doorgestreept.
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01532) fragment: waor op (1)
opm.: Bij antwoordveld 2 is het orginele _op_ doorgestreept.
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 01532) fragment: waor (1)
opm.: Bij antwoordveld 2 is het orginele _op_ doorgestreept.
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 01532) fragment: dat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 01532) fragment: die zul (1)
opm.: _zult_ op vragenformulier doorgestreept
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 01532) fragment: waoras (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord ('as')
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 01532) fragment: waorop (1)
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 01532) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 01532) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 01532) fragment: Die (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 01532) vertaling: Wel dacht je dak in de stad troffen heb
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 01532) vertaling: Hoe dacht je dat ze der klaor met kommen bint?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 01532) vertaling: Magda wet niet wel wy bellen wilt
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 01532) vertaling: Wet ene wel as wij roopen hebt
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 01532) vertaling: Hie hef zien handen wassen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 01532) vertaling: Hie hef zien hood op
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 01532) vertaling: Hie hef n vlek op zien hemd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 01532) vertaling: Hie hef zien been breuken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 01532) vertaling: Hie hef zuk zeer daon
opm.: reflexief: zich
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 01532) vertaling: Marie trok de dekens naor zuk tou
opm.: reflexief: zich
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 01532) vertaling: Luc wet dat er foto's van humzelf te koop bin't
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 01532) vertaling: Je herinnert je toch wel, dat we toen deur t bos lopen bint
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 01532) vertaling: Ik weit nog dat de auto van Marie kaduk was
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 01532) vertaling: We weeit nog wel dat Jan zien boken steulen waren
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 01532) vertaling: Weej nog wel daw Jan op de markt zeen hebt.
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 01532) vertaling: Hie hef zuk een ongeluk warkt
opm.: reflexief: zich
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 01532) vertaling: Hie vuilde dat e deur t ies gong
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 01532) fragment: kund (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 01532) fragment: daon (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 01532) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 01532) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 01532) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 01532) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 01532) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 01532) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 01532) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 01532) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 01532) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 01532) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 01532) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 01532) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 01532) vertaling: We moot hen de schuur en de beest vooren
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 01532) vertaling: Ze kwamen der an te kuieren
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 01532) vertaling: Ik dèenk, hie is vot-weg
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 01532) vertaling: Ik weeit dat e vot is
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 01532) vertaling: De politie zul bij hum kommen en hum metnimmen
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 01532) vertaling: De beest van Marie bint almaal umkommen bij n overstroming
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 01532) vertaling: Van kees maoken hek gien weeit
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 01532) vertaling: Ik bin met Jan hen de mark west
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 01532) vertaling: De eerst dree sommenhek maokt, welken heb jij maokt
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 01532) vertaling: Zukken duur ik niet opeten
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 01532) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 01532) vertaling: Ik weet dat Jan hen de mark west is
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 01532) vertaling: Lopende kwam ik hum tegen of integen
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 01532) vertaling: Lopende kwam ik hum tegen of integen
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 01532) vertaling: Ik heb heeil wat lopen daon
komt voor: n
opm.: dav
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 01532) vertaling: Ik heb heeil wat lopen daon
komt voor: n
opm.: dav
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 01532) vertaling: Ik word meuj, ik holder met op.
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 01532) vertaling: Hie dee net of e zo oet 't bedde kwam.
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 01532) vertaling: De schilder was hier te schildern (vaarven)
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 01532) vertaling: De schilder was hier te schildern (vaarven)
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 01532) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 01532) vertaling: In de tied leefde ik er maor wat op lös
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 01532) vertaling: Vroger leefde hij as een beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 01532) vertaling: We leefde as god in Frankriek
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 01532) vertaling: Niet een mag 't zeen, dus jij ok niet
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 01532) vertaling: Het is gebeurd toen aj votgungen
opm.: twijfelgeval voegwoordvervoeging
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 01532) vertaling: Ik weet waoj geboren bint
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 01532) vertaling: Noj klaor bint, maj wel votgaon.
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 01532) vertaling: Deurdat Marie oet de tied kwam hef heur man Anna niet meer kunnen helfen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 01532) vertaling: Ik weet dat e is gaon zwemmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 01532) komt voor: j
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 01532) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 01532) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 01532) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 01532) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 01532) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 01532) opm.: Informant: Gaot ze hen daansen?
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 01532) opm.: Informant: Hebt ze al eten?
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 01532) vertaling: Er komt morgen ene langs. Wel dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 01532) vertaling: Er komt morgen ene langs. Wel dat?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 01532) vertaling: Met dit weer kuj niet oet 't ??? zetten
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 01532) vertaling: As 't kermis is, komp t volk hen boete
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 01532) vertaling: Hie hef mij bedreugen, 'k wil hum nooit meer zeen
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 01532) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 01532) vertaling: Je gaot hen t voetbal kieken - met mij
komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 01532) vertaling: Je gaot hen t voetbal kieken - met mij
komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 01532) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 01532) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 01532) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 01532) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 01532) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 01532) vertaling: Met de snei kunden wy de stad niet oet
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: die (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: wel (1)
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: wel (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: wel (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: dat hij (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 01532) fragment: dat hij (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: dat ze hum (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: dat ze hum (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 01532) fragment: (1)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 01532) fragment: waar (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 01532) fragment: wel (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01532) fragment: waar (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01532) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01532) fragment: (2)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 01532) fragment: waar (1)
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 01532) fragment: die (1)
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 01532) fragment: die (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 01532) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 01532) fragment: Wie (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 01532) fragment: van wie de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01532) vertaling: Dat Jan en Marie met gienéen drokte hebt
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01532) vertaling: Piet deenkt dat Jan en Marie kwaod bint op gien een
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01532) vertaling: Piet deenkt dat Jan en Marie kwaod bint op gien een
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 01532) vertaling: Dat Jan en Marie met gienéen drokte hebt
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 01532) vertaling: Wim deenkt dat we nooit ene een pries geven
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 01532) vertaling: Het is waor, ze mucht niet praoten met Marie
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 01532) vertaling: nargens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 01532) vertaling: gien ene
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 01532) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 01532) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 01532) vertaling: gien ene
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 01532) vertaling: Je moot niet zeggen da'k boeten west bin
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 01532) vertaling: daj een kedo veur hum kocht hebt.
opm.: eerste stuk zin weggelaten
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 01532) vertaling: Wusje niet dat e vallen was?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 01532) vertaling: Wendy pebeerde um gien ene zeer te doon
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 01532) vertaling: 't Liekt dat ze niks mag eten.
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 01532) vertaling: 't Liekt dat ze niks mag eten.
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 01532) vertaling: Ze pebeert 'n kander de heeile dag te bellen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 01532) vertaling: Het liekt weer een mooie dag te worden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 01532) vertaling: Het liekt mij beter um nog even te waachten
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 01532) vertaling: We hadden geluk daw hum vot weervunden
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 01532) vertaling: As de hoender een valk zeeit bint ze bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 01532) vertaling: As we d'eerpels niet kwiet kunt, kow in de problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 01532) vertaling: Aj 'm niet metnimpt, maok ik mij hellig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 01532) vertaling: Hie wus het.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 01532) vertaling: wordt 'n hoop daanst
opm.: Zin incompleet?
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 01532) vertaling: In die winkel verkoopt ze allèn nog brood
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 01532) vertaling: As e met de fiets komp is en niet vro.
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 01532) vertaling: Aj tied hebt kuj wel is ankommen
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 01532) vertaling: As 'k riek bin, koop ik my 'n dure auto.
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 01532) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 01532) vertaling: Misschien krieg ik het wel
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 01532) vertaling: Duur jij er op te drukken?
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 01532) vertaling: Duur jij hum te neugen - vraogen
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 01532) vertaling: Duur jij ze te vraogen
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 01532) vertaling: Is Pol hier west?
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 01532) vertaling: Hoe hef e dat klaorkregen?
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 01532) vertaling: Heb jij mij die breeif stuurd?
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 01532) vertaling: Ik heb t hum geven.
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 01532) vertaling: Ze leeft op waoter en brood
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij zult peberen (um) een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij zult peberen een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij zult peberen (um) een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij zult peberen een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij zult peberen (um) een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij zult peberen een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij pebeerden een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie hef zegd dat jij zult peberen (um) een leeidtie te zingen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 01532) vertaling: Marie zee, jij zult peberen een leeidtie te zingen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 01532) vertaling: Marie zee jij pebeerden heur een book te geven
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 01532) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 01532) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 01532) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 01532) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 01532) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 01532) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 01532) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 01532) vertaling: Die van de stad hebt hier n bult hoezen bouwd
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 01532) vertaling: An de neie vaort zeej gien meensk meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 01532) vertaling: Gistern is Jan hier west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 01532) vertaling: De dag dat Jan belde was 'k niet in hoes
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 01532) vertaling: Jef: die zuk nooit neugen
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 01532) vertaling: Marie zul zuks nooit doon
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 01532) vertaling: drinkt wel is n glas te veul
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 01532) vertaling: die zuk wel is willen neugen bij mij in hoes
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 01532) vertaling: Dat hoes zuk nooit willen kopen
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 01532) vertaling: Dat hoes steeit er al vieftig jaar
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 01532) komt voor: j
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 01532) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 01532) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 01532) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 01532) komt voor: j
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 01532) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 01532) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 01532) komt voor: j
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 01532) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 01532) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 01532) komt voor: j
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 01532) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 01532) komt voor: j
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 01532) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 01532) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 01532) vertaling: Hef Gunther beld?
473 (z11b) En pas op! (inf. 01532) vertaling: Pas op
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 01532) vertaling: t Was maor net good genog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 01532) vertaling: Marjo hef now meer beeist dan vroger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 01532) vertaling: Har Susanne kommen kunt dan har ze t daon ok.
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 01532) vertaling: Ze is de beste dokter die ik ken
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 01532) vertaling: Veur daj wat weggooit moej even bellen
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 01532) vertaling: Hier hej alles wat ik kregen heb
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 01532) vertaling: Jan is te graopig um wat an de kinder te geven
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 01532) vertaling: Aj wat van voetballen weeit.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 01532) vertaling: Aj wat van voetballen weeit.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 01532) vertaling: Jij doot oj verstand hebt van voetballen
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 01532) vertaling: Jij doot oj verstand hebt van voetballen
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 01532) vertaling: Aj niet waachten kunt, dan kom maor
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 01532) vertaling: Jan har de dokter roopen kunt
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 01532) vertaling: Hie zee dat har ik mooten doon
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 01532) vertaling: Hie is vlidden week opereert deur doker Meertens
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 01532) vertaling: Hie wordt mörgen opereerd deur dokter Mertens
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 01532) positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 01532) positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 01532) positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 01532) vertaling: Je moot vaoker de kraant lezen
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 01532) vertaling: Je moot vaoker de kraant lezen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 01532) vertaling: Het is dom um in 't duuster de kraant te lezen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 01532) vertaling: Hie les d'heeile dag an
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 01532) fragment: door (1)
507 (z14b) Ze hebben aan hem laten lachen (inf. 01532) komt voor: n
508 (z14c) Ze hebben aan hem laten vallen omdat hij zijn werk niet goed deed (inf. 01532) komt voor: n
000 (z14opm) (inf. 01532) opm. inf.: b+ en mC. gelijk aan hier
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 01532) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 01532) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 01532) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 01532) vertaling: raren een
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 01532) vertaling: Robert hef een greune appel weggeven. now hef e nog tweej rooien
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 01532) vertaling: Er was n hoop volk op t feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 01532) vertaling: Was er een hoop volk?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 01532) vertaling: Wat veur booken hej kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 01532) vertaling: Wat veur booken hej kocht?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 01532) vertaling: Wat hej veur booken kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 01532) vertaling: Wat hej veur booken kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 01532) vertaling: Hie woont bij Marietje
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 01532) vertaling: Wim loop even hen de bakker
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 01532) vertaling: Wel hej zeein?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 01532) vertaling: Wel hef jow zeein?A
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 01532) vertaling: A'k alles weeiten har, har 'k niet daon
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 01532) vertaling: t Zul beter weden um even te waachten
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 01532) vertaling: Gelukkig har Jan de dokter beld en die was der heeil gauw
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 01532) vertaling: Loop deur, vervelend jonk

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Oostermeer / Eastermar

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Oostermeer / Eastermar