SAND-data Rinsumageest / Rinsumageast (B029p)

schriftelijke enquÍte | mondelinge enquÍte | telefonische enquÍte

data schriftelijke enquÍte

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02934) vertaling: It ferhaal stjit Jan noch by
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02934) vertaling: Mary en Pyt sjogge inoar foar de tsjerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02934) vertaling: Toon wasket him
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02934) vertaling: De timmerman hat gjin spikers by him
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02934) vertaling: Fons sêch in slang njonken him
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02934) vertaling: Erik liet my foar him wurkje
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02934) vertaling: Johanna liet har meidrowe op 'e golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02934) vertaling: Toon besêch himsels 'es goed yn 'e spegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02934) vertaling: Jan hat yn twa menuten in bierke dronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02934) vertaling: Disse skuon rinne maklik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02934) vertaling: Eduard kin himsels goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02934) vertaling: Ward hat jerd dat der foto's fan himsels yn ' e etelaazje stonne
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02934) vertaling: Dy rjappels skile net maklik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02934) vertaling: Dit glês brekt at it op 'e grûn falt
000 (x01opm) (inf. 02934) opm. inf.: spelling is min of meer volgens het Friese systeem
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02934) vertaling: Dokter leef ik wol sûn genô(ch)
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02934) vertaling: Hy leeft al jirren fan 'e erfenis fan syn heit.
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02934) vertaling: Disse wike leeft se op wetter en bôle
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02934) vertaling: Leeft it noch?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02934) vertaling: Hoelang leve jim no al fan dy erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02934) vertaling: Yn Bretagne leve se fwaral fan 'e fiskfangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02934) vertaling: Nei iten gon ik op bêd
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02934) vertaling: Soe ik dat wol dwaan kinne?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02934) vertaling: Hy liet it hûs (fan him) ôfbrekke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat Jan hut wurkje kinne mat
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat Jan hut wurkje kinne mat
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02934) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02934) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02934) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: Informant geeft vertaling: Ik wyt dat Jan hurd wurkje kinne mat
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
opm.: Informant geeft vertaling: Ik wyt dat Jan hurd wurkje kinne mat
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02934) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02934) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02934) komt voor: j
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02934) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02934) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02934) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02934) komt voor: j
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02934) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02934) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02934) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 4
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 4
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02934) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02934) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02934) komt voor: j
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02934) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02934) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02934) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 3
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 3
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02934) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02934) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 3
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 3
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02934) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02934) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 3
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 3
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02934) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02934) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02934) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02934) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02934) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 2
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 2
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02934) gebr.: 5
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02934) vertaling: Jan hat gjin boek mear
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02934) vertaling: Jan hat gjin boek mear
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02934) vertaling: Boeken hat Jan net
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02934) vertaling: Jan hat net folle jild mear
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02934) vertaling: Gjinien mei prate oer dit probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02934) vertaling: Gjinien mei prate oer dit probleem
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02934) vertaling: Gjinien seit dat er komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02934) vertaling: Sitte hjir (erges) mûzen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02934) vertaling: Ik jou neat oan in oar
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02934) vertaling: Gjinien wol wurkje
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02934) vertaling: Wy wisten net dat er thús wie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02934) vertaling: Ik wist it ek net
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02934) vertaling: Hy mei mei gjinien oer dit probleem prate
000 (x05opm) (inf. 02934) opm. inf.: dubbele ontkenning in d wel mogelijk: Jan hat neat net folle jild mear [maar de betekenis verandert dan iets naar mijn gevoel: Jan heeft niet erg veel geld meer.]
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02934) vertaling: Jan wyt dat er fwar trije oere de wein makke ha mwat
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02934) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02934) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02934) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02934) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02934) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02934) vertaling: Mary har auto is stikken
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02934) vertaling: Mary har auto is stikken
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02934) vertaling: Pyt syn auto is stikken
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02934) vertaling: Pyt syn auto is stikken
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 02934) vertaling: Dy man syn auto is stikken
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02934) vertaling: Dy man syn auto is stikken
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02934) vertaling: Dy auto is net fan my mar fan him
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02934) vertaling: De krante fan juster leit ûnder de tv.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02934) vertaling: Jan is Karolyn en Kristyn har broerke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02934) vertaling: Dy jonges har fytsen binne stellen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02934) vertaling: De fytsen fan 'e jonges binne stellen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02934) vertaling: De fytsen fan 'e jonges binne stellen
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02934) vertaling: Dy jonges har fytsen binne stellen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02934) vertaling: De mem fan dy suskes is der
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02934) vertaling: Dy suskes har mem is der
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02934) vertaling: Dy suskes har mem is der
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02934) vertaling: De mem fan dy suskes is der
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02934) vertaling: Dy auto is fan Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02934) vertaling: Dy fyts is fan my
000 (x07opm) (inf. 02934) opm. inf.: a, b, c, d: ook De auto fan ...; c en d: (ook: verouderd maar nog niet uitgestorven: Pite auto, Janne pet, memme pop, heite jonkje, enz, en gevallen als Klaze Durkje (Durkje de vrouw van Klaas), Janne Gryt (Jan zijn Griet) enz.
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02934) vertaling: Hy mei mei gjinien oer dat probleem prate
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02934) vertaling: Ik wol gjinien sear dwaan
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02934) vertaling: (It is) spitich dat wy net komme meie
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02934) vertaling: Dat do(ch) ik net
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02934) vertaling: Ik ha net wurke
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02934) vertaling: Hy hie it noch net ferteld of Mary begwan (al) te gûlen
opm.: Volgorde wijkt af
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02934) vertaling: Helje dy bestelling no mar op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02934) vertaling: Hy wurket net
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02934) vertaling: Ik ferbie dy om jir te kommen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02934) vertaling: Jan kearde ús om Mary te beljen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
000 (x08opm) (inf. 02934) opm. inf.: i: ook gebruikelijk: Ik ferbie dy en kom jir; ook: Ik ferbie dy jir te kommen mar + om is gebruikelijker.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02934) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02934) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02934) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02934) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02934) fragment: te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02934) fragment: (2)
opm.: Informant geeft vertaling: Ast mei ús mei wost, mast no
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02934) fragment: ast (1)
opm.: Informant geeft vertaling: Ast mei ús mei wost, mast no
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02934) fragment: ast (1)
opm.: Informant geeft vertaling: Ast mei ús mei wost, mast no
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02934) fragment: (2)
opm.: Informant geeft vertaling: Ast mei ús mei wost, mast no
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02934) fragment: om (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02934) fragment: at (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02934) fragment: as (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02934) fragment: as (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02934) fragment: as (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02934) fragment: as (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02934) fragment: te (1)
opm.: Informant vermeldt: betekenis: als hij echt staat
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02934) fragment: te (1)
opm.: Informant vermeldt: als hij echt staat
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: Informant geeft aan dat de volgorde van de werkwoorden anders moet en geeft de volgende vertaling: dat er mei gean woe Jan sei, hy woe meigean
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02934) fragment: at (1)
opm.: Alternatief informant: Hy dei as at er har net sêch Twijfelgeval voegwoord na onderschikkend 'of'
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: wannear't (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: wannear't (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: wannear't (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: at (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: at (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02934) fragment: at (1)
opm.: Opmerkingen informant: bij mogelijkheid 1: at er komt [of] bij mogelijkheid 2 en 3: andere betekenissen [dat] [wanneer]
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat jim(me) op gjinien lulk binne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat se nerges grutsk op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02934) vertaling: E tinkt dat it net maklik is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02934) vertaling: E tinkt dat it net maklik is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02934) vertaling: Els tinkt, it is net maklik
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02934) vertaling: Els tinkt, it is net maklik
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat ik te let bin en dû (wyst it) net
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat ik te let bin en dû (wyst it) net
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat ik te let bin en dû (bist) net (te let)
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat ik te let bin en dû (bist) net (te let)
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02934) vertaling: Dû wystoch dat wurkje mast en ik (wyt it) net
opm.: Het afwezig zijn van voegwoordvervoeging vertrouw ik niet. HW
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02934) vertaling: Dû wystoch dat wurkje mast en ik (hoech it) net
opm.: Het afwezig zijn van voegwoordvervoeging vertrouw ik niet. HW
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02934) vertaling: Dû wystoch dat wurkje mast en ik (hoech it) net
opm.: Het afwezig zijn van voegwoordvervoeging vertrouw ik niet. HW
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02934) vertaling: Dû wystoch dat wurkje mast en ik (wyt it) net
opm.: Het afwezig zijn van voegwoordvervoeging vertrouw ik niet. HW
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02934) vertaling: Elk tinkt dat wy nei hûs gonne en dat sy noch bljowe meie
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02934) vertaling: Spitich dat hy komt en (dat) sy fuortgjit
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02934) vertaling: Ik tink Lisa is siik
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02934) vertaling: Ik tink Lisa is siik
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02934) vertaling: Ik tink dat Lisa siik is
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02934) vertaling: Ik tink dat Lisa siik is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02934) vertaling: Ik tink/ljo dat Piter en Lyske trouwe sille
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02934) vertaling: Dat docht er [= dat doet ie]
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02934) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02934) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02934) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02934) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02934) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02934) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02934) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02934) komt voor: j
opm.: Vertaling informant: Ja, dat docht er
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02934) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02934) komt voor: j
opm.: Vertaling informant: Ja, hy sljipt
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02934) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02934) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02934) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02934) komt voor: j
opm.: Vertaling informant: Nee, hy sljipt net
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02934) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02934) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02934) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02934) vertaling: De lampe baant net mear
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02934) vertaling: De lampe baant net mear
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02934) vertaling: Dânset Mary alle jûnen?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02934) vertaling: Dânset Mary alle jûnen?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02934) komt voor: n
opm.: Snij de bôle 'es even
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02934) fragment: dÍr't (mei tussen gisteren en hertrouwd ingevoegd) (1)
opm.: Informant geeft vertaling: de jonge dêr't mem juster mei hertroud is ... [maar dan heb je het niet meer over jonge maar man]
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02934) fragment: dÍr't (1)
opm.: twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
fragment: dÍr't se (1)
opm.: Vertaling informant: de bank dêr't se op sieten Opmerking informant: (als b) Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: Vertaling informant: de bank dêr't se op sieten Opmerking informant: (als b) Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
fragment: dÍr't se (1)
opm.: Vertaling informant: de bank dêr't se op sieten Opmerking informant: (als b) Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: Vertaling informant: de bank dêr't se op sieten Opmerking informant: (als b) Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
fragment: (2)
opm.: Vertaling informant: de bank dêr't se op sieten Opmerking informant: (als b) Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
fragment: dÍr't se (1)
opm.: Vertaling informant: de bank dêr't se op sieten Opmerking informant: (als b) Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02934) komt voor: n
opm.: Opmerking informant: (als b)
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: Vertaling informant: nei see, dat heel moai wie Toevoeging informant: dat lijkt mij gebruikelijker voor ouderen wat niet erg gebruikelijk, ook niet voor jongeren, liever dan konstruksies als "naar see en dat wie heel moai" HW: naar see moet zijn nei see
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02934) fragment: dyst (1)
opm.: Voegwoord waarschijnlijk als clitic aanwezig. Vertaling informant: Dat is in man dyst noait yn in kafee oantreffe sist
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02934) fragment: dÍr't (1)
opm.: Informant geeft de volgende vertalingen: Yn it dwarp dêr't ik wenje stjit ... (a) It dwarp dêr't ik yn wenje stjit ... (b) Informant geeft ook aan: b is gebruikelijker Twijfelgeval voegwoord (enclitisch)
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02934) komt voor: n
opm.: Opmerkingen informant: "Dat is wat dat" is niet zo gebruikelijk. liever Dat doch net graach. Dat is eat [= geen spreektaal]
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord Opmerking informant: Dat is wat dat heel moai is maar niet zo gebruikelijk. liever: Dat is heel moai.
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02934) fragment: Dy't (1)
opm.: voegwoord is twijfelgeval (enclitisch)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02934) fragment: wa't (1)
opm.: voegwoord is twijfelgeval (enclitisch)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02934) fragment: wa't (1)
opm.: voegwoord is twijfelgeval (enclitisch)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02934) fragment: Dy't (1)
opm.: voegwoord is twijfelgeval (enclitisch)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02934) vertaling: Wa tinkstû dat ik yn ' e stêd troffen ha?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02934) vertaling: Hoe tinke jimme dat se it oplost ha?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02934) vertaling: Hoe tinkstû dat se it oplost ha?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02934) vertaling: Magda wyt net wa't wy belje wolle
opm.: ingebedde WH (object) + voegwoord 'dat' is twijfelgeval (enclitisch voegwoord)
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02934) vertaling: Wyt ien wa't wy roppen ha?
opm.: enclitisch voegwoord 't
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02934) vertaling: Wa tinkstû dat ik yn 'e stêd troffen ha?
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02934) vertaling: Wa tinkstû dat ik yn 'e stêd troffen ha?
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02934) vertaling: Hy hat de hanne wosken
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02934) vertaling: Hy hat syn himd wosken
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02934) vertaling: Hy hat in hoed op 'e holle
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02934) vertaling: Hy hat in plak op it himd
opm.: Informant geeft aan dat de vorm met een lidwoord gebruikelijker is dan die met een possessief pronomen
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02934) vertaling: Hy hat in plak op it himd
opm.: Informant geeft aan dat de vorm met een lidwoord gebruikelijker is dan die met een possessief pronomen
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02934) vertaling: Hy hat in plak op syn himd
opm.: Informant geeft aan dat de vorm met een lidwoord gebruikelijker is dan die met een possessief pronomen
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02934) vertaling: Hy hat in plak op syn himd
opm.: Informant geeft aan dat de vorm met een lidwoord gebruikelijker is dan die met een possessief pronomen
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02934) vertaling: Hy hat de foet brutsen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02934) vertaling: Se hat har sear dien
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02934) vertaling: Mary loek de tekken nei har ta
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02934) vertaling: Luc wyt dat der foto's fan himsels te keap binne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02934) vertaling: Dû wytstoch wol dat we doe troch dat bosk hinnerûn/stapt binne
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02934) vertaling: Ik wyt noch dat de auto fan Mary stikken is
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02934) vertaling: Se wyt dat er as in baarch siet te iten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02934) vertaling: Wy wite wol dat Jan syn boeken/de boeken fan Jan stellen binne, mar sy wite it net mear
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02934) vertaling: Wite jimme noch dat wy Jan op 'e markt sjoen ha?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02934) vertaling: Hy hat him suver deawurke
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02934) vertaling: Hy fielde dat er troch it iis sakke.
opm.: Opmerking informant: i-m: "zich herinneren" is ongebruikelijk. De jeugd neemt "sich herinnerje" wel over, maar ook die gebruikt meestal andere werkwoorden, vaak "wite".
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat dien ha kind?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat dien ha kind?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat dien ha kind?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat dien ha kinnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat dien ha kinnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat dien ha kinnen?
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat die ha kinnen [kan ook maar minder gebruikelijk]
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat die ha kinnen [kan ook maar minder gebruikelijk]
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02934) vertaling: Soe er dat die ha kinnen [kan ook maar minder gebruikelijk]
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02934) fragment: kinnen/kind (kind is gebruikelijker) (1)
opm. inf.: geval (x) b: Eddy moat betiid fan 't bêd komme kinne [kunnen opstaan kan niet letterlijk worden vertaald]
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02934) fragment: kinnen/kind (kind is gebruikelijker) (1)
opm. inf.: geval (x) b: Eddy moat betiid fan 't bêd komme kinne [kunnen opstaan kan niet letterlijk worden vertaald]
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02934) fragment: dien (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02934) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02934) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02934) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02934) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02934) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02934) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02934) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02934) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02934) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02934) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02934) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02934) vertaling: wel: wy matte nei it hok om de kij te fuorjen
komt voor: n
opm.: opm. informant: wel: wy matte nei it hok om de kij te fuorjen
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02934) vertaling: wel: wy matte nei it hok om de kij te fuorjen
komt voor: n
opm.: opm. informant: wel: wy matte nei it hok om de kij te fuorjen
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02934) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02934) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02934) vertaling: Ik tink hy is fuort
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02934) vertaling: Ik tink hy is fuort
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02934) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02934) vertaling: ik wyt hy is fuort
komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02934) vertaling: ik wyt hy is fuort
komt voor: j
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02934) komt voor: n
opm.: informant: wel: soe by him komme om him mei te nimmen.
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02934) komt voor: n
opm.: opm. informant: wel: alle kij fan
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02934) vertaling: Tsiis meitsjen wyt ik neat fan
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02934) vertaling: Tsiis meitsjen wyt ik neat fan
komt voor: j
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02934) komt voor: j
opm.: opm. informant: alleen tegenstellend: niet Pyt maar Jan
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02934) vertaling: Ik ha de earste 3 sommen makke. Hokke(r) hastû makke
komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02934) vertaling: Ik ha de earste 3 sommen makke. Hokke(r) hastû makke
komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02934) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02934) vertaling: Sokken soe ik net opite dwarre
komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02934) vertaling: Sokken soe ik net opite dwarre
komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02934) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat Jan nei de markt west hat.
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat Jan nei de markt west hat.
komt voor: j
000 (y06opm) (inf. 02934) opm. inf.: j:Jan ha ik mei nei de markt west [net Pyt] anders: Ik ha mei Jan nei de markt west k: in plaats van hokke(r), ook welke (alleen echt ouderen nog niet)
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02934) vertaling: Ik kaam him te gean tsjin
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02934) vertaling: Ik kaam him rinnend tsjin
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02934) vertaling: Ik kaam him rinnend tsjin
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02934) vertaling: Ik kaam him te gean tsjin
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02934) vertaling: Ik kaam him rinnend tsjin
komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02934) vertaling: Ik kaam him te gean tsjin
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02934) vertaling: Ik ha heel wat rwan/stapt
komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02934) vertaling: Ik ha heel wat rwan/stapt
komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02934) vertaling: Ik wur no wurch dat ik hâld der ma mei op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02934) vertaling: Ik wur no wurch dat ik hâld der ma mei op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02934) vertaling: Hy die (krekt) as wie er krekt fan 't bêd kaam
komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02934) vertaling: Hy die (krekt) as wie er krekt fan 't bêd kaam
komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02934) vertaling: De ferwer hat jir west te fervjen
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02934) vertaling: De ferwer hat jir west te fervjen
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02934) vertaling: Tinkst datst nei hûs gjist?
komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02934) vertaling: Tinkst datst nei hûs gjist?
komt voor: n
000 (y07opm) (inf. 02934) opm. inf.: f: Gjist nei hûs tink? [betekent: je gaat naar huis, veronderstel ik?] [dus niet: denk je
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02934) vertaling: Yn dy tiid leefde ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02934) vertaling: Froeger/jedder leefde er as in beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02934) vertaling: Dêr leefden we as god yn Frankryk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02934) vertaling: Gjinien mei it sjin, dus ik fyn dastû it ek net sjin meist.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02934) vertaling: It gebeurde doestû fuortgiest
opm.: opm. informant m.b.t. tweede antwoord: door enkele ouderen nog
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02934) vertaling: It badde doestû fuortgiest
opm.: opm. informant m.b.t. tweede antwoord: door enkele ouderen nog
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02934) vertaling: It badde doestû fuortgiest
opm.: opm. informant m.b.t. tweede antwoord: door enkele ouderen nog
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02934) vertaling: It gebeurde doestû fuortgiest
opm.: opm. informant m.b.t. tweede antwoord: door enkele ouderen nog
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02934) vertaling: Ik wyt westû geboaren bist
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02934) vertaling: Noost klear bist, meist fuort(gean)
opm.: enclitisch voegwoord met vervoeging 2e p.ev. opm. informant: ongebruikelijk: meist gean
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02934) vertaling: Om't Mary stoarn/overleden wie, hat har man Anna net mear helpe kinnen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02934) vertaling: Ik wyt hy is te swemmen gien
opm.: opm. informant: beide gebruikelijk
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat er te swemmen gien is
opm.: opm. informant: beide gebruikelijk
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat er te swemmen gien is
opm.: opm. informant: beide gebruikelijk
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02934) vertaling: Ik wyt hy is te swemmen gien
opm.: opm. informant: beide gebruikelijk
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02934) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02934) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02934) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02934) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02934) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02934) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02934) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02934) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02934) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02934) vertaling: Wa dat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02934) vertaling: Wa dat
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02934) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02934) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02934) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02934) vertaling: Ik wol him noait mear sjin om't hy hat my te fiter hân
komt voor: j
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02934) vertaling: Ik wol him noait mear sjin om't hy hat my te fiter hân
komt voor: j
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02934) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02934) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02934) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02934) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02934) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02934) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02934) komt voor: n
000 (y11opm) (inf. 02934) opm. inf.: d gebruikelijker: ... om't er my te fiter hân hat
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enlitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat er (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: fan wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: fan wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat er (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: fan wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat er (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: fan wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02934) fragment: dat er (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: oan wa't (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: oan wa't (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: oan wa't (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: oan wa't (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02934) fragment: dat (2)
opm.: enclitisch voegwoord 't
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02934) fragment: dÍr't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02934) fragment: wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02934) komt voor: n
opm.: informant geeft alternatieven: De mannen wêr mei't ik sprutsen ha De mannen dêr't ik mei sprutsen ha Informant geeft aan dat twee mogelijkheid gebruikelijker is
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord informant geeft alternatief: sa'n soe ik wol ha wolle
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02934) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02934) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02934) fragment: Wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02934) fragment: Dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02934) fragment: Dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02934) fragment: Wa't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02934) fragment: fan wa't de (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02934) opm.: irrelevant antwoord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02934) opm.: irrelevant antwoord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02934) opm.: irrelevant antwoord
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02934) vertaling: nerges
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02934) vertaling: gjinien
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02934) vertaling: noait
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02934) vertaling: noait net
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02934) vertaling: noait net
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02934) vertaling: noait
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02934) vertaling: neat
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02934) vertaling: neat
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02934) vertaling: gjin (inkel) ding
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02934) vertaling: gjin (inkel) ding
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02934) vertaling: Hy hat net guon molken
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02934) vertaling: gjinien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02934) vertaling: gjinien
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02934) vertaling: Hy hat net guon molken
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02934) vertaling: Sees him net dat ik derút west ha
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02934) vertaling: Sees him net dat ik bûten west ha
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02934) vertaling: Sees him net dat ik bûten west ha
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02934) vertaling: Sees him net dat ik derút west ha
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02934) vertaling: net fertelle dast in kedo foar him kocht hast, jer!
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02934) vertaling: Wytst net dat er fallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02934) vertaling: Wendy besocht (om) gjinien sear te dwaan
opm.: opm. informant: _om_ is gebruikelijker
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02934) vertaling: it liket/skynt dat se neat ite mei
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 02934) vertaling: Se liket/skynt neat ite te meien
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02934) vertaling: Se besochten/pebjerren al de hele dei om inoar te beljen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02934) vertaling: It koe wol wer ris in ...
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02934) vertaling: It belooft wer in moaie dei te wurden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02934) vertaling: It belooft wer in moaie dei te wurden
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02934) vertaling: It koe wol wer ris in ...
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02934) vertaling: It is meskyn better om noch even te wachtsjen
opm.: opm. informant: voor meskyn ook faaks (door ouderen)
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02934) vertaling: Wy hienen it gelok him dalik werom te finen
opm.: opm. informant: niet met _om_!
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02934) vertaling: At de hinnen in wikel sjogge, bin se bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02934) vertaling: At we de rjappels net ferkeapje/kwyt kinne, sitte we oanklaud/yn 'e problemen
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02934) vertaling: At jim(me) him net meinimme wur ik lulk
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02934) vertaling: Hy wist it
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02934) vertaling: Op dit/dat feest wurdt in soad dânse
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02934) vertaling: No wurdt der allinne noch mar bôle ferkocht yn dy winkel
opm.: opm. informant m.b.t. antwoord 1: en niet in andere winkels m.b.t. antwoord 2: en niet iets anders
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02934) vertaling: No wurdt der allinne noch mar bôle ferkocht yn dy winkel
opm.: opm. informant m.b.t. antwoord 1: en niet in andere winkels m.b.t. antwoord 2: en niet iets anders
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02934) vertaling: No wurdt der yn dy winkel allinne noch mar bôle ferkocht
opm.: opm. informant m.b.t. antwoord 1: en niet in andere winkels m.b.t. antwoord 2: en niet iets anders
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02934) vertaling: No wurdt der yn dy winkel allinne noch mar bôle ferkocht
opm.: opm. informant m.b.t. antwoord 1: en niet in andere winkels m.b.t. antwoord 2: en niet iets anders
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02934) vertaling: At er mei de fyts komt, sil er wol let komme
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02934) vertaling: At er mei de fyts komt, sil er wol let wêze
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02934) vertaling: At er mei de fyts komt, sil er wol let wêze
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02934) vertaling: At er mei de fyts komt, sil er wol let komme
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02934) vertaling: Ast it oan tiid hast, kom dan 'es del
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02934) vertaling: Ast it oan tiid hast, kom dan 'es oan
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02934) vertaling: Ast it oan tiid hast, kom dan 'es oan
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02934) vertaling: Ast it oan tiid hast, kom dan 'es del
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02934) vertaling: At ik ryk bin, keapje ik in djoere auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02934) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02934) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02934) vertaling: Dwastû der op te triuwen?
komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02934) vertaling: Dwastû der op te triuwen?
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02934) vertaling: Dwastû him (út) te noegjen?
komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02934) vertaling: Dwastû him (út) te noegjen?
komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02934) vertaling: Dwarstû se/har (ùt) te noegjen
komt voor: n
opm.: opm. informant: har is veel gebruikelijker
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02934) vertaling: Dwarstû se/har (ùt) te noegjen
komt voor: n
opm.: opm. informant: har is veel gebruikelijker
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02934) vertaling: Hat Pol jir west?
komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02934) vertaling: Hat Pol jir west?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02934) vertaling: Hoe hat Pol dat oplost?
komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02934) vertaling: Hoe hat Pol dat oplost?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02934) vertaling: Hastû my dy brief stjoerd?
komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02934) vertaling: Hastû my dy brief stjoerd?
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02934) vertaling: Ik ha it him jûn
komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02934) vertaling: Ik ha it him jûn
komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02934) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in ferske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû besocht hast in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in feske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in ferske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein, dû hast besocht in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû besocht hast in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein, dû hast besocht in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû besocht hast in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in feske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in ferske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein, dû hast besocht in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in feske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in ferske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein, dû hast besocht in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû besocht hast in ferske te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû in feske besocht hast te sjongen
opm.: opm. informant: Maar nog veel gebruikelijker: Marie hat sein dastû besocht hast in feske te sjongen / Marie hat sein dû hast besocht in feske te sjongen.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein datstû besocht hast har in boek te jaan
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein datstû besocht hast har in boek te jaan
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû oan har in boek besocht hast te jaan.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02934) vertaling: Marie hat sein dastû oan har in boek besocht hast te jaan.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02934) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02934) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02934) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02934) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02934) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02934) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02934) vertaling: Dy fan 'e stêd, (dy) ha hjir in soad huzen set/boud.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02934) vertaling: Dy nije feart, (dêr ) sjochst gjin minske mear oan
opm.: NP-vooropplaatsing, P-stranding
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02934) vertaling: Juster hat Jan jir west
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02934) vertaling: De deis/dei dat Jan belle, wie ik net thús
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02934) vertaling: Jef, (dy) soe ik noait noegje
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02934) vertaling: Mary (dy) soe soks noait dwaan
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02934) vertaling: Bert, (dy) drinkt wol 'es in gleske te folle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02934) vertaling: Marta, (dy) soe ik wol 'es by my thús noegje wol
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02934) vertaling: Dat hûs, (dat) soe ik noait keapje wolle
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02934) vertaling: Dat hûs, (dat) stjit dêr al 50 jier
000 (z09opm) (inf. 02934) opm. inf.: zinnen zowel met als zonder dy/dat zeer gebruikelijk
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 2
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 2
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 02934) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 02934) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 02934) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 02934) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02934) gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 02934) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 02934) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
467 (z10(iv)b) Mijn vrouw kan spreken dialect (inf. 02934) komt voor: n
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 02934) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 02934) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02934) vertaling: Hat G. belle?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02934) vertaling: Tink er om!
opm.: opm. informant: laatste minder gebruikelijk
473 (z11b) En pas op! (inf. 02934) vertaling: Pas op!
opm.: opm. informant: laatste minder gebruikelijk
473 (z11b) En pas op! (inf. 02934) vertaling: Pas op!
opm.: opm. informant: laatste minder gebruikelijk
473 (z11b) En pas op! (inf. 02934) vertaling: Tink er om!
opm.: opm. informant: laatste minder gebruikelijk
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02934) vertaling: It wie mar krekt goed genô(ch)
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02934) vertaling: Marjo hat no mear kij as at / as dat se froeger/earder hie
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02934) vertaling: At S komme kind hie, dan hie se dat dien
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02934) vertaling: Se is de bêste dokter dy't ik kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02934) vertaling: Fwast wat fuortsmyst, mast even belje
opm.: enclitisch voegwoord met vervoeging voor 2e p.ev.
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02934) vertaling: Hjir is alles wat ik krigen ha
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02934) vertaling: Jan is te deun om wat oan ' e bern te jaan
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02934) vertaling: As soestû wat fan foetbaljen wite!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Dat boek, dellizze (dû)!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Dat boek, dellizze (dû)!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Dat boek, dellizze (dû)!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Lees dat boek del (dû)!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Lees dat boek del (dû)!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Lees dat boek del (dû)!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Dat boek, lees del!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Dat boek, lees del!
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02934) vertaling: Dat boek, lees del!
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02934) vertaling: Ast wier net wachtsje kist, kom dan mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat Jan dokter roppe kind/kinnen hie
opm.: opm. informant: _kinnen_ gebruikelijker
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 02934) vertaling: Ik wyt dat Jan dokter roppe kind/kinnen hie
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02934) vertaling: Hy sei dat ik it dwaan matten hie
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 02934) vertaling: Hy sei dat ik it dwaan matten hie
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02934) vertaling: Hy is foarige wike troch dokter M oppereat
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02934) vertaling: Hy wut moarn troch dokter M oppereat
000 (z12opm) (inf. 02934) opm. inf.: a ook: Ik wyt, Jan hie dokter roppe kind c ook: Hy sei, ik hie it dwaan moatten
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02934) vertaling: Ik tink dastû in soad fuortsmite matte soest
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02934) vertaling: It is dom om sokke dingen fuort te smiten
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02934) vertaling: It is dom en smyt sokke dingen fuort.
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02934) vertaling: It is dom en smyt sokke dingen fuort.
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02934) vertaling: It is dom om sokke dingen fuort te smiten
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn dastû faker in krante lêze matte soest. Ik fyn dû soest faker in krante lêze matte.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn dastû faker in krante lêze matte soest. Ik fyn dû soest faker in krante lêze matte.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn dastû faker in krante lêze matte soest. Ik fyn dû soest faker in krante lêze matte.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn datstû faker krantlêze matte soest.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn datstû faker krantlêze matte soest.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn datstû faker krantlêze matte soest.
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn dû soest faker krantlêze matte
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn dû soest faker krantlêze matte
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Ik fyn dû soest faker krantlêze matte
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: It is dom om yn it tsjuster te krantlêzen
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02934) vertaling: Hy sit de hele dei te krantlêzen
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02934) fragment: troch (1)
506 (z14d) Heb jij aan Jan gezien? (inf. 02934) fragment: by (1)
opm.: opm. informant: Hastû by J. sjoen? [ben jij bij hem wezen kijken]
510 (z14e) Heb jij aan mijn portefeuille gezien? (inf. 02934) fragment: yn (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02934) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02934) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02934) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02934) vertaling: Dû bist ek in raren/rarenien
komt voor: j
opm.: opm. informant: _rarenien_ gebruikelijker
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02934) vertaling: Dû bist ek in raren/rarenien
komt voor: j
opm.: opm. informant: _rarenien_ gebruikelijker
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02934) vertaling: R hat ien griene appel fuortjûn, en no hat er noch twa readen
opm.: 'er' = hij
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02934) vertaling: Der wienen in protte minsken op it feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02934) vertaling: Wienen der in protte/in soad/in bulte minsken op it feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02934) vertaling: Wat fwar boeken hast kocht?
opm.: informant geeft aan dat de volgorde ' wat heb je voor ... ' ongebruikelijk is
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02934) vertaling: Hy wennet by Marijke
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02934) vertaling: Hy wennet by Wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02934) vertaling: Rin even nei de bakker, Wim!
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02934) vertaling: Wa hast sjoen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02934) vertaling: Wa hat dy sjoen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02934) vertaling: At ik it witen hie, (dan) hie ik it net dien!
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02934) vertaling: Hie ik it witen, ik hie it net dien!
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02934) vertaling: Hie ik it witen, ik hie it net dien!
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02934) vertaling: At ik it witen hie, (dan) hie ik it net dien!
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02934) vertaling: It soe better wêze om noch even te wachtsjen
opm.: IPI
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02934) vertaling: It soe better wêze om noch even te wachtsjen
opm.: IPI
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02934) vertaling: It soe better wêze en wachtsje noch even
opm.: IPI
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02934) vertaling: It soe better wêze en wachtsje noch even
opm.: IPI
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02934) vertaling: Aldergeloks hie jan dokter belle en dy wie der al gau/fuort(daliks)
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02934) vertaling: (Toe dan) trochrinne, smoarge apen!
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02934) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02934) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02934) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02934) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02934) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02934) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02934) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02934) komt voor: n

interview mondelinge enquÍte

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Rinsumageest / Rinsumageast

data telefonische enquÍte

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquÍte in Rinsumageest / Rinsumageast