SAND-data Oudkerk / Aldtsjerk (B028p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02881) vertaling: Jan kin him dit ferhaal noch wol yntinke
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02881) vertaling: M. en Pyt treffe elkoar foar de tsjerke
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02881) vertaling: Toon wasket him.
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02881) vertaling: De timmerman hat gjin spikers by him
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02881) vertaling: Fons seach in slang njonken him
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02881) vertaling: Erik liet my foar him arbeidzje
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02881) vertaling: Johanna liet har meidriuwe op 'e golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02881) vertaling: Toon beseach himsels ris goed yn 'e spegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02881) vertaling: Jan hat yn (binnen) twa minuten in pilske op.
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02881) vertaling: Dizze skuon rinne noflik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02881) vertaling: Eduard kin himsels goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02881) vertaling: W. hat heard, dat der foto's fan him yn 'e etalage stean.
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02881) vertaling: Dy ierdappels skile net maklik.
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02881) vertaling: Dit glês brekt, as it op 'e groun falt.
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02881) vertaling: Dokter, libje ik wol soun genôch.
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02881) vertaling: Al jierren libbet er fan wat syn heit him neilitten hat
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02881) vertaling: Al jierren tart er op de neilittenskip
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02881) vertaling: Al jierren tart er op de neilittenskip
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02881) vertaling: Al jierren libbet er fan wat syn heit him neilitten hat
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02881) vertaling: Dizze wike libbet hja op wetter en bôle
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02881) vertaling: Sit 'er noch libben yn?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02881) vertaling: Libbet it noch?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02881) vertaling: Libbet it noch?
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02881) vertaling: Sit 'er noch libben yn?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02881) vertaling: Hoelang libje jimme nou al fan dy neilittenskip?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02881) vertaling: Hoelang tarre jimmeop dy neilittenskip?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02881) vertaling: Hoelang tarre jimmeop dy neilittenskip?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02881) vertaling: Hoelang libje jimme nou al fan dy neilittenskip?
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02881) vertaling: Yn B. libje hja foar in great part fan it fiskjen.
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02881) vertaling: Nei it iten jow ik my del.
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02881) vertaling: Soe ik dat wol oan kinne.
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02881) vertaling: Hy liet syn hûs ôfbrekke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02881) vertaling: Ik wit dat Jan hurd arbeidzje kinne moat
komt voor: n
gebr.: 1,5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02881) vertaling: Ik wit dat Jan hurd arbeidzje kinne moat
komt voor: n
gebr.: 1,5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02881) vertaling: Ik wit dat Jan hurd arbeidzje kinne moat
komt voor: n
gebr.: 1,5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02881) vertaling: Jan hat net ien boek meer.
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 02881) vertaling: Jan hat gjin boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02881) vertaling: Jan hat gjin boeken.
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02881) vertaling: Jan hat net in protte jild mear
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02881) vertaling: Net ien mei oer dit probleem prate
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02881) vertaling: Nimmen seit, dat er net komt
opm.: interpretatiegeval
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02881) vertaling: Binne hjir nearne mûzen?
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02881) vertaling: Ik jow in oar neat.
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02881) vertaling: Ik jow in oar neat.
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02881) vertaling: Ik jow neat oan in oar.
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02881) vertaling: Ik jow neat oan in oar.
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02881) vertaling: Net ien wol arbeidzje
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02881) vertaling: Wy wisten net, dat er thús wie
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02881) vertaling: Ik wist it ek net
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02881) vertaling: Hy mei mei net ien (nimmen) oer dit probleem prate
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02881) vertaling: Jan wit, dat er foar trije oere de wein makke ha moat
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02881) komt voor: n
gebr.: 1
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02881) vertaling: Mary har auto is stikken
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02881) vertaling: Mary har auto is stikken
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02881) vertaling: Pyt syn auto is stikken
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02881) vertaling: Dy man syn auto is stikken
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02881) vertaling: Dy auto is net fan my mar fan him
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02881) vertaling: Dy auto is net fan my mar fan him
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02881) vertaling: Dy auto is net mines mar sines
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02881) vertaling: Dy auto is net mines mar sines
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02881) vertaling: De krante fan juster leit ûnder de T.V.
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02881) vertaling: Jan is K en K harren broerke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02881) vertaling: Jan is Karolyns en Kristyns broerke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02881) vertaling: Jan is Karolyns en Kristyns broerke
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02881) vertaling: Jan is K en K harren broerke
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02881) vertaling: De fytsen fan dy jonges binne stellen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02881) vertaling: De mem fan dy suskes is op bisite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02881) vertaling: Dy auto is fan Wim
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02881) vertaling: Dy fyts is fan my
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02881) vertaling: Hy mei mei net ien oer dit probleem prate
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02881) vertaling: Ik wol net ien op 't sear komme
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02881) vertaling: It is spitich, dat wy net komme meie
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02881) vertaling: Dat sil ik net dwaan.
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02881) vertaling: Ik ha net arbeide
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02881) vertaling: Hy hie it noch mar krekt sein, doe't Mary begoun te gûlen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02881) vertaling: Helje dy bestelling no mar op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02881) vertaling: Hy arbeidet (werkt) net.
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02881) vertaling: Ik forbied (ûntsiz dy it rjocht) om hjir te kommen.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02881) vertaling: Jan woe net ha, dat wy Mary skillen
opm.: pleonastische negatie bij negatief werkwoord: n.v.t.
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02881) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02881) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02881) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02881) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02881) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02881) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02881) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02881) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02881) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02881) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02881) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02881) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02881) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02881) fragment: als (as) (1)
opm.: als = Ned, as = Fries
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02881) fragment: als (as) (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02881) fragment: als (as) (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02881) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02881) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02881) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02881) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02881) fragment: as dat (1)
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02881) fragment: of (as) (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat jim op net ien lulk binne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat hja nearne wiis op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02881) vertaling: Els tinkt, dat it net maklik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat ik te let bin en dû net
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02881) vertaling: Dû witst dochs, datstû wurkje moatst en ik net.
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02881) vertaling: Elts tinkt, dat wy nei hûs gean en dat hja noch bliuwe meie
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02881) vertaling: It is spitich, dat hy komt en dat hja fuortgiet.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02881) vertaling: Ik tinkt, dat Lisa siik is.
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02881) vertaling: Ik tink, dat Piter en Lysje trouwe (boaskje) sille.
225 (y01(i)) A: Hij slaapt B:Hij/'t (en) doet (inf. 02881) vertaling: Dat docht er
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02881) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02881) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02881) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02881) vertaling: Né hy komt net
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02881) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02881) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02881) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02881) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02881) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02881) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02881) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02881) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02881) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02881) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02881) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02881) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02881) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02881) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02881) vertaling: De lampe barnt net meer.
komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02881) vertaling: De lampe barnt net meer.
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02881) vertaling: Dounset Mary eltse joun?
komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02881) vertaling: Dounset Mary eltse joun?
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02881) vertaling: Snij de bôle efkes
komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02881) vertaling: Snij de bôle efkes
komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02881) fragment: wiens (1)
opm.: IBN
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02881) fragment: dêr't se op (1)
opm.: se op = ze op enclitisch voegwoord 't
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02881) fragment: sieten (2)
opm.: _ze zaten_ is doorgestreept enclitisch voegwoord
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02881) fragment: dêr't se (1)
opm.: _ze zaten_ is doorgestreept enclitisch voegwoord
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02881) fragment: dêr't se (1)
opm.: _ze zaten_ is doorgestreept enclitisch voegwoord
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02881) fragment: sieten (2)
opm.: _ze zaten_ is doorgestreept enclitisch voegwoord
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02881) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02881) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02881) fragment: dy't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02881) fragment: dêr't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02881) fragment: doe't (1)
opm.: enclitisch voegwoord 't
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02881) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02881) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02881) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02881) vertaling: Wa tinkst, dat ik tsinkaam yn 'e stêd.
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02881) vertaling: Hoe tinke jimme dat se it oplost ha?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02881) vertaling: Hoe tinkst, dat se it oplost ha?
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02881) vertaling: M. wit net wa 't wy skilje (belje) wolle
opm.: enclitisch voegwoord 't
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02881) vertaling: Wit immen wa 't wy roppen ha?
opm.: enclitisch voegwoord 't
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02881) vertaling: Wa tinkst, dat ik yn 'e stêd moete ha.
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02881) vertaling: Wa tinkst, dat ik yn 'e stêd moete ha.
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02881) vertaling: Hy hat syn hannen wosken
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02881) vertaling: Hy hat syn himd wosken
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02881) vertaling: Hy hat in hoed op 'e holle
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02881) vertaling: Hy hat in plak op syn himd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02881) vertaling: Hy hat syn skonk brutsen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02881) vertaling: Se hat har sear dien
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02881) vertaling: M. loek de tekken nei har ta
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02881) vertaling: L wit dat der foto's fan himsels te keap binne.
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02881) vertaling: Dû witst noch wol, dat wy doe troch dat bosk roun ha
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02881) vertaling: Ik wit noch dat de auto fan M. stikken wie
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02881) vertaling: Hja wit noch, dat er as in baarch siet te iten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02881) vertaling: Wy witte noch wol dat al Jan syn boeken stellen wiene, mar sy witte it net meer
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02881) vertaling: Witte jim noch wol dat wy Jan op 'e merk sjoen ha?
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02881) vertaling: Hy hat him in ûngelok werkt
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02881) vertaling: Hy fielde hoe't er troch it iis sakke
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02881) vertaling: Soe hy dat dwaan ha kind
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02881) fragment: kinnen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02881) fragment: dien (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02881) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02881) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02881) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02881) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02881) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02881) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02881) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02881) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02881) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02881) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02881) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02881) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02881) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02881) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02881) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02881) komt voor: n
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02881) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02881) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02881) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02881) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02881) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02881) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02881) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02881) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02881) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat J. nei de merke west hat
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat J. nei de merke west hat
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02881) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02881) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02881) vertaling: Ik wurd no wurch, dat ik hâld der mei op
komt voor: j
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02881) vertaling: Ik wurd no wurch, dat ik hâld der mei op
komt voor: j
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02881) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02881) komt voor: n
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02881) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02881) vertaling: Yn dy tiid libbe ik der mar op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02881) vertaling: Eartiids libbe der as in bist.
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02881) vertaling: Dêr libben wy as god yn Frankryk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02881) vertaling: Net ien mei it sjen, dat ik fyn datstû it ek net sjen mochst.
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02881) vertaling: It barde, doe stû fuortgongst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02881) vertaling: Ik wit wêr stû berne bist.
opm.: enclitisch voegwoord
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02881) vertaling: No stû klear bist, mocht fuortgean
opm.: Werkwoordsvorm 'mocht' vertrouw ik niet. HW
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02881) vertaling: Trochdat M stoarn is, hat har man Anna net meer helpe kinnen.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat er te swimmen gien is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02881) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02881) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02881) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02881) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02881) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02881) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02881) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02881) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02881) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 02881) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02881) vertaling: Wa dat?
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 02881) vertaling: Wa dat?
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02881) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02881) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02881) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02881) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02881) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02881) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02881) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02881) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02881) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02881) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02881) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02881) fragment: die (1)
opm.: IBN
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02881) fragment: die (1)
opm.: IBN
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02881) komt voor: n
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02881) komt voor: n
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02881) fragment: met wie (1)
opm.: IBN
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02881) fragment: wie (1)
opm.: IBN
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02881) fragment: waar (1)
opm.: IBN
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02881) fragment: waar (1)
opm.: IBN
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02881) fragment: (2)
opm.: IBN
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02881) fragment: (2)
opm.: IBN
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02881) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02881) fragment: die (1)
opm.: IBN
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02881) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02881) fragment: Degene die (1)
opm.: IBN
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02881) fragment: Wie (1)
opm.: IBN
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02881) fragment: Wie (1)
opm.: IBN
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02881) fragment: Degene die (1)
opm.: IBN
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02881) fragment: wiens (1)
opm.: IBN
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02881) vertaling: Pyt tinkt, dat J en M op net ien lulk binne
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02881) vertaling: Pyt tinkt, dat J en M op net ien lulk binne
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02881) vertaling: Wim tinkt, dat we nimmen in priis jowe
betekenis: geen negative concord
opm.: Informant heeft in de te vertalen zin 'nooit' doorgestreept.
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02881) vertaling: Wim tinkt, dat we nimmen in priis jowe
betekenis: geen negative concord
opm.: Informant heeft in de te vertalen zin 'nooit' doorgestreept.
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02881) vertaling: It is wier, dat se net mei M prate meie
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02881) vertaling: It is wier, dat se net mei M prate meie
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02881) vertaling: Nearne
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02881) vertaling: Nimmen
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02881) vertaling: Net ien
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02881) vertaling: Net ien
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02881) vertaling: Nimmen
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02881) vertaling: Nea
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02881) vertaling: Neat
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02881) vertaling: Net ien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 02881) vertaling: Siz him net, dat ik nei bûten west ha
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 02881) vertaling: Net sizze, datst in presint foar him kocht hast
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 02881) vertaling: Witstû net, dat er fallen is?
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 02881) vertaling: Wendy besiket om nimmen te pinigjen
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 02881) vertaling: It liket, dat hja neat ite mei
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 02881) vertaling: Hja besykje al de hiele dei om mei inoar te skiljen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 02881) vertaling: It liket wer in moaije dei te wurden
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 02881) vertaling: It is allicht better noch even te wachtsjen
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 02881) vertaling: Wy wiene sa lokkich him fuortdaliks werom te finen.
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 02881) vertaling: As de hinnen in falk sjogge, binne se bang
405 (z06b) Als we de aardappelen niet kunnen verkopen, zitten we in de problemen (inf. 02881) vertaling: As wy de ierpels net ferkeapje kinne, ha wy in probleem
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 02881) vertaling: As jimme him net meinimme, wurd ik lulk
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 02881) vertaling: Hy wist it net.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 02881) vertaling: Op dit feest wurdt der in protte dounse
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 02881) vertaling: Nou wurdt der allinne noch mar bôle ferkocht yn dy winkel.
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 02881) vertaling: As hy op 'e fyts komt, sil er wol let wêze
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 02881) vertaling: As't tiid hast, kom dan ris oan
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 02881) vertaling: As ik ryk bin, keapje ik in djoere auto
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 02881) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 02881) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 02881) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 02881) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 02881) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 02881) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 02881) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 02881) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 02881) komt voor: n
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 02881) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02881) vertaling: Mary hat sein datstû besocht hast in ferske te sjongen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02881) vertaling: Mary hat sein datstû besocht hast in ferske te sjongen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02881) vertaling: M. hat sein, datstû besocht hast in ferske te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 02881) vertaling: M. hat sein, datstû besocht hast in ferske te sjongen.
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 02881) vertaling: M. hat sein datstû besocht hast har in boek te jaan
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 1,5
opm.: IBN
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 1,5
opm.: IBN
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 02881) komt voor: n
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 02881) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 02881) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 02881) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 02881) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 02881) komt voor: n
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 02881) vertaling: De stêdtsjers ha jir in protte hûzen bout.
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 02881) vertaling: Oan dy nije feart sjochst gjin minske meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 02881) vertaling: Juster hat Jan hjir west.
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 02881) vertaling: Op 'e dei, dat J. skille, wie ik net thús
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 02881) vertaling: Jef soe ik nea noegje.
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 02881) vertaling: M. soe soks nea dwaan
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 02881) vertaling: Bert drinkt wol ris in gleske tefolle
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 02881) vertaling: M. soe ik wolris by my thús noegje wolle
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 02881) vertaling: Dat hûs soe ik nea keapje wolle
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 02881) vertaling: Dat hûs stiet dêr al fyttich jier
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 02881) vertaling: Hat G. skille?
473 (z11b) En pas op! (inf. 02881) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02881) vertaling: Pas op!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02881) vertaling: Tink er om!
473 (z11b) En pas op! (inf. 02881) vertaling: Tink er om!
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 02881) vertaling: 't Wie mar krekt goedernôch.
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 02881) vertaling: M. hat no meer kei as dat se eartiids hie
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 02881) vertaling: As S komme kinnen hie, hie se dat dien
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 02881) vertaling: Hja is de bêste dokter dy't ik kin
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 02881) vertaling: Eardatst wat fuortgoaist, moatst even skilje
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 02881) vertaling: Hjir is alles wat ik krige ha
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 02881) vertaling: Jan is te gjirrich om wat oan syn bern te jaan
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 02881) vertaling: Krekt asto wat fan fuotbaljen ôfwist.
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 02881) vertaling: Lis dat boek del
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 02881) vertaling: Ast wier net wachtsje kinst, kom dan mar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 02881) vertaling: Ik wit, dat J. de dokter roppe kinnen hie
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 02881) vertaling: Hy sei, dat ik it dwaan moatten hie
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 02881) vertaling: Hy is ferline wike troch dr. M. operere
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 02881) vertaling: Hy wurdt moarn troch dr. M. operere
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02881) vertaling: Ik tink, datst in protte fuortgoaije moatte soest
positie: 1
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 02881) vertaling: Ik tink, datst in protte fuortgoaije moatte soest
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02881) vertaling: It is dom om sokke djoere dingen fuort te goaijen.
positie: 1
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 02881) vertaling: It is dom om sokke djoere dingen fuort te goaijen.
positie: 1
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02881) vertaling: Hy smyt alle stikkene spullen fuort
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 02881) vertaling: Hy smyt alle stikkene spullen fuort
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02881) vertaling: My tinkt doe soest faker de krante lêze
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 02881) vertaling: My tinkt doe soest faker de krante lêze
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02881) vertaling: It is dom om yn it tsjuster te krantlêzen
positie: 2
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 02881) vertaling: It is dom om yn it tsjuster te krantlêzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02881) vertaling: Hy sit de hiele dei de krante te lêzen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 02881) vertaling: Hy sit de hiele dei de krante te lêzen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 02881) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 02881) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 02881) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 02881) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 02881) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 02881) vertaling: R hat ien griene appel fuortjoun, en no hat er noch twa reade
opm.: 'er' = 'hij'
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 02881) vertaling: Der wiene in protte minsken op it feest.
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 02881) vertaling: Wiene der in protte minsken op it feest?
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 02881) vertaling: Wat soarte boeken hastû kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 02881) vertaling: Hy wennet by M. yn.
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 02881) vertaling: Hy wennet by W. yn.
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 02881) vertaling: Rin even nei de bakker, W
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 02881) vertaling: Wa hastû sjoen?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 02881) vertaling: Wa hat dy sjoen?
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 02881) vertaling: As ik dat witten hie, hie ik it net dien
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 02881) vertaling: 't Wie better om noch even te wachtsjen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 02881) vertaling: Lokkich hie Jan de dokter skille en dy wie der al hiel gau
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 02881) vertaling: Rin no dochs troch, akelige jonges
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 02881) komt voor: j
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 02881) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 02881) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 02881) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 02881) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 02881) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 02881) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 02881) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Oudkerk / Aldtsjerk

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Oudkerk / Aldtsjerk