SAND-data Sint Jacobiparochie / Sint Jabik (B018p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 02893) vertaling: Jan herinnert him dat ferhaal wel
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 02893) vertaling: M en P sien nander foor de kerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 02893) vertaling: T wast him
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 02893) vertaling: De timmerman het syn spikers by him
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 02893) vertaling: F sâg 'n slang naast him
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 02893) vertaling: E liet my foor him werke
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 02893) vertaling: J liet hur metdrive op 'e golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 02893) vertaling: T besâg him sels 's goed in 'e spiegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 02893) vertaling: J het in twee menútte 'n biertsy opdronk
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 02893) vertaling: Deuze skoenen lope maklik
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 02893) vertaling: E. kin himsels goed
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 02893) vertaling: W het hoord, dat d'r foto's fan him in 'e etalazy staan
opm.: reflexief: hem
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 02893) vertaling: Die irpels skille niet maklik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 02893) vertaling: Dut glas breekt at 't (op 'e grônd) fâlt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 02893) vertaling: Dokter, leef ik wel gesond geno(e)g
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 02893) vertaling: Al jaren leeft-y fan 'e erfenis fan syn hait
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 02893) vertaling: Deuze week leeft sy op water en bôl
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 02893) vertaling: Leeft 't nag?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 02893) vertaling: Hoelang leve jim nou al fan die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 02893) vertaling: In B leve se foaral fan 'e fisfangst
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02893) vertaling: Na't eten slaap ik even
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02893) vertaling: Na't eten sil ik even slape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02893) vertaling: Na't eten sil ik even slape
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 02893) vertaling: Na't eten slaap ik even
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 02893) vertaling: Sou ik dat wel doen kinne?
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 02893) vertaling: Hy liet syn huus ôfbreke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat Jan hard werke kinne mot
komt voor: n
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat Jan hard werke kinne mot
komt voor: n
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 02893) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 02893) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 02893) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 02893) komt voor: j
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 02893) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 02893) komt voor: n
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 02893) komt voor: j
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 02893) komt voor: n
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 02893) komt voor: n
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 02893) komt voor: n
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 02893) komt voor: j
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 02893) komt voor: n
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 02893) komt voor: n
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 02893) komt voor: n
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 02893) komt voor: j
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 02893) komt voor: n
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 02893) komt voor: n
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 02893) komt voor: n
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 02893) komt voor: j
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 02893) komt voor: n
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 02893) komt voor: n
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 02893) komt voor: n
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 02893) komt voor: j
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 02893) komt voor: n
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 02893) komt voor: n
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 02893) komt voor: n
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 02893) komt voor: j
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 02893) komt voor: n
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 02893) komt voor: n
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 02893) komt voor: n
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 02893) komt voor: j
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 02893) komt voor: n
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 02893) komt voor: n
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 02893) komt voor: n
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 02893) komt voor: j
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 02893) komt voor: n
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 02893) komt voor: n
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 02893) komt voor: n
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 02893) komt voor: j
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 02893) komt voor: n
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 02893) komt voor: n
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 02893) vertaling: J het gyneen boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 02893) vertaling: Boeken het J niet
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 02893) vertaling: J het niet feul geld meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02893) vertaling: D'r mâg niet een prate over dat probleem
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02893) vertaling: D'r mâg niet een over dat probleem prate
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 02893) vertaling: Niet een seit dat-y komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 02893) vertaling: Sitte hier ergens muze
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 02893) vertaling: Ik geef niks an 'n ânder
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 02893) vertaling: Niet een wil werke
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 02893) vertaling: Wy wiste niet dat-y thús waar
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 02893) vertaling: Ik wist 't ok niet
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 02893) vertaling: Hij mâg met gyneen (niet een) over dut probleem prate.
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 02893) vertaling: J weet, dat-y foor drie uur de wagen maakt hewwe mot
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 02893) komt voor: n
157 (x06b) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet gemaakt hebben (inf. 02893) komt voor: n
158 (x06c) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben moet gemaakt (inf. 02893) komt voor: n
159 (x06d) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen hebben gemaakt moet (inf. 02893) komt voor: n
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 02893) komt voor: n
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 02893) komt voor: j
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 02893) vertaling: M hur auto is stikken
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 02893) vertaling: M hur auto is stikken
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 02893) vertaling: Pyts auto is stikken
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 02893) vertaling: Pyt syn auto is stikken
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 02893) vertaling: Dy man syn auto is stikken
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 02893) vertaling: Die auto is niet fan mij maar fan him
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 02893) vertaling: Juster laai de krant ônder de tillefizy
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 02893) vertaling: J is K en K hur broertsy
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 02893) vertaling: Die jonges hur fytsen binne stoalen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 02893) vertaling: Die sussen hur mim is op bezite
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 02893) vertaling: Die auto is Wim sinent
opm.: vergelijkbare constructie met -ent
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 02893) vertaling: Die fyts is minent
opm.: vergelijkbare constructie met -ent
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 02893) vertaling: Hij mâg met niet een (gyneen) prate over dut probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 02893) vertaling: Ik wil niet een/gyneen kwetse.
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 02893) vertaling: 't Is spitig dat wij niet komme mâge
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 02893) vertaling: Dat sil ik niet doen
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 02893) vertaling: Ik hew niet werkt
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 02893) vertaling: Nag maar krekt had-y 't ferteld of M. begon te gúllen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 02893) vertaling: Haal die bestelling nou maar op
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 02893) vertaling: Hij werkt niet
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 02893) vertaling: Ik ferbied dij om hier te kommen.
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 02893) vertaling: J ferhinderde dat wij M belden
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02893) fragment: af (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02893) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02893) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 02893) fragment: af (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02893) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02893) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02893) fragment: te (2)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 02893) fragment: om (1)
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 02893) fragment: om te (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02893) fragment: dan (2)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02893) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02893) fragment: Als (1)
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 02893) fragment: dan (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02893) fragment: om (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02893) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02893) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 02893) fragment: om (1)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 02893) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02893) fragment: dan (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02893) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02893) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 02893) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02893) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02893) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02893) fragment: als (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 02893) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02893) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02893) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02893) fragment: dan (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 02893) fragment: als (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 02893) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 02893) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 02893) fragment: te (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 02893) komt voor: n
201 (x09n) Jan zei ......... hij wou meegaan (inf. 02893) fragment: dat (1)
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 02893) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 02893) fragment: of 't (1)
opm.: Wat is de status van _'t_ inhet Bildts?
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat jim op niet een lilk binne
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat jim op niet een lilk binne
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat jim op gyneen lilk binne
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat jim op gyneen lilk binne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat sij nergens trots op is
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 02893) vertaling: Els dinkt dat 't niet maklik is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat ik te laat bin en dou niet
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 02893) vertaling: Dou weetst doch datst werke motst en ik niet
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 02893) vertaling: Idereen dinkt dat wij na hús toe gaan en dat sij nag blive mâge
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 02893) vertaling: 't Is spitig dat hij komt en dat sij fortgaat
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 02893) vertaling: Ik dink dat L. syk is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 02893) vertaling: Ik dink, dat P en L trouwe sille
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 02893) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 02893) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 02893) komt voor: n
229 (y01(ii)) A: Hij zal niet komen B: Hij/'t (en) doet (inf. 02893) vertaling: hij doet 't niet
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 02893) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 02893) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 02893) komt voor: n
234 (y01(iii)a) A: Slaapt hij? B: Ja, hij doet (inf. 02893) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 02893) komt voor: n
236 (y01(iii)c) A: Slaapt hij? B: Ja, hij en doet (inf. 02893) komt voor: n
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 02893) komt voor: j
238 (y01(iii)e) A: Slaapt hij? B: Nee, hij doet niet (inf. 02893) komt voor: n
239 (y01(iii)f) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet (inf. 02893) komt voor: n
240 (y01(iii)g) A: Slaapt hij? B: Nee, hij en doet niet (inf. 02893) komt voor: n
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 02893) komt voor: j
242 (y01(iii)i) A: Slaapt hij? B: 't Doet (inf. 02893) komt voor: n
243 (y01(iii)j) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Ie doet (inf. 02893) komt voor: n
244 (y01(iii)k) Persoon A vraagt: Slaapt hij?; persoon B antwoordt: Toetoet (inf. 02893) komt voor: n
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 02893) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 02893) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 02893) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 02893) fragment: van wie de (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02893) fragment: wer't (1)
opm.: Informant vult zinnen als eerste voor het Nederlands aan met de woorden _daar_ en _waar_ en geeft vervolgens de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02893) fragment: der't (1)
opm.: Informant vult zinnen als eerste voor het Nederlands aan met de woorden _daar_ en _waar_ en geeft vervolgens de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02893) fragment: der't (1)
opm.: Informant vult zinnen als eerste voor het Nederlands aan met de woorden _daar_ en _waar_ en geeft vervolgens de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 02893) fragment: wer't (1)
opm.: Informant vult zinnen als eerste voor het Nederlands aan met de woorden _daar_ en _waar_ en geeft vervolgens de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02893) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 02893) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 02893) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _die_ en geeft daarna de Bildtse vertaling. _'t_ is enclitisch voegwoord.
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02893) fragment: der't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _daar_ en _waar_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02893) fragment: der't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _daar_ en _waar_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02893) fragment: wer't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _daar_ en _waar_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 02893) fragment: wer't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _daar_ en _waar_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is enclitisch voegwoord.
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _dat_ en _waarop dat_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is een enclitisch voegwoord. twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02893) fragment: werop't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _dat_ en _waarop dat_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is een enclitisch voegwoord. twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02893) fragment: werop't (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _dat_ en _waarop dat_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is een enclitisch voegwoord. twijfelgeval D-woord of voegwoord
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: Informant vult de zin eerst in het Nederlands aan met _dat_ en _waarop dat_ en geeft daarna de Bildtse vertalingen. _'t_ is een enclitisch voegwoord. twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02893) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 02893) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02893) fragment: wie't (1)
opm.: Informant vult de zinnen eerst in het Nederlands aan met _wie_ en _die_ en geeft daarna de Bildtse vertaling. _'t_ is enclitisch voegwoord.
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: Informant vult de zinnen eerst in het Nederlands aan met _wie_ en _die_ en geeft daarna de Bildtse vertaling. _'t_ is enclitisch voegwoord.
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: Informant vult de zinnen eerst in het Nederlands aan met _wie_ en _die_ en geeft daarna de Bildtse vertaling. _'t_ is enclitisch voegwoord.
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 02893) fragment: wie't (1)
opm.: Informant vult de zinnen eerst in het Nederlands aan met _wie_ en _die_ en geeft daarna de Bildtse vertaling. _'t_ is enclitisch voegwoord.
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, dat ik in 'e stâd troffen hè?
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02893) vertaling: Wat dinke Jim dat se 't oplost hewwe?
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 02893) vertaling: Hoe dinkst, dat se 't oplost hewwe
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 02893) vertaling: M weet niet wie't wij (op)belle wille.
opm.: enclitisch voegwoord _'t_
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 02893) vertaling: Weet een wie't wij ropen hewwe
opm.: enclitisch voegwoord _'t_
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, wie't ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, dat ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, dat ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, wie't ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, dat ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, wie't ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, wie't ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 02893) vertaling: Wie dinkst, dat ik in 'e stâd troffen hew?
opm.: _'t_ is enclitisch voegwoord
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 02893) vertaling: Hij het syn hannen wossen
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 02893) vertaling: Hij het syn himd wossen
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 02893) vertaling: Hij het 'n hoed op 't hoo(f)d.
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 02893) vertaling: Hij het 'n plak(ky) in 't himd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 02893) vertaling: Hij het 't been broken
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 02893) vertaling: Sij het hur seer deen.
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 02893) vertaling: M. trok de deken na hur toe
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 02893) vertaling: L. weet, dat d'r foto's fan himsels te koop binne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 02893) vertaling: Dou herinnerst dy dochs wel dat wij doe deur 't bos (hine) lopen binne?
opm.: reflexief: je
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 02893) vertaling: Ik herinner mij dat de auto fan M. stikken waar
opm.: reflexief: me
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 02893) vertaling: Sij herinnert hur dat hij as 'n ferken sat te eten
opm.: reflexief: haar
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 02893) vertaling: Wij herinnere ôns wel, dat al J. syn boeken stoalen waren, maar sij herinnere 't hur niet
opm.: reflexief: ons reflexief: hun
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 02893) vertaling: Herinnere jim jim nag dat wij J. op 'e met sien hewwe
opm.: reflexief: je
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 02893) vertaling: Hij het him 'n ongeluk werkt.
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 02893) vertaling: Hij foelde dat-y deur 't iis sakte.
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 02893) vertaling: Hij sou dat deen kinnen hewwe
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 02893) fragment: kinnen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 02893) fragment: deen of daan (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 02893) komt voor: j
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 02893) komt voor: n
gebr.: 1
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 02893) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 02893) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 02893) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 02893) komt voor: n
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 02893) komt voor: j
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 02893) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 02893) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02893) vertaling: M (al) hur koeien binne ferdronken bij -
komt voor: j
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 02893) vertaling: M (al) hur koeien binne ferdronken bij -
komt voor: j
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 02893) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 02893) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 02893) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 02893) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 02893) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 02893) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat Jan na de met weest het
komt voor: j
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 02893) vertaling: Ik weet dat Jan na de met weest het
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02893) vertaling: Lopende kwam ik him teugen
komt voor: j
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 02893) vertaling: Lopende kwam ik him teugen
komt voor: j
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 02893) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 02893) vertaling: Ik wor nou moe, dat ik hou d'r maar met op.
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 02893) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02893) vertaling: De ferver het hier weest te ferve
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 02893) vertaling: De ferver het hier weest te ferve
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 02893) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 02893) vertaling: In die leefde ik d'r op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 02893) vertaling: Froeger leefde hij as 'n beest
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 02893) vertaling: Der leefden wij as god in F.
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 02893) vertaling: Gyneen mâg 't sien, dus dyn ik datstou 't ok niet sien mâgst
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 02893) vertaling: 't Gebeurde doetst fortgingst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 02893) vertaling: Ik weet wertst geboren bist
opm.: enclitisch voegwoord 't
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 02893) vertaling: Noust klaar bist, mâgst gaan
opm.: enclitisch voegwoord 't
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 02893) vertaling: Doe't Mary sturven waar, het hur man Anne niet meer helpe kinnen
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 02893) vertaling: Ik weet, dat hij gaan is te swimmen
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 02893) komt voor: n
348 (y09b) Ik weet dat hij is zwemmen gaan (inf. 02893) komt voor: n
349 (y09c) Ik weet dat hij gaan is zwemmen (inf. 02893) komt voor: n
350 (y09d) Ik weet dat hij gaan zwemmen is (inf. 02893) komt voor: n
351 (y09e) Ik weet dat hij zwemmen is gaan (inf. 02893) komt voor: n
352 (y09f) Ik weet dat hij zwemmen gaan is (inf. 02893) komt voor: n
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 02893) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 02893) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 02893) komt voor: n
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02893) vertaling: met sok weer kin je niet feul doen
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 02893) vertaling: met sok weer kin je niet feul doen
komt voor: j
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 02893) vertaling: At 't met is komme de mênsen na búttene
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 02893) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 02893) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 02893) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 02893) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 02893) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 02893) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 02893) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 02893) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 02893) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: Informant geeft aan: die't = die at
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 02893) fragment: die't (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02893) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 02893) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02893) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02893) fragment: dat (2)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 02893) fragment: die't (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 02893) fragment: die't (1)
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 02893) fragment: wie't (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 02893) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 02893) fragment: die't (1)
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 02893) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 02893) fragment: At (1)
opm.: At = als. Maakt in het Bildts toevallig een goede zin, omdat daar in de 2e p. ev. pro-drop mogelijk is.
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 02893) fragment: werfan at de (1)
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02893) vertaling: P. dink dat J en M op gyneen lilk binne
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 02893) vertaling: P. dink dat J en M op gyneen lilk binne
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 02893) opm.: Opmerking informant: komt niet voor
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02893) vertaling: 't Is waar dat se niet met M prate mâge
betekenis: negatie > modaal
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 02893) vertaling: 't Is waar dat se niet met M prate mâge
betekenis: negatie > modaal
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 02893) vertaling: Wer groeit 't geld an 'e bomen
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 02893) vertaling: Wie het de auto metnommen
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 02893) vertaling: Wanneer sil de wereldfrede komme
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 02893) vertaling: Wat is rônd en fierkant t'ngelyk
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 02893) vertaling: Welke koeien het-y molken

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Sint Jacobiparochie / Sint Jabik

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Sint Jacobiparochie / Sint Jabik