SAND-data Hoorn (B005p)

schriftelijke enquête | mondelinge enquête | telefonische enquête

data schriftelijke enquête

zinsnr.testzinantwoorden
035 (x01a) Jan herinnert zich dat verhaal wel (inf. 03554) vertaling: Jan kan 'm dat verhaal nog wol herinnerje
opm.: reflexief: hem
036 (x01b) Marie en Piet wijzen naar ... (inf. 03554) vertaling: Marie en Piet sjoche mekorm bie de tsjerk
037 (x01c) Toon wast ... (inf. 03554) vertaling: Toon is 'm oan 't wasken
opm.: reflexief: hem
038 (x01d) De timmerman heeft geen spijkers bij zich (inf. 03554) vertaling: de timmerman had gien spiekers bie 'm
opm.: reflexief: hem
039 (x01e) Fons zag een slang naast ... (inf. 03554) vertaling: Fons zaag een slang nest 'm
opm.: reflexief: hem
040 (x01f) Erik liet mij voor zich werken (inf. 03554) vertaling: Erik lit my for 'm workje
opm.: reflexief: hem
041 (x01g) Johanna liet zich meedrijven op de golven (inf. 03554) vertaling: Johanna liet har meidrowe op de golven
opm.: reflexief: haar
042 (x01h) Toon bekeek zichzelf eens goed in de spiegel (inf. 03554) vertaling: Toon had 'm zelf ies goed bekiket in de spegel
opm.: reflexief: hemzelf
043 (x01i) Jan heeft in twee minuten een biertje gedronken (inf. 03554) vertaling: Jan had ien twa minuten een biereke opdronken
044 (x01j) Deze schoenen lopen gemakkelijk (inf. 03554) vertaling: Dûze schonnen ronnen 't makkelikst
045 (x01k) Eduard kent zichzelf goed (inf. 03554) vertaling: Eduard kan 'm zelf troch en troch
opm.: reflexief: hemzelf
046 (x01l) Ward heeft gehoord dat er foto's van zichzelf in de etalage staan (inf. 03554) vertaling: Ward had heerd dat er foto's van 'm zelf in de etalage stinne.
opm.: reflexief: hemzelf
047 (x01m) Die aardappelen schillen niet gemakkelijk (inf. 03554) vertaling: Duze ierpels schielje net makkelik
884 (x01n) Dit glas breekt als het op de grond valt (inf. 03554) vertaling: Dut gleis brekt as 't op de grong valt
052 (x02a) Dokter, leef ik wel gezond genoeg? (inf. 03554) vertaling: Dokter, libje ik wol gezond genoog
054 (x02b) Al jaren leeft hij van de erfenis van zijn vader (inf. 03554) vertaling: hy libbet al jieren op de erfenis von zyn ta
056 (x02c) Deze week leeft zij op water en brood (inf. 03554) vertaling: van de wiek libbet ze op wetter en broôd.
058 (x02d) Leeft het nog? (inf. 03554) vertaling: Libbet hy nog?
060 (x02e) Hoelang leven jullie nu al van die erfenis? (inf. 03554) vertaling: hô lang libje jomme noe al von die erfenis
062 (x02f) In Bretagne leven ze vooral van de visvangst (inf. 03554) vertaling: Ien Bretange libje ze foral van de viskerie
064 (x02g) Na het eten ga ik slapen (inf. 03554) vertaling: Nei 't ieten gin ik sliepe
065 (x02h) Zou ik dat wel kunnen doen? (inf. 03554) vertaling: Zou ik dat wol dweân kanne
066 (x02i) Hij liet zijn huis afbreken (inf. 03554) vertaling: hie liet z'n huûs oafbrekke
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat jan hôd mot kanne workje
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat jan hôd mot kanne workje
komt voor: j
gebr.: 5
074 (x03a) Ik weet dat Jan hard (moet) (kunnen) (werken) (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat jan hôd mot kanne workje
komt voor: j
gebr.: 5
076 (x03b) Ik weet dat Jan hard moet werken kunnen (inf. 03554) komt voor: n
078 (x03c) Ik weet dat Jan hard kunnen moet werken (inf. 03554) komt voor: n
079 (x03d) Ik weet dat Jan hard kunnen werken moet (inf. 03554) komt voor: n
081 (x03e) Ik weet dat Jan hard werken kunnen moet (inf. 03554) komt voor: n
083 (x03f) Ik weet dat Jan hard werken moet kunnen (inf. 03554) komt voor: n
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
879 (x04(iii)a) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur moet bouwen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
880 (x04(iii)b) Ik weet dat Jan een nieuwe schuur bouwen moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
088 (x04(iii)c) Ik weet dat Jan moet een nieuwe schuur bouwen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
089 (x04(iii)d) Ik weet dat Jan bouwen een nieuwe schuur moet (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
091 (x04(iv)a) Ik vind dat Marie naar Jef moet bellen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
092 (x04(iv)b) Ik vind dat Marie naar Jef bellen moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
093 (x04(iv)c) Ik vind dat Marie moet naar Jef bellen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
094 (x04(iv)d) Ik vind dat Marie bellen naar Sjef moet (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
095 (x04(ix)a) Jan zei dat Marie naar een bakker moest gaan (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
096 (x04(ix)b) Jan zei dat Marie naar een bakker gaan moest (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
097 (x04(ix)c) Jan zei dat Marie moest naar een bakker gaan (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
098 (x04(ix)d) Jan zei dat Marie gaan naar een bakker moest (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
100 (x04(v)a) Ik weet dat Jan jammer genoeg moet vertrekken (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
101 (x04(v)b) Ik weet dat Jan jammer genoeg vertrekken moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
102 (x04(v)c) Ik weet dat Jan moet jammer genoeg vertrekken (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
103 (x04(v)d) Ik weet dat Jan vertrekken jammer genoeg moet (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
105 (x04(vi)a) Ik weet dat Hans niet mag komen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
106 (x04(vi)b) Ik weet dat Hans niet komen mag (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
107 (x04(vi)c) Ik weet dat Hans mag niet komen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
110 (x04(vi)d) Ik weet dat Hans komen niet mag (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
112 (x04(vii)a) Ik weet dat Jan varkens wil kopen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
113 (x04(vii)b) Ik weet dat Jan varkens kopen wil (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
114 (x04(vii)c) Ik weet dat Jan wil varkens kopen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
115 (x04(vii)d) Ik weet dat Jan kopen varkens wil (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
117 (x04(viii)a) Ik weet dat Eddy brood wil eten (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
118 (x04(viii)b) Ik weet dat Eddy brood eten wil (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
086 (x04(viii)c) Ik weet dat Eddy morgen wil brood eten (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
121 (x04(viii)d) Ik weet dat Eddy eten brood wil (inf. 03554) gebr.: 1
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
123 (x04(x)a) Eddy moet vroeg kunnen opstaan (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
124 (x04(x)b) Eddy moet vroeg opstaan kunnen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
087 (x04(x)c) Eddy moet kunnen vroeg opstaan (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
126 (x04(x)d) Eddy moet opstaan vroeg kunnen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
128 (x04(xi)a) Ik zei dat Willy de auto moest verkopen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
129 (x04(xi)b) Ik zei dat Willy de auto verkopen moest (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
130 (x04(xi)c) Ik zei dat Willy moest de auto verkopen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
131 (x04(xi)d) Ik zei dat Willy verkopen de auto moest (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 1
133 (x05a) Jan heeft geeneen boek meer (inf. 03554) vertaling: Jan had gien eên boek meer
134 (x05b) Jan en heeft geen boek meer (inf. 03554) vertaling: Jan had gien boek meer
135 (x05c) Boeken heeft Jan geen (inf. 03554) vertaling: Boeken had Jan net
136 (x05d) Jan en heeft niet veel geld niet meer (inf. 03554) vertaling: Jan had hast gien jild meer
144 (x05e) Er mag niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03554) vertaling: der mei gien eên oer dut probleem preitse
138 (x05f) Er mag niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03554) vertaling: der mei gien eên oer dut probleem preitse
139 (x05g) Niemand zegt dat hij komt niet (inf. 03554) vertaling: gien eên zeit dat hie komt
140 (x05h) Zitten hier nergens geen muizen? (inf. 03554) vertaling: binne hir ergens mûzen
141 (x05i) Ik geef niets aan een ander niet (inf. 03554) vertaling: Ik joch niks oan een oar.
142 (x05j) Niemand wil niet werken niet (inf. 03554) vertaling: gien een die workje wol.
143 (x05k) Wij en wisten niet dat hij thuis was (inf. 03554) vertaling: Wie wisten net dat hie thuis war.
144a (x05l) Ik wist het niet ook niet (inf. 03554) vertaling: Ik wist ut eak net
145 (x05m) Hij mag met niemand spreken niet over dit probleem (inf. 03554) vertaling: hie mei mei gien een preitse oer dut probleem
155 (x06) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen (moet) (hebben) (gemaakt) (inf. 03554) vertaling: Jan wit dat hie for treê oere de wein makket mot habbe
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
156 (x06a) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen moet hebben gemaakt (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
160 (x06e) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt moet hebben (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
161 (x06f) Jan weet dat hij voor drie uur de wagen gemaakt hebben moet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
162 (x07a) Maries auto is kapot (inf. 03554) vertaling: Marie's auto is stikken
163 (x07b) Marie d'r/se(n) auto is kapot (inf. 03554) vertaling: Marie har auto is stikken
164 (x07c) Piets auto is kapot (inf. 03554) vertaling: Piet's auto is stikken
165 (x07d) Piet z'n/se auto is kapot (inf. 03554) vertaling: Piet zyn auto is stikken
166 (x07e) Die mans auto is kapot (inf. 03554) vertaling: Die man zyn auto is stikken
167 (x07f) Die man zijn/se auto is kapot (inf. 03554) vertaling: Die man zyn auto is stikken
168 (x07g) Die auto is niet van mij maar van hem (inf. 03554) vertaling: Die auto is net van mie, mar fan him
169 (x07h) Gisterens krant ligt onder de TV (inf. 03554) vertaling: de krant van jiester leit onder de tilevisje
170 (x07i) Jan is Karolien en Kristien se/hun broertje (inf. 03554) vertaling: Jan is 't broereke van karolien en kristien
171 (x07j) Die jongens hun fietsen zijn gestolen (inf. 03554) vertaling: De fietsen van de jongens binne stellen
172 (x07k) Die zussen d'r moeder is op bezoek (inf. 03554) vertaling: de mim van die zuskes binne op bezoek
173 (x07l) Die auto is Wims (inf. 03554) vertaling: Dat is wim zyn auto
174 (x07m) Die fiets is mijns (inf. 03554) vertaling: Dat is mien fiets
178 (x08a) Hij mag met niemand spreken over dit probleem niet (inf. 03554) vertaling: hie mei gien eên preitse oer dut probleem
179 (x08b) Ik wil niemand niet kwetsen niet (inf. 03554) vertaling: Ik wol gieneên reitze
180 (x08c) Het is jammer dat wij komen niet en mogen (inf. 03554) vertaling: het is jammer dat wie net komme meie
181 (x08d) Dat niet en ga ik doen (inf. 03554) vertaling: Dat dôch ik net
182 (x08e) (Heb je hard gewerkt?) Niet heb ik gewerkt (inf. 03554) vertaling: Ik hab net worket.
183 (x08f) Niet had hij het verteld of Marie begon te huilen (inf. 03554) vertaling: hie hie ut nog mar krek zeit of marie begon te geuljen
184 (x08g) Gaan haalt die bestelling nu maar op! (inf. 03554) vertaling: gin die bestelling mar ophelje
185 (x08h) Hij en werkt (inf. 03554) vertaling: hie worket net
186 (x08i) Je weet dat niemand hier binnen mag, dus ik verbied je nog een keer om hier niet te komen (inf. 03554) vertaling: ik verbjeadsje die her te komen
187 (x08j) Jan verhinderde dat we Marie niet belden (inf. 03554) vertaling: Jan had 't tsjn houwen dat wie marie op zouwen belje
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03554) fragment: om (1)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03554) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03554) fragment: te (2)
188 (x09a) Heb je genoeg mensen om hooi van het land te halen? (inf. 03554) fragment: om (1)
189 (x09b) Het was aardig van Jan om te komen werken (inf. 03554) komt voor: n
190 (x09c) Deze ton is zwaar om te dragen (inf. 03554) komt voor: n
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03554) fragment: als (1)
opm.: IBN
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03554) fragment: dan (2)
opm.: IBN
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03554) fragment: dan (2)
opm.: IBN
191 (x09d) ...... je met ons mee wilt ...... moet je nu je jas aan doen (inf. 03554) fragment: als (1)
opm.: IBN
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03554) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03554) fragment: (1)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03554) fragment: te (2)
192 (x09e) We hopen allemaal van op tijd thuis te zijn (inf. 03554) fragment: te (2)
193 (x09f) Dat is zo zeker als één en één twee is (inf. 03554) fragment: als (1)
194 (x09g) Ik denk niet dat wij rijker zijn ......... Marie (inf. 03554) fragment: dan (1)
195 (x09h) Jullie hebben meer tijd ......... wij (inf. 03554) fragment: als (1)
196 (x09i) Wij hebben meer tijd ......... jij (inf. 03554) fragment: dan (1)
197 (x09j) Is Jan even oud als jij? (inf. 03554) fragment: als (1)
199 (x09k) Hij staat te zeuren (inf. 03554) fragment: te (1)
198 (x09l) Hij kan staan zeuren (inf. 03554) fragment: (1)
200 (x09m) Toen we aankwamen regende het (inf. 03554) komt voor: n
202 (x09o) Hij deed of hij haar niet zag (inf. 03554) komt voor: n
203 (x09p) Ik weet niet of hij komt (inf. 03554) fragment: of (1)
204 (x10a) Ik weet dat jullie op niemand boos zijn (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat jomme op gien eên kwead binne
205 (x10b) Ik weet dat zij op niets trots is (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat jâ op niks greetsk binne
206 (x10c) Els denkt dat 't niet gemakkelijk is (inf. 03554) vertaling: Els tinkt dat 't moeilyk is
207 (x10d) Ik weet dat ik te laat ben en jij niet (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat ik te let bin en do net
208 (x10e) Je weet toch dat jij moet werken en ik niet (inf. 03554) vertaling: do wist toch wol dast do workje most en ik net
209 (x10f) Iedereen denkt dat wij naar huis gaan en dat zij nog mogen blijven (inf. 03554) vertaling: idereên tinkt dat wie nei huus ginne en dat ja meie bloeie
210 (x10g) Het is jammer dat hij komt en dat zij weggaat (inf. 03554) vertaling: het is jammer dat hie komt en ja vort geet.
211 (x10h) Ik denk dat Lisa ziek is (inf. 03554) vertaling: Ik tink dat Lisa sjeek is
213 (x10i) Ik denk dat Pieter en Liesje gaan trouwen (inf. 03554) vertaling: Ik tink dat Pieter en Liesje trouwje ginne
226 (y01(i)a) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij en doet (inf. 03554) komt voor: n
227 (y01(i)b) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: Hij doet (inf. 03554) komt voor: n
228 (y01(i)c) Persoon A vraagt: Hij slaapt; persoon B antwoordt: 't Doet (inf. 03554) komt voor: n
230 (y01(ii)a) A: Hij zal niet komen B: Hij en doet (inf. 03554) komt voor: n
231 (y01(ii)b) A: Hij zal niet komen B: Hij doet (inf. 03554) komt voor: n
232 (y01(ii)c) A: Hij zal niet komen B: 't doet (inf. 03554) komt voor: n
235 (y01(iii)b) A: Slaapt hij? B: Ja, dat doet hij (inf. 03554) komt voor: j
237 (y01(iii)d) A: Slaapt hij? B: Ja, hij slaapt (inf. 03554) komt voor: j
241 (y01(iii)h) A: Slaapt hij? B: Nee, hij slaapt niet (inf. 03554) komt voor: j
245 (y01(iv)a) De lamp doet niet meer branden; De kinderen doen hier niet voetballen; Branden doet de lamp niet meer (inf. 03554) komt voor: n
246 (y01(iv)b) Doet Marie elke avond dansen? (inf. 03554) komt voor: n
247 (y01(iv)c) Doe het brood even snijden! (inf. 03554) komt voor: n
249 (y02a) De jongen wiens moeder gisteren hertrouwd is, stond achter mij (inf. 03554) fragment: die zijn (1)
250 (y02b) De bank waar ze op zaten was pas geverfd. (inf. 03554) fragment: waar (1)
opm.: IBN
251 (y02c) De bank ...... op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03554) komt voor: n
252 (y02d) De bank op ...... ze zaten is pas geverfd. (inf. 03554) komt voor: n
253 (y02e) Op zondag gingen we met heel de familie naar zee, wat heel leuk was. (inf. 03554) fragment: wat (1)
254 (y02f) Dat is een man die je nooit in een café zult aantreffen (inf. 03554) fragment: die (1)
255 (y02g) In het dorp waar ik woon staat een oud kerkje (inf. 03554) fragment: waar (1)
opm.: IBN
256 (y02h) Op de dag dat we aankwamen regende het (inf. 03554) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
258 (y02i) Dat is iets wat ik niet graag doe (inf. 03554) fragment: wat (1)
257 (y02j) Dat is iets wat heel mooi is (inf. 03554) fragment: wat (1)
259 (y02k) Wie geld heeft moet mij maar wat geven (inf. 03554) fragment: Wie (1)
260 (y03a) Wat denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03554) vertaling: Wat tinkst wa ik in de stad tsin komt bin
261 (y03b) Wat denken jullie hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03554) vertaling: hô tinke jomme dat ze 't oplost habbe.
265 (y03c) Hoe denk je hoe ze het hebben opgelost? (inf. 03554) vertaling: hô tinkst dat ze 't oplost habbe
263 (y03d) Magda weet niet wie dat wij willen bellen (inf. 03554) vertaling: Magda wit net wa wie opbelje
264 (y03e) Weet iemand wie of dat wij geroepen hebben? (inf. 03554) vertaling: wit ien eak wa wie roaft habbe
262 (y03f) Wie denk je wie ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03554) vertaling: Wat tinkst wa ik in de stad tsin komt bin
266 (y03g) Wie denk je die ik in de stad ontmoet heb? (inf. 03554) vertaling: Wat tinkst wa ik in de stad tsin komt bin
267 (y04a) Hij heeft zijn handen gewassen (inf. 03554) vertaling: hie had zyn hannen wosken
268 (y04b) Hij heeft zijn hemd gewassen (inf. 03554) vertaling: hie had zyn himd wosken
269 (y04c) Hij heeft een hoed op het hoofd (inf. 03554) vertaling: hie had een hoed op zyn hôle
270 (y04d) Hij heeft een vlek op zijn hemd (inf. 03554) vertaling: hie had een plak op zyn himd
271 (y04e) Hij heeft zijn been gebroken (inf. 03554) vertaling: hie had zyn poat britzen
272 (y04f) Zij heeft zich pijn gedaan (inf. 03554) vertaling: ze had har zeer dean
opm.: reflexief: haar
273 (y04g) Marie trok de deken naar zich toe (inf. 03554) vertaling: Marie helle de tekken nei har to.
opm.: reflexief: haar
051 (y04h) Luc weet dat er foto's van hemzelf te koop zijn (inf. 03554) vertaling: Luc wit dat er foto's van him te keep binne
274 (y04i) Jij herinnert je toch wel dat we toen door dat bos heen zijn gelopen? (inf. 03554) vertaling: de wist nog wol dat wie da trog het bos ront habbe
277 (y04j) Ik herinner me dat de auto van Marie kapot was. (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat de auto van Marie stikken is
280 (y04k) Zij herinnert zich dat hij als een varken zat te eten (inf. 03554) vertaling: Ze wit nog dat hie als een barg ziet te ieten
283 (y04l) Wij herinneren ons wel dat al Jan zijn boeken gestolen waren, maar zij herinneren het zich niet (inf. 03554) vertaling: Wie witte nog dat Jan zien boeken stelen waren, maar ja net.
286 (y04m) Herinneren jullie je nog dat we Jan op de markt gezien hebben? (inf. 03554) vertaling: Witte jomme nog dat wie Jan op de markt zien habbe.
289 (y04n) Hij heeft zich een ongeluk gewerkt (inf. 03554) vertaling: hy had 'm een bult worket
opm.: reflexief: hem
290 (y04o) Hij voelde zich door het ijs zakken (inf. 03554) vertaling: hie fielde dat hie troch ut ies zakede.
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03554) vertaling: Zou hie ut dean habbe
opm.: vreemde zin, geen vertaling van het aangebodene
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03554) vertaling: zou hie ut kanne habbe.
opm.: vreemde zin, geen vertaling van het aangebodene
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03554) vertaling: zou hie ut kanne habbe.
opm.: vreemde zin, geen vertaling van het aangebodene
295 (y05) Zou hij dat (gedaan/doen) (hebben) (gekund)? (inf. 03554) vertaling: Zou hie ut dean habbe
opm.: vreemde zin, geen vertaling van het aangebodene
877 (y05(i)) Hij heeft dat nooit gekund (inf. 03554) fragment: kannen (1)
878 (y05(ii)) Hij heeft dat nooit gedaan (inf. 03554) fragment: dean (1)
296 (y05(iii)a) Zou hij dat gedaan hebben gekund? (inf. 03554) komt voor: n
297 (y05(iii)b) Zou hij dat gedaan gekund hebben? (inf. 03554) komt voor: n
298 (y05(iii)c) Zou hij dat hebben gekund gedaan? (inf. 03554) komt voor: n
299 (y05(iii)d) Zou hij dat hebben gedaan gekund? (inf. 03554) komt voor: n
300 (y05(iii)e) Zou hij dat gekund hebben gedaan? (inf. 03554) komt voor: n
301 (y05(iii)f) Zou hij dat gekund gedaan hebben? (inf. 03554) komt voor: n
302 (y05(iii)g) Zou hij dat hebben gekund doen? (inf. 03554) komt voor: n
303 (y05(iii)h) Zou hij dat hebben doen gekund? (inf. 03554) komt voor: n
304 (y05(iii)i) Zou hij dat doen hebben gekund? (inf. 03554) komt voor: n
305 (y05(iii)j) Zou hij dat doen gekund hebben? (inf. 03554) komt voor: n
306 (y05(iii)k) Zou hij dat gekund doen hebben? (inf. 03554) komt voor: n
307 (y05(iii)l) Zou hij dat gekund hebben doen? (inf. 03554) komt voor: n
309 (y06a) Ik heb geen zin en voeren de koeien (inf. 03554) komt voor: n
310 (y06b) Zij kwamen aan te gewandelen (inf. 03554) komt voor: n
311 (y06c) Ik denk hij weg is (inf. 03554) komt voor: n
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03554) vertaling: Ik tink dat ie wei is
komt voor: j
312 (y06d) Ik zei nog tegen haar: ik denk hij is weg (inf. 03554) vertaling: Ik tink dat ie wei is
komt voor: j
314 (y06e) Ik weet dat hij is weg (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat ie wei is
315 (y06f) Ik weet hij is weg (inf. 03554) komt voor: n
316 (y06g) Hij wou nog snel even bij de bakker naar binnen en koop een broodje. (inf. 03554) komt voor: n
317 (y06h) Marie al haar koeien zijn verdronken bij de overstroming (inf. 03554) komt voor: n
318 (y06i) Kaas maken weet ik niets van (inf. 03554) komt voor: n
321 (y06j) Die rare jongen ben/heb ik mee naar de markt geweest (inf. 03554) komt voor: n
322 (y06k) Ik heb al de eerste drie sommen gemaakt. De welke heb jij gemaakt? (inf. 03554) komt voor: n
323 (y06l) De watvoore/waffere heb jij al weggebracht? (inf. 03554) komt voor: n
324 (y06m) De zulke zou ik niet durven opeten (inf. 03554) komt voor: n
325 (y06n) De die zou ik niet durven opeten (inf. 03554) komt voor: n
326 (y06o) Ik weet dat Jan naar de markt geweest heeft (inf. 03554) komt voor: n
330 (y07a) Lopentere kwam ik hem tegen (inf. 03554) komt voor: n
331 (y07b) Ik heb heel wat lopen gedaan (inf. 03554) komt voor: n
332 (y07c) Ik word nu moe, dat ik hou er maar mee op (inf. 03554) komt voor: n
333 (y07d) Hij deed zich voor dat hij net uit zijn bed kwam (inf. 03554) komt voor: n
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03554) vertaling: de schilder is wên te schilderjen
komt voor: j
334 (y07e) De schilder is hier geweest te schilderen (inf. 03554) vertaling: de schilder is wên te schilderjen
komt voor: j
335 (y07f) Ga je naar huis denk? (inf. 03554) komt voor: n
336 (y08a) In die tijd leefde ik erop los (inf. 03554) vertaling: Ien die tied libbe ik er op los
337 (y08b) Vroeger leefde hij als een beest (inf. 03554) vertaling: Vroeger waâr ie een beest
opm.: dav
338 (y08c) Daar leefden wij als god in Frankrijk (inf. 03554) vertaling: Dir libben wie als god in Frankryk
339 (y08d) Niemand mag het zien, dus ik vind dat jij het ook niet mag zien (inf. 03554) vertaling: gien ien mei ut sjeen dus do eak net
340 (y08e) Het gebeurde toen je wegging (inf. 03554) vertaling: ut geborde dast weigongst
341 (y08f) Ik weet waar je geboren bent (inf. 03554) vertaling: Ik wit wir alst do geboren bist
opm.: Aangenomen dat het onderschikkende voegwoord 'als' in het West-Terschellings overeenkomt met het Nederlandses 'of''. waar als - ja
342 (y08g) Nu je klaar bent, mag je gaan (inf. 03554) vertaling: Als 't klear bist kanst geên
343 (y08h) Doordat Marie overleden was, heeft haar man Anna niet meer kunnen helpen (inf. 03554) vertaling: da Marie dead waâr had har man Anna net meer kanne helpen.
346 (y09) Ik weet dat hij (is) (gaan) (zwemmen) (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat hie te zwommen is
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
347 (y09a) Ik weet dat hij is gaan zwemmen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
353 (y10a) Persoon A vraagt: Wil je nog koffie, Jan? Jan antwoordt: Ja'k (inf. 03554) komt voor: n
354 (y10b) Gaat ze dansen? Jase (inf. 03554) komt voor: n
355 (y10c) Persoon A vraagt: Hebben ze gegeten? Persoon B antwoordt: Jaanze (inf. 03554) komt voor: n
356 (y10d) Is het huis te koop? Jaa't (inf. 03554) komt voor: n
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03554) vertaling: Wa dat
komt voor: j
357 (y10e) A: Er komt morgen iemand langs. B: Wie dat? (inf. 03554) vertaling: Wa dat
komt voor: j
359 (y11a) Met zulk weer je kunt niet veel doen (inf. 03554) komt voor: n
360 (y11b) Als het kermis is de mensen komen buiten (inf. 03554) komt voor: n
361 (y11c) Ik wil hem nooit meer zien want hij mij bedrogen heeft (inf. 03554) komt voor: n
362 (y11d) Ik wil hem nooit meer zien omdat hij heeft mij bedrogen (inf. 03554) komt voor: n
363 (y11e) Jij gaat naar het voetbal kijken met ik (inf. 03554) komt voor: n
365 (y11f) Hem is dood (inf. 03554) komt voor: n
364 (y11g) Is hem dood? (inf. 03554) komt voor: n
366 (y11h) Haar is ziek (inf. 03554) komt voor: n
367 (y11i) Is haar ziek? (inf. 03554) komt voor: n
368 (y11j) Met hij/hem te werken moest zij de hele dag thuis blijven (inf. 03554) komt voor: n
369 (y11k) Met het te sneeuwen konden we de stad niet uit (inf. 03554) komt voor: n
370 (z01a) Dat is de man die ze geroepen hebben (inf. 03554) fragment: die (1)
371 (z01b) Dat is de man die het verhaal heeft verteld (inf. 03554) fragment: die (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03554) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03554) fragment: van wie (1)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03554) fragment: die (2)
372 (z01c) Dat is de man die ik denk dat het verhaal heeft verteld (inf. 03554) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03554) fragment: die (2)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03554) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03554) fragment: van wie (1)
373 (z01d) Dat is de man die ik denk dat ze geroepen hebben (inf. 03554) fragment: die (2)
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03554) fragment: waar (1)
opm.: IBN
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03554) fragment: met wie (1)
opm.: IBN
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03554) fragment: met wie (1)
opm.: IBN
374 (z01e) De mannen ... ik mee gesproken heb, zitten daar (inf. 03554) fragment: waar (1)
opm.: IBN
375 (z01f) De mannen met ... ik gesproken heb zitten daar (inf. 03554) fragment: wie (1)
376 (z01g) De mannen ... mee ik gesproken heb zitten daar (inf. 03554) komt voor: n
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03554) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03554) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03554) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
377 (z01h) Dat is een huis ... ik wel zou willen hebben (inf. 03554) fragment: wat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
379 (z01i) Daar loopt de lerares ... het gedaan heeft (inf. 03554) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
380 (z01j) Dat is het huis dat ik gekocht heb (inf. 03554) fragment: dat (1)
opm.: twijfelgeval D-woord of voegwoord
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03554) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03554) fragment: wie (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03554) fragment: die (1)
381 (z01k) Wie te laat komt, moet op de bank zitten (inf. 03554) fragment: die (1)
382 (z01l) De vrouw ... vader vorig jaar gestorven is, is gisteren getrouwd (inf. 03554) komt voor: n
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03554) vertaling: Piet tinkt dat Jan en Marie op gien een niedig is
betekenis: negative concord
384 (z02a) Piet denkt dat Jan en Marie op niemand niet boos zijn (inf. 03554) vertaling: Piet tinkt dat Jan en Marie op gien een niedig is
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03554) vertaling: WIm tinkt dat wie nooit ien een pries jean
betekenis: negative concord
385 (z02b) Wim denkt dat we nooit niemand een prijs geven (inf. 03554) vertaling: WIm tinkt dat wie nooit ien een pries jean
betekenis: negative concord
386 (z02c) Het is waar dat ze mogen niet met Marie praten (inf. 03554) vertaling: het is weer dat ze net mei Marie preitse meiê
389 (z03a) A: Waar groeit het geld aan de bomen? B: Nergens niet (inf. 03554) vertaling: nergens
388 (z03b) A: Wie heeft de auto meegenomen? B: Niemand niet (inf. 03554) vertaling: gien ien
387 (z03c) Persoon A vraagt: Wanneer zal de wereldvrede komen? Persoon B antwoordt: Nooit niet (inf. 03554) vertaling: nooit
390 (z03d) A: Wat is rond en vierkant tegelijk? B: Niets niet (inf. 03554) vertaling: niks
391 (z03e) A: Welke koeien heeft hij gemolken? B: Geen enkele niet (inf. 03554) vertaling: gien ien
392 (z04a) Zeg hem niet dat ik naar buiten ben geweest! (inf. 03554) vertaling: net sizze dat ik buuten wen hab.
393 (z04b) Niet vertellen dat je een cadeau voor hem hebt gekocht, hoor! (inf. 03554) vertaling: net sizze dast een presentse kocht hast, heer.
394 (z04c) Weet je niet dat hij gevallen is? (inf. 03554) vertaling: Wist net dat hie fallen waar.
399 (z05a) Wendy probeerde om niemand pijn te doen (inf. 03554) vertaling: Wendy wol gien ien zeer dween
397 (z05b) 't Schijnt dat ze niets mag eten (inf. 03554) vertaling: Ik jouw dat ze niks iete mei
398 (z05c) Ze schijnt niets te mogen eten (inf. 03554) vertaling: ze mei niks iete jouw ik
399a (z05d) Ze proberen al de hele dag om elkaar op te bellen (inf. 03554) vertaling: ze prebearje mekorm de hele dei al te beljen
400 (z05e) Het belooft weer een mooie dag te worden (inf. 03554) vertaling: het word een prachtig dei vandei
401 (z05f) 't Is misschien beter om nog even te wachten (inf. 03554) vertaling: 't is better om nog wat te wachtsen
402 (z05g) We hadden 't geluk om hem direct terug te vinden (inf. 03554) vertaling: Wie habbe geluk han, dat wie 'm dalik werom fong habbe.
404 (z06a) Als de kippen een valk zien, zijn ze bang (inf. 03554) vertaling: As kieppen een valk sjogge binne ze bang
406 (z06c) Als jullie hem niet meenemen word ik kwaad (inf. 03554) vertaling: As jomme um net meinomme wor ik niedig
407 (z06d) Hij wist he(n)t (inf. 03554) vertaling: hie wist ut.
408 (z06e) Op dit feest wordt er veel gedanst (inf. 03554) vertaling: Op 't petie word een pôlle danset.
409 (z06f) Nu wordt er alleen nog maar brood verkocht in die winkel (inf. 03554) vertaling: Er word allinig nog bôlle verkocht ien de winkel
410 (z06g) Als hij met de fiets komt, zal hij wel laat zijn (inf. 03554) vertaling: As hie op de fiets komt, word ut fest let
412a (z06h) Als je tijd hebt, kom dan eens een keertje langs (inf. 03554) vertaling: As't tied hast most ies lâns komme
413a (z06i) Als ik rijk ben, koop ik een dure auto (inf. 03554) vertaling: As ik riek ben, keepje ik een joure oto.
881 (z07(i)) Ik weet dat (ge)(je) 't (gij)(jij) gedaan hebt (inf. 03554) komt voor: n
417 (z07(ii)a) Misschien ga'k 'et (e)(k)ik wel krijgen (inf. 03554) komt voor: n
418 (z07(ii)b) Durfder gij op duwen? (inf. 03554) komt voor: n
419 (z07(ii)c) Durfdeme gij uitnodigen? (inf. 03554) komt voor: n
420 (z07(ii)d) Durfdeze gij uitnodigen? (inf. 03554) komt voor: n
421 (z07(ii)e) Is hij Pol hier geweest? (inf. 03554) komt voor: n
422 (z07(ii)f) Hoe heeft hij Pol dat opgelost? (inf. 03554) komt voor: n
423 (z07(ii)g) Heb je me jij die brief opgestuurd? (inf. 03554) komt voor: n
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03554) vertaling: Ik hab ut him join
komt voor: j
424 (z07(ii)h) Ik heb hem het gegeven (inf. 03554) vertaling: Ik hab ut him join
komt voor: j
425 (z07(ii)i) Ze leeft zij op water en brood deze week (inf. 03554) komt voor: n
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03554) vertaling: marie had zeit dast do probeered hast en vesje te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03554) vertaling: marie had zeit dast do probeered hast en vesje te sjongen.
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03554) vertaling: Marie had zei dast do probeered hast een vesje te sjongen
431 (z08) Marie heeft gezegd dat jij (een liedje) (hebt) (geprobeerd) (te zingen) (inf. 03554) vertaling: Marie had zei dast do probeered hast een vesje te sjongen
549 (z08(v)) Marie heeft gezegd dat jij haar hebt geprobeerd een boek te geven (inf. 03554) vertaling: Marie had zeid dast do probeered hast har een boek te jean.
543a (z08a) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt geprobeerd te zingen (inf. 03554) komt voor: n
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
546 (z08b) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd hebt te zingen (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 4
537 (z08c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje geprobeerd te zingen hebt (inf. 03554) komt voor: n
604a (z08d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen geprobeerd (inf. 03554) komt voor: n
547 (z08e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen geprobeerd hebt (inf. 03554) komt voor: n
543 (z08f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt geprobeerd (inf. 03554) komt voor: n
535 (z08g) Marie heeft gezegd dat jij hebt geprobeerd een liedje te zingen (inf. 03554) komt voor: j
440 (z09a) Die van de stad, die hebben hier veel huizen gebouwd (inf. 03554) vertaling: die van de stad, die habbe her een pôlle huzen bouwt
441 (z09b) Aan die nieuwe vaart, daar zie je geen mens meer (inf. 03554) vertaling: Aan de nieê veert dier sjogst gien minsk meer
442 (z09c) Gisteren die is Jan hier geweest (inf. 03554) vertaling: Jiester is Jan hier wen.
443 (z09d) De dag dat Jan belde, was ik niet thuis (inf. 03554) vertaling: de dei dat Jan bellede waar ik net tuus
444 (z09e) Jef, die zou ik nooit uitnodigen (inf. 03554) vertaling: Je die komt er bie mie net ien
445 (z09f) Marie, die zou zoiets nooit doen (inf. 03554) vertaling: Marie die docht zo wat net
446 (z09g) Bert, die drinkt wel eens een glas te veel (inf. 03554) vertaling: Bert die drinkt wol ies een gleiske te folle.
447 (z09h) Martha, die zou ik wel eens bij mij thuis willen uitnodigen (inf. 03554) vertaling: Martha die nodigje ik thuis ut
448 (z09i) Dat huis, dat zou ik nooit willen kopen (inf. 03554) vertaling: Dat huus dat zou ik nooit keepje
449 (z09j) Dat huis, dat staat daar al vijftig jaar (inf. 03554) vertaling: Dat huûs steet dier al vieftig jeâr
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
451 (z10(i)a) Ze zijn naar de markt geweest (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
452 (z10(i)b) Ze hebben naar de markt geweest (inf. 03554) komt voor: n
453 (z10(i)c) Ze zijn/hebben geweest naar de markt (inf. 03554) komt voor: n
454 (z10(i)d) Ze hebben geweest naar de markt (inf. 03554) komt voor: n
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
456 (z10(ii)a) Hij heeft zijn kinderen op de tractor gezet (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
457 (z10(ii)b) Hij heeft zijn kinderen gezet op de tractor (inf. 03554) komt voor: n
458 (z10(ii)c) Hij heeft gezet zijn kinderen op de tractor (inf. 03554) komt voor: n
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
461 (z10(iii)a) Hij heeft zijn voorgevel helemaal wit geschilderd (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
462 (z10(iii)b) Hij heeft zijn voorgevel geschilderd helemaal wit (inf. 03554) komt voor: n
464 (z10(iii)c) Hij heeft geschilderd zijn voorgevel helemaal wit (inf. 03554) komt voor: n
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
466 (z10(iv)a) Mijn vrouw kan dialect spreken (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
469 (z10(v)a) Gunther heeft Annemie naar huis gebracht (inf. 03554) komt voor: j
gebr.: 5
470 (z10(v)b) Gunther heeft Annemie gebracht naar huis (inf. 03554) komt voor: n
471 (z10(v)c) Gunther heeft gebracht Annemie naar huis (inf. 03554) komt voor: n
472 (z11a) En heeft Gunther gebeld? (inf. 03554) vertaling: had Gunther bellet
473 (z11b) En pas op! (inf. 03554) vertaling: tink er om
474 (z11c) 't En was maar net goed genoeg (inf. 03554) vertaling: ut is mar krekt goed genoog
475 (z11d) Marjo heeft nu meer koeien dan ze vroeger en had (inf. 03554) vertaling: Marjo had noê meer koeën dan vroeger
476 (z11e) Als Susanne en had kunnen komen dan had ze dat gedaan (inf. 03554) vertaling: Als Susanne kannen hie, dan waar ze komt.
477 (z11f) Zij is de beste dokter die ik en ken (inf. 03554) vertaling: Jâ is de beste dokter die ik kan
478 (z11g) Voor je iets en weggooit, moet je even bellen (inf. 03554) vertaling: vor dast wat vort smist most even belje
479 (z11h) Hier is alles wat ik gekregen en heb (inf. 03554) vertaling: dut is alles wat ik han hab
480 (z11i) Jan en is te gierig om iets aan z'n kinderen te geven (inf. 03554) vertaling: Jan is te zunig om ik mar wat oan zien boân te jean.
481 (z11j) Alsof jij iets van voetballen en weet! (inf. 03554) vertaling: krek ast do wat van voetbaljen oaf wist
482 (z11k) Dat boek leg neer! (inf. 03554) vertaling: Dat boek lis deêl.
483 (z11l) Als je echt niet kunt wachten, dan kom maar (inf. 03554) vertaling: ast net wachtse kanst dan komst maar
488 (z12a) Ik weet dat Jan de dokter had kunnen roepen (inf. 03554) vertaling: Ik wit dan Jan de dokter hie kanne roepe
489 (z12b) Ik weet dat Jan de dokter kon geroepen hebben (inf. 03554) vertaling: Ik wit dat Jan de dokter koe roepe.
490 (z12c) Hij zei dat ik het had moeten doen (inf. 03554) vertaling: hie zei dat ik dat dween most
491 (z12d) Hij zei dat ik het moest gedaan hebben (inf. 03554) vertaling: hie zei dat ik dat dween most
492 (z12e) Hij is vorige week door dokter Mertens geopereerd (inf. 03554) vertaling: hie is feline wiek troch dokter Mertens holpen
493 (z12f) Hij wordt morgen door dokter Mertens geopereerd (inf. 03554) vertaling: hie word moan trog dokter Mertens holpen
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03554) vertaling: Ik tink dast folle fort most gooie
positie: 3
495 (z13a) Ik denk dat je veel weg zou moeten gooien/Ik denk dat je veel zou weg moeten gooien/Ik denk dat je veel zou moeten weg gooien (inf. 03554) vertaling: Ik tink dast folle fort most gooie
positie: 3
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03554) vertaling: ut is dom zôke joere dingen fort te gooien
positie: 1
opm.: geen 'om'
496 (z13b) Het is dom om zulke dure dingen (weg) te (weg) gooien (inf. 03554) vertaling: ut is dom zôke joere dingen fort te gooien
positie: 1
opm.: geen 'om'
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03554) vertaling: hie gooit alle kapotte dingen fort.
positie: 2
497 (z13c) Hij is alle kapotte spullen (weg) aan het (weg) gooien (inf. 03554) vertaling: hie gooit alle kapotte dingen fort.
positie: 2
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03554) vertaling: Ik vien dast vaker krant most leize
positie: 1
498 (z13d) Ik vind dat je vaker (de krant) zou (de krant) moeten (de krant) lezen (inf. 03554) vertaling: Ik vien dast vaker krant most leize
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03554) vertaling: het is dom om ien ut tsjuster krant te leizen
positie: 1
499 (z13e) Het is dom om in het donker (de krant) te (de krant) lezen (inf. 03554) vertaling: het is dom om ien ut tsjuster krant te leizen
positie: 1
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03554) vertaling: hie is de heele dei oan het krant leizen
positie: 2
500 (z13f) Hij is de hele dag (de krant) aan het (de krant) lezen (inf. 03554) vertaling: hie is de heele dei oan het krant leizen
positie: 2
509 (z14a) Ze heeft dat probleem aan hem laten oplossen (inf. 03554) fragment: door (1)
512 (z15a) Zo'n ding een(e) heb ik nog nooit gezien! (inf. 03554) komt voor: n
513 (z15b) Zo een vrouw een(e) kun je maar beter niet tegenspreken (inf. 03554) komt voor: n
514 (z15c) Zo een mens een(e) heeft altijd wat om over te klagen (inf. 03554) komt voor: n
515 (z15d) Jij bent ook een rare een(e) (inf. 03554) komt voor: n
516 (z16a) Robert heeft één groene appel weggegeven, en nu heeft hij er nog twee rode (inf. 03554) vertaling: Robert had ien griene appel weijoan, en had nou nog twa reade
412 (z16b) Er waren veel mensen op het feest (inf. 03554) vertaling: Er waren een pôlle minsken op het feest
413 (z16c) Jammer dat ik gisteren niet kon komen. Waren er veel mensen op het feest? (inf. 03554) vertaling: Waren er een pôlle minsken op het feest
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03554) vertaling: Wat for boeken hast kocht
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03554) vertaling: Wat hast voor boeken kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03554) vertaling: Wat hast voor boeken kocht.
520 (z16d) Wat voor boeken heb je gekocht? (inf. 03554) vertaling: Wat for boeken hast kocht
521 (z16e) Hij woont bij Marietje (inf. 03554) vertaling: hie wenget bie Marietse
522 (z16f) Hij woont bij Wim (inf. 03554) vertaling: hie wenget bie wim
523 (z16g) Loop even naar de bakker, Wim! (inf. 03554) vertaling: Ron do even nei de bakker Wim.
524 (z16h) Wie heb je gezien? (inf. 03554) vertaling: Wa hast zien?
525 (z16i) Wie heeft jou gezien? (inf. 03554) vertaling: Wa had die zien
527 (z16j) Had ik dat geweten dan had ik het niet gedaan (inf. 03554) vertaling: hie ik dat witten dan hie ik ut net dean.
528 (z16k) 't Zou beter zijn om nog even te wachten (inf. 03554) vertaling: ut zou better weze nog even te wachtsen
882 (z16l) Gelukkig had Jan de dokter gebeld en die was er al heel gauw (inf. 03554) vertaling: Mooi dat Jan de dokter bellet hie dus hie waâr er gaauw.
883 (z16m) Loop nou toch door, vervelende jongens! (inf. 03554) vertaling: Rôn toch trog fefelende jongens
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 5
538 (z17a) Marie heeft gezegd dat jij geprobeerd hebt een liedje te zingen (inf. 03554) komt voor: n
gebr.: 5
534 (z17b) Marie heeft gezegd dat jij hebt proberen een liedje te zingen (inf. 03554) komt voor: n
544 (z17c) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt proberen te zingen (inf. 03554) komt voor: n
545 (z17d) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen hebt te zingen (inf. 03554) komt voor: n
536 (z17e) Marie heeft gezegd dat jij een liedje proberen te zingen hebt (inf. 03554) komt voor: n
605a (z17f) Marie heeft gezegd dat jij een liedje hebt te zingen proberen (inf. 03554) komt voor: n
548 (z17g) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen proberen hebt (inf. 03554) komt voor: n
542 (z17h) Marie heeft gezegd dat jij een liedje te zingen hebt proberen (inf. 03554) komt voor: n

interview mondelinge enquête

sprekertekstcommentaar 
geen interview gehouden in Hoorn

data telefonische enquête

zinsnr.testzininstructieantwoorden
geen data telefonische enquête in Hoorn