In de schriftelijke enquête van 1998 is de volgende vraag gesteld:
- Wat is in Uw dialect de benaming voor anderhalve gulden?
Er blijken nog maar weinig dialectbenamingen herinnerd te worden. De overgrote meerderheid geeft daalder -
hoewel Limburg opvalt met relatief veel 'onbekend'.
De kaart toont twee benamingen die de waarde van de daalder weergeven; opvallend is
dat deze benamingen zich aan de randen van Randstad en land bevinden en verder dat anderhalf
(zie kaart) een lichte voorkeur voor noord & west vertoont en één vijftig
voor zuid & oost.
Genoemd is nog: dertig stuivers in Zaandam.
Opvallend is dat zeventien resterende opgaven iets van klok en klepel hebben. Zo worden
nog gegeven: voorwiel (meestal gebruikt voor de gulden tegenover het achterwiel (of wagenwiel) van
de rijksdaalder), knaak, piek, rijksdaalder en vijftig cent.
Uit Zeeland en Overijssel komt tot slot nog de halve gulden.
Naar de uitdrukkingen.
© 2000-2007 KNAW/Meertens Instituut