Home

English | database (in opbouw) | belang | publicaties | financiers | uitvoerenden

Goeman-Taeldemanproject

Het Goeman-Taeldemanproject liep van 1979 tot 1996 en behelsde
  • de registratie op geluidsband van de uitspraak in 419 Nederlandse en 198 Belgische plaatsen van woordvormen op een afvraaglijst,
  • het transcriberen van de opnames
  • en het gecodeerd invoeren van de transcriptie.

top
database
Niet alle opnames bleken geschikt voor opname in de database; deze bestaat uiteindelijk uit
  • 361 Nederlandse (exclusief Friese)  nb: met transcripties
  • en 190 Belgische plaatsen.
Voor de publicatie van de Morfologische Atlas van Nederlandse Dialecten worden aan de databank nog eens
  • 58 Friese plaatsen
toegevoegd. De Fryske Akademy heeft van haar aandeel van 52 plaatsen de transcripties momenteel afgerond; ook deze zullen zeer binnenkort hier beschikbaar komen.

De afvraaglijst omvat 1876 items (waaronder 22 zinnetjes en 106 adjectivale woordgroepen). De database bevat daarmee (momenteel; zie boven) 1,7 miljoen eenheden. Alle elementen apart gerekend met daarbij nog de variantopgaven brengt de omvang van de database op ruim 2,5 miljoen 'woorden'.

Binnenkort kunt u op onze website alle transcripties raadplegen. Zie voor Nederland reeds hierboven.

De geluidsopnames worden momenteel gedigitaliseerd. Over de procedure van raadpleging zal te zijner tijd hier nader worden bericht.

top
belang
Waarneming van taalverandering in werkelijke tijd is mogelijk door vergelijking van het Goeman-Taeldeman-materiaal met gegevens uit de Reeks Nederlandse Dialectatlassen. Een eerste artikel hierover kunt u lezen in Taeldeman, J. en G. Verleyen (1999) "De FAND: een kind van zijn tijd." in: Taal en Tongval 51: 217-240.

Het Goeman-Taeldeman-materiaal laat tevens toe over de gegevens te generaliseren, de gegevens tot een synthese te verwerken, waardoor de concentratie van verschillen beter zichtbaar wordt. Het voorbeeld, lengteverschillen van het type dag-daagen, betreft zeven woorden die een lange klinker hebben in het meervoud.
Het bijzondere van interpolerende kaarttechnieken is dat het de toestand kan voorspellen in plaatsen waarvoor geen gegevens beschikbaar zijn.

 
publicaties
Een uitgebreide beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en motivatie van het project en de afvraaglijst kunt u nalezen in Goeman, A en J. Taeldeman (1996), "Fonologie en morfologie van de Nederlandse dialecten. Een nieuwe materiaalverzameling en twee nieuwe atlasprojecten." in: Taal en Tongval 48: 38-59.

Een waardering van de betrouwbaarheid van de transcripties en van de validiteit van het materiaal als dialectgegeven kunt u hier lezen in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van Goeman, T. (1999) T-deletie in Nederlandse Dialecten. Kwantitatieve analyse van structurele, ruimtelijke en temporele variatie, Den Haag: HAG.

In 1999 verscheen het eerste deel van de Fonologische Atlas van Nederlandse Dialecten (kortweg: FAND), gepubliceerd door de (Vlaamse) Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Gent. Dit eerste deel illustreert een groot aantal fonologische verschijnselen rondom de (Westgermaanse) korte vocalen in gesloten lettergreep aan de hand van 127 kaarten gebaseerd op het Goeman-Taeldeman materiaal.

In 2000 verscheen de tweede aflevering, met de delen II en III: de (Westgermaanse) korte vocalen in open lettergreep en de (Westgermaanse) lange vocalen en diftongen.

De fonologische atlas geldt als zusterproject van de MAND.

Recensies van het eerste deel van de FAND zijn de volgende:

  • Bert Schouten (1999) Bespreking van FAND 1.
    in Nederlandse Taalkunde 4.4:378-381
  • Marc van Oostendorp (2000) Bespreking van: J. Goossens, J. Taeldeman, G. Verleyen. Fonologische Atlas van de Nederlandse Dialecten. Deel 1.
    zojuist (april 2002) verschenen in TNTL
top
financiers
Het project ontstond uit een samenwerking van het Meertens Instituut-KNAW met Medefinanciering kwam van
top
uitvoerenden
De opstellers van de vragenlijst waren dr. A.C.M. Goeman (Meertens), prof. dr. J. Goossens (Leuven), dr. G. Kocks (Groningen), prof. dr. J. Taeldeman (Gent) en prof. dr. R. Willemyns (Brussel).
De coördinatoren van het veldwerk waren prof. dr. J. Taeldeman (Gent), prof. dr. P. Th. van Reenen (VU) en dr. A.C.M. Goeman (Meertens).
Een overzicht van Nederlandse veldwerkers en transcribenten is aan te treffen in hoofdstuk 2, noot 4 van Goeman, T. (1999) T-deletie in Nederlandse Dialecten. Kwantitatieve analyse van structurele, ruimtelijke en temporele variatie, Den Haag: HAG.
Voor België zijn dat geweest lic. V. de Tier en lic. R. Belemans (met lic. J. Verbeek voor de Limburgse toonnotaties en lic. G. Verleyen voor een deel van de invoer).
Voor Friesland zijn de opnames gemaakt door drs. D. Veenstra en getranscribeerd en ingevoerd door drs. A. Versloot.

 
plaatsen NL | plaatsen B | plaatsen F | afvraaglijst | studie