Voornaam
populariteitslijsten
-lief-
populariteit
verspreiding
Naamstam -lief-
Germaanse naamstam met de betekenis `lief'. Westgerm. leubh-; Got. liufs; Oudhoogduits liup, liob, Middelhoogduits liep, Nieuwhoogduits lieb; Oudnederfrankisch en Middelnederlands lief (ook zelfst. nw.); Oudsaksisch liaf, liof; Oudfries liâf, Nieuwfries ljeaf, leaf; Angelsaksisch lêof, Eng. (poëtisch) lief `lief, geliefd'; Oudnoors ljûrf. Bij een Indogerm. wortel leubh- `begeren, bevallen'. Verwant buiten het Germ.: Oudindisch lébhyati `hij begeert, verlangt'; Lat. lubet, libet `gelieft, bevalt'; Oudslav. ljubû, Oudbulg. ljuby `liefde'; Iers colba, uit *co-luba ` liefde, vriendschap'.
Naar het overzicht van de naamstammen