Voornaam
populariteitslijsten
-boud
populariteit
verspreiding
Naamstam -boud
Germaanse naamstam met de betekenis `dapper, moedig'. Got. *balths, als bijwoord balthaba en balthei `dapperheid'; Oudhoogduits bald, Middelhoogduits balt `dapper, snel' (werd in het Nieuwhoogduits tot bijwoord bald `spoedig'); Oudsaksisch bald `dapper'; Oudfries bald(e) `boud, dapper, vlug'; Angelsaksisch beald `moedig, vol zelfvertrouwen', Eng. bold `moedig, stout, krachtig' (vgl. Angelsaksisch bealdor `prins, koning', alleen als poëtisch woord; vgl. hiermee Oudnoors baldr `aanvoerder, heerser, vorst', voorts ballr `moedig, gevaarlijk, verschrikkelijk'). Vermoedelijk te betrekken bij een wortel `bhel `opzwellen (van kracht, moed)', vgl. Ndl. bal, bol. Als tweede element oorspr. alleen in mansnamen, veel voorkomend in het Westgerm., zodat het ook in gebruik kwam voor het vormen van persoonsaanduidingen: Du. Lügenbold, Saufbold, Trunkenbold, Middelnederlands dronkenbout. Ook werd het vleisuffix achter Middelnederlandse vleivormen: Heinebout, Callebout (Calle van Catherina).
Naar het overzicht van de naamstammen