Home

Luilak

Meerten Instituut > Databanken > Feesten > Luilak

Luilak is een niet-christelijk feest, dat wordt gevierd op de zaterdag vóór Pinksteren. Het is een feest waarbij langslapers en telaatkomers worden bespot.

Betekenis van het woord

De verklaring van het element 'lak' in de samenstelling is onzeker. Het woord luilak wordt in een drietal betekenissen gebruikt:

  1. lui persoon, langslaper, in het algemeen als wel in het bijzonder het gezinslid dat op de zaterdag vóór Pinksteren het laatst opstaat. Volgens een gewoonte in Noord-Holland moet deze persoon op 'luilakbollen' (warme broodjes met stroop) trakteren. De kinderen uit de buurt trekken rond en bespotten de langslapers met o.a. rijmpjes.
  2. naam voor de zaterdag vóór Pinksteren. De pinkstervermaken duren vier dagen en beginnen met luilak.
  3. naam voor de groene takken die de rondtrekkende kinderen meevoeren.

Herkomst en betekenis van het feest

Luilak heeft geen banden met de kerkelijke pinksterviering. Over de herkomst en de symboliek van het feest bestaan verschillende meningen. De volkskundige J. Schrijnen ziet overeenkomsten met andere grappenfeesten die in het kalenderjaar worden gevierd en waarbij in verschillende vormen ook langslapers of telaatkomers worden bespot, zoals Sint-Thomasdag (21 december) of 1 april.

Verspreiding

In de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw was in een aantal plaatsen in de strook van Den Helder tot Delft de luilakviering bekend. Door jongeren zijn incidenteel pogingen gedaan om luilak elders in het land te introduceren, maar na 1945 lijkt de viering van luilak zich vooral tot Amsterdam en de Zaanstreek te beperken. Wel is vanaf het begin van de jaren zestig in Purmerend sprake van het vieren van luilak, maar dat is echter hoofdzakelijk een luilak(bloemen)markt, georganiseerd door winkeliers. Al vanaf de jaren 1890 is sprake van een luilak(bloemen)markt in de nacht van vrijdag op zaterdag in Haarlem.

Luilakviering

Luilak is in de ogen van de negentiende-eeuwse cultuurhistoricus J. ter Gouw een volks- en kwajongensfeest, het begin van de vele pinkstervermaken. Alle laatkomers waren luilak en konden dit afkopen door te trakteren. De straatjongens trokken in groepen rond, maakten rumoer en sleepten spullen mee die aan de dichte deuren werden gebonden. In de zestiende en zeventiende eeuw begon luilak al vrijdags en duurde de hele zaterdag. Niet zelden vochten mannen en jongens met elkaar. In keuren zijn verboden te vinden.

De gebruiken waren per plaats verschillend. In de Zaanstreek verzamelden de jongens rond 1895 brandnetels die op een korrie (wagentje) werden geladen. De jongen die als laatste kwam helpen, was de luilak en moest de brandnetels bij elkaar houden. De anderen trokken de korrie door het dorp en hingen aan elke deurknop een bos brandnetels. Bij de notabelen werd vaak een dode rat of kikker aan de deurknop gehangen omdat de jongens hoopten dat ze voor het weghalen een beloning zouden krijgen.

Vanaf de jaren dertig van de twintigste eeuw doen, o.a. in Delft, Amsterdam en de Zaanstreek, de gemeentelijke autoriteiten samen met heemkundige verenigingen en jongerenwerk steeds weer pogingen om de luilakviering te controleren. Door het organiseren van evenementen (officiële vuren, optochten, gratis filmvoorstellingen, muziekoptredens) wordt getracht het vandalisme, dat de overhand heeft gekregen boven het maken van lawaai, te beteugelen.

In het laatste decennium van de twintigste eeuw wordt in de Zaanstreek geconstateerd dat de luilakviering tanende is. Luilak bestaat vrijwel uitsluitend uit muzikale activiteiten in buurthuizen en jeugdhonks, georganiseerd door het jongerenwerk. Voor eigen luilakvuren van de buurt is nog maar weinig animo, waarschijnlijk omdat hiervoor een vergunning moet worden aangevraagd. Toch blijven her en der meldingen opduiken van illegale luilakbrandstapels, lawaaimaken in de vroege ochtend en vernielingen.

In 1999 wordt voor de eerste keer door een wijkoverleg in Zaanstad een scholier van twaalf jaar uitgeroepen tot officiële 'echte luilakvierder', omdat hij als enige kwam meehelpen bij het opruimen van het vuur. Alle kinderen die aanwezig waren bij het vuur van de luilakhoop kregen een certificaat met de tekst 'Ik ben een echte luilakvierder'. Daaraan voorafgaande werd op basisscholen voorlichting gegeven over het ontstaan en de viering.

Folklorisering

Voor de verminderde belangstelling voor luilak worden verschillende verklaringen aangedragen, zoals het uit de weg gaan van confrontaties met de politie, het gemeentelijk anti-luilakbeleid en het in vergetelheid raken van luilak bij kinderen.

Anderzijds zijn steeds pogingen in het werk gesteld om luilak nieuw leven in te blazen. Zo wordt in de op 'looielak' (luilak) gezette molen De Kat op de Zaanse Schans (Zaanstad) luilak gevierd. Men kan meemaken hoe kappers met oude messen scheren, molenbitter, luilakbollen en broeder proeven en luisteren naar (volks)muziek. Oorspronkelijk was de viering georganiseerd als gezellige avond voor molenaars uit de omgeving.

In de jaren negentig adverteren ondernemers meer en meer met 'luilakkortingen' en een kopje koffie voor de vroegkomende klanten.

Literatuur:

J. Ter Gouw, De volksvermaken (Haarlem 1870).

J. Schrijnen, Nederlandsche volkskunde (2 delen, Zutphen 1915-1916).

J.L. de Jager, Rituelen. Nieuwe en oude gebruiken in Nederland (Utrecht 2001).

Knipselarchief Meertens Instituut, Amsterdam.

Terug naar pagina Feesten