Home

Mijnheer de rector magnificus, dames en heren,

Hadewijch en Hazes staan aan de uitersten van een muzikale spanningsboog van zevenenhalve eeuw. De liederen van Hadewijch zijn de oudste in de Nederlandse taal waarvan muziek bekend is. In het midden van de dertiende eeuw zong deze begijnenleidster over haar passie voor de goddelijke Liefde — en over de talrijke moeilijkheden die de mystieke minnaar ondervond bij zijn of haar streven naar de vereniging met God. Ic ben die minne met minnen verwint, zo verwoordt Hadewijch de mystieke ervaring in haar Negende Lied. Het is een exclusieve belevenis die slechts na lang en hard werken bereikt kan worden. En dat geldt ook voor het ten volle genieten van haar hermetische verzen.

verder