Maarten bleef staan voor het loket en tastte naar zijn achterzak.
'Hebt u een kop koffie voor me, meneer De Vries?'
'Jawel meneer.'
Maarten had een bonnetje op de balie gelegd en trok de kop die De Vries hem aanreikte naar zich toe.

(deel 4, 413)

Hij groette De Vries en ging de klapdeur door naar het loket, zijn portemonnaie met de bonnetjes uit zijn achterzak halend.
'Hebt u een kop koffie voor me, meneer Goud?' vroeg hij.
'Ja, natuurlijk,' zei Goud.

(deel 4, 127)

Fotografie: Cor Mooij