elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwavel 

zwavel , zwevel , zwèvel , de e als in ’t Fr. vrai = zwavel. Komt ook voor in stadsrekening van ’s Bosch op ’t jaar 1512.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
zwavel , zwèvel , (mannelijk) , zwavel.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
zwavel , swevel , swoavel , zwavel; swevelstok, swoavelstok = zwavelstok, in ’t meervoud ook: swevelstikken.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zwavel , zweevĕl , zwavel.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
zwavel  , zwaevel , zwavel.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
zwavel , zwiäävel , zwavel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
zwavel , zweawl , zelfstandig naamwoord , zwavel
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
zwavel , zwevel , zwavel, zwaovel, zwèvel , de , Ook zwavel (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), zwaovel (Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid), zwèvel (Zuidwest-Drenthe, zuid) = zwavel Met zwaovel wuir de boudel zuverd (Erf), Ze gungen de bijen slachten met zwevel met behulp van zwavel de bijen doden om de bijenkorven leeg te kunnen halen (Eel), As de motte biggen haar, kreeg ie bloem van zwevel deur het voor (Die), Slao-eulie met bloem van zwevel was een middel tegen ringvuur (Hijk)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zwavel , zwaovel , zwevel , zwavel.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zwavel , zwaovel , zwevel , (Kampereiland, Kamperveen) zwavel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zwavel , zwèèvel , zwavel.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
zwavel , zwèèvels , luciferstokjes
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
zwavel , zwevel , zwaovel , zelfstandig naamwoord , de; zwavel
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zwavel , zweevel , zwavel
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zwavel , zwaovel , (zelfstandig naamwoord) , zwavel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zwavel , zwaevel , 1. zwavel; 2. lucifer.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
zwavel , [lucifer] , zwaegel , (mannelijk) , zwaegele , zwaegelke , lucifer
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zwavel , zweevel , zwaovel , zelfstandig naamwoord , zwavel; Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - zwével — zwavel; WNT ZWAVEL. zwevel, zwegel
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut