elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwaluw

zwaluw , zwaemel , zwaluw
Bron: Boers, B. (1843), [Goerees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
zwaluw , zwaemel , zwaluw
Bron: Boers, B. (1843), [Overflakkees] ‘Lijst van eenige verouderde, of in de provincie Zuidholland niet gebezigde Nederduitsche woorden, welke op het eiland Goedereede en Overflakkee nog heeden in gebruik zijn’, in: Beschrijving van het eiland Goedereede en Overflakkee, Sommelsdijk, pp. 48-57
zwaluw , zwaalve , zwaalver , (vrouwelijk) , zwaalven , zwaluw (ook zwaolewen Dev.)
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
zwaluw , swalfke , swalfie , (Stad-Groningsch, Hoogezand) = zwaluw, Oostfriesch swâlke, swâlvke, Nederduitsch swaalke, Middel-Nederduitsch swaleke, verkleinwoord van: swale, swalwe, Kil. swaelem, swaeluwe. (Germ. schwalm, Sax. swalcke, Ang. swallow); Friesch (Japix) sweal (verkleinwoord swealtje), Noordfriesch swâle (verkleinwoord swâlk), Wangeroog swâlû (verkleinwoord swalûk), Angel-Saksisch svaleve, Oud-Engelsch swalewe, Engelsch swallow, Oud-Noorsch svölva, svala, Noorweegsch svola, svala, enz. Zweedsch svala, Deensch svale, Oud-Hoogduitsch swalawâ, swaluwâ, swalwâ, Middel-Hoogduitsch swalewe, swalwe, swalbe, swalm, Hoogduitsch Schwalbe. Zegswijs: as ’n swalfke an de latten hangen = zoo goed als bankroet zijn; Oostfriesch an de latten hangen = huis en hof om schulden verlaten. Vergelijking: noakend as ’n swalfke = moedernaakt. (Vgl. v. Dale artt. lat, en: zwaluw.)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
zwaluw , zwaleve , (mannelijk) , Zwaluw. Sam. Zwalevennö̀st, zwalevensta(r)t, (zekere houtverbinding).
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
zwaluw , zwaalf , zwaluw , (zwálǝf) , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , In verkl. zwaveltje. || Deer vliegt ’en zwalef. Twaalf: de zwarte zwaalf (uit een telrijmpje). Zien je die zwaveltjes wel? – Te Assendelft zegt men in ’t meerv. soms ook zwallewe(n). Er zit onweer in de lucht: de zwallewen scheren. – Zo ook elders in N.-Holl. || Een Visjager genaamd de swarte Swalef (a° 1675), D. BURGER, Chron. v. Schagen 50. Evenzo in Gron. zwalfke en zwalfie (MOLEMA 491). Vgl. de samenst. gierzwaveltje.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
zwaluw , zwalfke* , (Hoogduitsch Schwalbe): bij van Dale “hij hangt aan de latten” = hij is op ’t punt bankroet te gaan.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
zwaluw , zwaleve , (mannelijk) , Zwaluw. Sam.: Zwalevennö̀st, zwalevensta(r)t (een zekere houtverbinding).
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
zwaluw , zwalm , zwaluw.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
zwaluw , zwaalve , vrouwelijk , zwaluw
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
zwaluw , zwaalve , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , zwaalvn , zwàelfken , zwaluw
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
zwaluw , zwèllef , zwèlleve , zwèllefke(s) , zwaluw, zwaluwen, zwaluwtje(s).
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
zwaluw , zwaalfie , swaalfke , zwaluw
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
zwaluw , swavel , zelfstandig naamwoord de , Verouderd voor zwaluw. Verkleinvorm swaveltje, swaaltje. Vgl. Fries swealtsje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
zwaluw , zwelf , zwaluw.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
zwaluw , zwalleme , meervoud , zwaluwen.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
zwaluw , zwolleme , zelfstandig naamwoord , zwaluwen. Zwaluwen zijn zeldzaam geworden, ondanks het feit dat de mens in dit geval niet de rechtstreekse belager is geweest. Het volksgeloof meende namelijk dat het verstoren van een zwaluwnest ongeluk bracht. Ze konden daarom ongestoord overal nestelen, tot in de stal toe. Als de zwaluwen laag vliegen gaat het binnenkort regenen. Als ze hoog vliegen komt er mooi weer. Zegt men ...
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
zwaluw , zwälmpien , swalpies, swalmpies , zwaluw.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
zwaluw , zwälfie , zwaluw.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
zwaluw , zwalvien , zwaalvie, zwaalvien, zwaalver, zwarvie, zwelvertie , het , zwalvies , Ook zwaalvie, zwaalvien (Kop van Drenthe, Veenkoloniën), zwaalver (Zuidwest-Drenthe, zuid), zwarvie (Zuidwest-Drenthe, zuid), zwelvertien (Zuidwest-Drenthe), zwèveltien (Zuidwest-Drenthe, zuid), zwölvertien (Zuidwest-Drenthe, noord), zwelpie, zwelmpie (Zuidwest-Drenthe, zuid), zelmpien (sa:Rui), zwolvie (Midden-Drenthe), zwaluw (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents veengebied). Tevens vormen met -lf- als zwalfien, zwaalfien, zwolfie = zwaluw De zwalvies scheert over het water (Dal), Zwalvies nustelt geern an een puntgevel. Deur de zwalvies zaten der grote pleisters op het raom (Gie), Ze zegt dat een zwelverdie gelok brengt (Dwi) *Eén zwarvie mak nog gien zomer (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zwaluw , zwaoluw , zwaluw.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
zwaluw , zwälve , (Gunninks woordenlijst van 1908) zwaluw
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
zwaluw , zwâlve , zwâlfien , zwaluw.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
zwaluw , zwôllewe , zwaluwen , És de zwôllewe wir in't land zén is de zómmer nie wiit mér van kant. Als de zwaluwen weer in het land zijn is de zomer niet ver meer weg.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
zwaluw , zwelver , zwulver, zwölver , zelfstandig naamwoord , de; zwaluw
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zwaluw , zwaoveltie , zelfstandig naamwoord , zwaovelties , [Wms] zwaluwtje
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
zwaluw , zwôlluw , zwaluw
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
zwaluw , swaelefien , (zelfstandig naamwoord) , zwaluwtje.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
zwaluw , zwélling , zwaluw
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
zwaluw , zwalfke , zwaluw
Bron: Gast, C. de (2011), ’t Boekske van de Aolburgse taol, Wijk en Aalburg: Stichting behoud Aalburgs dialect.
zwaluw , zwalve , zwaalve , zwälver , zwaluw; zwälverstättien, zwälvertien, vlinderstrik.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
zwaluw , zwèlf , zwelling, zwòlf, zwolm, , zelfstandig naamwoord , zwaluw (Land van Cuijk); zwelling; zwaluw (Helmond en Peelland); zwòlf; zwaluw (Den Bosch en Meierij); zwolm; zwaluw (Tilburg en Midden-Brabant)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren
zwaluw , zwelf , (vrouwelijk) , zwelve , zwelfke , zwaluw , Es de zwelve lieëg vlege, kumtj t’r raengel.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zwaluw , zwòlm , zwòllem, zwòluuw, zwaolem , zelfstandig naamwoord , zwaluw; Pierre van Beek - 'as de zwollem weg is'; DANB de zwòleme zulle vórt gaaw trugkoome; ...alleen de merel zong ieveraans in 'n buske en de zwaolleme vlogen hoog deur de locht. (Jan Jaansen; ps. v. Piet Heerkens svd; ’Oome Teun als opvoeder’; feuilleton in 6 afl. in NTC 2-3-1940 – 6-4-1940); De zwaolleme zitten al klaor op den draod; in lange rechte rije, ze draaien d'r köpkes naor hier, naor daor, ze aaien d'r rökskes en kammen d'r haor, ze kijken, ze reiken naor 't wije. (Piet Heerkens; uit: De Kinkenduut, ‘De zwaolleme’, 1941); Mandos - Brabantse Spreekwoorden - 2003 - meej vrienden ist nèt as meej zwòlme: ge ziet ze allêenig meej schôon weer (Pierre van Beek - Tilburgse Taalplastiek 1970) - uiting van een gedesillisioneerd mens; Cees Robben - ...schrèèverkes en zwollemen (19600708); (CK: geen Tilburgs. (zwòlm wel); Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - zwaoluw; Dirk Boutkan (1996) - (blz. 97) de zwòluuwe zulle vlug t(e)rugkoome; WBD III. 4. 1:110 'zwolm', 'boerezwolm' - zwaluw (Hirundo rustica); WBD III. 4. 1:112 'zwolm' huiszwaluw; WBD III. 4. 1:116 'zwolm' - gierzwaluw; Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - ZWALUW - zwolem, zelfstandig naamwoord  m. Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - ZWOLM, ZWALM, ZWAALM, ZWALEM, te Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - ZWAMEL zelfstandig naamwoord  m., niet v. - zwaluw; Jan Naaijkens - Dè's Biks (1992) -  'zwolleme' zn - zwaluwen; WNT ZWALUW, zwaalf, zwalk, zwalm, zwavel, enz. - Hirundo Rustica L.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
zwaluw , zwalm , zwalme , zwelmke , zwaluw
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut