elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zigeuner 

zigeuner  , ziguiner , zigeuner.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
zigeuner , segeunder , zelfstandig naamwoord de , Variant van zigeuner.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
zigeuner , zigeuner , de , zigeuners , 1. zigeuner Woonwagenvolk en zigeuners weurden vrogger as rapallie beschouwd (Zwin), As kiender waren wij bange veur een zigeuner (Wsv) 2. sinjeur (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) Da’s een mooie zigeuner (Dwi), Dat is toch maar een rare zigeuner (Ker)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
zigeuner , zegeuner , zelfstandig naamwoord , de; zigeuner
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
zigeuner , segeunder , zelfstandig naamwoord , segeunders , segeundertie , zigeuner, woonwagenbewoner Zie ook fantekast
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
zigeuner , segeuner , (mannelijk) , segeuners , zigeuner
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut