elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verstoren 

verstoren , [een einde maken aan, boos maken, in wanorde brengen] , verstooren , In de Ordonnantie op de weeskamer te Breda, van 1535, bij mij in handschrift berustende, vindt men ook voorziening ten opzigte der goederen van verkwisters (prodigi). Dezelve worden aldaar onder anderen omschreven als zulken, die hunnen goeden (goederen) verstooren. Dit zal, naar mijn inzien, beteekenen, die hunne goederen in wanorde brengen.
Bron: Hoeufft, J.H. (1838), Aanhangsel op de proeve van Bredaasch Taal-Eigen, bevattende ophelderingen van eenige in onbruik zijnde woorden en spreekwijzen, in oude Bredasche stukken voorkomende, Breda.
verstoren , verstören , (zwak werkwoord) , verstoren.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
verstoren  , versteure , verstoren.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verstoren , versteuren , versteuren, versteurd , verstoren.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
verstoren , versteuren , zwak werkwoord, overgankelijk , verstoren, storen Vogelnösten meuj nich versteuren (Bco), De vergadering verstoren, ...versteuren (Hol), Ik was der met an de loop en doe wuurd ik der bij verstörd gestoord (Scho)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verstoren , versteurn , verstoren.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verstoren , versteuren , (werkwoord) , versteuren, versteurd , verstoren.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut