elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verschuiven 

verschuiven  , verschoeve , verschuuve  , verschuiven.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
verschuiven , verschoem , verscheuf, verschöam , verschuiven.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
verschuiven , verschoeven , sterk werkwoord, overgankelijk , verschuiven IJ moet die taofel wat verschoeven, hie stiet wat wuppelig (Zwin), Bai het dammen de stukken verschoeven (Rod), (fig.) Die ofspraak, die moej niet weer verschoeven (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
verschuiven , verschoevm , verschuiven.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verschuiven , verschûive , schuiven , Ge moet ûtkiike dé't nie gi verschûive want dan kun'de wir ópnuuw begiene. Je moet uitkijken dat het niet gaat schuiven want dan kun je weer opnieuw beginnen.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
verschuiven , verschoeven , werkwoord , 1. verschuiven (van de ene plek naar de andere) 2. uitstellen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verschuiven , verskoeven , (werkwoord) , versköf, verskoof, versköven , verschuiven.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verschuiven , [verschuiven] , versjuve , verschuiven
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut