elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vernielen 

vernielen  , verneele , vernielen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vernielen , vernealen , zwak werkwoord , vernielen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
vernielen , verniele , werkwoord , in de zegswijze je zouwe ’m verniele, je zou hem vermoorden! | Je zouwe ’m verniele, nou het ie alle plantjes weer stik trapt.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
vernielen , vernielen , vernelen, verneeilen, verneilen, vernuilen, vernai , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook vernelen (Zuidwest-Drenthe, noord), verneeilen (Midden-Drenthe), verneilen (Zuidoost-Drents veengebied, Noord-Drenthe), vernuilen (Veenkoloniën), vernailen (Kop van Drenthe, Veenkoloniën) = vernielen De inbreker hef meer verneild as dat hij mitnomen hef (Bco), Wie hef die jonge plaanten vernield? (Ruw), Most wel even ingriepen, ze vernailen de haile boudel (Vtm), Verneilen is nog minder as verroppen (Eel), Dei windhoze het de huile schure vernuild (Eco), (fig.) Ik was zo kwaod op die vent, ik kun hum wal verneilen (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vernielen , vernielen , vernielen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
vernielen , vernele , verneeltj, verneeldje, verneeldj , 1. vernielen 2. niet opkrijgen
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
vernielen , vernaele , vernilde – vernild , vernielen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut