elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vermoorden 

vermoorden  , vermaorde , vermoorden.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
vermoorden , vermoorden , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. vermoorden As hij hum toen te pakken ekregen hadde, hadde hij hum vermoord (Hgv), Aj oen nature opvolgden, zuj hum vermoorden (Eli) 2. vernielen, kapot maken Ie hebt het peerd hielemaole vermoord (Zdw) 3. (wederk.) zich afbeulen Hai wil zuch wel vermoorden, as het op waarken ankomp (Zui), Het is gewoon slagwark; anders vermoor ie joe der mit (Bco)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vermoorden , vermoren , werkwoord , vermoorden, ombrengen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vermoorden , vermoore , werkwoord , vermoor, vermoorde, vermoord , vermoorden ’t Is zukke zwaere grond, je zou je aaige vermoore Die grond is zo zwaar, daarop werk je jezelf kapot
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
vermoorden , [vermoorden] , vermaore , vermoorden , Ich kós ’m waal vermaore, zoea kwaod waas ich!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
vermoorden , vermoore , zwak werkwoord , vermoorden; B vermoore - vermoorde - vermoord; Cornelissen & Vervliet - Idioticon van het Antwerpsch dialect - 1899 - VERMOOR(D)EN - zie wdbb. bederven, schenden, sterk beschadigen; verspillen, verkwisten; doorbrengen (van tijd). VERMOOREN - vermoorden
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op www.meertens.knaw.nl/ewnd/,
gehost door het Meertens Instituut